CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen bestemmingsplan 'Hoofdstraat 81b, Heeswijk-Dinther' - Regels

Raadsvergadering 6 oktober 2022, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hoofdstraat 81b, Heeswijk-Dinther*4.183 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan “Hoofdstraat 81B Heeswijk-Dinther” Gemeente Bernheze

Regels

NL.IMRO.1721.BPHoofdstr81BHD-va01, Regels

IMRO-identificatienummer

NL.IMRO.1721.BPHoofdstr81BHD-va01

Datum

06-10-2022

Opdrachtgever

Kolat Wonen B.V.

Projectteam

P. van Oers, Kolat Wonen B.V. J. de Leeuw, gemeente Bernheze W. Groothuysen, Ur2d

Concept

2021

Ontwerp

17-5-2022

Vaststelling

06-10-2022

Ur2d - urban research, development & design - info@ur2d.com

NL.IMRO.1721.BPHoofdstr81BHD-va01, Regels

1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan ‘Hoofdstraat 81B’ van de gemeente Bernheze; 1.2 bestemmingsplan de geometrische bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1721.BPHoofdstr81BHD-va01 met bijbehorende regels en bijlagen; 1.3 de verbeelding de analoge en digitale voorstelling van de in het wijzigingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie; 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aanduidingsvlak een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.7 aan huis verbonden beroep een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte

nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden beroep; 1.8 aan huis verbonden bedrijf een bedrijf dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruik(st)er van de woning, en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingplichtig is; 1.9 afwijking van de bouwregels en/of de gebruiksregels een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening; 1.10 ander-werk een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid; 1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

1.12 bedrijf Ur2d - urban research, development & design - info@ur2d.com

NL.IMRO.1721.BPHoofdstr81BHD-va01, Regels

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.13 beperkt kwetsbaar object a. verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare, dienst- en bedrijfswoningen van derden, sporthallen en -terreinen, zwembaden en speeltuinen; b. kantoorgebouwen, hotels en restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet onder de definitie voor kwetsbare objecten, onder c, vallen; c. kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder de definitie voor kwetsbare objecten, onder d, vallen; d. objecten die met de onder a en b genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; e.

objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval; 1.14 bestaand a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b.

bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.15 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.16 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17 bijgebouw een gebouw, dat in bouwkundig en visueel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.18 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.19 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.20 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.21 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; Ur2d - urban research, development & design - info@ur2d.com

NL.IMRO.1721.BPHoofdstr81BHD-va01, Regels

1.22 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.23 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.24 carport een overdekte stallingsgelegenheid voor auto’s, met niet meer dan twee gesloten wanden; 1.25 eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond; 1.26 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.27 gebruiken gebruiken, het doen gebruiken, het laten gebruiken en het in gebruik geven; 1.28 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.29 huishouden één persoon of een aantal, aan elkaar door familieband of anderszins gerelateerde, personen, die alleen of gezamenlijk een eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van één woning; 1.30 kwetsbaar object a. woningen, hieronder begrepen woonwagens en woonschepen, niet zijnde woningen als bedoeld bij de definitie voor beperkt kwetsbare objecten, onder a; b.

gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen; 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; c. gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m2 per object; 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1.000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m2 per winkel, voorzover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen; 1.31 maatvoeringsgrens de grens van een maatvoeringsvlak; 1.32 maatvoeringsvlak Ur2d - urban research, development & design - info@ur2d.com

NL.IMRO.1721.BPHoofdstr81BHD-va01, Regels

een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt; 1.33 mantelzorg zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere leden van diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening direct voortvloeit uit de sociale relatie. bijvoorbeeld door gezinsleden, buren of vrienden; 1.34 nevenactiviteiten een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel omvang (m2), omzet (€) als de effecten op het woon- en leefklimaat; 1.35 omgevingsvergunning een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.36 omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.37 peil a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang vermeerderd met maximaal 20 cm; b. in andere gevallen: de hoogte van de weg ter plaatse van de toegang tot het gebouw vermeerderd met 2 cm per meter afstand van het gebouw tot die weg (hemelsbreed gemeten); c.

