21036.4 - Technische vragen CDA over Krediet Steunfonds startende ondernemers Best met antwoord
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Vragen:
U kunt uw vraag mailen naar raadsgriffie@gembest.nl * Naam + politieke partij Raadsvoorstel/onderwerp
Marieke Gondrie CDA 21036 – Krediet Steunfonds startende ondernemers Best Corona maatregelen
Vragen en antwoorden:
Dorpsplein 2 Postbus 50 5680 AB Best T: 0499 360 375 raadsgriffie@gembest.nl www.gemeentebest.nl
Algemeen: Vraag 1:
Graag omschrijving/definitie van een startende ondernemer.
Antwoord 1:
We hebben een regeling voor ogen voor ondernemers die zijn getroffen door de Covid19 maatregelen die op dit moment geen aanspraak kunnen maken op een landelijke regeling. We zien dat met name startende ondernemers moeite hebben om in aanmerking te komen voor landelijke regelingen omdat zij niet waren geregistreerd als ondernemer of geen verlies konden duiden aan de hand van de gestelde peilperioden. De regeling is met name bedoeld voor ondernemers die niet in staat zijn een bruikbare peilperiode aan te tonen in het kader van de landelijke regelingen.
Vraag 2:
Is Krediet Steunfonds startende ondernemingen een publieke taak van onze gemeente? Zo nee, mag de gemeente dan deze bancaire taak wel formeel uitvoeren (bankvergunning), mogen wij ons als gemeente bezighouden met inkomenspolitiek en is bijvoorbeeld informatie ingewonnen bij de VNG?
Antwoord 2:
In de wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido) is geregeld dat de gemeenteraad de publieke taak regelt. Ofwel: als de gemeenteraad instemt met dit voorstel, behoort dit tot de publieke taak. Op grond van dezelfde wet is geregeld dat het aantrekken en uitzetten van financieringen met als oogmerk om winst te genereren niet is toegestaan. Wel kan een gemeente vanuit het maatschappelijk belang (= de publieke taak) ervoor kiezen om financieringen te verstrekken. Geadviseerd wordt om hier terughoudend mee om te gaan, omdat we niet dezelfde expertise hebben als een bank. De kaders voor dit voorstel worden nog uitgewerkt. In de vraag wordt ook melding gemaakt van inkomenspolitiek. Dit is een ruim begrip. Dit voorstel is gericht op het ondersteunen van starters die nu tussen de wal en het schip vallen. Sprake is van een overbruggingskrediet, waarbij uitgeleende bedragen (behoudens bij faillissement) weer worden terugbetaald. Raadsvoorstel:
Vraag 3:
Aanleiding. Gesteld wordt dat het vaak startende ondernemers betreft. Houdt dit in dat er ook nog andere ondernemers zijn die (net) buiten de landelijke regelingen vallen? Graag toelichting.
Antwoord 3:
Ja, bijvoorbeeld ondernemingen die niet eenduidig commercieel of maatschappelijk zijn en die niet in aanmerking voor ondersteuningsmaatregelen voor het maatschappelijk veld.
1
Beantwoording technische vragen Vraag 4:
Argumenten. Punt 1.1. Gesteld wordt ‘ook in Best enkele ondernemers naar voren gekomen’. Betreft dit korte peiling waarover in punt 1.7 wordt gesproken en waar sprake is van circa 5-10 ondernemers die geïnteresseerd zijn?
Antwoord 4:
Klopt, de bedrijvencontactfunctionaris heeft regelmatig contact met de ondernemers om te kijken hoe ze de Covid-19 maatregelen ondergaan. Uit de contacten met de ondernemers is een groep van 5 tot 10 ondernemers naar voren gekomen die geen aanspraak konden maken op landelijke regelingen en wel behoefte hebben voor een overbruggingskrediet om het voortbestaan van hun onderneming te versterken.
Vraag 5:
Punt 1.2. Komen ook startende ondernemers die niet/direct van belang zijn voor lokale voorzieningen in aanmerking? Graag toelichting/voorbeelden. -
Antwoord 5:
Moet de onderneming in KvK in Best zijn ingeschreven en de eigenaar ingeschreven staan bij onze gemeente?
