Vast te stellen bestemmingsplan 'Zandstraat ong (naast 7), Heeswijk-Dinther' - toelichting
Tekst van het document
57
1. In ruimtelijke plannen de bestaande veiligheidssituatie zoveel mogelijk te optimaliseren en te beheren en het ontstaan van nieuwe externe veiligheidsknelpunten te vermijden. 2. Dit wordt bereikt door allereerst de signalering van EV-relevante situaties te verbeteren door het maken van een signaleringskaart. 3. De externe veiligheidsrisico’s van het transport van gevaarlijke stoffen te onderzoeken en bij ruimtelijke- of verkeersbesluiten rekening te houden met deze risico’s. Daar waar de provincie of de Rijksoverheid beheerder is van de transportassen, volgen de gemeenten de ontwikkelingen op het gebied van risicoinventarisatie en wet- en regelgeving actief. 4. Zorg te dragen voor actuele en adequate milieu-, bouw- en gebruiksvergunningen bij risicovolle bedrijven; 5. Zorg te dragen voor adequaat toezicht en handhaving van risicovolle bedrijven; 6. Optimaal voorbereid te zijn op calamiteiten en rampen bij situaties waar de externe (on-) veiligheid aanwezig is. In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening‘ (artikel 3.1 Wro) wordt ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’.
Doorwerking plan(gebied) Risicovolle inrichtingen Op basis van de Risicokaart van de provincie Noord-Brabant kan worden geconcludeerd dat in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichting ligt. Het plangebied ligt derhalve niet binnen PR-contouren en GR-invloedsgebieden van risicovolle (Bevi)inrichtingen. Het plangebied is direct gelegen aan de Zandstraat. Voor deze weg is de PR-contour 106 /jr. niet berekenbaar. Dit houdt in dat voor dit aspect geen knelpunt aanwezig is. Ook de oriënterende waarde van het groepsrisico wordt niet overschreden. Er ontstaan geen groter veiligheidsrisico en ook geen extra belemmeringen naar de omgeving toe.
Uitsnede risicokaart
58
Conclusie Gesteld kan worden dat het voorgenomen bouwplan zelf geen extern veiligheidsrisico vormt. Voor wat betreft externe veiligheid zijn er naar de omgeving toe geen belemmeringen te verwachten.
59
10. Mobiliteit; verkeer en parkeren Verkeer De ontsluiting van het plangebied vindt plaats op de Zandstraat. Deze blijft ongewijzigd ten opzichte van de huidige situatie. Na realisatie van het bouwplan zal het aantal verkeersbewegingen niet of nauwelijks toenemen ten opzichte het huidige niveau. De voorgestane ontwikkeling leidt in ieder geval niet tot een onaanvaardbare toename van de verkeersintensiteit/-druk op de Zandstraat. Parkeren Naast een goede ontsluiting streeft de gemeente Bernheze naar een goede parkeerbalans op nieuw te ontwikkelen percelen. Voor het plangebied betekent dit dat er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein gerealiseerd moet en kan worden. De parkeerbehoefte moet namelijk volledig op eigen terrein worden ingevuld.
60
11. Juridische opzet 11.1 Het bestemmingsplan als juridisch instrument Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding is aangegeven welke bestemmingen in het plan voorkomen en waarop deze betrekking hebben. De regels geven aan wat de doeleinden zijn van elke bestemming. In aansluiting hierop bevatten de regels bepalingen met betrekking tot de toegelaten bebouwing. Dit alles gerelateerd aan de desbetreffende bestemming. De regels en de verbeelding vormen samen het deel van het bestemmingsplan dat voor een ieder bindend is. De toelichting is niet bindend, maar heeft wel een belangrijke functie voor de onderbouwing van het bestemmingsplan en voor de uitleg van bestemmingen en regels. Het bestemmingsplan dient verder te voldoen aan de Wro , het Bro en de ROStandaarden 2012: • IMRO2012 (Informatie Model Ruimtelijke Ordening 2012); • SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012); • STRI2012 (Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten 2012). Het onderhavige bestemmingsplan is uitgevoerd conform de Wabo en deze standaarden.
11.2 Systematiek van de regels De Wet ruimtelijke ordening bepaalt een drietal zaken met betrekking tot de opzet en inrichting van de bestemmingsplanregels, te weten: • de digitale raadpleegbaarheid; • de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen2012; De regels zijn volgens de SVPB2012 in vier hoofdstukken als volgt opgesteld: 1. inleidende regels; 2. bestemmingsregels; 3. algemene regels; 4. overgangs- en slotregels. De structuur van het plan is zodanig dat de verbeelding de primaire informatie geeft over waar en hoe gebouwd mag worden. Bij het raadplegen van het bestemmingsplan dient dan ook eerst naar de verbeelding gekeken te worden. Vervolgens kan men in de regels teruglezen welk gebruik en welke bouwmogelijkheden zijn toegestaan. Op de verbeelding zijn de volgende zaken aangegeven: • de bestemmingen van de in het plangebied gelegen gronden; • de grens van het plangebied; • de aanduidingen.
