CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen bestemmingsplan 'Hoofdstraat 81b, Heeswijk-Dinther' - Bijlage 4 bij toelichting

Raadsvergadering 6 oktober 2022, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hoofdstraat 81b, Heeswijk-Dinther*3.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING Ten behoeve van: Bestemmingsplan Hoofdstraat 81 B Gemeente Bernheze

20 oktober 2020

Ur2d urban research, development design Koffiestraat 4 5473 RP Heeswijk-Dinther 06 13729534 info@ur2d.com

1

AANMELDINGSNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING

1

Inleiding Aanleiding

3 3

Initiatiefnemer en bevoegd gezag M.E.R.-(BEOORDELINGS)PLICHT Is de activiteit m.e.r.-(beoordelings) plichtig? Procedure

3 3 3 3

De kenmerken van het project

4

Aspecten van invloed op de realisatie van het project Bodem

4 4

Luchtkwaliteit

5

Geurhinder en veehouderijen

5

Externe veiligheid

5

Geluid

6

Bedrijven en milieuzonering

7

Spuitzones

7

Volksgezondheid en veehouderijen

7

Hoogspanningslijnen

8

Water

9

Conclusie

9

2

Inleiding Aanleiding KoLat Wonen BV, gevestigd te Heeswijk Dinther, is voornemens 20 woningen te realiseren op de locatie gelegen achter Hoofdstraat 81B. Op basis van het vigerend bestemmingsplan is realisatie van het initiatief op de beoogde locatie niet toegestaan. Onderdeel van het bestemmingsplan om het initiatief mogelijk te maken is een vormvrije m.e.r. beoordeling.

Initiatiefnemer en bevoegd gezag De vormvrije m.e.r.-beoordeling vindt plaats op basis van informatie, die door de initiatiefnemer KoLat Wonen BV bij het bevoegde gezag, de gemeente Bernheze, wordt ingediend. Op basis van de voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling kan het bevoegd gezag besluiten of er sprake is van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

M.E.R.-(BEOORDELINGS)PLICHT Is de activiteit m.e.r.-(beoordelings) plichtig? De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten), activiteiten die m.e.r.- beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten) en activiteiten die wel zijn opgenomen in de D-lijst, maar in omvang kleiner zijn dan de opgenomen drempelwaarden. Voor deze laatste categorie geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het kleinschalige woningbouwproject aan de Hoofdstraat 81B in Heeswijk-Dinther is een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit conform categorie D 16.1 van het Besluit m.e.r.: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De omvang van de voorgenomen ontwikkeling (20 woningen) is kleiner dan de drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling (2000 woningen of 100 ha).

Conform de m.e.r.-regelgeving leidt dit tot de noodzaak tot het uitvoeren van een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling (stedelijk ontwikkelingsproject minder dan 2000 woningen). Voor activiteiten ónder de drempelwaarde van bijlage D bestaat sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. van 1 april 2011 de verplichting tot een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Ook daarbij concludeert het bevoegd gezag (bijv. op basis van een aanmeldingsnotitie) of er wel of geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. Als blijkt dat aanzienlijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten, is alsnog een volledige m.e.r.-beoordeling of m.e.r.-procedure nodig. Procedure Deze beschrijft de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu en geeft een conclusie over de noodzaak tot een m.e.r.-procedure. Een vormvrije m.e.r.- beoordeling betekent, dat er géén MER wordt opgesteld, tenzij er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het uitgangspunt is dus: 'Nee, tenzij ' 3

De 'belangrijke nadelige gevolgen' moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling (85/337/EEG en latere wijzigingen). Bijlage III noemt drie hoofdthema's: 1. de kenmerken van de activiteit (waaronder omvang, verontreiniging, hinder en risico van ongevallen); 2. de plaats van de activiteit (in relatie tot de kwetsbaarheid van het milieu); 3. de kenmerken van het potentiële effect (waaronder het bereik, de orde van grootte en waarschijnlijkheid van het effect). Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden, naar aanleiding van een wijziging van de Europese Richtlijn m.e.r. Deze wijziging heeft tot gevolg dat voor elke vergunningsaanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is de volgende procedure-stappen doorlopen moeten worden: ● door de initiatiefnemer moet een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; ● het bevoegd gezag moet binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit moet genomen zijn voor de ter inzage legging van het ontwerp-besluit; ● het besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden, maar wel via andere (digitale) kanalen; ● het (vormvrije)-m.e.r.-beoordelingsbesluit moet onderdeel zijn van de vergunningaanvraag.

In het kader van de omgevingsvergunningprocedure is deze aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. De onderzoeken waar in deze notitie naar verwezen wordt, zijn als bijlagen opgenomen in het bestemmingsplan NL.IMRO.1721.BPHoofdstr81BHD-ow01. Deze aanmeldingsnotitie is als bijlage XX? aan het bestemmingsplan toegevoegd.

