Vaststelling Financiële verordening gemeente Bernheze 2026
Tekst van het document
t
\
Resisr.atienummer: 116593 / 1 16595
@::"r::í
Raadsvoorstel oarum
vèread..ne, 18 december 2025
Agendapunt:
15
ond.Nérp:
VaststellingFinanciéleverordeninggemeenteBernheze2026 Vaststellen van de 96 begrotingswijziging 2026
po.rereuirèhoud€.: wethoudeÍRienWijdeven Heesch, 28 oktober 2025
lnloiding Het doel van de Financiële verordening is om op hoofdlijnen duidelijk en eenduidig de spelregels vast te leggen voor het Íinancieel beleid, het financieel beheer en de financiële organisatie. Hierdoor heeft u invloed op de procedures rondom en de vormgeving van het financiële proces binnen de gemeente. De verordening geeft invulling aan de kaderstellende rol van uw raad. De uitvoering van het in de verordening geformuleerde beleid ligt bij het college. De verordening is verplicht volgens adikel 212 van de Gemeentewet. Op 30 oktober is de begroting 2026 in uw rcad behandeld. Om tot een meerjarige sluitende begroting te komen is één van de ombuigingsvooístellen om de afschrijvingstermijnen van vasG goed en wegen te verlengen. ln de Financièle verordening zijn de afschrijvingstermijnen opgenomen. Dit betekent dat de verordening moet worden herzien. Tegelijkertijd stellen we nog een aantal aanpassingen vooÍ.
VooÍstel
'1. De Financiële veroÍdening gemeente Bernheze 2026 vast te stellen.
2. De post onvoorzien 2026 vrij te laten vallen en toe te voegen aan de reserve nog nader te bestemmen en het stÍucturele voordeel dat hierdoor ontstaat te venverken in de meerjarenbegrotin g 2027 -2O3O.
Argumenten 1.1 De Financiële verordening is na aanpassing actueel en sluit aan op de praktijk. Met de Financiéle verordening regelt uw raad op hoofdlijnen de spelregels vooÍ het financieel beleid, de Íinanciéle organisatie en het financieel beheer. ln 2023 en 2024 is de Financiële verordening grondig geactualiseerd als gevolg van de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording door het college vanaf verslagjaar 2023. Het ombuigingstraject voor de begroting 2026 vergt opnieuw een aanpassing van de verordening. Daarnaast voeren we nog enkele andere aanpassingen door. Op öasis van de ombuigingsvoorslellen opgenomen in de begroting 2026 verlengen we de afschrivingstermijnen (nieuwbouw en uitbreiding) permanente gebouwen van 40 naar 50 jaar en de afschrijvingstermijnen wegen van 30 naar 40 jaar. Daarnaast verlengen we de afschrijvingstermijnen van investeringen in automatisering van dríe en vier jaar naar vijf jaar De voorgestelde verlenging van 40 naar 50 jaar voor gebouwen zorgt voor een realistischere
benadering van de afschrijving, die beter aansluit bij de werkelijke gebruiksduur van de gebouwen. De verlenging van de afschrijvingstermijn is gebaseerd op de langere bouMechnische levensduur van zowel oudere als nieuwere panden. Veel oudere panden die al zijn afgeschreven blijven in goede staat en functioneel dankzij periodiek onderhoud volgens het meerjaren
onderhoudsplan en door de opgave van het verduurzamen van ons eigen bezit. Hierdooí behouden deze gebouwen ianger hun waarde en worden ze langer gebruikt dan aanvankelijk werd ingeschat. Bovendien tonen technische beoordelingen aan dat nieuwe gebouwen, gebouwd met moderne technieken en materialen, een langere levensduur hebben dan de oude termijn van 40 jaar. Door de verlenging van de afschrijvingstermijnen van reconstructie van wegen van 30 naar 40 jaar zijn de investeringen in wegen gekoppeld aan investeringen in riolering, welke vaak gelijktijdig plaatsvinden en worden afgeschreven in 80 jaar. Door de deskundigen van het team Realisatie en beheer is aangegeven dat afschrijving van de investeringen in de aanleg en reconstructie van wegen in 40 jaren acceptabel is. Naast de verlenging van de afschrijvingstermijnen voor vastgoed en wegen verlengen we de aÍschrijvingstermijnen voor automatisering naar vijf jaar. Deze verlenging is gebaseerd op de werkeli,ke gebruiksduur van soÍtware en hardware. ln de verordening zijn de maximale afschrijvingstermijnen opgenomen. De beoordeling van de technische levensduur van een investering blijven we baseÍen op adviezen van de specialisten Dit houdt in dat, wanneer een nieuw actief ontslaat waarvan de afschrijvingstermijnen naar beneden afwijken van de standaard aÍschrijvingstermijnen, de inschatting van de specialist bepalend is.
Daarnaast voeren we nog de volgende aanpassingen door zodat de verordening aansluit bij de huidige praktijk: - Artikel 3lnrichting begroting en jaarstukken ln de huidige verordening is opgenomen dat in de jaarrekening, bij de toelichting op de balans, investeringen met een investeringsvolume van € 50.000,- of meer worden toegelicht. Gezien het feit dat het investeringsvolume per investering de afgelopen jaren íors is toegenomen, stellen wij voor om dit grensbedrag te verhogen naar €'100.000,-. Hiermee sluiten we beter aan bij de huidige praktijk en zorgen we voor een meer doelmatige toelichting.