Ondernemingen die in aanmerking komen voor de regeling moeten een direct verband hebben met het voorzieningenniveau in de gemeente. Onder de doelgroep scharen we horecaondernemers, detailhandelaren en ondernemers in de evenementenbranche die direct in de bedrijfsvoering zijn getroffen zijn geraakt door de Covid-19 maatregelen en geen aanspraak kunnen maken op landelijke regelingen. Door ons te beperken tot het voorzieningenniveau van de gemeente, kunnen we hieraan het algemeen belang voor de gemeente duiden op basis waarvan we argumenteren dat gemeentelijke ondersteuning een gemeentelijk doel treft. De regeling is gericht op ondernemers gevestigd in Best met een overeenkomstige inschrijving in de Kamer van Koophandel.
Vraag 6:
Punt 1.3. Banken zijn het primaire aanspreekpunt voor ondernemers dus ook voor startende ondernemers. Begeeft onze gemeente zicht niet op financieel en juridisch glad of te glad ijs om de plaats van banken in te nemen. NB bij bespreking in de raad van o.m. de Blijverslening heeft het college het standpunt ingenomen dat de banken voldoende adequaat aanbod hebben en dat we daar als gemeente niet tussen moeten gaan zitten. Waarom dit verschil in benaderingswijze?
Antwoord 6:
Voor de blijversleningen en startersleningen zijn we aangesloten bij een gespecialiseerde partij, het Svn. Deze onderwerpen zijn op verzoek van diverse gemeenten in het verleden uitgewerkt tot een nieuw bankproduct. Nu is sprake van een lokaal initiatief voor het ondersteunen van startende ondernemers vanwege de gevolgen van Covid-19. Bij het uitwerken van de kaders doen wij een beroep op onze eigen expertise en verder heeft de Rabobank aangeboden om mee te denken. Wij begeven ons daarmee niet op glad ijs. Bovendien nemen we ook de plaats van banken niet in. Vanwege de financiële moeilijkheden waarin de ondernemers zitten, zullen banken minder snel genegen zijn om geld uit te lenen. Bovendien zijn de rente- en afsluitkosten die de banken rekenen in verhouding tot het relatief beperkte leningsbedrag naar verwachting hoog. Wij kiezen ervoor om deze leningen te verstrekken uit maatschappelijk belang. Daarmee kunnen we ervoor zorgen dat de leningen ook maximaal ten gunste komen van de getroffen ondernemers.
Vraag 7:
Punt 1.5. Graag verduidelijking van de zinsnede ‘… af te wijken van de ……van de incidenteel afwijkende toekenning’.
Antwoord 7:
Het college heeft de bevoegdheid om bij aanvragen die in aanmerking voor de regeling af te wijken van het gestelde maximum bedrag om meer maatwerk te kunnen leveren 2
Beantwoording technische vragen indien de betreffende onderneming daar zwaarwegende overwegingen voor kan overleggen. Daarbij is het college gebonden aan het plafond voor de regeling. Vraag 8:
Risico’s Punt 1.1. Zien graag een onderbouwing van de voorziening van 50 k in relatie tot de financiële risico’s.
Antwoord 8:
De voorgestelde regeling is een nieuw initiatiefvoorstel vanwege specifieke Covid-19 problematiek in relatie tot startende ondernemingen. Er zijn nog geen ervaringscijfers voorhanden. De leningen worden zonder uitzondering verstrekt aan startende ondernemingen die in financieel zwaar weer zitten. Dit betekent dat er een risico is, dat verstrekte leningen niet, of niet geheel worden terugbetaald. Een inschatting is dat € 50.000 (10% van het totale krediet) uiteindelijk niet wordt terugbetaald. Dit risico nemen we mee in de risicoparagraaf van de begroting 2022.
Vraag 9:
Punt 1.2. -
-
-
Antwoord 9:
Gesteld wordt dat de ambtelijke organisatie niet is ingericht als een bankinstelling. Betekent e.e.a. dat aanvullende expertise ingehuurd moet worden? Wat zijn globaal de extra kosten die uitvoering van een steunfonds met zich meebrengt? Gesteld wordt dat vanwege de handelingssnelheid de via een daartoe ingerichte organisatie niet mogelijk is. Graag toelichting op een noodzakelijke balans tussen snelheid en zorgvuldigheid. Hoe doen andere regiogemeenten dit? Graag een nadere toelichting van de financiële en juridische risico’s van de gemeente?
