CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

21004.1 - Aangepaste oplegnotitie concept RES verstuurd naar MRE na sessie 6 juli

Raadsavond 8 februari 2021, gemeente BestBij agendapunt: 21004 - Themasessie Regionale Energie Strategie (RES)3.537 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegnotitie concept RES Reactie gemeente Best In onderstaande tabellen zijn de volgende hoofdpunten uit de concept RES weergegeven: 1. Samen de energie ambitie realiseren 2. Onze aanpak voor de (concept) RES 3. Besparing 4. Duurzame opwek 5. Duurzame warmte 6. Van strategie naar uitvoering Onder deze hoofdpunten staat het standpunt van gemeente Best met eventuele kanttekeningen weergegeven. 1. Samen de energie ambitie realiseren a. In de concept RES schetst de Metropoolregio Eindhoven de eerste contouren van de strategie voor besparing, grootschalige opwek van duurzame energie en warmte. Deze concept RES is daarom vooral een belangrijke stap naar de RES 1.0 die op 1 juli 2021 gereed moet zijn. b. De RES is een samenwerking van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre, de waterschappen Aa en Maas en de Dommel, de provincie Noord-Brabant en Enexis Netbeheer. De gemeenten werken met elkaar samen via de subregio’s De Peel, De Kempen, de A2-gemeenten en het Stedelijk Gebied Eindhoven. c. Inwoners, maatschappelijke partners en bedrijfsleven zijn en worden betrokken en kunnen hun inbreng leveren, op een open en transparante manier. d.

Om de plannen vóór 2030 te realiseren worden de zoekgebieden voor grootschalige opwek van duurzame energie verankerd in het omgevingsbeleid van de betrokken overheden. Gemeenten en provincie spannen zich in om de vergunningen voor wind- en zonprojecten voor 2025 te verlenen. Deze planning sluit aan bij de afspraken in het Klimaatakkoord. e. Voor warmte worden de regionale afspraken vastgelegd in de Regionale Structuur Warmte (RSW). Gemeenten geven in de lokale Transitievisies Warmte (TVW) die uiterlijk in 2021 gereed moeten zijn, aan of en zo ja welke wijken er voor 2030 van het aardgas af gaan. Afspraken op het gebied van besparing leggen we vast in een energiebesparingsplan en vertalen we naar projecten en acties.

Standpunt gemeente Best: Gemeente Best onderschrijft het belang dat de regio gezamenlijk werkt aan de energietransitie. Daarnaast sluit het afstemmen met de subregio SGE aan bij de voorkeur die Best heeft voor de SGE samenwerking. Ook lokaal zijn steeds meer partijen betrokken bij de energietransitie. Zo werken we samen aan projecten met de lokale coöperatie Best Duurzaam en kunnen inwoners meedenken over belangrijke thema’s. Volgens de gemeente Best is participatie zoals hierboven beschreven bij 1c, belangrijk voor voldoende draagvlak in de samenleving om zo samen de energieambitie te realiseren. Waar maatschappelijke partners en bedrijfsleven nu al zijn betrokken, zal er in het vervolgtraject naar de RES 1.0 ook meer ruimte komen voor inwonerparticipatie.

*IN20-01350*

IN20-01350/ Pagina 1 van 8

Kanttekeningen: •

Tijdsdruk mag niet ten koste gaan van kwaliteit en draagvlak. Er is tijd nodig om inwoners tijdig en goed te betrekken en te laten participeren (informeren, draagvlak en bewustzijn creëren, motiveren en stimuleren), zeker omdat door Covid-19 de communicatie over de concept-RES anders vormgegeven moest worden. De gemeente maakt zich dan ook zorgen over de haalbaarheid van de planning.

•

Aandacht voor het betrekken van jongeren. De energietransitie is van groot belang voor de volgende generatie. Het betrekken van jongeren verdient dan ook de aandacht bij de totstandkoming van de RES op zowel lokaal, regionaal als landelijk niveau. Dit kan onder andere door hen te betrekken in participatietrajecten, alsmede via educatie en voorlichting.

