CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Werkdocument Integraal Huisvestingsplan primair en voortgezet onderwijs Bernheze

Themabijeenkomsten Raad 13 januari 2026, gemeente Bernheze6.616 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Integraal Huisvestingsplan primair en voortgezet onderwijs Bernheze Status: overeenstemming door stuurgroep IHP

2250392 | www.icsadviseurs.nl

Opdrachtgever Gemeente Bernheze

Datum 12 december 2025

Referentienummer 2250392

Auteur(s) Sandra Kolen, Joëlle Wijntjens, Timon Bulten

1/17

│ Onderdeel van ICS Ruimteregie Groep BV

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

Inleiding

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Status IHP

3

Algemene Kaders

4

2.1

Wettelijke zorgplicht

4

2.2

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs

4

Visie op onderwijshuisvesting

6

3.1

Aanbod in de gemeente

6

3.2

Doorgaande ontwikkellijn

6

3.3

Passend en inclusief aanbod

7

3.4

Ruimtebehoefte en -gebruik

9

3.5

Duurzaamheid en gezondheid

10

3.6

Betaalbare onderwijshuisvesting

11

3.7

Kwaliteitskader

13

Type maatregelen

14

Maatregel 1: Vervangende nieuwbouw

14

Maatregel 2: Vernieuwbouw

15

Maatregel 3: Renovatie – 25 jaar levensduurverlengend

16

Maatregel 4: In stand houden

16

Maatregel 5: Afstoten

16

2250392 | www.icsadviseurs.nl

2/17

1. Inleiding

1.2 Status IHP

1.1 Aanleiding

Het IHP vormt het gezamenlijke afsprakenkader tussen de gemeente, schoolbesturen. Alle betrokken partijen zetten zich binnen hun eigen rol en verantwoordelijkheid maximaal in om de inhoud van het IHP waar te maken.

Dit integraal huisvestingsplan (hierna: IHP) is opgesteld voor de Gemeente Bernheze voor de periode van 2026 tot 2042. Dit IHP biedt de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties een dynamisch beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren meerjaren huisvestingsplan. Dit plan geeft houvast aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs en kinderopvang opdat er in de gemeente Bernheze een duurzame en gezonde onderwijs- en kinderopvangomgeving kan worden voortgezet. Naast de ontwikkelingen van het leerlingenaantal en de technische staat van de gebouwen zijn meer kwalitatieve vragen aan de orde geweest, zowel ten aanzien van de functionaliteit van de gebouwen als ontwikkelingen in het aanbod van onderwijs- en kinderopvangvoorzieningen. Het IHP geeft daarmee inzicht in de grootste knelpunten en geeft helderheid over de gewenste oplossingsrichtingen. Hierbij dient tevens aandacht te zijn voor zowel korte- als langere termijn oplossingen.

Het IHP biedt – na vaststelling door het college en de gemeenteraad – een langetermijnperspectief, voor de periode van 2026 tot 2042, voor de huisvesting van alle schoollocaties in het primair en voortgezet onderwijs en de kinderopvanglocaties binnen schoolgebouwen. In de eerste 4 jaar staan de korte termijn investeringen vast (na vaststelling door de gemeenteraad), daarna volgt een doorkijk van 12 jaar. Dit sluit aan op de termijn die wordt geadviseerd in het wetsvoorstel. Het IHP wordt elke 4 jaar geactualiseerd. Hierdoor blijft het een koersdocument en geen blauwdruk, waardoor flexibiliteit (beargumenteerd) behouden blijft.

Het voorliggende IHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs, in samenwerking met de schoolbesturen van het primair- en voortgezet onderwijs en vertegenwoordigers van de gemeente Bernheze en in consultatie met kinderopvangorganisaties.

De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B.V.

2250392 | www.icsadviseurs.nl

3/17

investeringen in onderwijshuisvesting af tegen haar andere taken en verantwoordelijkheden.

2. Algemene Kaders 2.1 Wettelijke zorgplicht De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor het onderwijs. Daarnaast heeft de gemeente een rol bij het in stand houden van het openbaar onderwijs. De zorgplicht is verankerd in de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en de Wet op de expertisecentra (WEC). De gemeente heeft een zorgplicht voor (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting en onderwijsleerpakketten, herstel van constructiefouten en herstel en vervanging bij schade door bijzondere omstandigheden. Gemeenten ontvangen via de algemene uitkering uit het Gemeentefonds van het Rijk financiële middelen om te kunnen voldoen aan deze zorgplicht. De gemeente is vrij om deze middelen naar eigen inzicht te besteden en weegt daarvoor de

Gemeente

De schoolbesturen gaan over de inhoud van het onderwijs en zijn verantwoordelijk voor onderhoud, aanpassingen, exploitatie en beheer van de onderwijshuisvesting. Hiervoor ontvangen zij middelen van het Rijk, een zogenaamde lumpsum-vergoeding, bestaande uit een component per leerling en een component per school.

2.2 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Bernheze biedt het juridische kader voor voorzieningen in de onderwijshuisvesting. In het verlengde van de verordening biedt voorliggend IHP het strategische programma voor onderwijshuisvesting.

Schoolbestuur

Gemeentefonds Ministeries van BZK en Financiën

Lumpsum Ministerie van OCW

§ §

Zorgplicht: voorzien in adequate onderwijshuisvesting (Vervangende) nieuwbouw en uitbreiding

§ §

Groot en klein onderhoud Exploitatie

§ §

(Renovatie) Verplaatsen van een tijdelijk gebouw

§ §

Inpandige aanpassingen Juridisch eigendom

§

Economisch eigendom

§

Vervanging van leer- en hulpmiddelen

§

Eerste inrichting

§

Leegstand van leslokalen (exploitatiekosten en eventueel

§ §

Constructiefouten (inclusief asbest) Vergoeding van schade als gevolg van bijzondere omstandigheden

§

verhuur aan derden) Verzekering gericht op uit private middelen bekostigde zaken

§

Onroerendezaakbelasting

§

Afsluiten opstal- en inboedelverzekering

§

Bijkomende kosten: tijdelijke huisvesting, sloop, terreininrichting, asbest, et cetera §

PO: binnenonderhoud gymzalen (in eigendom van

§ Voorzieningen bewegingsonderwijs § PO: binnen- en buitenonderhoud gymzalen 2250392 | www.icsadviseurs.nl

schoolbestuur) §

VO: binnen- en buitenonderhoud gymzalen (in eigendom van schoolbestuur)

4/17

Samenwerkingsschool Eikenwijs SAM College

Basisschool Emmaus (onderbouw) Basisschool Emmaus (bovenbouw) Basisschool De Kiem

Basisschool De Beekgraaf

Basisschool ‘t Maxend

Basisschool Sint Albertus

Gymnasium Bernrode

De Bolderik Basisschool Op Weg

2250392 | www.icsadviseurs.nl

Basisschool Het Mozaïek

Basisschool ‘t Palet

5/17

3. Visie op onderwijshuisvesting

3.2 Doorgaande ontwikkellijn

Dit hoofdstuk beschrijft verschillende beleidsthema’s die ingaan op de visie van onderwijs- en kinderopvang(huisvesting). Voor elk thema is de gezamenlijke visie en ambitie van gemeente, schoolbesturen en kinderopvang beschreven. Daarnaast is deze ambitie vertaald in concrete en haalbare uitgangspunten voor het IHP.

