Vast te stellen bestemmingsplan 'Zoggelsestraat 60, Heesch' - Bijlagen Toelichting
Tekst van het document
Zoggelsestraat 60, Heesch Bernheze
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.1721.BPZoggestr60HSC-VG01
21-06-2019 9 maart 2021 8 juli 2021
concept ontwerp vastgesteld
projectnummer:
20181267 opdrachtleider:
Rob Verkooijen
2
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Foto-impressie bestaande situatie en collectie
5
Bijlage 2
Artikelen oldtimers
13
Bijlage 3
Landschappelijke inpassing
17
Bijlage 4
Berekening waarde landschappelijke inpassing
25
Bijlage 5
Quickscan flora en fauna
27
Rho adviseurs voor leefruimte
20181267
bijlagen bij de Toelichting
4
Rho adviseurs voor leefruimte
20181267
5
Bijlage 1
Foto-impressie bestaande situatie en collectie
Rho adviseurs voor leefruimte
20181267
FOTORAPPORTAGE
Foto 1: Bijgebouw A - steen
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
Foto 13
Foto 14
Foto 15 Bijgebouw B - hout
Foto 16
Foto 17
Foto 18
Foto 19
Foto 20
Foto 21
Foto 22
Foto 23
Foto 24
Foto 25
Foto 26
Foto 27
Foto 28
Foto 29
Foto 30 Bijgebouw C - overkapping
Foto 31
Foto 32
Foto 33 Achteraan de onlangs gerealiseerde verhoogde overkapping = Bijgebouw D
Foto 34 ‘kale’ auto’wrakken’ – nog op te knappen
Foto 35 ook hier zijn milieschadelijke zaken als accu, olie e.d. verwijderd
12
Rho adviseurs voor leefruimte
20181267
13
Bijlage 2
Artikelen oldtimers
Rho adviseurs voor leefruimte
20181267
Artikel KNAC, editie April 2018
17
Bijlage 3
Landschappelijke inpassing
Rho adviseurs voor leefruimte
20181267
Toelichting Landschappelijke Inpassing Zoggelsestraat 60 te Heesch Locatie:
Zoggelsestraat 60 5384 VE Heesch
Gemeente:
Gemeente Bernheze
Opgesteld door:
Borgo Tuin- en Landschapsarchitectuur
Datum:
Maart 2020 aangepast november 2020
Tekeningnummer:
1710.2
1
1
Aanleiding
Op de locatie Zoggelsestraat 60 wenst de initiatiefnemer een oldtimermuseum met als nevenactiviteit een carrosserie restylingbedrijf te realiseren. Het is de bedoeling de huidige bijgebouwen te slopen, met uitzondering van de bestaande garage. Een nieuw bijgebouw komt in de plaats van de te slopen bijgebouwen. De bijzondere collectie oldtimers, waar tegenwoordig veel belangstelling voor is, wordt voor het publiek beter toegankelijk. De bezoekers zullen de recreërende fietsers en wandelaars zijn. Het carrosserie restylingwerk wordt vooral op locatie bij de klant verricht. Het plan moet voorzien in tien parkeerplaatsen.
Afbeelding: variant 1 en variant 2, bron: Adviesbureau Rho.
2
2
Het landschap en de omgeving
Het LandschapsOntwikkelingsPlan (LOP) Bernheze (2012) is een beleidsplan voor natuur en landschap voor de jaren 2012 tot 2022. In het LOP worden drie landschapstypen onderscheiden: 1. Landschap van de peelhorst 2. Beekdallandschap Aa en Leijgraaf 3. Dekzandruggen en dekzandvlaktenlandschap Zoggelsestraat 60 ligt in het landschappelijk deelgebied van de dekzandruggen en dekzandvlakten. Dit is een dekzandlandschap waarbij oost-west georiënteerde ruggen van oudsher bewoond waren en de laag gelegen vlakten daartussen hadden een relatief open karakter. De visiekaart uit het LOP laat de verschillende deelgebieden zien.
Afbeelding: Landschapsontwikkelingsplan Bernheze (2012). De locatie ligt in de rode cirkel.
Voor de locatie zijn geen acties opgenomen, omdat dit gebied binnen het “Zoekgebied Wonen” uit de Structuurvisie Bernheze (2010) ligt. Er zijn wel aanbevelingen gedaan voor het verbeteren van de beeldkwaliteit van de dorpsrand. De aanbevelingen betreffen de routestructuur en wegbeplantingen.
