Vast te stellen bestemmingsplan CPO Balledonk - Toelichting
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN ‘CPO Seniorenwoningen Balledonk’
TOELICHTING 28 JANUARI 2021 STATUS: VASTGESTELD
Gemeente Bernheze Bestemmingsplan ‘CPO Seniorenwoningen Balledonk’
Gegevens opdrachtgever Naam
: Samen bouwen in Heeswijk-Dinther
Adres
: Aerdenburgh 4
Postcode
: 5473 HA
Plaats
: Heeswijk-Dinther
Gegevens adviesbureau Naam
: Pittiger in planologie
Contactpersoon
: Nikol van de Goor
Adres
: Verwestraat 32
Postcode
: 5491 BZ
Plaats
: Sint Oedenrode
Telefoon
: 06-19743337
: nikol@pittiger.com
Internet
: www.pittiger.com
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding............................................................................................................................................. 4 1.1 Aanleiding ....................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging en begrenzing .................................................................................................................... 6 1.3 Vigerend bestemmingsplan........................................................................................................... 8
2
Planbeschrijving ............................................................................................................................... 10 2.1 Toekomstige situatie .................................................................................................................... 10 2.2 Stedenbouw ................................................................................................................................. 10 2.3 Verkeer en parkeren .................................................................................................................... 11
3
Beleidskader .................................................................................................................................... 12 3.1 Rijksbeleid .................................................................................................................................... 12 3.2 Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 13 3.3 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 17
4.
Milieuhygiënische aspecten............................................................................................................ 19 4.1 Algemeen ..................................................................................................................................... 20 4.2 Akoestiek ...................................................................................................................................... 20 4.3 Archeologie en cultuurhistorie..................................................................................................... 21 4.4 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................................ 27 4.5 Bodem .......................................................................................................................................... 29 4.6 Externe Veiligheid ........................................................................................................................ 29 4.7 Natuur .......................................................................................................................................... 34 4.8 Kabels en leidingen ......................................................................................................................
36 4.9 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................... 36 4.10 Water .......................................................................................................................................... 39
5
4.11
Geur ........................................................................................................................................ 42
4.12
Milieueffectrapportage (M.e.r.) ............................................................................................ 43
4.13
Volksgezondheid .................................................................................................................... 45
4.14
Straling ................................................................................................................................... 46
Toelichting, verbeelding en regels................................................................................................... 48 5.1 Algemeen ..................................................................................................................................... 48 5.2 Toelichting op de regels ............................................................................................................... 48
6
Uitvoeringsaspecten ........................................................................................................................ 49 6.1 Economische haalbaarheid .......................................................................................................... 49
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
3
6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid ................................................................................. 49 7
Bijlagen ............................................................................................................................................ 50
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
4
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Aan het einde van het doodlopende gedeelte van het Balledonk (in de buurt van de Jumbo) in Heeswijk-Dinther is een grotendeels bebost terrein van ca. 2650 m2 gelegen. Dit terrein is in eigendom van de gemeente Bernheze, die dit ooit aangekocht heeft t.b.v. het realiseren van een parkeerplaats voor de Jumbo. Nu dit niet aan de orde is, heeft zij besloten de gronden te verkopen voor een in collectief particulier opdrachtgeverschap te realiseren woningbouwproject voor senioren ‘Samen Bouwen in Heeswijk-Dinther’. Samen Bouwen in Heeswijk-Dinther wil hier zes patiowoningen ontwikkelen. De huidige bestemming ‘Verkeer’ (overwegend) alsook een kleine strook met de bestemming ‘Wonen’ laat de realisatie van het project niet toe. Door de initiatiefnemers van het CPOproject is daarom bij de gemeente Bernheze een principeverzoek ingediend. Op 12 maart 2019 heeft het college besloten in principe medewerking te willen verlenen aan het initiatief. Hieraan zijn wel enkele voorwaarden verbonden, namelijk: 1. inzicht dient verkregen te worden in de belemmeringen vanuit het LPG-vulpunt; 2. de bestaande laanbeplanting dient behouden te blijven; 3. de te vervallen parkeerplaatsen worden gecompenseerd.
Daarnaast is door de gemeente aangegeven dat het doorlopen van een bestemmingsplanprocedure noodzakelijk is om de vigerende bestemming te wijzigen en de plannen te kunnen realiseren. Dit bestemmingsplan voorziet in deze bestemmingswijziging. De locatie is kadastraal bekend gemeente Bernheze, sectie C, nummers 5855 (340 m2) en 5660 (2310 m2). Zie hieronder een uitsnede van de kadastrale kaart. Ter hoogte van de planlocatie is een blauw pijltje zichtbaar.
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
5
Hieronder is een foto opgenomen, waarop zichtbaar is hoe het plangebied er nu uitziet.
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
6
1.2 Ligging en begrenzing Heeswijk-Dinther In 1994 ging de gemeente Heeswijk-Dinther, welke uit de dorpen Heeswijk en Dinther bestond, op in de huidige gemeente Bernheze. Op de brede dekzandrug van de oeverwal die tussen de beekdalen van de Aa en de Leijgraaf is gelegen, zijn twee kernen (Heeswijk en Dinther) ontstaan te midden van een complex van akkers en weilanden. Door uitbreiding van de bebouwing op aangrenzende akkers zijn de kernen Heeswijk en Dinther aan elkaar gegroeid. De ruimtelijke structuur wordt bepaald door de aaneengesloten lintbebouwing van de voormalige kernen, parallel aan het dal van de Aa. Na de samenvoeging van beide kernen is tussen Heeswijk en Dinther, rondom Plein 1969, een nieuw dorpscentrum met winkels en voorzieningen gerealiseerd. De centrale ruimtes van de vroegere dorpen (met karakteristieke open ruimtes en monumentale bomen) zijn, net als de historische lintstructuur, nog herkenbaar aanwezig. Uitbreidingen van de kern liggen met name aan de noordzijde van de oorspronkelijke lintbebouwing. Aan de oostzijde van de kern ligt een klein bedrijventerrein, dat qua maat en schaal goed bij de kern past. HeeswijkDinther heeft aan de noordzijde van de kern, richting de Leijgraaf, een kleinschalige dorpsrand met waterlopen, bomenrijen en bosjes. Aan de zuidzijde, richting de Aa, is sprake van een meer transparante overgang tussen het dorp en het beekdal.
