CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

21022.4 - Reader voor de raad met hoofdlijnen transitievisie warmte en links naar sites

Raadsavond 12 april 2021, gemeente BestBij agendapunt: 21022 - Themasessie Transitie visie warmte - sessie routekaart7.304 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Leeswijzer Reader

Dit document legt kort uit wat u allemaal krijgt en kunt lezen. We geven nogal wat artikelen en links mee. Verder is het aan u waar u prioriteit aan wil geven! We raden u aan om eerst de wegwijzers van Platform 31 door te nemen. Deze geven de meeste informatie die nodig is. Daarna kunt u de specifiekere onderwerpen induiken waar u wilt. In sommige gevallen is er een link toegevoegd in plaats van een artikel. Veel wordt tegenwoordig op webpagina’s gedeeld, waarbij het beter overkomt om het ook daar te lezen dan de webpagina te downloaden of het geschrevene te kopiëren. Algemene websites waar u veel informatie kunt ophalen zijn: www.Hieropgewekt.nl www.Platform31.nl www.aardgasvrijewijken.nl https://www.expertisecentrumwarmte.nl/l Platform 31 Wegwijzers Platform 31 heeft een aantal leeswijzers voor de warmtetransitie. Hierin zijn vooral de wegwijzer besluitvorming en de wegwijzer inhoudelijke kennis interessant. Er staan veel verwijzingen en links in naar andere stukken. Sommige hiervan hebben we ook in de reader meegegeven. We raden u aan niet alles te proberen te lezen: Er zitten stukken van meer dan 100 pagina’s per artikel bij. Er is ook een over participatie. Hier wordt meer ingegaan op algemene participatieprocessen en mogelijkheden waar al meer ervaring mee is.

(Als u wilt kunt u deze terugvinden op https://www.platform31.nl/uploads/media_item/media_item/153/75/Wegwijzer-warmtetransitie-Participatie1613567907.pdf) Verslag bijeenkomst warmtenetten G40 Bijgevoegd ook een verslag van een g40 bijeenkomst over warmtenetten. Hierin gaat het voor een groot deel over de rol die een gemeente volgens deze partijen moet hebben. Een kort verslag van 2 pagina’s.

Website Programma Aardgasvrij Wijken De website van het PAW, het Programma Aardgasvrij Wijken, geeft ook veel informatie. De meest geconcentreerde plek hiervoor is de pagina van veelgestelde vragen, die de moeite is om door te nemen: https://www.aardgasvrijewijken.nl/vraag+en+antwoord/veelgestelde+vragen/default.aspx

TNO onderzoek duurzaamheid Geothermie Een artikel van TNO sluit deze reader af. Omdat het een lang artikel is staat alleen de samenvatting hierin. Als u verder wil lezen is de publicatielink: http://publications.tno.nl/publication/34637523/9q8lcQ/TNO-2020duurzaamheid.pdf TNO heeft de duurzaamheid van geothermie onderzocht. Zijdelings komen in dit rapport ook een paar andere kenmerken van geothermie voorbij. Een paar belangrijke dingen die hieruit mee te nemen zijn: - De duurzaamheid hier is vooral gespitst op de CO2 uitstoot. Er wordt niet of minder gekeken naar het effect op de bodem - 20% van de CO2 uitstoot komt door bijstook (van aardgas). Er is ook bij geothermie een piekbelasting waarbij het voordelig is om extra warmte toe te voegen. In het model en het artikel gebruiken ze hier aardgas voor. Dat kan ook met andere bronnen of buffers gedaan worden. Pagina 1 van 2

Heijmans over peak shaving Belangrijk is wél het idee achter de bijstook: een oplossing voor de piekbelasting. Dit is voor vrijwel elke techniek een belangrijke component. Hier wat aan doen wordt ook wel ‘peak shaving’ genoemd, één van de grootste uitdagingen. Een website die dit uitlegt is de volgende: https://www.heijmans.nl/nl/verhalen/zowerkt-peak-shaving/ Hierin wordt gebruik gemaakt van batterijen en een all-electric oplossing: Er zijn ook andere methoden zoals een warmtebuffer.

Expertise centrum warmte Tot slot heeft het expertise centrum warmte voor een aantal bronnen een factsheet. De overkoepelde pagina waar de factsheets te vinden zijn: https://www.expertisecentrumwarmte.nl/themas/technische+oplossingen/techniekfactsheets+energiebronne n/default.aspx Geothermie https://www.expertisecentrumwarmte.nl/themas/technische+oplossingen/techniekfactsheets+energiebronne n/geothermie+nieuw/default.aspx

Ook interessant voor Best, en in het algemeen, zijn Zonnewarmte https://www.expertisecentrumwarmte.nl/themas/technische+oplossingen/techniekfactsheets+energiebronne n/zonnewarmte/default.aspx Warmteopslag: (ook weer met betrekking tot o.a. peak shaving) https://www.expertisecentrumwarmte.nl/themas/technische+oplossingen/techniekfactsheets+energiebronne n/factsheet+warmteopslag/default.aspx

Pagina 2 van 2

Wegwijzer Warmtetransitie: Besluitvorming

Wegwijzers Warmtetransitie De warmtetransitie (de overgang naar aardgasvrije wijken) is een grote opgave voor gemeenten. Welke rol heeft u hier als raadslid in? En welke informatie heeft u nodig om deze goed in te kunnen vullen? Raadsleden geven aan basisinformatie nodig te hebben over de warmtetransitie, zodat zij een strategische rol kunnen spelen in het bepalen van onder welke randvoorwaarden de warmtetransitie moet plaatsvinden. Zoals wat de gemeente wil bereiken of wat het mag kosten. De ‘Wegwijzers Warmtetransitie’ bieden deze basisinformatie. Daarnaast geven ze stof tot nadenken over de rol van de raad in deze transitie. Naast de basisinformatie bieden de Wegwijzers ook plusinformatie en verwijzingen naar aanvullende bronnen wanneer u ergens meer over wilt weten. Zo komt u goed beslagen ten ijs. Er zijn Wegwijzers over de volgende onderwerpen in de warmtetransitie: ‘Inhoudelijke kennis’, ‘Participatie’ en ‘Besluitvorming’. Dit is de Wegwijzer over Besluitvorming. In een aparte gesprekstool delen wij vragen, waarmee u met uw raad in een benen-op-tafelsessie in gesprek kunt gaan over de rol die u voor zichzelf ziet en welke kaders u kunt stellen.

Opbouw Wegwijzer Warmtetransitie Besluitvorming 1.

Welke besluiten moeten er worden genomen in de warmtetransitie?

2.

Welke relevante wetgeving is er over de warmtetransitie?

3.

Kan een gemeente de levering van aardgas stopzetten?

4.

Wat zijn de financiële mogelijkheden voor bewoners?

5.

Wat is eerlijk in de warmtetransitie?

