CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Vast te stellen bestemmingsplan 'Achterstraat 3, Heesch' - Bijlage 2 bij de Toelichting Verkeennend bodemonderzoek

Commissie Ruimtelijke Zaken 20 oktober 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Achterstraat 3, Heesch'13.635 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

Project AST.310120

April 2020 Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

Opdrachtgever Contactpersoon

: Dhr. P.H.M. Verstegen : Zie opdrachtgever

Projectnummer Rapportagedatum

: AST.310120 : 23-04-2020

Het voorliggend onderzoek is uitgevoerd onder de ‘Algemene voorwaarden Van Oort Bodemonderzoek BV’ die ter inzage liggen op het kantoor aan de Zoggelsestraat 15a te Heesch en de Kamer van Koophandel te ’s-Hertogenbosch. Van Oort Bodemonderzoek BV is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015 en de BRL SIKB 2000 (EC-SIK-20257) en beschikt over een kwalibo-erkenning (mem-27581-04212).

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

1

Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

Project AST.310120

Inhoudsopgave

Blz

1.

Inleiding

3

2.

Vooronderzoek 2.1 Algemeen 2.2 Onderzoeksvragen 2.3 Afbakening en locatiegegevens 2.4 Terreingebruik onderzoekslocatie 2.5 Voorgaande onderzoeken en saneringen 2.6 Omgeving locatie 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie

4 4 4 5 6 7 7 8

3.

Hypothese en onderzoeksopzet

9

4.

Uitgevoerd onderzoek 4.1 Veldonderzoek 4.2 Laboratoriumonderzoek

10 10 11

5.

Resultaten veldonderzoek

12

6.

Resultaten laboratoriumonderzoek 6.1 Algemeen bodembeleid en toetsingskader 6.2 Toetsing analyseresultaten

13 13 14

7.

Resultaten indicatief asbestonderzoek

15

8.

Conclusies 8.1 Grond 8.2 Grondwater 8.3 Hypothese

16 16 16 16

9.

Samenvatting en advies

17

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Kadastrale kaart Informatie vooronderzoek Situatietekening met boorlocaties Boorprofielen Toetsing analyseresultaten Analysecertificaten laboratorium Asbestanalysecertificaat

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

2

Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

1.

Project AST.310120

Inleiding

In opdracht van de heer P.H.M. Verstegen is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Achterstraat 3 te Heesch (gemeente Bernheze). Aanleiding tot het bodemonderzoek is een bestemmingswijziging en inrichting van een tweetal bouwkavels. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er bezwaren zijn tegen het wijzigen van de bestemming en de nieuwbouw van twee woningen. De uitvoering van het bodemonderzoek heeft plaatsgevonden op basis van de NEN 5740 (Bodem-Landbodem-Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoekOnderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009). In dit rapport komen achtereenvolgens aan de orde; het vooronderzoek, de onderzoeksopzet, het uitgevoerd veld- en laboratoriumonderzoek, de onderzoeksresultaten, de conclusies en een samenvatting met advies. De rapportage betreft geen kwaliteitsverklaring zoals bedoeld in het kader van het Besluit en de regeling bodemkwaliteit. Er is in dat verband ook geen onderzoek gedaan naar PFAS. Bij eventueel vrijkomende grond zijn de resultaten van het onderzoek wel geschikt om een inschatting te maken van de toepassingsmogelijkheden. Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. Van Oort Bodemonderzoek BV is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever.

Betrouwbaarheid en aansprakelijkheid Een bodemonderzoek wordt uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van grond en grondwater. Deze in wet- en regelgeving vastgestelde benadering maakt het onmogelijk om op basis van de resultaten van een onderzoek garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie te geven. Aan de hand van een bodemonderzoek wordt de kans op de aanwezigheid van een later aan te treffen bodemverontreiniging tot een minimum beperkt. Van Oort Bodemonderzoek BV accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die opdrachtgever of derden nemen naar aanleiding van het uitgevoerd onderzoek. Een vooronderzoek is sterk afhankelijk van de bronnen en (historische) gegevens die aangeleverd worden. Van Oort Bodemonderzoek BV kan niet instaan voor de volledigheid van de ontvangen informatie en gegevens van derden.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

3

Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

2.

Vooronderzoek

2.1.

Algemeen, aanleiding en doel

Project AST.310120

Voor de uitvoering van het vooronderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 (BodemLandbodem-Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017) en de eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de vooronderzoekslocatie.

2.2.

Onderzoeksvragen

De aanleiding voor het vooronderzoek is in dit geval het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van een uit te voeren bodemonderzoek. Hieronder staan de onderzoeksvragen opgesomd zoals geformuleerd in de NEN 5725. Dit met een verwijzing naar de paragraaf of hoofdstuk waarin deze gemotiveerd wordt beantwoord. • • • •

• • • •

Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? (2.3) Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn deze en waar liggen ze? (2.4) Is de bodem asbestverdacht? Zo ja, wat zijn de mogelijke bronnen en verdachte terreindelen? (2.4) Heeft er in het verleden bodemonderzoek plaatsgevonden? Zo ja, welke en wat zijn de resultaten. Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging verwacht? Zo ja, waar bevindt deze zich? (2.5) Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke en waar bevinden deze zich? (2.6) Is er sprake van een bodemkwaliteitskaart? Zo ja, welke kwaliteitsklasse is voor de locatie toegekend en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? (2.6) Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? (2.7) Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of wordt bodemonderzoek noodzakelijk geacht? Motiveer het antwoord (H3)

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

4

Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

Project AST.310120

Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - Kadaster - Informatie opdrachtgever en eigenaar - Bodemloket (omgevingsdienst-provincie) - Gemeentelijke informatie (bodem, bouw- en milieuarchief) - Historische kaarten en registratiekaart gebouwen (topotijdreis.nl, BAG-viewer) - Actuele luchtfoto’s (google earth) - Grondwaterkaart van Nederland (TNO, Dino-loket)

2.3.

Afbakening en locatiegegevens

De onderzoekslocatie bevindt zich westelijk van Heesch. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Heesch, sectie F, nummer 1138. In bijlage 1 is een kadastrale kaart bijgevoegd. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 3.000 m2. Het onderzoeksgebied van het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en tot 25 meter in de aangrenzende percelen. Gezien de ligging en gebruik van de locatie is deze afbakening als voldoende beschouwd. Hieronder is een luchtfoto bijgevoegd met de globale begrenzing van de onderzoekslocatie.

Figuur 2.1: Globale ligging onderzoekslocatie

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

5

Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

2.4.

Project AST.310120

Terreingebruik onderzoekslocatie

Historisch gebruik De bestaande woning en garage zijn opgericht in 1957. Daarvóór stond er op het uiterst noordelijk deel van het perceel een boerderij. Deze vooroorlogse boerderij is rond 1957 gesloopt. Verdere gegevens daarover ontbreken. Hieronder is een historische kaart opgenomen van 1950 waarop de boerderij zichtbaar aanwezig is.