De laanbeplanting langs de Hoofdstraat is op enkele plaatsen onderbroken. Enkele oude wegen verbinden, met veelal restanten van laanbeplanting, de historische centra met het buitengebied. In Heeswijk vormt de abdij met bijbehorende lanen een karakteristiek element in de groenstructuur. De monumentale beplanting rond de abdij staat niet in relatie met de groenstructuur van Dinther en langs de Hoofdstraat. De dorpsranden zijn over het algemeen zacht te noemen, met uitzondering van de harde rand langs de uitbreiding aan de noordzijde van de kern. In Heeswijk-Dinther hebben de oude linten een cultuurhistorische waarde. Daarnaast zijn de Abdij van Berne en diverse historische groenstructuren aan te merken als waardevol. Het plangebied Het plangebied bevindt zich aan het Balledonk in Heeswijk-Dinther. De locatie is gelegen in het voormalige ‘Heeswijk’. Het plangebied is met name bestempeld voor de functie ‘Verkeer’, maar wordt daarvoor (als zijnde behoorlijk bebost gebied) niet gebruikt. Hieronder is het plangebied met groene arcering op de kadastrale kaart globaal weergegeven.
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
7
1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘De Kommen van Bernheze’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Bernheze d.d. 1 juni 2011. Het bestemmingsplan is inmiddels onherroepelijk in werking getreden. Het plangebied heeft hierin voor het grootste gedeelte de bestemming ‘Verkeer’ en een kleine strook heeft de bestemming ‘Wonen’. Ter plaatse van de verkeersbestemming zijn wegen en straten, wandel- en fietspaden, parkeer-, groen- en speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Ter plaatse van de woonbestemming is geen sprake van een bouwvlak. Wel zijn aan- en bijgebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven toegestaan. Verder is er nog een dubbelbestemming in het kader van de bescherming van archeologische waarden van toepassing: ‘Waarde – archeologie 2’. Dit betekent dat zonder nader archeologisch onderzoek niet meer dan 250m2 en dieper dan 40 cm geroerd mag worden. Hieronder is een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan ter hoogte van het plangebied weergegeven. Zie het blauwe pijltje voor de locatie.
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
8
Duidelijk is dat onderhavige ontwikkeling op basis van het vigerende bestemmingsplan niet gerealiseerd kan worden, maar dat eerst een bestemmingsplanprocedure doorlopen moet worden. Onderhavig bestemmingsplan is daartoe opgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat en hoe voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening.
1.4 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bevat 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de toekomstige situatie meer gedetailleerd uiteengezet. In de hoofdstukken 3 en 4 komen het beleid en de randvoorwaarden die in acht moeten worden genomen aan bod. Hoofdstuk 5 gaat in op de systematiek van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 bevat de uitvoeringsaspecten (haalbaarheid).
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
9
2 Planbeschrijving 2.1 Toekomstige situatie Aan het einde van het doodlopende gedeelte van het Balledonk (in de buurt van de Jumbo) in Heeswijk-Dinther is een grotendeels bebost terrein van ca. 2640 m2 gelegen. Dit terrein is in eigendom van de gemeente Bernheze, die dit ooit aangekocht heeft t.b.v. het realiseren van een parkeerplaats voor de Jumbo. Nu dit niet aan de orde is, heeft zij besloten de gronden te verkopen voor een in collectief particulier opdrachtgeverschap te realiseren woningbouwproject voor senioren ‘Samen Bouwen in Heeswijk-Dinther’. Samen Bouwen in Heeswijk-Dinther wil hier zes patio’s ontwikkelen. Het gaat om 6 aaneengesloten woningen (patio’s) die bestaan uit één bouwlaag of één bouwlaag met kap. Hieronder is de plattegrond van de toekomstige situatie opgenomen. Het gele gedeelte betreft de gezamenlijke verkeersruimte voor het initiatief alsmede de 3 te compenseren parkeerplaatsen die vervallen bij de herinrichting van het gebied.
2.2 Stedenbouw Aan het doodlopende gedeelte van het Balledonk (achter de Jumbo) is sprake van moderne vrijstaande woningen die over het algemeen genomen voorzien zijn van een platte kap. Deze uitstraling wordt voortgezet richting het einde van het Balledonk. Waar het initiatief gaat zorgen voor een afronding van het Balledonk in de vorm van wonen rondom een hof.
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
10
Het toevoegen van een zestal patiowoningen die in uitstraling en architectuur aansluiting vinden bij de meer moderne woningen aan dit gedeelte van het Balledonk en zorgen voor een afronding ervan wordt als zeer passend ervaren. Het straatbeeld van het Balledonk wordt doorgetrokken naar dit plan. Dat betekent dat de bomenrij en parkeerplaatsen zich aan de zuidzijde van de straat bevinden.