Afbeelding: dorpsrand Heesch, LOP Bernheze (2012). De locatie ligt in de rode cirkel.
3
Momenteel is men bezig woningbouw De Erven te realiseren. Het erf van Zoggelsestraat 60 ligt voor een deel tegen deze toekomstige woonwijk aan. De aanleg van de woonwijk, zoals onderstaande afbeelding toont, is in volle gang. Ruwbouw van talrijke woningen zijn haast gereed. De kavels aan de noordgrens van de locatie Zoggelsestraat 60 staan te koop. Bij de uitgifte van de nieuwbouwkavels zijn geen beplantingsvoorschriften opgenomen.
Afbeelding: locatie temidden van de nieuwbouwwijk. De locatie ligt in de rode cirkel.
De initiatiefnemer wenst hier zelf wél beplanting aan te brengen in verband met privacy. Er komt een robuuste singel van twee rijen die mag uitgroeien tot een breedte van minimaal vijf meter.
3
Uitgangspunten en planuitwerking
Uitgangspunten: • • • • •
De landschappelijke inpassingen dienen te bestaan uit gebiedseigen beplantingen. De gebruikte soorten horen bij het deelgebied “dekzandruggen en dekzandvlakten”. Het erf dient “aangekleed” te worden en er moet een verzorgde uitstraling gecreëerd worden, passend bij een museum dat publiek ontvangt. Er moeten ten minste tien parkeerplaatsen aanwezig zijn. Het is belangrijk dat de nieuwe beplanting voldoende ruimte krijgt. Zoveel mogelijk blijft de bestaande beplantingen gehandhaafd. De oostelijke beplantingsstrook blijft behouden, en er komt een beukenhaag aan de buitenzijde langs.
Planuitwerking: Tegen inkijk vanuit De Erven komt aan de noordzijde van het erf een hogere gemengde beplanting. Deze hogere gemengde beplanting bestaat uit twee rijen bosplantsoen, waarbij de eerste rij twee meter uit erfgrens ligt. De singel mag breed uitgroeien tot wel vijf meter breedte. Voor het overige
4
blijft het groen in de tuin zoals het nu is. De sierheesters en bomen zijn jarenlang gekoesterd en goed verzorgd. Met behulp van beukenhaag - bestaand en nieuw - wordt eenheid verkregen op het perceel. De verharding van de parkeervakken bestaat uit gebakken klinkers.
4
Beplantingslijst en onderhoud
Bosplantsoen (maat 60-80, twee jarig plantsoen): Beplantingsrand, gemengde soorten, twee rijen, 1.25 x 1.25 in verspringend verband, 60 stuks Eik (Quercus robur) Lijsterbes (Sorbus aucuparia) Vuilboom (Rhamnus frangula) Krent (Amelanchier lamarckii) Gelderse roos (Viburnum opulus)
15 st 10 st 15 st 10 st 10 st
Beukenhaag, 4 st/m Beuk (Fagus sylvatica)
300 st
Onderhoud: De beukenhagen twee maal per jaar knippen De gemengde beplantingen elke zes jaar afzetten aan de grond. Twee of drie eiken mogen opgroeien tot boom.
5
24
Rho adviseurs voor leefruimte
20181267
25
Bijlage 4
Berekening waarde landschappelijke inpassing
Rho adviseurs voor leefruimte
20181267
Kwaliteitsverbetering ‐ Berekening Locatie:
Zoggelsestraat 60 5384 VE Heesch
Opgesteld door:
Borgo Tuin‐ en Landschapsarchitectuur
Datum:
Februari 2021
Achtergrond berekening: De berekening is gemaakt op basis van de Stika‐normen, dit zijn de subsidiebedragen, zoals de Provincie Noord‐Brabant deze heeft opgenomen in: Bijlage F, Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord‐Brabant. Het gaat om aanleg van het groen en het onderhoud gedurende acht jaar.
Aanleg Bosplantsoen Haag Ontwerp
stuks 60 300 1
Norm/eenheid € 1,66 € 1,66 € 850,‐
Bedrag (€) 99,60 498,‐ 850,‐
Totaal
€ 1.447,60
Onderhoud eenheid
Norm/eenheid
Totaal
€ 11,59
Jaarlijks onderhoud (€) 26,‐
Hakhoutsingel
2,25 are
Haag (bestaand en nieuw) Bestaande strook heesters Bomen
137,5 m.