Figuur 2.2: Historische kaart 1950

Sinds 1957 is de situatie niet veranderd en is zowel noordelijk als zuidelijk van de woning en garage sprake van weiland. Op de locatie hebben voor zover bekend in het verleden geen bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten plaatsgevonden. Er zijn geen bovengrondse of ondergrondse brandstoftanks aanwezig geweest. In bijlage 2 is de bodeminformatie bijgevoegd zoals ontvangen van het regionaal bodemloket van de omgevingsdienst Brabant Noord. Van de locatie zelf en directe omgeving is geen informatie bekend. Huidig gebruik Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden heeft een terreininspectie plaatsgevonden.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

6

Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

Project AST.310120

In bijlage 3 zijn een situatietekening en wat foto’s bijgevoegd waarop de bevindingen staan aangegeven. Op de locatie staat een woning en een garage. De garage die overloopt in een overkapping is gedekt met asbestgolfplaten. In zuidelijke richting is sprake van een onbedekte drupzone. Noordelijk (buiten de bouwkavel) is sprake van een tegelverharding. De oprit is verhard met grind en steenslag. Rond de woning is sprake van tuin. Voor het overige is sprake van wei. In het noordelijk deel staat een houten dierenverblijf dat gedekt is met asbestgolfplaten. Het dak loopt in één richting af en is voorzien van een dakgoot. Tijdens het terreinbezoek zijn, op de asbestgolfplaten ná, geen potentiële verontreinigingsbronnen waargenomen. Toekomstig gebruik Het gehele perceel krijgt een woonbestemming en wordt ingericht met twee bouwkavels. In bijlage 2 is een ontwerpplan bijgevoegd.

2.5.

Voorgaande onderzoeken en saneringen

Op de locatie hebben in het verleden zover bekend geen bodemonderzoeken of bodemsaneringen plaatsgevonden.

2.6.

Omgeving locatie

De onderzoekslocatie bevindt zich in het buitengebied ten westen van Heesch. De aangrenzende percelen zijn in agrarisch gebruik als wei- of bouwland. Oostelijk ligt een groenstrook waar in het verleden sprake was van een rijpad. Binnen een straal van 25 meter uit de onderzoekslocatie is in het regionaal loket van de omgevingsdienst geen bodeminformatie aangetroffen. Op basis van deze informatie is aangenomen dat er in de nabijheid van de locatie zich geen (grootschalige) gevallen van verontreinigingen voordoen die van invloed zijn (geweest) op de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. De gemeente Bernheze beschikt over een bodemkwaliteitskaart (regio Noordoost Brabant, juli 2011). Voor ontgraving en toepassing zijn kaarten van boven- en ondergrond onderscheiden. De kaart sluit aan op het landelijk bodembeleid waarbij onderscheid is gemaakt tussen natuur en landbouw, wonen en industrie. Binnen de gemeente geldt overwegend de bodemkwaliteitsklasse ‘natuur en landbouw AW2000’.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

7

Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

Project AST.310120

De woonkernen (wonen) en de industrieterreinen en gemeentelijke bermen en doorgaande wegen zijn uitgezonderd (industrie). Het onderzoeksgebied heeft op de bodemfunctiekaart de functieklasse ‘Natuur en landbouw AW2000’. In de regio Noordoost Brabant is verder bekend dat in het grondwater verhoogde gehaltes zware metalen voor kunnen komen. Vaak worden ze zonder duidelijk aanwijsbare reden aangetroffen, kunnen sterk fluctueren en worden veelal als lokaal verhoogde achtergrondwaarden beschouwd.

2.7.

Bodemopbouw en geohydrologie

De gegevens van de bodemopbouw en geohydrologie zijn verkregen van de Grondwaterkaart van Nederland (TNO) en het DINO-loket. In de onderstaande tabel is de bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie schematisch weergegeven. De locatie ligt ten westen van de nabije Peelrandbreuk, in het lager gelegen Centrale Slenkgebied. Tabel 2.1: Regionale bodemopbouw Globale diepte (m-mv) 0-10

Geohydrologische

Lithostratigrafische

eenheid

eenheid

Deklaag

Nuenengroep en Holoceen

Lithologie Fijne en grove zanden (plaatselijk veen- en leemlagen)

10-45

1e watervoerende pakket

Formaties van Veghel en Kreftenheye

zanden

45-75

Scheidende laag

Formaties van Kedichem en

Fijne slibhoudende zanden

Tegelen

en kleilagen

Formaties van Tegelen en

Fijne en grove zanden

75-200

e

2 watervoerende pakket

Fijne en grove grindrijke

afzettingen van Icenien

De stromingsrichting van het freatisch grondwater is ter plaatse globaal noordwest gericht. De grondwaterstand is voorafgaand aan het onderzoek ingeschat op een diepte van 0,7 tot 1,3 m-mv. De locatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied van een waterpompstation. Verder is niet onderzocht of er op korte afstand industriële grondwateronttrekkingen aanwezig zijn met een invloedssfeer reikend tot aan de onderzoekslocatie.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

8

Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

3.

Project AST.310120

Hypothese en onderzoeksopzet

De NEN 5740 beschrijft voor verschillende situaties de te hanteren onderzoeksstrategie. Verdachte en niet-verdachte locaties worden daarbij onderscheiden. Voor asbest in bodem is de NEN 5707 van toepassing. Bij een bestemmingswijziging en/of aanvraag van een omgevingsvergunning is alleen een asbestonderzoek noodzakelijk wanneer sprake is van een asbestverdachte situatie. Op basis van het uitgevoerd vooronderzoek zijn de volgende conclusies getrokken: • Vanwege het ontbreken van een mogelijke oorzaak van bodemverontreiniging, anders dan asbest, is de onderzoekshypothese ‘niet verdacht’. • Op de locatie bevindt zich een garage die gedekt is met asbestgolfplaten. De garage is aan één zijde niet voorzien van dakgoten en de bodem is onbedekt. De toplaag van de drupzone is verdacht van de aanwezigheid van asbest. • De gesloopte vooroorlogse boerderij is niet verdacht van asbest. Destijds werd asbest nog niet toegepast in de bouw. In overleg met de opdrachtgever is op basis van de bovenstaande conclusies de onderstaande onderzoeksopzet vastgesteld. Het bodemonderzoek beperkt zich tot de NEN 5740. In overleg met de opdrachtgever wordt vooralsnog een indicatief asbestonderzoek uitgevoerd. NEN 5740: onderzoeksstrategie, veldwerk en laboratoriumonderzoek Locatie

Bouwlocatie(s)

Oppervlakte (m2)

Onderzoeksstrategie 1)

3.000

ONV-NL

Veldwerkzaamheden Grond Aantal boringen (diepte in m-mv) 9x 0,5 2x 2,0

Grondwater Aantal peilbuizen (filterdiepte m-mv) 1 (ca. 2,0-3,0)

Laboratoriumonderzoek Grond 2) Grondwater 3) (NEN-pakket) (NEN-pakket)

2x bgr 1x ogr

1x grw

1) ONV-NL: Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie 2) Standaardpakket grond: zware metalen (9), PCB (7), PAK 10, minerale olie (GC), organische stof en lutum 3) Standaardpakket grondwater: zware metalen (9), aromaten (BTEXN), chloorkoolwaterstoffen (17) en minerale olie

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

9

Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

4.