De kenmerken van het project KoLat Wonen BV, gevestigd te Heeswijk Dinther, is voornemens 20 woningen te realiseren op de locatie gelegen achter Hoofdstraat 81B. De opstallen op de locatie, een klein industrieterrein, staan voor een deel leeg of worden gebruik voor opslag. Door de transformatie naar een kleinschalig groen woongebied wordt een gedateerd industrieterrein binnen de komgrens gesaneerd. Tevens krijgt het aanzicht van de dorpsrand een kwalitatieve verbetering. De locatie ligt achter de lintbebouwing aan de Hoofdstraat in Heeswijk, ter hoogte van Hoofdstraat 81B. De Hoofdstraat is onderdeel van de historische dorpenroute Den Bosch - Berlicum - Middelrode - Heeswijk-Dinther - Veghel. De locatie wordt ontsloten door een toegangsweg tussen de nummers 81 en 79. Aan de zuidzijde grenst het terrein aan agrarische percelen, die overgaan in het aangrenzende Aa-dal.

Aspecten van invloed op de realisatie van het project Bodem Bij het opstellen van bestemmingsplannen is de hoofdvraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en hoe deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. MILON bv te Veghel heeft een asfaltonderzoek (conform CROW publicatie 210) en een verkennend bodem- en asbestonderzoek (conform de Nederlandse Normen NEN 5725, NEN 5740 en NEN 5897) uitgevoerd ter plaatse van Hoofdstraat 81b te Heeswijk-Dinther. Het rapport is als bijlage 2 aan de toelichting van het 4

bestemmingsplan toegevoegd. Conclusie Op basis van de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit wordt geacht dat geen belemmeringen aanwezig zijn voor het huidige en toekomstige gebruik van de locatie. Luchtkwaliteit In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) is vastgelegd wanneer een project/plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een plan of project draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentraties in de buitenlucht van zowel NO2 als PM10 niet meer bedraagt dan de wettelijk vastgelegde grenswaarde. Om na te gaan of het plan de wettelijk vastgestelde grenswaarde overschrijdt is de NIBM-tool gebruikt in combinatie met de verkeersgeneratiegetallen van het CROW. Conclusie De ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Verder worden de grenswaarden voor fijnstof- en stikstofconcentraties niet overschreden en is de luchtkwaliteit aanvaardbaar voor een goed woon- en leefklimaat. Luchtkwaliteit vormt derhalve geen planologische belemmering voor de ontwikkeling. Geurhinder en veehouderijen Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van agrarische bedrijven kan het aspect geurhinder van invloed zijn. en moet aantonen er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat agrarische bedrijven niet belemmerd worden.

De onderhavige locatie is gelegen tussen bestaande woongebieden van de bebouwde kom van Bernheze en bedraagt op basis van de Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze 2013 de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij 3 ou/m³ 98 percentiel. Er is daarmee sprake van een goed woon- en leefklimaat. De dichtstbijzijnde intensieve veehouderij ligt op circa 500 m afstand. Vanwege deze grote afstand vormt het initiatief geen belemmering van deze bedrijven. Tussen de onderhavige locatie en de dichtstbijzijnde intensieve veehouderij liggen een aantal bestaande woningen. Om deze reden wordt het betreffende veehouderijbedrijf door de ontwikkeling niet belemmerd in de huidige bedrijfsvoering. Conclusie Het aspect geurhinder veehouderijen is geen planologische belemmering voor het plan. Externe veiligheid Bij externe veiligheid wordt een onderscheid gemaakt in: ● externe veiligheid voor inrichtingen; ● externe veiligheid voor transport van gevaarlijke stoffen; ● externe veiligheid voor buisleidingen; ● externe veiligheid voor luchthavens (hier niet van toepassing). Het externe veiligheidsbeleid stelt twee zaken centraal: ● de bescherming van personen bij een risicobron tegen de kans op overlijden door een ongeval met ○ gevaarlijke stoffen ○ een vliegtuig op of bij een luchthaven 5

○ een windturbine ● de bescherming van de samenleving tegen het ontwrichtende effect van een dergelijke ramp met een groot aantal slachtoffers. In de toelichting van het bestemmingsplan is het aspect Externe veiligheid verder uitgewerkt. Uit de Risicokaart Noord-Brabant blijkt dat er in de directe omgeving van de voorgenomen ontwikkeling geen risicovolle bedrijvigheid en transportroutes voor gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Het plangebied bevindt zich dus niet binnen de risicocontour van enige risicovolle inrichting. In en in de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de provinciale risicokaart geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een belemmering kunnen vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Geluid Wegverkeerslawaai De verplichting tot uitvoering van een akoestisch onderzoek is vastgelegd in de Wet geluidhinder. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai.

De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Spoorweglawaai In de directe omgeving van het plangebied is geen actieve spoorlijn aanwezig. Nader onderzoek naar de gevolgen van spoorweglawaai is dus niet noodzakelijk. Vliegtuiglawaai Het plangebied ligt niet nabij een (militair) vliegveld. Nader onderzoek naar de gevolgen van vliegtuiglawaai is dus niet noodzakelijk. Door Tritium Advies te Nuenen is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde nieuwbouw aan Hoofdstraat 81 te Heeswijk-Dinther, gemeente Bernheze. (documentkenmerk 1909/093/JOW-01, rapportdatum 8 november 2019). Voor wegverkeerslawaai is het plan uitsluitend gelegen binnen de geluidzone van de Hoofdstraat. Voor deze weg geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Derhalve is een procedure hogere waarde niet aan de orde.

Aangezien in onderhavige situatie geen sprake is van een procedure hogere waarde wordt voor de woningen een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels niet noodzakelijk geacht. Bij toepassing van standaard geluidwerende materialen en maatregelen is een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd.

6

Conclusie Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Bedrijven en milieuzonering Indien door middel van een plan nieuwe, milieuhindergevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dient te worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Enerzijds mogen milieuhindergevoelige functies in de directe omgeving van het plangebied niet negatief worden beïnvloed door milieubelastende bedrijven in de directe omgeving. Anderzijds moet mogelijke uitbreiding van bedrijven niet worden beperkt door de realisatie van milieugevoelige functies. In de toelichting van het bestemmingsplan is het aspect Bedrijven en milieuzonering verder uitgewerkt. De publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) uit 2009 geeft richtafstanden aan tussen milieuhindergevoelige functies en bedrijven. Bedrijven zijn opgenomen in een tabel die is ingedeeld in milieucategorieën, waarbij per bedrijf is aangegeven wat de afstand tot een rustige woonwijk dient te zijn (de zogenoemde afstandentabel). De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk, maar kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van het omgevingstype ‘gemengd gebied’.

Op basis van de richtafstanden uit de publicatie en het omgevingstype’’gemengd gebied’ liggen de woningen op een vergelijkbare of grotere afstand tot de betreffende bedrijven. Conclusie Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Spuitzones Hoewel in geen enkele wettelijke regeling in acht te nemen afstanden zijn opgenomen voor spuitzones tussen gevoelige bestemmingen enerzijds en percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, dient op basis van het criterium goede ruimtelijke ordening (artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening) wel te worden beoordeeld of het gebruik van die middelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. De gronden aan de zuidzijde van onderhavig plan hebben de bestemming Agrarisch met waarden, echter zonder de functieaanduiding ‘bomenteelt’. De gronden zijn voornamelijk in gebruik als grasland. Gezien het voorgaande kan daarom redelijkerwijs worden gesteld dat binnen het plangebied geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat zullen ontstaan en waardoor strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening ontstaat.

Volksgezondheid en veehouderijen De mogelijk nadelige gevolgen van de veehouderij op de volksgezondheid staan de laatste jaren volop in de belangstelling. Met name in veedichte gebieden zoals we die in de provincie Noord-Brabant kennen, bestaat onder de bevolking steeds meer onrust. Hierbij komen zaken naar voren als angst voor ziekten die overdraagbaar zijn van dier op mens (zoönosen), luchtwegaandoeningen, maar ook stress in verband met verminderde leefkwaliteit door regelmatige geurhinder. 7

Uit onderzoek blijkt dat vergeleken met gemiddelde pluimvee- en varkensstallen geitenstallen beduidend minder fijnstof en endotoxinen uitstoten. Uit een eerste oriënterend onderzoek met verspreidingsmodellen is gebleken dat het risico op overschrijding van de 30 EU/m3 in de bewoonde omgeving rondom grote pluimveebedrijven het grootst is. Voor andere diercategorieën, zoals geiten, schept de bestaande geurzonering voldoende afstand. In onderstaand stappenplan wordt vastgesteld of het voor de volksgezondheid wenselijk is dat de GGD om nadere advisering wordt gevraagd. 1. voor varkens en pluimveebedrijven: endotoxine richtafstand (= afstand waarbinnen naar alle waarschijnlijkheid de gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine wordt overschreden); Er is geen pluimveebedrijf of varkensbedrijf binnen de respectievelijke grensafstand van 200 of 500 meter aanwezig. 2. Toename in emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak; Niet van toepassing, het betreft de splitsing van een woning 3. De wijze waarop met geurbelasting wordt omgegaan voor een aanvaardbaar woon-/leefklimaat; Het perceel aan de Hoofdstraat 81is gelegen binnen de bestaande woongebieden van de bebouwde kom van Bernheze en bedraagt op basis van de Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze 2013 de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij 3 ou/m³ 98 percentiel.