€ 1,74
239,25
€ 1.914,‐
50 m.
€ 2,26
113,‐
€
904,‐
4 st.
€ 9,70
38,80
€
310,40
€
208,‐
Onderhoud Aanleg
€ 3.336,40 € 1.447,60
Totaal
€ 4.784,‐
1
27
Bijlage 5
Quickscan flora en fauna
Rho adviseurs voor leefruimte
20181267
Quickscan flora en fauna Zoggelsestraat 60 Heesch
documentkenmerk: 1903/304/RV-01, versie 1
Quickscan flora en fauna
in opdracht van Rho adviseurs voor leefruimte T.a.v. de heer R. Verkooijen Torenallee 20 5617 BC EINDHOVEN betreffende locatie Zoggelsestraat 60 Heesch (gemeente Bernheze) documentkenmerk 1903/304/RV-01 versie 1 vestiging Nuenen datum 19 april 2019
opgesteld door: ing. A. Paulusse
gecontroleerd door: ir. R.A.C. van de Voort
Projectleider ecologie
Senior projectleider ecologie
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies BV.
Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid
Tritium Advies is gevestigd in:
T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
Arkel >> Neer >> Nuenen >>
I.
www.tritium.nl
Prinsenbeek >> Rijkevoort
KvK-nr.
17108024
documentkenmerk: 1903/304/RV-01, versie 1
Inhoudsopgave pagina 1
Inleiding
1
2
Bronnenonderzoek
3
2.1
Gebieden
3
2.2
Soorten
5
3
Veldbezoek
6
4
Resultaten
7
4.1
Flora
7
4.2
Vogels
7
4.3
Grondgebonden zoogdieren
8
4.4
Vleermuizen
8
4.5
Amfibieën, reptielen en vissen
9
4.6
Ongewervelden/ overige soorten
10
5
Conclusies
11
5.1
Beschermde gebieden
11
5.2
Soorten
11
5.3
Zorgplicht
12
5.4
Eindconclusie
13
5.5
Advies
13
6
Literatuurlijst
14
Bijlagen 1.
concept voorstel nieuwe inrichting plangebied (twee varianten)
2.
fotobijlage veldbezoek van 10 april 2019
documentkenmerk: 1903/304/RV-01, versie 1
1 Inleiding In opdracht van de initiatiefnemer, via Rho adviseurs voor leefruimte, is een quickscan flora en fauna uitgevoerd ten behoeve van het voornemen om op de locatie Zoggelsestraat 60 te Heesch enkele bijgebouwen te slopen en een Oldtimermuseum te realiseren. Daarnaast zal de nevenactiviteit van het carrosserie restyling bedrijf worden meegenomen in het plan. De bestaande woning en garage blijven bij de voorgenomen plannen behouden. Het plangebied betreft de percelen kadastraal bekend als gemeente Heesch, sectie F en met de perceelnummers 468, 658, 759
en 893. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 3470 m2. Het onderzoeksgebied is thans bestemd voor wonen.
Figuur 1: huidige situatie plangebied (blauw omlijnd) (bron: http://kadasterloep.nl)
Het plan is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Voor deze locatie wordt derhalve een juridisch-planologische procedure doorlopen conform de Wet ruimtelijke ordening. In het kader van deze procedure dient onder andere een quickscan flora en fauna te worden uitgevoerd. Hiermee kan worden voorkomen dat in strijd met de geldende natuurwetgeving wordt gehandeld. Doel van het onderhavige onderzoek is om te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb). Het is noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen
pagina 1 van 14
documentkenmerk: 1903/304/RV-01, versie 1
negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. Op basis van de ecologische waarden van een planlocatie zal uit een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) blijken of er een overtreding te verwachten is van de Wnb. Tevens wordt vastgesteld of er meer soortgegevens nodig zijn door middel van inventarisatie en of er een uitgebreide studie noodzakelijk is naar de effecten van een ruimtelijke ingreep. In veel situaties zal het uitvoeren van een verkennend onderzoek echter reeds voldoende zijn om aan te tonen of een plan uitgevoerd kan worden met of zonder enkele eenvoudige maatregelen of aanpassingen om een overtreding van de Wnb te voorkomen. Uit onderstaande luchtfoto (figuur 2) kan worden opgemaakt dat het plangebied in het buitengebied van Heesch is gelegen. In bijlage 1 is een situatietekening van het plangebied opgenomen.