Uitgevoerd onderzoek

4.1.

Veldonderzoek

Project AST.310120

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000 en de van toepassing zijnde NEN-normen (NPR 5741 en NEN 5742 t/m NEN 5744). Het veldwerk is uitgevoerd door de heer M.W.T. van Oort. Een erkend en ervaren veldwerker die geregistreerd staat onder de BRL SIKB 2000. De veldwerkzaamheden hebben plaats gevonden op 31 maart en 7 april 2020. Een overzicht van de uitgevoerde veldwerkzaamheden is weergegeven in tabel 4.1. De locaties van de boringen zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 3. Tabel 4.1: Uitgevoerde werkzaamheden Aantal boringen met boordiepte (m-mv) Ondiep tot ca. 0,5 1 (01, 03, 04, 05, 07, 09, 11, 12)

Diep tot 1,0 á 2,0 3 (02, 06, 10)

met peilbuis 1 (P08)

Opmerking

De boringen zijn gelijkmatig verdeeld over de twee bouwkavels. De peilbuis is stroomafwaarts van de stromingsrichting van het freatisch grondwater geplaatst. De bovenkant van het filter van de peilbuis is aangebracht op een diepte van 0,5 tot 1,0 meter beneden de aangetroffen grondwaterspiegel. De peilbuis steekt ongeveer 0,3 meter boven maaiveld uit. Het opgeboorde materiaal is in het veld geclassificeerd volgens NEN 5104 en zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen. Van de grond zijn monsters genomen in trajecten van maximaal 0,5 meter. Bodemlagen met kenmerken van verontreinigingen of een afwijkende textuur zijn separaat bemonsterd. De peilbuis is ná minstens een wachttijd van zeven dagen bemonsterd met behulp van een slangenpomp. Ná het vaststellen van de grondwaterstand is de peilbuis afgepompt waarna de zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EC), troebelheid (NTU) en eventueel het gehalte zuurstof (O2) zijn gemeten. Ten behoeve van een analyse op zware metalen is het grondwater in het veld gefiltreerd met een wegwerpfilter (0,45 µm). Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van protocol 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. Indicatief asbestonderzoek Het onderzoek heeft bestaan uit de volgende werkzaamheden; - een maaiveldsinspectie - een ondiepe proefsleuf ter plaatse van de drupzone zuidelijk van de garage/overkapping.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

10

Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

4.2.

Project AST.310120

Laboratoriumonderzoek

Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door Synlab Analytics & Services BV te Rotterdam. Een geaccrediteerde (ISO/IEC 17025) en AS3000-erkend laboratorium voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. De analysecertificaten van de grondmonsters zijn opgenomen in bijlage 6. Op basis van het veldwerk en de zintuiglijke waarnemingen heeft een selectie plaats gevonden van de te analyseren mengmonsters (zie tabel 4.2). De mengmonsters zijn niet in het veld maar in het laboratorium samengesteld. Het zogenaamd standaard NEN-pakket bevat een analyse van de volgende parameters. Grond ; droge stof, organische stof, lutum, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB’s, PAK en minerale olie. Grondwater ; zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), aromatische koolwaterstoffen, chloorkoolwaterstoffen en minerale olie. Om de aan- of afwezigheid van asbest aan te tonen is ter plaatse van de drupzone van de garage/overkapping een mengmonster samengesteld (ca. 10 kg) en in het laboratorium onderzocht conform NEN 5898. Tabel 4.2: Laboratoriumonderzoek Mengmonster (traject m-mv)

Deelmonsters (traject m-mv)

Analyses

Grond MMB1 (0,00-0,50) MMB2 (0,00-0,50)

1.1 (0,00-0,40); 2.1 (0,00-0,40); 3.1 (0,00-0,50); 4.1 (0,00-0,40); 5.1 (0,00-0,20); 6.1 (0,00-0,50) 7.1 (0,00-0,50); 8.1 (0,10-0,50); 9.1 (0,00-0,40); 10.1 (0,00-0,50); 11.1 (0,00-0,40); 12.1 (0,00-0,50)

NEN-pakket

MMO3 (0,40-1,60)

2.2 (0,40-0,90); 2.3 (0,90-1,40); 6.3 (0,70-1,10); 6.4 (1,10-1,60); 8.2 (0,50-1,00); 8.3 (1,00-1,50); 10.2 (0,50-1,00)

NEN-pakket

S1 (0,00-0,05)

Asbest

P08

NEN-pakket

Asbest MMS1 (0,00-0,05) Grondwater GRW (1,50-2,50)

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

NEN-pakket

11

Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

5.

Project AST.310120

Resultaten veldonderzoek

Het opgeboord materiaal is beoordeeld op kleur, textuur, bijmengingen en verontreinigingen. De profielbeschrijvingen van de uitgevoerde grondboringen zijn opgenomen in bijlage 4. De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is opgebouwd uit zand. De humushoudende bovenlaag is aangetroffen tot een diepte van 0,4 á 0,7 m-mv. Zintuiglijk zijn tijdens de uitvoering van de boringen geen verontreinigingen, bijmengingen of andere bodemvreemd materialen aangetroffen. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De resultaten van het grondwateronderzoek zijn in tabel 5.2 opgenomen. Tabel 5.2: Veldmetingen grondwater Peilbuis (filter, m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Overig*

P08 0,78 6,2 455 9,23 Goedlopende peilbuis, niet belucht (1,50-2,50) *) Bij een slechtlopende peilbuis waarbij het filter gedeeltelijk droog is gevallen zijn de analyseresultaten indicatief. Wanneer bij goedlopende peilbuizen het filter snijdend staat met de grondwaterspiegel (belucht) zijn de analyseresultaten voor vluchtige verbindingen indicatief.

Er zijn geen indicaties voor een afwijkende situatie.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

12

Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

6.

Resultaten laboratoriumonderzoek

6.1.

Algemeen bodembeleid en toetsingskader

Project AST.310120

De analyseresultaten zijn getoetst aan het landelijk referentiekader van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hierin wordt onderscheid gemaakt in de volgende twee toetsingsniveaus: •

Achtergrondwaarde (Aw) en streefwaarde (Sw) Het toetsingsniveau waarbij sprake is van een duurzame en goede bodemkwaliteit waarbij geen noemenswaardige humane en ecologische risico’s bestaan. Bij geen overschrijding van de Aw en/of Sw is geen sprake van een verontreiniging.

