CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

21012.6 - Evaluatierapport ROW, vrl. eindversie 6 nov2019

Raadsvergadering 15 maart 2021, gemeente BestBij agendapunt: 21012 - Nieuwe subsidieverordening Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties7.713 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

REGIONAAL ONTWIKKELFONDS WERKLOCATIES (ROW) Samenwerking Stedelijk Gebied Eindhoven en de BOM

Evaluatie april 2018 – november 2019

(voorlopige eindversie 6 november 2019)

drs. L.P. (Leo) Dubbeldam november 2019

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019

1

Inhoudsopgave

0. Managementsamenvatting

pag. 3

1. Beeld op hoofdlijnen

pag. 6

1.1 Doelstelling ROW 1.2 Aard en omvang van de regeling 1.3 Resultaten 1.4 Marktbehoefte 1.4 Werking van het fonds 1.6 Develop to invest 1.7 Organisatie 2

3

pag. 6 pag. 6 pag. 7 pag. 8 pag. 8 pag. 9 pag. 10

Specifieke evaluatievragen

pag. 12

-

pag. 12 pag. 12 pag. 13 pag. 14 pag. 15 pag. 15 pag. 16

Aanvragen en aanvragers Behoefte in de markt Regionaal Ontwikkelfonds Behandeling van aanvragen Rol van de fondsmanager Inzet van Develop to Invest Verloop van het ROW

Conclusies en aanbevelingen

pag. 17

Bijlagen: -

Geïnterviewde personen Geraadpleegde documenten

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

pag. 19 pag. 20

6-11-2019

2

Managementsamenvatting Het ROW is in april 2018 van start gegaan met als ambitie het gebiedsgericht stimuleren van (werk) locaties en innovatie. In dit samenwerkingsverband van de gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) en de BOM ligt de focus op (her)ontwikkelingsprojecten op bestaande werklocaties. Belangrijke overweging daarbij was dat het aanbod op bestaande terreinen lang niet altijd aansluit op de behoeften van bedrijven, wat een belemmering is voor de regionaal-economische ontwikkeling. Door ieder van de partners is € 4 mln ingebracht voor de uitvoering van de subsidieverordening. Dus men ging van start met een fonds ter grootte van € 8 mln voor een investeringsperiode van 4 jaar. Dit instrument paste goed bij de ambitieuze, bovengemeentelijke aanpak van bedrijvenlocaties waarvoor in het SGE is gekozen. Een aanpak waarmee de regio zich onderscheidt. Het ROW sloot eveneens goed aan bij de strategische opdracht van de BOM, gericht op de versterking van het economisch ecosysteem van Brabant en het ondersteunen van bedrijven bij het versneld realiseren van groei. Voorliggende evaluatie onderstreept de urgentie van het kernthema. Er wordt verwezen naar recente analyses van de vraag- en aanbodverhoudingen in het SGE, die wijzen op een tekort aan kleine en middelgrote stedelijke werkmilieus en een overschot aan functionele werkmilieus.

Als gevolg van de relatief forse kwalitatieve mismatch zullen knelpunten ontstaan in de huisvesting van zowel het reguliere MKB als de innovatieve starters en doorstarters. Bovendien heeft de regio een stevige herprogrammeringsopgave om de bestaande bedrijventerreinen ‘next economyproof’ te maken. En daar komt nog bij dat met het BIC in feite een contra-beweging is gemaakt, waardoor de druk op de revitalisering en herprogrammering van bestaande bedrijvenlocaties verder is vergroot. Dat is ook één van de directe aanleidingen geweest voor de instelling van het ROW. Met het ROW wordt ingespeeld op een zeer urgent en vitaal thema voor de regio. De doelstellingen zijn direct gerelateerd aan het versterken van de concurrentiepositie en het ondernemingsklimaat in de Brainportregio, het gaat dus om een kernthema van het te voeren regionaal economisch beleid. Daarover zijn overigens geen verschillen van mening in de regio. Hetgeen ook moge blijken uit het feit dat in het SGE bewust is gekozen voor een regionale aanpak van het werklocatiebeleid, met het instellen van één loket, teneinde suboptimale concurrentie tussen gemeenten te voorkomen. Probleem is echter dat inmiddels kan worden vastgesteld dat het ROW vanuit haar doelstellingen niet of onvoldoende effectief kan inspelen op de dynamiek in de markt.

Vooraf waren er hoge verwachtingen over de vraag naar het fonds, maar die vraag bleef, zeker in het begin, nagenoeg uit. Dit ondanks de toenemende marktbehoefte in een dynamische economie na de recessieperiode. Op het moment van deze evaluatie – anderhalf jaar na de start- moet worden geconcludeerd dat de resultaten tegenvallen. Er zijn tot dusverre 10 aanvragen in behandeling genomen, waarvan er inmiddels 2 zijn geresulteerd in een beschikking, maar nog geen enkele aanvraag is afgerond in de vorm van een financieringsovereenkomst. Ongeveer 75% van de aanvragen voldeed niet aan de voorwaarden en moest worden afgewezen. Om een extra impuls toe te dienen, is lopende het ROW-traject door de BOM via een aanvullende subsidieregeling procesgeld ter beschikking gesteld voor ‘develop to invest’, ofwel de ondersteuning bij uitwerking van de business case van de ondernemer. Deze extra procesinzet heeft er weliswaar toe bijgedragen dat partijen tijdiger tot een aanvraag zijn gekomen, maar anderzijds heeft deze extra inzet slechts in beperkte mate bijgedragen aan kwalitatief betere aanvragen.

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019

3

Geconcludeerd kan worden dat de problematiek vooral van juridisch-technische aard is. De regeling bevat een stapeling van doelstellingen en voorwaarden en de procedure is tijdrovend en ingewikkeld voor aanvragers. Dit hangt samen met het publiekrechtelijke karakter van de regeling, die nauwelijks ruimte laat voor afwijking van criteria. Vanwege het grote aantal voorwaarden waaraan moet worden voldaan, moest vrijwel bij alle aanvragen uitstel worden verleend, de termijn van drie maanden bleek in alle gevallen te kort. Hier speelde ook mee dat rekening gehouden moest worden gehouden met de voorwaarden die derden financiers stelden. Vraag die door enkele ROW-bestuurders is gesteld is “waarom hebben we het met elkaar zo ingewikkeld gemaakt?”. Op grond van de resultaten in de eerste fase kan nu reeds met zekerheid worden gesteld dat de belangrijkste ambitie van de partners, om met het ROW vroegtijdig te kunnen sturen op ecosysteemontwikkeling, met deze regeling en de daaraan verbonden voorwaarden niet zal kunnen worden gerealiseerd. De focus heeft vooral gelegen op het investeren in ’stenen’ en niet op het steunen van bedrijfsontwikkeling en doorgroei. Daarom bleek de regeling voor veel kansrijke partijen niet interessant te zijn.