-
Voorafgaand aan het verstrekken van financieringen toetsen banken vele zaken, waaronder de financiële draagkracht van een startende ondernemer: is de ondernemer in staat om de verplichtingen die ontstaan vanuit de financiering in de toekomst na te komen? Op basis daarvan wordt al dan niet een financieringsvoorstel gedaan. Als wordt overgegaan tot het verstrekken van een financiering, wordt tevens gekeken naar de risico’s die de bank loopt. De risico’s worden vertaald in de rente die wordt doorberekend. De rente van banken bestaat dus uit de marktrente + winstopslag + risico-opslag.
-
Alhoewel basisexpertise in onze organisatie aanwezig is, zijn wij niet ingericht als bank. Bij complexere financieringsvraagstukken moet mogelijk tot inhuur worden overgegaan.
-
Ook hebben wij geen expertise om de risico’s voldoende te vertalen in de rente. Bij het zelfstandig verstrekken van leningen wordt daarom getoetst de rente die wij als overheid betalen vermeerderd met een vaste opslag om aan te sluiten bij de tarieven in de markt.
-
Via een raadsbesluit kan worden afgeweken van de verplichting om marktconforme tarieven te hanteren (in dit de rente). In dit geval doen we dat, via beslispunt 2 (cf aangepast raadsbesluit). Financiële risico’s zijn met name gelegen in het feit dat starters ondanks onze steun toch failliet kunnen gaan. Juridische risico’s zitten vooral in de overeenkomst die wordt opgesteld en in het ondervangen van precedenten. Dit risico willen we beheersen door op basis van eenduidige kaders een compacte maar voltige overeenkomst uit te werken die op één manier kan worden uitgelegd. 3
Beantwoording technische vragen -
We zien verschillende gemeenten die een vergelijkbare regeling in het leven hebben geroepen. Het spoedeisend belang is gekomen vanuit de signalen die de ondernemingen in de bedoelde doelgroep hebben afgegeven. Met name gezien de verdergaande openstellingen, zijn ondernemingen nu bezig met het versterken van de bedrijfsvoering waar het overbruggingskrediet op is gericht.
Vraag 10:
Vraag commissie behandeling: Kan de gemeente dit handelen in de zin van de benodigde capaciteit voor het boekenonderzoek e.d.?
Antwoord 10:
Met betrekking tot het opstellen van de kaders en voorwaarden (in de Nadere Regels) hebben we voldoende kennis in huis bij de vakgroep Financiën en de vakgroep Economie om die op te stellen. Daarbij kunnen we gebruik maken van het contact met de Rabobank om inzicht te krijgen in voorwaarden die Banken om doelmatig en met bepaalde zekerheid leningen te kunnen verstrekken. Wat betreft de afhandeling kunnen Financiën en Economie helpen met de advisering om te beslissen op aanvragen. Bovendien kunnen we een onafhankelijke externe derde inzetten voor een boekenonderzoek. We gaan we uit van een beperkt aantal aanvragen en dientengevolge beperkte kosten voor een eventueel boekenonderzoek. Bij de uitvoering verzorgt Publieks Zaken de behandeling van aanvragen. Daarbij gaat het om het registreren en verwerken van aanvragen, voorbereiding advies besluitvorming en uitvoering en archivering besluitvorming. De bovenbeschreven ambtelijke inzet (met uitzondering van het externe deskundige advies voor het boekenonderzoek) kan met de huidige capaciteit worden ingevuld.
Meer vragen over hetzelfde onderwerp? Voeg dan rijen toe met de tab-toets.
*Als u de vragen woensdag voorafgaand aan de raadsavond/raadsvergadering vóór 12.00 uur mailt, beantwoordt het college uw vragen de dag van raadsavond/raadsvergadering uiterlijk om 15.00 uur. Artikel uit het Reglement van Orde gemeenteraad Best 2020: Artikel 3.36 – Technische vragen 1. Technische vragen worden kort en bondig geformuleerd. Het zijn informatieve vragen die bedoeld zijn om een beter begrip van een onderwerp of raadsvoorstel te krijgen. Het kunnen vragen zijn over feiten, omstandigheden en de uitleg daarvan of over de gevolgen van een besluit. 2. Technische vragen moeten ingediend worden bij de griffie. Dit kan tot uiterlijk woensdag voor 12.00 uur, voorafgaand aan de dag van de raadsavond waarop het onderwerp geagendeerd staat. Het college spant zich in om de technische vragen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk vóór 15.00 uur van de dag van de vergadering of raadsavond te beantwoorden. 3. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst.
4