21020.6 - Afwegingskader duurzame energie opwekking buitengebied Best
Tekst van het document
Afwegingskader duurzame energieopwekking buitengebied Best
1. Inleiding; verhouding Visie en Afwegingskader Voor een zorgvuldige afweging van de diverse belangen ten aanzien van (grootschalige) energieopwekking op de gronden in het buitengebied, zoals zonnevelden, zijn toetsingscriteria van belang. Op 2 november 2020 heeft de gemeenteraad van Best de Visie duurzame energieopwekking buitengebied Best vastgesteld. Daarin zijn een groot aantal criteria opgenomen ten aanzien van natuur en landschap. Dit betreft behalve de afweging van mogelijke locaties in Best, ook de voorwaarden waaronder bijvoorbeeld de realisatie van grondgebonden zonnevelden plaats zouden kunnen vinden. Dit heeft betrekking op onder meer de inpassing, de afstanden tot woningen, aandacht voor bodemleven en meervoudig ruimtegebruik. Naast deze criteria is er ook behoefte aan een nadere duiding en waardering van het aspect participatie. Daarin voorziet dit aanvullende “Afwegingskader duurzame energieopwekking buitengebied Best”. Daarnaast is in dit afwegingskader ook een model opgenomen dat letterlijk een weging mogelijk maakt van inkomende plannen op diverse aspecten1. Daarmee is dit afwegingskader een aanvullend uitvoeringsdocument van de door de gemeenteraad vastgestelde visie. 2. Afwegingsaspecten Bij dit afwegingskader zijn verschillende aspecten relevant. Het gaat hierbij om: verzekeringen en/of bankgarantie, lokale participatie en meerwaarde voor Best.
Deze aspecten worden hierna verder uitgewerkt.
a. Verzekeringen en/of bankgarantie Er zijn een aantal risico’s bij duurzame energieopwekking die de gemeente wil waarborgen. Voorbeelden van dergelijke risico’s zijn: • Opruimen installatie bij andere bestemming grond (na aflooptijd); • Stormschade aan installatie; • Glasschade op grond door installatie/panelen; • Grondverontreiniging door installatie/panelen. Om deze risico’s af te dekken moet de initiatiefnemer een en ander financieel borgen met een bankgarantie en/of een solide verzekering. Dit wordt vervolgens vastgelegd in een anterieure overeenkomst.
b. Lokale participatie Lokale participatie is belangrijk voor acceptatie en draagvlak onder Bestse inwoners, organisaties en ondernemers. In de Visie duurzame energieopwekking buitengebied Best is ook de eis opgenomen dat er minimaal 50% lokaal eigendom moet zijn. Lokaal eigendom is een voorwaarde om een energieproject in het buitengebied van Best te mogen realiseren. Lokaal eigendom betekent eigenaarschap en zeggenschap door de lokale gemeenschap, zowel financieel als juridisch. Het is een aandeel in het eigendom van de duurzame energie productie-installatie met volledig stemrecht. Dit kan door te investeren in een project en zo financieel deel te nemen (financiële participatie). (Mede-)eigendom betekent niet alleen financieel eigendom, maar ook (democratisch) zeggenschap over het project én over de besteding van de baten. Voor elk project zijn er verschillen in omvang,
1 De eisen zoals genoemd in de Visie Duurzame Energieopwekking Buitengebied Best en het Afwegingskader duurzame energieopwekking buitengebied Best, gelden niet voor (grootschalige) zonnepanelen op daken, omdat duurzame energieopwekking daar rechtstreeks mogelijk is. Op deze manier worden zonnepanelen op daken bevoorrecht ten opzichte van zonnevelden op land.
*IN20-03451*
IN20-03451/ Pagina 1 van 4
gebiedskenmerken, type project en betrokkenen2. De initiatiefnemer van een energieproject doorloopt daarom een proces om te komen tot een wenselijke en haalbare vormgeving van participatie en moet dit onderbouwen. Daarnaast is het vanuit de procedure voor een omgevingsvergunning verplicht om een omgevingsdialoog te voeren met de omgeving. Ook dit moet onderbouwd en gedocumenteerd worden.
c. Meerwaarde voor Best De gemeente Best hecht niet alleen waarde aan de opwek van duurzame energie, maar ook aan duurzaamheid in brede zin. Dit betekent dat wij initiatiefnemers en ontwikkelaars vragen om met hun project meerwaarde te creëren voor onder meer natuur en landschap, voor de omgeving en andere belangrijke aspecten. In de tabel onder punt 3 zijn deze nader uitgewerkt. Daarnaast is aanleveren van een levenscyclusplan een voorwaarde voor elk project. Daarin moet staan hoe het initiatief wordt aangelegd, beheerd en weer wordt afgebroken. 3. Toetsing initiatieven Voor de inhoudelijke toetsing van initiatieven zijn de afwegingsaspecten vertaald in concrete criteria. Onderstaand zijn deze in tabelvorm opgenomen en uitgewerkt. Voor al de onderstaande criteria moet een initiatiefnemer aangeven wat de mogelijke effecten van de realisatie van een zonneveld zijn en onderbouwen hoe hiermee in het plan wordt omgegaan. Bij het toetsen op deze criteria houden we rekening met de locatie waar een initiatief wordt gerealiseerd. Zo spelen bij natuurgebieden een verbetering van milieu en biodiversiteit een belangrijkere rol. En nabij bedrijventerreinen zullen klimaatadaptatie en optimale energie opwek een grotere rol spelen. We toetsen initiatieven aan concrete criteria die betrekking hebben op: (A) de participatie, (B) de meerwaarde voor Best, (C) de wegingsfactor van het landschap.