•

Interventiewaarde (Iw) Het toetsingsniveau waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant. Bij een overschrijding van de Iw is sprake van een sterke verontreiniging.

De achtergrondwaarde en streefwaarde worden regelmatig overschreden als gevolg van lokaal verhoogde achtergrondwaarden of diffuse belasting. Om vast te kunnen stellen wanneer aanvullend onderzoek gewenst of noodzakelijk is, wordt gebruikt gemaakt van een derde toetsingsniveau, de tussenwaarde; • Tussenwaarde (Tw) De tussenwaarde is de helft van de som van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde (Tw=Aw/Sw+Iw/2). Bij een overschrijding bestaat er een vermoeden dat een (ernstige) bodemverontreiniging aanwezig is en dient veelal een aanvullend onderzoek te worden aanbevolen. De interpretatie en toetsing heeft plaatsgevonden middels de Bodem Toets en Validatieservice van Rijkswaterstaat. De BoToVa is het instrument dat de toetsingsregels uit de bodemwetgeving vanuit het Rijk op digitale wijze toegankelijk maakt voor applicaties van gebruikers die de toetsing aan bodemnormen uitvoeren. Gebruik is gemaakt van de applicatie @mis van laboratorium Synlab Analytics & Services BV. Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de (meng)monsters van het onderzoek zijn tevens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit (generiek kader, toepassing als landbodem).

PFAS In het kader van het Besluit bodemkwaliteit geldt bij grondverzet (grondtoepassing) het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (sinds 01-10-2019). Er is geen onderzoek gedaan naar PFAS.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

13

Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

6.2.

Project AST.310120

Toetsing analyseresultaten

In bijlage 5 zijn de toetsingstabellen bijgevoegd waarin de analyses zijn getoetst aan de genoemde toetsingsniveaus. Voor de analyse van het NEN-pakket geldt dat de meetwaarden voor grond (or) op basis van organische stof en lutum zijn omgerekend naar een standaardbodem (br). In de tabellen 6.1 en 6.2 is van de grond- en grondwatermonsters een overzicht opgenomen waarin uitsluitend de verhoogde parameters staan aangegeven. In de laatste kolom staat voor grond het resultaat van de indicatieve toetsing aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Tabel 6.1: Overschrijdingstabel grond Monster (m-mv)

Boringen

Bijzonderheden

Overschrijdingen > Aw > Tw Licht matig PAK -

Toetsing Bbk > Iw sterk -

MMB1 1, 2, 3, 4, AW (0,00-0,50) 5, 6 MMB2 7, 8, 9, 10, AW (0,00-0,50) 11, 12 MMO3 2, 6, 8, 10 AW (0,40-1,60) Betekenis AW= Achtergrondwaarde-kwaliteit, NT= Niet Toepasbaar > Aw en <=Tw : Concentratie is hoger dan de achtergrondwaarde en lager dan of gelijk aan de tussenwaarde [licht verontreinigd] > Tw en <= Iw : Concentratie is hoger dan de tussenwaarde en lager dan of gelijk aan de interventiewaarde [matig verontreinigd] > Iw : Concentratie is hoger dan de interventiewaarde [sterk verontreinigd]

Tabel 6.2: Overschrijdingstabel grondwater Monster

GRW Betekenis > Sw en <=Tw > Tw en <= Iw > Iw

Peilbuis (filter m-mv) P08 (1,50-2,50)

Overschrijdingen > Sw Licht Koper

> Tw Matig -

> Iw sterk -

: Concentratie is hoger dan de streefwaarde en lager dan of gelijk aan de tussenwaarde [licht verontreinigd] : Concentratie is hoger dan de tussenwaarde en lager dan of gelijk aan de interventiewaarde [matig verontreinigd] : Concentratie is hoger dan de interventiewaarde [sterk verontreinigd]

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

14

Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

7.

Project AST.310120

Resultaten indicatief asbestonderzoek

Het indicatief asbestonderzoek heeft bestaan uit de volgende werkzaamheden; - een maaiveldsinspectie - een ondiepe proefsleuf beneden de drupzone van het dak westelijk van de schuur (afmetingen 2,0x0,3x0,05 m-mv) Tijdens het veldonderzoek was de te onderzoeken locatie niet tot licht begroeid. De omstandigheden/condities waren als volgt; zand, droog, vast en lichte vegetatie (inspectieefficiëntie >90%). Bij de maaiveldsinspectie zijn aan de oppervlakte geen asbestverdachte materialen waargenomen. Ter plaatse van de drupzone is een proefsleuf gegraven van 2,0x0,3x0,05 meter (S1). De plaats is aangegeven op de situatietekening in bijlage 3. De uit de proefsleuf vrijkomende grond/materiaal is voor inspectie gezeefd (maaswijdte zeef 20 mm). De grove fractie is daarbij visueel beoordeeld op asbestverdachte materialen. In de grove fractie zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. Van het gezeefd materiaal (fijne fractie) is een mengmonster genomen (emmer van circa 10 kg). Het mengmonster (MMS1) is door het laboratorium onderzocht op asbest. In bijlage 7 is het analysecertificaat bijgevoegd. In de fijne fractie is asbest aangetoond (niethechtgebonden). Het gewogen asbestgehalte bedraagt 150 mg/kg ds. De totale asbestconcentratie wordt gevormd door de som van de asbestconcentratie uit de grove fractie en de asbestconcentratie uit de fijne fractie.

Aangezien in de grove fractie geen asbestverdachte materialen zijn waargenomen is het totale asbestgehalte bepaald op 150 mg/kg ds. De interventiewaarde ofwel restconcentratie voor asbest bedraagt 100 mg/kg ds. Er is een asbestgehalte aangetoond tot boven deze interventiewaarde. De resultaten van het indicatief asbestonderzoek zijn niet afdoende en geven aanleiding tot een vervolgonderzoek conform NEN 5707. De drupzone heeft een lengte van circa 8 meter. Vermoedelijk is de asbestverontreiniging beperkt van omvang.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

15

Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

8.

Conclusies

8.1.

Grond

Project AST.310120

Zintuiglijk zijn tijdens de uitvoering van de boringen geen verontreinigingen, afwijkingen of andere bijzonderheden waargenomen. Op basis van het laboratoriumonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: • In het grondmengmonster van de bovengrond (MMB1) is ten opzichte van de achtergrondwaarde een verhoogd PAK-gehalte aangetoond. • In het andere grondmengmonster van de bovengrond (MMB2) en het grondmengmonster van de ondergrond (MMO3) zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde geen verhoogde gehaltes waargenomen. De bovengrond van de zuidelijke bouwkavel is licht verontreinigd met PAK. Een directe verklaring is hiervoor niet te geven. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is de verwachting dat net als de overige mengmonsters sprake is van achtergrondwaarde-grond.

8.2.

Grondwater

Zintuiglijk zijn geen verontreinigingen of andere bijzonderheden waargenomen tijdens het plaatsen van de peilbuis en het bemonsteren van het grondwater. Op basis van het laboratoriumonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: • In het grondwatermonster (GRW) is ten opzichte van de streefwaarde een verhoogd kopergehalte aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met koper. Zware metalen, en vooral barium, worden regelmatig verhoogd aangetroffen in het grondwater in de regio. Aangenomen mag worden dat het gemeten kopergehalte de lokale achtergrondwaarde benadert en een natuurlijke oorsprong heeft.

8.3.

Hypothese

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese ‘niet verdacht’ verworpen. In de bovengrond en het grondwater is een lichte verontreiniging aangetoond. Er zijn geen meetwaarden waargenomen tot boven de tussenwaarde voor aanvullend onderzoek. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

16

Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch

9.

Project AST.310120

Samenvatting en advies

Op de locatie aan de Achterstraat 3 te Heesch is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in verband met een bestemmingswijziging en inrichting van twee bouwkavels. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Heesch, sectie F, nummer 1138. De oppervlakte van de locatie bedraagt circa 3.000 m2. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er milieutechnische bezwaren zijn tegen het wijzigen van de bestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning. Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 en NEN 5740. De strategie van het onderzoek is afgestemd op het vooronderzoek (historie). Gebruik is gemaakt van de onderzoeksopzet voor een niet lijnvormige onverdachte locatie (ONV-NL). Aansluitend op het onderzoek is een indicatief asbestonderzoek uitgevoerd. Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000. De analyses (AS3000) zijn uitgevoerd door Synlab Analytics & Services BV uit Rotterdam. Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen waargenomen. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met PAK (>Aw). De ondergrond is niet verontreinigd (<Aw) en het grondwater licht verontreinigd met koper (>Sw).

Het indicatief asbestonderzoek heeft aangetoond dat de toplaag ter plaatse van de drupzone van de garage/overkapping sterk verontreinigd is met asbest (niet-hechtgebonden). De resultaten geven in principe aanleiding tot een vervolgonderzoek volgens NEN 5707. Vermoedelijk is de asbestverontreiniging beperkt van omvang. Er is geen aanleiding tot een vervolgonderzoek ter plaatse van de overige onderzochte terreindelen. Het onderzoek heeft aangetoond dat hier geen sprake is van ernstige bodemverontreinigingen die bezwaarlijk zijn voor het wijzigen van de bestemming en het realiseren van nieuwbouw. Geadviseerd wordt de resultaten van het bodemonderzoek voor te leggen aan de gemeente Bernheze. Als onderzoeksbureau hebben we een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaald of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

17

Van Oort Bodemonderzoek BV

BIJLAGE 1

Uw referentie: Heesch F1138

Kadastrale kaart

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 1000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Heesch F 1138

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 24 maart 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Van Oort Bodemonderzoek BV

BIJLAGE 2

Achterstraat 3 Heesch Omgevingsrapportage

Pagina 1 van 11

-

27-02-2020

Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Kaarten Disclaimer Toelichng

Pagina 2 van 11

-

27-02-2020

Inleiding Dit betre een rapportage van de milieu-hygiënische bodemkwaliteit van het perceel waarvan de locae op de eerste pagina van deze rapportage is aangegeven. De rapportage is gemaakt met behulp van het bodeminformaesysteem (bis) van de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord–Brabant. Indien er van het perceel, of de directe omgeving hiervan, bodemonderzoeken of ondergrondse tanks in het bis bekend zijn, bevat deze rapportage een uireksel hiervan.

Welke informae bevat het bodeminformaesysteem? Bij de uitvoering van de gemeentelijke en provinciale bodemtaken ontvangen wij bodemrapporten bij grondwerken, bodem- en tanksaneringen, grondtransaces en het behandelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. De resultaten van de bodemonderzoeken worden verwerkt in het bis.

Geen informae aanwezig Indien er in het bis geen informae over een perceel aanwezig is, kan niet geconcludeerd worden dat er dan ook geen bodemverontreiniging aanwezig is. Alleen na uitvoering van een volledig verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 kan hierover meer zekerheid worden verkregen. Indien u onderzoek wilt laten uitvoeren dan adviseren wij u contact op te nemen met een SIKB BRL 2000 gecerficeerd adviesbureau. Alleen onderzoeken die uitgevoerd zijn door een gecerficeerd bureau worden voor overheidsbeslissingen in behandeling genomen.

Locaes met historisch bodembedreigende acviteiten Om inzicht te krijgen waar de bodem in het verleden mogelijk verontreinigd is geraakt zijn de locaes met een risico op bodemverontreiniging in kaart gebracht. Deze gegevens zijn a"omsg uit oude bestanden en tekeningen, zoals het Hinderwetarchief, milieuarchief en de bestanden van de Kamer van Koophandel. Deze historische informae zegt iets over het vermoeden van bodemverontreiniging. In feite is het een risicoanalyse die kan leiden tot vervolgonderzoek. Deze locaes zijn ondergebracht in het zogenaamde historische bodembestand (HBB). Op tal van locaes met de meest verdachte bodembedreigende acviteiten en waar nog niet eerder Pagina 3 van 11

-

27-02-2020

bodemonderzoek hee plaatsgevonden, hee inmiddels oriënterend bodemonderzoek plaatsgevonden.

Opbouw van de rapportage Op basis van de ingevoerde geografische gegevens die voor de aanvraag van de rapportage zijn ingevoerd, is met behulp van soware gecontroleerd of er op het perceel of in de directe omgeving hiervan gegevens over de bodem en grondwater beschikbaar zijn. Indien deze informa"e aanwezig is dan wordt deze getoond in de onderstaande volgorde: Informa"e over de milieukwaliteit op de loca"e: Overzicht loca"egegevens Overzicht bodemonderzoeken Overzicht historische bodembedreigende ac"viteiten Overzicht ondergrondse tanks Naast het geselecteerde perceel wordt ook in een straal van 25 meter rond het geselecteerde perceel gekeken of er onderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Indien er informa"e aanwezig is, dan wordt deze getoond onder het hoofdstuk:“Informa"e over de milieukwaliteit in de directe omgeving van de loca"e”. Vervolgens worden ook voor de percelen in de directe omgeving de loca"egegevens, de historische bodembedreigende ac"viteiten en de ondergrondse tanks weergegeven.

Toelichng bij informae over de bodemkwaliteit op de locae Overzicht locaegegevens Onder deze paragraaf worden de loca"egegevens getoond zoals deze in het bis bekend zijn. Onder de loca"egegevens worden ook de status van de bodemloca"e, eventuele verontreinigingen en de vervolgac"e aangeven. Overzicht onderzoeken Onder deze paragraaf worden de gegevens van de bodemrapporten die op de loca"e zijn uitgevoerd weergeven, zoals soort onderzoek, aanleiding, rapportdatum, beknopte conclusie en resultaat Wet bodembescherming. Overzicht historische bodembedreigende acviteiten Onder deze paragraaf worden de historische bodembedreigende ac"viteiten getoond zoals deze in het bis bekend zijn.

