21014.6 - Artikel Staatscourant - 17 februari 2021 - stationsgebied
Tekst van het document
STAATSCOURANT
Nr. 8440 17 februari 2021
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814
VESTIGING VOORKEURSRECHT
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Best maakt op grond van artikel 7 lid 1 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) bekend dat zij op 16 februari 2021 op grond van het bepaalde in artikel 6 Wvg heeft besloten om voorlopig gronden aan te wijzen waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 Wvg van toepassing zijn. De gronden die door het college zijn aangewezen, zijn gelegen in het Stationsgebied te Best en zijn nader aangegeven op de bij het besluit behorende kadastrale kaarten met de daarbij behorende lijst van eigenaren en zakelijk gerechtigden. Inwerkingtreding Het besluit van het college van burgemeester en wethouders treedt in werking één dag na de datum van publicatie in de Staatscourant, te weten 18 februari 2021. Ter inzagelegging Om te voldoen aan artikel 7 Wvg ligt het besluit van het college samen met het voorstel aan de gemeenteraad en verdere bijbehorende bijlagen, bevattende de kadastrale kaarten en een lijst met daarop de kadastrale aanduiding van de in de aanwijzing opgenomen percelen, hun grootte, evenals de namen van de eigenaren en rechthebbenden van de daarop rustende beperkte rechten, een kaart met daarop de aan de percelen toegedachte bestemming en overige relevante gegevens, met ingang van 18 februari 2021 tijdens kantooruren ter inzage op het gemeentehuis te Best.
Gevolgen De vestiging van het voorkeursrecht houdt in dat eigenaren en andere rechthebbenden op de aangewezen gronden, wanneer deze die gronden respectievelijk erop gevestigde beperkte rechten wensen te vervreemden, deze eerst aan de gemeente Best te koop moeten aanbieden. De eigenaren en de rechthebbenden op beperkte rechten ontvangen één dezer dagen afzonderlijk bij aangetekende brief bericht over de inhoud van het besluit en de gevolgen hiervan. Zienswijzen De gemeenteraad dient binnen drie maanden na de vestiging van het voorkeursrecht een besluit tot aanwijzing van de gronden op basis van artikel 3, 4 of 5 Wvg te nemen. In het kader van een zorgvuldige voorbereiding van het door de gemeenteraad te nemen besluit tot aanwijzing van gronden worden belanghebbenden, gelet op artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 15 maart 2021 schriftelijk of mondeling hun zienswijzen ten aanzien van het voorgenomen raadsbesluit naar voren te brengen. De zienswijzen kunnen schriftelijk worden gericht aan de raad van de gemeente Best, Postbus 50, 5680 AB te Best. Indien een belanghebbende zijn zienswijze aan de gemeenteraad mondeling kenbaar wenst te maken, dient dit te geschieden bij mevrouw D. (Diana) van de Mortel. Mevrouw Van de Mortel is bereikbaar via het telefoonnummer 14 04 99.
Bezwaar Naast het indienen van zienswijzen bij de gemeenteraad kunnen belanghebbenden ook rechtstreeks bezwaar maken tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders tot aanwijzing van gronden op basis van het bepaalde in artikel 6 Wvg. Ingevolge de Awb kunnen belanghebbenden gedurende een termijn van zes weken, ingaande de dag nadat dit besluit bekend is gemaakt in de Nederlandse Staatscourant, bij het college van burgmeester en wethouders van de gemeente Best tegen voormeld besluit een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van burgmeester en wethouders, Postbus 50, 5680 AB te Best, en dient uiterlijk 29 maart 2021 te zijn ontvangen.
1
Staatscourant 2021 nr. 8440
17 februari 2021
Indien belanghebbenden er voor kiezen om bezwaar te maken tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders en dit besluit vervalt omdat een besluit van de gemeenteraad tot aanwijzing in werking is getreden, dan wordt het bezwaar ingevolge artikel 6 lid 3 Wvg mede geacht te zijn gericht tegen het besluit van de gemeenteraad op basis van artikel 3, 4 of 5 Wvg.
Best, 17 februari 2021 College van burgemeester en wethouders gemeente Best
2
Staatscourant 2021 nr. 8440
17 februari 2021