De ambitie is een doorgaande ontwikkellijn 0 tot 13 jaar. Goede samenwerking tussen kinderopvang en primair onderwijs is daarbij essentieel. In het verlengde daarvan is ook de warme overdracht van primair naar voortgezet onderwijs blijvend belangrijk. De inhoudelijke samenwerking tussen opvangorganisaties en primair onderwijs wordt binnen diverse samenwerkingsstructuren besproken en vormgegeven. Kindcentrum

3.1 Aanbod in de gemeente De gemeente Bernheze bestaat uit 5 dorpen, Heesch, Heeswijk-Dinther, Loosbroek, Nistelrode en Vorstenbosch, met een verschillend onderwijsaanbod. § § § § §

Heesch, met drie basisscholen en een nieuwe school in het voortgezet onderwijs vanaf schooljaar 2026-2027. Heeswijk-Dinther, met drie basisscholen en één school in het voortgezet onderwijs. Loosbroek, met één basisschool. Nistelrode, met twee basisscholen. Vorstenbosch, met één basisschool.

Het primair onderwijs in de gemeente Bernheze heeft voornamelijk een wijkgericht functie. Het voortgezet onderwijs heeft een regio dekkende functie, daar het ook een belangrijke functie heeft voor de omliggende gemeenten. De schoolbesturen van het primair onderwijs uit de gemeente Bernheze zijn aangesloten bij het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs 30 06 (hierna: SWV PO 30 06). SWV PO 30 06 is een stichting waarbij 13 schoolbesturen uit de regio Oss, Meierijstad, Bernheze en Maashorst zijn aangesloten. Binnen dit samenwerkingsverband worden afspraken gemaakt over hoe ervoor gezorgd kan worden dat alle leerlingen onderwijs krijgen dat bij hen past. Gymnasium Bernrode is aangesloten bij het Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs 30 06 (hierna: SWV VO 30 06). Dit samenwerkingsverband neemt samen de verantwoordelijkheid om voor alle jongeren in de regio passend onderwijs te verzorgen. Ook Het SAM college zal zich bij dit samenwerkingsverband aansluiten.

2250392 | www.icsadviseurs.nl

In een kindcentrum werken onderwijs en kinderopvang samen, vaak in nauwe samenwerking met partners zoals jeugdgezondheidszorg, aan de ontwikkeling van kinderen van 0 tot 13 jaar. Ze zorgen voor een doorlopende leerlijn, gebaseerd op een gedeelde pedagogische en didactische visie. Essentieel hierbij zijn nauwe samenwerking, gelijkwaardigheid (binnen de gestelde kaders) en wederzijds vertrouwen. Het kindcentrum biedt een geïntegreerde, veilige en stimulerende omgeving, waarin ook aandacht is voor de brede ontwikkeling van kinderen, samenwerking met ouders en het bieden van gelijke kansen. Door huisvesting van meerdere voorzieningen onder één dak ontstaat een vertrouwde plek voor kind en gezin, en een sterke verbinding met de wijk. Er is sprake van inhoudelijke en organisatorische samenwerking en een kindcentrum zorgt voor een soepele overgang tussen opvang en onderwijs. Alle schoolbesturen in het PO hebben aangeven voorstander te zijn van kindcentrum-vorming in de gemeente Bernheze. Ook losstaande kinderopvangorganisaties (niet gekoppeld aan een kindcentrum) zijn van grote toegevoegde waarde om te voorzien in een breed aanbod van kinderopvang. Met deze organisaties wordt ook de samenwerking gezocht en gevonden door schoolbesturen. Ruimte voor kinderopvang Dit IHP gaat uit van de normatieve ruimtebehoefte voor scholen als basis.

Wanneer in dit IHP nieuwbouw als maatregel voor een school wordt ingezet, wordt uitgegaan van de normatieve ruimtebehoefte voor het onderwijs. Ruimtes voor kinderopvang zijn een aanvulling daarop. In geval van renovatiemaatregelen wordt in dit IHP een demarcatie door schoolbesturen en kinderopvangorganisaties aangedragen tussen de ruimte voor het onderwijs,

6/17

conform de normatieve ruimtebehoefte, en de ruimte die nodig is voor kinderopvangorganisaties. Het juridisch eigendom van het gebouw komt bij het schoolbestuur te liggen, het schoolbestuur verhuurt de benodigde ruimtes voor kinderopvang aan de kinderopvangorganisatie. Gelijkwaardigheid onderwijs en kinderopvang In kindcentra zijn onderwijs en kinderopvang op basis van gelijkwaardigheid gehuisvest. Wanneer de kinderopvang gebruikmaakt van leegstaande ruimte binnen het schoolgebouw en door leerlingengroei uitbreiding van de school noodzakelijk wordt, hoeft de kinderopvang niet automatisch te wijken. Dit geldt onder de voorwaarde dat het college toestemming heeft gegeven voor verhuur in het gebouw aan de kinderopvang. Het is wel zo dat de kinderopvang de kapitaallasten van de noodzakelijke uitbreiding door middel van een kostprijsdekkende huur moet gaan betalen aan het schoolbestuur. Het schoolbestuur draagt deze vervolgens af aan de gemeente. Als de kinderopvang geen huur betaalt met kapitaallastvergoeding, dan moet ze wijken. Deze aanpak maakt maatwerk per kindcentrum mogelijk, met als doel de continuïteit van een duurzame, inhoudelijke samenwerking te waarborgen. Indien het ruimtetekort structureel is en een uitbreiding benodigd is, wordt in overleg tussen gemeente, onderwijs en kinderopvang gezocht naar passende en duurzame oplossingen.

