Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht Concept 05-09-2023
Tekst van het document
Indien het privaatrechtelijk is dan zal er in principe geen behandeling plaatsvinden. Bij een melding van een inwoner of bedrijf wordt in principe contact opgenomen. Vervolgens wordt bepaald wat de aanleiding en het doel van de melding is en wat verwacht wordt van de gemeente. Wanneer er aanleiding is wordt in overleg met alle partijen gezocht naar een oplossing. Dit kan betekenen dat een locatiebezoek plaatsvindt om inzicht te krijgen in de oorzaak van de melding. Het streven is om de melder binnen vijf werkdagen op de hoogte te stellen dat de melding is ontvangen en te informeren over het vervolg. Van alle constateringen wordt een rapportage opgesteld. Bij meldingen wordt schriftelijk of per mail gecommuniceerd. Bij anonieme meldingen wordt de impact ingeschat. Afhankelijk van deze inschatting wordt eventueel verdere actie ondernomen. Bij een anonieme melding is het logischerwijs niet mogelijk om te communiceren met de melder. Een verzoek om handhaving heeft een wettelijke beslistermijn. Op basis van de Algemene wet bestuursrecht wordt een afhandeltermijn van 8 weken als redelijk beschouwd. Onze werkwijze ligt vast in onze VTH-applicatie. In beginsel wordt dezelfde werkwijze als bij een melding gehanteerd. Op een verzoek om handhaving wordt een besluit genomen dat vatbaar is voor bezwaar en beroep.
Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht
23
Anonieme verzoeken om handhaving worden niet als zodanig in behandeling genomen. Afhankelijk van het verzoek wordt deze al dan niet (ambtshalve) opgepakt en wordt handhavend opgetreden. Verzoeken om handhaving die zijn ingediend door iemand die geen belanghebbende is worden niet-ontvankelijk verklaard. Milieuklachten en verzoeken om handhaving milieu worden behandeld door ODBN, ook in spoedeisende gevallen. De gemeente heeft een 24-uurs bereikbaarheidsregeling met een piketdienst voor incidenten. De afhandeling van meldingen van inwoners en bedrijven is volgens deze uitgangspunten: ▪ ▪
▪ ▪
Geen behandeling bij een privaatrechtelijke grondslag Spoedig en met een locatiebezoek behandelen van urgente meldingen met directe risico’s op constructieve veiligheid, openbare orde, brandveiligheid, kap van beschermde bomen. Bij niet-urgente meldingen wordt besproken wat het belang en doel van het verzoek is en op basis daarvan besloten over de behandeling. Geen locatiebezoek op meldingen die niet te verifiëren zijn en op anonieme meldingen.
4.15 GEBIEDSCONTROLES De gebiedscontrole (of vrije veld toezicht of wijktoezicht) vindt plaats op specifieke thema’s of gebieden door onze toezichthouders en BOA’s. Het zijn observerende controles om een beeld te vormen of wordt voldaan aan de regels en voorwaarden vanuit ruimtelijk gebruik, bouwen, (brand)veiligheid of bijzondere wetten. 4.16 SAMENWERKING BIJ HET TOEZICHT Er is overleg met instanties als politie, VR/BBN, GHOR, ODBN, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Douane, Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit, de Algemene Inspectiedienst en het Waterschap. Er vindt georganiseerd en structureel overleg plaats met politie, ODBN (milieu) en de regionale brandweer (brandveiligheid). Toezichtprogramma’s worden afgestemd om te voorkomen dat bedrijven in een beperkte periode voor zowel milieu als brandveiligheid bezocht worden. Periodieke controles (milieu, bouw, brandveiligheid) tijdens de gebruiksfase worden in beperkte mate integraal uitgevoerd met andere partners.
Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht
24
5
SANCTIONEREN EN GEDOGEN
Onze werkwijze is dart we inzetten op het voorkomen van juridische procedures en de inzet van handhavingsinstrumenten door in te zetten op uitleg van de regels in de fysieke leefomgeving, overleg en bemiddeling. Doel is om een oplossing te vinden, de in te zetten instrumenten zijn een hulpmiddel. Binnen onze werkwijze volgen we de strategie die we in dit hoofdstuk beschrijven als we een overtreding constateren. Daarbij onderschrijven we de landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO). Het doel van de sanctiestrategie is om uitvoering te geven aan: ▪ beginselplicht tot handhaven ▪ passend interveniëren bij iedere bevinding ▪ in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes maken ▪ interventies op vergelijkbare wijze kiezen en toepassen. De essentiële onderdelen van de LHSO zijn in onderstaande alinea’s uitgewerkt en aangevuld met eigen overwegingen. Zoals eerder is gesteld zoeken we contact met overtreder. Dit kan ertoe leiden dat handhaving niet hoeft plaats te vinden. In het contact moet vertrouwen ontstaan dat de overtreding wordt opgeheven. Hiervoor wordt een termijn afgesproken. Er zijn uitzonderingen waarbij een sanctie wordt opgelegd. Bijvoorbeeld wanneer een overtreding om onmiddellijke actie vraagt. Dan is de beginselplicht tot handhaving de basis.
5.1 GELIJKWAARDIGE OPLOSSING BIJ AFWIJKEN VAN VOORSCHRIFTEN Er kan sprake zijn van een formele afwijking van voorschriften en dat maatregelen zijn getroffen die het beschermde belang in dezelfde mate of beter waarborgen. Indien op een andere wijze dezelfde veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu wordt gerealiseerd, kan deze oplossing voldoen en is geen vervolgactie noodzakelijk. 5.2 FORMELE, LEGALISEERBARE OVERTREDING Is sprake van een formele overtreding en is geen sprake van een gelijkwaardige oplossing, dan is een eerste afweging of het een vergunbare situatie betreft. Als dit het geval is, wordt in beginsel een vergunningprocedure gestart. Afhankelijk van de ernst van de overtreding (risico, schade) en het profiel van de overtreder zijn er de volgende opties, waarbij we doorgaans de middelste optie (vergunnen) volgen: ▪
Vergunnen met sanctionerende tik: Indien de illegale situatie is ontstaan uit calculerend / malafide gedrag en/of sprake is van recidive, wordt in uitzonderlijke gevallen proces-verbaal opgemaakt (door de politie of andere partner).
▪
Vergunnen: Indien bij een vergunbare situatie geen sprake is van calculerend/malafide gedrag en geen sprake van recidive, wordt afgezien van een sanctionerende tik. In sommige situaties is het denkbaar dat ondersteuning wordt geboden om de situatie te verbeteren. Bijvoorbeeld door het geven van voorlichting als wordt vastgesteld dat bepaalde (onnodige) overtreding systematisch voorkomt.
Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht
25
▪
Vergunnen met bestuursrechtelijke handhaving: Als een situatie legaliseerbaar is, kunnen we bestuursrechtelijk handhavend optreden, zolang de illegale situatie voortduurt of de vergunningaanvraag niet is ingediend. Als een vergunningaanvraag is ingediend, kan handhavend optreden geboden zijn, bijvoorbeeld als belangen van derden dat vergen.
5.3 SANCTIE INSTRUMENTEN In deze paragraaf wordt stilgestaan bij de wijze waarop wordt opgetreden bij geconstateerde overtredingen. Hiervoor zijn bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumenten in te zetten. Bestuursrechtelijk herstelsancties zijn ▪ last onder dwangsom (LOD); ▪ last onder bestuursdwang (LOB/BES); ▪ schorsen of intrekken van de vergunning, certificaat of erkenning; ▪ een bouwstop (tijdelijk stilleggen activiteiten); ▪ verscherpt toezicht; ▪ bestuurlijke boete. De bestuurlijke boete is een recenter instrument binnen het bestuursrecht. De gemeente kan dit als sanctiemiddel inzetten en direct een boete opleggen (artikel 5.4 Awb). Hiervoor dient de gemeente de bevoegdheid tot het opleggen van een boete wel aan te wijzen. In onze strategie hebben we opgenomen bij welk soort overtredingen de bestuurlijke boete een mogelijk instrument is om in te zetten. De bevoegdheid tot het opleggen van de bestuurlijke boete is (nog) niet binnen onze gemeente belegd en dit instrument kan niet worden ingezet. Strafrechtelijke instrumenten zijn: ▪ Proces verbaal (PV); ▪ Bestuurlijke strafbeschikking (BSB). In onze gemeente zijn geen toezichthouders voor de fysieke leefomgeving aangewezen om strafrechtelijk op te treden op het gebied van het omgevingsrecht. Wij signaleren richting onze partners (zoals politie), waarna zij strafrechtelijk kunnen optreden.