Figuur 2: luchtfoto van de omgeving van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Google Earth)
pagina 2 van 14
documentkenmerk: 1903/304/RV-01, versie 1
2 Bronnenonderzoek Onderhavig onderzoek richt zich met name op soortenbescherming en in beperktere mate op het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb (Natura 2000). In het uitgevoerde bronnenonderzoek is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Onder andere is hierbij gebruik gemaakt van de zoogdierenatlas (Broekhuizen et al., 2016), de “Werkatlas amfibieën en reptielen in Noord-Brabant” en enkele digitale verspreidingsatlassen. De bevindingen van dit literatuuronderzoek zijn weergegeven in de navolgende twee paragrafen.
2.1 Gebieden In onderstaande figuur 3 is het plangebied met haar ecologisch waardevolle gebieden in highlights weergegeven. De donkergroene highlights betreffen het Natuurnetwerk Nederland (verder: NNN) in de provincie Noord-Brabant ook wel Natuurnetwerk Brabant (verder: NNB) genoemd. Het Natura 2000-gebied is met de limegroene kleur aangeduid. De Natura 2000-gebieden liggen grotendeels binnen het NNN. De Natura 2000-gebieden die geen onderdeel zijn van het NNN betreffen vooral agrarische gebieden en hebben een beperkter beschermingsregime. Van de gebieden die wel binnen NNN zijn gelegen worden, naast de specifieke soorten en habitattypen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), ook de wezenlijke kenmerken en waarden beschermd.
Figuur 3: plangebied en omgeving (rood omcirkeld) met relevante natuurgebieden (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten)
Uit figuur 3 kan worden afgeleid dat het plangebied niet in Natura 2000-gebied en NNB is gelegen.
pagina 3 van 14
documentkenmerk: 1903/304/RV-01, versie 1
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op een afstand van circa 12,6 kilometer ten noordwesten van het plangebied gelegen en betreft “Uiterwaarden Waal”. Het natuurgebied maakt onderdeel uit van “Rijntakken”. Het deelgebied Uiterwaarden Waal omvat alle uiterwaardgebieden aan de noord- en zuidoever van de Waal van Nijmegen tot aan Zaltbommel. De Waal moet in perioden met hoge rivierafvoer twee derde van de Rijnafvoer voor haar rekening nemen en is daarmee de grootste vrij-afstromende Rijntak. Het is ook de meest dynamische riviertak van het Rijnsysteem. In perioden met hoog water vindt erosie en sedimentatie plaats en 'vormt' de rivier het landschap. Het rivierenlandschap bestaat uit een breed, voornamelijk laaggelegen, hoogdynamisch winterbed. De reliëfrijke uiterwaarden bestaan voornamelijk uit graslanden, afgewisseld met enkele akkers, bosjes, bomenrijen, moerasgebiedjes en geïsoleerde oude riviertakken (strangen en geulen). Veel uiterwaarden zijn vergraven voor zand en/of kleiwinning. De doelsoorten in het Natura 2000-gebied “Rijntakken” betreffen onder andere vissoorten zoals de zeeprik, elft en zalm. Ook zijn de grote modderkruiper, kamsalamander en de bever doelsoorten in dit gebied. Broedvogels zoals onder andere de ijsvogel, zwarte stern en woudaapje en nietbroedvogels zoals de bergeend en smient zijn tevens doelsoorten voor het gebied.
Daarnaast zijn de habitattypen die in het gebied voorkomen, zoals slikkige rivieroevers, onderdeel van de instandhoudingsdoelstellingen. In de navolgende figuur 4, overgenomen uit de kaart van het Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant is wederom het aandachtsgebied omcirkeld. Ook uit deze figuur blijkt dat het plangebied niet in een beschermd gebied ligt. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het NNB is op een afstand van circa 507,0 meter ten westen van het plangebied gelegen.
Figuur 4: kaart NNB. Het plangebied en omgeving is rood omcirkeld (bron: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan)
pagina 4 van 14
documentkenmerk: 1903/304/RV-01, versie 1
Effecten beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNB. De provincie Noord-Brabant hanteert een externe werking als het gaat om NNB, indien een bestemmingsplan leidt tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In dit geval is het plangebied op een dergelijke afstand gelegen dat ervan een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNB-gebied geen sprake is. Tevens betreft het een beperkte ingreep (sloop van enkele bijgebouwen en bouw van een nieuw museum). Het meest nabijgelegen Natura 2000gebied is met circa 12,6 kilometer op relatief grote afstand gelegen. Gezien deze afstand en de beperkte aard van de ingreep valt een significant negatief effect niet te verwachten.