Wanneer (tijdelijke) uitbreiding noodzakelijk is, wordt allereerst gekeken naar bestaande leegstand in nabijgelegen maatschappelijke gebouwen. Bij vorming van een kindcentrum of multifunctionele accommodatie (MFA) investeert de gemeente in de huisvesting van de kindpartners (of plusfuncties). De gemeente investeert transparant in de huisvesting en verkrijgt een vergoeding vanuit de maatschappelijke organisatie via het betreffende schoolbestuur op basis van een kostprijsdekkende huurafspraak. Deze huurafspraak bestaat uit een vergoeding van de kapitaallasten (rente en afschrijving) die ten gunste komt van de gemeente voor de gepleegde investering. Het deel dat bestaat uit de exploitatielasten wordt verstrekt aan het schoolbestuur die het gebouwdeel van de kindpartner verder kan exploiteren.

2250392 | www.icsadviseurs.nl

Van kindcentrum naar het voortgezet onderwijs De ontwikkeling van kinderen en jongeren stopt niet bij de overstap van primair naar voortgezet onderwijs. Ook die overgang vraagt om goede afstemming tussen onderwijspartners. Door samen te werken, informatie uit te wisselen en een gedeeld beeld te hebben van wat leerlingen nodig hebben, wordt gebouwd aan een doorlopende leerlijn; vroegtijdig signaleren wat een individueel kind nodig heeft en daar het onderwijs en voorzieningen op aansluiten, zowel in het PO als VO. Scholen die elkaar kennen en ondersteunen, door kennis te delen, samen te werken en waar mogelijk faciliteiten te bundelen, vormen samen een sterker onderwijssysteem. Daarbij helpt het als scholen dicht bij elkaar gehuisvest zijn of gebruikmaken van slimme huisvestingsoplossingen.

3.3 Passend en inclusief aanbod Scholen hebben per 1 augustus 2014 de zorgplicht om een passende onderwijsplek voor ieder kind aan te bieden. Het streven is om ieder kind zoveel mogelijk naar een school te laten gaan in de buurt. Waar nodig worden arrangementen op maat voor kinderen ingezet. Mocht dit onvoldoende bijdragen aan de ontwikkeling van een kind, is de school verantwoordelijk om in overleg met ouders en schoolbesturen binnen de regio een passend onderwijsaanbod te realiseren. Het uitgangspunt is inclusiever en zo thuisnabij mogelijk. Inclusie is geen keuze maar vanuit verschillende verdragen, onder andere het VN-verdrag inzake de

7/17

rechten van personen met een handicap1 en de werkagenda route naar inclusief onderwijs 2035 van het ministerie van OCW2, is het verplicht om hier naartoe te werken. Als extra ondersteuning nodig is, wordt dit zo thuisnabij mogelijk aangeboden. Dit betekent dat zoveel als mogelijk de expertise naar de scholen wordt gebracht. Schoolbesturen en de gemeente onderschrijven het belang van het aanbieden van passend en inclusief onderwijs. Kansengelijkheid en het recht op kwalitatief goed onderwijs voor alle leerlingen is belangrijk. Kinderen hebben hiermee gelijke kansen op school, maar ook in de maatschappij. Passend en inclusief onderwijs vraagt om een ander (flexibel) ruimtegebruik. Bijvoorbeeld ruimtes waar onder begeleiding, zelfstandig of in kleine groepen gewerkt kan worden door leerlingen, externe zorgaanbieders, begeleiders en andere plusfuncties. Schoolbesturen en de gemeente komen samen tot passende onderwijsplekken, afgestemd op de specifieke behoeften. Voor inclusievere onderwijshuisvesting kan ook gekeken worden naar het recent gepubliceerde ontwerpkader inclusievere onderwijshuisvesting3. Het ontwerpkader inclusievere onderwijshuisvesting richt zich op fysieke toegankelijkheid, sociale inclusie en flexibiliteit, zodat leerlingen met diverse achtergronden en behoeften samen kunnen leren in een passende en toegankelijke leeromgeving.

Extra vierkante meters voor inclusiever en passend onderwijs De ontwikkeling van inclusiever en passend onderwijs heeft invloed op de ruimtebehoefte en -vraag vanuit het onderwijs. Het gaat dan om meer diversiteit aan werkplekken, meer spreekruimten en aanvullende ondersteuningsruimten (mindervalidentoilet, douche, interventieruimte et cetera.). Dit om meer ruimte te geven aan begeleiding/ondersteuning (bijv. vanuit school en/of jeugdhulp) maar ook dat kinderen leren op de plek die bij de leerling/activiteit past (bijv. in stilte of in groepsverband). In een bestaand gebouw met overmaat kan de leegstand ingezet worden, maar bij nieuwbouw ‘die aan de maat’ gemaakt wordt, bestaat die mogelijkheid niet. Hiervoor is een beleidsregel van ‘extra vierkante meters voor inclusiever en passend onderwijs’ een mogelijkheid om het onderwijs tegemoet te komen. Het schoolbestuur kan – bij nieuwbouw, uitbreiding of renovatie - een goede onderbouwing aanleveren, waaruit blijkt dat er behoefte is aan extra vierkante meters. Na overleg met de gemeente wordt gezamenlijk besloten of dit aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. De investering van deze ‘extra meters’ wordt gepleegd vanuit de gemeente. De exploitatielasten komen voor rekening van het schoolbestuur. Indicatief houdt dit IHP zowel bij nieuwbouw- als renovatiemaatregelen rekening met 5% aanvullende ruimtebehoefte (m² bvo).

De nut en noodzaak worden, als beschreven, door het schoolbestuur aangetoond en door de gemeente beoordeeld. NB: Bovenstaande biedt de ruimte om ‘boven-normatief’ te denken en ook ruimtelijk maatwerk te leveren. Per project wordt de afweging gemaakt of onderwijsinstellingen de extra meters kunnen exploiteren en welke kansen multifunctioneel ruimtegebruik biedt zonder investering in extra meters. Hierbij wordt ook de kinderopvang betrokken als samenwerkingspartner in een gebouw.