Voor een aantal partijen wel, maar dat betekende in de praktijk dat het ROW achter in het traject kwam te zitten, als de bedrijfsplannen al rond waren en alleen nog de financieringsvraag aan de orde was. De externe communicatie over het ROW is vooral via de gemeenten (EZ-bedrijfscontactfunctionarissen) en via de bedrijfsnetwerken verlopen. Er zijn verder geen actieve mailings e.d. geweest mede omdat de doelgroep moeilijk te identificeren is en bovendien wilde het bestuur voorkomen dat het budget in een klap zou worden uitgegeven. Achteraf bezien was dat niet aan de orde en waren met een uitgebreider communicatietraject mogelijk meer aanvragers bereikt. Het aanvraagproces is voor partijen voldoende inzichtelijk uitgewerkt in de regeling en weergegeven op de website. En voorts is gewerkt met een zeer beperkte organisatie (lean & mean), passend bij een regeling die vooral reactief werkt. Bestuur en fondsmanager vormden de spil van de organisatie, samen met de IC (investeringscommissie). Ondersteuning is geleverd vanuit de partners. Het algemene beeld is dat er binnen de mogelijkheden door iedereen zo pro-actief mogelijk is gewerkt. Een aandachtspunt is wel dat de fondsmanager aangeeft dat hij zich beperkt heeft gevoeld vanwege het publiekrechtelijk karakter van de regeling, waardoor vroegtijdig interactie met aanvragers beperkt moest blijven.

Deze evaluatie bevestigt nadrukkelijk de legitimiteit van het voornemen van het bestuur om de huidige ROW-regeling vroegtijdiger dan voorzien te beëindigen, de thans lopende trajecten af te werken en de boeken te sluiten. Ook met aanbrengen van aanpassingen in huidige regeling – binnen het vigerende kader van de subsidieverordening – zal het ROW niet conform de ambities gaan werken. Dat vraagt om een fundamenteel ander soort regeling. Vanwege de urgentie van dit thema, die door niemand wordt weersproken, worden bestuur en AVA geadviseerd te kiezen voor continuïteit en dus niet voor het terugsluizen van het resterende budget. Maar dat vraagt wel om een fundamenteel andere regeling, een ROW 2.0. Uit de interviews met de vertegenwoordigers van de diverse geledingen binnen het ROW kan worden afgeleid dat er meer dan voldoende draagvlak is voor een vorm van continuering en dus niet voor terugsluizing van de gelden, hoewel dat bij de aandeelhouders – gemeenten versus BOM - verschillend zal kunnen liggen.

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019

4

Op grond van bovenstaande conclusies worden aan deze evaluatie de volgende aanbevelingen verbonden voor de aandeelhouders van het ROW:

1) Kies, gelet op de urgentie van dit kernthema, voor continuïteit en vraag het bestuur om op korte termijn met een voorstel te komen voor een fundamenteel andere regeling (ROW 2.0), waarmee effectiever kan worden ingespeeld op de dynamiek in de mark. Onderzoek of dit instrument vanwege het bredere perspectief en omwille van de continuïteit zou kunnen worden aangehaakt bij de Nationale Brainportagenda. 2) Probeer een scherper beeld te krijgen van de feitelijke marktbehoefte. Stel daarbij de kritische vraag of een investeringsfonds wel nodig is in een tijd met veel en goedkoop geld. En onderzoek wat de bepalende factoren zijn voor een regeling die de kwaliteit van het ecosysteem wil bevorderen (een regeling die redeneert vanuit bedrijven in plaats van stenen). 3) Doe nader onderzoek naar wat toegevoegde waarde is geweest van een publiekrechtelijke regeling en heb het bestuurlijke lef om zo nodig te kiezen voor een privaatrechtelijke constructie (NV-vorm). 4) Benut deze ‘time out’ om extra aandacht te besteden aan criteria gericht op het toekomstproof maken van werklocaties vanwege de snel veranderende opgaven aan werklocaties in verband met ontwikkelingen rond energietransitie, circulaire economie en criminaliteit. Zorg voor politieke agendering en betrek hierbij tevens de provincie omdat dit thema ook in andere Brabantse regio’s speelt.

Hierbij wordt verwezen naar een recent advies van BrabantAdvies.1

1

‘Brabantse werklocaties toekomstproof!, ‘BrabantAdvies, september 2019)

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019

5

1. Beeld op hoofdlijnen 1.1 Doelstelling ROW Het ROW is een samenwerking tussen de negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM). Het fonds zet in op het gebiedsgericht stimuleren van (werk)locaties en innovatie. Belangrijke overweging daarbij is dat het aanbod op bestaande terreinen lang niet altijd aansluit op de behoeften van bedrijven. De negen gemeenten en de BOM vinden het van belang om nieuwe innovatieve ontwikkelingen op bestaande bedrijventerreinen waar nodig te faciliteren. Dat leidt tot werkgelegenheid, versterking van de concurrentiepositie en het geeft een kwaliteitsimpuls aan bestaande terreinen. De operationele start was in april 2018. Het fonds ondersteunt vastgoedprojecten op bestaande bedrijventerreinen, die zonder een (financiële) impuls niet gerealiseerd kunnen worden. Voorwaarde is dat project bijdraagt aan de herontwikkeling van een locatie. Daarnaast werden projecten getoetst op een aantal economische criteria: werkgelegenheid, innovatie, versterking van ketens van toeleveranciers en versterking van bestaande en nieuwe clusters en campussen. Het versterken van de cyclische economie vormde geen eigenstandig criterium, maar is wel meegewogen bij de beoordeling van de investeringsvoorstellen. Onderliggende ambitie van de aandeelhouders was om met het ROW te sturen op ecosysteemontwikkeling.

Dat verklaart de ‘stapeling’ van doelstellingen zoals in het voorgaande aangegeven. Door verschillende bestuurders uit ROW-kring wordt er echter op gewezen dat dit de achilleshiel is geweest van het ROW, omdat er ongewild een zeer complexe regeling is ontstaan. 1.2 Aard en omvang van de regeling De financiering vanuit het ROW loopt via het vastgoed (art. 4 Subsidieverordening), maar heeft feitelijk als doel de ondernemingsactiviteiten te financieren. Het businessplan ging aanvankelijk uit van de mogelijkheid om te participeren in ondernemingen of om leningen en/of subsidies beschikbaar het stellen. Dit als aanvulling op bestaande bedrijfsfacilitering zoals die reeds door de gemeenten en de BOM op dit vlak verricht werden. Echter, rekening houdend met het feit dat de middelen afkomstig waren van overheidsorganisaties, is er uiteindelijk voor gekozen om de regeling vorm te geven als een publiekrechtelijke subsidieregeling (lening tegen zachte voorwaarden) op basis waarvan partijen gefinancierd worden. Ondernemend participeren is als gevolg daarvan niet mogelijk geweest, evenmin het actief bemoeien, als toetsend orgaan, met de totstandkoming van businesscases en interveniëren in het ecosysteem. Zoals moge blijken uit de beantwoording van de evaluatievragen (zie par. 2) is dit één van de redenen waarom de regeling tot nu toe minder effectief is geweest dan verwacht.

