Vaststelling Bestemmingsplan Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther
Tekst van het document
Registratienummer
58667 / 58675
z■
Raadsvoorstel Datum vergadering Agendapunt:
Onderwerp Portefeuillehouder:
18 april 2024 13 Vaststelling Bestemmingsplan Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther wethouder Edwin Daandels
Heesch, 20 februari 2024
Inleiding Op 20 juni 2023 stemden wij in met het ontwerpbestemmingsplan Laverdonk 9a Heeswijk-Din ther. Het ontwerpbestemmingsplan is met ingang van 29 juni 2023 gedurende zes weken ter in zage is gelegd. U bent via een NTI hierover geïnformeerd. In de ter inzage periode ontvingen wij twee zienswijzen over dit plan.
Het vaststellen van het bestemmingsplan is de volgende stap in de procedure die door uw raad genomen moet worden. Bestemmingsplan Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther biedt een juridisch planologisch kader voor het ontwikkelen van activiteiten bij een agrarisch bedrijf waarbij het rundveebednjf wordt ge staakt en het akkerbouwbedrijf actief blijf. Het realiseren van een kleinschalig bed&breakfast en een niet-agrarische bedrijfsactiviteit in de vorm van op- en overslag van containers in combina tie met een webwinkel. Het omzetten van natuurgronden naar landbouwgronden in de nabije omgeving, als compensatie wordt dezelfde hoeveelheid oppervlakte landbouwgrond omgezet naar natuurgrond omdat de huidige natuurgronden dichterbij het akkerbouwbedrijf zijn gelegen.
Voorstel 1.
2 3.
In te stemmen met de nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen ‘Laverdonk 9a Heeswijk-Dmther’ en hiermee beide zienswijze ontvankelijk te verklaren en gedeeltelijk over te nemen; Het bestemmingsplan ‘Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther' met IMRO-IDN NL.IMRO.1721 BPLaverdonk9aHD-vg01 gewijzigd vastte stellen. Voor het onder 2. vastgestelde plan, geen exploitatieplan vast te stellen.
Argumenten 1.1. de zienswijzen zijn ontvankelijk, en leiden tot aanpassing van het plan Het plan lag ter inzage van 29 juni 2023 tot en met 9 augustus 2023. Binnen die termijn is een pro forma zienswijze ingediend op 7 augustus 2023, aangevuld op 23 augustus. Een tweede zienswijze is ingediend op 3 augustus 2023. Beide zienswijzen voldoen aan de ontvankelijkheidseisen. Daarmee zijn beide zienswijzen ontvankelijk. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de bijgevoegde nota van zienswijzen. Het bestemmingsplan wordt gewijzigd vastgesteld op de volgende punten: 1.
De functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf- op- en overslag / webwinkel’ is aan gepast naar ‘specifieke vorm van bedrijf- op- en overslag containers / webwinkel' in de verbeelding en de planregels.
2
3.
4.
5.
6.
Op pagina 13 van de toelichting is de tekst aangevuld met ‘daarbij blijft het bestaand akkerbouwbedrijf als hoofdactiviteit zichtbaar op de locatie. Hierdoor is er geen sprake van een bestemmings- dan wel functiewijziging. Omdat er sprake is van nevenactivitei ten bij een agrarisch bedrijf kunnen de activiteiten niet zelfstandig, zonder het agrarisch bedrijf, voortgezet worden.’ In de begripsbepalingen van de planregels zijn definities toegevoegd: a Een definitie voor een 'bed&breakfast' waaronder wordt verstaan ‘een klein schalige overnachtingsaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijk heid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ont bijt, ter plaatse van de functieaanduiding 'bed & breakfast', en volledig gedre ven door de bewoner van het betreffende woonhuis’ is toegevoegd onder artikel 1.12. b. Een definitie voor een 'nevenactiviteit op- en overslagbedrijf containers / web winkel’ waaronder wordt verstaan ‘een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit waarvan het ruimtegebruik, de aard en de uitstraling kleiner is dan het agrarisch bedrijf ter plaatse’ is toegevoegd onder artikel 1.51. c.
Een definitie voor een ‘webwinkel’ waaronder wordt verstaan een bedrijf dat ge richt is op de opslag en distributie van aankopen die via internet tot stand zijn gekomen, alsmede het beheren van de bijbehorende website door de gebruiker of gebruikster van de woning, waarbij detailhandel ter plaatse is uitgesloten.' is toegevoegd onder artikel 1.75. In artikel 3.5.4 onder i van de planregels is een bepaling opgenomen dat buitenopslag ten behoeve van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf op- en overslag van containers / webwinkel’ met is toegestaan. In artikel 3.5.4 onder j van de planregels is een bepaling opgenomen dat een kantoor met baliefunctie met is toegestaan. In de toelichting onder paragraaf 3.2.3 'vestiging niet-agrarische functie in landelijk ge bied (artikel 3.73)' is de onderbouwing aangevuld
Verder zijn er tekstuele wijzigingen doorgevoerd in de toelichting en de planregels Dit betreffen minimale tekstuele toevoegingen, wijzigingen en fouten. Deze tekstuele wijzigingen staan ge noemd in bijgevoegde nota van zienswijzen op de laatste 2 pagina's.