1 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/01/31/werken-aan-een-samenleving-voor-

3 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/04/24/6-eindrapport-bouwstenen-voor-

iedereen-het-vn-verdrag-handicap-in-nederland 2 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/inclusief-onderwijs/inclusief-onderwijs-in-2035

inclusievere-scholen

2250392 | www.icsadviseurs.nl

8/17

3.4 Ruimtebehoefte en -gebruik

§

Flexibiliteit en ruimtegebruik

§

Om in te spelen op groei en krimp en mogelijke veranderingen in het gebruik, is het van belang om huisvesting te realiseren die flexibel mee kan bewegen. Flexibele schoolgebouwen zijn gebouwen die eenvoudig aanpasbaar zijn aan een veranderende ruimtevraag en het onderwijs- en kinderopvangconcept. Het zijn gebouwen die over ruimten beschikken die voor verschillende doeleinden kunnen worden ingezet. Dit vraagt om een flexibele inrichting en het mogelijk maken van dubbel gebruik door bijvoorbeeld de buitenschoolse opvang (bso) of door andere gebruikers na schooltijd. Het realiseren van flexibele huisvesting vraagt in de planvormingsfase van (vervangende) nieuwbouw of renovatie rekening te houden met: §

§

§

De toekomstige uitbreidbaarheid van het gebouw voor onderwijs en-/of kinderopvang. Dit kan in de vorm van een grondgebonden aanbouw of als verdieping op het bestaande gebouw. Toekomstige (interne) aanpasbaarheid voor onderwijs en-/of kinderopvang. Bij planvorming rekening houden met toekomstige aanpasbaarheid om groei, krimp, technische vernieuwing en/of onderwijsontwikkeling (flexibel) op te vangen. Het gebouw faciliteert daarmee de gebruikers en niet andersom. Daarnaast is er aandacht voor het installatieconcept om grote investeringen bij aanpassing zo veel mogelijk te voorkomen. De mogelijkheid het schoolgebouw in de toekomst (gedeeltelijk of volledig) te transformeren naar een andere functie. In geval van gedeeltelijke transformatie dan gaat dit niet ten koste van de functionaliteit voor het onderwijs en de kinderopvang.

Toegankelijkheid Toegankelijkheid vormt de basis van een inclusieve samenleving. Fysieke toegankelijkheid is de eerste stap naar inclusie. Scholen moeten een veilige, gastvrije en ondersteunende omgeving bieden voor iedereen, ongeacht achtergrond of mentale gesteldheid. Dit bereiken we door: §

Ondersteuning bij cognitieve beperkingen, via rustige kleuren, goede verlichting en overzichtelijke indeling. Privacy en rust, door prikkelarme ruimtes, een warme en neutrale inrichting of kolfruimtes waar nodig.

Een cruciaal aspect van inclusie is het waarborgen van toegankelijkheid van voorzieningen, zodat ieder persoon er gebruik van kan maken. NEN 91204 is het uitgangspunt voor het toegankelijk bouwen van nieuwe gebouwen. NEN 9120 is een nieuwe norm (gepubliceerd op 3 februari 2025) die prestatieeisen vastlegt voor de toegankelijkheid en bruikbaarheid van gebouwen. Ze geldt voor alle typen gebouwen (nieuwbouw én verbouw) en is bedoeld om te zorgen dat gebouwen goed toegankelijk zijn voor iedereen, inclusief mensen met een beperking. Met deze aanpak draagt Bernheze bij aan een inclusieve samenleving waarin iedereen zich welkom en ondersteund voelt. Deze uitgangspunten worden actief toegepast in toekomstige huisvestingsprojecten. Multifunctionele accommodaties In het geval van nieuwbouw van schoolgebouwen wordt in lokale context onderzoek uitgevoerd naar huisvestingsbehoeften van andere organisaties en partijen. Vanuit exploitatie, subsidiekansen en gebruik is het zinvol te zoeken naar multifunctioneel gebruik van voorzieningen. Gemeente en schoolbesturen zien meerwaarde in het efficiënt omgaan met vastgoed, uitwisselbaarheid van ruimtes, het verlagen van financiële risico’s en het realiseren van multifunctionele accommodaties om het voorzieningenpeil en daarmee leefbaarheid in de dorpen in stand te houden.

Bewegingsonderwijs Gemeenten zijn verantwoordelijk voor voldoende en adequate huisvesting van het bewegingsonderwijs. Het bewegingsonderwijs is een integraal onderdeel van het onderwijsaanbod. In de jonge jaren van een kind wordt de basis gelegd voor een gezonde leefstijl met voldoende beweging en ontwikkeling van motorische en sociale vaardigheden. De uitgangspunten:

Duidelijke communicatie, met eenvoudige taal en visuele hulpmiddelen.

4 https://www.nen.nl/media/PDFjes/LeeswijzerNEN9120.pdf

2250392 | www.icsadviseurs.nl

9/17

§

§

§

§

§

De gemeente zorgt nu en in de toekomst voor voldoende ruimte om te voldoen aan de wettelijke plicht om alle leerlingen in het primair onderwijs van 6 jaar en ouder minimaal 2 keer 45 minuten per week bewegingsonderwijs aan te bieden. Voor het voortgezet onderwijs voorziet zij in voldoende ruimte om te voldoen aan de wettelijke normen. Voor leerlingen van 4 en 5 jaar wordt of voorzien in een speellokaal in het schoolgebouw of 3,75 klokuur per week in een lokaal voor bewegingsonderwijs. De accommodaties voor het bewegingsonderwijs voor het primair onderwijs dienen binnen een afstand van 1 tot 7,5 kilometer, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg, van de scholen te liggen, afhankelijk van het aantal klokuren bewegingsonderwijs, conform de gemeentelijke verordening. Het streven is om de KVLO-norm te hanteren waarbij een accommodatie voor bewegingsonderwijs beschikbaar is binnen: ─ maximaal 750 meter voor basisonderwijs; ─ maximaal 2 kilometer voor voortgezet onderwijs. De accommodaties voor het bewegingsonderwijs voor het voortgezet onderwijs dienen binnen een afstand van 2 kilometer gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare weg te liggen.

