CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

21031.8 - Quick scan ecologie Oirschotseweg 18-24

Raadsvergadering 12 juli 2021, gemeente BestBij agendapunt: 21031 - Bestemmingsplan Oirschotseweg 18-244.094 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MaerlanJ

BM-RAPPORT 2020

1 o 9 ' e

Best Oirschotseweg 18 - 24 Ecologische quickscan J. van Suijlekom, 27 maart 2020

Archiefexemplaar van BL21-02830

- Ecologie quick scan toelichting ontwerpbestemmingsplan 'Oirschotseweg 18-24'

ínhoud Blz 1

Inleiding

3

1.1

Algemeen

3

1.2

Methode I doel

3

1.3

Beschrijving van het plangebied en deingrepen

3

2

Wet- en regelgeving

4

2.1

Wet natuurbescherming

4

3

Bronnenonderzoek

7

3.1

Data uit de Nationale Databank FloraenFauna (NDFF)

7

3.2

Gebiedsbescherming

8

4

Resultaten van het veldonderzoek

8

4.1

Algemeen

8

4.2

Beschermde soorten: resultaten enverwachting

9

5

Conclusie en advies

11

Conclusie

11

Advies

12

Literatuur

13

Impressie van het plangebied Foto’s: Buro Maerlant 28-02-2020.

ifflii:’1

r«cS WIP™"

iiīsiin r Wr~'

**

.

Best Oirschotseweg 18 - 24 Ecologische quickscan

2

1 Inleiding 1.1 Algemeen In opdracht van Bouwbedrijf Van Laarhoven BV heeft Buro Maerlant een ecologische quickscan uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ingrepen in het plangebied Oirschotseweg 18 t/m 24 te Best. Het veldbezoek werd uitgevoerd op 28 februari 2020. Men is voornemens 19 vrije sector appartementen te realiseren waarvoor de bestaande bebouwing wordt gesloopt.

1.2 Methode I doel De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek en de verslaglegging daarvan. Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van diersporen zoals uitwerpselen, krab- en graafsporen, en is de vegetatie bekeken. Tevens zijn waarnemingen van aanwezige diersoorten gedaan. Op basis van expert-judgement is een inschatting gemaakt van het mogelijke voorkomen van beschermde soorten. Dit is af­ gewogen tegen de toekomstige ontwikkelingen. Doel van het onderzoek is een goed on­ derbouwde inschatting te geven, zodat kan worden gehandeld conform de Wet natuurbe­ scherming.

1.3 Beschrijving van het plangebied en de ingrepen Het plangebied Oirschotseweg 18 t/m 24 (vanaf nu ‘het plangebied') is gelegen binnen de bebouwde kom van Best en omvat een tweetal bedrijfpanden met bovenwoning en een vrij­ staande woning met tuin (figuur 1). Men is voornemens 19 vrije sector appartementen te realiseren waarvoor de bestaande bebouwing wordt gesloopt. Figuur 1 Situering van het plangebied (rood). Bron luchtfoto: Google.

Maxim's Outlet

Unique Beautique

M

pçatie Best

^ Ļ .Cafetaria De

[Smiõlčel-Best BV 10

Bastille

I * v-Breadpoihť

* «

:"

isřríť"

Ai Heijden Meubelambacht T vdi-

;;

i- ff.

MGM Makelaardij B V ' -

-

Best Oirschotseweg 18 - 24

3

Wet- en regelgeving 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn in deze wet geïmplementeerd. Bevoegd­ heden inzake ontheffingen en vrijstellingen komen met deze wet te liggen bij de provincie. In sommige situaties is het Rijk bevoegd gezag.

Soortbescherming: drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent inzake soortbescherming drie aparte beschermingsregimes: voor soorten van de Vogelrichtlijn, van de Habitatrichtlijn inclusief het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en voor andere nationaal beschermde soorten. Per beschermingsregime gelden aparte verbodsbepalingen en bijbehorende vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden (zie onderstaande tabel).