1. Welke besluiten moeten er worden genomen in de warmtetransitie? De warmtetransitie vraagt tenminste drie besluiten:

Basis

Wie deze besluiten vaststelt, is nog in ontwikkeling. Bij vraag 2 van deze Wegwijzer gaan we hier dieper op in.

• Vaststellen Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 (uiterlijk 1 juni 2021) • Vaststellen Transitievisie Warmte (TvW) (uiterlijk 31 december 2021) Tip: Stel als raad een startnotitie vast voordat het college een Plan van Aanpak voor de Transitievisie Warmte gaat maken. Daarin kunnen procesafspraken worden vastgelegd en kaders worden meegeven. • Vaststellen Uitvoeringsplannen (UP) (doorlopend proces) Tip: Stel (opnieuw) participatiebeleid vast, dat is toegesneden op de participatievraagstukken rond de warmtetransitie. Het Klimaatakkoord stelt eisen aan participatie bij zowel de Transitievisie Warmte als het Uitvoeringsplan.

KLIMAATAKKOORD

Landelijk

RES

Regio

TRANSITIEVISIE WARMTE Gemeente UITVOERINGSPLAN PER WIJK

Wijk

Participatie stakeholders

Bewoners betrekken

1. Welke besluiten moeten er worden genomen in de warmtetransitie?

Basis

Het Stappenplan transitievisie warmte beschrijft de zeven stappen om te komen tot een transitievisie warmte. De raad kan met name een rol spelen bij twee stappen. Bij stap 2 (plan van aanpak) wordt gemeenteambtenaren aangeraden om het plan van aanpak voor te leggen aan de gemeenteraad en het college van B&W. Ook bij stap 7 (vaststellen) wordt aangeraden om de gemeenteraad bij het proces te betrekken, bijvoorbeeld door het plan van aanpak ter besluitvorming voor te leggen aan de raad. De raad kan dan o.a. aandacht besteden aan de ambities, uitgangspunten en randvoorwaarden in het plan. Voor deze elementen kan de raad kaders meegeven. Zo kan de raad bijvoorbeeld een startnotitie vaststellen voordat het college een plan van aanpak voor de transitievisie warmte gaat maken. Daarin kunnen procesafspraken worden vastgelegd en kaders worden meegeven.

Verder lezen...

Plus

• In het Klimaatakkoord (hoofdstuk Gebouwde omgeving, paragraaf C1.7 Een wijkgerichte aanpak) staan de uitgangspunten en afspraken beschreven over het aardgasvrij maken van wijken.

TRANSITIEVISIE WARMTE IN DE PRAKTIJK Zó doen andere gemeentes dat

• De Natuur- en milieufederaties en Natuur & Milieu tonen in deze publicatie verschillende voorbeelden uit de praktijk van gemeenten die bezig zijn met het opstellen van een Transitievisie Warmte. Daarin sluiten zij aan op het Stappenplan transitievisie warmte.

C Afspraken in sectoren C1 Gebouwde omgeving

2. Welke relevante wetgeving is er over de warmtetransitie? De Regionale Energiestrategie (RES), transitievisie warmte (TvW) en het uitvoeringsplan (UP) zijn nieuwe instrumenten, die in het kader van het Klimaatakkoord zijn ontwikkeld om de energietransitie in de gebouwde omgeving te realiseren. Om ervoor te zorgen dat de afspraken uit de TvW en het uitvoeringsplan juridisch bindend (en aanvechtbaar) zijn, worden ze verankerd in het omgevingsrecht. Raadsleden zullen dus ook het een en ander moeten weten over de instrumenten die de nieuwe Omgevingswet (voorgenomen vanaf 1 januari 2022) hiervoor biedt: omgevingsvisie, programma en omgevingsplan. Transitievisie warmte: Op dit moment is nog niet beslist of en welke nadere inhoudelijke eisen (naast die in het Klimaatakkoord staan) worden gesteld aan de TvW. Als deze visie wordt vormgegeven als onderdeel van de gemeentelijke omgevingsvisie, ligt de besluitvorming hierover bij de raad. In het geval dat de TvW moet worden uitgewerkt in een programma, ligt de beslisbevoegdheid bij het college van B&W.

Basis

Uitvoeringsplan: In het UP staat wanneer en hoe de wijk (stapsgewijs) van het aardgas af gaat en welk alternatief voor aardgas wordt gekozen. Het UP vormt de onderbouwing voor het omgevingsplan. Omgevingsplan Het omgevingsplan biedt: • Technische regels, ruimtelijke regels (zoals welstand) en procedurele regels • Regels over evenwichtige toedeling van functies aan locaties • Regels over activiteiten met (mogelijke) gevolgen voor de fysieke leefomgeving • Maatwerk: – Gebiedsgerichte maatwerkregels zoals: Op moment T stapt wijk X af van het aardgas en stapt over op de duurzame warmtevoorziening Y – Maatwerkvoorschriften in individuele beschikking: opleggen verplichtingen t.a.v. individuele bestaande gebouwen zoals: Het dak van gebouw Z moet gebruikt worden voor duurzame opwek van energie

2. Welke relevante wetgeving is er over de warmtetransitie? Naast de Omgevingswet wordt ook andere wetgeving aangepast om de energietransitie juridisch mogelijk te maken: • De Warmtewet wordt omgevormd tot de Wet Collectieve Warmtevoorziening (Warmtewet 2.0, 2022). Die wet zorgt voor een marktordening, waarin de publieke belangen betaalbaarheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid en energierechtvaardigheid zijn geborgd. • De Gaswet en Elektriciteitswet worden aangepast en gebundeld in de Energiewet (2023). In de nieuwe wet kan beter rekening worden gehouden met het groeiend aandeel hernieuwbare en decentraal opgewekte energie. • Er vindt aanpassing plaats van de huur(prijs)regelgeving (2023), waaronder het woningwaarderingsstelsel. Dat moet leiden tot de juiste prikkels om woningen te renoveren. De regelgeving gaat uit van een “gestandaardiseerde woonlastenbenadering”, waardoor verhuurders kosten in rekening kunnen brengen die gelijk zijn aan de verlaging van de energielasten van de huurder. • Er komt uitbreiding van het bestaande initiatiefrecht voor huurders, gericht op energetische verbeteringen, zoals in situaties waarin verhuurders niet kunnen of willen verduurzamen.

Basis

Verder lezen... • Vanaf pagina 10 van deze kamerbrief van 28 september 2020 over stand van zaken rond het thema Gebouwde Omgeving van het Klimaatakkoord wordt ingegaan op de wettelijke verankering van de transitievisie warmte. • Op de website van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) is meer informatie te vinden over de juridische (on)mogelijkheden van de warmtetransitie. • Op de website van de VNG staat meer informatie over de nieuwe Warmtewet, met doorverwijzing naar de wettekst en toelichting.

