CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling bestemmingsplan 'Menzel 28, Nistelrode' - Bijlage 1 t overige milieuaspecten.11022022

Commissie Ruimtelijke Zaken 30 november 2022, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Menzel 28, Nistelrode'5.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo overige milieuaspecten aan:

RO Connect

van:

SAB

kenmerk:

200454

datum:

11 februari 2022

betreft:

Quickscan overige milieuaspecten Menzel 28 te Nistelrode

Inleiding Voor de Menzel 28, te Nistelrode, bestaat het voornemen om de huidige woning te slopen en twee nieuwe twee-onder-een-kapwoningen te realiseren. Het initiatief is niet mogelijk binnen de kaders vanuit het geldende bestemmingsplan; er is derhalve een herziening van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk. Ook de bijbehorende zorgboerderij en minicamping behoren tot het plangebied. Aan deze functies verandert echter niets ten opzichte van de huidige situatie. Ten behoeve van het plan dient te worden aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’ en dient deze getoetst te worden aan verschillende milieuaspecten. Deze memo gaat in op deze milieuaspecten, voor zover deze niet in een losstaande rapportage zijn onderzocht. Overzicht milieuaspecten Een voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op de omgeving en de omgeving kan invloed hebben op de voorgenomen ontwikkeling. Het is noodzakelijk deze invloeden te onderzoeken en inzichtelijk te maken conform de desbetreffende wettelijke kaders.

In deze Quick scan zal op de navolgende aspecten worden ingegaan: - Archeologie - Cultuurhistorie - Luchtkwaliteit - Bedrijven en milieuzonering - Externe veiligheid - Water - Volksgezondheid in relatie tot veehouderij - M.e.r.-beoordeling - Spuitzones gewasbescherming - Hoogspanningslijnen Voor de navolgende aspecten zijn aanvullende, aparte rapportages opgesteld. Derhalve is nader onderzoek van deze milieuaspecten geen onderdeel van deze quickscan: - Bodem - Natuur inclusief stikstof - Agrarisch geur - Wegverkeerslawaai pagina 1 van 17

In het volgende deel van deze quickscan zal per relevant aspect worden weergegeven wat de invloed is van de geplande ruimtelijke ontwikkeling. Archeologie De locatie van de nieuwe woningen is gelegen binnen de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2. De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van gronden van archeologische waarde en gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde.

Figuur 1 Uitsnede bestemmingsplan met plangebied (Ruimtelijkeplannen.nl)

In de bouwregels voor een omgevingsvergunning voor het bouwen binnen Waarde - Archeologie 2 geldt dat, voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250 m2 en dieper dan 40 centimeter, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van de vergunningverlener in voldoende mate zijn vastgesteld, waarbij advies wordt ingewonnen van een senior-archeoloog over de aard van het uit te voeren onderzoek. Tevens heeft de gemeente een archeologische beleidskaart opgesteld. In onderstaande afbeelding is deze weergegeven.

pagina 2 van 17

Het plangebied ligt in een gebied met een hoge archeologische waarde en met een hoge archeologische verwachting. Er is een onderzoeksplicht bij een verstoringsoppervlakte van 2 250 m en een diepte van 40 cm. 2

Het totale oppervlakte van de twee woningen samen is groter dan 250 m . De woningen komen echter terug op dezelfde locatie als dat de bestaande woning staat. Er zal dus niet gegraven worden op ongeroerde gronden. Daardoor zorgt het aspect archeologie niet voor een beperking. Cultuurhistorie Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingsplan een analyse cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de pagina 3 van 17

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 in het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Provinciaal beleid In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle en cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen. Onderstaand een afbeelding van de Cultuurhistorische waardenkaart:

Figuur 2

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart provincie Noord-Brabant

Onderzoek Uit deze kaart blijkt, dat binnen een ruime straal rondom het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle objecten zijn gelegen, noch sprake is van een cultuurhistorisch waardevol landschap. Gemeentelijk beleid De gemeente Bernheze heeft een Cultuurhistoriekaart vastgesteld. Op basis van deze kaart is de planlocatie gelegen binnen een oude bebouwingsconcentraties en binnen de historische geografie oude akkers. Ook ligt het plan aan een oud wegtracé met redelijk hoge waarde. Zie onderstaande afbeelding.