61
12. Uitvoeringsaspecten 12.1 Economische uitvoerbaarheid Exploitatie Behoudens kosten voor ambtelijke voorbereiding en begeleiding zijn er voor de uitvoerbaarheid van de voorgestane ontwikkeling geen andere kosten voor de gemeente in de exploitatiesfeer. De ontwikkeling bevindt zich op eigen terrein van de initiatiefnemer en komt buiten de directe invloedssfeer van de gemeente tot stand. Alle kosten verbonden aan de realisatie van het plan komen voor rekening van de initiatiefnemer. Planschade Om de economische uitvoerbaarheid te waarborgen, dient inzicht te worden verkregen of in onderhavige situatie sprake is van planschade. Eventuele tegemoetkomingen in de planschade die uit het bestemmingsplan voortvloeien, zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Het voorliggende bestemmingsplan bevat de kaders waarbinnen de gewenste (plan-)ontwikkeling in het plangebied kan plaatsvinden. De initiatiefnemer kan binnen de stedenbouwkundige en planologische randvoorwaarden zijn (bouw)plan en een bijbehorende exploitatieopzetten uitwerken, waarbij het exploitatierisico geheel bij de initiatiefnemer ligt. De realisatie- en beheerskosten van de uit te werken inrichtings- en bouwplannen zijn voor rekening van de initiatiefnemer.
12.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures tot en met de vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wet geregeld. Aangegeven is dat in eerste instantie tussen gemeente en verschillende instanties, waar nodig, overleg over het plan moet worden gevoerd, alvorens het ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Het ontwerpplan heeft niet geleid tot zienswijzen. Derhalve kan het bestemmingsplan ongewijzigd worden vastgesteld.
62
13. Slotconclusie In dit bestemmingsplan is nadrukkelijk aandacht besteed aan de ruimtelijke, stedenbouwkundige en milieu-hygiënische effecten van het plan. Gemotiveerd is dat het plan zich verhoudt, zowel in negatieve als positieve zin, tot de aanwezige functies en waarden in het plangebied en de directe omgeving ervan. Naast het ruimtelijk-planologische beleid en de stedenbouwkundige toets zijn alle ruimtelijke en milieukundige deelaspecten onderzocht. Aan de volgende algemene voorwaarden voor een bestemmingsplan is voldaan: 1. het motiveren van de wijziging van de geldende bestemming middels het opstellen van onderliggend bestemmingsplan; 2. het met een bestemmingsplan aantonen van de ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieuhygiënische aanvaardbaarheid; Daarnaast gelden er randvoorwaarden voor de oprichting van een Ruimte-voor-Ruimte woningen in het buitengebied en heeft gemeente Bernheze enkele randvoorwaarden gesteld voor de oprichting van woningen.
Onderstaand zijn deze randvoorwaarden nogmaals opgesomd en is kort aangegeven op welke manier het planvoornemen aansluit op deze gestelde randvoorwaarden: • het een vrijstaande en grondgebonden woning betreft op een vrije kavel; plan voldoet hieraan • de nieuwe woning direct ontsluit op bestaande wegen; plan voldoet hieraan: het betreft de Zandstraat • de nieuwe woning er niet voor zorgt dat de kernrandzone dichtslibt; plan voldoet hieraan: solitaire woning in rustig buitengebied • de eventueel aanwezige doorzichten c.q. zichtlijnen zo goed als redelijkerwijs mogelijk behouden moeten blijven; plan voldoet hieraan: in vergelijking met de bestaande situatie is er een afname van bebouwd oppervlak • de nieuwe woning op een vrij gelegen kavel wordt gerealiseerd. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de frontbreedte minimaal 30 meter is, direct aan het bebouwingslint gemeten vanaf de belendende bestaande eigendommen. Op basis van stedenbouwkundige argumenten kan hier gemotiveerd met circa 10% van worden afgeweken; plan voldoet hieraan. In hoofdstuk 3 is het plan uitgebreid omschreven, waarbij duidelijk rekening is gehouden met deze voorwaarde • de nieuwe woning geen seriematige bouw kent, maar zich kenmerkt door individuele bouw. plan voldoet hieraan. In hoofdstuk 3 is het plan uitgebreid omschreven, waarbij duidelijk rekening is gehouden met deze voorwaarde • •
Er mag maximaal één ruimte-voor-ruimte woning worden gebouwd; plan voldoet hieraan. De ruimte-voor-ruimte woning dient gerealiseerd te worden ter plaatse van de te slopen stallen. Conform ontwerp principeverzoek en dus niet ter plaatse van de optionele, gewenste tweede woning;
63
• • • • •
•
plan voldoet hieraan. De nieuwe voorgevelrooilijn mag niet dichter bij de weg komen te liggen dan de huidige voorgevelrooilijn van de stallen plan voldoet hieraan. Zie hoofdstuk 3 De afstand van de ruimte-voor-ruimte woning tot de linkse zijdelingse perceelgrens bedraagt minimaal 15 meter; plan voldoet hieraan. Zie hoofdstuk 3 De woning dient uitgevoerd te worden als één laag met een kap met bijbehorende goothoogte van 3,5 meter en een bouwhoogte van 8 meter; plan voldoet hieraan. Zie hoofdstuk 3 In de voorgestelde verkaveling en bouwmassa’s gelden de inpandige berging en garage als voorwaarde. Er mogen geen extra bijgebouwen worden gerealiseerd; plan voldoet hieraan. Zie hoofdstuk 3 De locatie en vormgeving van de inrit dient met het oog op behoud van de groenstructuur zorgvuldig ontworpen te worden, de laanbomen aan de Zandstraat mogen niet aangetast worden; plan voldoet hieraan. Zie hoofdstuk 3 Er dienen minimaal twee parkeerplaatsen te worden gerealiseerd op eigen terrein. plan voldoet hieraan. Zie hoofdstuk 3
Met dit bestemmingsplan is thans een planologische en juridische basis gelegd om de noodzakelijke omgevingsvergunning(en) te kunnen verlenen en daarmee het onderliggende bouwplan te kunnen realiseren.
64