deze bepaling geldt niet voor bouwwerken geen gebouw zijnde; hiervoor wordt de hoogte gemeten vanaf het aansluitende maaiveld; 1.38 permanente bewoning het feitelijk bewonen van een gebouw gedurende het hele jaar of het grootste deel van het jaar; 1.39 Staat van Bedrijfsactiviteiten een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen; 1.40 uitvoeren uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.41 vloeroppervlakte de totale oppervlakte van alle vloeren op alle verdiepingen in een woning; 1.42 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt; 1.43 voorgevelrooilijn de lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel, tot aan de perceelsgrenzen; 1.44 vrijstaand bijgebouw een bijgebouw, dat gesitueerd is op een afstand van het hoofdgebouw en dat in functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; Ur2d - urban research, development & design - info@ur2d.com

NL.IMRO.1721.BPHoofdstr81BHD-va01, Regels

1.45 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

Artikel 2 Wijze van meten 2.1 Algemeen Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.1.2 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.1.3 de hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine; 2.1.4 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.1.5 het dakoppervlak de oppervlakte van de projectie van de buitenafmetingen van het dak met inbegrip van de randen en goten, op een horizontaal vlak; 2.1.6 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q.

de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van dakkapellen; 2.1.7 de horizontale diepte van een gebouw de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd; 2.1.8 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.1.9 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.1.10 de oppervlakte van een overkapping tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping. Ur2d - urban research, development & design - info@ur2d.com

NL.IMRO.1721.BPHoofdstr81BHD-va01, Regels

2.2 Ondergeschikte bouwonderdelen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt. 2.3 Meten Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn op de kaart en op de schaal waarin het plan is vastgesteld. 2.4 Afstemming peil Bij de afstemming met het peil, zoals omschreven in artikel 1.59, wordt bij nieuwe gebouwen de bovenkant van de afgewerkte beganegrondvloer aangehouden.

Ur2d - urban research, development & design - info@ur2d.com

NL.IMRO.1721.BPHoofdstr81BHD-va01, Regels

Artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor “Groen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, bermen en beplanting; b. parken en plantsoenen; c. paden, speelvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, kunstwerken; d. incidentele parkeervoorzieningen; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en verhardingen en met inachtneming van de keur van het Waterschap. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Gebouwen mogen niet worden gebouwd; 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal:lichtmasten en kunstwerken: 6 m; b. erf- en terreinafscheidingen: 2 m; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 m. Artikel 4 Verkeer 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor “Verkeer” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten, wandel- en fietspaden; b. parkeer-, groen- en speelvoorzieningen; c. nutsvoorzieningen; d. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen; met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan voor de wegaanduiding, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer maximaal 3 m.

Ur2d - urban research, development & design - info@ur2d.com

NL.IMRO.1721.BPHoofdstr81BHD-va01, Regels

Artikel 5 Wonen 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Algemeen De voor “Wonen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. nieuwe woningen ter plaatse van de aanduidingen: a. aaneengebouwd: aaneengebouwde woningen; b. twee-aaneen: twee-aaneen gebouwde woningen; c. vrijstaand: vrijstaande woningen; b. nieuwe woningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’, met inachtneming van het maximumaantal; c. aan huis verbonden beroepen, met dien verstande dat per woning maximaal 40% van de vloeroppervlakte mag worden gebruikt voor het aan huis verbonden beroep tot een maximum van 50 m2; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Hoofdgebouwen Hoofdgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. uitsluitend gebouwd binnen het bouwvlak; b. afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens is bij woningen ter plaatse van de aanduidingen: 1. vrijstaand: aan twee zijden minimaal 3 m; 2. twee-aaneen: aan één zijde minimaal 3 m; 3. aaneengebouwd: aan de niet-aangebouwde zijde van de eindwoningen minimaal 2 m; c.

goot- en bouwhoogte maximaal de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale Artikel 6 Waarde - Archeologie 3 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor “Waarde - Archeologie 3” aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van gronden van archeologische waarde en gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 40 centimeter, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van de vergunningverlener in voldoende mate zijn vastgesteld, waarbij advies wordt ingewonnen van een senior-archeoloog over de aard van het uit te voeren onderzoek. 6.2.2 Voorwaarden Indien uit het in artikel 6.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen of kunnen worden verstoord, kan de vergunningverlener één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische

Ur2d - urban research, development & design - info@ur2d.com

NL.IMRO.1721.BPHoofdstr81BHD-va01, Regels

monumentenzorg die voldoet aan door de vergunningverlener bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.2.3 Bouwverbod Indien uit het in artikel 6.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in lid 6.2.2 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de vergunning geweigerd. 6.3 Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 6.3.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 6.1 bedoelde gronden de volgende andere-werken uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; het bodemverlagen of afgraven van gronden; het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,40 m vanaf maaiveld; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport- energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies.