Tabel 1

Beschermingsregime soorten

Beschermingsregime soorten

Beschermingsregime andere

Vogelrichtlijn ş 3.1 Wn

Habitatrichtlijn ş 3.2 Wn

soorten ş 3.3 Wn

Art 3.1 lid 1

Art 3.5 lid 1

Art 3.10 lid 1a

Het is verboden in het wild

Het is verboden soorten in hun

Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming. Bron: brochure soortbe­ scherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken.

levende vogels opzettelijk te

natuurlijke verspreidingsgebied

doden of te vangen.

opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2

Art 3.5 lid 4

Art 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk

Het is verboden de voortplan-

Het is verboden de vaste voort-

nesten, rustplaatsen en eieren

tingsplaatsen of rustplaatsen

plantingsplaatsen of rustplaatsen

van vogels te vernielen of te

van dieren te beschadigen of te

van dieren opzettelijk te beschadi­

beschadigen, of nesten van

vernielen

gen of te vernielen

Art 3.1 lid 3

Art 3.5 lid 3

Niet van toepassing

Het is verboden eieren te

Het is verboden eieren van

rapen en deze onder zich te

dieren in de natuur opzettelijk te

hebben

vernielen of te rapen

Art 3.1 lid 4 en lid 5

Art 3.5 lid 2

Het is verboden vogels op­

Het is verboden dieren opzette­

zettelijk te verstoren, tenzij de

lijk te verstoren

vogels weg te nemen

Niet van toepassing

verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van in­ standhouding van de desbetr­ effende vogelsoort Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5

Art 3.10 lid 1c

Het is verboden plantensoorten

Het is verboden plantensoorten in

in hun natuurlijke verspreidings­

hun natuurlijke verspreidingsgebied

gebied opzettelijk te plukken en

opzettelijk te plukken en te ver­

te verzamelen, af te snijden, te

zamelen, af te snijden, te ontworte­

ontwortelen of te vernielen

len of te vernielen

Best Oirschotseweg 18 - 24 Ecologische quickscan

4

Ontheffing en vrijstelling Op basis van een ontheffing of een vrijstelling is overtreding van de verbodsbepalingen in principe mogelijk. Aangetoond dient te worden dat er sprake is van geen andere bevredigen­ de oplossing (alternatief), er sprake is van een door de wet genoemd belang (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid) en de ingreep geen afbreuk doet aan de gunstige instandhouding van de soort. Nieuw in de wet is dat voor alle soorten de mogelijkheid wordt geboden te werken volgens een goedgekeurde gedragscode. Indien aan bovenstaand wordt voldaan geldt een vrijstelling als aantoonbaar wordt gewerkt volgens een goedgekeurde ge­ dragscode. De verbodsbepalingen zijn gericht op het individu, echter wordt bij de beoordeling of kan worden afgeweken van de bepalingen gekeken naar de gunstige instandhouding van de soort. De zorgplicht blijft in de Wet natuurbescherming evenwel van toepassing, óók voor niet beschermde soorten, dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor alle planten en dieren en de leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, echter kan hierop door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd.

Jaarronde bescherming vogels Nesten van vogels zijn doorgaans alleen beschermd tijdens het broedseizoen. Van een be­ perkt aantal vogelsoorten zijn nesten ook in de niewe wet buiten het broedseizoen en dus jaarrond beschermd (zie tabel 2).

Categorie

Omschrijving Jaarrond beschermde nesten

Tabel 2 Beschermingscat-

1

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedsei­ zoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil).

egorieën nesten, waar­ op de verbodsbepalin­ gen van artikel 3.1 en

2

3.5 Wnb van toepas­

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De

sing zijn: Jaarrond(1 t/m 4) of tijdens het

fysiekke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief

broedseizoen (cate­

beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus).

gorie 5).

3

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk).

4

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil).