pagina 4 van 17

Figuur 3

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart gemeente Bernheze met in zwart een grove cirkel om het gedeelte van het plangebied waar de wijziging plaatsvindt

Aangezien de nieuwe twee-onder-een-kapwoningen op exact dezelfde plaats terugkomen als de bestaande woning is gevestigd, komt hierbij de cultuurhistorie niet in het geding en vinden er geen significante wijzigingen plaats in het landschap. Conclusie Cultuurhistorie vormt een aandachtspunt maar geen belemmering voor het plan. Luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waarvan de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. De wet- en regelgeving onderscheidt projecten die ‘in betekenende mate’ (IBM) en ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden, aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof.

Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit is (onder andere) niet noodzakelijk voor: - woningbouwlocaties met minder dan 1.500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) of 3.000 woningen (in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling) geen beoordeling op luchtkwaliteit meer hoeft plaats te vinden; pagina 5 van 17

-

2

kantoorlocaties bij minder dan 100.000 m bvo bij één ontsluitende weg, of 200.000 m bvo bij twee ontsluitende wegen.

2

Het plan voorziet netto in de realisatie van één woning. Dit aantal valt ruimschoots binnen het aantal 1.500 woningen volgens de Regeling Niet in betekenende mate, bijlage 3a, voorschrift 3a.2. Er is geen sprake van de toevoeging een luchtkwaliteitsgevoelig object, zoals een school of een ziekenhuis. Een toets NIBM is in dit kader niet nodig. Via de NSL-monitoringstool is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan beoordeeld. Er zijn geen rekenpunten beschikbaar aan de Menzel zelf maar wel nabij de A50 en langs de Udenseweg en Delst. In figuur 4 is zijn de nabijgelegen rekenpunten weergeven. Het rekenpunt welke rood omcirkeld is heeft de hoogste concentraties.

Figuur 4

Uitsnede NSL-monitoringstool met de woning (zwart omcirkeld) en de omliggende rekenpunten. Het rekenpunt welke rood omcirkeld is heeft de hoogste concentraties

In tabel 1 is de luchtkwaliteit voor de jaren 2018, 2020 en 2030 weergegeven bij het rekenpunt aan de A50 met de hoogste waarde (726719). Stoffen

2018

NO2 concentratie

24,2 µg/m

2020 3

20,9 µg/m

2030 3

Grenswaarde

11,4 µg/m

3

40 μg/m

3

PM10 concentratie

20,3 µg/m

3

18,9 µg/m

3

15,2 µg/m

3

40 μg/m

PM10 overschrijdingsdagen

8,0 dagen

6,8 dagen

6,0 dagen

35 dagen

3

3

3

25 μg/m

PM2,5 concentratie Tabel 1.

12,5 µg/m

11,4, µg/m

8,3 µg/m

3

3

Concentraties luchtkwaliteit in 2018, 2020 en 2030 nabij de A50 (726719)

Uit de tabel blijkt dat er in geen van de gevallen de grenswaarden van luchtkwaliteit wordt overpagina 6 van 17

schreden. Ook blijkt dat de trend van de luchtkwaliteit verbeterend is. Een nadere toets van de luchtkwaliteit is niet nodig. Bedrijven en milieuzonering Indien door middel van een plan of project nieuwe milieuhindergevoelige functies mogelijk worden gemaakt, zoals woningen, moet worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen milieuhindergevoelige functies in en in de directe omgeving van de ontwikkelingslocatie niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkelingen die met een plan mogelijk worden gemaakt. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen functies met een milieuzone en gevoelige 1 functies is de VNG-publicatie als leidraad voor milieuzonering gebruikt . Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan Buitengebied Bernheze, vastgesteld 2014-10-08. Het gebied rondom de planlocatie wordt voornamelijk aangemerkt als agrarisch met waarden (zie figuur 1, bladzijde 2). Er zijn verschillende agrarische bedrijven in de omgeving gelegen. De planlocatie wordt daarom beschouwd als een 'gemengd gebied'. In de directe omgeving van het plangebied zijn veehouderijen gelegen. Deze veehouderijen worden beschouwd in het onderzoek agrarisch geur. Naast deze veehouderijen zijn er geen andere bedrijven gelegen in de nabijheid van het plangebied.