Plus

3. Kan een gemeente de levering van aardgas stopzetten?

Basis

De ambitie van volledig aardgasvrije wijken vraagt van alle gebouweigenaren het (vrijwillig) overstappen op duurzame alternatieven. Bij woningcorporaties is de instemming nodig van 70% van de huurders met renovatiemaatregelen in een wijk of complex. Gemeenten zullen dus veel energie moeten steken in uitleggen waarom de warmtetransitie nodig is en in het verleiden van bewoners om mee te doen. Meer informatie over hoe bewoners verleid kunnen worden om mee te doen vindt u in de Wegwijzer Warmtetransitie over Participatie.

Belangrijk uitgangspunt is dat een gemeente pas besluit over de einddatum van het gasnet, als er duidelijkheid is over het alternatief voor de gasvoorziening. En dat dit besluit tijdig bekend wordt gemaakt. Raadsleden kunnen bijdragen in het overtuigen van inwoners en uitleg geven, maar als inwoners pertinent weigeren, zijn ook hun middelen beperkt. Als kader kunnen raadsleden meegeven dat de transitie zorgvuldig moet gaan. Pas als aan alle voorwaarden is voldaan, past in extreme gevallen het stopzetten van de levering van aardgas.

Maar wat als bewoners echt niet van het aardgas af willen, ook nadat het hele democratische proces is doorlopen? In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er als laatste noodgreep een algemene, gemeentelijke afsluitbevoegdheid komt. Daarmee kan het transport van aardgas in aangewezen wijken worden beëindigd. Zover is het nu nog niet. Aanpassing van de wetgeving kost tijd. Vooruitlopend daarop is het wel mogelijk om als gemeente een experiment aan te vragen, waarmee wijken al aardgasvrij gemaakt kunnen worden.

Op de website van aardgasvrijewijken.nl staat een informatiepagina over de afsluitbevoegdheid van gemeenten en de experimenteermogelijkheden.

4. Wat zijn de financiële mogelijkheden voor bewoners? De warmtetransitie doet financieel een sterk beroep op onder andere woningeigenaren. Zij moeten hun woning klaarmaken voor de infrastructuur die aardgas vervangt. Hoewel het op de lange termijn vaak ook iets oplevert, zijn er op de korte termijn investeringen voor nodig. In het Klimaatakkoord (pag. 15) staat hierover: “Woonlastenneutraliteit is het uitgangspunt. Dat kan, als we de kosten door opschaling via aanboden vraagbundeling, digitalisering en innovatie laten dalen en met betere financiering ervoor zorgen, dat voor het overgrote deel van de bewoners de maandlasten van de lening die je aangaat voor de verbouwing niet hoger zijn dan het voordeel dat je op de energierekening boekt. Waar dat niet lukt, zullen we met gerichte ondersteuning moeten komen.” Of er woonlastenneutraliteit of zelfs rendement mogelijk is, hangt sterk af van de woning, de bewoners zelf en de warmtebron, zo blijkt uit een analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving uit augustus 2020. Volgens hen blijft subsidiëring nodig om dit te bereiken. En zelfs dan blijft het financieel niet erg aantrekkelijk. Omdat de situatie in ieder huishouden zo verschilt, zou het volgens hen wellicht beter zijn om uit te gaan van betaalbaarheid, dan van woonlastenneutraliteit.

Basis

4. Wat zijn de financiële mogelijkheden voor bewoners? Milieu Centraal nuanceert dit beeld, door er onder andere op te wijzen dat vooral isolatie wel voordelig kan zijn, verduurzaming ook andere dan financiële voordelen heeft (zoals klimaatwinst en comfortverbetering) en dat de resultaten sterk afhangen van de gekozen meetmethode. Zo heeft het PBL de huidige subsidieregelingen niet meegenomen in haar berekeningen. De financiering van de warmtetransitie is in het bijzonder ingewikkeld voor woningeigenaren met een smalle beurs. Platform31 gaat in deze publicatie in op het bestaande aanbod aan financieringsmogelijkheden voor deze groep. Geconcludeerd wordt dat het aanbod beperkt is en het voor de gemiddelde woningeigenaar momenteel ingewikkeld is om een goed beeld te krijgen van passende mogelijkheden. Aan deze mogelijkheden wordt wel gewerkt, bijvoorbeeld door in het Warmtefonds verantwoorde financieringsmogelijkheden te ontwikkelen voor woningeigenaren die niet in aanmerking komen voor reguliere financiering.

Basis

Verder lezen... • In paragraaf C1.5 ‘Financiering van de verduurzaming van woningen en gebouwen’ van het Klimaatakkoord is te lezen welke afspraken zijn gemaakt over de ontwikkeling van financieringsmogelijkheden. • Op de website van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) staat aan welke vraagstukken rond kosten en financiering wordt gewerkt. Hierover komt in de toekomst meer informatie op de website te staan. • De Leidraad van het Expertise Centrum Warmte (ECW) geeft inzicht in de kostenefficiëntie van verschillende warmtestrategieën, waarmee nagegaan kan worden welke strategieën de laagste nationale kosten hebben. In januari 2021 komt er ook een product dat de landelijk gemiddelde eindgebruikerskosten per woningtype laat zien.

Plus

5. Wat is eerlijk in de warmtetransitie? Bij het nemen van besluiten over de warmtetransitie komt vroeg of laat de vraag op: welk besluit is eerlijk? Hoe worden de lasten verdeeld, wie worden er ontzien en wie profiteren er? Is het eerlijk als subsidie vooral naar rijkere inwoners gaat omdat zij eerder overgaan tot investeren? Is het eerlijk als iemand zonder elektrische auto via de belasting meebetaalt aan de laadpaal voor iemand met elektrische auto? En welke rol kun je als raadslid spelen om te bepalen wat eerlijk is? Voor eerlijkheid wordt vaak de term rechtvaardigheid gebruikt (of de Engelse term ‘fairness’). De meningen van bewoners over beleid hangen vaak samen met hoe rechtvaardig zij dit beleid ervaren op twee vlakken (SCP, 2020: Op weg naar aardgasvrij wonen): • Deels ligt dit in de procedurele rechtvaardigheid van het beleid (een transparant en eerlijk proces). Hiervoor kun je inzetten op het bewaken van democratische principes, zoals in de Wegwijzer Warmtetransitie over Participatie worden behandeld. • Daarnaast ligt dit in distributieve rechtvaardigheid van het beleid (een eerlijke verdeling van kosten en baten).

