CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Vast te stellen bestemmingsplan 'Graafsebaan 35, Heesch' - Toelichting

Commissie Ruimtelijke Zaken 28 april 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Graafsebaan 35, Heesch'18.865 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.9 Geurhinder Toetsingskader Het toetsingskader voor het geuronderzoek wordt gevormd door de Wet geurhinder en veehouderij. Het bevoegd gezag, de gemeenteraad van Bernheze, heeft aanvullend een geurverordening en een beleidsregel opgesteld. Voor het plan moet worden bepaald of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Hiertoe moeten de gevolgen van een project voor zowel het recht van de bestaande veehouderijen als de milieukwaliteit van de toekomstige woning middels een geuronderzoek inzichtelijk worden gemaakt. Van belang is dat de (toekomstige) bedrijfsvoeringen van de bestaande veehouderijen door de realisatie van een geurgevoelig object niet worden beperkt. Beoordeling Het plan ligt in de kern van Heesch. Veehouderijen in de omgeving zijn op dermate afstand gelegen dat geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 75 ROC.P2019.329.T

Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

4.10 Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen In de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) is een stappenplan opgenomen om te beoordelen of er knelpunten worden gevonden voor een bestemmingsplan en of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is Dit stappenplan is voor het te realiseren plan doorlopen. Getoetst is aan het stappenplan zoals opgenomen is in de handreiking. Stap 1: endotoxine richtafstand Hieruit blijkt dat het plan niet ligt binnen een afstand van 250 meter van een intensieve veehouderij, of 1000 meter van een pluimveehouderij of 2000 meter van een geitenhouderij. Stap 2: Emissies Geen toename van emissies. Stap 3a: Toetsing aan wettelijk geurkader De voorgrondbelasting is minder dan 5 ouE/m3 en de achtergrondbelasting is minder dan 10 ouE/m3. Binnen 100 meter van het plan ligt geen veehouderij zonder vastgestelde geuremissies. Stap 3b: Toetsing aan goed woon- en leefklimaat geurkader De voorgrondbelasting is minder dan 2 ouE/m3 en de achtergrondbelasting is minder dan 5 ouE/m3. Binnen 100 meter van het plan ligt geen veehouderij zonder vastgestelde geuremissies. Stap 4: meerdere diersoorten binnen veehouderij Binnen één veehouderij zijn geen meerdere diersoorten aanwezig.

Stap 5: Afstanden tot veehouderijen Hieruit blijkt dat het plan niet ligt binnen een afstand van 250 meter van een intensieve veehouderij, of 2000 meter van een geitenhouderij.

76 ROC.P2019.329.T

(Op basis van de coördinaten, zoals opgenomen in de Wet BVB) blijkt dat de noordelijke woning op 991 meter vanaf de pluimveehouderij Vorstengraflaan 1b in Oss komt te liggen. Deze veehouderij ligt ten noordoosten van de woning. Hoewel de woning binnen de cirkel van 1000 rondom de veehouderij ligt, kan het bevoegd gezag dit acceptabel achten, daar de woning ten zuidwesten van de veehouderij ligt (minder voorkomende windrichting) en dat de woning in de bebouwde kom van Heesch komt te liggen. Stap 6: Mestbe- of verwerking Er is geen mestbe- of verwerking in de nabijheid Stap 7 Ongerustheid omwonenden Bij de bewoners en andere omwonenden is er geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Conclusie Na het doorlopen van het stappenplan kan worden geconcludeerd dat er geen advies opgevraagd hoeft te worden bij de GGD. Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

4.11 Spuitzones gewasbescherming Drift van gewasbeschermingsmiddelen (het verplaatsen van spuitvloeistof ten gevolge van luchtstromen) vindt plaats bij land- en tuinbouw. Voor de bescherming van gevoelige functies bestaat geen wettelijk kader, maar wordt een zogenaamde spuitzone van 50 meter rondom fruitteelt en akkerbouw gehanteerd. Bij fruitteelt komt er aanzienlijk meer drift vrij dan bij akkerbouw of lage bomenteelt7. Dit komt doordat de bomen bij fruitteelt vaak opwaarts en zijwaarts bespoten worden. Bij akkerbouw zijn de spuiten meer omlaag gericht en hebben de beschermingsmiddelen minder kans om zich door de lucht te verspreiden. Hierdoor is het vooral belangrijk om afstand te bewaren tussen gevoelige objecten en boomgaarden. Conclusie In een straal van 50 meter van het plangebied zijn geen fruitboomgaarden, of andere gewassen waar gewasbescherming noodzakelijk is, aanwezig. Met betrekking tot de drift van gewasbeschermingsmiddelen wordt verondersteld dat er geen belemmeringen gelden voor het plan.

