21031.11 - Vormvrije m.e.r.-beoordeling Oirschotseweg 18-24
Tekst van het document
Aanmeldíngsnotîtîe Onderwerp
:
Oirschotseweg 18-24 Best
Datum
:
3 april 2020
Inleiding Een initiatiefnemer is voornemens om op een locatie gelegen aan de Oirschotseweg 18-24 in Best, negentien nieuwe appartementen te realiseren. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op grond van het vigerende bestemmingsplan. Voor het creëren van de juiste juridisch-planologische basis wordt derhalve het bestemmingsplan herzien.
Het planvoornemen valt aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van onderdeel D 11.2 van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). De voorgenomen activiteit voldoet echter niet aan de opgenomen drempelwaarden in kolom 2 (gevallen). Om die reden is een vormvrije m.e.r.-beoordeling in de vorm van voorliggende aanmeldingsnotitie opgesteld.
Onderstaand worden eerst beknopt de wettelijke grondslag en de procedurele vereisten ten aanzien van de aanmeldingsnotitie uiteengezet. Vervolgens vindt een inhoudelijke beschrijving van de projectkenmerken en de (potentiële) milieueffecten plaats. Op basis daarvan wordt tot slot geconcludeerd of het doorlopen van een m.e.r.-procedure ofwel een formele m.e.r.beoordelingsprocedure al dan niet noodzakelijk wordt geacht.
Juridisch kader In de Wet milieubeheer c.q. het Besluit m.e.r. is de verplichting opgenomen dat voor bepaalde activiteiten, plannen en besluiten die (mogelijk) grote milieugevolgen kunnen hebben, een m.e.r.procedure doorlopen dient te worden. Het doel hiervan is om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten.
In onderdeel C en D van het Besluit m.e.r. is vastgelegd welke activiteiten respectievelijk direct m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling verricht dient te worden. Hierbij zijn in kolom 2 (gevallen) indicatieve drempelwaarden opgenomen.
S8IU* Archiefexemplaar van BL21-02833
- aanmeldingsnotitie vergunningvrije mer ontwerpbestemmingsplan 'Oirschotseweg 18-24'
Als gevolg van een wetswijziging van het Besluit m.e.r. (d.d. 7 juli 2017) dienen activiteiten die de drempelwaarden van onderdeel D niet overschrijden, eveneens onderworpen te worden aan een m.e.r.-beoordeling. In tegenstelling tot activiteiten die de drempelwaarden wel overschrijden, zijn hierop geen vormvereisten van toepassing en is derhalve sprake van een vormvrije m.e.r.beoordeling. De motivering dient echter gebaseerd te zijn op een toets die qua Ínhoud aansluit bij de rechtstreeks verplichte m.e.r.-beoordeling. Zo dient er aandacht te worden besteed aan de criteria die zijn opgenomen in bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Afhankelijk van de aard, omvang en locatie van de activiteit, uit het verschil zich dan ook met name in de benodigde diepgang.
Het uiteindelijke doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is om na te gaan of een activiteit, plan of besluit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Hieruit kunnen twee conclusies naar voren komen: »
Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.beoordeling noodzakelijk.
»
Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een formele m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.
Procedurele vereisten Het bevoegd gezag is op basis van een aanmeldingsnotitie verplicht om een besluit te nemen over het al dan niet doorlopen van een m.e.r.-(beoordelings)procedure. Dit zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordelingsbesluit dient plaats te vinden voor de terinzagelegging van het ontwerp van een ruimtelijk plan en dient binnen zes weken na aanlevering van de aanmeldingsnotitie genomen te worden. Het besluit hoeft niet gepubliceerd te worden, staat op zichzelf niet open voor bezwaar en beroep en wordt uiteindelijk opgenomen in het ontwerp moederbesluit of-plan.
Kenmerken van het project Locatie Onderhavig planvoornemen betreft een binnenstedelijke ontwikkeling aan de rand van het centrum van Best. De planlocatie is momenteel bebouwd en in gebruik als woningen, horeca en detailhandel. De ontwikkeling is voorzien op de percelen kadastraal bekend als gemeente Best, sectie E, nummers 4219, 4218, 5232 en 5233. Rondom de planlocatie in Best is sprake van een mix tussen bedrijvigheid, winkels en wonen. Het plangebied sluit in het zuiden aan op een gebied waar overwegend wordt gewoond. Ten zuiden van het plangebied, aan de Oirschotseweg, zijn ook een bakkerij, cafetaria en restaurant gevestigd. Ten oosten van het plangebied is een spoorlijn en station Best gelegen. De planlocatie is weergegeven in figuur 1.