Basis

5. Wat is eerlijk in de warmtetransitie? Udo Pesch van de TU Delft schrijft in een blog dat het kenmerkend is voor het klimaatprobleem, en daarmee de warmtetransitie, dat het een technisch én een rechtvaardigheidsprobleem is. “Het is technisch van aard, omdat er nieuwe technologieën nodig zijn om de energietransitie mogelijk te maken. Het gaat om rechtvaardigheid, omdat er op korte termijn welvaartsverlies is, maar die is zeker niet voor iedereen gelijk.” In een ander blog legt hij helder uit hoe bij bewoners een gevoel van onrechtvaardigheid kan ontstaan rond de energietransitie, en hoe u hiermee om kunt gaan. In de SCP-studie Op weg naar aardgasvrij wonen is ook onderzocht of er een verband is tussen de door bewoners ervaren rechtvaardigheid van het klimaatbeleid in brede zin en hun steun voor het aardgasvrijbeleid. Hier vinden zij geen verband tussen. Dit heeft er volgens hen mogelijk mee te maken, dat het op dit moment nog lastig is om te beoordelen of kosten van het klimaatbeleid eerlijk worden verdeeld. “Dat betekent niet dat rechtvaardigheid geen belangrijke randvoorwaarde is voor de verdere

Basis

invulling van het beleid. In onze eerdere kwalitatieve studie zagen we dat ook mensen die zich positief over het aardgasvrijbeleid uitspraken, ook benadrukten dat het belangrijk is dat de kosten onder burgers eerlijk verdeeld worden.” Als raadslid kunt u achterhalen wanneer bewoners in uw gemeente de warmtetransitie rechtvaardig vinden en als raad onderling in gesprek gaan over deze vraag. Hierover kunt u het gesprek met het college aangaan of kaders stellen met randvoorwaarden voor rechtvaardigheid (bijv. over de verdeling van lusten en lasten).

Verder lezen... Op welke manieren kunt u naar rechtvaardigheid kijken? En wat kunt u leren uit conflict in de energietransitie? Hier leest u meer over in de publicatie ‘Veel gedoe om iets?! De waarde van conflict in de energietransitie’ van de TU Delft.

Plus

Veel gedoe om iets?!

De waarde van conflict in de energietransitie

Inzichten uit het RESPONSE programma

1

Colofon Deze Wegwijzer maakt onderdeel uit van de serie Wegwijzers Warmtetransitie voor raadsleden en griffiers en is ontwikkeld door: Saskia Buitelaar, Merel Ooms en Anne Heeger (Platform31) In samenwerking met: – Programma Aardgasvrije Wijken (Julia Sondermeijer, Jaap Drooglever, Manouk Staal, Aletta van der Werff, Lincy Mulder) – Democratie in Actie (Elfride Willemse, Tim op ‘t Hoog) – Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (Gerhard Brunsveld) – Vereniging van Griffiers (Wim Voeten) Met dank aan de raadsleden en griffiers die tijdens drie bijeenkomsten en de voorbereiding daarvan hebben meegedacht over de rol van raadsleden in de warmtetransitie en de informatie die zij nodig hebben. Ook dank aan de experts die hebben bijgedragen aan de bijeenkomsten en het aandragen van relevante informatie. Versie: februari 2021

Wegwijzer Warmtetransitie: Inhoudelijke kennis

Wegwijzers Warmtetransitie De warmtetransitie (de overgang naar aardgasvrije wijken) is een grote opgave voor gemeenten. Welke rol heeft u hier als raadslid in? En welke informatie heeft u nodig om deze goed in te kunnen vullen? Raadsleden geven aan basisinformatie nodig te hebben over de warmtetransitie, zodat zij een strategische rol kunnen spelen in het bepalen van onder welke randvoorwaarden de warmtetransitie moet plaatsvinden. Zoals wat de gemeente wil bereiken of wat het mag kosten. De ‘Wegwijzers Warmtetransitie’ bieden deze basisinformatie. Daarnaast geven ze stof tot nadenken over de rol van de raad in deze transitie. Naast de basisinformatie bieden de Wegwijzers ook plusinformatie en verwijzingen naar aanvullende bronnen wanneer u ergens meer over wilt weten. Zo komt u goed beslagen ten ijs. Er zijn Wegwijzers over de volgende onderwerpen in de warmtetransitie: ‘Inhoudelijke kennis’, ‘Participatie’ en ‘Besluitvorming’. Dit is de Wegwijzer over Inhoudelijke kennis. In een aparte gesprekstool delen wij vragen, waarmee u met uw raad in een benen-op-tafelsessie in gesprek kunt gaan over de rol die u voor zichzelf ziet en welke kaders u kunt stellen.

Opbouw Wegwijzer Warmtetransitie Inhoudelijke kennis 1.

Waarom werken we in Nederland aan de warmtetransitie?

2.

Hoe gaat u het gesprek aan met bewoners die zorgen hebben of weerstand bieden?

3.

Met welke instrumenten werkt de overheid aan de warmtetransitie?

4.

Hoe kan een gemeente invulling geven aan de regierol?

5.

Wat moet u weten over alternatieve technieken voor aardgas?

1. Waarom werken we in Nederland aan de warmtetransitie?

Basis

Waarom werken we in Nederland aan de warmtetransitie?

Wat is de rol van de gemeenteraad?

Veel raadsleden vragen zich af waarom we in Nederland aan de warmtetransitie werken. Zij krijgen hier vragen over van inwoners. De beslissing om van het aardgas af te gaan komt voort uit het Klimaatakkoord.

De warmtetransitie is een grote opgave met directe invloed op het leven van de bewoners die u als raadslid vertegenwoordigt. De raad kan vooraf kaders meegeven aan deze transitie: wat mag het kosten, hoe verloopt het proces en wat moet het ongeveer opleveren? De raad heeft een kaderstellende en controlerende rol en vertegenwoordigt de inwoners van de gemeente. Het is daarom belangrijk om van tevoren goed na te denken over hoe u als raadslid invulling wilt geven aan deze drie verschillende rollen bij de warmtetransitie.

In het Klimaatakkoord staan afspraken tussen bedrijven, instellingen en overheden om samen in Nederland de uitstoot van broeikasgassen in 2030 te halveren (vergeleken met 1990). Het gebruik van aardgas zorgt voor een groot deel van de CO2-uitstoot. Een belangrijk onderdeel van het akkoord is daarom dat Nederland van het aardgas afgaat.

1. Waarom werken we in Nederland aan de warmtetransitie? In opdracht van Democratie in Actie heeft de Argumentenfabriek een informatiekaart gemaakt. Deze laat de rollen van raadsleden zien bij het opstellen van een Transitievisie Warmte, en geeft aan hoe zij deze kunnen invullen. Een interactieve visualisatie van de VNG laat op het niveau van de wijk, gemeente, regio en landelijk zien welke afspraken vanuit het Klimaatakkoord zijn gemaakt en hoe deze met elkaar samenhangen.

Basis

2. Hoe gaat u het gesprek aan met bewoners die zorgen hebben of weerstand bieden? Veel bewoners nemen in eerste instantie een afwachtende en terughoudende houding aan in de transitie naar aardgasvrij. Een deel van hen ziet het belang ervan niet in en verzet zich ertegen. Anderen hebben grote zorgen over bijvoorbeeld de betaalbaarheid of de komende veranderingen. Als raadslid wilt u hen vertegenwoordigen en hun zorgen serieus nemen, maar tegelijkertijd weet u dat u deze transitie niet tegen kunt houden. Hoe kunt u daarmee omgaan? Hoe gaat u in gesprek met deze bewoners? Daarbij gaat het zowel om het voeren van gesprekken met individuele bewoners als om communicatie richting en met groepen bewoners. Dit zal deels vanuit ambtenaren van de gemeente plaatsvinden, maar welke rol wilt u hier als raadslid in spelen?