Niet jaarond beschermde nesten Let op: onderbouwing en eventueel nader onderzoek echter gewenst. Indien sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden, zijn ook deze nesten beschermd. 5

Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (voorbeeld: boerenzwaluw, ekster, groene specht en spreeuw.

Best Oirschotseweg 18 - 24 Ecologische quickscan

5

Van alle categorieën vogels in hierboven genoemde tabel is het belangrijk aan- of afwezigheid van nesten Z territoria aan te tonen en sprake is van een mogelijk effect. Via een omgevingscheck en eventueel nader onderzoek is dit mogelijk. Voor categorie 5 - soorten is een potentie inschatting doorgaans voldoende.

Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming is gebiedsbescherming op vergelijkbare wijze geregeld als de voormalige Natuurbeschermingswet 1998. Ook in de Wet natuurbescherming wet beoogt men bescherming van gebieden die nationaal en internationaal van belang zijn. Het betreft de bescherming van gebieden op Nederlands grondgebied die vanuit de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn zijn aangewezen. Gezamenlijk vormen deze gebieden een Europees netwerk: Natura 2000. De status van beschermde natuurmonumenten is bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet komen te vervallen. Het merendeel van de voormalig beschermde gebieden maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en zijn op deze wijze beschermd.

Ingrepen en effecten In de Wet natuurbescherming is bepaald, dat handelingen of projecten die mogelijk schadelijk invloed hebben op Natura 2000-gebieden vergunningsplichtig zijn. Door middel van toetsing wordt bepaald of sprake is van effecten,en zo ja in welke mate dit is. Toetsing vindt plaats in drie fasen:

orientatiefase of voortoets; verstorings- en verslechteringstoets (bij mogelijke negatieve, maar géén significant negatieve effecten); passende beoordeling (kans op significant negatieve effecten).

Als uit de verstorings- en verslechteringstoets blijkt, dat sprake is van mogelijk negatieve effecten dient in een aanvullende toetsing een effectbeoordeling plaats te vinden en is een vergunning nodig. Het bevoegd gezag (de provincie en in sommige situaties het Ministerie) verleent een vergunning onder strikte voorwaarden, waarbij met voldoende mitigerende en compenserende maatregelen de instandhoudingsdoelstellingen zijn gewaarborgd.

Best Oirschotseweg 18 - 24 Ecologische quickscan

6

3 Bronnenonderzoek 3.1 Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Voor het onderzoek zijn de gegevens uit de NDFF middels quickscanhulp opgevraagd. Het betreft waarnemingen van beschermde soorten krachtens de Wet natuurbescherming binnen een straal van 0 tot 5 km ten opzichte van het plangebied. Dit is exclusief algemene be­ schermde soorten waarvoor bij ruimtelijke ingrepen een provinciale vrijstelling geldt. De ge­ gevens zijn in de onderstaande tabel weergegeven (tabel 4). Tabel 4

Soort

Soortgroep

Bescherming

Afstand

Data uit de NDFF:

Alpenwatersalamander

Amfibieën

wnb-andere soorten

0 - 1 km

waarnemingen strik­

kleine ijsvogelvlinder

Insecten - Dagvlinders

wnb-andere soorten

0 - 1 km

ter bescherm­

Beekrombout

Insecten - Libellen

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Bosbeekjuffer Gevlekte glanslibel

Insecten - Libellen

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Insecten - Libellen

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Levendbarende hagedis

Reptielen Vaatplanten

wnb-andere soorten

0 - 1 km

wnb-andere soorten

0 - 1 km

de soorten in de omgeving van het plangebied, exclusief

Kartuizer anjer

algemene soorten waarvoor een

Beekprik Bunzing

Vissen

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

provinciale vrijstel­

Eekhoorn Steenmarter

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Wezel

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Boomkikker Heikikker

Amfibieën

wnb-hrl

0 - 1 km

Amfibieën

wnb-hrl

0 - 1 km

Poelkikker

Amfibieën

wnb-hrl

0 - 1 km

Rugstreeppad

Amfibieën

wnb-hrl

0 - 1 km

Gaffellibel

Insecten - Libellen

wnb-hrl

0 - 1 km

Gevlekte witsnuitlibel

wnb-hrl

0 - 1 km

teunisbloempijlstaart

Insecten - Libellen Insecten - Macronachtvlinders

wnb-hrl

0 - 1 km

Bever

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Franjestaart Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Gewone/Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Gewone grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Laatvlieger