Oirschotseweg 18-24 Best
pagina 2/7
’ c"-
-
Figuur 1: Planlocatie
De locatie kent rondom het plangebied geen bijzondere landschappelijke of natuurlijke waarden. De planlocatie bevindt zich niet in de directe omgeving van monumentale of cultuurhistorisch waardevolle panden. Voorts is de planlocatie gelegen in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Het archeologisch onderzoek zal echter pas plaats vinden na de sloop van de huidige bebouwing, waardoor bij de herziening van het bestemmingsplan gewerkt wordt met een dubbelbestemming archeologie waarde 3. Mochten er bij de bodemingrepen archeologische vondsten plaatsvinden, dan geldt onverminderd een meldingsplicht. Op deze manier is de bescherming van de eventuele archeologische waarden geborgd. Tot slot zijn er wat betreft de locatie geen specifieke aandachtspunten ten aanzien van aanwezige natuurlijke hulpbronnen, milieugevoeligheid en/of het opnamevermogen.
Aa
Oirschotseweg 18-24 Best
pagina 3/7
Aard en omvang Het planvoornemen ziet toe op de ontwikkeling van negentien appartementen via een bestemmingswijziging van de huidige bebouwde grond naar een woonbestemming ten behoeve van een appartementencomplex bestaande uit negentien appartementen (zie figuur 2 voor een impressie van het appartementencomplex). Het betreft daarmee een relatief kleinschalig woningbouwplan op een plek waar voorheen reeds oudere bebouwing stond. Er worden aan de hand van de ontwikkeling naast het onoverkomelijke huishoudelijke afval, geen noemenswaardige milieubelastende afvalstoffen geproduceerd. Eventuele tijdelijke hinder als gevolg van de bouwwerkzaamheden wordt daarnaast tot een minimum beperkt. Tot slot maakt de voorziene bestemming geen functies/activiteiten mogelijk die het risico op zware ongevallen of rampen vergroten ofwel schade toe brengen aan de menselijke gezondheid.
-1- ■■-QJļI ļlfļll|l1ĮI|í|
VOORGEVEL
ACHTERGEVEL
Figuur 2: Voorgevel en achtergevel ontwikkeling
Aa
Oirschotseweg 18-24 Best
pagina 4/7
Nut en noodzaak Het planvoornemen voorziet in een actuele huisvestingsbehoefte binnen de reguliere woningmarkt. Dit wordt geconcludeerd aan de hand van de 'bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant, Actualisering 2017' en de Woonvisie van de gemeente Best. Daarnaast krijgt de locatie een woonfunctie met een geheel nieuw gebouw die past bij het heersende straatbeeld, waardoor de kwaliteit en uitstraling van het omliggende woongebied versterkt wordt. Cumulatie met andere projecten Er is geen sprake van onevenredige cumulatie ten aanzien eventuele belangrijk nadelige milieueffecten die op zouden kunnen treden. Er zijn geen andere ontwikkelingen in de nabije omgeving die enige vorm van onevenredige cumulatie teweeg zouden kunnen brengen.
Kenmerken van het potentiële effect Ecologie De afstand van de planlocatie tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ('Kampina Ik Oisterwijkse Vennen') bedraagt circa acht kilometer. Aan de hand van een uitgevoerde stikstofdepositieberekening (resultaat: 0,00 mol/ha/jaar) is vastgesteld dat het planvoornemen geen significant negatieve gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van dit Natura2000 gebied. Het planvoornemen bevindt zich daarnaast ook niet in of in de directe nabijheid van het Natuurnetwerk Brabant. Op basis van voorgaande is dan ook voldoende aannemelijk gemaakt dat de effecten van het plan op beschermde gebieden in de ruimere omgeving uit te sluiten zijn.
Verder zijn de eventuele natuurwaarden op de planlocatie met behulp van een quickscan in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat aanvullend onderzoek nodig is ten behoeve van de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. Daarnaast wordt er tijdens de bouw van de woningen al gebruik gemaakt van duurzame voorzieningen voor de mogelijk aanwezige soorten. Indien van toepassing wordt conform de aanvullende onderzoeken de nodige maatregelen genomen, zodat er geen sprake zal zijn van nadelige effecten. Daarnaast worden de algemene zorgplicht en het broedeizoen voor vogels in acht genomen, zodat overtredingen van de Wet natuurbescherming en daarmee mogelijk samenhangende belangrijke nadelige milieueffecten te allen tijde voorkomen worden.