In de volgende figuur is een uitsnede uit Ruimtelijke Plannen weergegeven.

Figuur Uitsnede Ruimtelijke Plannen (locatie met rode marker weergegeven) met huisnummers omliggende percelen.

In een straal van 200 meter zijn alleen maar (voormalige) agrarische bedrijven toegestaan met een wijzigingsmogelijkheid naar woonwerkontwikkelingsgebied. In de volgende tabel is een 1

VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’, 2009

pagina 7 van 17

overzicht gegeven van de omliggende percelen. Adres

Afstand [m]

Functie

Milieucategorie

Menzel 22

102

(kleinschalig) vleesvarkens

4.1

Menzel 23

60

Wonen (voorheen veehouderij)

n.v.t

Menzel 26

12

Wonen

n.v.t

Menzel 27

26

Wonen

n.v.t

Menzel 29

23

Wonen

n.v.t.

Menzel 30

14

Wonen

n.v.t

Menzel 31

25

Detailhandel n.e.g. (voorheen veehouderij)

1

Menzel 32

36

Minicamping en (kleinschalig) diverse vee

3.1 en 4.1

Menzel 33

54

Wonen (voorheen veehouderij)

n.v.t

Menzel 33a

75

Wonen

n.v.t

Menzel 35

110

Wonen

n.v.t

Menzel 36

95

Wonen

n.v.t

Menzel 37

145

Wonen

n.v.t

Menzel 38

115

Wonen

n.v.t

Menzel 40

135

Wonen

n.v.t

Menzel 41

181

Wonen

n.v.t

Kraaienweg 5

163

Melkveehouderij

3.2

1

behandeld in rapport geur

2

minicamping is significant kleiner dan een kampeerterrein met keuken

1

2

1

1

Het gebied kan in dit kader als een gemengd gebied beschouwd worden. Op de locatie Menzel 22, 32 en Kraaienweg 5 zijn veehouderijen gevestigd. Het aspect geur wordt in het eerder genoemde agrarische geuronderzoek benoemd. Het aspect geluid bedraagt voor deze veehouderijen een richtafstand van maximaal 50 meter in een rustig buitengebied en in een gemengd gebied 30 meter. In geen van de gevallen bestaat er een overlap met de richtafstand en de toekomstige woning. Op de locatie Menzel 32 is een minicamping aanwezig, voor een kampeerterrein met keuken bedraagt de milieucategorie 3.1 (50 meter in een rustig buitengebied en in een gemengd gebied 30 meter). Ook hier is geen overlap met de richtafstand en de toekomstige woning. Op Menzel 31 is een detailhandelsbedrijf gevestigd, welke robotmaaiers verkoopt. De richtafstand bedraagt 10 meter in een rustig buitengebied en in een gemengd gebied 0 meter. Ook hier bestaat geen overlap met de richtafstand en de toekomstige woning. Binnen het plangebied zelf is reeds een minicamping en zorgboerderij gevestigd. Daarnaast bestaat een mogelijkheid dat er een boerderijwinkel in het plangebied gevestigd wordt. Al deze functies zijn al een bestaand recht. In de toekomstige situatie verandert er echter niets in functie of gebruik ten opzichte van de huidige situatie.