2. Onze aanpak voor de (concept) RES a. In de komende decennia gaat een overstap plaatsvinden naar een volledig schone energievoorziening. In deze concept-RES volgen we een integrale en toekomstgerichte aanpak en maken we een doorkijk naar 2050. We willen zoveel mogelijk opties open houden richting de toekomst. Vanuit die langetermijnvisie kijken we terug (backcasting); wat betekent die visie op 2050 voor het nu, voor de korte termijn. b. De RES wordt uitgewerkt op basis van onze leidende principes: een kader van (maatschappelijke) uitgangspunten, richtinggevende afspraken en hoofdlijnen. Voor de Metropoolregio Eindhoven hebben we de volgende leidende principes benoemd: 1. Een toekomstgerichte strategisch visie 2. Een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij 3. Focus op maximaal behouden van ruimtelijke kwaliteit 4. De energietransitie als kans voor de regio 5. Maatschappelijk draagvlak en bewustzijn staan centraal c. De bovenstaande leidende principes zijn gekoppeld aan een afwegingskader.

De keuzes die we maken analyseren en toetsen we op vier hoofdcriteria die als handreiking vanuit het Nationaal Programma RES (NP RES) aan de regio’s zijn meegegeven: - Kwantitatieve bijdrage aan de opgave (energieopbrengst) - Ruimtelijke kwaliteit (landschap, versterking van de regio, koppelkansen, milieu) - Energiesysteem efficiëntie (kosten, planning en ruimtebeslag netwerkinfrastructuur) - Bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak (participatie, acceptatie). d. Verduurzaming van onze energievoorziening is noodzakelijk én een kans om als regio sterker te worden. De RES zetten wij daarom in als hefboom voor kwaliteitsverbetering (ruimtelijk, economisch, ecologisch en sociaal). Dit door de energietransitie te koppelen aan andere opgaven en te kijken of de energieprojecten een (deel van de) oplossing kunnen zijn. Hierdoor komen mogelijke oplossingen voor de integrale opgaven eerder in beeld. Uitgaande van de leidende principes zien wij vier ontwikkelrichtingen om tot die kwaliteitsverbetering te komen: - Een vitale agrarische economie - Een veerkrachtig natuurlijk systeem - Een duurzame en innovatieve economie - Een veerkrachtig watersysteem en klimaatadaptatie

Standpunt gemeente Best: Gemeente Best staat achter de aanpak zoals die hierboven is beschreven. Daarnaast kan Best zich vinden in de genoemde leidende principes als afwegingskader. Dit afwegingskader is juist belangrijk bij de integrale aanpak van duurzame energieopwekking, om in het groter geheel meer doelen te kunnen behalen. Leefbaarheid heeft daarbij absolute prioriteit met het behoud van specifieke kenmerken van Best en natuur als kernpunten.

*IN20-01350*

IN20-01350/ Pagina 2 van 8

3. Besparing a. Momenteel verbruikt de Metropoolregio Eindhoven 14,25 TWh per jaar aan energie, waarvan 5,33 TWh door woningen, 3,08 TWh door utiliteitsgebouwen, 4,31 TWh door de industrie en 1,53 TWh door de landbouw. b. Gezien het belang van energiebesparing en omdat het niet vanzelf tot stand komt kiezen we er als Metropoolregio Eindhoven voor om besparing een prominente plaats te geven in onze RES. Door de komende jaren vol in te zetten op energiebesparing en daarmee zo snel mogelijk te beginnen, willen we voorkomen dat onze regionale opgave voor duurzame energie-opwek en de warmtetransitie nog groter wordt dan ze al is. c. De focus ligt op het daadwerkelijk in beweging krijgen van inwoners, instellingen en bedrijven om maximaal energieverbruik en CO2–uitstoot te besparen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de betrokken doelgroepen en andere stakeholders. We gaan per doelgroep inzetten op het realiseren van de optimale besparing. d. Dit gaan we als overheden actief bevorderen met het opstellen van een regionaal energiebesparingsplan voor en samen met alle doelgroepen en stakeholders. Het energiebesparingsplan wordt voor iedere doelgroep op maat ontwikkeld. De overheid heeft daarbij een voorbeeldrol, bijvoorbeeld via het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. e.

We gaan daarnaast de toepassing van kleinschalige opwek maximaal bevorderen als onderdeel van onze aanpak voor besparing. f.