2.1 De beoogde ontwikkeling past bij de specifieke agrarische kwaliteit en schaal van de omge ving Momenteel maakt de landbouw een ingrijpende transitie door. Veel agrarische ondernemers stoppen en/of schakelen om naar een alternatieve bedrijfsvoering. In aanloop naar een gemeentelijke omgevingsvisie wordt een ontwikkelrichting bepaald door de gemeente Bernheze in de diverse subgebieden in het buitengebied. In het vigerende bestemmingsplan ‘Herziening Vrijkomende Agrarische Bebouwing Bernheze 2018' wordt ruimte geboden voor vesting van niet-agrarische activiteiten als vervolg functie van agrarische bedrijfslocaties. Deze ruimte wordt ook geboden voor het gebied 'ruimte voor water' waar de locatie binnen valt. Daarmee is de be oogde ontwikkeling passend binnen ontwikkelrichting van dit gebied en passend bij de activitei ten functies in de omgeving. De beoogde ontwikkeling van het landelijk gebied betreft een gemengde plattelandseconomie met in hoofdzaak een agrarische economie met daarbij passende bestemmingen. Er is naast land- en tuinbouw in een gemengde plattelandseconomie ruimte voor de ontwikkeling van nietagrarische functies, zoals toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties et cetera Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, met name
-2-
op vrijkomende locaties. Met de beoogde ontwikkeling wordt kleinschalige bedrijvigheid en toerisme/recreatie als nevenactiviteit toegevoegd op de locatie Laverdonk 9a binnen bestaande bedrijfsgebouwen. Omdat er sprake is van nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf kunnen de activiteiten niet zelfstandig voortgezet worden. Het agrarisch bedrijf is en blijft als hoofdfunctie aanwezig op de locatie Laverdonk 9a. Voor de beoogde activiteiten/ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de bestaande bebouwing binnen het bestaand bouwblok. Hierdoor hebben activiteiten/ont wikkelingen niet direct invloed op de leegstand elders. Eventuele leegstand en verpaupe ring van het bedrijf wordt hierdoor wel voorkomen. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing en/of verharding plaats. Hierdoor wordt de functie van waterbergmg met aangetast. Het geheel wordt daarnaast voorzien van een goede landschappelijke inpassing waarmee rekening is gehouden met de aanwezige waarden van het gebied. De ontwikkeling is daarmee passend binnen het gebied. 2 2 het plan past binnen de Omgevingsverordening In de beoogde situatie wordt de bestaande loods op de locatie Laverdonk 9a gebruikt ten be hoeve van activiteiten. De totale oppervlakte van de gebouwen zal niet toenemen in de be oogde situatie. Alles wordt volledig binnen het bestaande bouwperceel gerealiseerd. Tevens wordt het huidige bouwvlak verkleind.
De landbouwgronden en natuurgronden wijzigen alleen van bestemming.
Afbeelding 1: locatie bestemmingsplan 2.3 Het plan toont aan dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
-3-
Volgens de wet moet een bestemmingsplan voldoen aan een goede ruimtelijke ordening. Er is waar nodig nader (aanvullend) onderzoek gedaan. Deze onderzoeken zijn als bijlage bij het ont werpplan gevoegd. Samenvattingen en conclusies van deze onderzoeken zijn in de toelichting van het bestemmingsplan verwerkt. Het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen in bijlage 1. De meest relevante overwegingen zijn: Landschappelijke inpassing De provincie heeft een zienswijze ingediend o.a. tegen het landschappelijk inpassingsplan. Zij verzoeken de gemeente de landschappelijke inpassing aan te vullen met passende maatrege len omdat er op de plek van de reeds nieuw gebouwde loods eerst een houtsingel doorheen liep. Voor de loods is echter al in 2020 een omgevingsvergunning verleend, omdat er destijds geen weigeringsgronden waren. Het onderbreken van de landschappelijke inpassing, de hout singel, was destijds geen toetsingsgrond bij de omgevingsvergunning voor het bouwen. Daar door betreft het nu een bestaande situatie en moeten we beoordelen hoe dit initiatief voor de bestemmingswijziging moet worden ingepast, en daarbij is de bestaande loods een gegeven. De bestaande loods wordt op een passende wijze ingepast in het landschap met het landschap pelijk inpassingsplan.
De locatie Laverdonk 9A wordt voldoende landschappelijk ingepast in de omgeving. De be staande inheemse bomen en struweel van het grootste deel van de bestaande houtsmgel zullen in de toekomst gehandhaafd blijven. Naast de nieuwe loods wordt een houtwal gerealiseerd. Deze houtwal wordt als het ware opgeschoven zodat er ruimte ontstaat voor de nieuwe loods. De houtsmgel sluit aan op de bestaande houtsingel. Het landschapsplan voor de locatie Laver donk 9A is opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan en planologisch-juridisch in de re gels en verbeelding geborgd. Natuur Netwerk Brabant Binnen de gronden waarvan de bestemming ‘Natuur' wordt gewijzigd naar ‘Agrarisch met waar den - landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden' is een NNB gebied gele gen. In de huidige situatie wordt de grond als landbouwgrond gebruikt. In het verleden is in overleg met de provincie Noord Brabant en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een verzoek gedaan voor het verplaatsen van de herplantplicht. RVO en de provincie Noord Brabant hebben destijds met het verzoek ingestemd. Ter compensatie wordt de bestemming van andere gronden, zoals eerder benoemd, gewijzigd van 'Agrarisch met waarden - land schappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden' naar ‘Natuur'.