3.5 Duurzaamheid en gezondheid Duurzaamheid is een belangrijk thema bij het realiseren van toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Met het Klimaatakkoord van Parijs (2015) en vanuit Europese regelgeving vraagt dit van maatschappelijk vastgoed, en daarmee onderwijs, om een verantwoord gebruik van beschikbare energiebronnen. Op deze manier wordt de invloed van klimaatverandering op de mens en milieu zoveel mogelijk beperkt. Vanuit de huidige wet- en regelgeving (Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is het verplicht om een bijna energieneutraal gebouw (BENG) te realiseren en ook dat dit gebouw aardgasvrij is. Vanwege de ontwikkelingen rond ZEB (zie tekstkader) is op dit moment het advies om voor (vervangende) nieuwbouw en bestaande bouw uit te gaan van ENG en aardgasvrije gebouwen. Hieraan wordt verder het uitgangspunt toegevoegd van passiefbouwen (installatiearm bouwen) en het toepassen van energiezuinige apparatuur. Dit lijkt voordelig voor

2250392 | www.icsadviseurs.nl

schoolbesturen, maar in de praktijk dalen de exploitatiekosten niet door toenemende kosten van onderhoud, elektra en het vervangen van installaties. EPBD IV: Zero Emission Building (ZEB) De Energy Performance of Buildings Directive IV (EPBD IV) is een Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen. Lidstaten hebben tot mei 2026 de tijd om de richtlijn om te zetten naar nationale wetgeving. De EPBD IV stelt als einddoel een emissievrije gebouwenvoorraad in 2050, met tussendoelen die helder maken wat op weg daarnaartoe nodig is. Dit betekent de overgang van de huidige BENG-eisen (Besluit bouwwerken en leefomgeving) naar ZEB (Zero Emission Building). Een ZEB-gebouw voldoet aan 4 aspecten: ▪ Heeft zeer weinig energie nodig heeft voor verwarming en/of koeling. ▪ Beschikt over efficiënte installaties. ▪ Is vrij van fossiele emissies op het eigen perceel ("aardgasvrij"). ▪ Voorziet in de benodigde energie zoveel mogelijk uit hernieuwbare energie door opwek op of bij het gebouw of via lokale warmtenetten. In Nederland wordt momenteel gewerkt aan de vertaling van de richtlijn in nationale regelgeving. Bij een volgende actualisering van het IHP is meer duidelijk over de praktische uitvoering. Wel kan er nu uitgegaan worden van de verplichting van ZEB voor alle nieuwe schoolgebouwen vanaf 1 januari 2030.

Netcongestie Als een school in aanmerking komt voor (vervangende) nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie, dient rekening gehouden te worden dat een mogelijk vol elektriciteitsnet kan leiden tot het tijdelijk niet aan kunnen sluiten van de school op dit net. Dit vraagt om een maatwerkoplossing per project. De oplossing en bijbehorende kosten zijn project en locatie afhankelijk. Hiervoor wordt geen budget opgenomen, maar aanvullende kosten zijn te verwachten. Een oplossing kan bijvoorbeeld zijn om een grotendeels zelfvoorzienende school te bouwen met een batterij zodat een kleine aansluiting op het net kan volstaan.

10/17

Binnenklimaat Bij (vervangende) nieuwbouw of levensduurverlengende renovaties van onderwijshuisvesting worden als uitgangspunt gemiddeld de criteria van het Programma van Eisen (PvE) Frisse Scholen - Klasse B gehanteerd. Tijdens het ontwerpproces wordt per project in overleg met betrokken partijen bepaald op welke punten een hogere ambitie haalbaar en wenselijk is. Indien blijkt dat Klasse B op bepaalde onderdelen aantoonbaar niet realiseerbaar is, kan gemotiveerd worden afgeweken naar Klasse C. Vice versa, wanneer op bepaalde onderdelen de ambitie hoger ligt, kan worden afgeweken naar klasse A. Dit betreft onderdelen waarvoor in het kwaliteitskader huisvesting van Ruimte-OK is aangegeven dat Klasse C als acceptabel wordt beschouwd. Op deze manier waarborgen we een gezond, comfortabel en toekomstbestendig leerklimaat dat aansluit bij de behoeften van leerlingen en onderwijspersoneel. Rekenen met circulaire restwaarde Vanuit het Programma Onderwijshuisvesting is in 2025 gewerkt aan een methodiek om met circulaire restwaarde te rekenen. De methodiek om de circulaire restwaarde van een gebouw te bepalen is gevalideerd, accountants en de commissie BBV staan het werken met restwaarde - onder voorwaarden toe en meerdere gemeenten in Nederland hebben restwaarde inmiddels in de verordening opgenomen als instrument.

schoolpleinen nodigen uit tot beweging, hebben en educatief doel en dragen bij aan een klimaatbestendige fysieke omgeving (tegengaan hittestress, infiltratie regenwater). De toepassing van bomen beschermt tegen uv-straling en bomen nemen CO₂ op. Voor de onderwijshuisvesting vertaalt dit zich naar voldoende ruimte om regenwater te bufferen en voldoende groen rondom de school waardoor verkoeling ontstaat en minder energie nodig is voor koeling in het gebouw. Watersystemen Een opkomende ontwikkeling is het gebruik van regenwateropvangsystemen en grijswatersystemen om onder andere toiletten op scholen door te spoelen. Dit vermindert het drinkwaterverbruik, verlaagt exploitatiekosten en ontlast het lokale watersysteem, vooral bij droogte. De aanleg hiervan brengt doorgaans meerkosten met zich mee. Per project bekijken gemeente en schoolbestuur samen of zo’n systeem haalbaar is en wat het betekent voor de investering en exploitatie.

3.6 Betaalbare onderwijshuisvesting Wetsvoorstel ‘Planmatige aanpak onderwijshuisvesting’

Door te rekenen met een financiële restwaarde dalen de afschrijflasten. Binnen dezelfde jaarlasten is dan een hogere investering mogelijk. Met deze extra budgetruimte kan geïnvesteerd worden in circulaire ontwerpkeuzes die zorgen voor een lagere milieuimpact en waardebehoud van materialen. In het ontwerp dient rekening gehouden te worden met losmaakbaarheid en adaptiviteit. Hoe beter het gebouw in elementen of modules, na gebruik, te demonteren is, en hoe beter aanpasbaar het gebouw op veranderend gebruik is ontworpen, hoe hoger de restwaarde.

Onderdeel van het wetsvoorstel planmatige aanpak onderwijshuisvesting is dat het begrip renovatie toegevoegd wordt aan de voorzieningen in de huisvesting waar de gemeenten voor verantwoordelijk zijn. Daarbij wordt renovatie gedefinieerd als een alternatief voor nieuwbouw waarbij sprake is van vernieuwing of grootschalige verandering van een gebouw of een gedeelte daarvan door middel van een samenhangend geheel van maatregelen, dat is gericht op het verlengen van de levensduur van het gebouw of het gedeelte daarvan.

Klimaatadaptief

Daarnaast wordt in het wetsvoorstel geregeld dat het investeringsverbod in huisvesting voor schoolbesturen wordt opgeheven, zodat zij kunnen meeinvesteren in renovatie of verduurzaming. Het opheffen van dit verbod gaat echter niet gepaard met extra middelen vanuit de rijksoverheid.