2.3 Verkeer en parkeren Verkeer Het plangebied is gelegen aan het einde van het doodlopende gedeelte van het Balledonk. Los van de verkeersruimte (het erf en de toegang tot het project) ten behoeve van de nieuwe patiowoningen hoeft voor het initiatief geen nieuwe weg aangelegd te worden. Het project wordt ontsloten/ aangetakt aan het einde van het doodlopende gedeelte van het Balledonk. De huidige ontsluiting van het plangebied is als redelijk goed te beschouwen, vanuit het plangebied kan men via het Balledonk redelijk snel via de Hoevendaal naar de Hoofdstraat en Sint Servatiusstraat. Eventueel kan in geval van calamiteiten ook via het parkeerterrein van de Jumbo naar de Hoofdstraat en Sint Servatiusstraat bewogen worden. De beoogde planontwikkeling in onderhavig plangebied heeft weinig effect op de verkeersbewegingen. Er is sprake van een lichte toename. Het gaat in de nieuwe situatie om 48 extra verkeersbewegingen per dag. De reeds aanwezige infrastructuur kan dit prima afwikkelen. Het wegprofiel is afdoende. Parkeren Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid (9 juli 2015) en de daarbij behorende parkeernormen geldt voor onderhavige ontwikkeling (meerpersoonswoning > 60m2) een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen voor auto’s per woning. Daarnaast vervallen door het initiatief 3 parkeerplaatsen die gecompenseerd moeten worden.
In totaal moeten 15 parkeerplaatsen worden gerealiseerd, waarvan in ieder geval 3 openbaar toegankelijk. Hiermee is in het ontwerp van het project rekening gehouden. In totaal worden 15 parkeerplaatsen gerealiseerd: 7 op toekomstig eigen terrein (één parkeerplaats bij iedere woning en bij één woning 2 parkeerplaatsen) en 8 in het openbare gebied. De parkeerplaatsen krijgen een afmeting van minimaal 2,5 x 5 meter (conform CROW). Voor fietsparkeren bij woningen geldt een specifieke norm van 1 fietsparkeerplaats per kamer. Bij iedere woningen is voldoende ruimte voor het parkeren van in ieder geval 4 fietsen in de berging. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat v.w.b. zowel auto- als fietsparkeren voldaan wordt aan het gemeentelijk parkeerbeleid.
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
11
3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, volgt de Nota Ruimte op. Het Rijk heeft de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) op 14 maart 2012 vastgesteld, met het daarbij behorende Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Met de SVIR heeft het Rijk een andere sturingsfilosofie vastgesteld, waarbij zij zich scherper dan voorheen richt op de nationale belangen. In deze structuurvisie, die diverse rijksnota’s vervangt, staan de plannen van het Rijk voor ruimte en mobiliteit. Er wordt aangegeven in welke infrastructuurprojecten het Rijk de komende tijd wil investeren en op welke wijze de bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. Onder het motto ‘Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig’ streeft het kabinet tot 2028 (middellange termijn) naar de volgende drie hoofddoelstellingen: 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. Het verbeteren, in standhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3.
Het waarborgen van een leefbare en veilige leefomgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie Rijksdoelen worden door het Rijk 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Om de 13 nationale belangen door te laten werken in ruimtelijke plannen van lagere overheden zijn naast de SVIR het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2014) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro, 2014) in werking getreden. Ten aanzien van het projectgebied geldt dat de ontwikkeling geen specifieke betrekking heeft op de nationale belangen die in de SVIR, het Barro en/ of Rarro worden genoemd.
3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken moeten worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, de laddertoets.
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
12
De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Vervolgens moet de behoefte aan de ontwikkeling worden gemotiveerd. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt o.b.v. jurisprudentie dat vanaf 12 woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
In onderhavige situatie gaat het om de toevoeging van zes nieuwe woningen. Dit betekent dat het initiatief geen stedelijke ontwikkeling is zoals is bedoeld in het Bro. Om die reden hoeft de behoefte en invulling ervan – in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking - niet nader gemotiveerd te worden. Met dit bestemmingsplan wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
13
energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Onderhavig plan is niet in strijd met de Omgevingsvisie Noord-Brabant. De beleidsdoelstellingen vanuit de Omgevingsvisie Noord-Brabant worden nader uitgewerkt in een provinciale ruimtelijke verordening die instructieregels voor gemeenten bevat. Na 1 januari 2021 zal die verordening tegelijkertijd met de Omgevingsvisie in werking treden. Tot die tijd geldt de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 en de daaruit voortgevloeide Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant waaraan gemeenten zich moeten houden. Hieronder wordt op beide instrumenten nader ingegaan.
3.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben in hun vergadering van 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie RO 2010 vastgesteld. De provincie geeft in de structuurvisie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Deze partiële herziening richt zich alleen op het verwerken van besluitvorming die op provinciaal niveau al heeft plaatsgehad. De grootste wijzigingen ten opzichte van de vigerende provinciale structuurvisie hebben te maken met ‘De transitie van stad en platteland, een nieuwe koers’ en met ‘Brabant als onderdeel van de top van de Europese kennis- en innovatieregio’. De provincie wil, meer dan voorheen, het denken en handelen van burgers en ondernemers vertrekpunt laten zijn voor ontwikkelingen. De overheid stuurt daarbij vanuit een heldere visie op randvoorwaarden, die burgers, ondernemers en hun organisaties invullen en realiseren. Maatschappelijke participatie wordt de focus, de overheid neemt het oplossen van maatschappelijke problemen niet over, maar ondersteunt deze. De provincie daagt burgers en ondernemers uit om bij te dragen aan een vitaal Brabant.