4.12 Hoogspanningslijnen Sinds 2005 hanteert de Nederlandse overheid een aanvullend advies voor bovengrondse hoogspanningslijnen. Bij de planning van nieuwe hoogspanningslijnen adviseert de overheid 77 ROC.P2019.329.T

om, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen dat kinderen langdurig blootgesteld worden aan magneetvelden die gemiddeld over een jaar sterker zijn dan 0,4 microtesla. Hetzelfde geldt voor de planning van nieuwe woningen, scholen en kinderopvangplaatsen bij bestaande hoogspanningslijnen. De aanleiding hiervoor is dat in wetenschappelijk onderzoek aanwijzingen zijn gevonden dat er rond bovengrondse hoogspanningslijnen mogelijk een verhoogde kans op kinderleukemie is als de blootstelling over langere tijd gemiddeld boven de 0,4 microtesla uitkomt. In april 2018 gaf de Gezondheidsraad de staatsecretaris in overweging om het voorzorgbeleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uit te breiden naar ondergrondse kabels en andere bronnen van langdurige blootstelling aan magneetvelden uit het elektriciteitsnetwerk. In een kabinetsreactie op deze overweging werd aangekondigd dat het huidige voorzorgbeleid voor hoogspanningslijnen zal worden geëvalueerd. Ook zullen de betrokken ministeries gaan verkennen welke maatregelen denkbaar zijn voor een verbreding van het voorzorgbeleid en welke maatschappelijke en ruimtelijke gevolgen dit kan hebben. Conclusie Op circa 1,7 kilometer ten oosten van het plangebied loopt een 150 kV-tracé. Er zal geen invloed zijn van magnetische velden van de hoogspanningsleiding naar het plangebied.

4.13 M.e.r.-beoordeling Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro, zijn ook alle overige aspecten zoals benoemd in de Wet Milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening getoetst aan het Besluit m.e.r. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. (HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 – Commissie vs. Nederland) Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen me.r.-(beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een MER nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden.

78 ROC.P2019.329.T

Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. Het plan voorziet in de bestemmingswijziging ten behoeve van de realisatie van twee woningen. De ontwikkeling hoeft niet getoetst te worden aan activiteit D 11.2 uit de Bijlage bij het Besluit m.e.r. Deze activiteit betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject. In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Uit het onderhavige hoofdstuk, waaraan de resultaten van de toetsing juncto art. 3.1.6 Bro worden weergegeven, blijkt dat het plangebied niet ligt in of nabij een gebied dat beschermd wordt ten gevolge van de natuurwaarden.

Het ontwikkelingsgericht deel van plan ligt niet in de directe nabijheid van de Ecologische Hoofdstructuur, een Vogel- of Habitatrichtlijngebied en overig beschermd natuurgebied (Natura 2000). Op basis van de in het kader van het onderhavige plan uitgevoerde onderzoeken blijkt dat van externe werking op een Natura 2000 gebied geen sprake kan zijn. Het plangebied behoort niet tot een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Ook behoort het plangebied niet tot een gebied waarbinnen een Rijksmonument ligt. Het plangebied is eveneens niet gelegen in een Bèlvéderegebied. In dit hoofdstuk zijn tevens de verschillende milieueffecten beschouwd, zoals geluid en luchtkwaliteit. Hieruit blijkt dat er geen sprake zal zijn van nadelige milieugevolgen. Conclusie Zoals beschreven in de voorafgaande alinea’s zijn er geen 'belangrijke nadelige milieugevolgen’ te verwachten en daarom wordt een m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk geacht.

79 ROC.P2019.329.T

HOOFDSTUK 5 JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING 5.1 Inleiding Een bestemmingsplan is een zogenaamd bindend plan. Dat wil zeggen dat het bindend is voor zowel de overheid als voor de burgers. Regels (voorschriften) en verbeelding (de plankaart) zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De toelichting is niet juridisch bindend, maar moet zoals de naam al zegt worden gezien als een nadere toelichting op de regels en de verbeelding. Bovendien geeft het inzicht in de afweging die tot het bepalen van de bestemmingen heeft geleid.

5.2 Toelichting verbeelding De verbeelding is getekend op een kadastrale ondergrond, schaal 1:1.000. Op de verbeelding is een aantal bestemmingen (Wonen, Tuin-2, Waarde-Archeologie 1, 2 en 3) en aanduidingen (Bouwvlak, bouwaanduiding ‘vrijstaand’, bouwaanduidingen “geen vrijstaande bijgebouwen en erfafscheidingen toegestaan”, specifieke bouwaanduiding “voorwaardelijke verplichting 1” en maatvoeringen) opgenomen.

5.3 Toelichting regels De planregels zijn verdeeld in vier hoofdstukken. • Hoofdstuk 1 geeft de inleidende regels met de begrippen en de wijze van meten. • In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsplanregels weergegeven. In dit hoofdstuk worden de op de verbeelding opgenomen bestemmingen geregeld. • In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen waaronder de antidubbeltelbepaling en algemene regels voor afwijken bij omgevingsvergunning. • In hoofdstuk 4 zijn de overgangsregels en is de slotregel opgenomen. Een bestemmingsartikel is als volgt opgebouwd: - Bestemmingsomschrijving - Bouwregels - Nadere eisen - Afwijking van de bouwregels - Specifieke gebruiksregels - Afwijking van de gebruiksregels

80 ROC.P2019.329.T

-

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Wijzigingsbevoegdheden

5.4 Toelichting bestemmingen 5.4.1 Wonen en Tuin-2 De bestemmingen Wonen en Tuin-2 zijn toegekend aan het plangebied met de daarbij behorende tuin en erf. Hierbij is aangegeven dat een woningtype ‘vrijstaand’ is toegestaan. Aan huis verbonden beroepen zijn ook toegestaan. In de bouwregels wordt een onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouw, bijgebouwen en carports. Deze begrippen worden nader omschreven in artikel 1 Begrippen. Het hoofdgebouw moet worden gebouwd binnen het bouwvlak. De bijgebouwen mogen ook daarbuiten staan, maar moeten wel voldoen aan diverse situeringseisen. Ook zijn diverse hoogte- en oppervlaktematen voorgeschreven. Binnen de bestemming Wonen en Tuin-2 is een bouwaanduiding opgenomen waarbinnen geen vrijstaande bijgebouwen en erfafscheidingen zijn toegestaan. Voor de noordelijke woning is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor akoestiek wegverkeer.

5.4.2 Waarde Archeologie 1, 2 en 3 De dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 1, 2 en 3 dienen ter bescherming van archeologische waarden. Voor deze gronden geldt een onderzoeksplicht. Tevens is er een vergunningstelsel gekoppeld aan deze dubbelbestemming.

81 ROC.P2019.329.T

HOOFDSTUK 6 UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid De realisering van onderhavige bouwlocatie is een particulier initiatief. De aanleg en de exploitatie ervan, zullen voor de gemeente Bernheze geen negatieve financiële gevolgen hebben. De kosten van het plan komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. De initiatiefnemers zijn zich ervan bewust dat alle kosten die gemaakt worden in of ten behoeve van de procedure en de uitvoering voor rekening van de initiatiefnemers komen. Dit betreft onder meer de kosten voor de benodigde onderzoeken, de kosten voor het opstellen het bestemmingsplan en de legeskosten die voldaan dienen te worden. Met de initiatiefnemers zal een anterieure overeenkomst worden gesloten, waarbinnen ook het verhaal van eventuele planschade wordt meegenomen. Eventuele kosten als gevolg van aanpassingen in het openbaar gebied zullen derhalve via de anterieure overeenkomst worden verrekend. Conclusie Het plan is financieel uitvoerbaar.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan zal de wettelijke procedure doorlopen en conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt.

82 ROC.P2019.329.T

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=fc7462f3-2080-417c-90e3-bc92b77c9401