Een veilige en leefbare leefomgeving is het doel. Door klimaatverandering is er steeds meer sprake van extreme buien, lange perioden van droogte en hitte in de bebouwde omgeving. Aanpassingen in de samenleving zijn nodig om nu en in de toekomst de veiligheid en leefbaarheid te garanderen. Vanuit klimaatadaptatie wordt de versteende fysieke omgeving vergroend. Groene

2250392 | www.icsadviseurs.nl

11/17

Normbedragen onderwijshuisvesting De normbedragen die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hanteert voor onderwijshuisvesting sluiten al geruime tijd niet meer aan op de actuele bouwprijzen. Om dit knelpunt te ondervangen, is in dit Integraal Huisvestingsplan (IHP) bewust gekozen voor het hanteren van realistische, marktconforme bouwprijzen, aansluitend op het ambitieniveau zoals in deze visie gesteld. Ruimtevraag en -aanbod Gemeente en schoolbesturen streven naar een efficiënte inzet van de beschikbare onderwijshuisvesting en de financiële middelen hiervoor. Ruimtevraag en -aanbod worden zoveel mogelijk op elkaar afgestemd om normatieve overmaat of tekorten te voorkomen. Dat betekent onderwijscapaciteit realiseren waar nodig en leegstaande onderwijscapaciteit zoveel mogelijk voorkomen of zelfs reduceren. Voor piekperiodes wordt gezocht naar alternatieve oplossingen. De verordening biedt het College van B&W de mogelijkheid onderwijscapaciteit bij een andere school of instelling in te zetten voor een school waar ruimtetekort optreedt. Echter, een normatief ruimtetekort wordt in eerste instantie zoveel mogelijk opgelost door medegebruik van bestaande onderwijscapaciteit bij andere scholen in het voedingsgebied. Wanneer medegebruik bij andere scholen niet mogelijk is, biedt de inzet van tijdelijke huisvesting een alternatief.

Afschrijven De financiële verordening van de gemeente Bernheze is leidend voor afschrijving op vastgoed. Voor nieuwbouw geldt dat over 50 jaar5 wordt afgeschreven. Voor renovatie geldt een afschrijvingstermijn van 25 jaar. Schade en verzekeren Het kan gebeuren dat er schade aan de gebouwen, pleinen, inrichting of andere inventaris optreedt. In principe legt de wet een duidelijke demarcatie van verantwoordelijkheden uit. Het kan verkeren dat er onduidelijke situaties zijn over eigendom, verzekeringen of verantwoordelijkheden. In dat geval, zo hebben gemeente Bernheze en de schoolbesturen afgesproken, treden

gemeente Bernheze en het betreffende schoolbestuur welwillend met elkaar in gesprek om de casus gezamenlijk uit te zoeken. Investeren in toekomstbestendige onderwijshuisvesting De gezamenlijke ambities voor de onderwijshuisvesting in de gemeente Bernheze liggen hoger dan het wettelijk minimum. Om de doelen uit de Klimaatwet te behalen, zien schoolbesturen en gemeente Bernheze de noodzaak om een bovenwettelijke ambitie te stellen voor de onderwijshuisvesting; het Bernhezer kwaliteitsniveau. Zowel voor (ver)nieuwbouw als renovatie van bestaande gebouwen stellen schoolbesturen en de gemeente in dit IHP de ambitie op ENG en Frisse Scholen klasse B. De Bernhezer ambitie ligt boven het huidige wettelijk minimum (Bbl). Duurzame onderwijshuisvesting is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, evenals de financiering van de bovenwettelijke ambitie. Dit IHP geeft in de uitvoeringsagenda inzicht in de benodigde investering voor het wettelijk minimum en investeringen voor bovenwettelijke ambities. De daadwerkelijke financiering wordt per project, voortvloeiend uit dit IHP, in een gezamenlijke businesscase tussen gemeente Bernheze en schoolbesturen onderzocht. Binnen de huidige wettelijke kaders mogen schoolbesturen niet investeren in gebouwen, tenzij dit tot een reductie in de exploitatielasten leidt. Met de wetswijziging vervalt dit investeringsverbod.

De businesscases moeten, rekening houdend met de ambities, beperkingen en (subsidie)kansen, duidelijkheid geven over de haalbaarheid van de voorgestelde projecten. Overmaat in gebouwen De normatieve overmaat (leegstand) in gebouwen leidt niet automatisch tot een ingreep in de huisvestingssituatie van een school. Een normatieve overmaat is niet per direct te vertalen in een functionele overmaat; in bestaande gebouwen kan sprake zijn van een inefficiënte indeling. Daar waar een normatieve overmaat zichtbaar is, vordert de gemeente niet automatisch de ruimtes. Een overmaat kan ruimte geven aan het onderwijsconcept. Het schoolbestuur blijft verantwoordelijk voor de exploitatie en exploitatielasten. De reductie van de overmaat – bijvoorbeeld door ruimtes te verhuren of zelfs af te stoten – dragen bij aan reductie van de exploitatielasten. Voor het verhuren

5 Naar verwachting zal de huidige afschrijftermijn van 40 jaar vanaf 1 januari 2026 wijzigen in 50 jaar.

2250392 | www.icsadviseurs.nl

12/17

(enkel- dan wel dubbelgebruik) van onderwijscapaciteit aan derde partijen moet een schoolbestuur toestemming vragen aan de gemeente.

3.7 Kwaliteitskader Vanuit de thema’s voor de visie worden onderstaande uitgangspunten voor de huisvesting gedistilleerd. Deze uitgangspunten vormen het kwaliteitskader voor de onderwijshuisvesting in de gemeente Bernheze. § § § §

§ § §

§ § § § §

Ruimtes voor kinderopvang worden zoveel mogelijk, door middel van een overeenkomst, als zodanig bestemd. Kinderopvang wijkt niet als de ruimtebehoefte van het onderwijs toeneemt. Per project wordt rekening gehouden met maximaal 5% aanvullende ruimtebehoefte voor inclusiever en passend onderwijs. Bij vervangende nieuwbouw of renovatie wordt in de planvormingsfase rekening gehouden uitbreidbaarheid, aanpasbaarheid en transformeerbaarheid. De NEN 9120 vormt het uitgangspunt voor toegankelijkheid van nieuwbouw of renovatie projecten. Bij nieuwbouw wordt gekeken naar koppelkansen met andere maatschappelijke voorzieningen. In de gemeente Bernheze zijn voldoende en adequate accommodaties voor bewegingsonderwijs beschikbaar binnen de daarvoor gestelde normafstanden. Het ambitieniveau voor nieuwbouw en vernieuwbouw is tenminste ENG en gemiddeld Frisse Scholen klasse B. Het ambitieniveau voor renovatie is tenminste ENG en gemiddeld Frisse Scholen klasse B. Er wordt rekening gehouden met voldoende ruimte om regenwater te bufferen en voldoende groen rondom de school. Bij vervangende nieuwbouw is er aandacht voor regenwateropvangsystemen en grijswatersystemen. De onderwijscapaciteit wordt zo efficiënt mogelijk ingezet. Vraag en aanbod worden op elkaar afgestemd.