Hiervoor is een natuur ontwikkelingsplan opgesteld, deze is opgenomen in de bijlage van dit collegevoorstel. Omdat de huidige gronden binnen het werkingsgebied NNB gebruikt worden als landbouwgron den heeft deze wijziging geen invloed op het de NNB waarden. In de beoogde situatie wijzigt het totaal oppervlakte met de bestemming 'Natuur' niet. Op de nieuwe 'Natuur' gronden zal uit eindelijk natuur gerealiseerd worden. Dit is geborgd in de regels en verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan en hiervoor wordt een landschappelijk inpassingsplan aan de Provincie voorgelegd. Met de Provincie is, naar aanleiding van de door hun ingediende zienswijze, reeds afgestemd dat er voldoende compensatie plaats vindt.
Geurhinder en veehouderii Met de gedane onderzoeken is aangetoond dat onderhavig plangebied geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven in de omgeving en er sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat Er wordt milieuwinst gecreëerd door de beëindiging van een intensief
-4-
veehouderijbedrijf. Het perceel krijgt o.a. de aanduiding agrarisch bedrijf door de instandhou ding van het akkerbouwbedrijf.
Stikstof Op 2 november 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak geoordeeld dat de bouwvrijstelling stikstof niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. De bouwvrijstelling hield in dat er bij de aanleg- en bouwactiviteiten geen Aeriusberekenmg aangeleverd hoefde te worden. Door de uitspraak is hier verandering in gekomen en is de vrijstelling komen te vervallen. Voor dit plan is een Aeriusberekening opgesteld om de gevolgen van uitstoot van stikstof in kaart te brengen. Uit deze berekening blijkt dat er met de uitvoering van dit plan geen stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000 gebieden. Voor de bouw- en aanlegfase is geen Aerius-berekening uitgevoerd, omdat de sloop- en bouwwerkzaamheden al plaats hebben gevonden conform de verleende vergunningen (besluit d.d. 15 september 2020). 2.4 Het plan heeft geen belangrijke negatieve gevolgen voor de kenmerken van het gebied zelf en voor het milieu in de omgeving. In 2017 is een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten van nieuwe ruimtelijke ontwik kelingen die zijn opgenomen in kolom 1 van de D-lijst van het Besluit m.e.r., en die een bestemmingsplan[herziening/-wijziging] mogelijk maakt, middels een vormvnje m.e.r.- beoordeling in beeld moeten worden gebracht.
In di geval is beoordeeld dat er geen sprake is van een catego rie in kolom 1 van de D-lijst van het Besluit m.e.r
3.1 Het verhaal van kosten is anderszins verzekerd Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeente verplicht om kosten te verhalen voor gronden waarop een zogenaamd aangewezen bouwplan wordt gereali seerd. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden deze bouwplannen ge noemd. Onderhavig plan wordt aangemerkt als een bouwplan in de zin van art. 6.2.1 Bro. Dit betekent dat het college een exploitatieplan dient vast te stellen, tenzij het verhaal van de kos ten van de grondexploitatie over de in het bestemmingsplan begrepen grond anderszins is ver zekerd in de zin van art. 6.12 sub a Wro Er is in de ontwerpfase een overeenkomst gesloten. Er wordt hiermee voldaan aan de in de Grondexploitatiewet gestelde eis dat het kostenverhaal anderszins is verzekerd en hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld.
Risico’s Nvt.
Kosten en dekking Alle kosten komen voor rekening van de initiatiefnemer en worden verhaald via de anterieure overeenkomst. Ook planschade is in deze overeenkomst geregeld
Vervolg Het vaststellingsbesluit publiceren wij uiterlijk zes weken na de feitelijke vaststelling. Het be stemmingsplan leggen wij aansluitend gedurende een periode van zes weken ter inzage. In deze periode kan beroep worden ingesteld bij de Raad van State Het besluit treedt in werking daags na afloop van de beroepstermijn, tenzij naast beroep ook een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend Verder wordt het vastgestelde plan aangeboden aan belanghebbende instanties
-5-
Evaluatie N.v.t. BijDe bijlage(n) zijn digitaal beschikbaar. lage(n): • Bestemmingsplan 'Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther' (inclusief bijlagen, Toelichting D/58669, Regels D/58670, Verbeelding D/58668, Bijlagen bij toelichting D/58671, Bij lagen bij regels D/58672) • Nota van Zienswijzen (D/58693) • Notitie ter informatie (D/33778) • Raadsbesluit (D/58676)
rgemeester en wethouders,
/ , /
Peggy Hurkmans secretaris
Mark________ ——■uurgemetkitë'r1
-6-