Bij strafrechtelijke handhaving is naast het bereiken van de gewenste situatie tevens het bestraffende element van belang. Bestuursrechtelijke handhaving is gericht op het bereiken van de gewenste situatie. Bij een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang krijgt de overtreder een hersteltermijn waarbinnen de overtreding moet zijn beëindigd. Als de overtreding na deze termijn niet is beëindigd, dan wordt de sanctie geëffectueerd. Op basis van twee variabelen bepalen we met welk instrumentarium gehandhaafd wordt bij een geconstateerde overtreding: 1. de gevolgen van de bevinding voor het milieu, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke relevantie: a) vrijwel nihil; b) beperkt; c) van belang - er is sprake van aanmerkelijk risico dat de bevinding maatschappelijke onrust geeft en/of doden of gewonden (mens èn dier) tot gevolg heeft; d) aanzienlijk en/of onomkeerbaar - onder andere het geval als de overtreding maatschappelijke onrust en/of doden of gewonden (mens èn dier) tot gevolg heeft.
Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht
26
2. het gedrag van de overtreder. Daarbij nemen we het gedrag en de toezicht- en handhavinghistorie van de overtreder mee in beschouwing. a) goedwillend, pro-actief en geneigd om regels te volgen, de bevinding is het gevolg van onbedoeld handelen; b) neemt het niet zo nauw met het algemeen belang, heeft een onverschillige houding, de bevinding en de gevolgen van zijn handelen laten hem koud; c) opportunistisch en calculerend, bewust belemmeren van controlerenden, bewust risico nemend, recidive; d) crimineel of maakt deel uit van een criminele organisatie, houdt zich bezig met fraude, oplichting of witwassen. Als we niet in staat zijn om het gedrag te typeren, dan is “goedwillend” het uitgangspunt. Beide variabelen bepalen of bestuursrechtelijk (lichte segmenten), strafrechtelijk (donkere segmenten) of in een combinatie van beide (middensegmenten) wordt opgetreden. Zie de interventiematrix die hieronder wordt weergegeven. Voor de donkere segmenten volgen we een 2-staps strategie. De waarschuwingsbrief wordt altijd voorzien van een voornemen voor het opleggen van een dwangsom, zodat in de volgende stap de dwangsom kan worden opgelegd. Bij de lichte segmenten volgen we een 3-staps strategie waarbij we eerst een redelijk termijn opnemen voor het beëindigen van de overtreding en een termijn voor het indienen van een eventuele zienswijze.
Door verzwarende of verzachtende argumenten kan een verschuiving van het instrumentarium plaatsvinden. Bij verzachtende argumenten wordt de in de interventiematrix gepositioneerde bevinding één segment naar links en vervolgens één segment naar onder verplaatst en andersom bij verzwarende argumenten. In lijn met de landelijke handhavingsstrategie kunnen de volgende argumenten verzwarend werken: 1. De overtreder heeft door zijn handelen financieel voordeel behaald of het behalen van financieel voordeel was het doel. 2. De overtreder is een maatschappelijk aansprekende of bekende (rechts)persoon met een voorbeeldfunctie. 3. Een financiele sanctie heeft vermoedelijk geen effect. 4. De overtreder heeft ook andere relevante handelingen gepleegd ter verhulling van de feiten, zoals valsheid in geschrifte, corruptie of witwassen. 5. De overtreder werd ondersteund door een deskundige derde. 6. Het doel van de handhaving ligt bij het onder de aandacht brengen van het belang van een bepaalde norm bij de branche of een breder publiek (normbevestiging). 7. Door strafrechtelijk optreden met toepassing van opsporingsbevoegdheden kan meer toereikend zijn om de waarheid boven tafel te brengen. In aanvulling op de landelijke handhavingsstrategie kunnen de volgende argumenten verzachtend zijn: 1. De overtreder heeft al een ander (dan gesanctioneerd) financieel nadeel behaald. 2.