2250392 | www.icsadviseurs.nl

13/17

4. Type maatregelen Voor elke onderwijsvoorziening wordt binnen het IHP een maatwerkscenario beschreven dat leidend is voor de maatregelen en investeringen die de komende jaren door gemeente en schoolbesturen gepleegd worden. In het IHP wordt onderscheid gemaakt tussen schoolgebouwen die de komende periode in stand worden gehouden en gebouwen waar de noodzaak tot vervanging of een maatregel aanwezig is. In het IHP hanteren we daarom de volgende huisvestingsscenario’s: 1. 2. 3. 4. 5.

Vervangende nieuwbouw Vernieuwbouw Renovatie - 25 jaar levensduurverlengend In stand houden Afstoten

Per scenario wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Hierbij wordt gesproken over gemeente en schoolbesturen vanuit hun positie als mogelijke bouwheren. In beginsel is het schoolbestuur bouwheer tenzij gemeente en schoolbestuur anders overeenkomen. Gemeente en schoolbestuur gaan bij elk project in gesprek over het perspectief van het bestaande gebouw. Afhankelijk van het perspectief van het gebouw maken gemeente en schoolbestuur maatwerkafspraken over de staat van onderhoud en hoe het gebouw teruggeleverd gaat worden om efficiënte inzet van publieke middelen te waarborgen.

Maatregel 1: Vervangende nieuwbouw Onder nieuwe gebouwen worden de schoolgebouwen verstaan waarvoor in het IHP een noodzaak tot vervanging wordt aangetoond. Deze gebouwen krijgen binnen afzienbare tijd een grootschalige ingreep in de vorm van vervangende nieuwbouw met een levensduur van 50 jaar.

Voor de oplossingsrichting (vervangende) nieuwbouw zijn de volgende spelregels van toepassing: § Een haalbaarheidsonderzoek dient aan te tonen of nieuwbouw een beter alternatief is voor vernieuwbouw als daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van bepaalde context). § Het haalbaarheidsonderzoek wordt in gezamenlijkheid door gemeente en schoolbestuur uitgevoerd om eenzijdige sturing te voorkomen. § De gemeente is verantwoordelijk voor de bekostiging van ENG, en gemiddeld Frisse Scholen klasse B. Per project wordt gekeken of en op welke wijze hogere duurzaamheidsambities worden gerealiseerd. Voor het budget wordt uitgegaan van realistische investeringsbedragen. § Het schoolbestuur kan bijdragen om hogere duurzaamheidsambities te realiseren. § Het schoolgebouw wordt aardgasloos gerealiseerd. § Als de gemeente investeert in kinderopvangruimte, vraagt het schoolbestuur aan de kinderopvangorganisatie een huurvergoeding die gebaseerd is op de gemeentelijke kapitaallasten. Het schoolbestuur betaalt deze vergoeding vervolgens aan de gemeente. § Er wordt een klimaatscan uitgevoerd om te beoordelen welke klimaat adaptieve maatregelen er mogelijk zijn. § De omschreven ambities voor flexibiliteit, inclusie en circulariteit dienen bij nieuwbouwprojecten zoveel als mogelijk te worden geïntegreerd, passend binnen het budget.

Het realiseren van uitbreiding bij een schoolgebouw is een variant van nieuwbouw. Vaak gaat het hier om kleinere projecten waardoor het bedrag voor nieuwbouw kan oplopen (afhankelijk van de grootte). Bij een dergelijke kleine uitbreiding is het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw leidend. Mocht het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw minder zijn dan BENG, dan wordt er gestreefd naar minimaal BENG.

Spelregels IHP – vervangende nieuwbouw

2250392 | www.icsadviseurs.nl

14/17

Maatregel 2: Vernieuwbouw

─

Deze ingreep wordt beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw. Hierbij wordt het bestaande gebouw aanzienlijk verbeterd, met als doel de levensduur met minstens 50 jaar te verlengen. Tegelijkertijd wordt het gebouw duurzamer en vereist het minder onderhoud. Daarnaast wordt ook een adequaat binnenklimaat meegenomen volgens de vereisten van gemiddeld Frisse Scholen klasse B. Omdat vernieuwbouw als een gelijkwaardig alternatief wordt beschouwd, worden dezelfde doelstellingen nagestreefd als bij nieuwbouw.

─ ─

─

Bij vernieuwbouw wordt gekeken naar: § § § §

Functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijs- en kinderopvangconcept). Technische staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen. Ruimtelijke staat. Verduurzaming van het gebouw (benaderen ambitie ENG).

Spelregels IHP - vernieuwbouw §

§ § §

§

Een businesscase toont of nieuwbouw een beter alternatief is dan vernieuwbouw wanneer daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van bepaalde context. De gemeente en het schoolbestuur stellen gezamenlijk de businesscase op om te voorkomen dat er eenzijdige sturing plaatsvindt. De bijdrage vanuit de gemeente is vergelijkbaar met de spelregels voor nieuwbouw. Er wordt gerekend met één investeringsbedrag voor zowel vernieuwbouw als (vervangende) nieuwbouw. De normatieve ruimtebehoefte voor nieuwbouw vormt de basis voor de indicatieve investeringskosten, waaruit ook vernieuwbouw bekostigd kan worden. In het afwegingskader binnen de businesscase dienen de volgende afwegingen ten grondslag te liggen aan de motivatie om te kiezen voor vernieuwbouw in plaats van nieuwbouw: ─ Het gebouw heeft een goede uitstraling, ligging en/of functionaliteit. ─ Het gebouw heeft verschillende bouwdelen. ─ Het gebouw heeft een hoge boekwaarde. ─ De exploitatie vormt geen probleem.