2.2 Soorten Aan de hand van literatuuronderzoek is informatie verzameld over het voorkomen van soorten in de directe omgeving van het plangebied. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van voornoemde zoogdierenatlas en de “Werkatlas amfibieën en reptielen van Noord-Brabant”. In de werkatlas wordt het voorkomen van soorten per kilometerhok aangeduid. In de zoogdierenatlas wordt dit aangegeven per atlasblok, met afmetingen van 5 bij 5 kilometer. Het plangebied is gelegen in kilometerhok X:163 / Y:415. Aangezien het plangebied slechts een klein gedeelte van het kilometerhok c.q. het atlasblok beslaat is het niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het plangebied. Uit gegevens van de zoogdierenatlas en de verspreidingsgegevens van NDFF blijkt dat de volgende zoogdieren of sporen van deze soorten (o.a. in braakballen) in de periode van 1989 tot 2019 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: bosmuis, ree, huisspitsmuis, laatvlieger, egel, haas, steenmarter, das, veldmuis, hermelijn, wezel, bunzing, beverrat, meervleermuis, watervleermuis, rosse vleermuis, muskusrat, konijn, ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, bruine rat, eekhoorn, mol en vos.
Uit gegevens van de Werkatlas amfibieën en reptielen blijkt dat enkel de volgende soorten in de periode van 1995 tot en met 2004 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: gewone pad, bruine kikker en groene kikker. In de periode 2000-2019 blijkt uit de gegevens van de NDFF en Ravon dat de volgende soorten zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: levendbarende hagedis, gewone pad, bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander en alpenwatersalamander.
pagina 5 van 14
documentkenmerk: 1903/304/RV-01, versie 1
3 Veldbezoek Het plangebied is op 10 april 2019 in de ochtend bezocht. Er was sprake van zonnig weer, met windkracht 3 Bft en een temperatuur van circa 5 graden Celsius. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid of afwezigheid van beschermde soorten. De te verzamelen informatie bestaat onder andere uit zicht- en geluidwaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Op basis van terreinkenmerken is voorts beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek aangezien een quickscan een momentopname betreft. Hierdoor kan slechts in beperkte mate uitsluitsel worden gegeven over de aan- of afwezigheid van soorten. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal derhalve een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd.
In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een woning met tuin, een garage en enkele bijgebouwen, waaronder een houten bijgebouw en enkele overkappingen. Er staan diverse oldtimers op het terrein. In de lengte van het plangebied zijn meerdere bomen aanwezig en in het westen van het plangebied is een smal weiland gelegen. De in bijlage 2 opgenomen foto’s geven een duidelijk beeld van de huidige situatie van het plangebied.
pagina 6 van 14
documentkenmerk: 1903/304/RV-01, versie 1
4 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde veldbezoek in relatie tot het planvoornemen.
4.1 Flora In de maand april zijn vrijwel alle planten zichtbaar. Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied echter geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Vanwege de voedselrijke omstandigheden waaruit het plangebied bestaat zijn ook geen beschermde soorten te verwachten. Beschermde soorten komen namelijk vooral voor op voedselarme, kalkhoudende grond. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.
4.2 Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het plangebied slechts voor een aantal soorten vogels geschikt is als onderdeel van het leefgebied. De aanwezige bomen en struiken kunnen dienen als broedgelegenheid. Daarnaast is het gebied geschikt als foerageergebied, echter zullen niet alle vogelsoorten van het gebied gebruik maken. Met name voor vogels die in het “stedelijk gebied” en “struwelen” voorkomen zijn binnen en rond het plangebied gunstige biotopen aanwezig. Voor bos-, weide- en watervogels zijn geen geschikte biotopen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn een vink (Fringilla coelebs), een koolmees (Parus major) en een staartmees (Aegithalos caudatus) aangetroffen in de bomen binnen het plangebied. Verder is een aantal vogels in de directe omgeving van het plangebied waargenomen, namelijk een overvliegende houtduif (Columba palumbus) en een witte kwikstaart (Motacilla alba). Zowel binnen het plangebied als in de directe omgeving daarvan zijn geen nesten aangetroffen met uitzondering van een (oud) merel nest, laag in een boom aangrenzend aan het weiland binnen het plangebied. De te slopen bijgebouwen zijn ongeschikt als jaarrond beschermde verblijfplaats voor de huismus (Passer domesticus) en gierzwaluw (Apus apus). Het dak van het houten bijgebouw is plat en (gedeeltelijk) met golfplaten bedekt.