Een onderdeel hiervan is de transitie naar een zorgvuldige veehouderij. Voor een top kennis- en innovatieregio op Europees niveau is onder andere een sterke agglomeratiekracht nodig. De provincie wil zich daarom meer gaan richten op het versterken van het stedelijk netwerk in Brabant (samen met alle overige betrokken partijen). Verder bevat de nieuwe structuurvisie zaken die de voormalige structuurvisie ook al bevatte. Zo geeft de
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
14
provincie Noord-Brabant in haar structuurvisie nog steeds de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid weer, is de visie bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie en biedt het een basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt. De visie geeft een ruimtelijke vertaling van de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieuen natuurbeleid. Er wordt aandacht besteed aan zaken zoals concentratie van verstedelijking, zuinig ruimtegebruik, verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en aaneengeschakelde natuurgebieden en de concentratiegebieden voor glastuinbouw en intensieve veehouderijen. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het aspect ‘concentratie van verstedelijking’ en ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ doordat binnenstedelijk wordt ontwikkeld in plaats van buitenstedelijk. De beleidsdoelstellingen vanuit de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 zijn nader uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierin zijn regels gesteld waaraan gemeenten zich moeten houden bij het opstellen van bestemmingsplannen. In de paragraaf hierna wordt onderhavig initiatief aan de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant getoetst.
3.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Het beleid zoals opgenomen in de Structuurvisie ruimtelijke ordening NoordBrabant is door de provincie Noord-Brabant vertaald in een provinciale planologische verordening. Een instrument waarmee provincies regels stellen waaraan gemeenten zich moeten houden bij het ontwikkelen van onder andere bestemmingsplannen. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waaraan ze toe zijn. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant regelt diverse ruimtelijke onderwerpen, welke op perceelniveau per onderwerp zijn begrensd en visueel op een kaart met verschillende kaartlagen zijn weergegeven. Hierdoor is voor ieder gebied in Noord-Brabant duidelijk welke regels er wat betreft provinciaal ruimtelijk beleid gelden. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waaraan ze toe zijn. Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de instructieregels voor gemeenten voor de ‘Landelijke kern’. Zie de uitsnede van de kaart van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter hoogte van het plangebied (rode pijltje) hieronder.
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
15
De ontwikkeling waar het hier om gaat betreft het invullen van een braakliggende inbreidingslocatie in het centrum van Heeswijk-Dinther met 6 patio-woningen. Op onderhavige ontwikkeling is artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van toepassing. In dit artikel is geregeld dat ontwikkelingen die voorzien in de functie ‘Wonen’ binnen het stedelijk gebied moeten zijn gelegen. Onderhavige ontwikkeling (stedelijk van aard) ligt in het bestaand stedelijk gebied. Ook moet de ontwikkeling passen in de regionale afspraken. Het college van B&W van de Bernheze heeft op 13 oktober 2015 besloten om op basis van een aantal voorwaarden ruimte te bieden aan particuliere woningbouwinitiatieven. De ruimte inclusief de voorwaarden die de gemeente hiermee aan particulieren biedt is passend binnen de afspraken die de gemeente in het RRO heeft gemaakt. Verder is paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing. Het gaat in onderhavige situatie dan vooral om de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en voor zover het het landelijk gebied betreft ook kwaliteitsverbetering van het landschap.
Met dit plan wordt met uitzondering van kwaliteitsverbetering van het landschap, omdat het een binnenstedelijke ontwikkeling betreft, hieraan invulling gegeven. Het plan is gelegen in de bebouwde kom van Heeswijk-Dinther. Door hier zes woningen toe te voegen is dergelijk ruimtebeslag niet op een uitbreidingslocatie benodigd. Het plangebied is aan alle zijden reeds ingekapseld door bestaande bebouwing. De nieuwe woningen worden in duurzame materialen en
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
16
energiezuinig uitgevoerd en zijn qua architectuur, vorm, massa en materiaalgebruik passend in het landschap en de omgeving. Zie ook paragraaf 2.2 ‘Stedenbouw’. Onder paragraaf 3.1 ‘Rijksbeleid’ wordt nader ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Verder wordt rekening gehouden met alle van toepassing zijnde milieuaspecten, waarop in het volgende hoofdstuk nader ingegaan wordt. Op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is er in verband met het voorgenomen initiatief geen sprake van strijdigheden. Voldaan wordt aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
Structuurvisie Bernheze De Structuurvisie Bernheze die op 11 februari 2010 door de gemeenteraad van Bernheze is vastgesteld geeft een samenhangend beeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de hele gemeente. De gemeente Bernheze bevat vijf dorpskernen: Heesch, Heeswijk-Dinther, Nistelrode, Vorstenbosch en Loosbroek. Bernheze wil een gemeente met een dorpse uitstraling blijven. Kleinschalige verstedelijking wil de gemeente niet uitsluiten, maar dient groen ingepast te zijn. Voor mensen die in de directe omgeving werken is de landelijke uitstraling van de gemeente een reden om naar een dorp te verhuizen. Bijna elk dorp heeft zijn eigen voorzieningenaanbod waardoor de afzonderlijke dorpen als zelfstandig benoemd kunnen worden. Uitbreidingen hebben vooral plaatsgevonden rondom de bestaande dorpen. Deze zijn aan de kernranden opgerekt. De komende jaren wenst de gemeente de verstedelijking te concentreren in de gebieden rondom de dorpen en op de vrijkomende percelen in de dorpen zelf (inbreiding). Hierbij is het streven gericht op kwaliteit en in mindere mate op kwantiteit. Wat betreft dorpsontwikkeling wordt ingezet op het behoud van de diversiteit van de kernen en linten. Het afwisselende karakter van kleinschalige bedrijvigheid, agrarisch gebruik en woningbouw zorgt dat het gebied dynamisch blijft.