Er is daarmee sprake van een goed woon- en leefklimaat. 4. Bij meerdere bedrijfsmatig gehouden diersoorten, de aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij; Niet van toepassing 5. Geitenhouderij binnen een straal van 2 kilometer van een gevoelige bestemming; of pluimveebedrijven binnen een straal van 1 kilometer van een gevoelige bestemming; of overige veehouderijen binnen een straal van 250 meter liggen woon- of verblijfsruimten van derden; Op circa 1200 meter ten noorden van het plan is een geitenhouderij gelegen. Het adres van de geitenhouderij is Meerstraat 29 (Bron: Web BVB-Brabant). 6. De aanwezigheid van mestbe- en verwerking; Niet van toepassing 7. Ongerustheid bij omwonenden Niet aanwezig Conclusie De gemeente Bernheze zal een afweging moeten maken of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico en of om deze reden aanvullend advies van de GGD moet worden gevraagd. Hoogspanningslijnen De dichtstbijzijnde hoogspanningslijn van 150kV ligt ten zuiden van de Zuid-Willemsvaart, op circa 2 km afstand. De indicatieve zone voor 150 kV lijnen bedraagt 100 meter aan beide zijden. De uitbreidingslocatie ligt op aanzienlijk grotere afstand van deze indicatieve zone. Conclusie Het aspect hoogspanningslijnen is niet relevant voor de ontwikkeling.

8

Water De onderhavige locatie ligt in het beheergebied van Waterschap Aa en Maas. Bij een ruimtelijke ontwikkeling die gevolgen heeft voor het bestaande watersysteem is een watertoets vereist. Deze watertoets draagt bij aan een juiste afweging van de waterbelangen van een plan. De waterparagraaf beschrijft de bestaande en de toekomstige waterhuishoudkundige situatie van oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient de initiatiefnemer hier invulling aan te geven: ● Wateroverlastvrij bestemmen. ● Gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater. ● Doorlopen van de afwegingsstappen: “hergebruik - infiltratie - buffering -afvoer”. ● Hydrologisch neutraal ontwikkelen. ● Water als kans ● Meervoudig ruimtegebruik. ● Voorkomen van vervuiling ● Waterschapsbelangen Om wateroverlastvrij en hydrologisch neutraal te ontwikkelen dient het hemelwater vertraagd afgevoerd dan wel gebufferd te worden binnen het plangebied.

Het totaal verhard oppervlak binnen het plangebied bedraagt 3.000m², bestaande uit 1.360m² infrastructuur, 1.350m² nieuw dakvlak en 290m² verhardingen en inritten bij de woningen. De totaal benodigde waterbuffer bedraagt 180m³, (3.000m² verhard oppervlak x 60mm/m²). Om dit volume te kunnen bufferen worden drie deelbuffers gerealiseerd: ● Buffer 1: het hemelwaterafvoer hoofdriool, met een capaciteit van 40m³, uitgaande van een betonbuis Ø500mm en totale lengte van 160m¹ plus inspectieputten; ● Buffer 2: infiltratievoorzieningen op eigen terrein, bij de vrijstaande woningen 3 x 18m³ en bij de tweekappers (totaal 4 woningen) 2 x 8m³, totaal 70m³. Vanwege de te beperkte ruimte worden bij de rijwoningen geen infiltratievoorzieningen gerealiseerd. ● Buffer 3: verlaagd aanleggen zuidelijke openbare groenzone met een capaciteit van 70m³ ( 350m² x gemiddeld 0,2m). De totale buffercapaciteit komt hiermee op de vereiste 180m³. Verder wordt vuil water en schoon hemelwater gescheiden aangeboden aan het gemeentelijk riool aan de Hoofdstraat. Binnen afzienbare termijn wordt hier een gescheiden rioolsysteem aangelegd. Verder is in eerste instantie overwogen het hemelwater af te koppelen en af te voeren naar het Aadal. De bestaande eigendomsverhoudingen laten dit echter niet toe. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

Conclusie Wanneer blijkt dat er geen ‘belangrijke nadelige gevolgen’ zijn voor het milieu bij de realisatie van het plan, is het conform de wetgeving geen vereiste niet nodig om een 9

volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Deze aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling beschrijft de milieueffecten als gevolg van het project Hoofdstraat 81B te Heeswijk-Dinther, gemeente Bernheze. Hieruit blijkt dat er geen relevante effecten zijn die het doorlopen van de m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Het doorlopen van een m.e.r.-procedure is niet vereist.

1 0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=1841f7e2-3113-436a-9b23-43efe462058f