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Rosse vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Watervleermuis

Zoogdieren Vogels

wnb-hrl

0 - 1 km

wnb-vrl

0 - 1 km

Buizerd Gierzwaluw

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Grote Gele Kwikstaart

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Havik

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Huismus

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Kerkuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Ooievaar

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Ransuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Roek Slechtvalk

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Sperwer

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Steenuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Wespendief Zwarte Wouw

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

gentiaanblauwtje

Insecten - Dagvlinders

wnb-andere soorten

1 - 5 km

grote vos Speerwaterjuffer

Insecten - Dagvlinders

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Insecten - Libellen

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Hazelworm

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Dreps

Reptielen Vaatplanten

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Grote leeuwenklauw

Vaatplanten

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Damhert

Zoogdieren

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Edelhert

Zoogdieren

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Waterspitsmuis Drijvende waterweegbree

Zoogdieren Vaatplanten

wnb-andere soorten

1 - 5 km

wnb-hrl

1 - 5 km

Bosvleermuis Kleine dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Vale vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

ling geldt. © NDFF - quickscanhulp.nl 16-12-2019

Boomvalk

Bij de uitwerking van de resultaten van het veldonderzoek (zie hier onder) wordt een verwach­ ting uitgesproken in hoeverre deze beschermde soorten ín het plangebied aanwezig kunnen zijn en in hoeverre effecten zijn te verwachten.

Best Oirschotseweg 18 - 24 Ecologische quickscan

7

3.2 Gebiedsbescherming Het plangebied is niet nabij Natura 2000-gebieden gelegen, deze gebieden bevinden zich op een afstand van ruim 9 km of meer opzichte van het plangebied. Effecten zijn door deze afstand grotendeels uit te sluiten doordat sprake is van lokatie gebonden activiteiten. Over grotere afstand kán emissie van stikstof een negatief effect hebben op kwetsbare habitats in deze gebieden. Het dichtstbij gelegen gebied met stikstofgevoelige habitats betreft Kampina & Oisterwijkse Vennen. Blijkens AERIUS (berekening d.d. 30 maart 2020) levert een NOx uitstoot tot circa 350 kg op jaarbassis nog géén depositie op naar deze gebieden. Door­ dat de nieuwbouw conform de huidige regels gasloos wordt uitgevoerd is in de gebruiks­ fase alleen (niet elektrisch) gemotoriseerd verkeer relevant. Voor een dergelijke hoge uitstoot zijn enkele duizenden verkeersbewegingen per etmaal benodigd. Een aantal dat redelij­ kerwijs niet zal worden gehaald. Tijdens de sloop en bouw- /aanlegfase worden voor tijdelijke duur machines gebruikt zoals hijskranen, graafmachines en vrachtwagens voor transport. De emissie van stikstof is sterk afhankelijk van het type machine dat wordt gebruikt, waarbij het vermogen, type brandstof en de ouderdom bepalend is.

Dieselmotoren van Euro 6 klasse (vanaf bouwjaar 2015) leveren bij hetzelfde dieselverbuik een aanmerkelijk lagere (factor 10) uitstoot op dan oudere modellen. Het plafond van 350 kg wordt benaderd bij het gebruik van een ouder model (2011) type zware machine (stage III) met een dieselverbruik van 30.000 liter op jaarbasis. Bij hetzelfde verbruik levert een Euro 6 machine (vanaf bouwjaar 2015) met het­ zelfde vermogen een uitstoot op van circa 34kg NOX. Redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zowel tijdens de aanlegVbouwfase als in de gebruiksfase een dergelijk hoge depositie niet zal worden bereikt. Het aspect stikstof vormt voor het plan geen belemmering.