Om te voorkomen dat zowel senioren als jongeren de gemeente verlaten, wordt ingezet op kleinschalige woningbouw met passende woningtypen. Deze kwalitatieve woningbehoefte is leidend bij de locatiekeuze. Waardevolle doorzichten naar het buitengebied dienen behouden te blijven. In eventuele nieuwe uitbreidingen komt het onderliggende landschap terug in het stedenbouwkundig ontwerp. Dit alles vraagt grote aandacht voor stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteit.
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
17
Plaatselijk kan ingezet worden op de realisatie van exclusieve woonbuurten. Ook hierbij wordt het onderliggende landschap als inspiratiebron gebruikt. Het landelijk wonen nabij een verstedelijkte omgeving is een kwaliteit van de gemeente. Wat grotere uitbreidingen zijn alleen gewenst aan de westzijde van de kern Heesch. Het te ontwikkelen plangebied ligt in de bebouwde kom van Heeswijk-Dinther en heeft een kleinschalig karakter. Het betreft een inbreidingslocatie waar zes woningen voorzien zijn. Aangesloten wordt bij het aanwezige bebouwingskarakteristiek. Gezien bovenstaande is onderhavig plan in lijn met de Structuurvisie Bernheze. 3.3.2
Volkshuisvesting Woonvisie 2016-2021 In samenwerking met onder andere woningcorporaties, huurdersorganisaties, dorpsraden, zorg- en welzijnsinstellingen heeft de gemeente Bernheze een nieuwe woonvisie opgesteld. Deze is op 14 juli 2016 door de gemeenteraad van Bernheze vastgesteld. Het plan voor de komende vijf jaar is nog steeds woningen toe te voegen, maar daarbij vooral te kijken naar de woningbehoefte en de woonwensen die er zijn. In 2015 zijn de woonwensen en -behoeften van de inwoners gepeild. De uitkomsten van dit onderzoek zijn gebruikt voor het opstellen van de nieuwe woonvisie. Deze spitst zich toe op vier speerpunten: 1. Inspelen op woonwensen, door onder andere: o
maximaal 900 woningen toe te voegen aan de voorraad de komende 5 jaar;
o
minimaal 5% van de nieuwbouwplannen te reserveren voor CPO en vrije kavels.
2. Betaalbaar wonen, voor wie dat nodig heeft, door onder andere: o
de toevoeging van 200 sociale huurwoningen;
o
het behouden van voldoende sociale huurwoningen voor de mensen met de laagste inkomens.
3. Onbezorgd wonen, door onder andere: o
mantelzorgmogelijkheden uit te breiden;
o
zorgen voor passende huisvesting voor de zorgdoelgroepen;
4. Een duurzame woningvoorraad, door onder andere: o
in te zetten op een gemiddeld energielabel-B van de huurvoorraad;
o
bouwers te stimuleren om nu al de EPC norm 0 te hanteren.
In deze woonvisie zijn per dorp ook accenten gelegd. Voor Heeswijk-Dinther zijn dit, per thema, de volgende accenten.
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
18
1. Inspelen op woonwensen o
Vergroten voorraad met 240 woningen (excl. Statushouders) tussen 2016 en 2021
o
Nieuwbouw middeldure koopwoningen voor jonge gezinnen (o.a. terugkeerders uit andere gemeenten)
2. Betaalbaar wonen voor wie dat nodig heeft o
Nieuwbouw van 50 sociale huurwoningen
3. Onbezorgd wonen o
Kleinschalige vormen wonen met zorg met name in de nabijheid van De Laarhof
In het gemeentelijk woningbouwprogramma is rekening gehouden met deze ontwikkeling. Er is in kwantitatieve zin ruimte voor deze woningen. Het betreft hier zes nieuwe woningen die inspelen op de woonwensen van zes seniorenkoppels die nu al in Heeswijk-Dinther wonen en daar oud willen worden. Het gaat hier nl. om zes patiowoningen waarbij alle voorzieningen op de begane grond zijn gesitueerd en die in collectief particulier opdrachtgeverschap worden gebouwd. Het betreffen middeldure koopwoningen. Verder wordt veel aandacht besteed aan duurzaamheid, zo worden de compacte woningen voorzien van een goede schil, opgetrokken uit duurzame materialen en worden ze energiezuinig.
3.3.3
Welstandsbeleid In de gemeente Berheze zijn veel gebieden welstandsvrij. Voor enkele locaties blijft welstandstoezicht wel van toepassing. Dit geldt voor cultuurhistorische waardevolle gebieden die het bijzondere karakter van Bernheze bepalen. Er zijn in deze nota 15 gebieden aangewezen waar welstandseisen gelden. De welstandseisen zijn samengebracht in drie gebiedstypen: • het agrarisch cluster; • het historisch dorpscentrum; • de woningbouw uit de wederopbouwperiode. Deze ontwikkeling ligt niet in één van deze welstandsgebieden. Dit betekent dat de welstandscommissie de omgevingsvergunning niet toetst.
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
19
4. Milieuhygiënische aspecten 4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan, zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan.
