21007.5 - Presentatie Culturele Hotspot en subisidieregelnig MDO
Tekst van het document
Culturele Hotspot en nadere subsidieregeling voor muziek-, dans- en dramaonderwijs
Uitgangspunten huidige regeling Op 2 februari 2015 heeft de gemeenteraad het college opdracht gegeven tot het uitwerken van een subsidieregeling Muziek- en dansonderwijs met als uitgangspunten: • dat op basis van een aanvraag subsidie wordt verleend aan aanbieders van muziek- en dansonderwijs die voldoen aan in de subsidieregeling te stellen criteria; • dat de subsidie als hiervoor bedoeld is gericht op activiteiten voor de doelgroep jeugd (inwoners van Best jonger dan 18 jaar); • dat middels het stellen van voorwaarden aan de subsidieverlening sturing wordt gegeven aan de door het gemeentebestuur beoogde doelen; • dat een subsidieontvanger geacht wordt (een deel van) de lessen in de Culturele Hotspot te verzorgen. Indien dit niet het geval is moet aangegeven worden hoe op andere vlakken een bijdrage wordt geleverd aan de voor de gemeente relevante maatschappelijke doelen; • van de subsidie wordt 70% aan activiteiten op locatie (Culturele Hotspot) toebedeeld. 30% van de subsidie wordt toebedeeld aan activiteiten die of een innovatief karakter hebben, of reuring veroorzaken in het centrum of waarmee duidelijk samenwerking tussen partijen/kunstuitingen wordt bevorderd; • dat de regeling met ingang van 1 september 2015 in werking treedt.
Aanleiding In 2019-2020 heeft er een analyse plaatsgevonden van de huidige regeling, met de verschillende aanbieders van muziek-dans en dramaonderwijs.
Daarnaast is er gekeken naar hoe de door de gemeenteraad geformuleerde doelen beter ingevuld konden worden. Dit heeft geleid tot het advies zoals omschreven in het raadsvoorstel.
Doelstellingen gemeenteraad •
De gemeente wil bereiken dat Bestse jeugdigen zich in Best optimaal kunnen ontwikkelen en ontplooien. Hierbij worden ouders ondersteund door algemene voorzieningen en staat het kind centraal. Cultuur biedt vrijetijdsmogelijkheden voor jeugdigen en draagt bij aan de cognitieve en sociale ontwikkeling van jongeren.
•
Het cursusaanbod voor de vrije tijd moet waar mogelijk aan de markt overgelaten worden. De gesubsidieerde instellingen dienen zich zoveel mogelijk te beperken tot cultuureducatie en slechts activiteiten aan te bieden waar de markt onvoldoende aanbod laat zien.
•
Gedecentraliseerde culturele activiteiten hebben de voorkeur ten opzichte van centrale activiteiten. Alle activiteiten in één gebouw kan voor kruisbestuiving zorgen en zorgt voor levendigheid, maar volgens de Cultuurnota mag levendigheid van het centrum niet ten koste gaan van het basisvoorzieningenniveau in de wijken.
•
Het aanbod voor volwassenen moet kostendekkend worden aangeboden. Dit betekent dat de gemeente alleen nog maar activiteiten subsidieert voor jeugd tot 18 jaar en niet meer voor volwassenen.
Grootste knelpunten •
In de praktijk leiden de huidige uitgangspunten amper tot meer samenwerking op het gebied van muziek-, dans en dramaonderwijs.
•
Muziek-dans en dramalessen kennen een hoge piekbelasting op een aantal uren per dag, de hotspot kan nooit alle aanbieders op dezelfde tijden faciliteren.
•
Een aantal organisaties beschikken over een eigen pand en willen daar hun lessen geven.
•
De huur- en exploitatiekosten voor deel Cultuurbank zijn niet meer te dekken uit huurinkomsten door CultuurSpoor
•
De huidige regeling zorgt voor een ongelijk speelveld.
•
De huidige regeling zorgt dat het aanbod en de tarieven niet transparant zijn voor de deelnemers.
•
De huidige regeling zorgt ervoor dat de tarieven voor cursisten in een jaar kunnen verschillen i.v.m. peildatum 1 september.
Advies Uitgangspunten die geadviseerd worden om te laten vallen: 1.
Het uitgangspunt “dat op basis van een aanvraag subsidie wordt verleend aan aanbieders van muziek en dansonderwijs die voldoen aan in de subsidieregeling te stellen criteria” te laten vervallen.