Basis

2. Hoe gaat u het gesprek aan met bewoners die zorgen hebben of weerstand bieden?

Basis

Inhoud Om in gesprek te gaan met bewoners met weerstand en zorgen over de warntetransitie is het van belang een begrijpelijk verhaal te vertellen over het hoe en waarom van de warmtetransitie. In deze Wegwijzer vindt u hier belangrijke elementen voor die u hierbij kunt gebruiken. Dit verhaal maakt duidelijk dat raadsleden de verandering niet kunnen tegenhouden, maar dat u wel invloed heeft op de manier waarop deze transitie plaatsvindt. Bijvoorbeeld door scherpe kaders te stellen of aandacht te vragen voor de ideeën van verschillende groepen inwoners.

Vorm Naast de inhoud, kan de vorm helpen om deze gesprekken goed te laten verlopen. De Handreiking Participatie van het Programma Aardgasvrije Wijken geeft suggesties voor de manier waarop gesprekken kunnen worden gevoerd. De handreiking is gebaseerd op ervaringen uit

verschillende ‘proeftuinen Aardgasvrije Wijken’. Dit zijn gebieden die een bijdrage vanuit het Rijk hebben gekregen om te leren over het aardgasvrij maken van wijken.

2. Hoe gaat u het gesprek aan met bewoners die zorgen hebben of weerstand bieden? In het onderdeel ‘Bewonerscommunicatie’ van de handreiking wordt bijvoorbeeld genoemd: neem een duidelijk standpunt in, gebruik één consequente boodschap, houd er rekening mee dat bewoners eerst vooral drempels zien, laat zien dat het menens is en maak duidelijk dat er draagvlak is onder andere bewoners. Ook kan het helpen om de bewoners van een wijk waar veel weerstand is of zorgen zijn, beter te leren kennen. In het onderdeel ‘Kennis maken met bewoners’ van de handreiking wordt hierover genoemd: bouw aan een relatie door in gesprek te gaan, laat het groeien door met kleine stappen te beginnen (bijvoorbeeld kleine energiemaatregelen) en begin met gesprekken die gaan over de wijk. Een manier om bewoners met weerstand of zorgen zich echt gehoord te laten voelen, is de methode Deep Democracy. Hierin worden alle stemmen (dus ook de tegenstem) gehoord, vanuit de gedachte dat het van belang is de wijsheid hieruit mee te nemen in besluiten.

Basis

2. Hoe gaat u het gesprek aan met bewoners die zorgen hebben of weerstand bieden? • In ‘Experts over communicatiemateriaal’ schrijven communicatieexperts van Blauw Research tips en adviezen voor communicatie met bewoners vanuit ervaringen uit de proeftuinen. Hiernaast leest u een voorbeeldpagina van hoofdstuk 2 dat inzichten bevat over framing. • In het publieksonderzoek van Blauw Research over communicatie rond de proeftuinen zijn zowel bewoners, als een panel van het Algemeen Nederlands Publiek geraadpleegd. • De gesprekstechniek ‘LSD’ (Luisteren, Samenvatten, Doorvragen) is bij velen bekend. Op Academie Portal vindt u een opfrisser hiervan. Zie Academie Portal en zoek het onderdeel ‘Gespreksvoering: Luisteren+Doorvragen’. • ‘HIER opgewekt’ heeft een website om bewoners te informeren en te activeren. Hier kunt u als raadslid ook veel informatie vinden of bewoners naar doorverwijzen.

Op naar een aardgasvrij Nederland Conceptrapportage van het publieksonderzoek naar de communicatie rondom het Programma Aardgasvrije Wijken in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken. ROK: kwantitatief en gecombineerd communicatieonderzoek Referentie: Publieksonderzoek Aardgasvrije Wijken Projectnummer Blauw: 23984

Plus

Jan.

'20

3. Met welke instrumenten werkt de overheid aan de warmtetransitie?

Basis

Vanuit de overheid wordt met verschillende instrumenten gewerkt aan de warmtetransitie. Belangrijke instrumenten zijn:

warmtebron er gekozen wordt. Ook staat in het plan wanneer de wijk of buurt daadwerkelijk van het aardgas afgaat.

Transitievisie Warmte (TVW)

Regionale Energiestrategie (RES)

De Transitievisie Warmte beschrijft welke wijk of buurt wanneer van het aardgas af gaat. Deze visie wordt uiterlijk iedere vijf jaar geactualiseerd. De eerste Transitievisie Warmte moet in 2021 klaar zijn en richt zich op de periode tot en met 2030. De gemeente stelt deze visie op in samenspraak met stakeholders zoals de netbeheerder en woningcorporaties.

In de Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft elke van de in totaal 30 energieregio’s in Nederland welke keuzes zij maken voor hernieuwbare energie, warmtebronnen en energieinfrastructuur. De regio’s maken ook een Regionale Structuur Warmte (RSW) die ingaat op de regionale warmtevraag en -aanbod en de kansen voor een bovengemeentelijke warmteinfrastructuur.

Uitvoeringsplan (UP) De gemeente stelt per buurt of wijk een Uitvoeringsplan op. Dit gebeurt op basis van een participatieproces met gebouweigenaren en andere stakeholders. De gemeente beschrijft hierin welke definitieve alternatieve

De interactieve visualisatie van de VNG gaat ook in op de instrumenten die op verschillende niveaus worden gebruikt.

4. Hoe kan een gemeente invulling geven aan de regierol? De manier waarop de gemeente regie neemt en voert, is bepalend voor het besluitvormingsproces, én voor de omgang met transitiepartners, zoals woningcorporaties, netbeheerders, bewonersinitiatieven en VvE’s. Of de gemeente nu kiest voor een top-downbenadering, het initiatief aan de wijken laat of de twee aanpakken combineert en sturing geeft door middel van randvoorwaarden en spelregels, elke keuze heeft consequenties voor de samenwerking, het besluitvormingsproces en de benodigde kennis. Wat is de rol van de gemeenteraad in het bepalen van het type regierol van de gemeente? Het Kennis- en Leerprogramma ontwikkelde samen met gemeenten het ‘Stappenplan Transitievisie Warmte’. In het Plan van aanpak (stap 2) staat hoe de gemeente invulling kan geven aan haar regierol en wat dat betekent voor de organisatiestructuur en het te doorlopen proces (inclusief de inrichting van het participatieproces) en een communicatieplan. Stap 7 gaat over Vaststellen.