Aa
Oirschotseweg 18-24 Best
pagina 5/7
Water De planlocatie is niet aangewezen als (beperkt) beschermd of attentiegebied. Daarnaast wordt het afvalwater en het hemelwater in de nieuwe situatie gescheiden op de perceelgrens aangeboden. Gezien de huidige hoogteligging is ter plaatse verder ook geen sprake van grondwateroverlast. Door het voorzien van een vloerpeil zoals bestaand of iets hoger dan het wegpeil, is geen (grond)wateroverlast binnen de planlocatie of bij derden te verwachten. Door de ontwikkeling zal het verhard oppervlak toenemen met minder dan 2.000 m2. Op basis van het beleid van het waterschap De Dommel en de gemeente Best is er geen waterbergingsopgave voor deze planlocatie. Indien van toepassing, wordt conform de eisen van het waterschap de Dommel een passende oplossing verzorgd, zodat sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Bodem De voorziene functie brengt geen noemenswaardige bodem- en/of grondwaterverontreiniging met zich mee. Daarnaast is de milieuhygiënische bodem- en grondwaterkwaliteit via een verkennend bodemonderzoek inzichtelijk gemaakt. Hieruit blijkt dat de conditie van de bodem geen belemmering vormt voor het planvoornemen. Geluid Het planvoornemen straalt geen onaanvaardbare geluidhinder uit op de omgeving. Daarnaast is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en industrielawaai uitgevoerd om de geluidsbelasting vanuit de omgeving in kaart te brengen.
Hieruit is gebleken dat voor het wegverkeerslawaai de voorkeurgrenswaarde wordt overschreden voor de Oirschotseweg Hoofdstraat, de maximale ontheffingswaarde wordt echter niet overschreden. Hetzelfde geldt voor de spoorlijn Eindhoven - Boxtel. Bij de gemeente Best kan een verzoek worden ingediend tot het vaststellen van een hogere waarde. In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat het nieuwbouwproject wordt gebouwd ter vervanging van bestaande bebouwing. Gezien de beperkte omvang van het project is het niet reëel om maatregelen aan de bron of in het overdrachtsgebied te treffen, met als doel om de geluidbelasting te reduceren. Wanneer een hogere waarde wordt verleend door de gemeente, moet voor de nieuwe woningen worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit. Luchtkwaliteit Het planvoornemen draagt niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging en de huidige luchtkwaliteit is niet van dusdanige aard dat een goed woon- en leefklimaat in het geding is. Geur Het planvoornemen veroorzaakt geen stankoverlast en is zelf ook niet onderhevig aan potentiële geurhinder.
Aa
Oirschotseweg 18-24 Best
pagina 6/7
Zonering Om potentiële overlast en aantasting van rechten te voorkomen, wordt rekening gehouden met de vastgelegde richtafstanden uit de 'Handreiking Bedrijven en Milieuzonering'. Het planvoornemen is voorzien in een hoofdzakelijk woongebied en wordt op zichzelf aangemerkt als milieugevoelige in plaats van milieubelastende functie. Er bevinden zich geen bedrijfspercelen in de buurt die als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling in hun mogelijkheden beperkt worden. In de omgeving bevinden zich een restaurant, bakkerij en cafetaria. De richtafstanden vanuit deze functies worden echter gerespecteerd, waardoor er in het kader van zonering geen belemmeringen optreden. Externe veiligheid Er is een quickscan externe veiligheid uitgevoerd en hieruit is gebleken dat het planvoornemen niet voorziet in de toelaatbaarheid van risicovolle objecten. Daarnaast bevinden er zich geen risicobronnen in de directe nabijheid, waardoor de standaardverantwoording voor het groepsrisico van toepassing is.
Conclusie en advies Aan de hand van voorliggende aanmeldingsnotitie is inzichtelijk gemaakt welke (mogelijke) gevolgen voor het milieu al dan niet door het planvoornemen ontstaan. Gelet op de projectkenmerken en de hiermee samenhangende (potentiële) milieueffecten, wordt geconcludeerd dat het planvoornemen van dusdanig beperkte invloed op het milieu is dat allerminst sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige milieugevolgen'.
Er bestaat daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure dan wel formele m.e.r.-beoordelingsprocedure. Op basis hiervan wordt het bevoegd gezag dan ook geadviseerd om een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen, waarin wordt afgezien van het opstellen van een milieueffectrapport ofwel het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure voor onderhavige ontwikkeling.
Aa
Oirschotseweg 18-24 Best
pagina 7/7