Pagina 4 van 11

-

27-02-2020

Overzicht aanwezige ondergrondse tanks Onder deze paragraaf worden de ondergrondse tanks getoond, zoals deze in het bis bekend zijn. Informae over de bodemkwaliteit in een straal van 25 meter rond de locae Idem als informa!e over de bodemkwaliteit op de loca!e maar dan binnen een straal van 25 meter rond de loca!e.

Pagina 5 van 11

-

27-02-2020

Binnen het aangegeven zoekgebied is geen informae aangetroffen.

Pagina 6 van 11

-

27-02-2020

De informae die wij in deze rapportage beschikbaar stellen, dient u te interpreteren als een inschang van de situae. Aangezien de informae is gebaseerd op onderzoeken die in het verleden hebben plaatsgevonden kunnen wij nooit 100% zekerheid geven met betrekking tot de actuele kwaliteit van grond en grondwater. De gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord – Brabant zijn niet aansprakelijk voor enige schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat in de prakjk de kwaliteit van grond of grondwater anders is dan in dit rapport is vermeld. Wij aenderen u op het feit dat u als makelaar, eigenaar, toekomsg eigenaar of als derde, bij aan- of verkoop van onroerend goed een vergaande onderzoeksplicht hee als het gaat om het vaststellen van de kwaliteit van de bodem en/of de aanwezigheid van ondergrondse brandstoanks. Wij adviseren u om in voorkomende gevallen zelf zorg te dragen voor bodemonderzoek dan wel onderzoek naar de aanwezigheid van een tank.

De informae uit deze rapportage kan niet worden gebruikt bij de aanvraag van een omgevingsvergunning of andere gemeentelijke producten of diensten. Bij een vergunningaanvraag dient elke situae opnieuw afzonderlijk te worden beoordeeld. Ook al hee er op een locae eerder bodemonderzoek plaatsgevonden is het niet uitgesloten dat de gemeente opnieuw bodemonderzoek eist. De aanwezige informae kan verouderd zijn, ook kan er een onjuiste onderzoeksstrategie zijn toegepast.

Pagina 7 van 11

-

27-02-2020

Toelichng Toelichng op gebruikte terminologie

Uitleg begrippen bij deze rapportage De analyseresultaten in relae tot de onderzoeksstrategie geven een beeld van de verontreinigingsituae. Op basis van hiervan wordt een locae beoordeeld. Hieronder volgt een opsomming: Niet verontreinigd geen vervolg: Volgens de beschikbare informae is de locae niet verontreinigd, een nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Ernsg: Poteneel ernsg. Het vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernsge verontreiniging. Een locae wordt ook als Pot. Ernsg gekwalificeerd als er alleen bodembedreigende handelingen hebben plaatsgevonden (historisch bodemonderzoek). De locae is dan als het ware verdacht met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. Urgent c.q. Spoedeisend: Poteneel urgent. Het vermoeden bestaat dat de ernsge verontreiniging risico"e;s vormt voor de gezondheid, ecologie en verspreiding. verontreinigd: Geen vervolg. Het vermoeden bestaat dat de locae wel verontreinigd is maar er is geen aanleiding tot het doen van vervolgonderzoek. Niet Ernsg: Er is geen sprake van een ernsge bodemverontreiniging. Ernsg, niet urgent c.q. Spoedeisend: Door de provincie in een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. Er zijn geen gezondheids- , Ecologische en/ of verspreidingsrisico"e;s. Ernsg, urgene c.q.

spoedeisendheid niet bepaald: Er is sprake van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater waarvan de urgene (risico"e;s) niet zijn vastgesteld. Ernsg en urgent c.q. spoedeisend, sanering binnen 4 jaar: Door de provincie in een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. De verontreiniging vormt een actueel gevaar voor de volksgezondheid, en/of het ecosysteem en/of verspreiding.

Indien er op een locae een geval van ernsge bodemverontreiniging is aangetroffen is de provincie bevoegd gezag. De provincie zal a$ankelijk van de situae een beschikking afgeven. Op basis van de status van de verontreiniging (beoordeling van de locae) worden de vervolgstappen vastgesteld. We onderscheiden de volgende stappen (acviteiten):

Pagina 8 van 11

-

27-02-2020

Voldoende onderzocht/gesaneerd, geen vervolg: Op basis van de huidige bodemonderzoeken of op grond van een goedgekeurd evaluaerapport (naar aanleiding van een bodemsanering) is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Uitvoeren (aanvullend) HO, OO, NO, SO en SP: Respecevelijk het uitvoeren van een (aanvullend) Historisch Onderzoek, een Oriënterend Onderzoek, een Nader Onderzoek, een Saneringonderzoek en het opstellen van een Saneringsplan. Uitvoeren van een sanering en/of aanvullend sanering: De grond en/of het grondwater worden ontdaan van de verontreinigende componenten. Uitvoeren jdelijke beveiliging: Het plaatsen van jdelijke sanerende maatregelen met als doel verspreiding van de verontreiniging tegen te gaan of de risico"e;s van de verontreiniging terug te dringen. Uitvoeren (aanvullende) saneringsevaluae: De resultaten (hoeveelheid verwijderde grond, terugsaneerwaarde, etc) worden vastgelegd in een rapport. Uitvoeren aceve nazorg: Na afronding van de sanering gelden nog zorgverplichngen die door de provincie in een beschikking zijn vastgelegd. Monitoring: De verontreiniging wordt periodiek gecontroleerd of geen verspreiding plaatsvindt. Ook deze acviteiten zijn in een beschikking vastgelegd. Registrae restverontreiniging: Na sanering is een verontreiniging achter gebleven. De aard en omvang van deze verontreiniging wordt geregistreerd bij de provincie en de gemeente.

Bij het kadaster wordt een aantekening gemaakt.

Er zijn verschillende soorten bodemonderzoeken, elk met een ander doel en uitvoeringsstrategie. De volgende onderzoekstypen worden onderscheiden: PreHo: Prehistorisch bodemonderzoek, er is een verdenking van bodembedreigende acviteiten. De locae is bijvoorbeeld a!omsg uit de lijst van de Kamer van Koophandel. Historisch onderzocht: Er is een historisch bodemonderzoek verricht. Zonder de locae te bezoeken is in de gemeentelijke archieven gezocht naar aanwijzingen voor een bodembedreigende acviteit. Beperkt onderzoek: Eenvoudig onderzoek met een specifiek doel (bv verdenking van asbest of een calamiteit). Een beperkt onderzoek gee$ geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. BOOT of indicaef onderzoek: Een beperkt onderzoek gee$ geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. Onderzocht op aard (O.O./NVN/NEN): Op de locae is een analysch bodemonderzoek verricht om te onderzoeken of er sprake is van bodemverontreiniging. Dit kunnen verschillende typen onderzoek zijn die echter allemaal tot doel hebben om een eventuele verontreiniging aan het licht te brengen. (OO = oriënterend onderzoek, NVN = indicaef bodemonderzoek conform de Nederlandse Voornorm en NEN =verkennend bodemonderzoek conform de Nederlandse Eenheidsnorm (NEN 5740)).

