21014.2 - Concept raadsbesluit Vestiging voorkeursrecht in het Stationsgebied te Best
Tekst van het document
Raadsbesluit Vestiging voorkeursrecht in het Stationsgebied te Best
De raad van de gemeente Best; gezien het voorstel van Burgemeester en wethouders van 16 februari 2021 met nummer IN21-00413; Overwegende dat; • de gemeente op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) een voorkeursrecht kan vestigen op percelen die thans nog niet (volledig) in eigendom zijn van de gemeente en waaraan in de nabije toekomst een nadere, niet-agrarische bestemming is toegedacht en waarbij het huidige gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming, dan wel dat de toegedachte bestemming een intensivering betreft van het huidige gebruik; •
het voornemen bestaat om over te gaan tot herontwikkeling van het Stationsgebied. De gemeente heeft hierbij de wens de toegedachte bestemming ‘wonen, bedrijvigheid, groen, verkeer, parkeren en aanhorige voorzieningen’ zeker te stellen. Een van de instrumenten die de gemeente in dat verband kan inzetten is de Wvg. Met het oog op een actief grondbeleid bij de realisatie van het Stationsgebied wenst de gemeente de Wvg toe te passen;
•
het vestigen van een voorkeursrecht de gemeente de mogelijkheid biedt om in het Stationsgebied een actieve en regisserende rol te spelen bij de invulling van haar plannen. De mogelijkheid tot het vestigen van een voorkeursrecht moet dan ook worden gezien als een instrument voor de gemeente om positie op de grondmarkt in te nemen;
•
de eigenaren en beperkt gerechtigden verplicht zijn om, wanneer zij hun onroerende zaak die met het voorkeursrecht is aangewezen wensen te verkopen, deze eerst te koop aan te bieden aan de gemeente;
•
de aanwijzing het mogelijk maakt om preventief te acteren, anticiperend op eventuele grondtransacties in het gebied. Indien de inschatting van de gemeente is dat grondtransacties in het Stationsgebied tot verlies van de gewenste gemeentelijke regie over de toekomstige planrealisatie en/of tot prijsopdrijving van de in dat gebied gelegen gronden zouden kunnen leiden, doet zij er verstandig aan een voorkeursrecht te vestigen om daarmee ongewenste vervreemdingen tegen te gaan;
gelet op; • artikel 5 alsmede de overige van toepassing zijnde bepalingen van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg), de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht; •
het besluit van de raad van 3 september 2007 en bijbehorende kaart, waarin zij heeft besloten op grond van artikel 2 Wet voorkeursrecht gemeenten (oud) gronden gelegen in het centrumgebied, zone I, aan te wijzen met als grondslag het op 16 december 1996 vaststelde bestemmingsplan ‘Spoorzone’ en het op 14 november 2000 vastgestelde bestemmingsplan ‘Spoorzone, correctieve herziening I’;
*IN21-00412*
IN21-00412/ Pagina 1 van 2
•
het besluit van 28 juni 2011 met gemeentecode ‘0753’ betreffende de vervallenverklaring de aanwijzing met het voorkeursrecht op grond van hiervoor bedoeld besluit van 3 september 2007;
•
Het gegeven dat de gemeente thans voornemens is gronden die deel uitmaakten van de hiervoor bedoelde aanwijzing met het voorkeursrecht opnieuw aan te wijzen met een voorkeursrecht;
besluit 1. Op grond van artikel 5 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) percelen, gelegen in het Stationsgebied in Best, aan te wijzen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn. De percelen zijn aangegeven op het bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte grondplantekening met nummer 373.21.8036-GPN en op de percelenlijst, waarop zijn vermeld de in de aanwijzing opgenomen percelen, de grootte en de namen van de eigenaren en van de rechthebbenden op de daarop rustende beperkte rechten, een en ander naar de rechtstoestand van (volledig bijgewerkt t/m) 5 februari 2021 c.q. 9 februari 2021; 2. De onder 1 bedoelde percelen aan te wijzen om de realisatie de toegedachte bestemming ‘wonen, bedrijvigheid, groen, verkeer, parkeren en aanhorige voorzieningen’, zoals op de masterplantekening met nummer 373.21.8036-MPN is aangegeven, zeker te stellen; 3. Dit besluit te nemen ter bestendiging van het besluit van 16 februari 2021 van het college van Best, welk besluit van rechtswege vervalt, zodra dit raadsbesluit rechtskracht heeft; 4. Dat dit besluit op basis van artikel 9 lid 3 van de Wvg een maximale werkingsduur heeft van drie jaar; 5.
Dat voor afloop van de werkingsduur van het voorkeursrecht – indien de ruimtelijke planvorming nog niet zo ver is dat voor het Stationsgebied een bestemmingsplan is vastgesteld - zal worden overgegaan tot vaststelling van een structuurvisie als grondslag voor continuering van het voorkeursrecht; 6. Dit besluit te publiceren in de Staatscourant van 20 april 2021, kenbaar te maken conform de ander eisen welke artikel 7 lid 1 en 2 van de Wvg stelt en te registreren in het kader van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, zodat het voorkeursrecht met ingang van 21 april 2021 rechtskracht heeft.
Aldus besloten door de raad van Best in zijn vergadering van 19-04-2021 [ Ondertekening.Ondertekening1] Maaike Mesdag-Blom raadsgriffier
[ Ondertekening.Ondertekening2] Hans Ubachs voorzitter
*IN21-00412*
IN21-00412/ Pagina 2 van 2