Hieronder zijn geen geschikte ruimtes aanwezig om als verblijfplaats te kunnen dienen. Ook de overkappingen zijn ongeschikt, door de enkellaags dakbedekking waaronder geen geschikte holtes of ruimtes aanwezig zijn. Er zijn tevens geen nesten of overige sporen zoals uitwerpselen of braakballen gevonden van overige jaarrond beschermde vogelsoorten zoals de kerkuil (Tyto alba). Conclusie: een aantal vogelsoorten zal het plangebied met name benutten als foerageergebied. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen. Het plangebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soorten en het gebied kan bovendien als foerageergebied (tuin) in gebruik blijven. Wel wordt bij de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 5 omschreven werkwijze.
pagina 7 van 14
documentkenmerk: 1903/304/RV-01, versie 1
4.3 Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen exemplaren of voortplantings- en/of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd volgens de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Voor minder algemene soorten (nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld in de Wnb), zoals de das (Meles meles), is het plangebied gedeeltelijk geschikt, echter zijn er geen sporen aangetroffen van de das zoals een burcht, pootafdrukken, vraatsporen of uitwerpselen. Het plangebied kan wel als foerageergebied dienen, echter zal dit geen essentieel foerageergebied zijn. Het plangebied is ook geschikt voor kleine marterachtigen zoals de wezel (Mustela nivalis), hermelijn (Mustela erminea) en bunzing (Mustela putorius). Hiervan zijn echter ook geen sporen aangetroffen zoals holen, vraatsporen of uitwerpselen. De bunzing en hermelijn houden vooral van gebieden met oppervlaktewater. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. De sloten in het naastgelegen weiland zijn drooggevallen. De wezel heeft de voorkeur voor open, droge natuur- en cultuurlandschap met in de omgeving voldoende dekking. Binnen het plangebied zijn enkele locaties geschikt als dekking, zoals de bomenrijen binnen het plangebied. Dit is echter maar in beperkte mate geschikt voor de wezel.
Daarnaast zijn in de directe omgeving geschiktere leefgebieden aanwezig voor deze soort zoals het naastgelegen perceel. Onder de overkappingen zijn meerdere (oude) vossenuitwerpselen aangetroffen. Het plangebied kan onderdeel zijn van het leefgebied van deze soort. De vos is echter een vrijgestelde soort in Noord-Brabant met betrekking tot ruimtelijke ingrepen. In de voortuin van de woning zijn enkele molshopen aangetroffen. De mol is echter geen beschermde soort in het kader van de Wnb. In de omgeving van het plangebied zijn daarnaast voldoende alternatieven aanwezig in de vorm van tuinen, akkers en weiland om als foerageergebied te dienen voor algemeen voorkomende soorten. Ook zal het plangebied (tuin) beschikbaar blijven als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.
4.4 Vleermuizen In de bomen, aanwezig binnen en op de grens van het plangebied, zijn geen geschikte holtes of scheuren aanwezig die dienst kunnen doen als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. De te slopen bijgebouwen zijn ongeschikt als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. Het dak van het houten bijgebouw is plat en (gedeeltelijk) met golfplaten bedekt. Hieronder zijn geen geschikte ruimtes aanwezig om als verblijfplaats te kunnen dienen. De houten planken waaruit de gevels van dit bijgebouw bestaan, zijn op elkaar aangesloten waardoor vleermuizen niet erachter kunnen verblijven. Ook de overkappingen zijn ongeschikt, door de enkellaags dakbedekking waaronder geen geschikte holtes of ruimtes aanwezig zijn. Daarnaast zijn er geen sporen zoals ontlasting of vraatsporen in de vorm van vlindervleugels gevonden. De te behouden garage bevat enkele open stootvoegen in de gevels die geschikte openingen bieden tot de aanwezige spouw voor gebouwbewonende vleermuizen. De spouw kan worden gebruikt als vaste verblijfplaats. Er zijn echter meerdere obstakels aanwezig in de aanvliegruimte naar de open stootvoegen toe. Tegen de noordelijke gevel van de garage zijn meerdere
pagina 8 van 14
documentkenmerk: 1903/304/RV-01, versie 1
voorwerpen gelegen die de open stootvoegen gedeeltelijk bedekken en er staat een oldtimer voor de gevel die zorgt voor een verminderde aanvliegruimte. Hierdoor is er een verminderde ruimte om de open stootvoegen te bereiken. Er is tevens een draad gespannen vanaf de noordwestelijke hoek van de garage naar de overkapping ten westen ervan. Dit blokkeert gedeeltelijk de invliegroute naar de open stootvoegen in de westelijke gevel. Daarnaast is de garage vanaf de zuidelijke zijde minder toegankelijk door de aanwezigheid van de overkappingen en houten bijgebouw. De oostelijke zijde is echter vrij toegankelijk voor vleermuizen. Er is geen aanvullend onderzoek nodig indien de garage behouden blijft. Mocht de garage toch betrokken worden bij de plannen, door bijvoorbeeld de nieuwbouw tegen één van de gevels aan te bouwen, dient er mogelijk aanvullend onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen plaats te vinden. De noodzakelijkheid is derhalve afhankelijk van de geplande werkzaamheden. Mogelijk zal het plangebied gebruikt worden als foerageergebied door vleermuizen. Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn zoals de tuinen en de aanwezige akkers en weiland in de directe omgeving van het plangebied.