Zones op een afstand van ruim 1,5 kilometer of meer in de omgeving maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (of NNN). Ingrepen in- of direct nabij het Natuurnetwerk zijn niet voorzien. De ingrepen zijn locatiegebonden en vinden plaats in een reeds bebouwde omgeving. Effecten op het Natuurnetwerk kunnen door de beperkte aard van de ingrepen en de relatief grote afstand redelijkerwijs worden uitgesloten.

4 Resultaten van het veldonderzoek 4.1 Algemeen Het veldonderzoek werd uitgevoerd in vroege middag van 28 februari 2020. Tijdens het veldbezoek was het bewolkt en droog, bij een temperatuur van circa 7 ^.

Biotopen In het plangebied waren de volgende biotopen aanwezig: Bebouwing, bestaande uit een woonhuis, twee bedrijfspanden (winkel en restaurant) met bovenwoningen en garageboxen, deels overkapt en in gebruik als opslagruimte. De be­ bouwing was opgetrokken uit baksteen en voorzien van pannedaken. Tevens laagbouw aanwezig met platte daken. Een klein gedeelte van het plangebied bestond uit een braakliggend perceel met spaarzaam algemene grassen en soorten als de grote brandnetel en Canadese fijnstraal. Verhardingen divers.

Best Oirschotseweg 18 - 24 Ecologische quickscan

8

In de omgeving waren de volgdede biotopen aanwezig: Bebouwing, divers, met bijbehorende infrastructuur; Overig deel braakliggend terrein en een bouwplaats met een woning in aanbouw.

4.2 Beschermde soorten: resultaten en verwachting Planten Op ruimere afstand van het plangebied is één beschermde vaatplant aangetroffen. Het betreft de kartuizer anjer (zie data NDFF in tabel 4). In het plangebied zijn geen beschermde planten aangetroffen, dan wel kon het mogelijke voorkomen op basis van het habitat op voorhand worden uitgesloten. Muren waren gaaf en onbegroeid. Beschermde muurplanten werden niet aangetroffen. Het braakliggende perceel was voedelrijk en soortenarm. De aanwezigheid van beschermde vaatplanten kan redelijkerwijs worden uitgesloten.

Zoogdieren algemeen In de omgeving zijn blijkens de data van de NDFF de das, de waterspitsmuis en diverse klei­ nere marters aangetroffen, waaronder de steenmarter in de nabije omgeving. Voor de meeste soorten ontbrak op voorhand geschikte biotoop. Voor de steenmarter was de bebouwing on­ toegankelijk. Sporen werden (dan ook) niet aangetroffen. De aanwezigheid van trikt bescherm­ de grondgebonden zoogdieren binnen de invloedssfeer van de ingrepen kan op basis van deze habitatscan redelijkerwijs worden uitgesloten.

Vleermuizen Verblijfplaatsen In de omgeving van het plangebied zijn diverse soorten vleermuizen waargenomen, waaronder de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. De meeste soorten zijn in meer of mindere mate gebouwbewonend. De watervleermuis is een uitgesproken boombewonende soort. In het en/of nabij plangebied zijn geen bomen aangetroffen met voor vleer­ muizen geschikte holten. De bebouwing is echter beoordeeld als toegangkelijk en geschikt voor vleermuizen. Het betreft pannendaken en gevelbetimmeringen met een voor vleermuizen toegankelijke tussenruimte. Binnen de context van het plangebied en op basis van het type ge­ schikte openingen, worden in eerste instantie de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de laatvlieger verwacht. De bebouwing, kan functie hebben als kraamverblijf, zomerverblijf, paarverblijf en mogelijk als winterverblijf bij milde winters. Muren waren allen massief, zónder spouw.