Derhalve hoeft op dit vlak geen verdere analyse plaats te vinden van deze functies naar de omgeving toe. Het aspect Bedrijven en Milieuzonering zorgt voor de overige aspecten niet voor een belemmering van het plan.

pagina 8 van 17

Externe Veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op het vervoer en transport van gevaarlijke stoffen en bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt geregeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling basisnet. Het transport door buisleidingen is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het werken/verhandelen van gevaarlijke stoffen is geregeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor externe veiligheid staan twee begrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Hieronder worden beide begrippen verder uitgelegd. Plaatsgebonden Risico Het plaatsgebonden risico geeft de kans om te overlijden op een bepaalde plaats als gevolg van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Voor het plaatsgebonden risico geldt dat er geen nieuwe -6 kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden binnen de 10 /jaarcontour (wettelijk -6 harde norm). Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10 /jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Voor de definitie van de begrippen kwetsbare, en beperkt kwetsbare objecten wordt verwezen naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en Bevb.

Groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het groepsrisico is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is voorzien van een oriëntatiewaarde, die gesteld is op F∙N2 < 10-2 per jaar, waarin F de kans per jaar is met N het aantal slachtoffers.

Besluit externe veiligheid inrichtingen Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi) en het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo) van belang. Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit, circulaire ontplofbare stoffen voor civiel gebruik, Besluit ruimte en Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Daarnaast is het toetsingspagina 9 van 17

kader voor omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd in respectievelijk het “Besluit externe veiligheid transportroutes” (Bevt), "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb) en het Basisnet. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeenten Lith, Maasdonk, Bernheze en Landerd hebben de Beleidsvisie externe veiligheid opgesteld met als doel het verduidelijken en nader invullen van het beleidsthema externe veiligheid. De centrale ambitie is dat de gemeenten streven naar het optimaliseren van externe veiligheid in de gemeenten. Deze ambitie is uitgewerkt in 6 deelambities: 1. In ruimtelijke plannen de bestaande veiligheidssituatie zoveel mogelijk te optimaliseren en te beheren en het ontstaan van nieuwe externe veiligheidsknelpunten te vermijden. 2. Dit wordt bereikt door allereerst de signalering van EV-relevante situaties te verbeteren door het maken van een signaleringskaart. 3. De externe veiligheidsrisico‘s van het transport van gevaarlijke stoffen te onderzoeken en bij ruimtelijke- of verkeersbesluiten rekening te houden met deze risico’s. Daar waar de provincie of de Rijksoverheid beheerder is van de transportassen, volgen de gemeenten de ontwikkelingen op het gebied van risico-inventarisatie en wet- en regelgeving actief. 4.

Zorg te dragen voor actuele en adequate milieu-, bouw- en gebruiksvergunningen bij risicovolle bedrijven; 5. Zorg te dragen voor adequaat toezicht en handhaving van risicovolle bedrijven; 6. Optimaal voorbereid te zijn op calamiteiten en rampen bij situaties waar de externe (on-) veiligheid aanwezig is. In de volgende figuur is een uitsnede van de risicokaart opgenomen.

pagina 10 van 17

Figuur

Uitsnede risicokaart en beoordeling alle risicobronnen in straal van 1,5 km rond plangebied

Onderhavig plan voorziet in de toevoeging van een kwetsbaar object (een woning). Op 280 meter van het plangebied is de autosnelweg A50 gelegen. Voor de autosnelweg bevindt het plan zich binnen het invloedsgebied van de weg, maar buiten de meest relevante zone van het groepsrisico (200 meter). Het plan bestaat uit de toevoeging van enkel één woning. Vanwege de ligging van het plan in het invloedsgebied van de autosnelweg A50 dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Bleve Een BLEVE kan veroorzaakt worden door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing of door hittestraling veroorzaakt door een externe brand waardoor de tank bezwijkt. Brandbaar gas komt vrij en ontsteekt direct Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. De effecten van een koude BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. De afstand tussen de woningen en de A50 bedraagt circa 290 meter. Aangenomen mag worden dat de bewoners zich overwegend binnen bevinden. Een en ander leidt naast een kleine kans op het plaatsvinden van een incident ook tot een kleien kans op het ontstaan van letsel (zie advies Brandweer). Er vindt door het plan een geringe toename plaats van het aantal personen (1 woning, ca. 2-3 personen) binnen het invloedsgebied van de autosnelweg A50.