6.3.2 Verlening Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend, indien door de werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 6.3.3 Uitzondering omgevingsvergunning Het in artikel 6.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing, indien: a.

b. c.

d.

e.

het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; er sprake is van bodemingrepen kleiner dan 2.500 m2 en niet dieper dan 0,4 m vanaf het maaiveld; op basis van bureauonderzoek, inventariserend of aanvullend archeologisch vooronderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; de werken en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; de werken en werkzaamheden op aanvullend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht.

Artikel 7 Waterstaat - Natte natuurparel bufferzone 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor “Waterstaat - Natte natuurparel bufferzone” aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de hydrologische waarden van de bufferzone rondom de natte natuurparel. 7.2 Bouwregels Op of in deze bestemming begrepen gronden mag in afwijking van het geen elders in deze regels is bepaald niet worden gebouwd. 7.3 Afwijking van de bouwregels Ur2d - urban research, development & design - info@ur2d.com

NL.IMRO.1721.BPHoofdstr81BHD-va01, Regels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 24.2 voor het bouwen ten behoeve van de andere bestemmingen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bebouwing mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de hydrologische waarden van de natte natuurparel; b. de vergunningverlener dient advies in te winnen bij de waterbeheerder. 7.4 Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 7.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel wordt gewijzigd of het maaiveld zelf met meer dan 0,20 m wordt gewijzigd; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,60 m onder maaiveld; c. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; d. de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van een reeds bestaande drainage; e. het verlagen van de waterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; f.

het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlakten van meer dan 100 m² anders dan een bouwwerk; g. het aanbrengen van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. 7.4.2 Uitzonderingen omgevingsvergunning Het in lid 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 7.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 24.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de hydrologische waarden van de natte natuurparel. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder.

3 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 9 Algemene bouwregels 9.1 Ondergrondse bouwwerken Ten aanzien van het oprichten van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende Ur2d - urban research, development & design - info@ur2d.com

NL.IMRO.1721.BPHoofdstr81BHD-va01, Regels

bouwregels: a. b.

ondergrondse bouwwerken mogen uitsluitend binnen de contouren van de bovengrondse bebouwing worden opgericht; de maximale bouwdiepte, inclusief de fundering, bedraagt 3,5 m onder peil.

Artikel 10 Algemene gebruiksregels Tot een gebruik in strijd met de bestemmingen wordt in ieder geval begrepen: a. b.

c.

een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie.

Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 11.1 Afwijking van de bouwregels 11.1.1 Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van a.

b.

c.

in het plan genoemde goothoogten, oppervlaktematen, percentages en afstandsmaten, mits dit noodzakelijk is vanuit constructieve vereisten, architectonisch belang of oogpunt van duurzaamheid, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen; de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een geringe mate van afwijking is toegestaan, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt vergroot tot maximaal 10 m.

11.1.2 Afwijking is slechts mogelijk indien a. b.

de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.

Artikel 12 Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening De voorschriften van de bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. b. c. d. e. f.

de richtlijnen voor het verlenen van vrijstelling van de stedenbouwkundige bepalingen; de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer; de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; het bouwen bij hoogspanningsleidingen en ondergrondse hoofdtransportleidingen; de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden; de ruimte tussen bouwwerken.

4 Overgangs- en slotregels Ur2d - urban research, development & design - info@ur2d.com

NL.IMRO.1721.BPHoofdstr81BHD-va01, Regels

Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht voor bouwwerken a.

b.

c.

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

13.2 Overgangsrecht gebruik 1.

2.

3.

4.

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

Artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Hoofdstraat 81B Heeswijk-Dinther’.

Ur2d - urban research, development & design - info@ur2d.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=c287fca1-15b5-459f-a0c1-1dd70037dc34