Voorafgaand aan de ingrepen aan de bebouwing is nader onderzoek nodig om zekerheid te krijgen over de aan- of afwezigheid van vleermuizen en welke functies aanwezig zijn. Doordat moderne gebouwen vrij eenvoudig geschikt gemaakt kunnen worden voor vleermuizen, kan worden gesteld dat op voorhand afdoende mogelijkheden te creëren zijn in de nieuwe situatie.

Foerageergebied en vliegroutes Het plangebied heeft door de aanwezigheid van de bebouwing zelf enige potentie als foerageergebied. Door het geringe oppervlak geschikt foerageergebied in relatie tot overig foe-

Best Oirschotseweg 18 - 24 Ecologische quickscan

9

rageergebied in de omgeving, kan op voorhand worden gesteld dat geen sprake is van es­ sentieel foerageergebied. Negatieve effecten op de navigeer- en foerageermogelijkheden van vleermuizen zijn redelijkerwijs uit te sluiten.

Vogels Algemeen In het plangebied werden tijdens het veld bezoek geen vogels waargenomen. Nesten werden voor zover dat zichtbaar was niet aangetroffen, echter kúnnen vogels op de meest uiteenlopende plek­ ken broeden en evenueel ook onder de pannen. In de nabijheid van de te slopen bebouwing kúnnen eveneens algemene vogels broeden. Te verwachten soorten zijn onder meer de, Turkse Tortel, me­ rel, zanglijster en de winterkoning. Het betreft allen uiterst algemene soorten van categorie 5, waarvan nesten niet jaarrond beschemd zijn als voldoende alternatieven aanwezig zijn. In de omgeving zijn ruimschoots alternatieven aanwezig, zodat geen sprake is van bijzondere ecologische redenen op basis waarvan sprake is van jaarronde bescherming. Door rekening te houden met de broedperiode, wordt voorkomen dat nesten worden verstoord.

Jaarrond beschermde soorten De te slopen bebouwing is gedeeltelijk beoordeeld als potentieel geschikt voor de huismus. Het betreft het pannendak van één pand die beoordeeld is als toegankelijk en geschikt voor de huismus. De huismus werd tijdens het veldbezoek zowel in het plangebied zelf als in de ruime omgeving niet gezien of gehoord. Echter is een eenmalig bezoek in deze tijd van het jaar onvoldoende om volledig uitsluitsel te geven. Middels twee veldbezoeken in de periode april - medio juni kan de aan- of afwezigheid van de huismus met zekerheid worden aange­ toond. Het pannedak is daarnaast potentieel geschikt voor de gierzwaluw. Nader onderzoek in de periode 1 juni - 15 juli is nodig om de aan- of afwezigheid aan te tonen.

In het plangebied zijn geen sporen aangetroffen van roofvogels en/of uilen. De aanwezigheid van nesten van deze jaarrond beschermde vogelsoorten kan worden uitgesloten.

Vissen In het plangebied ontbreekt open water. Effecten op vissen zijn dan ook niet van toepassing.

Amfibieën en reptielen Blijkens de data uit de NDFF zijn in de nabijheid van het plangebied diverse soorten strikter beschermde amfibieën en zijn ook reptielen aangetroffen. Binnen het plangebied ontbrak geschikte biotoop voor beide soortgroepen, mede door de afwezigheid van water en/of vol­ doende beschutting. De aanwezigheid van strikter beschermde amfibieën en reptielen kan redelijkerwijs worden uitgesloten.

Insecten In de (ruimere) omgeving van het plangebied zijn diverse vlinders en libellen aangetroffen. In het plangebied ontbraken potenties door de afwezigheid van specifieke waardplanten en/ of water.

Best Oirschotseweg 18 - 24 Ecologische quickscan

10

Overige soortgroepen Voor de overige door de Wet natuurbescherming strikter beschermde soortgroepen ontbreekt geschikt leefgebied in het plangebied. Effecten zijn door de aard van de ingrepen ook niet aan de orde.