Vleermuizen maken gebruik van vliegroutes om zich te verplaatsen van verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Hiervoor worden lange, aaneengesloten bomenrijen en andere lijnvormige landschapsstructuren zoals heggen en houtwallen gebruikt. De bomen binnen het plangebied kunnen dienst doen als vliegroute, deze bomen sluiten aan op de bomen ten zuiden van het plangebied, aan de Zoggelsestraat. Echter vormen ze geen essentiële vliegroute. De westelijk gelegen bomenrij wordt namelijk halverwege onderbroken en beide bomenrijen zijn niet lang. Daarnaast zullen de bomen aan de Zoggelsestraat blijven bestaan en kunnen dus blijven dienen als vliegroute. Conclusie: de aanwezige garage is geschikt als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. Indien de garage behouden blijft en niet wordt betrokken bij de plannen is echter nader onderzoek niet benodigd. Indien dit wel het geval is, dient er mogelijk wel aanvullend onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen plaats te vinden. De noodzakelijkheid is derhalve afhankelijk van de geplande werkzaamheden. Mogelijk wordt er door vleermuizen gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden.
Indien de sloop- en bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten.
4.5 Amfibieën, reptielen en vissen Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën en reptielen aangetroffen en zijn er geen sporen van deze soortgroepen aangetroffen binnen het plangebied. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. De aanwezigheid van (beschermde) vissen kan derhalve worden uitgesloten. Eveneens is het plangebied ongeschikt voor beschermde amfibieën vanwege het ontbreken van geschikt voortplantingswater. In de directe omgeving van het plangebied komen volgens de gegevens van NDFF geen beschermde reptielen voor. Voor deze soortgroep zijn daarnaast onvoldoende geschikte biotopen aanwezig om als leefgebied te kunnen dienen.
pagina 9 van 14
documentkenmerk: 1903/304/RV-01, versie 1
Conclusie: er komen noch vissen noch beschermde soorten reptielen en amfibieën voor in het plangebied. De eventuele aanwezigheid van algemeen voorkomende soorten reptielen en amfibieën zoals bijvoorbeeld de gewone pad en bruine kikker vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.6 Ongewervelden/ overige soorten Beschermde soorten ongewervelden en overige soorten zijn niet waargenomen en ook niet te verwachten binnen het plangebied. Beschermde soorten stellen specifieke eisen aan een biotoop en gezien de afwezigheid van oppervlaktewater en de aanwezige beplanting is het plangebied voor veel soorten niet geschikt. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.
pagina 10 van 14
documentkenmerk: 1903/304/RV-01, versie 1
5 Conclusies Doel van het onderhavige onderzoek is te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving.
5.1 Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNB. De provincie Noord-Brabant hanteert een externe werking als het gaat om NNB, indien een bestemmingsplan leidt tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In dit geval is het plangebied op een dergelijke afstand gelegen dat ervan een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNB-gebied geen sprake is. Tevens betreft het een beperkte ingreep (sloop van enkele bijgebouwen en bouw van een nieuw museum). Het meest nabijgelegen Natura 2000gebied is met circa 12,6 kilometer op relatief grote afstand gelegen. Gezien deze afstand en de beperkte aard van de ingreep valt een significant negatief effect niet te verwachten.
