CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Vast te stellen bestemmingsplan CPO Balledonk - Toelichting

Commissie Ruimtelijke Zaken 13 januari 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan CPO Balledonk, Heeswijk-Dinther14.320 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)

Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. De beleidsvisie bevat geen gebiedstypering of uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden voor de verantwoording van het groepsrisico. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enz.. Consequenties Om de externe veiligheidsrisico’s voor het plangebied te inventariseren is de risicokaart geraadpleegd. Uit de risicokaart en een beschouwing van de omgeving blijkt dat er in de directe omgeving een inrichting met gevaarlijke stoffen aanwezig is. Het gaat om het tankstation met LPG aan Sint Servatiusstraat 25. Onderhavige ontwikkeling valt binnen de 150 meter contour van dit tankstation. Met die reden is het plaatsgebonden- en groepsrisico nader beschouwd middels een onderzoek hiernaar.

Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 3 bij deze toelichting en kent de navolgende conclusie ten aanzien van het plaatsgebonden- en groepsrisico. Plaatsgebonden risico “In het Revi zijn vaste afstanden opgenomen met betrekking tot de aflevering van LPG. Aangezien de afleverzuil aan de voorzijde van het tankstation is gelegen, is alleen het vulpunt en de ondergrondse tank relevant. De te hanteren afstand tot kwetsbare objecten, die hiervoor is opgenomen in Bijlage 1, Tabel 1 van het Revi, bedraagt 25 meter bij een doorzet <500 m3. Aangezien het plan op 25 meter is gelegen wordt voldaan aan de in acht te nemen afstand.”

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

31

Groepsrisico “Geconstateerd is dat de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Wel neemt het groepsrisico van 0,16 toe naar 0,20 ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Deze toename zal door het bevoegd gezag verantwoord moeten worden. In deze verantwoording zal een uitspraak gedaan moeten worden over de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid van een incident. Het maximaal aantal slachtoffers in de nieuwe situatie ligt op 50 personen. Ook het advies van de Veiligheidsregio is van belang voor het plan.” Conclusie “Voor het planvoornemen aan Sint Servatiusstraat te Heeswijk is een QRA opgesteld om de hoogte van het groepsrisico te bepalen door de aanwezigheid van het LPGtankstation. Het groepsrisico neemt minimaal toe door de realisatie van het planvoornemen en zal nader verantwoord moeten worden. De minimale toename van het groepsrisico wordt toelaatbaar geacht, omdat: • het planvoornemen is ingericht voor zelfredzame personen.

Bij het ontstaan van een brand, zal er over het algemeen voldoende tijd zijn om de omgeving te waarschuwen zodat de bewoners/gebruikers van het pand zich in korte tijd zichzelf in veiligheid kunnen brengen; • hierbij speelt mee dat de vluchtroutes uit het pand gelegen zijn aan de linkerzijde/westzijde van het pand, zodat bewoners/gebruikers bij een mogelijke BLEVE worden afgeschermd door het pand; • de nieuwe gebruikers worden specifiek voorgelicht met betrekking tot de te volgen handelingen bij een incident. In de bestemmingsplanprocedure moet het college en de gemeenteraad de toename van het groepsrisico verantwoorden en akkoord geven op deze toename.” Op 13 mei 2020 heeft de Veiligheidsregio Brabant Noord advies gegeven over deze bestemmingsplanwijziging. Het advies van de veiligheidsregio is als volgt. “Fakkelbrand Een fakkelbrand wordt veroorzaakt doordat een lekkage ontstaat tijdens verlading van de LPG-tankwagen. Hierdoor stroomt LPG uit en ontsteekt direct. Er ontstaat een fakkel die blijft branden tot de tank leeg is. In de tabel hieronder worden de gevolgen, mocht een incident plaats vinden zichtbaar gemaakt.

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

32

Warme BLEVE Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de LPGtank doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tankwand. LPG komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Het plangebied ligt op een afstand van 25 tot ca. 65 meter van het LPG vulpunt. In de tabel hieronder worden de gevolgen, mocht een incident plaats vinden zichtbaar gemaakt.