Omdat de toename van het aantal personen binnen het invloedsgebied beperkt is, zal de rekenkundige toename van het groepsrisico te verwaarlozen zijn (grafisch niet zichtbaar). De bestrijdbaarheid dient op twee aspecten te worden beoordeeld: • Is het rampscenario te bestrijden? • Is de omgeving van het plangebied voldoende ingericht om de gevolgen van een calamiteit hierbinnen te bestrijden? Is het rampscenario te bestrijden? De mate van bestrijdbaarheid van een calamiteit is afhankelijk van de opkomsttijd van de brandweer, de bereikbaarheid van de locatie calamiteit en de bluswatervoorziening in de omgeving van de calamiteit. Voor het transport over de autosnelweg A50 is voor het plangebied het scenario toxische wolk maatgevend. Voor het scenario toxische wolk geldt, dat de toxische wolk afkomstig uit een tankwagen met een waterscherm neergeslagen moet worden. De opkomsttijd van de brandweer ter plaatse (locatie calamiteit, autosnelweg A50) bedraagt ca. 8 minuten. De bereikbaarheid is goed. Een adequate bluswatervoorziening ter plaatse voor bestrijding van een calamiteit is echter niet aanwezig. Bluswater zal met tankwagens aangevoerd moeten worden. De bestrijdbaarheid van dit scenario wordt derhalve als matig beoordeeld.

Is de omgeving van het plangebied voldoende ingericht om de gevolgen van een calamiteit hierbinnen te bestrijden? Het plangebied is op ruime afstand van de risicobron gelegen (ca. 280 meter). De gevolgen van een calamiteit door een toxisch scenario zullen hier beperkt zijn. Aanvullende maatregelen ter pagina 11 van 17

bestrijding van de gevolgen van de calamiteit met een toxische wolk zijn, buiten het centraal kunnen afsluiten van de mechanische ventilatie, zijn niet noodzakelijk. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied en zijn afhankelijk van het maatgevende scenario (brand, explosie en/of toxische wolk). Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Schuilen in de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit met het scenario toxische wolk te overleven. Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren? Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaatsvinden. Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang, dat het plangebied: - goed te alarmeren is; - goed te schuilen is Ter hoogte van de planlocatie is de WAS-dekking (sirene burgerbescherming) op orde. In geval van een calamiteit zal tevens NL-Alert worden ingezet.

NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen. Schuilmogelijkheden: Schuilen voor een toxische wolk is mogelijk binnen de bebouwing op de planlocatie. Om veilig schuilen binnen de bebouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen te voldoen. In de bebouwing moet een (centraal) afsluitbaar ventilatiesysteem aanwezig zijn en moeten de ramen en deuren afdoende sluitbaar (kiervrij) zijn. Conclusie De beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de autosnelweg A50. Het groepsrisico is beperkt verantwoord en wordt aanvaardbaar geacht. De volgende overwegingen spelen daarbij een rol: - De vrijwel gelijkblijvende hoogte van het groepsrisico, en - De goede mogelijkheden binnen het plangebied voor de zelfredzaamheid van personen. Bijlage Advies Brandweer Brabant-Noord, d.d. 7 januari 2021 Water In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater dat op het bebouwd of verhard oppervlakte valt niet meer aangesloten mogen worden op het vuilwater, maar dient dit separaat ingezapagina 12 van 17