Het fonds omvatte in totaal € 8 mln aan investeringskapitaal. Door de BOM en de gezamenlijke gemeenten is ieder € 4 mln ingebracht. Tussen april 2018 en november 2019 is 5 keer een tranche geopend. De minimale opvang van in te dienen projecten diende € 2.000.000 te zijn; het ROW draagt maximaal 50% bij van de totale projectkosten tot een maximum van € 2.500.000.

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019

6

Het algemene beeld van de regeling is niet positief: er is een regeling ontstaan die ingewikkeld en complex is, ook vanwege de staatssteunrechtelijke eisen, die te veel tijd kost en die te weinig mogelijkheid biedt om de allereerste fase van bedrijfshuisvesting te sturen. Door één van de betrokken bestuurders werd gesproken van ‘een voertuig met vierkante wielen’. 1.3 Resultaten Er zijn vanaf april 2018 tien investeringsaanvragen ontvangen en in behandeling genomen. De vertaling van de businesscase naar de organisatie ROW en de bijbehorende opdracht heeft geresulteerd in het volgende overzicht: Uitgangspunten bij start: Aantal te helpen partijen (Businessplan)

Opdracht 3 tot 5 projecten financieren

Periode waarop de middelen ingezet worden (Businessplan)

Middelen binnen 4 jaar uitzetten

Ondersteuning bieden in Develop to Invest (Samenwerkingsovereenkomst)

Iedere aandeelhouder stelt hiervoor 500 uur/ jaar aan capaciteit beschikbaar

Organisatie

Zo beperkt en efficiënt mogelijk qua inzet.

Pro-actief aan de slag

Inzet via combinatie van kennis en kunde om samen met partijen tot een businessplan te komen en op basis daarvan financieren, door aan te sluiten in de initiatieffase

Resultaat: • 8 aanvragen ontvangen • 2 aanvragen teruggetrokken • 2 projecten positief beschikt • 0 projecten gefinancierd • 0 trajecten compleet afgerond • In totaal voor circa € 11, 75 mln. aan leningen opgehaald • Pijplijn van “potentiële” projecten gecreëerd • 6 tranches opengesteld (€7 ,5 mln. beschikbaar gesteld) • 3 tranches gesloten/ beoordeeld/ beschikt • 27% van de middelen gereserveerd t.b.v. 2 partijen • 2 partijen uitstel verleent om te komen tot een financieringsovereenkomst • Inzet in uren is niet beschikbaar gesteld • Vanaf de 1ste tranche heeft de BOM een subsidieregeling beschikbaar gesteld voor inhuur van ondersteuning • 5 partijen aanvraag ingediend • 4 partijen gebruik van gemaakt (circa € 30.000) • Aandeelhouders faciliteren: Ieder haar eigen bestuurder Gemeenten leveren ondersteuning in communicatie, faciliteren website en develop to invest capaciteit2 BOM levert administratieve ondersteuning en develop to invest capaciteit • Bestuur overlegt daar waar nodig • IC kent 4 leden en • Fondsmanager ingehuurd voor circa 800 uur per jaar • Reactief reageren op voorstellen die (in concept) worden ingediend • Projecten zitten daarbij in de haalbaarheids-/ realisatiefase • In plaats van bouwen aan een project alleen maar toetsen op “harde” voorwaarden

Het Businessplan (2017) heeft als doel gesteld om binnen een periode van 4 jaar in totaal 5 projecten te financieren. Tot en met de 3e tranche zou het ROW dan € 7 mln beschikt kunnen hebben voor maximaal 6 projecten. Feitelijke situatie per november 2019 is dat er beschikkingen zijn genomen voor een bedrag van in totaal € 2.500.000 voor twee projecten in Eindhoven en Helmond.

2

Deze is onderverdeeld in een aantal uren welke rechtstreeks aan partijen geleverd kunnen worden zonder inmenging van het ROW en uren welke direct ingezet worden ten behoeve van het ROW ter ondersteuning van de fondsmanager

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019

7

1.4 Behoefte in de markt Het ROW is begin 2018 van start gegaan, nadat de recessieperiode al even achter de rug was en de economie weer in volle dynamiek marcheerde. De leegstand nam af, ondernemers begonnen weer te investeren en hadden behoefte aan kapitaal. Bovendien werd door recente analyses3 onderstreept dat er in het SGE een tekort is aan aanbod van stedelijk kleine tot middelgrote werkmilieus en een overschot aan functionele werkmilieus. Voor het MKB – zowel de toeleveranciers in de stuwende sectoren als de meer reguliere MKB-vraag en met name starters en doorstarters – werden lokaal en sub-regionaal knelpunten voorzien. Dit alles overziend was het logisch dat tevoren werd verwacht dat er veel vraag zou komen naar financiering door het ROW. Ook rekening houdend met het feit dat de regio met de BIC-campus in feite een ‘contra-beweging’ had gemaakt waardoor de druk op de revitalisering en herprogrammering van bestaande bedrijventerreinen verder werd vergroot. Om die reden heeft het bestuur van begin af aan bewust een terughoudend uitgiftebeleid gevoerd, men wilde voorkomen dat het geld in één klap zou zijn uitgegeven en daarom is gekozen voor het werken met tranches. In tegenstelling tot de hoge verwachtingen bleef de vraag echter nagenoeg uit. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de regeling onvoldoende marktconform geweest.

Er is overigens geen echt scherp beeld van de feitelijke marktbehoefte, nader onderzoek daarnaar is geboden alvorens nieuwe stappen worden gezet met het ROW of een nieuwe regeling. Een verklaring is wellicht dat bij vastgoedondernemers vooral de basale vraag naar zekerstelling van de huurinkomsten speelde. En bij ondernemers bleek er vooral behoefte te zijn aan huisvesting in combinatie met bredere bedrijfsfacilitering, zeker in de eerste fase. Feit is dat er zowel regionaal als landelijk voldoende middelen beschikbaar zijn in de markt om starters en partijen die passen in de doelstelling van het ROW te voorzien van kapitaal. Financiering loopt in dergelijke regelingen vaak via de gebruiker van het vastgoed, waarbij deze in staat wordt gesteld om in ieder geval ruimte te kunnen huren. Op basis daarvan kan een vastgoedpartij investeren in het pand en de omgeving. Dit is echter een omgekeerde werkwijze/aanpak dan die het ROW voorstelt. 1.5 Werking van het fonds Het ROW is van start gegaan met een conferentie. Daarna zijn BT-verenigingen, makelaars/ adviseurs e.d. benaderd. Ook met de medewerkers van de gemeenten zijn gesprekken gevoerd. Middels persberichten en gerichte mailing aan een aantal partijen zijn gesprekken gevoerd. Omdat de regeling heel specifiek is, is geoordeeld dat het geen zin heeft om uitgebreid te communiceren middels mailingen e.d.

Op basis van doorverwijzing zijn de meeste partijen met het ROW in aanraking gekomen. Toch is hierover kritiek te horen uit door ROW-kring, men vindt dat de regeling te veel onder het maaiveld is gebleven. Met name in bedrijvenkringen was de regeling niet echt bekend. Terugkijkend op de ervaringen tot dusverre is er aanleiding voor veel kritische kanttekeningen van technische aard bij de werking van het fonds. Een kanttekening van fundamentele aard is dat de subsidieverordening te complex is en daardoor onvoldoende aansluit op de behoefte in de markt. De markt pakt kansrijke projecten sneller op en voor het ROW resteren daardoor de minder kansrijke projecten. 3

Stec-groep, Prognose bedrijventerreinen en kantoren Noord-Brabant, november 2018

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019

8

Het ROW richtte zich als gevolg daarvan te veel op het laatste deel van het traject, waarbij voornamelijk de financieringsvraag aan de orde is en de plannen al rond zijn. Of zoals een van de bestuurders zie: “er worden door deze regeling vooral moneymakers aangetrokken maar geen business developers”. Sturing op de doelstellingen van het ROW kan beter in de risicovolle voorfase van begeleiding. Marktpartijen/ initiatiefnemers kunnen deze fase vaak niet financieren omdat deze te risicovol is. Dit past echter niet binnen de huidige opdracht of wijze waarop het ROW op dit moment is vormgegeven. Voorts maakte het publiekrechtelijk karakter van de regeling het actief “helpen’ moeilijk omdat rechtsongelijkheid tussen aanvragers moest worden voorkomen. Als gevolg van het feit dat het ROW opereert als een subsidieverstrekkende instantie kan zij zich onvoldoende actief inhoudelijk bemoeien met een aanvraag. Het ROW reageert daarbij vooral reactief en informeert partijen over mogelijkheden zonder hier zelf inhoudelijk een rol in te spelen. Daarmee kon, zoals reeds opgemerkt, slechts in beperkte mate gestuurd worden op de kerndoelstelling van het ROW en op het gewenste resultaat. Goede plannen hebben over het algemeen geen behoefte aan financiering. De mindere plannen hebben dat wel, en met die werkelijkheid moest worden gedeald.

Door een van de bestuurders werd het ROW gekenschetst als ‘een voertuig met vierkante wielen’. Overige aandachtspunten naar aanleiding van de beoordelingstrajecten tot dusverre zijn: • • • •

•

•

Het is lastig voor partijen om tot een goede omschrijving te komen waaruit blijkt dat aan de voorwaarden voldaan wordt waardoor het ROW tot een goede afweging kan komen; Een gesprek om gegevens te verduidelijken/ aan te vullen, na indiening van de aanvraag, is (juridisch gezien) complex; Een periode van 3 maanden om van financieringsaanbod tot financieringsovereenkomst te komen blijkt in de praktijk te kort; hiermee is soepel omgegaan door verlening van uitstel; Aanvragers moeten onderhandelen met alle financiers, waarbij de overige financiers in veel gevallen nog geen aanbieding hebben neergelegd. Hierdoor kunnen voorwaarden e.d. nog wijzigen waarbij ruimte om ‘mee te bewegen’ voor het ROW heel bepekt was; Afwijken van de subsidiebeschikking omdat de businesscase gaandeweg het project wordt aangepast of het aanpassen van een voorwaarde in de beschikking leidt juridisch gezien tot een nieuwe aanvraag waarbij het gehele proces opnieuw doorlopen moet worden; Via het vastgoed sturen op economische ontwikkeling en werkgelegenheid is lastig omdat dit in veel gevallen een andere “eigenaar” betreft welke vooral stuurt op zijn eigen businesscase en niet op die van een ander. Het ROW daagt partijen juist uit om “samen beter te worden”. Zonder een gemeenschappelijk probleem en regie hierop van een onafhankelijke partij is dat echter niet mogelijk.

1.6 Develop to invest (DTI) Uitgangspunt bij de start van het ROW was een knip tussen financieringsactiviteiten en activiteiten om samen met de initiatiefnemer tot een aanvraag te komen. Daarmee is adviseren, verbinden en samenwerken losgekoppeld van het traject om te komen tot het beoordelen en toetsen van aanvragen om tot financiering over te gaan. Daardoor bleek in de praktijk echter de kans toe te nemen dat er niet tijdig tot een goede aanvraag gekomen kon worden.

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019

9

Om die reden is lopende het ROW-traject door de BOM via een subsidieregeling extra procesgeld ter beschikking gesteld voor ‘develop to invest’ ofwel de ondersteuning bij uitwerking van de business case van de ondernemer. Deze inzet van develop to invest heeft ertoe bijgedragen dat partijen tijdiger tot een aanvraag zijn gekomen, maar deze extra inzet heeft desondanks nog slechts in beperkte mate bijgedragen aan kwalitatief betere aanvragen.

1.7 Organisatie De organisatie kende de volgende indeling:

Bron: Presentatie poho augustus 2018

De B.V. ROW kent twee verschillende aandeelhouders bestaande uit de BOM en de Stichting waarin de verschillende gemeenten zich verenigd hebben. De organisatie ROW bestaat uit en bestuur en een fondsmanager welke allen een beperkte hoeveelheid aan tijd beschikbaar hebben om activiteiten te verrichten. In de oorspronkelijke opzet van het ROW werd uitgegaan van twee stromen op basis waarvan projecten opgezet en beoordeeld zouden worden. ROW zou daarbij als “subsidieverstrekker” een deel van de activiteiten, het beoordelingstraject en het financieringstraject, uitvoeren.

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019 10

Daarmee begint het ROW met een aanvraag welke ter beoordeling bij het ROW wordt neergelegd. Het doorlopen traject ziet er als volgt uit:

Bron: Presentatie poho augustus 2018

De aanvraag is in eerste aanleg steeds door de fondsmanager beoordeeld, zowel op het vlak van bestuursrechtelijke aspecten als inhoudelijk, en vervolgens vertaald naar een voorstel, waarna een advies wordt gegeven rondom de aanvraag door de externe adviescommissie (IC). Het was vervolgens aan het bestuur om een besluit te nemen op basis van het advies van de IC. In geval van een positief besluit is dat doorvertaald naar een beschikking, waartegen op basis van de Awb de mogelijkheid tot bezwaar open staat. Vervolgens startte de fondsmanager met de onderhandeling met aanvrager en de overige financiers om – via het bestuur - te komen tot een financieringsovereenkomst. Tot dusverre is nog geen financieringsovereenkomst afgesloten. De verschillende processtappen zoals doorlopen, kenden voldoende borging voor het bestuur om te voorkomen dat er onnodig veel financiële risico’s genomen worden. Financiële risico’s zijn zodanig vastgelegd dat daarmee “risicovol investeren”, wat bij aanvang één van de redenen was om tot een fonds te komen, tot een minimum beperkt is gebleven. Het aanvraagproces is voor partijen voldoende inzichtelijk uitgewerkt in de regeling en weergegeven op de website.

Dit is echter door aanvragers als lang en complex ervaren De omvang van de organisatie is zeer beperkt gebleven ( lean and mean) en passend voor de werkwijze die, als gevolg van de gekozen investeringsvorm) vooral reactief werkt. Naast de 2 bestuurders is voor 2 dagen per week een fondsmanager ingehuurd die werd ondersteund vanuit de partners, i.c. gemeenten en BOM. De werkzaamheden ten behoeve van communicatie en administratie werden verricht door de partners en drukten financieel niet op het ROW. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) is tijdens de verslagperiode drie keer uitgeschreven. Eén van die vergaderingen is geannuleerd. Uit de AVA-kring zijn overigens kritische geluiden te horen over de communicatie en informatie. Met name naar aanleiding van het relatief grote aantal afwijzingen van aanvragen had men er dichter bij betrokken willen worden. Hier ligt evenwel een dilemma, omdat het geen communicatie aan de gemeenteraden betreft en omdat het om vertrouwelijke informatie gaat. Het bestuur en de IC hebben uiteraard frequenter vergaderd cq contact met elkaar gehad, van hun kant is voortdurend de vinger aan de pols gehouden, er is voldoende scherp geacteerd.

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019 11

2. Specifieke evaluatievragen Voor de evaluatie is vanuit de Stichting ROW (gemeenten) een overzicht met een 25-tal vragen gekomen. Onderstaand wordt hier puntsgewijs op ingegaan. Ten aanzien van de aanvragen en aanvragers 1. Zien aanvragers het Regionaal Ontwikkelfonds als een mogelijke sleutel voor de realisatie van hun initiatieven? Waaruit blijkt dit? 2. Zijn aanvragers afgehaakt toen ze realiseerden dat het ROW een revolverende lening betreft? Of zijn er andere duidelijke redenen genoemd voor het afhaken en wat zijn die dan? 3. Hebben de aanvragers moeite met het begrijpen van de voorwaarden waaraan een volledige aanvraag moet voldoen? Waaruit blijkt dit? 4. Hebben aanvragers voldoende zicht op mogelijke ondersteuning voor het indienen van een goede aanvraag (DTI)? Waaruit blijkt dat? Ad1: Ja, aanvragers blijken in eerste instantie gericht te zijn op het verkrijgen van subsidie (door hen gezien als ‘goedkoop geld’) als sleutel voor het realiseren van hun (fysieke) plannen. Ad2: Een deel van de aanvragers is afgehaakt toen voor hen duidelijk werd dat het niet om een subsidie, maar om een (revolverende) lening gaat. Dit was voor hen kennelijk vooraf onvoldoende duidelijk, hoewel in de berichtgeving over de regeling steeds is aangegeven dat het gaat om het verstrekken van garanties en/of het verstrekken van een lening tegen gunstige voorwaarden.

Mogelijk is de onduidelijkheid veroorzaakt doordat in de berichtgeving (bijv. website) zowel wordt gesproken over “lening’ als over “subsidie” en “subsidie aanvraag”. Ad3: Ja, de meeste aanvragers hebben moeite met het begrijpen van de inhoudelijke voorwaarden. Met name gaat het daarbij om het beantwoorden van de economische, niet-ruimtelijke vragen. De vragen over de externe economisch effecten (innovaties, ketenontwikkeling, bijdrage aan brainportdoelen e.d.) bleken voor hen vaak moeilijk te beantwoorden. Aanvragers melden zich dan ook bij het ROW met een huisvestingsvraagstuk en daarbij behorende financieringsvraag. Zij hebben geen behoefte om hun businesscase verder op te schalen om op doelen van het ROW te kunnen inspelen. Dat hangt in veel gevallen voor hun ook samen met het feit dat ze al aan het einde van hun planvormingsfase zitten en over willen gaan tot realisatie. Het verbreden van de businesscase levert vertraging op en is niet wenselijk Ad4: Ja, bij de eerste contacten via gemeenten e.a. is steeds gewezen op de ondersteuningsmogelijkheid. Ten aanzien van de behoefte in de markt 5. Kan het bestuur inzicht geven in de algemene ontwikkelingsbehoefte en ruimtevragen van het MKB in de Brainportregio? Zo ja, wat is dat dan? 6.

Kan het bestuur inzicht geven in de beschikbare capaciteit voor het beantwoorden van de ontwikkelingsbehoefte en ruimtevragen van het MKB in de Brainportregio? 7. Ziet het bestuur een ontwikkeling in de markt waarvoor het Regionaal Ontwikkelfonds zou kunnen worden aangewend?

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019 12

Ad 5 en 6: De uitbreidingsvraag tot 2030 wordt in het SGE geprognosticeerd tussen 92-2226 ha. Een groot deel van de verwachte uitbreidingsvraag komt vanuit de industrie (HTSM) en de logistiek. Een belangrijk deel daarvan komt voort uit de groei van bestaande bedrijven die willen uitbreiden en/of willen vernieuwen. Als alle meters aan nog nieuw uitgeefbare lege kavels worden opgeteld, plus de hectares die al in harde bestemmingsplannen vastliggen, dan beschikt het SGE tot 2030 over 178 ha aan harde plancapaciteit. In kwantitatief opzicht lijkt er dus geen probleem te zijn, omdat vraag en aanbod aan bedrijventerrein tot 2030 redelijk met elkaar in evenwicht te zijn. De werkelijkheid is echter aanzienlijk problematischer want de problemen spitsen zich vooral toe op de kwalitatieve discrepanties (zie verder ad 7). Het ROW heeft overigens in de procedure rondom het BIC ook een rol gespeeld doordat de gemeente aangaf middels het fonds te willen voorkomen dat leegstand en kwaliteitsverlies op bestaande terreinen zou plaatsvinden. Daarmee kan een fonds als het ROW ook een rol spelen in de ladderdiscussie als het gaat om zorgvuldig ruimtegebruik. Op zich zou het dan ook te rechtvaardigen zijn om te zeggen dat op het moment dat men met een fonds doorgaat middels afroming van opbrengsten uit uitleglocaties middelen creëert voor een ROW-fonds.

Ad 7: Echter, zoals dat voor de gehele regio Zuidoost-Brabant geldt, is er wel een serieus kwalitatief probleem (mismatch). Zowel voor de toeleveranciers in de stuwende sectoren, als de meer reguliere MKB-vraag zullen lokaal en subregionaal knelpunten ontstaan, deels nu al aan de orde. Er is een tekort aan aanbod van stedelijk kleine tot middelgrote werkmilieus en een overschot aan functionele werkmilieus. Bovendien wordt verwacht dat het merendeel van de vraag vanuit de industrie en logistiek niet op functionele werklocaties is te faciliteren, maar juist op thematische of stedelijke terreinen. Het voorgaande onderstreept de urgentie van de herprogrammeringsopgave voor de regio. Temeer als we – naast de kwalitatieve mismatch - ook rekening houden met de nieuwe eisen om de regionale werklocaties ‘next economy proof’ te maken (circulair, robotisering, smart industry, energie- en klimaatopgaven). En in het algemeen kan worden gesteld dat de Brainport-regio groot belang heeft bij een leef- en werkomgeving van hoge kwaliteit. De regio heeft hier nog een stevige opgave om concurrerend te blijven en in dat verband is een instrument als het ROW van betekenis. Hetzelfde geldt eigenlijk voor bereikbaarheid en het vinden van mensen. Personeel wil steeds meer in een hoog stedelijke omgeving werken welke goed/ snel bereikbaar is en waar ook “recreatiemogelijkheden” zijn.

Dit vraagt ook om het meer mengen van functies. Ten aanzien van het Regionaal Ontwikkelfonds 8. Hoe zijn de aanvragers in contact gekomen met het Regionaal Ontwikkelfonds? 9. Was de wijze van financiering door middel van het Regionaal Ontwikkelfonds bekend bij de aanvragers? Waaruit blijkt dat? 10. Heeft het bestuur de idee dat het Regionaal Ontwikkelfonds voldoende onder de aandacht van ondernemers is gebracht door de gemeenten? Waaruit blijkt dat? 11. Ziet het bestuur het Regionaal Ontwikkelfonds als een succesvol thema binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven voor versterking van het economisch profiel van de regio? Ad 8: Aanvragers zijn in contact gekomen met het ROW via gemeenten (m.n. bedrijfscontactfunctionarissen), via de BOM en/of vanuit (private) financieringsinstellingen. De website van het ROW heeft daarentegen weinig leads opgeleverd. Ook nieuwsberichten in media leveren vaak leads op. Ad 9: Neen, de wijze van financiering was bij het merendeel van de aanvragers (90%) onvoldoende bekend. Men verkeerde ten onrechte in de veronderstelling dat het om een subsidie ging (goedkoop geld).

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019 13

Ad 10: Ja, het bestuur is van mening dat dit op adequate wijze is gebeurd. Het is actief opgepakt, zowel door gemeenten (wethouders, bedrijfscontactfunctionarissen) als door de BOM. Daarbij is aangesloten bij contactmomenten direct met de doelgroep. De inzet is primair gericht op de partijen die in een vroeg stadium horen wat er binnen een onderneming speelt. Dit zijn de makelaars, accountants, financiers en de bedrijventerreinverenigingen. Bij deze laatste is aangegeven dat het ROW graag op een infoavond voor ondernemers komt uitleggen wat het ROW te bieden heeft. Er is niet gekozen voor het actief middels media benaderen van partijen omdat daarvoor het aantal te financieren partijen te klein is (immers bij 5 goedgekeurde aanvragen zou het budget zijn uitgeput) en omdat daarvoor te veel herhaling van de boodschap moet plaatsvinden. Ook had het ROW daarvoor niet de benodigde menskracht en middelen. Toch worden hierbij ook kritische kanttekeningen geplaatst. Door enkele bij het ROW betrokken bestuurders is opgemerkt dat het fonds te zeer onder het maaiveld is gebleven. Men had meer communicatie gewenst, met name richting bedrijvenkringen waar de bekendheid met het ROW betrekkelijk gering is gebleven tot nu toe. Anderzijds is er ook vanuit die kringen niet actief op ingespeeld. Ad 11: Het bestuur is van mening dat het een zeer urgent en breed thema is voor de regio.

In het belang van haar concurrentiepositie heeft de Brainport-regio groot belang bij een leef- en werkomgeving van hoge kwaliteit in het Stedelijk Gebied. Het voeren van een actief ruimtelijk-economisch beleid (waaronder een regeling als ROW) moet daarom worden gezien als een vitaal onderdeel van het regionaal economisch beleid, gericht op het verder versterken van de regionale concurrentiepositie en het bevorderen en instandhouden van de werkgelegenheid. Dit in samenhang met inspanningen zoals die vanuit de verschillende gemeenten en de BOM worden verricht, waarbij gericht ondersteund kan worden met kennis/ kunde, delen van netwerken en financiering. Ten aanzien van de behandeling van de aanvragen 12. Is het bestuur van mening dat de aanvraagprocedure en de overwegingen voor het subsidiebesluit en de financieringsovereenkomst voor alle aanvragers voldoende inzichtelijk zijn geweest? Waaruit blijkt dat? 13. Is het bestuur van mening dat de behandeling van de aanvraag voldoende financiële borging geeft om de subsidie toe te kennen en de financieringsovereenkomst te kunnen sluiten? Waaruit blijkt dat? 14. Geven de aanvragen voldoende inzichten geven in de initiatieven om tot beslissing omtrent de aanvragen te kunnen komen? Waaruit blijkt dat? Ad 12: Vooraf was dat voor veel aanvragers vaak niet helemaal goed te doorgronden.

Maar dat werd wel snel duidelijk als men eenmaal aan tafel zat bij de eerste bespreking. De aanvraagprocedure werd als lang ervaren en men heeft weinig grip op het resultaat. Het traject van beschikking tot financieringsovereenkomst is veel inzichtelijker voor partijen. Ad 13: Dit geeft een wisselend beeld. In de praktijk blijkt het sterk afhankelijk te zijn van de vraag of een aanvrager eerder ervaring heeft opgedaan met subsidieverlening of externe financiering. In dat geval kon de aanvraag succesvol worden afgerond. Echter, in het merendeel van de gevallen was er meer tijd om tot een goede aanvraag te komen, waardoor er voor de 3de tranche sprake was van het feit dat partijen aanvragen gereed hadden. De tijd die vervolgens nodig was om van beschikking tot financieringsovereenkomst te komen was kort. De gestelde 3 maanden is tot op heden in geen enkel traject niet gehaald.

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019 14

Ad 14: Veel aanvragers bleken onvoldoende bedreven bij het invullen van de aanvraag en het onderbouwen van de inhoudelijke vragen/ het schrijven van de businesscase. Er was betrekkelijk veel begeleiding nodig, hetgeen maar beperkt kon worden geboden in verband met de formeel juridische kaders bij een publiekrechtelijke regeling als het ROW.

Ten aanzien van de rol van de fondsmanager 15. Heeft de fondsmanager volgens het bestuur ook een proactieve rol naar potentiele aanvragers en aanvragers vervuld? 16. Heeft de fondsmanager volgens het bestuur voldoende ondersteuning gekregen voor het vervullen van zijn rol als Fondsmanager? 17. Kan bestuur aangeven of de Fondsmanager belemmering bij de behandeling van aanvragen is tegengekomen die te wijten zijn aan de kaders voor de subsidietoekenning of de voorwaarden voor de financieringsovereenkomst. 18. Kan het bestuur aangeven dat de Fondsmanager in staat geweest om aanvragers te begeleiden tot een goede aanvraag? Ad 15: De fondsmanager heeft binnen de voor het ROW geldende, publiekrechtelijke kaders moeten opereren. Daarbinnen heeft hij zoveel als mogelijk een proactieve rol vervuld naar (potentiële) aanvragers. Vanwege het publiekrechtelijke karakter van de regeling had die bemoeienis echter zijn beperkingen. Onder andere omdat rechtsongelijkheid tussen aanvragers moest worden voorkomen en ook moest het ‘dubbele petten’ probleem worden voorkomen: de fondsmanager kon niet tegelijk adviseur en beoordelaar zijn. Ad 16: Ja, er is voldoende ondersteuning geweest bij het behandelen van aanvragen. Uiteindelijk is die ondersteuning slechts beperkt nodig geweest, omdat er immers tot dusverre maar een beperkt aantal aanvragen tot een afgeronde procedure heeft geleid.

Door meer/ actief in te zetten/ capaciteit beschikbaar te stellen op de fase om tot een aanvraag te komen, hadden mogelijk meer op beter onderbouwde aanvragen kunnen komen. Die verantwoordelijkheid ligt ten dele bij het ROW en vooral bij de aandeelhouders. Ad 17: Ja, de belemmering bij de behandeling van aanvragen komt voort uit de inhoudelijke complexheid van de regeling en het stapelen van doelen (fysiek en economisch). De fondsmanager had meer inhoudelijke ondersteuning willen bieden dan hem formeel was toegestaan in verband met het publiekrechtelijke karakter van de regeling. In de praktijk is gebleken dat het goed werkt als de verschillende actoren (aanvrager, fondsmanager, bedrijfscontactfunctionaris, MKB-adviseur e.d.) bij elkaar gaan zitten om de aanvraag integraal te bezien. Dit leidt tot een betere aanvraag en betere uitgangspositie om te komen tot een financieringsovereenkomst. Ad 18: Ja, ondanks de complexiteit van de regeling is de fondsmanager in staat geweest om aanvragers te begeleiden tot een aanvraag dan wel inzichtelijk te maken wat de voordelen van het ROW zijn of deze in contact te brengen met andere partijen die mogelijk kunnen helpen.

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019 15

Ten aanzien van de inzet van Develop to invest (DTI) 19. Kan het bestuur aangeven dat de inzet van Develop to invest heeft geleid tot goede aanvragen die in behandeling zijn genomen? 20. Kan het bestuur aangeven dat de mogelijkheid voor de inzet van Develop to Invest voor alle aanvragers bekend was? 21. Is het bestuur van mening dat de inzet van Develop to Invest de maximale inzet van de kant van het Regionaal Ontwikkelfonds betrof voor de ondersteuning van aanvragen en aanvragers? Ad 19: De inzet van ‘Develop to invest’ heeft er in alle gevallen toe geleid dat aanvragers zich extra zijn gaan verdiepen in (de impact van) hun business case. Toch heeft dit slechts ten dele geleid tot beter onderbouwde aanvragen. Ad 20: Voor het merendeel van de aanvragers was dit vooraf al bekend, omdat hierover op dezelfde wijze is gecommuniceerd over het ROW zelf en alle partijen waar het ROW mee in contact is gekomen hierover direct zijn benaderd. Ad 21: Ja, er was sprake van een optimale inzet samen met de overige ondersteuning en begeleiding via de fondsmanager en gemeente en BOM. De inzet had mogelijk nog verder kunnen worden versterkt door alle voor de aanvraag relevante actoren bij elkaar te zetten en integraal naar de aanvraag te laten kijken. Zie voorts ad 17. Ten aanzien het verloop van het Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties 22.

Heeft het bestuur de indruk dat het instrument van een regionaal ontwikkelfonds aansluit bij de huidige behoefte in de markt? 23. Is het bestuur van mening dat ten aanzien van werklocaties een economische opgave voor versterking bestaat waar de gemeenten en de provincie een sturende rol in kunnen betekenen? 24. Heeft het bestuur onderzocht of het Regionaal Ontwikkelfonds kan worden ingericht om op de mogelijke veranderde behoefte in de markt te kunnen inspelen zodat het beschikbaar gestelde budget alsnog kan worden aangewend voor de oorspronkelijke doelstellingen? 25. Ziet het bestuur op korte of middellange termijn ontwikkelingen op werklocaties waar het Regionaal Ontwikkelfonds een rol bij kan spelen? Ad 22: Neen. De regeling is te ingewikkeld en brengt de overheid die wil interveniëren in het regionale ecosysteem onvoldoende in positie. Het is moeilijk en te complex gebleken om met geld via ‘de stenen’ te sturen op doelen van regionaal-economische ontwikkeling. Ad 23: Ja, zie kortheidshalve ad 11 Ad 24: Ja, dit is onderzocht door het bestuur. De conclusie is dat het publiekrechtelijke karakter, alsmede het stapelen van doelstellingen in de regeling te weinig mogelijkheden bieden om succesvoller dan tot dusverre te opereren in de markt.

Ad 25: Ja op korte termijn speelt het probleem van de kwalitatieve mismatch en op (middellange) termijn is er de opgave om de werklocaties in het SGE ‘next economyproof’ te maken. In vergelijking met andere, concurrerende regio’s ligt hier een relatief forse opgave.

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019 16

3. Conclusies en aanbevelingen Het ROW-doel past uitstekend in de regionale aanpak van bedrijvenlocaties waarvoor in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) is gekozen, met als uitgangspunt dat suboptimalisaties als gevolg van concurrentie tussen gemeenten moeten worden voorkomen. Kerndoelstelling van het ROW is het gebiedsgericht stimuleren van (werk)locaties en innovatie. Belangrijke overweging daarbij was dat het aanbod op bestaande terreinen lang niet altijd aansluit op de behoeften van bedrijven. De urgentie van dit thema wordt bevestigd door deze evaluatie. Recente analyses van de vraag- en aanbodverhoudingen in het SGE wijzen op een tekort aan kleine en middelgrote stedelijke werkmilieus en een overschot aan functionele werkmilieus. Als gevolg van de relatief forse kwalitatieve mismatch zullen knelpunten ontstaan in de huisvesting van zowel het reguliere MKB als de innovatieve starters en doorstarters. Bovendien heeft de regio een stevige herprogrammeringsopgave om de bestaande bedrijventerreinen ‘next economyproof’ te maken. Daarbij komt dat met het BIC in feite een contrabeweging is gemaakt, waardoor de druk op de revitalisering en herprogrammering van bestaande bedrijvenlocaties verder is vergroot. Dat is één van de directe aanleidingen geweest voor de instelling van het ROW. Met het ROW is ingespeeld op een zeer urgent thema voor de regio.

De doelstellingen zijn direct gerelateerd aan het versterken van de concurrentiepositie en het ondernemingsklimaat in de Brainportregio. Het gaat derhalve om een vitaal onderdeel van het te voeren regionaal economisch beleid. Daarover zijn overigens geen verschillen van mening in de regio, hetgeen ook blijkt uit het feit dat in het SGE bewust is gekozen voor een regionale aanpak van het werklocatiebeleid met één loket. In vergelijking met andere regio’s is dat een redelijk unieke situatie. Daarmee is er in het SGE een sterke bestuurlijke basis voor het uitrollen van innovatief beleid op dit gebied. Het ROW heeft bijgedragen aan die sterk regionale insteek waarvoor in het SGE is gekozen. Probleem is echter dat al snel na de start in april 2018 is gebleken dat het ROW onvoldoende effectief is. Vooraf waren er hoge verwachtingen over de vraag naar het fonds, maar die vraag bleef zeker in het begin nagenoeg uit. Geconcludeerd kan worden dat de problematiek vooral van juridisch-technische aard is. De regeling bevat een stapeling van doelstellingen en voorwaarden en de procedure is tijdrovend en ingewikkeld voor aanvragers. Dit hangt samen met het publiekrechtelijke karakter van de regeling. Vanwege het grote aantal voorwaarden waaraan moet worden voldaan moest vrijwel bij alle aanvragen uitstel worden verleend, de termijn van drie maanden bleek in alle gevallen te kort.

Vraag die door enkele ROW-bestuurders is gesteld, is “waarom we het met elkaar zo ingewikkeld gemaakt?”. De ambitie om met het ROW vroegtijdig te kunnen sturen op ecosysteemontwikkeling kon dus niet worden gerealiseerd. De focus is vooral komen te liggen op het investeren in ’stenen’ en niet op het steunen van bedrijfsontwikkeling en doorgroei. Daarom bleek de regeling voor veel mogelijk interessante partijen niet interessant te zijn. Voor een aantal partijen wel, maar dat betekende in de praktijk dat het ROW achter in het traject kwam te zitten, als de plannen al rond waren en er voornamelijk de financieringsvraag aan de orde was. Of zoals opgemerkt : “er zijn vooral moneymakers aangetrokken en geen business developers”.

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019 17

Voorgaande observaties bevestigen de legitimiteit van het voornemen van het bestuur om de thans lopende trajecten af te werken en – vroegtijdiger dan voorzien - te stoppen met de huidige ROWregeling en de boeken te sluiten. Vraag is dan vervolgens wel: hoe nu verder? Vanwege de urgentie van dit thema, die door niemand wordt weersproken, wordt geadviseerd te kiezen voor een follow-up en dus niet voor het terugsluizen van het resterende budget. Maar dat vraagt wel om een fundamenteel andere regeling, een soort ROW 2.0. Uit de interviews met de vertegenwoordigers van de diverse geledingen binnen het ROW kan worden afgeleid dat er meer dan voldoende draagvlak is voor een vorm van continuering en dus niet voor terugsluizing van de gelden. Hoewel dit bij de aandeelhouders – gemeenten versus BOM – wel verschillend zal kunnen liggen. In dit kader worden de volgende aanbevelingen gedaan op basis van voorliggende evaluatie: 1) Kies, gelet op de urgentie van dit kernthema, voor continuïteit en maak de afspraak dat het bestuur op korte termijn met een voorstel te komt voor een ROW 2.0, waarmee effectiever kan worden ingespeeld op de dynamiek in de markt. Onderzoek of dit instrument vanwege het bredere perspectief en omwille van de continuïteit zou kunnen worden aangehaakt bij de Nationale Brainportagenda. 2) Probeer een scherper beeld te krijgen van de feitelijke marktbehoefte.

Stel daarbij de kritische vraag of een investeringsfonds wel nodig is in een tijd met veel en goedkoop geld. En onderzoek wat de bepalende factoren zijn voor een regeling die de kwaliteit van het ecosysteem wil bevorderen (een regeling die redeneert vanuit bedrijven in plaats van stenen). 3) Doe nader onderzoek naar wat toegevoegde waarde is geweest van een publiekrechtelijke regeling en heb het bestuurlijke lef om zo nodig te kiezen voor een privaatrechtelijke constructie (NV-vorm). 1) Benut deze ‘time out’ om extra aandacht te besteden aan de criteria gericht op het toekomstproof maken van werklocaties gelet op de snel veranderende opgaven aan werklocaties in verband met ontwikkelingen rond energietransitie, circulaire economie en criminaliteit. Verwezen zij naar een recent advies van BrabantAdvies hierover4. Zorg voor politieke agendering van deze opgave en betrek hierbij tevens de provincie, omdat dit thema ook elders in Brabant speelt.

4

‘Brabantse werklocaties toekomstproof!’, BrabantAdvies, september 2019

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019 18

Bijlage 1

Geïnterviewde personen

-

Dhr. Jan Boersma Dhr. Staf Depla Dhr. Johan Gielen Dhr. Scief Houben Dhr. Peter Noordanus Dhr. Jan Pelle

wethouder Son en Breugel, bestuurlijk trekker lid Investeringscommissie, ex-wethouder Eindhoven fondsmanager lid Investeringscommissie, tevens lid IC BOM lid bestuur ROW, ex burgemeester Tilburg lid bestuur ROW, algemeen-directeur BOM

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019 19

Bijlage 2

Geraadpleegde documenten

-

Businessplan Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties, BOM (14 februari 2017)

-

Samenwerkingsovereenkomst ROW, SGE en BOM (april 2018)

-

Presentatie PoHo augustus 2018

-

Voortgangsrapportage 2019 en Begroting 2019/2020 ROW (31 augustus 2019)

-

Notulen Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) dd. 3 oktober 2019

-

MEMO van Bestuur ROW aan AVA inzake Evaluatie ROW d.d. 22 oktober 2019

Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

6-11-2019 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9809619/1