- Aftikel 5 Autorisatie begroting en investeringskredielen. ln de begroting is momenteel een structurele post onvoorzien opgenomen van afgerond € 100.000,-. Het college kan hier, onder voorwaarden zoals vastgelegd in de financiële verordening, zonder voorafgaande toestemming van uw raad over beschikken. ln de praktijk blijken deze voorwaarden echter belemmerend, waardoor het college onvoldoende slagkracht heeft om adequaat te Íeageíen op urgente knelpunten in de uitvoering. Wij stellen daarom voor om de post onvoorzien te laten vervallen en het college de bevoegdheid te geven om, zonder voorafgaande toestemming van uw raad: - structurele en incidentele exploitatie-uitgaven te doen tot een maximum van € 50.000,per geval, niet zijnde afschrijvingslasten voortvloeiende uit investeringskredieten; - nieuwe investeÍingen te doen en bestaande investeringskredieten te overschrijden tot een maximum van € 100.000,- per investeringskrediet. Over deze uitgaven legt het college verantwoording af aan uw raad via de tussentijdse rapportages en/of de jaarrekening. Deze wijziging sluit aan bij de huidige uitvoeringspraktijk en dÍaagt bij aan een efficiëntere besluilvorming. ln de huidige verordening heeft uw raad de bevoegdheid voor het maken van voorbereÈ dingskosten voor (facilitair en actie0 grondbeleid overgedragen aan het college.
Hierdoor kan het college voorbereidingskoslen maken zonder voorafgaande limiet. Dat past niet goed
bij het budgetrecht van uw raad. Daarom stellen we voor in de verordening op te nemen dat het college u informeerl zodra de voorbereidingskosten het bedrag van € 100.000,- dreigt te overschrijden.
Arlikel 6 Tussentijdse rappoftages ln huidige verordening is opgenomen dat het college in de tussentijdse rapportages aír,vijkingen groter dan € 25.000,- toelicht. We stellen u voor deze ondergrens te verhogen naar € 50.000,-. De begroting is de laatste jaren in omvang toegenomen. Oaarnaast is alles duuÍder geworden. We hanteren echter al een aantal jaren het grensbedrag van € 25.000,-. Gezien deze ontwikkeling vinden wi.i het passend het grensbedrag mee te laten groeien.
Artikel 7 Overheveling van exploitatiebudgetten van een begrotingsiaar naar een ander begrolingsjaar en votering en afsluiting van investeringskredieten. ln de huidige verordening is opgenomen dat het over te hevelen budget minimaal € 5.000,bedraagt. We passen dit grensbedrag aan naar € 10.000,-, coníorm de aanpassing van het grensbedrag in artikel 6. AÍlike I 1 4 Kos/pr Asbereke n i ng
Met de invoering van de Vennoolschapsbelasting vanaf 20'16 is de toerekening van rente aan grondexploitaties gebaseeÍd op het gemiddelde rentepercentage over het vreemde vermogen. ln de praktijk hanteert de Belastingdienst een andere toerekening van renle aan gÍondexploitaties. Hiermee is de noodzaak voor een afwijkend rentepercentage voor grondexploitaties vervallen en is door de Commissie besluit begroting en verantwoording besloten voor de toerekening van rente aan grondexploitaties de renteomslag te gebruiken. Deze wijziging is verwerkt in lid 5 van artikel 14. 2.1 Door de wijzíging in de voorliggende verordening die het college toestaat om onder voorwaarden uitgaven te doen zonder voorafgaande toestemming door uw raad, kan het gereseNeerde budget op de post 'onvoorzien' komen te vervallen. Door aanpassing van artikel 5 van de verordening vervalt het gereserveerde budget op de post 'onvoorzien' in de begÍoting. Dit levert in 2026 een incidenteel voordeel op en var|af 2027 een structureel voordeel van € 98.251,-.
Risico's
Kosten en dekking De post onvoorzien opgenomen in de begroting 2026 van € 98.251 ,- kan vervallen als gevolg van de aanpassing opgenomen in artikel 5. Het opgenomen bedrag in de begroting 2026 voegen we toe aan de reserve nog nader te bestemmen. Het struclureel voordeel venverken we in de meerjarenbegroting 2027-2030. De financiële consequenties van de verlenging van de afschrijvingstermijnen van vastgoed en wegen zijn verwerkt in de begroting 2026. De verlenging van de afschrijvingstermijnen voor automatisering heeft geen Íinanciéle consequenties omdat de vervangingen worden gedekt uit de beschikbare leasebedragen in de begroling 2026-2029.
Vervolg
3
Na vaststelling door uw raad wordt de Financiële verordening gemeente Bernheze 2026 9epubliceerd op www overherd nl en op de gemeentelijke website. Binnen twee weken na vaststelling door uw raad moet het college de verordening aan Gede-
puteerde Staten zenden (artikel 214 Gemeentewet). Gedeputeerde Staten kunnen te allen tijde een onderzoek instellen naaÍ het beheer en de inrichting van de financiële organisatie en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet (artikel 215 Gemeentewet)
Evaluatie De commissie Besluit Begrotang en Verantwoording (BBV) publiceert regelmatig nieuwe notities en verduidelijkingen. Wanneer uit deze publicaties blijkt dat onze interpretatie van de geldende wet- en regelgeving niet langer overeenkomt met de BBv-richtlijnen, wordt de verordening geactualiseerd en aangepast aan de meeste recente inzichten.
Bijlage(n):
.
Ter info: Financiële verordening 2024 - met alle mutaties
Burgemeester en wethouders,
t, 1
L
Peggy Hurkmans secretaris
burgemees
4
I