meld te worden. In het beleid van de gemeente Bernheze zijn regels opgenomen om bij bouwplannen een duur2 zame omgang met regenwater te verplichten. Bij verhardingstoenames van 500 m of meer dient het regenwater op eigen terrein te worden opgevangen. Met de wet is specifiek aangegeven dat de perceeleigenaar bij nieuwbouw een eigen verantwoordelijkheid heeft voor de verwerking van regenwater tot 60 mm op zijn eigen terrein, mits doelmatig. De nieuwe twee-onder-een-kapwoningen worden gesitueerd op exact dezelfde plaats als de bestaande woning is gevestigd. Het verhard oppervlakte binnen het plangebied verandert dus niet maar de woningen worden wel gezien als nieuwbouw is compensatie in de vorm van waterberging benodigd. Dit heeft er onder andere mee te maken dat de nieuwe woningen, zoals 2 alle nieuwbouw, afgekoppeld dienen te zijn. Aangezien de woningen samen circa 320 m groot 3 worden, dient in dat geval bij een bui van 60 mm een bergingscapaciteit van 19,2 m te worden gerealiseerd. Het water dient op eigen terrein geborgen en geïnfiltreerd te worden. Het plangebied ligt volgens de digitale bodemkaart van Nederland (BRO) in een gebied dat is getypeerd als ‘hoge zwarte enkeerdgronden’ (zEZ30). Deze gronden bestaan voornamelijk uit grof zand en hebben derhalve een hoge infiltratiecapaciteit. 2

Gezien het ruime oppervlakte van het perceel (23.250 m ) en een bodemtype waarin water goed infiltreert, wordt het creëren van de benodigde bergingscapaciteit niet als belemmering beschouwd. De nadere invulling van deze waterberging dient bij de nadere planvorming verder uitgewerkt te worden. Mogelijkheden hier zijn het toepassen van wadi’s, open water in de vorm van een vijver of infiltratiekratten rondom de woningen. De beoogde ontwikkeling voorziet in een toevoeging van één woning ten opzichte van de bestaande situatie. Hierdoor dient één extra woning aan de rioleringsysteem gekoppeld te worden. Voor de inschatting van het aanvullende toekomstige aanbod is uitgegaan van een gemiddeld lozing van 250 liter per dag voor de woning. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal wel in overleg met de gemeente besproken moeten worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden. Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Daarom verzoekt men om bij de bouw af te zien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Hiermee worden bijvoorbeeld zink en koper in daken, gevels, goten en leidingen bedoeld. Om grondwateroverlast te voorkomen hanteert het waterschap een ontwateringsdiepte van 0,7 m –mv.

Verder wordt geadviseerd het bouwpeil hoger te leggen dan het aangrenzende wegpeil. Gezondheid Algemeen In de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) is een stappenplan opgenomen om te beoordelen of er knelpunten worden gevonden voor een bestemmingsplan en of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Dit stappenplan is voor het te realiseren pagina 13 van 17

plan doorlopen. Endotoxinen Een veehouderij kan ten gevolge van blootstelling aan endotoxinen een effect hebben op de volksgezondheid. Endotoxinen zijn celwandresten van bacteriën die met name op de luchtwegen werken. Voor de beoordeling van endotoxinen is geen wettelijk kader vastgesteld. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt een door de Gezondheidsraad voorgestelde advieswaarde van 30 EU/m³ gehanteerd. Afstanden, waarbinnen deze advieswaarde wordt overschreden, zijn te berekenen door middel van het endotoxine-toetsingskader. Omdat endotoxinen zich met (fijn)stofdeeltjes naar de omgeving verspreiden, zijn in het toetsingskader op basis van de fijnstofemissie afstanden bepaald die een te hoge blootstelling aan endotoxinen zullen voorkomen. Wat betreft mogelijke cumulatieve effecten wordt in het toetsingskader endotoxinen bij de beoordeling van individuele initiatieven een omgevingsbewuste benadering geadviseerd. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Emissies De realisatie van een enkele woning zal niet leiden tot relevante emissies van geur, fijnstof of ammoniak. Geur, aanvaardbaarheid woon-/leefklimaat Zie separate rapportage ‘Geurhinder’.

Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat en dat er wordt voldaan aan de minimaal te hanteren afstand. Daarnaast levert het plan geen onevenredige belemmeringen op voor de veehouderijen in de omgeving. Veehouderij met meerdere diersoorten Op de locatie Menzel 32 is een kleinschalige veehouderij aanwezig met maximaal 6 paarden, 10 schapen, 18 runderen en 6 vleesvarkens. Er kan niet gesproken worden over een intensieve veehouderij. De geuremissie is beperkt en voldoet aan het geurbeleid. Aan de richtafstand (afstand bedraagt 40 meter) wordt niet voldaan maar tussen deze locatie en het plangebied bevindt zich meer geurgevoelige objecten. In dit kader wordt wel voldaan aan de afstandseisen. Opgemerkt dient te worden dat de locatie ligt binnen een extensiveringsgebied. Afstand t.o.v. geitenhouderij en/of pluimveebedrijven Uit het recente onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO-3), uitgevoerd door het RIVM blijkt dat er geen sprake meer is van een statistisch significante associatie tussen een verhoogd risico op longontsteking en het wonen in de buurt van een pluimveehouderij. Met betrekking tot geitenhouderijen bevestigt het VGO-3 het vastgestelde verhoogde risico uit eerdere studies. Binnen een straal van circa 2 kilometer rond geitenhouderijen is sprake van een verhoogd risico op longontsteking.

Binnen 2 kilometer van het plangebied zijn geen bedrijven met geiten gelegen.

pagina 14 van 17

Mestbewerking of mestverwerking Het plan betreft de bouw van een woning. Er zal geen mest bewerkt of verwerkt worden. Ongerustheid volksgezondheid omwonenden Gezien de realisatie van netto één woning voorzien wij geen ongerustheid over de volksgezondheid en is er ook geen ongerustheid bekend. Door GGD is op 1 februari 2021 een advies geschreven over de gezondheidskundige beoordeling van de ontwikkeling van Menzel 28 (zie bijlage). Door de GGD is het volgende geconcludeerd en geadviseerd: - Zowel de voor- als achtergrondgeurbelasting voldoet aan de gezondheidskundige advieswaarde. Echter, hierbij wordt wel een kanttekening geplaatst. In de directe nabijheid van de te bouwen woningen staan ook veehouderijen waar dieren zonder wettelijke emissiefactor worden gehouden. Hiervoor wordt een afstandscriterium gehanteerd, waaraan niet altijd wordt voldaan. Daarnaast worden op de zorgboerderij ook nog dieren gehouden, die niet in de berekeningen worden meegenomen. Geurhinder wordt door meerdere aspecten veroorzaakt dan enkel de geurbelasting. Wanneer geurhinder wordt ervaren, wordt geadviseerd om in overleg met de ondernemers te kijken hoe de geurbelasting eventueel teruggedrongen kan worden. Belangrijk is ook toekomstige bewoners over de geurbelasting te informeren.

- De fijnstof belasting PM 10 ligt onder de gezondheidskundige advieswaarde, die van PM2,5 ligt er net boven, zoals op veel plekken in Nederland. - De ontwikkeling ligt niet binnen 50 meter van een drukke doorgaande weg (> 10.000 mve). De afstand tot de snelweg (A50) voldoet net aan de vanuit gezondheid gehanteerde afstand van 300 meter (bron google maps). - De geluidsbelasting afkomstig van de Menzei of A50 ligt net boven de vanuit gezondheid gehanteerde advieswaarde van 50 dB op de gevel. Niet inzichtelijk is wat de gecumuleerde geluidsbelasting is en wat de geluidsbelasting gedurende de nacht is. Aanvullende berekeningen zijn nodig om inzicht te krijgen in hoeverre hinder/ slaapverstoring kan optreden. Kijk bij het ontwerp van de woningen in hoeverre het mogelijk is om hier rekening mee te houden, bijvoorbeeld door het zodanig ontwerpen van de woningen dat de slaapvertrekken aan de meest stille zijde zijn gelegen of door bij de keuze van ventilatievoorzieningen/ overige installaties de geluidsbelasting als afweegcriterium mee te nemen. Met betrekking tot het laatste punt is cumulatie in het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Menzel 28 opgenomen. Conclusie Op korte afstand ligt een kleinschalige veehouderij, formeel wordt aan de eisen van de wet geurhinder voldaan. Hiervoor is een advies van GGD ontvangen.