5 Conclusie en advies Soorten In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende po­ tentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden:

Kans op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen bebouwing; Kans op de aanwezigheid van nesten van de huismus en de gierzwaluw in de te slopen bebouwing; Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd).

Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief af­ doende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Echter, is het noodzakelijk nader onderzoek naar vleermuizen, de huismus en de gierzwaluw uit te voeren om actueel gebruik van de bebouw­ ing vast te kunnen stellen voorafgaand aan de sloop. Na uitvoer van het onderzoek kunnen, indien noodzakelijk, gepaste maatregelen worden getroffen.

Duurzaam alternatief in de nabije omgeving Op dit moment worden door de initiatiefnemer op korte afstand (circa 80 meter) van het plangebied tien patiowoningen gerealiseerd. Deze woningen (vijf twee-onder-een-kapwoningen) lenen zich bij uitstek om geschikt te maken voor de te verwachten beschermde soorten. In samenspraak met Buro Maerlant worden in deze woningen vroeg in seizoen 2020 duur­ zame voorzieningen getroffen in de vorm van neststenen en inbouw vleermuiskasten. In de gevels, gericht op het zuiden, worden per woning twee vleermuiskasten aangebracht. In de ge­ vels gericht op het noorden worden per gevel twee nestsstenen voor de gierzwaluw en/ of

de

huismus

aangebracht.

Enerzijds

biedt

dit

deze voorzieningen dienen als alternatief indien

nieuwe

kansen,

anderzijds

kunnen

beschermde soorten worden aange­

troffen in het plangebied.

Beschermde gebieden Het plangebied ligt niet in beschermde gebieden krachtens Natura 2000, EHS Z de Provinciale Verordening. Er is voldoende aannemelijk gemaakt, dat effecten van de plannen op bescherm­ de gebieden in de ruimere omgeving uitgesloten zijn.

Advies

Best Oirschotseweg 18 - 24

11

Vleermuizen Aanbevolen wordt voorafgaand aan de sloop nader onderzoek uit te voeren naar vleermuizen conform het vleermuizenprotocol. Het onderzoek dient volgens het huidige protocol (versie 2017) te bestaan uit twee bezoeken in midden mei tot midden juli en twee bezoeken in de periode midden augustus tot 1 oktober, allen met een onderlinge tussenpoos van circa 20 30 dagen.

Huismus Aanbevolen wordt nader onderzoek uit te voeren naar de huismus. In de periode april - mid­ den juni zijn hiervoor twee (ochtend)bezoeken nodig.

Gierzwaluw Aanbevolen wordt nader onderzoek uit te voeren naar de gierzwaluw conform het kennisdoc­ umenten Gierzwaluw van BIJ12: 3 bezoeken in de periode 1 juni - 15 juli.

Vogels algemeen Doordat de kans bestaat dat broedende vogels in of nabij de te slopen bebouwing aanwezig

kunnen zijn, wordt aanbevolen

de sloop uit te voeren

buiten

het broed-

seizoen (ná half juli en vóór half maart). Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan.

Literatuur Best Oirschotseweg 18 - 24 Ecologische quickscan

12

Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk, en J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht.

Diepenbeek, A. van, 1999. Veldgids Diersporen (tweede druk, 2003). KNNV Uitgeverij, Utrecht.

Meijden, R. van der, 2005. Heukel's flora van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen.

Internet Google maps »

http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/ http://www.natuurindegemeente.nl/aandeslagmetdenatuurwet/wp-content/uploadsZ2016Z12ZSoortenbescherming^ijj"uimtelijkeJngrepen^.3^5122016.pdf https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx www.nederlandsesoorten.nl

Buro

Maerlant Dorpsstraat 1 7 4271

AA

Dussen

T 085 877 86 85 E info@BuroMaerlant.nl KvK

www.BuroMaerlant.nl

69667705

Best Oirschotseweg 18 - 24 Ecologische quickscan

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10143537/1