2250392 | www.icsadviseurs.nl

─ ─

Vernieuwbouw vormt een duurzamer alternatief dan nieuwbouw, circulaire maatregelen worden hierin meegenomen. Er ruimte is in het gebouw of op het terrein om het gewenste aanbod te realiseren. Het gebouw dusdanig flexibel is dat er multifunctioneel gebruik van ruimten kan worden gemaakt en aanpassingen/uitbreidingen in de toekomst mogelijk zijn (indien gewenst). Wel of geen inzet van tijdelijke huisvesting benodigd is. Hierbij is leidend dat kinderen rust nodig hebben om tot goede ontwikkelprestaties te komen en dat een school van maximaal 2 locaties tegelijkertijd gebruik maakt. Er wordt een klimaatscan uitgevoerd om te beoordelen welke klimaat adaptieve maatregelen er mogelijk zijn. De omschreven ambities voor flexibiliteit, inclusie en circulariteit dienen bij vernieuwbouwprojecten zoveel mogelijk te worden geïntegreerd passend binnen het beschikbaar gestelde budget.

In het proces om te komen tot een afweging voor vernieuwbouw zijn nog zes spelregels van toepassing: §

§

§ §

§ §

Als er aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing. Er zijn argumenten om een bestaand gebouw toch te handhaven in plaats van (vervangende) nieuwbouw (bijvoorbeeld bij het behoud van de fundering om de CO2-uitstoot te beperken. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden in een businesscase en betrokken organisaties komen in gezamenlijkheid tot een besluit. Daarna is het een maatregel die volgens de genoemde maatregelen voor bekostiging in aanmerking komt. Aandachtspunt voor in- of uitbreiden met behoud van onderwijs- en kinderopvangconcept. Als de gemeente investeert in kinderopvangruimte, vraagt het schoolbestuur aan de kinderopvangorganisatie een huurvergoeding die gebaseerd is op de gemeentelijke kapitaallasten. Het schoolbestuur betaalt deze vergoeding vervolgens aan de gemeente. Aandacht voor de locatie (in de wijk/kern en leerlingenprognoses). Aandacht voor de klimaateffecten.

15/17

Maatregel 3: Renovatie – 25 jaar levensduurverlengend Voor scholen waarvan het toekomstperspectief onzeker is, maar het gebouw vanuit kwalitatief oogpunt om een ingreep vraagt, kan een levensduur verlenging van 25 jaar passend zijn. Deze renovatie geeft dan precies de impuls die de school nodig heeft om in stand te blijven. Spelregels IHP - Renovatie – 25 jaar levensduurverlengend § Bij een aangepaste variant wordt het gebouw verduurzaamd, het binnenklimaat verbeterd en worden beperkte ingrepen gedaan om de onderwijskundige kwaliteit te verbeteren. § De gemeente is verantwoordelijk voor het bekostigen van de kwaliteit verhogende (en levensduurverlengde) ingrepen. § Het budget wordt bepaald op basis van de benodigde ruimtebehoefte van de school en kinderopvang, niet op de capaciteit van het gebouw en bedraagt maximaal 70% van het nieuwbouwbudget. § Als de gemeente investeert in kinderopvangruimte, vraagt het schoolbestuur aan de kinderopvangorganisatie een huurvergoeding die gebaseerd is op de gemeentelijke kapitaallasten. Het schoolbestuur betaalt deze vergoeding vervolgens aan de gemeente. § Uitgangspunt is dat de ingrepen die met deze vergoeding te bekostigen zijn ervoor zorgen dat de levensduur van het totale pand met minimaal 25 jaar wordt verlengd. § De schoolbesturen blijven verantwoordelijk voor de bekostiging van de onderhoudswerkzaamheden zoals opgenomen in het MJOP.

Op het moment dat helder is dat er een ingreep komt, wordt getracht de onderhoudswerkzaamheden zoveel mogelijk te clusteren in combinatie met de ingreep. § De haalbaarheid van de ambities op het gebied van flexibiliteit, inclusie en circulariteit worden onderzocht, maar zijn geen doel op zich. Binnen de mogelijkheid van het beschikbare budget wordt hier invulling aan gegeven. § In een haalbaarheidsonderzoek wordt aangetoond of deze maatregel binnen budget haalbaar is. Daarbij is in een vroeg stadium aandacht voor de benodigde energiewaarden/ het aanvragen van een grotere aansluiting in verband met netcongestie.

2250392 | www.icsadviseurs.nl

Overweging Het verduurzamen enkel uit te voeren in combinatie met grootschalige onderhoudswerkzaamheden of renovatie. Door deze combinatie kan efficiency bereikt worden in de uitvoering van de werkzaamheden. Bij investeren in verduurzamen is het noodzakelijk dat het gebouw nog een aanzienlijke periode in gebruik blijft of dat het gebouw courant is waardoor de investering ook interessant is bij toekomstige herbestemming.

Maatregel 4: In stand houden Dit betreft een activiteit van het schoolbestuur om een bestaand gebouw in stand te houden. Voor het kwaliteitsniveau geldt dat voor het gebouw een adequaat niveau gehandhaafd dient te worden. Hiervoor zet zij een deel van de ontvangen normatieve lumpsum-bekostiging in. Deze activiteit vergt geen bijdrage vanuit de gemeente. Mogelijk wordt een schoolbestuur wel geconfronteerd met verplichte maatregelen vanuit het Activiteitenbesluit Milieubeheer.

Maatregel 5: Afstoten Rekening houdend met het scenario waarin een schoolbestuur besluit om het geven van onderwijs niet te continueren, wordt het gebouw teruggegeven aan de gemeente. Het gebouw verliest niet automatisch zijn onderwijsbestemming. Deze situatie doet zich voor bij gebouwen die niet langer als school in gebruik blijven en volgens de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Bernheze worden onttrokken aan de onderwijsbestemming. Het betreft ook gebouwen van scholen die zullen verhuizen naar nieuwbouw op een andere locatie. Zodra duidelijk is wat de gemeente met het vrijkomende gebouw voornemens is te doen, worden afspraken gemaakt over het gewenste opleverniveau. Daarmee wordt voorkomen dat onnodig kapitaal wordt geïnvesteerd in het op een hoger niveau in stand houden van een gebouw dat mogelijk op korte termijn gesloopt zal worden.

16/17

Colofon Datum: Auteur(s): Gereviewd door:

12 december 2025 Sandra Kolen, Joëlle Wijntjens, Timon Bulten [reviewer] info@icsadviseurs.nl 088 - 235 04 27

2250392 | www.icsadviseurs.nl www.icsadviseurs.nlOnderdeel van ICS Ruimteregie Groep BV

17/17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=b2df1ae4-0832-4f8d-bfa0-8ae631c28e50