Nulsituae onderzoek: Om in de toekomst vast te kunnen stellen of de huidige eigenaar de bodem (verder)verontreinigd hee$ wordt de kwaliteit van de bodem vastgelegd. Pagina 9 van 11

-

27-02-2020

Indien later blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is verslechterd dan kan de eigenaar hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Wordt toegepast bij de vesging van bedrijven op een locae die poteneel bodembedreigende acviteiten uitvoeren. O.O.T. (Besluit Opslag Ondergrondse Tanks): Onderzoek dat wordt uitgevoerd om vast te stellen of zich bij een ondergrondse brandstoank verontreinigingen bevindt. Asbest in grond onderzoek (NEN 5707) Nader onderzoek: Onderzoek naar de groo!e van de verontreiniging en het vaststellen van de ernst en de urgene (NTA 5755). Saneringsonderzoek opgesteld: er is, naar aanleiding van de resultaten van het nader bodemonderzoek, een onderzoek naar de saneringsmogelijkheden uitgevoerd. Saneringsplan opgesteld: Een saneringsplan is een planmage beschrijving van de saneringsmethode en/of de saneringstechnieken. Saneringsevaluae uitgevoerd: een opsomming van de resultaten en gebeurtenissen naar aanleiding van een sanering.

Analyseresultaten in conclusie De analyseresultaten worden weergegeven in de vorm van le!ers en symbolen. De combinae hiervan gee aan of de bodem verontreinigd is of niet. De le!ers hebben de volgende betekenis (conform de Wet bodembescherming). AW= Achtergrondwaarde S = Streefwaarde T = Tussenwaarde I = Intervenewaarde

In feite geven de le!ers een concentraeniveau aan dat iets zegt over de aard van de verontreiniging en de sanering daarvan. In het kader van het Besluit bodemkwaliteit is dit de van nature in de bodem aanwezige gehalte aan “verontreinigende” stoffen. Streefwaarde: is de waarde waarbij sprake is van schone grond, geschikt voor alle mogelijke doeleinden. Als van één of meerdere stoffen de streefwaarde of achtergrondwaarde wordt overschreden, is sprake van een lichte bodemverontreiniging. Tussenwaarde: Als van één of meerdere stoffen de tussenwaarde wordt overschreden, is sprake van een mage bodemverontreiniging. Overschrijding van de tussenwaarde is het criterium voor uitvoering van nader bodemonderzoek. Intervenewaarde: is de waarde waarbij maatregelen (intervenes) noodzakelijk zijn. Als van één of meerdere stoffen de intervenewaarde wordt overschreden, Pagina 10 van 11

-

27-02-2020

is sprake van een sterke bodemverontreiniging. De omvang van de verontreiniging, de risico"e;s voor de volksgezondheid, ecologische risico"e;s en verspreidingsrisico"e;s bepalen de ernst en de urgene c.q. spoedeisendheid van het geval.

Wat u moet weten over tankgegevens In het verleden werden veel woningen verwarmd met behulp van huisbrandolie (hbo). Deze olie werd opgeslagen in speciale ondergrondse opslagtanks. Bij lekkage kunnen deze tanks een bodemverontreiniging veroorzaken. Volgens het besluit BOOT (Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks), tegenwoordig het Acviteitenbesluit, moeten nog in gebruik zijnde gesaneerde ondergrondse tanks voldoen aan diverse voorschri!en zoals keuringen en monitoring. Oude buitengebruik gestelde tanks konden tot 1998 worden gesaneerd door KIWA (Keuringsinstuut voor Waterleidingsarkelen) erkende bedrijven (de tanks werden schoon gemaakt en gevuld met zand, mits de bodem niet verontreinigd was). Oude buitengebruik gestelde tanks die nu nog niet zijn behandeld moeten worden verwijderd. Een eindonderzoek naar brandstofproducten in grond en grondwater is dan verplicht.

Pagina 11 van 11

-

27-02-2020

Van Oort Bodemonderzoek BV

BIJLAGE 3

Terreinfoto’s 

 Foto 1



Foto 2

 Foto 3

Foto 4

 Foto 5



Foto 6



Van Oort Bodemonderzoek BV

BIJLAGE 4

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE ( OW )

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN SITEIT ( GI)

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

Grind, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

Zand, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

Leem , silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

Klei, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

Veen, hum eus (V,h)

Slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

Asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

Bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

Wat er

St erk

Zeer st erk

01

06

, m aaiveld

0

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, zwart , edelm an

1 -40

50

, m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, zwak wort els, edelm an

50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, bruin, edelm an

2 -70

-50

t ype g r on d b or in g dat um 3 1 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er M . va n Oor t

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an

4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, edelm an

100

-110

150 -160

02

, m aaiveld

0

0 1

t ype g r on d b or in g dat um 3 1 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er M . va n Oor t

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, zwart , edelm an -40

50 2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, edelm an

07

-90 100

, m aaiveld

0

0 1

150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, edelm an

50

-160

t ype g r on d b or in g dat um 3 1 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er M . va n Oor t

-50

t ype g r on d b or in g dat um 3 1 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er M . va n Oor t

03

, m aaiveld

0 1

P0 8

1 0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, zwart , edelm an -50

50

, m aaiveld

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, edelm an

-50

50

t ype g r on d b or in g dat um 3 1 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er M . va n Oor t

100

150

04

-100

-150

150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, zuigerboor

, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, zwart , edelm an

-200

200

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal geel, beige, zuigerboor

-40

50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an

250

-250

250

-50

t ype g r on d b or in g dat um 3 1 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er M . va n Oor t

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 3 1 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er M . va n Oor t

05

, m aaiveld

0

2 50

09

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, zwart , edelm an -20

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an -40

50 -50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an -50

t ype g r on d b or in g dat um 3 1 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er M . va n Oor t

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an

t ype g r on d b or in g dat um 3 1 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er M . va n Oor t

, m aaiveld

0

H e e sch Ach t e r st r a a t AST. 3 1 0 1 2 0 N EN 5 1 0 4

10

, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an

50

-50

100

-100

t ype g r on d b or in g dat um 3 1 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er M . va n Oor t

11

, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, zwart , edelm an -40

50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an -50

t ype g r on d b or in g dat um 3 1 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er M . va n Oor t

12

, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an -50

50

t ype g r on d b or in g dat um 3 1 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er M . va n Oor t

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

H e e sch Ach t e r st r a a t AST. 3 1 0 1 2 0 N EN 5 1 0 4

Van Oort Bodemonderzoek BV

BIJLAGE 5

Projectnaam Projectcode

Heesch Achterstraat AST.310120

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven)