4.2 Akoestiek Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Woningen worden als geluidgevoelige objecten aangemerkt. Consequenties Wegverkeerslawaai Binnen het plangebied worden zes nieuwe woningen opgericht. Het plangebied is gelegen in de tweede lijn ten opzichte van de Sint Servatiusstraat en in een 30-km/ uur zone. De woningen aan de Sint Servatiusstraat die tussen de straat en het plangebied zijn gelegen vormen een geluidsafschermende werking ten opzichte van het plangebied. Voor wegen die gelegen zijn binnen een woonerf en voor 30 km-wegen gelden geen geluidszones. Deze vrijstelling wordt gemotiveerd door het feit dat deze wegen meestal geen geluidsbelastingen veroorzaken boven de voorkeurswaarde.
In onderhavige situatie wordt dit – gezien het wegdek en de verkeersituatie ter plaatse - eveneens niet verwacht. Sprake is dan ook van een goed woon- en leefklimaat. Een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai in het kader van de Wet geluidhinder is daarom niet noodzakelijk. Industrielawaai T.a.v. industrielawaai is geen onderzoek uitgevoerd aangaande de in de nabijheid gelegen bedrijvigheid. Dit omdat de afstanden conform de VNG Brochure Bedrijven en Milieuzonering voor een gemengd gebied worden gehaald. Het gaat om de volgende bedrijven inclusief richtafstanden voor geluid en werkelijke afstanden:
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
20
Bedrijf
SBI-code
Richtafstand geluid rustige woonwijk in meters
Richtafstand geluid gemengd gebied in meters
Werkelijke afstand bestemmingsvlak bedrijvigheid tot plangebied in meters
Benzineservicestation met LPG < 1000 m3 (Texaco)
473
30
10
17
Supermarkten, warenhuizen (Jumbo)
471
10
0
44
Detailhandel voor zover n.e.g. (bloemenwinkel, telefoonwinkel)
47
10
0
Bloemenwinkel 12, Telefoonwinkel 23
Veldsportcomplex
931
50
30
65
In onderhavige situatie kan gesproken worden van een gemengd gebied omdat er veel verschillende functies (o.a. wonen en bedrijvigheid) naast elkaar bestaan. Daarnaast is het een gebied met veel reuring (doorgaand verkeer). Het gebied kan worden getypeerd als een centrumgebied met dorps karakter, niet als een rustige woonwijk. In dergelijke gebieden geldt dat de vaste richtafstanden die voor een rustige woonwijk gelden met één afstandstrap mogen worden verlaagd. Dat betekent dat in geval van een in acht te nemen richtafstand van 50 meter bij een rustige woonwijk in een gebied zoals onderhavig 30 meter de richtlijn is, 30 meter wordt verlaagd naar 10 meter en voor 10 meter geldt 0 meter. Aan de richtafstanden die voor omliggende bedrijven in gemengde gebieden moet worden voldaan wordt in onderhavige situatie voldaan. Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en omliggende bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Rail of luchtverkeerlawaai Er is geen onderzoek naar rail- en luchtverkeerslawaai uitgevoerd, omdat de ontwikkeling niet is gelegen in de geluidszone van een spoorweg of aanvliegroute van een vliegveld. Onderzoek hiernaar is derhalve niet nodig. Geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie Beleidskader
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
21
Sinds 1 september 2007 is de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht. In deze herziening van de Monumentenwet van 1988 zijn de uitgangspunten van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992) voor Nederland nader uitgewerkt. De belangrijkste veranderingen betreffen: • het streven naar behoud en bescherming van archeologische waarden in de bodem; • de kosten van archeologische werkzaamheden komen in principe voor rekening van de initiatiefnemer van bodemverstorende activiteiten (veroorzakerprincipe); • de archeologische monumentenzorg wordt een geïntegreerd onderdeel van het ruimtelijke ordeningsproces. De gemeente Bernheze heeft ervoor gekozen om in het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz, 2007) en de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008) een eigen gemeentelijk archeologiebeleid te formuleren. Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de "Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze" en de "Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze". Op basis van deze documenten implementeert de gemeente Bernheze haar archeologiebeleid waarbij zij rekening houdt met de juiste balans tussen een goede omgang met het archeologisch erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen.
Consequenties Volgens het archeologiebeleid van de gemeente Bernheze geldt op onderhavige locatie een hoge archeologische verwachting. Hierbij is archeologisch onderzoek vereist als dieper dan 0,40 meter en meer dan 250 m2 aan verstoringsoppervlakte geldt. Zie de volgende twee uitsneden uit dit archeologiebeleid.
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
22
Omdat ter plaatse van onderhavig plangebied meer geroerd gaat worden dan 250 m2 is een verkennend archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 1) en kent de navolgende conclusie. “Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de landschappelijke ligging op een dekzandrug op de overgang naar een beekdal is aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Op basis van historische kaartmateriaal worden in het plangebied geen archeologische resten uit de LateMiddeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) en de Nieuwe tijd verwacht. Voor deze periode geldt daarom een lage verwachting. Lokaal komt een diepe verstoring voor op het AHN, maar het is onduidelijk of de aanplant van bomen de bodemopbouw in het gehele plangebied verstoord heeft. Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, karterende fase. Uit het booronderzoek is gebleken dat er veelal een minimaal 50 cm dikke humeuze bovengrond aanwezig is. Dit plaggendek is aangelegd boven een van oorsprong relatief nat bodemtype.