Deze toetsing maken we concreet door een score en wegingsfactor toe te kennen. 1. Score. Daarbij moet een project minimaal 10 punten scoren op basis van de criteria over: participatie en de meerwaarde. Daarbij moet de participatie minimaal 50% zijn om goedgekeurd te worden. 2. Wegingsfactor landschap. Deze punten worden vermenigvuldigd met de scores van het landschap. Deze vermenigvuldiging kan: positief, neutraal of negatief zijn. Hieronder staan de tabellen met scoring en wegingsfactoren opgenomen:
Financiële en sociale participatie (minimaal 50% lokaal eigendom)3
(A) Participatie
Score
Gemeente Best eist minimaal 50% lokaal eigendom. Bij voldoen aan minimale eis van 50% wordt 1 punt toegekend. Dit kan oplopen tot 3 punten. Dit betekent dat inwoners/ondernemers van Best financieel kunnen deelnemen (bijv. investeren en aandelen). Daar hoort risico nemen bij. (Mede-) eigendom betekent naast financieel bijdragen, ook zeggenschap over het project én over de besteding van de baten. Dit kan bijvoorbeeld geregeld worden via een coöperatie of in een (gemeentelijk) duurzaamheidsfonds voor
1-3
2 Daarom is er geen landelijke standaard voor wat de lokale omgeving van een project is. Welke bewoners, (agrarische) grondeigenaren en bedrijven onderdeel zijn van de lokale omgeving wordt lokaal en per project bepaald. Uiteindelijk beoordeelt de gemeente of het proces goed doorlopen is en of de omgeving in voldoende mate betrokken is. 3 Minimaal 50% lokaal eigendom (juridisch en economisch) is een vastgestelde eis vanuit de visie, waardoor hier te allen tijde aan moet worden voldaan. Met lokaal eigendom wordt hier bedoeld eigendom van de lokale omgeving en niet eigendom van lokale partijen.
*IN20-03451*
IN20-03451/ Pagina 2 van 4
de inwoners van Best om op deze wijze anderszins meerwaarde te creëren. Aantoonbaar inhoudelijk betrekken van inwoners/ondernemers bij een project, gericht op besluitvorming, randvoorwaarden etc. Een omgevingsdialoog is verplicht, maar betekent niet dat automatisch punten worden toegekend. Als de dialoog goed is vormgegeven en beargumenteerd dan kan hier maximaal 1 punt op worden verdiend.
1
(B) Meerwaarde
Score
Biodiversiteit
Vergroten biodiversiteit. Bijv: planten (inheemse) bloemen en planten, (her)introduceren inheemse diersoorten, insecten.
2
Educatie
Delen van relevante kennis over opwekking duurzame energie. Bijdragen aan opleiding en educatie, schoolbezoeken.
1
Klimaatadaptatie
Aantoonbare maatregelen zoals water vasthouden en groenaanplant.
1
Materiaalgebruik
Gebruik van verantwoorde, duurzame materialen; herbruikbaar en niet schaars of schadelijk voor het milieu, niet uitloogbaar.
1
Multifunctioneel ruimtegebruik
Zorgvuldig omgaan met beschikbare ruimte; dubbelgebruik.
2
Innovatie / nieuwe oplossingen
Bijvoorbeeld (lokale) opslag van duurzame energie, nieuwe vormen van duurzame energie opwek, of andere innovatieve toepassingen.
2
Sociaal
Verbeteren van arbeidsomstandigheden, mensenrechten en een leefbaar loon (ISV), voor alle fasen installatie, van werkzaamheden ter plekke tot herkomst materialen.
1
Verbetering milieu
Realisatie van verbetering milieu; o.a. bodem- en/of waterkwaliteit.
1
Procesparticipatie
(C) Wegingsfactor landschap Om voor de locatie het landschap als een soort zonneladder te wegen wordt voorgesteld om hieraan verschillende wegingsfactoren toe te kennen. We komen hierbij tot het volgende:
*IN20-03451*
IN20-03451/ Pagina 3 van 4
(C) Wegingsfactor landschap
Landschapskleur
Wegingsfactor (vermenigvuldiging score)
Groen Geel Oranje
1,25 1 0,8
*IN20-03451*
IN20-03451/ Pagina 4 van 4