Monstercode Bodemtype

MMB1: 1.1+2.1+3.1+4.1+5.1+6.1 1 or br







monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

Ja 86.2 <1 Geen

-----

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)

3.2

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS)

1.9

--

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

<20 0.28 <1.5 9.7 0.08 16 <0.5 <3 34

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

<5 <5 <5 <5 <20









AW

1/2(AW+I)

I







RBK eis

54.2 0.457 3.69 19.3 0.114 24.6 0.35 6.12 78.3

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 fenantreen 0.19 antraceen 0.05 fluoranteen 0.58 benzo(a)antraceen 0.36 chryseen 0.35 benzo(k)fluoranteen 0.21 benzo(a)pyreen 0.32 benzo(ghi)peryleen 0.20 indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.20 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 2.467 2.47 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) PCB 52(µg/kgds) PCB 101(µg/kgds) PCB 118(µg/kgds) PCB 138(µg/kgds) PCB 153(µg/kgds) PCB 180(µg/kgds) som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds)



----------*



0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140

6.8 102 115 18 290 96 68 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20

1.5

21

40

0.35

20

510

1000

4.9

190

2595

5000

35

-------15.3 ----43.8





 Monstercode en monstertraject 1 13226156-001 MMB1: 1.1+2.1+3.1+4.1+5.1+6.1











Projectnaam Projectcode

Heesch Achterstraat AST.310120

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven)





Monstercode Bodemtype

MMB2: 7.1+8.1+9.1+10.1+11.1+12.1 2 or br







monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

Ja 87.1 <1 Geen

-----

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)

1.9

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS)

2.5

--

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 <3 <20

51.1 0.239 3.5 7.12 0.0499 10.9 0.35 5.88 32.4

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 fenantreen 0.05 antraceen 0.01 fluoranteen 0.11 benzo(a)antraceen 0.05 chryseen 0.06 benzo(k)fluoranteen 0.04 benzo(a)pyreen 0.05 benzo(ghi)peryleen 0.04 indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.04 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.457 0.457

-----------

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) PCB 52(µg/kgds) PCB 101(µg/kgds) PCB 118(µg/kgds) PCB 138(µg/kgds) PCB 153(µg/kgds) PCB 180(µg/kgds) som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds)

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9

--------

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

<5 <5 <5 <5 <20



a

24.5

70





Monstercode en monstertraject 1 13226156-002 MMB2: 7.1+8.1+9.1+10.1+11.1+12.1









AW

1/2(AW+I)

I







RBK eis



0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140

6.8 102 115 18 290 96 68 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20

1.5

21

40

0.35

20

510

1000

4.9

190

2595

5000

35

-----

















Projectnaam Projectcode

Heesch Achterstraat AST.310120

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven)





Monstercode Bodemtype

MMO3: 2.2+2.3+6.3+6.4+8.2+8.3+10.2 3 or br

 monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)





Ja 83.9 <1 Geen

-----

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) <0.5

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS)

<1

--

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 <3 <20

54.2 0.241 3.69 7.24 0.0503 11 0.35 6.12 33.2

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 fenantreen <0.01 antraceen <0.01 fluoranteen <0.01 benzo(a)antraceen <0.01 chryseen <0.01 benzo(k)fluoranteen <0.01 benzo(a)pyreen <0.01 benzo(ghi)peryleen <0.01 indeno(1,2,3-cd)pyreen <0.01 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.07 0.07

-----------

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) PCB 52(µg/kgds) PCB 101(µg/kgds) PCB 118(µg/kgds) PCB 138(µg/kgds) PCB 153(µg/kgds) PCB 180(µg/kgds) som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds)

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9

--------

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

<5 <5 <5 <5 <20





a

24.5







AW

1/2(AW+I)

I







RBK eis



0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140

6.8 102 115 18 290 96 68 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20

1.5

21

40

0.35

20

510

1000

4.9

190

2595

5000

35

----70





 Monstercode en monstertraject 1 13226156-003 MMO3: 2.2+2.3+6.3+6.4+8.2+8.3+10.2











De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr.

22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumuslutum 1 3.2% 1.9% 2 1.9% 2.5% 3 0.5% 1%

               

Projectnaam Projectcode

Heesch Achterstraat AST.310120

Tabel: Analyseresultaten grondwater (as3000) monsters (gehalten in µg/l, tenzij anders aangegeven)





Monstercode Bodemtype

GRW: P08 1







31 <0.20 4.3 27 <0.05 <2.0 <2 13 14

VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) styreen

<0.2 <0.2 <0.2 <0.1 <0.2 0.21 <0.2

*

I

RBK eis









a

GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan <0.2 1,2-dichloorethaan <0.2 1,1-dichlooretheen <0.1 cis-1,2-dichlooretheen <0.1 trans-1,2-dichlooretheen <0.1 som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen (0.7 factor) 0.14 dichloormethaan <0.2 1,1-dichloorpropaan <0.2 1,2-dichloorpropaan <0.2 1,3-dichloorpropaan <0.2 som dichloorpropanen (0.7 factor) 0.42 tetrachlooretheen <0.1 tetrachloormethaan <0.1 1,1,1-trichloorethaan <0.1 1,1,2-trichloorethaan <0.1 trichlooretheen <0.2 chloroform <0.2 vinylchloride <0.2 tribroommethaan <0.2

 Monstercode en monstertraject 1 13229249-001 GRW: P08

338 3.2 60 45 0.18 45 152 45 432

625 6.0 100 75 0.30 75 300 75 800

20 0.20 2.0 2.0 0.050 2.0 2.0 3.0 10

0.20 7.0 4.0

15 504 77

30 1000 150

0.20 6.0

35 153

70 300

0.20 0.20 0.20 0.10 0.20 0.21 0.20

0.01

35

70

0.020

1

a

7.0 7.0 0.01

454 204 5.0

900 400 10

0.20 0.20 0.10 0.10

0.01 0.01

10 500

20 1000

0.14 0.20

0.80 0.01 0.01 0.01 0.01 24 6.0 0.01

40 20 5.0 150 65 262 203 2.5

80 40 10 300 130 500 400 5.0 630

0.42 0.10 0.10 0.10 0.10 0.20 0.20 0.20 0.20

50

325

600

50

--a a

---a a a a

a

<25 <25 <25 <25 <50



50 0.40 20 15 0.050 15 5.0 15 65

---

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN a naftaleen <0.02 interventiefactor polycyclische aromatische koolwaterstoffen 0.0002

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40



1/2(S+I)

 METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink



S

-----













De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675. De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: * het gehalte is groter dan de streefwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of geen streefwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de streefwaarde te zijn. b gehalte is groter dan de streefwaarde (of geen streefwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=9f3592da-4f87-462b-83ee-95062501e36d