De kans op een incident is als gevolg van veiligheidsmaatregelen rondom het transport en de verlading van LPG bijzonder klein. Zelfredzaamheid Voor de scenario’s geldt vluchten als het beste handelingsperspectief. Dit betekent dat aanwezigen op tijd gealarmeerd en geïnstrueerd moeten worden en er voldoende vluchtwegen van de risicobron aflopend aanwezig moeten zijn. Omdat de woningen relatief dicht bij het LPG tankstation liggen zal een incident vrij snel opgemerkt worden. Via aanzegging of door NLAlert en social media kunnen de bewoners geïnformeerd en geïnstrueerd worden hoe te handelen op een dreiging. De vluchtweg ligt deels afgeschermd en loopt van de risicobron af. Via deze route kan redelijk snel voldoende afstand worden genomen. Gezien de aard en de activiteiten van de bestemming mag aangenomen worden dat de mate van zelfredzaamheid van de personen van het plangebied voldoende is. Bestrijdbaarheid De mogelijkheden voor de incidentbestrijding zijn gezien de aard van het scenario en de ontwikkeling als voldoende beoordeeld. De opkomsttijd voor de brandweer bedraagt ca. 5 minuten. Er is voldoende bluswater beschikbaar om snel een inzet mogelijk te maken. Advies De veiligheidsregio adviseert om maatregelen te nemen om de veiligheid en zelfredzaamheid in het plangebied te verhogen. De maatregelen a t/m c verminderen de kans op letsel bij het scenario fakkelbrand.

Voor het scenario BLEVE geldt dat fysieke maatregelen aan de woningen geen zin hebben.

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

33

1.

2. 3. 4.

Breng tussen de risicobron en de woningen een afscherming aan waardoor de hittestraling de woningen niet kan bereiken/ sterk verminderd wordt. Dit kan bijv. d.m.v. een schutting van voldoende hoogte of een dichte begroeiing met loofhout. Pas in de achtergevels van de woningen liggend aan de zijde van het LPG tankstation moeilijk brandbare constructiematerialen toe Situeer de ruimten waar personen het meest verblijven aan de risicoluwe zijde van de woning. Informeer de initiatiefnemers c.q. de toekomstige bewoners actief over het aanwezige risico en handelingsperspectief. Deze informatie kan worden meegenomen in het besluit om zich op deze locatie te vestigen. Hiermee wordt in optimale vorm invulling gegeven aan het risicobewustzijn van- en het nemen van een eigen verantwoordelijkheid door de burger. Deze informatie zorgt er ook voor dat de bewoners op het moment dat een incident plaats vindt direct weten hoe te handelen, dit heeft een positieve invloed op de mate van zelfredzaamheid.”

Conclusie De beoogde plannen passen binnen de kaders van de landelijke wet- en regelgeving en past binnen de kaders van de gemeentelijke beleidsvisie ten aanzien van het aspect ‘Externe veiligheid’. Het bevoegd gezag vindt de beperkte toename van het groepsrisico aanvaardbaar gezien bovenstaande argumenten en onder de voorwaarde het advies van de veiligheidsregio wordt opgevolgd. De veiligheidsregio adviseert om maatregelen te nemen om de veiligheid en zelfredzaamheid in het plangebied te verhogen. Het advies wordt door de initiatiefnemers van de ontwikkeling opgevolgd. Vanuit het oogpunt van externe veiligheid bestaat er derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling binnen het plangebied.

4.7 Natuur Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd. De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren,

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

34

bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. De wet regelt ook de jacht in ons land. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied. Voor dergelijke schadelijke activiteiten kan alleen een vergunning worden verleend als er geen alternatief is en als het gaat om een dwingende reden van groot openbaar belang. De kokkelvisserij in de Waddenzee is nu bijvoorbeeld verboden. Er kon namelijk niet worden aangetoond dat er géén schade zou ontstaan aan de natuur, en er was geen van de andere redenen aanwezig om toch een vergunning te verlenen. De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen voor het natuurnetwerk Nederland en verleent hen de bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen.

De Minister van Economische Zaken kan daarnaast op grond van de wet nationale parken aanwijzen die vooral een educatieve en communicatieve functie hebben. De voormalige beschermde natuurmonumenten zijn met bijbehorende doelen opgeheven met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming. Consequenties Soortbescherming Door Nipa Milieutechniek is een quickscan flora en fauna uitgevoerd naar in/ rondom het gebied voorkomende soorten. De rapportage van de quickscan is bijgevoegd als bijlage 5 bij deze toelichting. De conclusies van de quickscan zijn als volgt: “Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het nieuwbouwplan aan de Sint Servatiusstraat te Heeswijk-Dinther, is het voorkomen van de volgende soorten niet uit te sluiten: • vleermuizen; • grote vos; • wezel. Hiervoor is een nader ecologisch onderzoek noodzakelijk. Aan de hand van het vervolgonderzoek wordt vastgesteld of mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn en/of een ontheffing aangevraagd dient te worden voor de voorgenomen herinrichting.” Door Buro Maerlant is in verband met de conclusies uit de quickscan van Nipa milieutechniek een nader onderzoek natuur uitgevoerd. De rapportage van het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 7). De conclusie van dit onderzoek is als volgt.

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

35

“Conclusie nader onderzoek Middels het seizoensbrede onderzoek is een goed beeld ontstaan over de functie van het plangebied als jachtgebied voor vleermuizen en de aan- of afwezigheid van de grote vos en kleinere marters. Als jachtgebied heeft het plangebied en de nabije omgeving enige functie voor de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. Een belangrijke functie is niet vastgesteld. De grote vos en kleinere marters (en in het bijzonder de wezel) komen niet voor in het plangebied. Door conform het advies rekening te houden met de broedende vogels wordt voorkomen dat een eventueel aanwezige nesten worden verstoord. Overige natuurwaarden en advies Het advies uit de quickscan (zorgplichtmaatregel) inzake vogels algemeen, blijft van toepassing op de ingrepen (citaat):”Indien de bosschage gerooid zal worden, zal dat buiten het broedseizoen dienen te gebeuren (tussen eind juli en begin maart)”.” Gebiedsbescherming Op circa 11,1 kilometer van het plangebied ligt Natura 2000 gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. Op circa 14,7 kilometer ligt Natura 2000 gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen. Met de Aerius-calculator is berekend in hoeverre het project zowel voor wat betreft de realisatie- als gebruiksfase invloed heeft op alle nabijgelegen Natura 2000 gebieden.

Uit de berekening die is bijgevoegd als bijlage 6 bij deze toelichting blijkt dat in zowel de realisatie- als de gebruiksfase geen sprake is van de depositie van stikstof op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. Conclusies De ontwikkeling leidt niet tot effecten op soorten in of nabij het plangebied of nabijgelegen Natura-2000 gebieden. Voor wat betreft de aspecten soort- en gebiedsbescherming is geen sprake van strijdigheid met de Wet natuurbescherming. Het plan is ecologisch gezien uitvoerbaar.

4.8 Kabels en leidingen Naar verwachting zijn in de directe omgeving van de projectlocatie geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de nieuwbouw. In het vigerende bestemmingsplan worden geen kabels- en leidingen beschermd. Mochten er grondwerkzaamheden plaats gaan vinden dan zal te zijner tijd voorafgaand aan de werkzaamheden een KLIC-melding opgevraagd moeten worden bij de betrokken netwerk-/leidingbeheerders.

4.9 Luchtkwaliteit Beleidskader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

36

Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In het besluit NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m³ NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, infrastructuur, kantoor- en woningbouwlocaties en activiteiten of handelingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook indien aannemelijk gemaakt kan worden dat een gepland project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven.

Voor woningen wordt hierbij een ondergrens van 1500 woningen aangehouden voor locaties waarbij sprake is van één ontsluitingsweg. Consequenties Onderhavige planontwikkeling voorziet in de realisatie van zes nieuwe woningen. Derhalve kan dit plan gezien worden als een project dat een niet in een betekenende mate bijdrage levert op het gebied van de luchtkwaliteit. Op basis van de GCN-kaarten is getoetst of ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Dat is het geval. Zie onderstaande uitsnede van de GCN-kaarten. Hieronder is de PM10-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 19,57 (lichtblauw, gridcelwaarde tussen 18 en 20).

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

37

Hieronder is de PM2,5-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 12,61 (lichtblauw, gridcelwaarde tussen 12 en 14).

Hieronder is de NO2-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 15,97 (lichtblauw, gridcelwaarde tussen 15 en 20).

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

38

Conclusie Het onderhavige plan heeft geen nadelige invloed op de luchtkwaliteit omdat het niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, daarnaast is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmerende factor.

4.10 Water Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater. De gemeente dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Aa en Maas, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer van regionale wateren. Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. Hydrologisch kader Brabantse waterschappen De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben in hun keuren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

39

het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Dit gezamenlijke beleid heeft onder andere geresulteerd in de rapportage ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ van 9 december 2014. Uit (onder andere) deze uitgangspunten blijkt het volgende: 'Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Het doel van dit uitgangspunt is om te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding van het verhard oppervlak versneld op het watersysteem wordt geloosd. Voor lozingen op een oppervlaktewater eist het Waterschap daarom een vervangende berging, die de extra afvoer van het nieuwe verharde oppervlak als het ware neutraliseert. Gemeenten stellen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid voorwaarden aan de afvoer via een rioleringsstelsel. Bij het invullen van de compensatieopgave wordt tevens gekeken naar de mogelijke realisering van andere waterdoelen. Het gaat hierbij dus om een optimale inpassing van een plan in zijn omgeving, waarbij ook gekeken moet worden naar het huidig en toekomstig functioneren van het totale (deel-)stroomgebied waar de ontwikkeling onderdeel van uitmaakt. Naast het behoud van voldoende systeemrobuustheid, kan hiermee beter invulling worden gegeven aan de gewenste doel- matigheid.

Bovendien biedt dit mogelijkheden voor waterschappen en gemeenten om ook andere dan hydrologische aspecten mee te nemen in de afweging. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het oplossen van waterkwaliteitsknelpunten of het tegengaan van verdroging.' De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote (toename verhard oppervlak groter dan 10.000 m2) en kleine plannen (toename verhard oppervlak tussen de tussen de 2.000 m2 en 10.000 m2 ). Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Dit heeft ertoe geleid dat voor kleine plannen kan worden volstaan met het toepassen van een eenvoudige rekenregel voor het bepalen van de compensatie-eis. Voor plannen met een toename van het verharde oppervlak minder dan 2.000 m2 geldt geen compensatie-eis. Beleid gemeente Bernheze In het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan Bernheze 2016 t/m 2020’ staat omschreven dat de gemeente Bernheze een - niet-verplichtende - verwachting uitspreekt dat inwoners van de gemeente hemelwater zoveel mogelijk zelf opvangen en bergen. De gemeente Bernheze heeft meer specifieke beleidsregels omtrent de verwerking van hemelwater.

De hydrologische uitgangspunten van de Brabantse waterschappen zoals bovenstaand omschreven worden door de gemeente Bernheze in principe nageleefd maar zijn niet leidend; de gemeente Bernheze is het bevoegde gezag aangaande het verwerken van hemelwater. De ondergrens van de toename van het verharde oppervlak met 2.000 m2, waarbij volgens de Keur van de Brabantse waterschappen geen compensatie noodzakelijk wordt geacht, wordt door de gemeente Bernheze bijvoorbeeld niet gehanteerd.

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

40

Compensatie-eis In de Keur van de Brabantse Waterschappen is als compensatie-eis 60 mm vastgesteld (hoeveelheid in mm die ‘overblijft’ en die geborgen moet worden binnen 24 uur), waarbij is uitgegaan van de vastgestelde afgeronde gemiddelde maatgevende afvoer van 1,0 l/s/ha en met aftrekposten zoals berging op straat en berging in het riool. In de Algemene Regel is tevens een gevoeligheidsfactor voor de compensatie-eis opgenomen. Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Volgens tabel 2 in de Keur is sprake van een gevoeligheidsfactor van 1; dit houdt in dat de waarde van 60 mm van de compensatie-eis voor onderhavige onderzoekslocatie volgens de keur ongewijzigd blijft. Voor een toename van het verhard oppervlak bij kleine plannen kan volgens de Keur de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met de compensatie-eis (60 mm) en de gevoeligheidsfactor. Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m3). Wanneer de vereiste compensatie berekend is, kan een voorziening ontworpen en nader uitgewerkt worden.

De rekenregel is als volgt: Toename verhard oppervlak (m2) * 0,06 (m) * Gevoeligheidsfactor = 3 Benodigde compensatie (m ) Gemeentelijke zorgplicht Indien de compensatie-eis zoals vastgesteld in de Keur gehandhaafd dient te worden, en indien de (toekomstige) perceelseigenaar het hemelwater niet redelijkerwijs kan afvoeren, kan eventueel worden teruggegrepen op de gemeentelijke zorgplicht, zoals opgesteld in het ‘Gebiedsgericht beleid voor lozingen van hemelwater en grondwater’ in opdracht van het VROM. Consequenties Digitale Watertoets De watertoets moet ervoor zorgen dat bij ruimtelijke plannen en besluiten voldoende rekening wordt gehouden met water en watervoorzieningen. Slim gebruik van water en ruimte kan de leefomgeving van mens en dier verbeteren. En het verkleint de kans op problemen zoals onvoldoende veilige dijken, wateroverlast of een slechte waterkwaliteit. Het resultaat is een ruimtelijk plan dat waterbestendig is. Waterschap Aa en maas doet een eerst toets via www.dewatertoets.nl. Daar kan voor ieder plan een vragenlijst ingevuld worden op basis waarvan direct het waterbelang wordt aangegeven. Er zijn drie mogelijke uitkomsten: 1. geen waterbelang: Er is een functiewijziging zonder relevante wateraspecten; 2. verkorte procedure: U heeft een klein plan met weinig relevante wateraspecten; 3.

normale procedure: U heeft een groot plan met meerdere relevante wateraspecten.

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

41

Als de uitkomst geen waterbelang of verkorte procedure is worden geen aanvullende zaken meer van de initiatiefnemer verwacht en kan het plan o.b.v. water doorgang vinden. Als de uitkomst normale procedure is dient de waterparagraaf nader uitgewerkt te worden, overleg gevoerd te worden met het waterschap en zal het waterschap teneinde een advies uitbrengen. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is op www.dewatertoets.nl e.e.a. ingevuld. De uitkomst hiervan was als volgt: normale procedure. De samenvatting en watertoets zijn als bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd. Gezien het waterbeleid van de gemeente Bernheze is de zaak v.w.b. de verwerking van hemel- en afvalwater na het invullen van de digitale watertoets op www.dewatertoets.nl nog niet afgedaan. Ongeacht het aantal m2’s aan verhardingstoename dient specifiek in beeld gebracht te worden wat de wateropgave is en hoe deze ingevuld wordt. Voor dit plan is het verhard oppervlak bepaald door het totaal van het dakoppervlak van de woningen en bijgebouwen te vermenigvuldigen met 1,5. Hierdoor wordt ook de terreinverharding (bijvoorbeeld inritten) meegenomen. De toename van het verhard oppervlak is maximaal 2521,5 m2 (1681 m2 (bebouwing) + 840,5 m2 (verharding)).

Op basis van de in de keur gestelde compensatie-eis in samenhang met het gemeentelijke beleid dient een voorziening van 151 m3 (2521,5 m2 verharding * 0,06 (m) * 1 = 151,29 m3) voor het project aangelegd te worden. In het plangebied wordt een infiltratievoorziening getroffen voor de tijdelijke berging van ten minste 151 m3 water dat vervolgens langzaam wordt geinfiltreerd in de grond. Er wordt een overstort op open water gerealiseerd voor afvoer van hemelwater ten tijde van hevige regenval. Met vorenstaande voorziening wordt aan de compensatie-eis i.v.m. de berging en afvoer van hemelwater voldaan. Afvalwater Het plangebied is nog niet aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel. Dit moet t.z.t. nog gebeuren. Het is de bedoeling dat hierop alleen het afvalwater wordt geloosd, alsook de overstort van de infiltratievoorziening t.b.v. de afvoer van het hemelwater. Conclusie Water vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.11

Geur Beleidskader Belangrijkste voorwaarden voor de ontwikkeling van geurgevoelige bebouwing in de omgeving van veehouderijen is dat voor de (toekomstige) bewoners een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat andere belanghebbenden (veehouders en derden) niet onevenredig in hun belangen worden geschaad.

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

42

Op grond van de vervallen brochure Veehouderij en Hinderwet en circulaire Veehouderij en Stankhinder was sprake van stankcirkels waarbinnen, volgens constante jurisprudentie, geen stankgevoelige bebouwing mocht worden gebouwd. Deze regeling is in 2007 opgevolgd door de Wet geurhinder en veehouderij. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) in werking getreden. Deze wet biedt de gemeente de mogelijkheid om een eigen geurhinderbeleid op te stellen. Door de gemeente Bernheze is in 2013 de beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder Bernheze vastgesteld. Consequenties Voor wat betreft geurhinder wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgrondbelasting, vaste afstanden en de achtergrondbelasting. Deze worden hieronder ieder apart beschouwd. Voorgrondbelasting De planlocatie is ingevolgde de kaart van de “Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze 2013” aangewezen als bebouwde kom. In dit gebied geldt ten aanzien van de voorgrondbelasting een geurnorm van 8 ou/m³. Omdat er geen veehouderijen met dieren waarvoor een emissiefactor geldt in de directe omgeving liggen, wordt voldaan aan deze norm. Vaste afstanden In artikel 4 van de Wet geurhinder en veehouderij is bepaald met welke vaste afstanden rekening moet worden gehouden. De gemeente kan bij verordening bepalen om de vaste afstand te halveren.

De gemeente Bernheze heeft aanvullende regels gemaakt ten aanzien daarvan. Zie artikel 4 van de verordening Geurhinder en Veehouderij Bernheze, waarin zij refereert aan de door haar aangewezen gebieden waarvoor halvering geldt. Onderhavige locatie is gelegen in de bebouwde kom met een gehalveerde vaste afstand op basis van de Wet geurhinder en veehouderij. Dat betekent dat tussen veehouderijen waarvoor een vaste afstand geldt en woningen met een afstand van 50 meter rekening moet worden gehouden. Binnen 50 meter rondom het plangebied is geen veehouderij met dieren gelegen waarvoor een vaste afstand geldt. Achtergrondbelasting Uit de evaluatie geurverordening van Arcadis blijkt dat de beoordeling van het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied goed tot zeer goed is en dat omliggende veehouderijen niet zullen worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het initiatief.

4.12

Milieueffectrapportage (M.e.r.) Beleidskader

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

43

De m.e.r.-regelgeving is bedoeld om de milieuaspecten in een vroeg stadium, integraal en compleet in de plan- en besluitvorming mee te nemen. Centraal in de m.e.r.procedure staat het milieueffectrapport waarin alle milieuaspecten voor minimaal één alternatief geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Een dergelijke procedure is van toepassing bij activiteiten waarvan vaststaat dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In deze paragraaf is getoetst of sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De te beoordelen activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Naast de directe plicht tot een dergelijke procedure zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten met bijbehorende drempelwaarden aangegeven waarvoor eerst moet worden beoordeeld of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten en drempelwaarden staan benoemd in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient - als ze boven de drempelwaarde uitkomen - een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Sinds 16 mei 2017 is ook een m.e.r.-aanmeldnotitie nodig voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar die onder de drempelwaarden blijven.

Er is geen ondergrens wat betreft het plan zelf meer, wat betekent dat zelfs bij een klein plan zoals de ontwikkeling van één woning een m.e.r.-aanmeldnotitie nodig is geworden. Consequenties Het nieuwbouwproject (realisatie van 6 woningen) kan gezien worden als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject en valt onder onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Dit betekent dat een m.e.r.-aanmeldnotitie aan de orde is. Voor het nieuwbouwproject is een dergelijke notitie opgesteld. De notitie kent de volgende conclusie: de potentiële effecten van het project, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het project zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat geen belangrijk nadelige milieugevolgen veroorzaakt worden die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Door het bevoegd gezag is naar aanleiding van de m.e.r.-notitie beoordeeld dat voor onderhavig nieuwbouwproject/ ruimtelijk besluit geen milieueffectrapportage wordt vereist.

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

44

4.13 Volksgezondheid Gezondheid is in de ruimtelijke ordening steeds meer een thema. Er is echter geen specifieke wet- en regelgeving dan wel beleidskader voor het meenemen van het aspect gezondheid in bestemmingsplannen of andere ruimtelijke besluiten. Van belang is dat een ruimtelijk besluit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Hiervoor is het belangrijk dat ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling sprake is van een goed woonen leefklimaat en bedrijven en dergelijke door een ruimtelijke ontwikkeling niet in hun belangen/ bedrijfsvoering geschaad worden. In dit bestemmingsplan zijn diverse thema’s die van invloed zijn hierop en daarmee mogelijk ook op de gezondheid aan de orde gekomen. Aspecten die nog niet aan bod zijn gekomen, maar mogelijk wel van invloed zijn op de gezondheid van mens, dier en natuur komen in deze paragraaf nog aan de orde. Geitenhouderijen Binnen een straal van 2 km rondom het plangebied zijn twee geitenhouderijen aanwezig: - Fokkershoek 1 (2480 geiten); - Meerstraat 29 (1659 geiten). Pluimvee- en varkenshouderijen Binnen 1 km van het plangebied is een pluimveehouderij gelegen: Aa-Brugstraat 4. Het plangebied is niet binnen 250 meter van overige veehouderijen gelegen. Spuitzones In de omgeving van het plangebied liggen geen gronden waarbij mogelijk sprake is van een spuitzone.

Advisering GGD De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Hieronder is aan het stappenplan getoetst. Stap 1 De ontwikkeling voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 2. Stap 2 De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor geur en/ of fijnstof en/ of ammoniak. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3a. Stap 3a Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. het wettelijk kader voor geur. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3b.

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

45

Stap 3b Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. de gezondheidskundige advieswaarde. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 4. Stap 4a+b Er zijn geen veehouderijen in de buurt waar meer dan één diersoort wordt gehouden. Er zijn geen varkens- en/ of pluimveebedrijven in de buurt waarvan de afstand tussen de inrichtingsgrenzen minder dan 100 meter bedraagt. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 5. Stap 5a Binnen een afstand van 2 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten zijn twee geitenhouderijen gelegen, namelijk aan Fokkershoek 1 en Meerstraat 29. Dit leidt tot GGD-advies. Binnen een afstand van 1 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten is een pluimveebedrijf gelegen, namelijk aan Aa-Brugstraat 4. Dit leidt tot GGD-advies. Binnen een afstand van 250m van nieuwe woon- en verblijfsruimten is geen overige veehouderij gelegen. Dit leidt niet tot GGD-advies. Check of stap 6 nog tot een GGD-advies leidt. Stap 6 Er is geen sprake van mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. Dit leidt niet tot GGD-advies. Check of stap 7 nog toe een GGD-advies leidt. Stap 7 Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Dit leidt niet tot GGD-advies. Op basis van stap 5a en 5b heeft het bevoegd gezag (gemeente) een advies bij de GGD opgevraagd. Zodra het advies is ontvangen wordt het hier verwerkt.

Conclusie De verwachting is dat het GGD-advies niet belemmerend is voor het voortzetten van het initiatief. Met die reden is het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd zonder GGDadvies. Het GGD-advies wordt als bijlage toegevoegd aan deze toelichting en erin verwerkt alvorens het bestemmingsplan wordt vastgesteld.

4.14

Straling Beleidskader Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is door het ministerie verder

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

46

verduidelijkt in een brief van november 2008. Het advies is gebaseerd op onderzoek naar kinderleukemie in relatie tot blootstelling aan bepaalde hoeveelheden aan microtesla. Alhoewel geen sprake is van een bewezen oorzakelijk verband adviseert het ministerie gemeenten en netbeheerders om nieuwe situaties te voorkomen waarin kinderen (tot 15 jaar) langdurig (1 jaar, minimaal 14 uur per dag) worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla. Dit geldt in geval nieuwe hoogspanningslijnen worden aangelegd of nieuwe woningen/ scholen/ crèches of kinderdagverblijven worden ontwikkeld. In alle andere situaties kan de grenswaarde van 100 microTesla – internationaal gehanteerde (veilige) grenswaarde van ICNIRP (1999/519/EG) - aangehouden worden. Consequenties Onderhavige plangebied is gelegen op voldoende afstand van een hoogspanningslijn waardoor ter plaatse geen sprake is van een veldsterkte van meer dan 0,4 microTesla. Conclusie Straling vormt geen belemmering voor het initiatief.

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

47

5

Toelichting, verbeelding en regels 5.1 Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding tezamen bieden het juridische kader. Voor de regels en de verbeelding is naast aansluiting bij het vigerende bestemmingsplan ‘De Kommen van Bernheze’ (vastgesteld op 1 juni 2011 door de gemeenteraad van Bernheze) ook aansluiting gezocht bij de SVBP2012. Dit betekent onder meer dat de opbouw van de regels standaard is. Bij het opstellen van de regels van dit bestemmingsplan is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de bestemmingen Tuin, Wonen, Verkeer en Groen van het bestemmingsplan ‘Kommen van Bernheze’. Verder zijn uit dit plan ook de relevante begrippen overgenomen, net als de wijze van meten en relevante afwijkingsbevoegdheden. 5.2 Toelichting op de regels Hoofdstuk 1: Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn de begrippen en de wijze van meten opgenomen. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de bestemmingen Wonen, Verkeer en Groen opgenomen. Wonen: Binnen deze bestemming is gebruik voor woningbouw in de vorm van patiowoningen toegestaan. Het artikel bevat voorts regels ten aanzien van bouwen, kent enkele specifieke gebruiksregels en afwijkingsmogelijkheden. Verkeer: Binnen deze bestemming is gebruik voor verkeersdoeleinden toegestaan.

De toegang, het gezamenlijke erf en de parkeerplaatsen van het project zijn als zodanig bestemd. Groen: Binnen deze bestemming is groen toegestaan alsook erfafscheidingen. Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk staat de anti- dubbeltelregel. Daarnaast kent dit hoofdstuk een aantal algemene gebruiksbepalingen en afwijkingsmogelijkheden welke zowel van toepassing zijn op de bestemming Verkeer als op de bestemming Wonen. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregel In dit hoofdstuk staat allereerst het overgangsrecht. Dit is overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening. In de slotregel is aangegeven hoe de regels moeten worden aangehaald.

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

48

6

Uitvoeringsaspecten 6.1 Economische haalbaarheid Artikel 6.12 lid 1 Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen, tenzij het kostenverhaal 'anderszins verzekerd' is (artikel 6.12 lid 2a Wro). Omdat de gemeente eigenaar is van de grond kan de gemeente de door haar gemaakte kosten in de verkoopprijs van bouwrijpe kavels verdisconteren. Daarnaast zal de gemeente een privaatrechtelijke overeenkomst met een betreffende eigenaren sluiten omtrent de te verhalen kosten (een zogenaamde anterieure overeenkomst). Het kostenverhaal is derhalve 'anderszins verzekerd'. Het opstellen van een exploitatieplan is niet vereist. Uit de gemeentelijke grondexploitatie volgt dat voldoende middelen aanwezig zijn om de voorgenomen ontwikkeling te kunnen realiseren. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is hiermee aangetoond.

6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid De ruimtelijke procedures tot en met de vergunningverlening van een omgevingsvergunning zijn door de wet geregeld. De wet regelt bijvoorbeeld dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Dit vooroverleg wordt ook in het kader van onderhavig plan gevoerd. De gemeente Bernheze kan ervoor kiezen om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Hiervoor wordt door de gemeente Bernheze aangaande dit plan niet gekozen. Om die reden is direct een ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht. Hiervoor staat een ter inzage termijn van 6 weken. Van 10 september tot en met 21 oktober 2020 het het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelgen. In deze periode is iedereen in de gelegenheid gesteld om (schriftelijk of mondeling) zijn of haar zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad kenbaar te maken. Er zijn zes zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn beantwoord via een nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen. De nota is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 8).

De zienswijzen hebben niet geleid tot een wijziging van het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan (regels en verbeelding). Wel is sprake van enkele al dan niet ambtshalve wijzigingen van de toelichting.

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

49

7

Bijlagen

Bijlage 1 – Verkennend archeologisch bureau- en booronderzoek Bijlage 2 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3 – Onderzoek naar Externe Veiligheid Bijlage 4 – Resultaten www.dewatertoets.nl Bijlage 5 – Quickscan flora en fauna Bijlage 6 – AERIUS-berekeningen Bijlage 7 – Nader onderzoek natuur Bijlage 8 – Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Bestemmingsplan ‘CPO seniorenwoningen Balledonk’ – 28 januari 2021

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=adf65fb9-2fbc-41fe-8530-bab92293427f