De aanpakken voor besparing moeten voldoen aan de volgende voorwaarden: technisch mogelijk, financieel haalbaar en maatschappelijk acceptabel.

g. Om maximale energiebesparing en CO2-reductie te behalen en bij voorkeur zelfs te versnellen, is een effectieve samenwerking nodig tussen overheid, partners en andere stakeholders nodig met focus op zowel korte- als lange termijndoelen.

Standpunt gemeente Best: De energie die niet wordt verbruikt, hoeft ook niet te worden opgewekt. Gemeente Best onderschrijft dan ook het belang van besparing op energieverbruik en CO2 met daarbij tevens nadrukkelijke aandacht voor de stimulering van kleinschalige energieopwekking als een belangrijk onderdeel in de energietransitie. Om meer besparing te realiseren is bewustzijn en gedragsverandering nodig. De energietransitie vraagt veel van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Zij moeten hun gedrag aanpassen of zelf hun gebouwen verduurzamen, wat vaak een grote stap buiten hun comfortzone is. Door als gemeente het goede voorbeeld te geven, kunnen we niet alleen zelf stappen zetten maar ook anderen beter ondersteunen in dit ingrijpende proces. Er lopen nu al een aantal projecten in Best om hier meer aandacht aan te geven, zoals het Energieloket, De Groene Zone en een overkoepelende communicatiestrategie. Door mensen bewust te maken van de impact die zij met hun gedrag hebben, kan er meer energie en CO2 bespaard worden. Daarom zet gemeente Best de komende jaren hier nog meer op in, ook in samenwerking met andere partners, zoals de Taskforce Duurzaamheid. Kanttekeningen: •

Energiebesparing en kleinschalige opwek wél onderdeel bod Besparing is één van de moeilijkste opgaven. Om met energiebesparing en kleinschalige opwek resultaat te behalen, zijn inspanningen nodig van o.a. inwoners en bedrijven. Voor het draagvlak is het essentieel dat deze resultaten dan ook concreet onderdeel uit maken van het bod.

*IN20-01350*

IN20-01350/ Pagina 3 van 8

4. Duurzame opwek a. In de RES benoemen wij als regio de potentie voor duurzame opwek op basis van de

daadwerkelijke regionale mogelijkheden. Wat kunnen wij als regio leveren aan hernieuwbare energie: wat is technisch, ruimtelijk en maatschappelijk haalbaar en wenselijk? In de conceptRES leggen we uit hoe we tot globale zoekgebieden voor de opwek van grootschalige duurzame elektriciteit zijn gekomen en wat de hoogte is van het bijbehorende bod in TWh. We volgen een integrale en toekomstgerichte aanpak en sluiten op voorhand geen opties uit.

b. De informatie die in het proces tot nu toe is opgehaald is getoetst, samengebracht en vertaald

naar de wijze waarop we energie duurzaam we gaan opwekken in onze regio. Dat doen we op de volgende manieren: - Via no-regret maatregelen; - In zoekgebieden voor grootschalige opwek; - Via energie-opwek ten dienste van andere opgaven en doelen.

c.

We geven een inschatting van onze bijdrage aan de landelijke doelstelling van 35 TWh en in welke zoekgebieden de projecten zouden kunnen landen. Voor de benodigde opwek aan duurzame energie beginnen we niet op nul. In de regio zijn al voor 0,7 TWh aan projecten gerealiseerd of zitten in de ‘pijplijn’. Aanvullend kijken we als eerste naar het realiseren van noregret maatregelen, zoals zon op daken van bedrijven en grote stallen. Daarnaast gaan we een deel van de potentie van de zoekgebieden (met een significante bijdrage en ten dienste van) die in deze concept-RES zijn opgenomen benutten. We verwachten dat we in totaal 2 TWh kunnen bijdragen aan grootschalige duurzame energie-initiatieven in 2030.

d. De zoekgebieden met de daaraan gekoppelde opwekvermogens zijn ter doorrekening

aangeboden aan Enexis Netbeheer. Bezien wordt wat de impact is van de verschillende zoekgebieden voor grootschalige duurzame opwek via zon en wind op de aspecten tijd, geld en ruimte.

e. We gaan de zoekgebieden voor duurzame opwek via wind en zon in de komende periode nader

onderzoeken en waarderen, onder andere via een milieueffectenonderzoek (planMER). We maken daarbij gebruik van de kennis en ervaring die is opgedaan in De Kempen. Door het uitvoeren van een milieueffectenonderzoek en het bezien van andere effecten van grootschalige opwek blijven we de gekozen lijn van een zorgvuldige afweging bewandelen.

Standpunt gemeente Best: Gemeente Best onderschrijft van harte de focus op maximaal behoud van ruimtelijke kwaliteit en de no-regret maatregelen die aansluiten bij de zonneladder. De regio heeft in drie stappen veiligheidsmarges ingebouwd in het bod van 2TWh: 1. Intensiteit categorieën: Als eerste wordt er rekening gehouden met de intensiteit van de zoekgebieden die verschilt per categorie. Zo wordt maar een klein percentage van de totale oppervlakte van een categorie meegerekend als opwekmogelijkheden; 2. Haalbaarheid voor 2030: Vervolgens wordt er rekening gehouden met de haalbaarheid van de zoekgebieden voor 2030. Daardoor wordt een klein deel van potentie van stap 1 meegenomen als potentie voor het bod; 3. Bod regio: Het bod van onze regio van 2TWh is significant lager dan de potentie die uit stap 2 komt. Daarmee is er op verschillende manieren rekening gehouden met de opwekpotentie in de regio en heeft Best vertrouwen in het bod van 2TWh.

*IN20-01350*

IN20-01350/ Pagina 4 van 8

Kanttekeningen: •

De lokale visie is leidend in gemeente Best. Momenteel wordt de lokale visie voor energieopwekking in het buitengebied van Best opgesteld. Best geeft vorm aan deze visie door in gesprek te gaan met inwoners, organisaties en ondernemers. Hieronder staat een uitsnede van de voorlopige visie voor zonnevelden (links) en windturbines (rechts). Participatie en besluitvorming moeten hierop nog plaatsvinden zodat daarna duidelijk wordt of deze locaties blijven. De gemeenteraad van Best heeft aangegeven dat deze visie bepalend is.

•

Haalbaarheid zoekgebieden niet kansrijk We verwachten dat de haalbaarheid voor delen van het genoemde zoekgebied in Best voor de opwek van duurzame energie niet kansrijk is. Energieopwekking in combinatie met natuurontwikkeling is hier niet mogelijk, omdat de natuur in Het Groene Woud al grotendeels ontwikkeld is. Er is reeds sprake van ingerichte natuur binnen het Natuur Netwerk Brabant. Een ander belangrijk argument is dat dit gebied centraal ligt in het landschappelijk en cultuurhistorisch geladen Van Gogh Nationaal Park en het door het Rijk aangewezen cultuurhistorisch waardevolle wederopbouwgebied De Scheeken. Deze en andere cultuurhistorische waarden zijn op dit moment niet meegenomen in de zoekgebieden van de concept RES. Het is belangrijk in de RES 1.0 wel wordt meegenomen. In de attentiegebieden rondom Het Groene Woud is onder kwalitatieve voorwaarden energieopwekking mogelijk of afweegbaar. Dit zal echter geen significante bijdrage zijn aan het RES bod, maar eerder kleinschalig en op ingepaste gebieden.

•

Criteria niet voldoende getoetst in Best Wij zijn van mening dat de criteria die genoemd zijn onder 2c niet voldoende en zorgvuldig zijn getoetst aan het in Best opgenomen zoekgebied. Dit heeft impact op de kaarten die de potentie voor duurzame opwek weergeven. Uit eigen onderzoek blijkt dat windmolens hier slechts zeer beperkt mogelijk zijn.

Uitsnede van de voorlopige visie voor zonnevelden (links) en windturbines (rechts):

*IN20-01350*

IN20-01350/ Pagina 5 van 8

5. Duurzame Warmte a. Net als duurzame elektriciteit zal ook de warmte die we nodig hebben voor het verwarmen van onze huizen en gebouwen uit duurzame bronnen moeten komen. Op dit moment is de warmtevraag voor woningen en bedrijven in de Metropoolregio Eindhoven 5,81 TWh (20,9 PJ). In een groot deel daarvan wordt nu voorzien door middel van fossiel aardgas. b. In de nabije toekomst willen we overstappen op een toekomstbestendige warmtevoorziening door de inzet van mogelijk duurzame warmtebronnen zoals geothermie, lage temperatuur aardwarmte (LTA), all-electric, zonthermie, aquathermie, restwarmte en biomassa/biogas. Overschakelen op duurzame warmtebronnen betekent meestal ook een toename in het gebruik van elektriciteit. c. Samen hebben deze duurzame warmtebronnen een energetisch (theoretisch) potentieel van maar liefst 15,4 TWh en overstijgt het in theorie ruimschoots de (toekomstige) vraag naar warmte van de gebouwde omgeving in de regio. Het daadwerkelijk toepasbare zal echter vele malen lager uitkomen als gevolg van beperkende factoren zoals ruimte, kosten, draagvlak en locatie. d. De huidige warmte-infrastructuur in de regio bestaat uit het gas- en elektriciteitsnet en uit twee grote (Eindhoven en Helmond) en diverse kleinere warmtenetten.

Het gas- en elektriciteitsnet telt ongeveer 350 duizend aansluitingen, terwijl de warmtenetten bij elkaar ongeveer 16,5 duizend aansluitingen tellen. Dit laat zien dat warmtenetten in Zuidoost-Brabant beperkt worden toegepast c.q. op dit moment een beperkt bereik hebben. e. Ieder type warmte-infrastructuur zal een rol spelen in de realisatie van een duurzame warmtevoorziening. Voor het bepalen van de regionale potentie van de grotere warmtenetten en voor het inzichtelijk maken van de kleinere warmtenetten lopen momenteel aparte verkenningen f.

We maken regionale afspraken hoe in de nabije toekomst om te gaan met de beschikbare bronnen, ruimte en infrastructuur. Dit gebeurt op hoofdlijnen in de Regionale Structuur Warmte (RSW) en is onderdeel van deze RES. Op lokaal niveau werken de gemeenten met hun partners de plannen voor duurzame warmte verder uit in de Transitievisies Warmte (TVW), die in 2021 gereed moeten zijn.

g. De (concept-)RSW is nog voornamelijk inventariserend van aard. Naar de RES 1.0 toe wordt gewerkt aan het verkrijgen van beter inzicht in de technische, economische en maatschappelijke potentie van de duurzame warmtebronnen.

Standpunt gemeente Best: De gemeente Best vindt het belangrijk dat ook voor duurzame warmte gemeente overstijgende kansen worden meegenomen. De RSW dient als een goede basis die we in Best gebruiken als input voor de lokale Transitie Visie Warmte. De voortgang van de lokale aanpak gaat gezamenlijk op met de ontwikkeling van de RSW waarover tussentijds wordt afgestemd met de regio. Kanttekening: •

Lokale Transitie Visie Warmte leidend in Best Waar de RSW als goede basis dient, zal de Transitie Visie Warmte leidend zijn voor gemeente Best. Hierin worden specifieke kenmerken van gemeente Best meegenomen, zoals lokale kennis en koppelkansen. Zo moeten ook de SWOT-analyse van de warmtebronnen en de gemeten energiepotenties uit de RSW nog verder vertaald worden naar lokale inzichten in de gemeente Best. Het zou kunnen dat daardoor de potentie lokaal lager uitvalt.

*IN20-01350*

IN20-01350/ Pagina 6 van 8

6. Van strategie naar uitvoering a. We maken afspraken over de verankering van onze leidende principes in beleid, over sociale en

financiële participatie, over de uitvoering van het energiebesparingsplan en over de monitoring van de resultaten die we boeken. Gemeenten, waterschappen en provincie werken de RES uit in hun omgevingsbeleid en andere beleidsterreinen en netbeheerders in hun investeringsplannen.

b. De RES 1.0 wordt in alle gemeenteraden van de deelnemende gemeenten en de algemeen

besturen van de waterschappen Aa en Maas en De Dommel vastgesteld als beleidskader.

c.

Het doel van de RES van de Metropoolregio Eindhoven is om tot regionaal gedragen keuzes te komen voor de opwekking van duurzame elektriciteit, energiebesparing en de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde energie-infrastructuur. We zetten daarom in op een grotere mate van participatie van de lokale omgeving bij duurzame energie.

d. Een energietransitie voor iedereen betekent ook dat we iedereen de kans willen bieden om te

profiteren van de wind- en zonne-energie die we in onze regio opwekken. We hebben als regio de ambitie om te streven naar maximale lokale participatie en het maximaal lokaal benutten van de opbrengsten. e. Voor de uitvoering van de RES zijn aanvullende instrumenten, regels en middelen van het Rijk

en de provincie noodzakelijk om de projecten en afspraken uit deze RES tot stand te kunnen brengen. Met de andere Brabantse regio’s en de provincie heeft afstemming plaatsgevonden over de randvoorwaarden f.

De reacties op de concept-RES worden verwerkt, evenals de terugkoppeling van het Rijk na doorrekening van het PBL. Verder vinden een nadere uitwerking en verdieping plaats van de thema’s besparing, grootschalige opwek en warmte en zullen er bestuurlijke keuzes worden gemaakt over een aantal bespreekpunten, zoals bijvoorbeeld het al dan niet toestaan van solitaire windturbines. Ook werken we in deze periode de leidende principes uit naar beleid en uitvoeringsrichtlijnen.

g. De eerstvolgende stappen na de concept-RES zijn o.a.:

a. b. c. d. e.

Uitvoeren van een planMER; Uitwerken van het plan en voorbereiden en organiseren van de uitvoering; In beeld brengen hoe het streven naar maximale participatie wordt gerealiseerd; Verkenning naar de mogelijkheden en voor- en nadelen van actief grondbeleid; Verkenning van de mogelijkheden van een Regionaal energiefonds.

h. De energietransitie stopt niet bij de regiogrenzen en de landsgrens. Naast de andere Brabantse

regio’s is er afstemming met de regio Noord-Midden Limburg en met België. Ook tussen buurgemeenten in de verschillende regio’s vindt deze afstemming inmiddels plaats.

Standpunt gemeente Best: Gemeente Best vindt het belangrijk dat er zowel regionaal als lokaal draagvlak is voor de gemaakte afspraken. In het kader van samenwerking is de gemeente Best het daarnaast eens dat regionale plannen ook met andere regio’s afgestemd dienen te worden. Kanttekeningen: •

Tijdsdruk mag niet ten koste gaan van kwaliteit en draagvlak. Ook voor dit onderdeel geldt dat de haalbaarheid van de planning de gemeente Best zorgen baart. De tijdsdruk mag niet ten koste gaan van kwaliteit en draagvlak. De terugkoppeling van PBL staat gepland voor februari 2021. Als op dat moment pas bekend wordt dat het bod niet voldoet, en er grote aanpassingen nodig zijn, komt het proces in het gedrang. Waar in de concept RES veel zaken regionaal zijn afgestemd, moet dit proces lokaal nog grotendeels worden opgestart. Lokale nuancering en bestuurlijke keuzes zijn belangrijk om tot een gedragen RES 1.0 te komen. Daarom

*IN20-01350*

IN20-01350/ Pagina 7 van 8

is een tijdige terugkoppeling gewenst, zodat er voldoende tijd is om dit proces zorgvuldig te doorlopen. •

Ook buiten regio kansen benutten In het kader van samenwerking vindt de gemeente Best naast regio overstijgende afstemming, het ook belangrijk dat we kansen buiten de regio benutten. Hierbij is afstemming met regionale en provinciale ruimtelijke opgaven en planambities belangrijk. Besproken is om objectief over de grenzen heen te kijken op basis van landschappen en locaties. Insteek is geen afwenteling maar een integrale analyse op provinciaal, en beter nog landelijk, niveau. Een integrale analyse, die niet eendimensionaal (energieopwekking) maar multidimensionaal kijkt. Daarom stellen wij dat de concept-RES’sen van de vier Brabantse regio’s op elkaar moeten worden afgestemd, voordat er over wordt besloten. Landschapskwaliteiten dienen leidend te zijn bij de aanwijzing en inrichting van grootschalige opweklocaties. Dit kan betekenen dat er in de ene regio meer ruimte wordt geboden voor windturbines en in een andere regio bijvoorbeeld natuurgebieden worden uitgesloten. Provinciale doelen, zoals met Van Gogh Nationaal Park, en Rijksdoelen zoals met het wederopbouwgebied De Scheeken, dienen daarbij te worden gewogen.

*IN20-01350*

IN20-01350/ Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9688188/1