Lokaal komen diepe en ondiepe verstoringen voor. Vanwege deze lagere en nattere oorspronkelijke ligging kunnen de hoge verwachtingen voor zowel vuursteenvindplaatsen uit de periode LaatPaleolithicum tot en met Neolithicum en vindplaatsen uit de periode Neolithicum tot en met Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) worden bijgesteld naar een lage verwachting. Deze lage verwachtingen worden verder ondersteund door het ontbreken van archeologische indicatoren die kunnen wijzen op de aanwezigheid een vindplaats. De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen. Ook uit deze periode zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.” Ten aanzien van het vervolg adviseert het archeologische adviesbureau het volgende. “Op grond van de aangetroffen bodemopbouw en het ontbreken van archeologische indicatoren in het plangebied en daarmee lage archeologische verwachting wordt geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. Dit advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Het onderzoeksbureau wijst erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
23
worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Bernheze), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden. In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T 033 – 4217 456 of info@cultureelerfgoed.nl) zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologisch informatiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden.” De gemeente Bernheze heeft het archeologische onderzoek beoordeeld en akkoord bevonden. Zij heeft het selectieadvies overgenomen en een selectiebesluit genomen. Dit betekent dat in dit bestemmingsplan geen dubbelbestemmingen meer opgenomen worden ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden ter plaatse. 4.3.2 Cultuurhistorie Beleidskader Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De gemeente Bernheze heeft een eigen Cultuurhistoriekaart die in 2014 is vastgesteld.
Consequenties Het gebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft is getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is volgens de cultuurhistorische waardenkaart gelegen in de regio Meijerij. Zie de uitsnede van de kaart hieronder.
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
24
Regio Meijerij De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond. Aan de noordkant wordt het gebied begrensd door de grote en brede oost-west lopende dekzandrug tussen Oss en Waalwijk. Het water van de beken (Essche Stroom, Beerze, Dommel en Aa) stroomt in de richting van 's-Hertogenbosch, waar een doorgang in de dekzandrug aanwezig is. In het verleden leidde deze situatie hier en daar tot problemen met de waterafvoer, waardoor natte broekgebieden, vennen en kleine veengebieden ontstonden. De Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Vanouds waren de randen van de beekdalen en de dekzandruggen de meest geschikte plek voor bewoning. De beekdalen zelf en de uitgestrekte broekgebieden waren te nat om te wonen of om akkerbouw te bedrijven. Deze terreinen werden gebruikt als weide, hooiland of hakhout. Op de hogere delen van het bevonden zich vroeger uitgestrekte heidevelden, bossen en stuifzanden. Door overbeweiding ontstonden op enkele plekken stuifzanden (bijvoorbeeld de Loonse en Drunense duinen). Een en ander had tot gevolg dat het agrarische landschap over het algemeen heel kleinschalig was. De beekdalen waren heel besloten. De percelen waren er klein en vrijwel allemaal omgeven door opgaande beplanting.
De oude akkercomplexen waren wat grotere, open ruimten in deze besloten wereld. De heidevelden vormden hiermee een groot contrast: dit waren zeer grote, open gebieden. Een van de beeldbepalende aspecten van de Meierij is de populierenteelt, aanvankelijk vooral in de vorm van weg- of perceelrandbeplanting, later ook in de vorm van populierenbosjes. In de Meierij zijn verschillende kastelen, abdijen en kloosters gebouwd. Enkele middeleeuwse kastelen zijn bewaard gebleven. Nog veel rijker is het gebied aan landgoederen, buitenplaatsen en statige villa's, vooral in de omgeving van 's-Hertogenbosch. Een voorbeeld van een oud landgoed is 't Veldersbosch bij Boxtel. De landgoederen en buitenplaatsen uit de negentiende en twintigste eeuw liggen vaak op vroegere heidevelden die hun functie voor de boeren verloren hadden door de komst van kunstmest. Tussen Boxtel en Vught liggen verschillende van deze jonge landgoederen en buitenplaatsen, zoals Dommeloord (ook wel Wilhelminapark genoemd), De Oude Hondsberg, Sparrenrijk, Beukenhorst, Halsche Barrier en De Eikenhorst. In de negentiende en twintigste eeuw zijn veel van de 'woeste gronden', de heidevelden en de broekgebieden, omgezet in landbouwgrond. Nieuwe boerderijen werden gebouwd op plaatsen die tot dan onbewoond waren geweest. In de jonge heideontginningen is een rationele verkaveling en ontwatering gerealiseerd.
De Meierij wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met ieder hun eigen karakter en relatie met het landschap. Ook zijn een aantal plattelandsdorpen uitgegroeid tot middelgrote steden of industriekernen, zoals Veghel en Schijndel. De grote stedelijke gebieden van '''s-Hertogenbosch, Eindhoven en Tilburg zijn met elkaar verbonden door een netwerk van snelwegen, provinciale wegen, kanalen en spoorlijnen. Door de achteruitgang van de populierenteelt en de introductie van het prikkeldraad, waardoor de perceelrandbegroeiing zijn functie als veekering verloor, is de kleinschaligheid van de beekdalen op veel plaatsen verloren gegaan. Dit proces werd versterkt door de uitvoering van ruilverkavelingen in de tweede helft van de twintigste eeuw. Hierdoor zijn de markante verschillen tussen de hoge zandgronden, de oude
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
25
cultuurgebieden en de beekdalen voor een deel verloren gegaan. Cultuurhistorisch belang De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het gebied zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Twee andere aspecten die het landschap van de Meierij kenmerken zijn de landgoederen en buitenplaatsen en de populierenteelt. Essentiële aspecten In de regio liggen de volgende cultuurhistorische landschappen van provinciaal belang: o Groene Woud; o Beerse en Baardwijkse Overlaat (gedeeltelijk); o Loonse en Drunense Duinen; o Landgoederenzone ten zuiden van Tilburg (gedeeltelijk); Dragende structuren in de regio zijn: o de oude agrarische cultuurlandschappen met akkercomplexen, beemden, o broekgebieden; o de dorpen en buurtschappen met langgevelboerderijen; o de woeste gronden met heidevelden, vennen en zandverstuivingen; o de kastelen, kloosters, landgoederen en buitenplaatsen; o de populieren; o de Zuid-Willemsvaart. Ontwikkelingsstrategie 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; 2.
