Was - wordt lijst na behandeling commissies Belasting- legesverordening Bernheze 2025
Tekst van het document
Was – wordt lijst na behandeling commissies Belasting- en legesverordening Bernheze 2025 Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Artikel 1.9 Paspoorten of andere reisdocumenten
Tarief 2025 (was)
Tarief 2025 (wordt)
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a.
b.
c.
d.
een nationaal paspoort: 1.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
€ 86,85
€ 86,85
2.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
€ 65,70
€ 65,70
een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort): 1.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
€ 86,85
€ 86,85
2.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
€ 65,70
€ 65,70
een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): 1.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
€ 86,85
€ 86,85
2.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
€ 65,70
€ 65,70
€ 65,70
€ 65,70
Tarief 2025 (was)
Tarief 2025 (wordt)
een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:
Artikel 1.10 Nederlandse identiteitskaart Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a.
b.
een Nederlandse identiteitskaart: 1.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
€ 78,50
€ 78,50
2.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
€ 42,35
€ 42,35
€ 38,25
€ 38,25
Tarief 2025 (was)
Tarief 2025 (wordt)
een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:
Artikel 1.11 Modaliteiten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:
a.
voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10, onder a, genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen:
€ 59,10
€ 59,10
b.
voor het bezorgen van een in de artikelen 1.9 en 1.10 genoemd document, zijnde een toeslag op de in de artikelen 1.9 en 1.10 en onder a genoemde bedragen:
€ 18,65
€ 18,65
c.
toeslag op de in artikel 1.11.b genoemde bedragen voor elk volgende document
x
€ 3,80
d.
tot het schriftelijk aanvragen van een bewijs van Nederlanderschap
x
€ 23,70
e.
Uittreksel burgerlijke stand
€ 17,10
€ 17,10
Tarief 2025 (was)
Tarief 2025 (wordt)
* Dit is het maximumtarief vanaf 1 januari 2022
Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Artikel 1.12 Rijbewijzen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs: Artikel 1.13 Modaliteiten 1.
2.
€ 52,10 Tarief 2025 (wordt)
Het tarief genoemd in artikel 1.12 wordt: a.
bij een spoedlevering vermeerderd met:
x
€ 39,65
b.
bij een aanvraag buiten de reguliere openingstijden van de publieksbalie vermeerderd met:
n.v.t.
n.v.t.
c.
bij een afgifte buiten de reguliere openingstijden van de publieksbalie vermeerderd met:
n.v.t.
n.v.t.
d.
bij een aanvraag in verband met [beschadiging of] vermissing van een eerder afgegeven rijbewijs vermeerderd met:
x
€ 18,70
e.
Vanaf de inwerkingtreding van de Wet digitale overheid geldt dan een opslag van tarief 1.12 van:
x
€ 3,55
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen b en c, wordt onder reguliere openingstijden verstaan: 08.30 – 12.30 uur op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag 08.30 – 19.00 uur op woensdag In de periode maart tm juli 2024, aanvullende openingstijden 15.00 – 17.00 uur op dinsdag en donderdag 19.00 – 20.00 uur op woensdag
3.
x Tarief 2025 (was)
De verhogingen genoemd in het eerste lid zijn in voorkomend geval cumulatief verschuldigd. * Dit is vanaf 1 juli 2023 het maximumtarief van € 34,95, vermeerderd met het rijkskostendeel van € 13,20. ** Let op: het rijkskostendeel van de verhoging bedraagt sinds 1 januari 2013 € 34,10. * Dit is vanaf 1 januari 2025 het maximumtarief van € 37,75, vermeerderd met het rijkskostendeel van € 14,35. ** Let op: het rijkskostendeel van de verhoging bedraagt sinds 1 januari 2025 € 39,65.
Artikel 1.25 Overige publiekszaken
Tarief 2025 (was)
Tarief 2025 (wordt)
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a.
tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag:*
€ 41,35
€ 41,35
b.
tot het legaliseren van een handtekening:
€ 17,15
€ 17,15
Verordening Onroerde-zaakbelastingen Bernheze 2025 Was
Artikel 5: Belastingtarieven 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,2683%; b. bij de eigenarenbelasting: i. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0834%; ii. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,3200%. Wordt
Artikel 5: Belastingtarieven 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,2687%; b. bij de eigenarenbelasting: i. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0842%; ii. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,3211%.
Verordening Rioolheffing Bernheze 2025 Was
Artikel 5: Tarief 1. Het tarief bedraagt: a. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0406% van de WOZ-waarde zoals die is vastgesteld voor het belastingjaar, betreffende de onroerende zaken, zoals genoemd in artikel 1, lid 1. b. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,0406% van de WOZ-waarde zoals die is vastgesteld voor het belastingjaar, betreffende de onroerende zaken, zoals genoemd in artikel 1, lid 1. Wordt
Artikel 5: Tarief 1. Het tarief bedraagt: a. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0410% van de WOZ-waarde zoals die is vastgesteld voor het belastingjaar, betreffende de onroerende zaken, zoals genoemd in artikel 1, lid 1. b. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,0410% van de WOZ-waarde zoals die is vastgesteld voor het belastingjaar, betreffende de onroerende zaken, zoals genoemd in artikel 1, lid 1.