Basis

De Argumentenfabriek heeft in opdracht van het Kennis- en Leerprogramma (KLP) en in samenwerking met gemeenten een afwegingskader opgesteld om gemeenten te helpen bij het kiezen van hun regierol in het maken van een Transitievisie Warmte. De vier regierollen zijn de Afwachtende, Integrale, Sturende en Procesregisseur.

Verder lezen…

Plus 1. Introductie

3. Visie op regie

4. Besluitvorming

5. Kennis in beleid

6. Slotwoord

46

BESLUIT

BESLUIT

HOE

• De Raad wordt op de hoogte gebracht van rolneming en systeemgrenzen • Afdelingshoofd neemt beslissing f naar Verkenning

DOEL

Participatie Participatie

• Check bij stakeholders of kaders kloppen. • Verleidingsstrategie

Bij opzetten subsidieregeling of aanbesteding moet de spelregels integraal gericht zijn op de hele warmtetransitie, dus betrekking hebben op warmtelevering, opslag, piek- en back-upcapaciteit, en isolatie voor vraagreductie

• Jaarlijkse update monitoringsparameters • Jaarlijkse update spelregels op basis van cruciale systeemafhankelijkheden • Jaarlijkse update innovaties

• Informeren bewoners • Intensieve samenwerking transitiepartners

DOEL

HOE

HOE HOE

DOEL

• Samen met transitiepartners, op basis van de randvoorwaarden de TvW kaart verder ‘inkleuren’. Dit als start om initiatieven aan te zwengelen • Samen met transitiepartners de systeemrisico’s in kaart brengen

• De Raad besluit over integrale subsidieregeling of integrale aanbesteding • De Raad besluit over adhoc realiseren van tijdelijke voorzieningen of actievere sturing op de volgorde van aanpassingen

• Monitoren voortgang • Monitoren acuraatheid spelregels • Monitoren innovaties • Start update TvW

• Systeemgrenzen: voornamelijk met netbeheerders en andere systeemactoren • Rol: afstemming en discussie met buurgemeenten die van invloed zijn op systeem • Met actoren eens worden over terminologie

BESLUIT

Monitoring

• Vaststellen randvoorwaarden • Gebiedsafbakening + prioritering • Verleiden transitiepartijen • Risicoanalyse maken

Intensieve gesprekken met systeemactoren en buurgemeenten

• Huidige systeem, bronnen, gebiedsopgave, onbenut potentieel en afhankelijkheden • Verdere detaillering genestheid systemen en eventuele warmtekavels • Voorstel voor de randvoorwaarden gebied en stad: technisch, financieel, proces

HOE

Subsidieregeling en/of aanbesteding

BESLUIT

Ontwerp plan

De Raad + partners op de hoogte brengen van inzicht in systeemafhankelijkheden en voorstel voor spelregelkaders/randvoorwaarden voor de stad en voor de verschillende wijken

BESLUIT

Afhankelijkhedenmatrix + randvw

• Zicht op systemen en systeemgrenzen • Zicht op belangrijkste stakeholders en hun belangen • Afstemming rolneming met buurgemeenten

DOEL

Intentie

Participatie

TvW regiemodel 'Navigeren'

DOEL

De gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, TNO en Platform31 ontwikkelden een jaar lang bouwstenen voor besluitvorming over de transitie naar aardgasvrije wijken. In ‘Innovatie in besluitvorming richting aardgasvrije wijken’ vindt u drie regiemodellen ‘Besturen, Laveren en Navigeren’, zes visuele routes voor de Transitievisie Warmte en het Wijkuitvoeringsplan en een inkijk in de besluitvormingsprocessen van transitiepartners.

2. Conceptueel model

• Integraal afwegingskader • Technische informatie • Onbenut potentieel • Kosten – baten, investering • Informatie transitiepartners

De Raad besluit over de TVW; hierin staan de verplichte randvoorwaarden voor de stad en de verschillende gebieden, de prioritering en inspirerende technische oplossingen per gebied

• Opzetten randvoorwaarden subsidieregeling of aanbesteding • Adaptief ingrijpen op tijdelijke voorzieningen • (Eventueel) sturen op volgorde

De Raad krijgt jaarlijks ter discussie drie notities die aanleiding kunnen geven de TvW aan te passen, of over te schakelen op een ander regiemodel: besturen

Systeemgrenzenkaart en woordenboek

Verkenning

TvW + Randvoorwaarden Uitvoering

Notitie monitoring TvW

Verder lezen… De Nederlandse School voor Openbaar Bestuur schreef in 2015 het rapport ‘Sedimentatie in sturing’. In hoofdstuk drie staan vier vormen van overheidssturing, te weten de rechtmatige overheid, de presterende overheid, de samenwerkende overheid en de responsieve overheid. In de warmtetransitie is de vorm van samenwerkende overheid van belang vanwege de rollen die meerdere partijen moeten vervullen om dit te bereiken.

Plus

Vanuit resultaten naar randvoorwaarden De presterende overheid New public Management (NPM)

De samenwerkende overheid Network Governance (NG)

Vanuit de overheid naar de samenleving

Vanuit samenleving naar de overheid Public Administration (PA?)

De rechtmatige overheid

Societal Resilience (SR) De responsieve overheid in de actieve samenleving

Vanuit randvoorwaarden naar resultaten

5. Wat moet u weten over alternatieve warmtetechnieken voor aardgas? De Leidraad van Expertise Centrum Warmte (ECW) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) geeft inzicht in de technisch-economische gevolgen van vijf warmtestrategieën op buurtniveau. Het bevat een ‘Startanalyse’ op basis van landelijke data en de ‘Handreiking voor lokale analyse’ met tips en richtlijnen om gemeenten te ondersteunen bij het verrijken hiervan met lokale data.

Introductie

Startanalyse

Lokale analyse

Verdieping

De techniekfactsheets van het Expertise Centrum Warmte (ECW) geven zeven energiebronnen en -dragers weer en gaan in op de mate van geschiktheid en duurzaamheid. Daarnaast bespreekt het ECW de consequenties voor betrokken partijen en de stand van de techniek.

Handreiking voor lokale analyse Verrijking Startanalyse ten behoeve van de transitievisie warmte

Versie: 3 september 2020

Expertise Centrum Warmte - Handreiking voor lokale analyse

Basis

1

Verder lezen… Ook TNO ontwikkelde uitgebreide informatiebladen, die de laatste ontwikkelingen op het gebied van waterstof en warmtenetten verzamelen. De publicatie Energietransitie als verbinder van platteland en stad? (Platform31) bevat inspirerende voorbeelden van rendabele en passende energieopwekking op het platteland en in de stad.

Plus

Colofon Deze Wegwijzer maakt onderdeel uit van de serie Wegwijzers Warmtetransitie voor raadsleden en griffiers en is ontwikkeld door: Saskia Buitelaar, Merel Ooms en Anne Heeger (Platform31) In samenwerking met: – Programma Aardgasvrije Wijken (Julia Sondermeijer, Jaap Drooglever, Manouk Staal, Aletta van der Werff, Lincy Mulder) – Democratie in Actie (Elfride Willemse, Tim op ‘t Hoog) – Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (Gerhard Brunsveld) – Vereniging van Griffiers (Wim Voeten) Met dank aan de raadsleden en griffiers die tijdens drie bijeenkomsten en de voorbereiding daarvan hebben meegedacht over de rol van raadsleden in de warmtetransitie en de informatie die zij nodig hebben. Ook dank aan de experts die hebben bijgedragen aan de bijeenkomsten en het aandragen van relevante informatie. Versie: februari 2021

VERSLAG Governance en financiering van warmtenetten van de toekomst 21 mei 2019

Geef gemeenten ruimte bij ontwikkeling warmtenetten! Ruim 45 ambtenaren kwamen op 21 mei bijeen om met elkaar in gesprek te gaan over de governance van warmtenetten. Immers, warmtenetten gaan een grote vlucht maken als we de signalen uit het Klimaatakkoord goed hebben verstaan. En het Ministerie van EZK is al het proces gestart dat moet leiden tot een Warmtewet 2.0. Voor het Duurzaamheidsplatform van de G40 de hoogste tijd om de vraag voor te leggen: ‘wat willen we nu eigenlijk zelf?’ Onder leiding van Eric Spaans trapte Aad Correljé (TU Delft) de bijeenkomst af met een inleiding waar hij dieper inging op ‘energie rechtvaardigheid’ naast aspecten als betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam. Hiervoor is het erkennen van onrechtvaardige situaties nodig en zal variëteit en diversiteit erkent moeten worden. Lokale variaties in bronnen, transport, afnemers en kostenstructuur vergen lokale oplossingen. In de energietransitie worden burgers geconfronteerd met een onzeker handelingsperspectief, komt er nieuwe infrastructuur die de omgeving beïnvloedt, zijn er grote verschillen in geschiktheid en kosten van technieken en is er variatie in de capaciteit en samenwerking om het te realiseren. Hierom zijn nationale reguleringsprincipes nodig samen met regionale coördinatie, representatie en beheer. Of verschillende tarieven per gemeente worden geaccepteerd is een politieke keuze.

Vanuit rechtvaardigheid s dan de primaire vraag wat de consequenties zijn voor verschillende groepen gebruikers en hoe deze tot uiting komen. Annelies Huygen (UvA) heeft zich breder georiënteerd op de governance en regulering van warmte in landen om ons heen. Opvallend is dan het lage aantal warmtebedrijven in Nederland. In Duitsland zijn er circa 2000 warmtebedrijven. In Denemarken, waar geen winst op warmte gemaakt mag worden, zijn er circa 400. Daar waar er geen burgerinitiatief is voor een warmtebedrijf doet de gemeente dat. Tarieven variëren wat innovatie stimuleert doordat gebruikers vragen gaan stellen over de prijsverschillen. Het warmtebedrijf beheerst de keten, bottom-up opgebouwd. In een dorp omvat het alles en in steden zijn deze kleine systemen gekoppeld aan een groter systeem. Huijgens vraagt zich ook af of we wel warmtenetten moeten willen. Volgens TNO kunnen de kosten voor isolatie gehalveerd worden waardoor kleine warmtenetten in micro-grids gekoppeld kunnen worden aan elektriciteitsnetten. Hou dan ook rekening met innovatie zoals energie producerende huizen en opslagmogelijkheden. Uiteindelijk is warmte een heel lokaal onderwerp waarvoor niet kan worden volstaan met 1 oplossing. Sanne Akerboom (UU) gaat meer in op de rol van burgers in het proces. Immers, de opgave voor 2050 is dan wel bedacht maar de rest nog niet.

Burgers organiseren zich vaak ook, maar wat ze willen kan vaak niet. Ook Energiecoöperaties lopen tegen veel belemmeringen aan. Er wordt wel met gemeenten gesproken maar in plaats van dat ze de handen ineen slaan drijven ze uit elkaar. De overheid is vooral bezig met regelingen en te experimenteren om te leren. En te leren… Aardgasvrij lijkt een doelstelling te zijn geworden evenals warmtenetten. De overheid heeft veel vastgelegd en daar worden mensen boos over want ze krijgen weinig ruimte. Voor participatie hoef je niette wachten op een Klimaatakkoord, dat kun je als gemeente vandaag al doen. Flexibliteit in de afspraken is waar gemeenten de ministers om moeten vragen, niet in weer een

experimenteerregeling. Regulering kan in de governance een goed hulpmiddel zijn. Durf de poort voor commerciële bedrijven te sluiten en te beginnen met een blanco vel met waarden die de grondslag vormen. Waarden als rendement voor burgers, inclusiviteit van burgers (iedereen moet mee kunnen doen) en niet alleen nadenken over de warmtevraag, dat is te beperkt. Na de pauze barst de discussie los rond de vraag ‘wat is het publieke belang wat je geregeld wil hebben als gemeente?’. Dat de urgentie hoog is, is voor iedereen helder. Met een splitsing van de warmteketen maak je bewoners niet gelukkig. Gemeenten moeten wel warmtetransitievisies opstellen maar sturingsinstrumenten in deze vrije markt ontbreken voor hun. Veel variabelen zijn immers onzeker wat een (langjarige) concessie lastig maakt. Immers, flexibiliteit is in de tussentijd wel nodig. Ontkoppeling van de aardgasprijs ook. Schaalgrootte speelt dan een rol bij steden: hoe groter het gebied hoe onzekerder het wordt. Maar als je voor een kleiner gebied kiest, doe je dat dan met of zonder rijke wijk. Hoe ga je dan om met de socialisatie? En de regionale opgave? Ook wordt gesteld dat marktwerking niet altijd leidt tot de beste oplossing.

Maar hoe beoordeel je als gemeente dan wat de beste oplossing is? Moet een warmtenet dan voldoen aan criteria als de Trias Energetica, revolverend? Mag de WOZ een rol spelen en heb je wel een kostbare verbruiksmeter nodig als de eigenaar al alles heeft gedaan wat mogelijk is? En in hoeverre speelt duurzaamheid in de keuzes? Moet je bijvoorbeeld wel inzetten op de warmte van een afvalverbrandingsinstallatie als dat eigenlijk een lock-in is? Een aanwijzing vanuit de gemeente wordt ook als risicovol ervaren vanwege de onzekerheden en veranderingen die er nog gaan komen. En in gesprek met de slimme energiebedrijven delf je al snel het onderspit. Maar ‘chery-picking’ moet ook worden voorkomen want anders blijft er een slechte business case over. Door te verplichten dat iedereen toegang heeft tot het warmtenet en dat deze altijd gekoppeld moet kunnen worden, is dat wellicht te voorkomen. Het roept wel de vraag op in hoeverre er nog vertrouwen is in Publiek-Private-Samenwerking. Ook zitten er de nodige politieke vragen achter deze discussie die op visieniveau met de Raad besproken dienen te worden. Vragen als ‘vinden we ontzorgen belangrijk’ en ‘willen we iedere 5 jaar het nieuwste of leggen we ons voor 30 jaar vast op het bestaande’. Wanneer de randvoorwaarden zo vergaand worden geformuleerd haken marktpartijen al snel af.

Er is dus een model nodig om daar doorheen te komen en niet weer een experiment of proeftuin om van te leren. We gaan richting voorzichtige conclusies van deze bijeenkomst. Volledige marktwerking is een illusie dus is een gereguleerde marktwerking met instrumenten nodig. ‘Hou het in publieke handen’ is het devies. Ga uit van maatwerk per situatie en creëer daar de ruimte voor. Laat gemeenten naar gelang de situatie zelf een warmtevoorziening bouwen en reguleren en accepteer dat er verschillen ontstaan in tarieven en betrokkenheid. Met de vele randvoorwaarden (socialiseren, zekerheid, transparantie, kostenverdeling, snelheid, systeemintegratie) is er geen sprake van een markt. Onderzoek de mogelijkheid van een publiek bedrijf, bijvoorbeeld een energieschap, en geef langdurige zekerheid voor bewoners met een vast bedrag. Aan de rijksoverheid de oproep om te zorgen voor een ontkoppeling met de aardgasprijs en het creëren van de ruimte voor gemeenten om te kunnen sturen op het publieke belang. Tot slot een les van het Mijnwater-project in Heerlen: aan warmte is geen gebrek, aan koude wel.

WHITE PAPER

DUURZAAMHEID VAN GEOTHERMIE IN WARMTENETTEN

December 2020

TNO-auteurs: Hester Dijkstra Dorien Dinkelman Maurice Hanegraaf Hans Veldkamp Jan-Diederik van Wees

Met bijdragen van: Roald Arkesteijn (Eneco), Richard Braal (TNO), Martijn Clarijs (TNO), Herman Exalto (EBN), Annelies Huygen (TNO), Arie Kalkman (TNO), Coen Meijers (DMT), Jan Willem Rösingh (namens HAL), Paul Wyers (TNO), Wart van Zonneveld (Floricultura)

2 / 36

DUURZA AMHE I D VA N G EOT HER M I E I N WA R M T E N E T T E N

INHOUD 1. Inleiding

5

2. CO2-emissieberekeningen CO2-emissie geothermiebron CO2-emissie van een geothermiebron in een warmtenetwerk in stedelijk gebied Optimaal warmtenetwerk scenario’s: 2020, 2030, 20XX Casus Zwolle

7 8 12 14 19

3. Naar een CO2-neutraal collectief warmtenetwerk Verduurzaming geothermiebron Verduurzaming van een warmtenet met geothermiebron

22 23 27

4. Conclusies

32

Dankwoord

34

Referenties

35

DUURZA AMHE I D VA N G EOT HER M I E I N WA R M T E N E T T E N

SAMENVATTING Geothermie heeft de potentie om een belangrijke bron van duurzame energie te worden voor het collectief verwarmen van gebouwen. Maar hoe duurzaam is een warmtenet met geothermiebron? Deze vraag is zeer actueel geworden nu de overheid versneld afscheid wil nemen van aardgas, en het aandeel duurzame warmte sterk wil laten toenemen. Om deze vraag te beantwoorden is de CO2-emissie van een geothermiebron en van een warmtenet met geothermiebron berekend. In vergelijking met een CV-ketel op aardgas is de CO2-uitstoot van een geothermiebron zo’n 90% lager. De totale CO2-emissie van een geothermiebron is 4,3-8,6 kg CO2/GJ (afhankelijk van het reservoir waaruit wordt geproduceerd). De bijvangst (formatiegas) is verantwoordelijk voor 2,2-7,4 kg CO2/GJ warmte. Daarmee is geothermie één van de meest duurzame warmtebronnen. Een op zichzelf staande geothermiebron kan echter niet direct een CV-ketel vervangen. Daarom is ook de CO2-uitstoot van een geothermiebron in combinatie met een warmtenet geanalyseerd. In de berekening zijn de eigenschappen van een warmtenet, zoals de bijstook (pieklast) en het warmteverlies, meegenomen. Om een reductie van de CO2-emissie van 70% te realiseren, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord, moet de gemiddelde uitstoot van warmtenetten in de gebouwde omgeving in 2030 onder de grens van 18,9 kg CO2/GJ komen.

De onderstaande figuur laat zien dat op systeem­ niveau niet zonder meer wordt voldaan aan deze eis. De normstelling in het voorstel Warmtewet van 25 kg CO2/GJ in 2030 wordt in de rekenvoorbeelden wel behaald. De belangrijkste bronnen van CO2-emissies in een warmtenet met geothermiebron zijn de pieklast, ingevuld door het verbranden van aardgas, en de warmteverliezen in een warmtenet. De laatste stoot geen CO2 uit maar vermeerdert de CO2-emissie van de rest van het systeem. In de berekende casussen zijn deze twee factoren verantwoordelijk voor 70 tot 83% van de totale CO2-emissie van het systeem. Er zijn voldoende opties om warmtenetten en geothermiebronnen te verduurzamen. Een belangrijke randvoorwaarde is dat de vergroening van de elektriciteitsmix wordt gerealiseerd. De belangrijkste verduurzamingsopties zijn: – Het verduurzamen van de bijstook (pieklast) met groene alternatieven voor aardgas – Het minimaliseren van warmteverliezen in het warmtenet – Het mitigeren van de bijvangst (herinjectie, CO2 afvangen, leveren aan gasnetwerk). Geothermie is nu al een duurzame warmtebron met een lage CO2-emissie. Met behulp van de hierboven beschreven maatregelen voor zowel de bron als het warmtenet is het mogelijk om de uitstoot verder te verlagen, en zo uiteindelijk een CO2-neutraal warmtesysteem te realiseren.

3 / 36

4 / 36

DUURZA AMHE I D VA N G EOT HER M I E I N WA R M T E N E T T E N

Scenarios voor optimaal netwerk 40

30 25

4,9

6,2

12,7 5,9

4,1

2,5

Warmteverlies Bron - bijvangst Doelstelling Klimaatakkoord 2030; 18,9 kgCO2/GJ

1,6 12,7

12,7 5,9

1,7 1,6

2020

2,1

1,0

2030

5,9

1,7 -

-

Jura/Krijt

1,7

Jura/Krijt

0

12,7

12,7

Jura/Krijt

5

12,7

Perm

15 10

Doelstelling Klimaatakkoord

4,0

Perm

20

Doelstelling Warmtewet

7,0

Perm

Emissie (kgCO2/GJth)

35

20XX Bijstook aardgas Bron - elektriciteit pompen Doelstelling Warmtewet 2030; 25 kgCO2/GJ

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10036383/1