5.2 Soorten Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen. Vogels Er zijn geen vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied. Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals sloop- en bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken.
Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels.
pagina 11 van 14
documentkenmerk: 1903/304/RV-01, versie 1
Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen De aanwezige garage is geschikt als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. Indien de garage behouden blijft en niet wordt betrokken bij de plannen is echter nader onderzoek niet benodigd. Indien de garage toch betrokken wordt bij de plannen, dient er mogelijk aanvullend onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen plaats te vinden. De noodzakelijkheid is derhalve afhankelijk van de geplande werkzaamheden. Ter nadere beoordeling dient het voorgelegd te worden aan een ecoloog. Indien nader onderzoek gedaan dient te worden naar vaste verblijfplaatsen van vleermuizen, dient het uitgevoerd te worden in de vorm van minimaal vijf veldbezoeken, waarvan drie in de periode van 15 mei tot 15 juli en twee in de periode van 15 augustus tot 1 oktober.
Een dergelijk onderzoek wordt uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2017 van Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2017). Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van weilanden en akkers en tuinen van woningen. Ook is het verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten indien de sloop- en bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen.
Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.
5.3 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen.
pagina 12 van 14
documentkenmerk: 1903/304/RV-01, versie 1
De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).
5.4 Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: •
de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;
•
om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen
•
nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk indien de garage behouden blijft en niet
•
indien de garage wel betrokken wordt bij de plannen, dient het ter nadere beoordeling
sloop- en bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd; betrokken wordt bij de plannen; voorgelegd te worden aan een ecoloog, om de noodzakelijkheid van aanvullend onderzoek naar vleermuizen te bepalen; •
nader onderzoek naar andere soorten c.q. soortgroepen is niet noodzakelijk;
•
voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft.
5.5 Advies Checklist natuurvriendelijke maatregelen Bij het ontwerp van het nieuw te bouwen pand wordt geadviseerd gebruik te maken van de checklist natuurvriendelijke maatregelen aan gebouwen van de Vogelbescherming. Diverse natuurbeschermingsinstanties en bedrijven geven hier meer informatie over. Erfbeplanting Indien er een erfbeplanting is gepland of wordt vernieuwd, adviseren wij deze met inheemse en streekeigen soorten bomen en struiken te realiseren. Informeer hiervoor bij uw provincie of gemeente.
pagina 13 van 14
documentkenmerk: 1903/304/RV-01, versie 1
6 Literatuurlijst Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016) Atlas van de Nederlandse zoogdieren - deel 12 serie Nederlandse fauna. Knnv Uitgeverij Delft, J.J.C.W. van, Schuitema, W. (2005) Werkatlas amfibieën en reptielen in Noord-Brabant. Stichting Ravon NDFF (2018) Geraadpleegd op 17 april 2019 via https://www.verspreidingsatlas.nl/ Ravon (2018) Geraadpleegd op 17 april 2019 via http://www.ravon.nl/ Zoogdiervereniging (2018) Geraadpleegd op 17 april 2019 via http://www.zoogdiervereniging.nl/
pagina 14 van 14
Concept voorstel nieuwe inrichting: 1903/304/RV-01, Zoggelsestraat 60, Heesch
Concept voorstel nieuwe inrichting, variant 1
Concept voorstel nieuwe inrichting, variant 2
pagina 1
Fotobijlage: 1903/304/RV-01, Zoggelsestraat 60, Heesch
Foto 1
Foto 2
Foto 3
pagina 1
Fotobijlage: 1903/304/RV-01, Zoggelsestraat 60, Heesch
Foto 4
Foto 5
Foto 6
pagina 2
Fotobijlage: 1903/304/RV-01, Zoggelsestraat 60, Heesch
Foto 7
Foto 8
Foto 9
pagina 3
Fotobijlage: 1903/304/RV-01, Zoggelsestraat 60, Heesch
Foto 10
Foto 11
Foto 12
pagina 4
Fotobijlage: 1903/304/RV-01, Zoggelsestraat 60, Heesch
Foto 13
Foto 14
Foto 15
pagina 5
Fotobijlage: 1903/304/RV-01, Zoggelsestraat 60, Heesch
Foto 16
Foto 17
Foto 18
pagina 6
Fotobijlage: 1903/304/RV-01, Zoggelsestraat 60, Heesch
Foto 19
Foto 20
Foto 21
pagina 7