CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

21012.4 - Bijlage 2 - Notitie aanpassingen ROW

Raadsvergadering 15 maart 2021, gemeente BestBij agendapunt: 21012 - Nieuwe subsidieverordening Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties5.677 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie

Aanpassingen Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties

Aan: Van: Datum:

De leden van het portefeuillehoudersoveleg Economische Zaken Ingrid Leermakers, Inge Ketting 15 september 2020

Aanleiding Het Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties (verder: ROW) is eind 2019/begin 2020 geëvalueerd. De portefeuillehouders Economie van het SGE hebben unaniem afgesproken door te willen gaan met het fonds, omdat het gezien wordt als een waardevol instrument in de economische ontwikkeling van de regio. De provincie Noord-Brabant deelt deze zienswijze en wil de rol van de BOM overnemen. Uit gesprekken met gemeenten, BOM, provincie en partijen die gebruik maken van het fonds, is gebleken dat het fonds voorziet in een behoefte maar dat er verbeteringen in de toegankelijkheid nodig zijn. In het POHO van 2 juli 2020 is voor de doorontwikkeling van het ROW gekozen voor scenario 2 “Verbetering van de governance”. Uitgangspunt van dit voorkeursscenario is dat: 1. De doelstellingen van het ROW in principe niet worden gewijzigd. De ruimte die er binnen de doelstellingen is, wordt onderzocht en benut; 2. Verdere wensen vanuit consultatie markt en deelnemende gemeenten waar mogelijk worden meegenomen; 3. Onderzocht wordt of en hoe ‘develop to invest’ structureel te financieren is vanuit het ROW en of de fondsdrempel verlaagd kan worden; 4. De governance wordt aangepast, slagkracht wordt vergroot en kortere (beslis)lijnen aansluitend op de nieuwe uit te werken organisatiestructuur worden gerealiseerd. Deze notitie beschrijft de voorgestelde wijzigingen op bovenstaande aspecten.

Tevens wordt nog ingegaan op de ontbinding van de BV. 1. Ruimte zoeken binnen de doelstellingen van het ROW Uitgangspunt van het voorkeursscenario was dat de doelstellingen van het ROW formeel niet worden gewijzigd en dat er geen fundamentele discussie plaats vindt over de doelstellingen van het fonds. Wel onderzoeken en benutten we de ruimte die er binnen de huidige doelstellingen liggen. Met dit uitgangspunt zijn we aan de slag gegaan. Gaandeweg hebben we toch gemeend enkele aanpassingen voor te stellen, die naar ons idee van positieve invloed zijn op het bereik van het ROW. In de tabel op de volgende pagina zijn in de eerste kolom de huidige doelstellingen en uitgangspunten van het ROW weergegeven, zoals deze in de huidige verordening in de artikelen 2, 4 en 7 van de verordening zijn opgenomen. In de tweede kolom zijn de voorstellen tot aanpassingen opgenomen met een toelichting in de derde kolom. Eventuele openstaande vragen voor juristen zijn in de vierde kolom opgenomen.

Archiefexemplaar van BL21-01634

- Bijlage 2 Notitie aanpassingen ROW

Huidige verordening Artikel 2 “…het in beginsel op bestaande werklocaties realiseren van projecten van regionaal economisch belang en passend binnen de regionale strategie die leiden tot: - Werkgelegenheid; - Innovatie; - Versterking van regionale ketens van toeleveranciers en; - Versterking van clusters en campussen”

Voorstel wijziging Artikel 2 “…het in beginsel op bestaande werklocaties realiseren van projecten van regionaal economisch belang, passend binnen de regionale strategie en het juiste bedrijf op de juiste plaats die leiden tot: - Werkgelegenheid; - Innovatie; - Oplossen danwel voorkomen van leegstand

Toelichting Artikel 2 Voor de voorwaarden die we stellen en het meten van de output is het van belang dat we zo concreet mogelijk zijn en dat deze bij voorkeur meetbaar zijn. Versterking van regionale ketens en clusters/campussen is lastiger meetbaar.

Verder aanpassen dat het niet noodzakelijk is dat aan alle doelen wordt bijgedragen, maar aan twee van de drie.

In het huidige businessplan ROW is benoemd dat het project moet leiden tot economische meerwaarde voor de regio en dat daarvan sprake is als aan een van deze voorwaarden wordt voldaan (zie pag. 11 businessplan).

Huidige verordening Artikel 4 lid 1 Het ROW kan een eenmalige subsidie verstrekken voor de realisatie van (her)ontwikkelingsprojecten, bestaande uit een of meerdere onderstaande activiteiten:

Voorstel wijziging Artikel 4 lid 1 Het ROW kan een eenmalige bijdrage verstrekken in de vorm van een lening/garantstelling voor de realisatie van (her)ontwikkelingsprojecten, bestaande uit een of meerdere onderstaande activiteiten:

a. Realisatie van een ruimtelijke ingreep op een locatie b. Realisatie van het (her)ontwikkelen/ verbeteren van bebouwing c. Realisatie van (duurzame) innovatieve concepten op/aan of in een gebouw d. Realisatie specifieke inrichtingsvereisten voor meerdere gebruikers binnen de doelgroep van deze regeling.

a. Realisatie van een ruimtelijke ingreep op een locatie b. Realisatie van het (her)ontwikkelen/ verbeteren van bebouwing c. Realisatie van verduurzaming en/ of innovatieve maatregelen op/aan of in een gebouw d. Verplaatsing van bedrijvigheid onder het motto “ juiste bedrijf op de juiste plaats”

In artikel 4 lid 2 wordt benoemd dat subsidies worden verstrekt in de vorm van: a. Een lening; b. Een garantstelling.

Vragen voor juristen

Oplossen van leegstand

In de verordening is dit niet duidelijk omschreven. Voorstel is dan ook om in de uitwerking van artikel 2 en 7 daar expliciete duidelijkheid over te laten geven. Toelichting Artikel 4 lid 1 Samenvoegen van artikel 4 lid 1 en artikel 4 lid 2.

Vragen voor juristen

Wanneer we het fonds revolverend willen laten blijven is handhaving van lening/garantstelling nodig en kan het geen subsidie betreffen. In juridische zin is het een subside in de vorm van een lening/garanstelling.

Aspect staatssteun lening/garantstelling toets is nodig.

De uitgaven voor DTI vloeien niet terug en moeten worden beschouwd als een subsidie. Verderop in deze notitie wordt nader ingegaan op DTI

Aspect staatssteun DTI: toets is nodig

Vanuit de fondsmanager wordt de behoefte gesignaleerd om de regeling niet alleen van toepassing te laten zijn op de gebouwen zelf, maar ook op tastbare voorzieningen die bijdragen aan de opwaardering van het gebouw en de werkzaamheden die daarbinnen worden uitgevoerd (bijv. plaatsing of opwaardering van een cleanroom, het aanbrengen van gebouw-gebonden innovatieve, energiebesparende voorzieningen).

Verplaatsing van bedrijvigheid is wenselijk in gevallen waar: 1. het kwalitatief afbreuk doet aan het bedrijventerrein met de huidige vestiging; 2. het qua bedrijfsvoering beter past op een andere locatie

Bepaling opnemen in verordening dat in bijzondere gevallen kan worden afgeweken van de vastgestelde lijst met bedrijfslocaties

Huidige verordening Artikel 7 lid 1 ROW toetst subsidieaanvragen voor een project als bedoeld in artikel 4 aan de volgende vereisten: a. het project wordt uitgevoerd binnen de aangewezen werklocaties, zoals opgenomen in bijlage 2 en;

Voorstel wijziging Artikel 7 lid 1 ROW toetst aanvragen voor lening/garantstelling voor een project als bedoeld in artikel 4 aan de volgende vereisten: a. Het project wordt uitgevoerd binnen de aangewezen werklocaties, zoals opgenomen in bijlage 2 en;

De nieuwe locatie moet onderdeel uitmaken v lijst van bedrijfslocaties. Het bestuur ka overleg (kan ook schriftelijk) een (kantoor)lo die niet op de lijst staat, voorleggen aan POHO. Eventueel toepassing hardheidscla door dagelijks bestuur of poho EZ? Toelichting Artikel 7 lid 1

Vanuit de fondsmanager wordt aangegeven innovatieve bedrijven niet kiezen voor een kla bedrijventerrein, maar voor een hippe plek nabij de binnenstad. Vanuit dit licht zou hi uitbreiding van de limitatieve lijst toejuichen.

Voorstel is om de lijst met lo bedrijventerreinen te handhaven. Daarbij regeling op te nemen dat er in bijzondere ge afwijking van deze lijst mogelijk is, maar d ter beoordeling van het dagelijks bestuur i deze manier kan transformatie van bijv. kantoorlocatie ook meegenomen wo Kantoorlocaties laten zich op voorhand e moeilijk clusteren. Vandaar dat we op deze flexibiliteit in willen bouwen. b. sprake is van het behouden, creëren en/ of uitbreiden van werkgelegenheid en; c. het project levert een aantoonbaar positief effect op voor het SGE en; d. naast de subsidieaanvrager profiteert, in de vorm van een toename van innovatie en/ of groei, minimaal 1 andere partij binnen de keten van toeleveranciers/ afnemers van het project en;

b. sprake is van een project van regionaal economisch belang, passend binnen de regionale strategie en het juiste bedrijf op de juiste plaats; c. Sprake is van het behouden, creëren en/of uitbreiden van werkgelegenheid en/ of; d. De aanvrager profiteert in de vorm van een toename van innovatie en/ of groei.

In het huidige businessplan ROW is benoem het project moet leiden tot econom meerwaarde voor de regio en dat dit het ge indien het project leidt tot (en/of): - werkgelegenheid - innovatie - versterking regionale keten van bedrijv - versterking cluster of campus - anderszins bijdraagt aan regi economische strategie

van de bij de SGE aangesloten bestuursorganen nog de BOM, minimaal 50% van de totale projectomvang en; f.

de projectaanvraag heeft betrekking op minimaal een projectomvang van € 2.000.000,-, en;

de SGE aangesloten bestuursorganen nochde provincie, minimaal 50% van de totale projectomvang en; f.

de projectaanvraag heeft betrekking op minimaal een projectomvang van € 500.000,-, en;

Door de hoogte van de fondsdrempel en daa ook de eigen bijdrage van de aanvrager word MKB nauwelijks tot niet bereikt. Dit is aanle om de fondsdrempel te verlagen. Zie voor ve uitwerking artikel 10. Geen wijziging

g. een brief vanuit de betrokken SGE gemeente waarin het project is gelegen waaruit blijkt dat minimaal is aangegeven dat zij positief staat tegenover het voorgenomen project en zich actief zal inspannen, binnen de wettelijke kaders, om het project (bestuursrechtelijk) mogelijk te maken en;

g. een brief vanuit de betrokken SGE gemeente waarin het project is gelegen waaruit blijkt dat minimaal is aangegeven dat zij positief staat tegenover het voorgenomen project en zich actief zal inspannen, binnen de wettelijke kaders, om het project (bestuursrechtelijk) mogelijk te maken en;

h. er sprake is van een sluitende businesscase en;

h. er sprake is van een sluitende businesscase en;

i.

er is voldoende aangetoond dat het project zonder subsidie niet gerealiseerd kan worden en;

i.

er is voldoende aangetoond dat het project zonder lening/garantstelling niet gerealiseerd kan worden en;

Wijziging van subsidie naar lening/garantstelli

j.

het project waar de aanvraag betrekking op heeft start binnen 1 jaar na datum subsidiebeschikking, waarbij het bestuur de bevoegdheid heeft deze termijn één keer te verlengen.

j.

het project waar de aanvraag betrekking op heeft start binnen 1 jaar na datum beschikking lening danwel garantstelling, waarbij het bestuur de bevoegdheid heeft deze termijn één keer te verlengen.

Zie opmerking hiervoor

Huidige verordening Artikel 10 De hoogte van de subsidie, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 1.000.000 en maximum van € 2.500.000 per aanvraag

onderbouwde aanvraag leidend is bij bereiken van plafond.

(PM: nagaan wat nu de hoogte dan zou zijn de verordening vastleggen dat het momen indienen van een ontvankelijke en kwal volwaardig onderbouwde aanvraag aan adviescommissie peildatum van indiening Zolang er middelen beschikbaar zijn, kunn aanvragen ingediend worden, waarbij rest budget en peildatum van indiening leidend is openstelling regeling.

Voorstel wijziging Artikel 10 De hoogte van de lening danwel garantstelling, bedraagt maximaal 50% van de kosten met een minimum van € 250.000 en maximum van € 2.500.000 per aanvraag.

Toelichting Artikel 10 Door de hoogte van de fondsdrempel en daa ook de eigen bijdrage van de aanvrager word MKB nauwelijks tot niet bereikt. Dit is aanle om de fondsdrempel te verlagen. Zie voor verdere toelichting paragraaf Financi

Huidige verordening Bijlage 1 prioriteringscriteria I.v.m. overschrijding subsidieplafond zijn prioriteringscriteria ingesteld en als bijlage opgenomen in de huidige verordening.

Voorstel wijziging

Toelichting

Prioriteringscriteria laten vervallen. Bij dreigende overschrijding van het plafond gaat het om de peildatum van het indienen van een ontvankelijke en volwaardig onderbouwde aanvraag bij de adviescommissie.

Uit de marktconsultatie bleek dat de tranche ‘race tegen de klok’ werden ervaren en term daardoor niet gehaald werden.

Algemeen +

2. Verdere wensen vanuit consultatie markt en deelnemende gemeenten Vanuit de marktconsultatie en de evaluatie blijkt dat de regeling een stapeling van doelstellingen en groot aantal voorwaarden kent die contra productief werken. Het voorkeursscenario “verbeteren governance” geeft aan dat inhoudelijke verbeteringen mee worden genomen. Vanuit de fondsmanager worden de volgende knelpunten aangedragen: - Streven naar innovatieve oplossingen kan op gespannen voet staan met de verplichting dat in “stenen” geïnvesteerd moet worden. Het voorstel is om het ROW in te blijven zetten voor projecten die tastbare effecten sorteren, maar om dit niet alleen van toepassing te laten zijn op de gebouwen zelf; realisatie van verduurzaming en/ of innovatieve maatregelen op/aan of in een gebouw is ook mogelijk. Zie passage voorgaande tabel, artikel 4 lid 1 sub c. - Streven naar innovatieve oplossingen kan op gespannen voet staan met de locatie waar de investeringen moeten plaatsvinden (vanwege de toepassing van een limitatieve lijst met werklocaties). Het voorstel is om de lijst met locaties als uitgangspunt te handhaven, maar in de regeling op te nemen dat er wel flexibiliteit mogelijk is door per casus de mogelijkheid op te nemen om een andere werklocatie goed te keuren. Het afwijken van de limitatieve lijst is ter beoordeling aan het dagelijks bestuur na consultatie van de vestigingsgemeente.

Zie passage voorgaande tabel, artikel 7 lid 1. - In de gevallen waarin de aanvrager niet de eigenaar van het onroerend goed is maar de huurder, is medewerking van de vastgoedeigenaar nodig. Het is daarom van belang dat de eigenaar bij de aanvraag wordt betrokken. - Doorlooptijd van het komen tot een aanvraag is voor de aanvragers tegelijkertijd een beperking in het duidelijkheid kunnen geven aan cofinanciers. Fondsmanager geeft aan dat wanneer aanvragers tijdig beginnen dit geen probleem hoeft te zijn. De praktijk is echter weerbarstig. De Rabobank heeft reeds aangeboden hier in te willen ondersteunen. Meer bekendheid voor de regeling is nodig bij co-financiers en betrokken SGEgemeenten, opdat zij aanvragers tijdig hierop kunnen wijzen. - In een aantal gevallen werd de huidige fondsdrempel van € 1.000.000 als te hoog ervaren. Het verlagen van de fondsdrempel kan dus leiden tot een groter aantal aanvragen. 3. Financiën: develop to invest en verlagen fondsdrempel Develop to Invest Uit de evaluatie is gebleken dat er een behoefte is om Develop to Invest (verder: DTI) te kunnen financieren. Het voortraject van een DTI/haalbaarheidsstudie is voor een goede aanvraag cruciaal geven betrokkenen aan. De huidige verordening biedt reeds de mogelijkheid om plankosten te financieren.

Zo geeft artikel 1 sub k aan wat onder plankosten wordt verstaan en dat alleen de plankosten die gemaakt worden na het moment van ontvangst aanvraag mogelijk subsidiabel zijn. De plankosten die gemaakt zijn om de aanvraag in te dienen, zijn daarmee niet subsidiabel. Dit wordt nog eens herhaald in artikel 11 sub d.

Wanneer we DTI willen financieren vanuit de huidige ROW-regeling, betekent dit dat de aanvraag zo snel mogelijk ingediend moet worden, geven de juristen aan. Echter, de DTI is juist bedoeld om tot een goede aanvraag te komen en staat daarmee haaks op het snel indienen van de aanvraag. De DTI voor het komen van een goede, volledige aanvraag kan alleen worden gefinancierd als we de verordening aanpassen door ook de plankosten die gemaakt worden voor het komen tot een aanvraag subsidiabel te maken. De uitkomst van de DTI is in het positieve scenario een ontvankelijke en inhoudelijk kwalitatief volwaardige onderbouwde aanvraag die leidt tot een lening/garantstelling. De uitkomst van de DTI/haalbaarheidsstudie kan echter ook zijn dat het project niet haalbaar is. In dat laatste geval volgt er geen aanvraag en staat er geen ontwikkeling tegenover de gedane voorfinanciering. Gelet op het voorgaande en dat het ROW als hoofddoelstelling heeft de realisatie van (her)ontwikkelingsprojecten moet de financiering van de DTI daarvoor ten dienste staan en zou hiervoor geen groot beslag op de middelen worden gelegd.

Daarom wordt voorgesteld om de regeling/verordening aan te passen zodat de DTI in beperkte mate gefinancierd kan worden met daarbij de volgende voorwaarden: - Er is sprake van financiering vanuit het ROW van maximaal 50% van de volledige DTI-kosten per aanvraag tot een bedrag van maximaal € 7.500. De overige 50% komen voor rekening van de aanvrager. Wanneer de DTIkosten hoger zijn dan € 15.000, komt dit bedrag volledig voor rekening van de aanvrager; - Het maximum totale bedrag wat aan DTI vanuit het ROW kan worden bijgedragen bedraagt € 100.000 (hardheidsclausule voor maximum voor bestuur ROW); - Bij toekenning van DTI worden afspraken gemaakt over de uitvoering en looptijd van de haalbaarheidsstudie; - Grondslag van de subsidie moet worden vastgelegd in de verordening; - Het dagelijks bestuur beslist op basis van een advies van de fondsmanager over het verstrekken van de bijdrage DTI. Fondsdrempel In de huidige regeling bedraagt de minimale ROW-investering per project € 1.000.000 en maximaal € 2.500.000. Vanwege de vereiste dat de aanvrager zelf (of samen met derden) minimaal 50% financiert van de totale projectomvang, betekent dit een totale projectomvang van tenminste € 2.000.000. Deze vereiste betekent voor een groot aantal MKB bedrijven dat zij geen beroep kunnen doen op het ROW. We hebben over de hoogte van de fondsdrempel de Rabobank en de fondsmanager geconsulteerd.

Beiden geven aan dat het verlagen van de fondsdrempel wenselijk is voor de doelgroep. Voorstel is om de projectomvang te verlagen naar € 500.000 en dus een eigen bijdrage van € 250.000. De verwachting is dat een verdere verlaging van de fondsdrempel leidt tot een groot aantal aanvragen die in verhouding tot de bijdrage hoge kosten met zich meebrengen voor beoordeling. In de praktijk vormden

aanvragen kleiner dan het huidige minimum van € 1.000.000 lening/.garantstelling naar schatting van de fondsmanager zo’n 1/3 van de aanvragen. In de praktijk zijn geen aanvragen voor minder dan € 250.000 binnen gekomen. Het verlagen van de fondsdrempel noodzaakt tot het aanpassen van de verordening. Het voorstel is om de hoogte van de lening danwel garantstelling maximaal 50% van de subsidiabele kosten te laten bedragen met een minimum van € 250.000 en maximum van € 2.500.000 per aanvraag. Dit betekent een totale projectomvang van tenminste € 500.000. 4. Wijziging governancestructuur Doel van de governancestructuur van het fonds was om deze praktisch en licht te houden en goed werkbaar in de praktijk. De functionaliteit en slagkracht van het fonds moest voorop staan; het doel van het fonds moet gediend worden. Het bureau dat de evaluatie met betrokkenen heeft uitgevoerd, concludeert dat “de omvang van de organisatie zeer beperkt is gebleven (lean and mean) en passend voor de werkwijze die, als gevolg van de gekozen investeringsvorm, vooral reactief werkt.“ Echter, betrokkenen ervaren de regeling wel als complex.

Er is in 2017 gekozen voor het oprichten van een ROW BV als entiteit voor de samenwerking tussen de 9 SGE-gemeenten, verenigd in een stichting ROW SGE, en de BOM. Beide zijn daarin aandeelhouders met gelijke stem. Waar de BOM na de evaluatie van het ROW heeft aangegeven uit de samenwerking te willen stappen, heeft de Stichting ROW SGE unaniem besloten door te willen gaan met het fonds omdat het gezien wordt als een waardevol instrument in de economische ontwikkeling van de regio. De provincie Noord-Brabant deelt deze zienswijze en wil de plek van de BOM overnemen, waarbij er wel een verschuiving van de rol optreedt. Zo geeft de provincie Noord-Brabant aan dat zij wel de financiële middelen wil blijven investeren, maar niet de rol van de BOM wil overnemen (o.a.

aandeelhouderschap). Inmiddels heeft de provincie ambtelijk laten weten de bijdrage door middel van een subsidieverstrekking te verstrekken. Met het uittreden van de BOM in de BV is het moment gekomen om de governancestructuur ook tegen het licht te houden. Het biedt kansen om ook de door de Stichting ROW SGE gewenste verbeteringen nu door te voeren. De Stichting ROW SGE stond in de huidige governance verder af van de praktijk. Men wil dichter worden betrokken en tussentijds worden geïnformeerd, zodat zij gedurende de uitvoering beter de controle en toezicht op het bereiken van de doelstellingen van het ROW kunnen voeren. In de huidige organisatiestructuur is het aan het bestuur van de ROW BV om een besluit te nemen op basis van het advies van de investeringscommissie. De Stichting ROW SGE staat in de huidige structuur op afstand van het bestuur ROW BV en de investeringscommissie. De bijsturingsmogelijkheden zijn daardoor ook meer beperkt. Men wil meer inzicht hebben op waarom aanvragen worden afgewezen, zodat eventuele bijsturingen kunnen worden gedaan gelet op de doelstellingen van het ROW. De Stichting ROW SGE wil met de nieuwe governancestructuur meer regie kunnen voeren en kortere lijnen met de fondsmanager. Dit betekent overigens niet dat zij wil dat de individuele colleges van b&w of gemeenteraden de besluiten voor lening/garantstelling moeten goedkeuren.

Gelet op het bovenstaande wordt een aangepaste governancestructuur voorgesteld. Daarbij worden de uitgangspunten van de governancestructuur gehandhaafd: praktisch werkbaar – lichte structuur - functionaliteit en slagkracht ROW voorop. De volgende governancestructuur wordt voorgesteld:

Provincie Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant wil wel de financieringsrol van de BOM overnemen, maar niet deelnemen in de stichting. De provincie is gevraagd op welke wijze zij haar rol in het proces ROW ziet. De provincie heeft aangegeven dat: - De rol van de BOM overgenomen kan worden in een vereenvoudigde governance; - De provincie niet wil toetreden tot een stichting of BV; - De financiële middelen van de BOM moeten komen c.q. overgeheveld worden. De provincie heeft zelf geen financiële ruimte om zelf aan het ROW bij te dragen; - De stichting ROW SGE een subsidieaanvraag bij de Provincie moet indienen voor de totale inzet van de provincie; - Zij vervolgens aan de stichting ROW SGE een beschikking met bijbehorende voorwaarden verstuurt; - Zij nadenkt over de mogelijkheid om een ambtelijk afgevaardigde namens de provincie in de adviescommissie zitting te laten nemen (betrokkenheid). Stichting Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties SGE De Stichting ROW SEG vertegenwoordigd door de 9 portefeuillehouders Economische Zaken SGE blijft bestaan. De volgende wijzigingen moeten doorgevoerd worden: - In artikel 3 van de oprichtingsakte van de stichting wordt verwezen naar de BV i.r.t. het verwezenlijken van het doel van de stichting. Bij opheffing BV dit wijzigen; - In de ROW BV is nu het kapitaal geplaatst. Bij ontbinding ROW BV moet dit naar de stichting.

Tevens moet de lening die al is verstrekt door de BV in de nieuwe governance structuur “ landen”; - Taken en bevoegdheden aanpassen/opnemen in de stichtingsakte; - Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur uit stichtingsakte moeten worden getoetst aan de uiteindelijk uitgewerkte governance: zijn deze nog juist omschreven? Zo wordt er in artikel 5 lid 2 gesproken over ondersteuning door een directeur (waarvoor artikel 13 is opgenomen in de oprichtingsakte). Kan worden ingevuld door fondsmanager. Terminologie gelijktrekken); - De stichting legt verantwoording af aan de colleges van b&w en de gemeenteraden en de provincie Noord-Brabant (via subsidiebeschikking verantwoording); - De stichting bespreekt als vast agendapunt op het poho Economie 4 keer per jaar de voortgang van het ROW. Dagelijks bestuur De huidige oprichtingsakte van de Stichting ROW SGE spreekt over het dagelijks bestuur dat belast is met de dagelijkse leiding van het ROW. Er wordt voorgesteld om in de nieuwe governance structuur het dagelijks bestuur te laten bestaan uit 3 leden. Te weten; de bestuurlijk trekker van het ROW (vervult ook de rol van voorzitter van het dagelijks bestuur) en nog twee andere leden van de stichting ROW SGE. Volgens de huidige statuten van de stichting kan het dagelijks bestuur bestaan uit maximaal 5 bestuurders.

Het voorgestelde dagelijkse bestuur bestaande uit 3 bestuurders past hier dus in.

Het dagelijks bestuur van het ROW: - Stuurt de fondsmanager aan; - Beslist over de investeringsvoorstellen met unanimiteit (alle bestuurders moeten deelnemen aan de besluitvorming). Indien geen unanimiteit bereikt wordt in het dagelijks bestuur, wordt het investeringsvoorstel ter besluitvorming voorgelegd aan de stichting ROW SGE; - Hoort de adviescommissie over de investeringsvoorstellen; - Bij afwijking van advies van de adviescommissie wordt onderbouwing gegeven; - Laat voorafgaand aan de investeringsbeslissing een staatssteun analyse uitvoeren. Juristen zoek nog uit of het nodig is om dit per investeringsbeslissing te doen, danwel dat het toetsen van de regeling in zijn geheel niet voldoende is.; - Legt verantwoording af aan de Stichting ROW SGE, daarbij wordt aangesloten op de P&C-cyclus; - Kan voorstellen doen aan de Stichting ROW SGE over gewenste aanpassingen van de ROW-regeling (welke vervolgens door de raden moeten worden bekrachtigd). De Stichting ROW SGE zal voorstellen tot aanpassing ter besluitvorming voorleggen aan de negen gemeenteraden; - Het dagelijks bestuur beslist op basis van een advies van de fondsmanager over het verstrekken van de bijdrage DTI; - Het fondskapitaal beheren. Het fondskapitaal (en fondskosten) staat op de bankrekening van stichting ROW SGE.

Het dagelijks bestuur moet gemachtigd zijn om betalingen te verrichten (zoals betaling kosten fondsmanager en kosten administratie, DTI gelden). Bij toekenning van een lening/garantstelling gebeurt de verstrekking van deze middelen door de Stichting ROW SGE. In de dagelijkse praktijk wordt dit administratief afgehandeld door het externe bureau wat de financiële administratie beheert. Adviescommissie In de oprichtingsakte voor de Stichting ROW SGE is in artikel 12 de rol van een raad van advies opgenomen. Deze wordt in de huidige governance structuur ingevuld door de investeringscommissie van de BOM. Er is destijds ook een reglement voor de investeringscommissie opgesteld. Met het uittreden van de BOM is het nodig om een nieuwe adviescommissie in te stellen. De statuten voor de Stichting ROW SGE hoeven hier niet voor aangepast te worden, artikel 12 voorziet hier reeds in. Wel belemmerend is artikel 1 sub h van de subsidieverordening. Deze stelt namelijk dat de investeringscommissie bestaat uit de investeringscommissie van de BOM aangevuld met een deskundige met specifieke regionale kennis. Deze definitie in de verordening moet dus aangepast worden. Het huidige reglement van de investeringscommissie kan worden omgebouwd naar een reglement voor de adviescommissie. De taken en bevoegdheden van de adviescommissie zijn nagenoeg gelijk aan die van de investeringscommissie:

-

-

Heeft kennis van de ROW-regeling; Vragen indien nodig aanvullende informatie op om de voorstellen te beoordelen; Het dagelijks bestuur ROW ondersteunen bij de besluitvorming over de investeringsvoorstellen door het geven van advies over de ingediende investeringsvoorstellen; Adviseert schriftelijk bij meerderheid van stemmen; Adviescommissie moet in ieder geval kennis hebben op financieel, juridisch en economisch vlak; Moet tenminste 1 lid voldoende regionale kennis hebben.

Voorstel is om de adviescommissie in te vullen met 2 deskundigen vanuit het bedrijfsleven en 3 ambtelijke medewerkers (i.i.g. ambtelijke vertegenwoordiging Economische Zaken en ambtelijke vertegenwoordiging provincie Noord-Brabant). De profielschets die destijds voor de investeringscommissie is opgesteld (bijlage reglement investeringscommissie), kan ook voor de adviescommissie worden gebruikt. De adviescommissie komt op afroep bijeen, in lijn met de investeringsvoorstellen die worden ingediend. Het deelnemen van ambtelijke medewerkers Economische Zaken/Juridische is een wezenlijke verandering t.o.v. de investeringscommissie waar juist vanwege de onafhankelijkheid bewust werd gekozen voor leden die geen ambtenaar of politieke ambtsdrager zijn (geweest de afgelopen 2 jaar) van provincie of gemeente binnen het werkgebied van de ROW. Om de objectiviteit te borgen bij de beoordeling van aanvragen, is het voorstel om de ambtelijke leden van de adviescommissie geen aanvragen van bedrijven uit hun “eigen gemeente” te laten beoordelen. De aanvraag moet conform verordening al ondersteund worden door de gemeente. Vraag: welke ambtelijke medewerkers willen zitting nemen in de adviescommissie? In het huidige reglement van de investeringscommissie staat dat de leden per vergadering een beloning ontvangen ad € 1.000 incl. onkostenvergoeding en excl. BTW.

Er wordt aansluiting gezocht bij de wijze van beloning door de RACD. De beloning daar bedraagt € 300 per vergadering voor de externe deelnemers. Fondsmanager De taak en bevoegdheden van de fondsmanager zijn: - Het managen van het fonds; - Extern vertegenwoordigen van het fonds, inclusief het bekendheid geven aan het fonds; - Vervullen van een proactieve rol naar (potentiële) aanvragers, klankbordfunctie; - In overleg treden met de aanvrager en bieden van begeleiding voor het indienen van een ontvankelijke en onderbouwde aanvraag (onderdeel ook DTI). Voorbehoud dat finale oordeel over de investeringsvoorstel ligt bij dagelijks bestuur o.b.v. advies adviescommissie; - Fondsmanager legt het dagelijks bestuur een advies voor over de aanvraag DTI;

-

-

Bijschakelen van expertise voor het komen tot een goede aanvraag. Daarvoor indien nodig bijeenroepen van aanvrager, fondsmanager, bedrijfscontactfunctionaris, MKB-adviseur e.d.); Voorleggen van het investeringsvoorstel aan de adviescommissie; Voorleggen van het investeringsvoorstel met het bijbehorende advies van de adviescommissie aan het dagelijks bestuur; Periodiek overlegmomenten met dagelijks bestuur; Opstellen van rapportages en verantwoording voor het dagelijkse bestuur i.s.m. externe controller; Voert zijn werkzaamheden uit in nauw contact met de afdelingen Economische Zaken en zoekt deze collega’s proactief op door met regelmaat ten kantore van de gemeenten de werkzaamheden uit te voeren.

De kosten van de fondsmanager komen ten laste van het fonds. Met het uitwerken en vastleggen van de nieuwe governance structuur wordt ook de maximale inzet van de fondsmanager bekeken en vastgelegd. Extern bureau Externe bureau is verantwoordelijk voor: - het opstellen van de jaarstukken voor het ROW (incl. accountantsverklaring); - bijhouden van de financiële administratie en het verzorgen van de verstrekking van de leningen/garantstellingen namens de Stichting ROW SGE; - het opstellen van de tussentijdse rapportages en tussentijdse verantwoording op aanvraag van het dagelijkse bestuur danwel de stichting ROW i.s.m. de fondsmanager. De jaarstukken en accountantsverklaring worden vervolgens aan de negen individuele SGE-gemeenten aangeboden.. De kosten voor het externe bureau komen (net als nu) ten laste van de post ‘fondskosten’. 5. Ontbinding en vereffening BV Bij het opheffen van de BV moet de doelstelling van de stichting in de statuten worden aangepast. De huidige statuten maken zoals hiervoor gezegd nu reeds een dagelijks bestuur van 3 leden mogelijk, evenals een adviescommissie (artikel 12) en een directeur (artikel 13). De directeur kan gezien worden als de fondsmanager die door het bestuur wordt belast met de dagelijkse gang van zaken van de stichting. De directeur heeft een adviserende stem in de vergadering van het bestuur.

Het is zaak om goed te kijken naar de statuten als het gaat om waar welke bevoegdheden gewenst zijn. De statuten gaan er nu van uit dat de bevoegdheid ligt bij het (algemeen) bestuur (AB). Het DB bereidt besluitvorming door het AB voor en voert deze uit en is verder belast met de dagelijkse leiding van de zaken van de Stichting. In de huidige statuten neemt het bestuur van de stichting dus formeel de besluiten.

Vanwege de slagkracht van het ROW willen we de beslissingsbevoegdheid neerleggen bij het dagelijkse bestuur welke periodiek verantwoording aflegt aan het bestuur. Checken en aanpassen van de bevoegdheden passend bij de uiteindelijk te kiezen governancestructuur. In de huidige constellatie is sprake van een ROW BV, een stichting ROW SGE, een samenwerkingsovereenkomst en een reglement voor de investeringscommissie. Met het ontbinden van de BV en het uittreden van de BOM kan de BV vervallen en zal de huidige samenwerkingsovereenkomst worden beëindigd. De huidige samenwerkingsovereenkomst is een overeenkomst tussen de: SGE gemeenten, de BOM BV en ROW BV. De provincie Noord-Brabant heeft laten weten dat zij een subsidiebeschikking gaat afgeven. Zie voorgaande onder kopje provincie. Het reglement voor de investeringscommissie kan aangepast worden naar een reglement voor de adviescommissie. Zie het hiervoor gestelde in deze notitie. 6. Alternatieve governance Door een juridische werkgroep is bekeken of er in de nieuwe situatie alternatieve rechtsvormen zijn om de samenwerking met inachtneming van de gehanteerde uitgangspunten voort te zetten. Zij heeft dat gedaan omdat door de uittreding van de BOM er enkel nog sprake is van een publieke samenwerking. De meest koninklijke weg om als overheden onderling samen te werken geschiedt via de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Die wet kent verschillende variaties om met het oog op een bepaald doel te gaan samenwerken. Samenwerken via een stichting door alleen overheden stuit eigenlijk op een staatsrechtelijk bezwaar, in die zin dat het handelen van de stichting zich aan directe democratische controle onttrekt. Slechts de bepalingen van de Gemeentewet bieden een mogelijkheid om bijvoorbeeld een wethouder aan te spreken op zijn optreden in het stichtingsbestuur. Bij samenwerken op grond van de Wgr komen daar een aantal rechtstreekse beïnvloedingsinstrumenten bij. De democratische legitimiteit van de besluitvorming door het samenwerkingsorgaan wordt daarmee vergroot. Nu moet hier direct aan worden toegevoegd dat de democratische legitimiteit bij het ROW een minder voorname rol zal spelen. Dit heeft te maken met de aard van de taken die op afstand worden gezet. Het gaat om typische collegebevoegdheden, namelijk het beoordelen en toekennen van subsidies aan de hand van een door de raden vastgesteld kader. In zoverre is het een beleidsarme taak die niet onderhevig zal zijn aan een indringende toetsing door de raad. Mocht niettemin worden vastgehouden aan het principe van samenwerken tussen overheden over het uitvoeren van een publieke taak langs de lijn van de Wet gemeenschappelijke regelingen, dan springen twee varianten in het oog: het gemeenschappelijk orgaan en de centrumgemeente constructie.

Beiden hebben hun voordelen en nadelen. Wat zij gemeen hebben is dat zij beiden in de pas lopen met de uitgangspunten van de ROW-samenwerking zoals die zijn uitgesproken op 2 juli 2020. Verwezen wordt naar de eerste alinea van paragraaf 5. Wel vraagt het oprichten van een gemeenschappelijk organen of centrumgemeente constructie een gang langs alle colleges en raden. Zij moeten instemming verlenen aan de nieuwe samenwerkingsvorm. Het gevaar bestaat dan dat de ROW-samenwerking opnieuw politiek tegen het licht worden gehouden. De liquidatie van de ROW bv met het

overhevelen van de lening/garantstelling naar een privaatrechtelijke stichting is daarnaast eenvoudiger te regelen, dan van de ROW bv naar een publiekrechtelijk orgaan als een centrumgemeente of gemeenschappelijk orgaan. Gelet op bovenstaande wordt de voorkeur uitgesproken voor het handhaven van een stichting als rechtsvorm voor de samenwerking. 7. Planning De voortgang van de aanpassingen van het ROW zijn mede afhankelijk van de gesprekken die de provincie Noord-Brabant voert met de BOM. De planning heeft als uitgangspunt dat er op korte termijn duidelijkheid wordt verschaft door provincie en BOM: Wanneer 24 september 2020

Wat Behandeling voorstel ROW

heden tot medio oktober

Overleg provincie – BOM: - Uittreding BOM - Vormgeving betrokkenheid provincie

Bestuurlijk trekker ROW (ambtelijke ondersteuning)

Uitwerking: - Nieuwe verordening - Reglement adviescommissie - Akte Stichting ROW SGE - Subsidieaanvraag aan provincie

Ambtelijk trekker i.o.m. juristen en provincie

25 september november 2020

t/m

2

aanpassingen

Wie Poho EZ

Voorstel ROW 2.0 incl. bijbehorend collegeen raadsvoorstel en onderliggende documenten 10 november 2020

Behandeling voorstel ROW 2.0

AO EZ

11 t/m 2020

Voltooien voorstel ROW 2.0

Ambtelijk trekker

17 november 2020

Aanleveren stukken Poho EZ

Ambtelijk trekker

26 november 2020

Behandeling voorstel ROW 2.0

Poho EZ

1 december 2020

Aanleveren college- en raadsvoorstel (incl. bijbehorende stukken) aan afzonderlijke colleges van b&w

AO EZ

Vanaf 8 december t/m 22 december 2020

Behandeling college b&w

Individuele gemeenten

16

november

+/- 18 januari 2021

Behandeling raadscommissie meningsvorming raad

Eind januari/begin februari 2021

Besluitvorming gemeenteraad

Medio februari 2021

Passeren akte Stichting ROW SGE en

ROW

/

2.0

Publiceren en inwerkingtreding nieuwe verordening ROW

Individuele gemeenten Individuele gemeenteraden Ambtelijk trekker Individuele gemeenten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9740053/1