Na het doorlopen van de overige stappen in het stappenplan kan worden geconcludeerd dat er geen knelpunten worden gevonden voor de opgestelde plannen. Vormvrije m.e.r. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen pagina 15 van 17

die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan het Besluit m.e.r.. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. (HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 – Commissie vs. Nederland) Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen me.r.-(beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een MER nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Het toevoegen van netto één nieuwe woning wordt niet beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r..

Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan daarmee achterwege blijven. Spuitzones gewasbescherming De woning ligt in het buitengebied van Nistelrode. Het plangebied bevindt zich op en rondom agrarische gronden. Op dit moment zijn deze gronden niet in gebruik voor het uitoefenen van een teelt waarbij gespoten wordt met gewasbeschermingsmiddelen. Het uitoefenen van een agrarisch bedrijf met boomteelt is hier tevens niet zonder meer mogelijk. Volgens het bestemmingsplan is het verboden zonder een omgevingsvergunning om grasland om te zetten in een boomkwekerij of sierteeltgrond. Ook is het gezien de gronden en het huidige gebruik ervan niet aannemelijk dat er binnen 50 meter van het perceel in de toekomst andere teelten worden ingezet waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Op exact dezelfde locatie is reeds al een woning gevestigd. Op circa 18 meter afstand is een agrarisch perceel gelegen. Hierop kunnen gewassen worden geteeld waarvoor gebruik gemaakt kan worden van gewasbeschermingsmiddelen. Echter omdat de nieuwe woning niet dichter bij het perceel komt te liggen dan de huidige bestaande woning, dient de agrariër rekening te houden met de bestaande situatie. Geconcludeerd wordt dat het aspect spuitzones gewasbescherming geen belemmering vormt voor dit plan.

Hoogspanningslijnen Sinds 2005 hanteert de Nederlandse overheid een aanvullend advies voor bovengrondse hoogspanningslijnen. Bij de planning van nieuwe hoogspanningslijnen adviseert de overheid om, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen dat kinderen langdurig blootgesteld worden aan magneetvelden die gemiddeld over een jaar sterker zijn dan 0,4 microtesla. Hetzelfde geldt voor de planning van nieuwe woningen, scholen en kinderopvangplaatsen bij bestaande hoogspanningslijnen. De aanleiding hiervoor is dat in wetenschappelijk onderzoek aanwijzingen zijn pagina 16 van 17

gevonden dat er rond bovengrondse hoogspanningslijnen mogelijk een verhoogde kans op kinderleukemie is als de blootstelling over langere tijd gemiddeld boven de 0,4 microtesla uitkomt. In april 2018 gaf de Gezondheidsraad de staatsecretaris in overweging om het voorzorgbeleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uit te breiden naar ondergrondse kabels en andere bronnen van langdurige blootstelling aan magneetvelden uit het elektriciteitsnetwerk. In een kabinetsreactie op deze overweging werd aangekondigd dat het huidige voorzorgbeleid voor hoogspanningslijnen zal worden geëvalueerd. Ook zullen de betrokken ministeries gaan verkennen welke maatregelen denkbaar zijn voor een verbreding van het voorzorgbeleid en welke maatschappelijke en ruimtelijke gevolgen dit kan hebben. In onderstaande figuur is het verloop van de veldsterkte te zien in de buurt van drie verschillende hoogspanningslijnen.

Figuur 5 Verloop van de veldsterkte in de buurt van drie verschillende hoogspanningslijnen (RIVM)

Op circa 175 meter ten westen van het plangebied loopt een 150 kV-tracé. In bovenstaande figuur is te zien dat buiten 150 meter van de afstand tot het hart van de lijn het magnetisch veld nihil is. Er zal weinig tot geen invloed zijn van magnetische velden van de hoogspanningsleiding naar het plangebied.

pagina 17 van 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=cb92fa70-7d93-425c-b2e7-ddb975b24341