De cultuurhistorische waarden van de Meierij in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen:“Groene Woud” (ook deels in gebiedspaspoort Kempen) en “De Loonse en Drunense Duinen”; 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: “Loonse en Drunense Duinen”, “Dekzandrug Tilburg-Den Bosch” en “Dommeldal Nuenen-Gestel”. Onderhavige ontwikkeling brengt de geformuleerde essentiele aspecten en ontwikkelingsstrategie niet in gevaar. In het plangebied zelf liggen verder geen rijksmonumenten en komen geen bouwkundige punten, lijnen of vlakken van enige waarde voor.
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
26
Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart 2014 van de gemeente Bernheze is zichtbaar dat het plangebied deels is gelegen op een oude akker (bruin) aan de rand van een beekdal (lichtblauw). Zie de uistnede van de kaart hieronder, waarop de ligging van de planlocatie met een rode cirkel is aangegeven.
Het plangebied is nog steeds lager gelegen dan de het gebied eromheen, daarmee zal in de ontwikkeling rekening moeten worden gehouden. Het is echter niet meer in tact als oude akker. Het is een beboste kavel die weer ontbost wordt voor onderhavige ontwikkeling. Omdat de cultuurhistorische waarden niet meer zichtbaar zijn in het landschap zullen deze door de ontwikkeling niet worden aangetast.
4.4 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: • ter plaatse van de woning(en) een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Consequenties
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
27
In de omgeving van het plangebied is een diversiteit aan bedrijvigheid gelegen, omdat het plangebied dicht tegen de dorpskern met centrumfunctie aan ligt. Hieronder is op basis van de VNG Brochure Bedrijven en Milieuzonering een tabel opgenomen met daarin de bedrijvigheid in de nabijheid van het plangebied inclusief richtafstanden voor een rustige woonwijk en voor een gemengd gebied. In onderhavige situatie kan uitgegaan worden van een gemengd gebied. Dit, omdat het een gebied betreft waar een veelheid aan centrumfuncties met een dorps karakter en wonen naast elkaar bestaan. Geluid is in onderhavige tabel buiten beschouwing gelaten, omdat dat onderdeel reeds bij de paragraaf ‘akoestiek’ aan de orde is gekomen. Uit die paragraaf blijkt dat geluid geen belemmering vormt voor de ontwikkeling en bedrijven niet in hun bedrijfvoering worden belemmerd omdat de in acht te nemen richtafstanden op basis van de VNG Brochure Bedrijven en Milieuzonering worden gehaald. Bedrijf
SBIcod e
Benzineservicestatio n met LPG < 1000 m3 (Texaco)
473
Supermarkten, warenhuizen (Jumbo)
471
Detailhandel voor zover n.e.g. (bloemenwinkel, telefoonwinkel)
47
Veldsportcomplex
931
Richtafstan d geur
Richtafstan d stof
Richtafstan d gevaar
Werkelijke afstand bestemmingsvla k bedrijvigheid tot plangebied in meters
- rustige woonwijk
- rustige woonwijk
- rustige woonwijk
- gemengd gebied
- gemengd gebied
- gemengd gebied
- 30
-0
- 50
- 10
-0
- 30
-0
-0
- 10
-0
-0
-0
-0
-0
-0
-0
-0
-0
Bloemenwinkel 12, Telefoonwinkel 23
-0
-0
-0
65
-0
-0
-0
17
44
Uit bovenstaande tabel blijkt dat alle afstanden worden gehaald, behalve die voor gevaar voor wat betreft het tankstation. Hiertoe is een aanvullend onderzoek uitgevoerd. Dat onderzoek komt aan de orde in de paragraaf externe veiligheid. Hieruit blijken ten aanzien van de ontwikkeling geen belemmeringen. Ook het bedrijf wordt niet in haar bedrijfsvoering belemmerd. Conclusie Samenvattend blijkt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse en dat
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
28
bedrijven e.d. in de omgeving van het plangebied niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd.
4.5 Bodem Beleidskader Vastgelegd is dat in ruimtelijke plannen moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Voor het betrekken van bodeminformatie bij het opstellen van bestemmingsplannen zijn enkele vragen relevant: • is er bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; • zijn er gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies; • wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers. Consequenties Ter plaatse van het perceel ten behoeve van de woningbouwontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 2 van dit bestemmingsplan. Hieruit blijkt de volgende conclusie. “Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een ongenummerd perceel aan de Sint Servatiuslstraat te Heeswijk-Dinther, kadastraal bekend als gemeente Heeswijk, sectie C, nummer 5855 en 5660, blijkt dat zowel de vaste bodem als het grondwater niet (noemenswaardig) verontreinigd zijn met de onderzochte parameters. Op basis van deze resultaten kan de hypothese, zoals verwoord in paragraaf 2.4, in principe worden aanvaard. De uitvoering van een aanvullend of nader onderzoek is, ons inziens, niet zinvol.
Tegen de eventuele bebouwing van de onderzoekslocatie zijn, ons inziens, geen zwaarwegende milieuhygiënische bezwaren aan te voeren.” Conclusie De gemeente Bernheze is bevoegd gezag, het onderzoeksbureau heeft slechts een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaalt dan ook of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Het bevoegd gezag heeft het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek beoordeeld en heeft hiermee ingestemd. Sprake is van een voor de toekomstige functie geschikte bodemkwaliteit. Bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen,
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
29
spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).
Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.
Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht.
Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021
30
Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb)