Vast te stellen bestemmingsplan CPO Balledonk - Bijlage 7 - Nader onderzoek natuur
Tekst van het document
Buro L a n
d s c
, h a p
E c o
t Maerlan l o g i
e
&
R u i m
t e l i
j k e
B M- NOTI TI E 2020 O
i n g rd e n
Heeswijk-Dinther CPO Balledonk Nader onderzoek natuur J. va n Suijle kom, 29 oc tob e r 2020
1 Inleiding 1.1 Algemeen In opdracht van Pittiger in Planologie heeft Buro Maerlant een nader onderzoek naar vleermuizen (foerageergebied), marters en de grote vos uitgevoerd ten behoeve van de voorgenomen ingrepen in het plangebied CPO Balledonk te Heeswijk-Dinther (figuur 1). Het initiatief betreft de realisatie van seniorenwoningen. Voor dit doel worden beplantingen verwijderd en bomen gekapt. In het plangebied en het perceel direct te westen daarvan zijn tijdens een eerder uitgevoerde quickscan (NIPA milieutechniek b.v., rapportage 23 mei 2019) potenties aangetroffen voor de hierboven genoemde soorten / soortgroepen. Gezamenlijk met de eerder uitgevoerde quickscan geeft onderhavig rapport een compleet beeld van de aanwezige natuurwaarden. Bij aanvang van het onderzoek bleek een zone ten westen van het plangebied te bestaan uit een genivelleerde kapvlakte en een half verharding. Fi guur 1 Gl obal e begrenz i ng v an het pl angebi ed (rood). Ondergrond: Googl e.
1.2 Methode / doel Onderhavig nader onderzoek is uitgevoerd conform de meest actuele onderzoeksstandaarden: Het vleermuizenprotocol 2017, de voor de betreffende soorten beschikbare kennisdocumenten van BIJ12 en de Handreiking Kleine Marters van de provincie Noord-Brabant. In figuur 2 op pagina 3 zijn de onderzoeksmomenten en weersomstandigheden weergegeven. Het veldonderzoek is uitgevoerd door Q. Sanders en J. van Suijlekom. Vleermuizen (foerageergebied) Het plangebied en de nabije omgeving is in de periode juni t/m 1 oktober conform het actuele protocol vleermuizen (2017) van de Gegevensautoriteit Natuur onderzocht op de functie als foerageergebied van het plangebied zelf en de nabije omgeving. De te verwachten soorten betroffen onder meer de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlie-
Heeswijk-Dinther CPO Balledonk Notitie nader onderzoek natuur
2
ger en de rosse vleermuis. Op twee momenten, te weten de kraamperiode en de paarperiode, is de functie als jachtgebied onderzocht. Tijdens de bezoeken is ook de directe omgeving onderzocht op foeragerende dieren en vliegroutes. Met behulp van een detector met een heterodyne functie en realtime, waarbij opnamen zijn gemaakt en digitaal opgeslagen in WAV-formaat, zijn vleermuizen aan de hand van de echolocatiegeluiden op naam gebracht en gelokaliseerd. datum
Onderzoek
start-
eind-
teme-
bewolking / neer-
wind
tijd
tijd
ratuur
slag
(Bft)
( °C) 17-06-2020
grote vos
11:30
12:00
23
half bewolkt, droog
1
22-06-2020
marters, vleer-
20:30
00:00
20-14
onbewolkt
2
muizen 24-06-2020
grote vos
12:45
13:45
26
onbewolkt
0-1
02-07-2020
grote vos
12:00
13:00
20
licht bewolkt, droog
1-2
13-07-2020
marters (sporen en
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
20:30
22:30
10
Bewolkt, droog
2
controle vallen) 29-07-2020
marters (sporen en controle vallen)
01-10-2020
Vleermuizen
Grote vos Figuur 2 D ata en weers o m s tan di g h eden ve ld b e zoe ke n
In de periode juni - begin juli zijn drie bezoeken overdag uitgevoerd en zijn waardplanten (wilg) onderzocht op de aanwezigheid van eieren, rupsen (in juni de hoogste trefkans) en/of poppen en is gericht gezocht naar volwassen vlinders. Marters Het onderzoek naar marters is uitgevoerd middels vijf sporenbuizen, een marterbox en een wildcamera met jiggeler (lokaas in een metalen korf op een steel), verspreid opgesteld op strategische plekken. De instrumenten zijn gedurende het onderzoek tussentijds éénmaal overdag gecontroleerd en voorzien van nieuw lokaas. De camerabeelden zijn tussentijds en nadien geanalyseerd. Op drie momenten (tijdens de inzet, de controle en het weer opruimen van de instrumenten) is het plangebied aanvullend onderzocht op sporen.
Heeswijk-Dinther CPO Balledonk Notitie nader onderzoek natuur
3
2 Resultaten van het veldonderzoek Vleermuizen Algemeen Tijdens het onderzoek werden twee soorten vleermuizen aangetroffen: de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. De gewone dwergvleermuis Tijdens het eerste veldbezoek werd door een klein aantal dieren gejaagd rondom boomkronen en de open plek ten westen van het plangebied. Het betrof steeds een individueel dier, die voor korte duur jagend aanwezig was. Grotere groepen dieren werden niet vastgesteld. In het bosperceel zelf werd niet gejaagd. Tijdens het tweede bezoek was sprake van uitgesproken lage activiteit. Slecht drie maal werd een passerende gewone dwergveermuis waargenomen, waarbij éénmaal voor korte duur werd gejaagd. Er werd éénmaal een sociale roep gehoord. Balts werd niet waargenomen. Samenvattend kan worden gesteld dat het plangebied / directe omgeving functie heeft als foerageergebied voor enkele dieren. Belangrijke functies zijn niet vastgesteld. De laatvlieger Tijdens de het eerste bezoek werd vijf maal een laatvlieger op grotere hoogte overvliegend waargenomen, waarbij af en toe kort werd gejaagd. Een belangrijke functie is niet vastgesteld. Samenvattend Het plangebied en de nabije omgeving heeft enige functie als jachtgebied voor een klein aantal dieren. Een belangrijke functie is niet vastgesteld.
Grote vos Resultaten De grote vos is niet aangetroffen in het plangebied. Op enkele kleine koolwitjes na, werden geen dagvlinders waargenomen. Potenties bleken voor de grote vos ook beperkt tot één wilg. De eerder aangetroffen iepen ten westen van het plangebied, een favoriete waardplant, bleken niet meer aanwezig te zijn.
Marters Resultaten De circa zes weken durende steekproef heeft geen beelden opgeleverd van marters. Sporen van marters, zowel in de lokbuizen zelf als in de omgeving, werden ook niet waargenomen, zodat de aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. Er werden
Heeswijk-Dinther CPO Balledonk Notitie nader onderzoek natuur
4
naast de huiskat, diverse malen (bos)muizen op camera vastgelegd en enkele keren de egel. Het betreft soorten waar op voorhand vrijstelling voor geldt bij ruimtelijke ingrepen. De zorgplicht blijft echter van toepassing.
3 Conclusie Conclusie nader onderzoek Middels het seizoensbrede onderzoek is een goed beeld ontstaan over de functie van het plangebied als jachtgebied voor vleermuizen en de aan- of afwezigheid van de grote vos en kleinere marters. Als jachtgebied heeft het plangebied en de nabije omgeving enige functie voor de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. Een belangrijke functie is niet vastgesteld. De grote vos en kleinere marters (en in het bijzonder de wezel) komen niet voor in het plangebied. Door conform het advies rekening te houden met de broedende vogels wordt voorkomen dat een eventueel aanwezige nesten worden verstoord. Overige natuurwaarden en advies Het advies uit de quickscan (zorgplichtmaatregel) inzake vogels algemeen, blijft van toepassing op de ingrepen (citaat): ”Indien de bosschage gerooid zal worden, zal dat buiten het
broedseizoen dienen te gebeuren (tussen eind juli en begin maart)”.
Heeswijk-Dinther CPO Balledonk Notitie nader onderzoek natuur
5
Buro Maerlant Dorpsstraat 17 4271 AA Dussen T 085 877 86 85 E info@BuroMaerlant.nl I www.BuroMaerlant.nl KvK 69667705
Heeswijk-Dinther CPO Balledonk Notitie nader onderzoek natuur
6