2.
Het uitgangspunt “dat een subsidieontvanger geacht wordt (een deel van) de lessen in de Culturele Hotspot te verzorgen. Indien dit niet het geval is moet aangegeven worden hoe op andere vlakken een bijdrage wordt geleverd aan de voor de gemeente relevante maatschappelijke doelen” te laten vervallen.
3.
Het uitgangspunt “van de subsidie wordt 70% aan activiteiten op locatie (Culturele Hotspot) toebedeeld. 30% van de subsidie wordt toebedeeld aan activiteiten die of een innovatief karakter hebben, of reuring veroorzaken in het centrum of waarmee duidelijk samenwerking tussen partijen/kunstuitingen wordt bevorderd” te laten vervallen.
Uitgangspunten die geadviseerd worden om te behouden: 1.
Het uitgangspunt “dat de subsidie als hiervoor bedoeld is gericht op activiteiten voor de doelgroep jeugd (inwoners van Best jonger dan 18 jaar)” te behouden.
2.
Het uitgangspunt “dat middels het stellen van voorwaarden aan de subsidieverlening sturing wordt gegeven aan de door het gemeentebestuur beoogde doelen voor de jeugd” te behouden
Advies Uitgangspunten die geadviseerd worden om vast te stellen 1.
Het uitgangspunt “Het bereik van culturele activiteiten te vergroten door naast individueel ook een collectief cultureel aanbod te verzorgen in aanvulling op het reguliere culturele aanbod in het onderwijs” vast te stellen.
2.
Het uitgangspunt “De financiële tegemoetkoming voor culturele activiteiten op individuele basis direct aan te bieden aan de deelnemer,” vast te stellen.
3.
Het uitgangspunt “De financiële tegemoetkoming voor 1 culturele activiteit per jaar op individuele basis aan te bieden en per deelnemer vast te stellen op maximaal 50% van het cursusgeld” vast te stellen.
4.
Het uitgangspunt “De financiële tegemoetkoming voor de duur van tenminste 4 jaar beschikbaar te stellen” vast te stellen.
5.
Het uitgangspunt “Verbinding maken tussen cultuureducatie binnen en buiten het onderwijs, zodat er een duidelijke leerlijn ontstaat met minder versnippering” vast te stellen.
6.
Het uitgangspunt “leerlingen kunnen kennismaken met de thema’s; muziek, dans/ musical, drama, theater, filmeducatie en beeldende kunst” vast te stellen.
Belangrijkste oplossingen •
Meer transparantie voor de deelnemers en een gelijk speelvelddoor de subsidie direct te verstrekken aan de (ouders van) deelnemers.
•
Een bredere culturele basis voor alle kinderen <18 jaar door een deel van de subsidiemiddelen te investeren in collectief aanbod in samenwerking met scholen, kinderopvang en culturele instellingen.
•
Meer kinderen gebruik laten maken van de subsidie door een gelijkere verdeling en beperking van subsidie tot 1 culturele activiteit per kind per jaar
•
Kinderen laten kennismaken met een breder cultureel aanbod door meer diverse culturele activiteiten te subsidiëren (b.v. filmeducatie)
•
De subsidiemogelijkheden ten aanzien van culturelere activiteiten niet beperken tot muziek-dans en drama en deze opnemen in een nieuwe regeling met amateurkunsten die laten vaststellen door het college.
Participatie • Een informatiebijeenkomst voor onze huidige subsidierelaties en andere geïnteresseerden. • Twee overleggen met alle organisaties die MDO-subsidie ontvangen. De reacties zijn opgenomen in de terugblik. Verschillende individuele gesprekken met de verschillende MDO-aanbieders. • Vanwege de corona crisis is vorig jaar besloten geen veranderingen door te voeren. Vandaar dat dit voorstel nu voorligt.
Procedure en planning Op basis van uw besluit wordt de MDO subsidieregeling aangepast, zodat deze geldt vanaf cursusjaar 2021- 2022. MDO organisaties moeten tijdig weten hoe de subsidieregeling verandert. Dit heeft immers invloed op de lesgelden die zij hanteren voor het cursusjaar 2021-2022. Het college moet daarom uiterlijk mei de nadere subsidieregeling vaststellen.
Dia 10
Vragen?
Dia 11