De overtreder heeft maatregelen genomen om dergelijke voorvallen te voorkomen. 3. Volledige legalisatie van de handeling is een redelijke mogelijkheid. Na positionering van de overtreding in de interventiematrix kan de bijbehorende interventie worden bepaald. In onderstaande versie van de interventiematrix is per situatie de eerste insteek
Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht
27
voor sanctioneren opgenomen. De toezichthouder kiest voor de minst zware van de opgenomen interventies, tenzij de toezichthouder motiveert dat een andere interventie passender is. Dit betekent dus dat de matrtix behulpzaam is om op basis van de gevolgen (de verticale as) en het gedrag van de overtreder (de horizontale as) tot een kwadrant te komen. Binnen dat kwadrant kan gestart worden met het minst zware instrument en bij uitblijven van naleven kan dit worden verzwaard. De matrix werkt dus in principe “van beneden naar boven”. Het doel van de matrix is om weloverwogen tot de juiste stappen en beslissingen te komen en om deze transparant vast te leggen.
Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht
28
De toezichthouder zet de interventie in totdat sprake is van naleving. Als naleving binnen de bepaalde termijn uitblijft dan zetten we een zwaardere interventie in uit hetzelfde segment van de interventiematrix, tenzij de toezichthouder motiveert dat een zwaardere interventie uit een ander segment van de interventiematrix passender is. De interventiematrix is een hulpmiddel om
Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht
29
gemotiveerd tot een afweging van instrumenten te komen en om de inzet van deze instrumenten – waar nodig – af te stemmen met andere handhavingspartners. 5.4 PASSENDE REACTIE De toe te passen sanctie moet proportioneel zijn en dient zoveel mogelijk transparantie te bieden. Bij een last onder dwangsom geldt dit voor de lengte van begunstigingstermijnen en de hoogte van dwangsommen. De dwangsom dient prikkelend te werken, zodat de overtreder de overtreding zal beëindigen, beëindigd zal houden en wordt weerhouden om de overtreding (nogmaals) te begaan. De dwangsom mag niet zodanig hoog zijn dat deze als straf of boete kan worden gezien, hiervoor baseren we ons op de landelijke handreiking hoogte dwangsommen en begunstigingstermijnen: ▪
Voor besluiten die niet gericht zijn op het voorkomen van herhaling kiezen we qua begunstigingstermijn voor een termijn waarbij de overtreder voldoende hersteltijd heeft én we langdurende overtredingssituaties voorkomen. Voor de onderbouwing van het besluit hanteren we een termijn die praktisch haalbaar moet zijn om aan de last te kunnen voldoen. Verder is de te stellen termijn afhankelijk van de aard van de overtreding (er kan in principe met geen of een korte termijn worden volstaan bij gedragsvoorschriften) en mag de termijn niet zodanig lang zijn, dat sprake is van (impliciet) gedogen van de overtreding.
▪
De hoogte van een dwangsom moet op grond van de Algemene wet bestuursrecht in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van het opleggen van de dwangsom. We onderbouwen het besluit voor de hoogte van de dwangsom. We relateren de hoogte van de dwangsom onder andere aan de aard en ernst van de overtreding, de potentiële schade en de kosten die moeten worden gemaakt om de overtreding ongedaan te maken. In ieder geval moet het bedrag belangrijk hoger zijn dan het economisch voordeel dat met de overtreding wordt behaald. Het moet aantrekkelijker zijn de overtreding ongedaan te maken dan de dwangsom te betalen. Ons uitvoeringsprogramma bevat een overzicht van de hoogte van de dwangsommen en de begunstigingstermijn die we kunnen opleggen.
▪
Het verbeuren van dwangsommen gebeurt van rechtswege.
▪
Bij het opleggen van een last onder dwangsom wordt de overtreding, indien dit is toegestaan, opgenomen in de Basisregistratie Kadaster Publiekrechtelijke beperkingen.
▪
Het bevoegd gezag kan in sommige gevallen de vergunning ook geheel of gedeeltelijk intrekken of schorsten als niet overeenkomstig de vergunning wordt gehandeld. Dit instrument wordt in onze gemeente in uitzonderlijke gevallen toegepast als andere maatregelen geen effect sorteren.
5.5 OVERTREDINGEN DOOR DE OVERHEID De handhaving van overtredingen begaan door een andere overheid of een onderdeel van de eigen organisatie is niet anders dan handhaving van overtreding door inwoners of ondernemers. Er wordt geen verschil gemaakt in prioriteitstelling en keuze van het handhavingsinstrument. Wel brengt een dergelijke overtreding een tweetal extra procedurestappen met zich mee voordat een sanctie wordt opgelegd: ▪ Wordt een overtreding van de gemeentelijke organisatie geconstateerd dan wordt deze aan het management en/of de burgemeester/ college van B&W voorgelegd.
Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht
30
▪
Het management en/of de burgemeester/ college van B&W zorgen ervoor, dat passende maatregelen worden genomen om de overtreding te beëindigen, deze in de toekomst te voorkomen en zo nodig de schade te herstellen
5.6 AFZIEN VAN HANDHAVEN In uitzonderlijke situaties kan de burgemeester / het college van B&W verklaren dat wordt afgezien van handhaving. Dit is aan een termijn gebonden en niet langer dan strikt genomen noodzakelijk. Daarbij onderschrijven we het landelijk beleidskader gedogen.2 We beoordelen een situatie op het afzien van handhaven op basis van de volgende aspecten: 1. De activiteit is verantwoord uit het oogpunt van bescherming van de fysieke leefomgeving; 2. Er bestaat concreet uitzicht op legalisatie van de activiteit; 3. Een ontvankelijke vergunningaanvraag is ingediend én een voorlopige inschatting is gemaakt waaruit blijkt dat de activiteit vergunbaar is, indien vooruitlopend op besluitvorming omtrent vergunningverlening wordt afgezien van handhaving; 4. Er dient sprake te zijn van bijzondere omstandigheden die afzien van handhaving in het concrete geval rechtvaardigen.
In de volgende gevallen wordt niet afgezien van handhaven: ▪ indien bij de overtreder sprake is van recidiverend dan wel calculerend gedrag; ▪ indien blijkt dat de activiteit strijdig is met enige andere bij of krachtens wettelijk voorschrift gestelde regel en het voor de handhaving van die regel bevoegde gezag kenbaar heeft gemaakt dat het met bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten tegen deze overtreding optreedt dan wel zal optreden; ▪ bij bouwen zonder of in afwijking van een vergunning, tenzij er sprake kan zijn van een tijdelijk bouwwerk; ▪ als belangen van derden zich daartegen verzetten. Indien wordt afgezien van handhaven gelden de volgende procesvoorschriften: ▪ afzien van handhaving gebeurt schriftelijk en uitdrukkelijk; ▪ afzien van handhaving wordt zoveel mogelijk beperkt in omvang en/of in tijd; ▪ er moet sprake zijn van een zorgvuldige kenbare belangenafweging; ▪ afzien van handhaving is aan controle onderworpen. 5.7 SAMENWERKEN BIJ HET SANCTIONEREN Afhankelijk van de overtreding en de overtreder vindt afstemming plaats met partners die strafrechtelijke sancties kunnen opleggen. Als richtlijn wordt de interventiematrix uit de LHSO gebruikt, zoals in dit hoofdstuk is opgenomen. In situaties waarbij een andere overheid ná of vóór ons college handhavingsbevoegd is, vindt afstemming plaats met de betreffende overheidsorganisatie.
2 ‘Grenzen aan gedogen’, Kabinetsstandpunt 1996 (TK 1996-1997, 25085)
Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht
31
6
KWALITEITSBORGING
Vanuit landelijke eisen is er aandacht voor de organisatie en kwaliteit van gemeentelijke VTHtaken. Deze eisen komen overeen met ons uitgangspunt dat de inhoudelijke kennis en expertise op orde dient te zijn. Landelijk zijn hiervoor kwaliteitscriteria vastgesteld. Door middel van zelfevaluatie beoordelen we in welke mate onze organisatie voldoet aan de kwaliteitscriteria. Onze verordening Uitvoering en Handhaving Omgevingsrecht bevat bepalingen over de kwaliteit van onze uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. Onze kwaliteitsborging voor de VTH-taken is gevisualiseerd aan de hand van het Overheids Ontwikkel Model (OOM-model) met zes organisatiegebieden en vier resultaatsgebieden. Onderstaand is uitgewerkt wat we op de gebieden concreet doen.
Beleid en strategie: • Benoemen van de risico’s, prioriteiten en doelen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving in dit beleidsplan en in ons jaarlijks uitvoeringsprogramma. Management: • Samenwerking met partners om gezamenlijk de benodigde capaciteit, deskundigheid en continuïteit van de taakuitvoering te garanderen. • Communiceren en inbedden (richting medewerkers) van doelen uit beleid en strategie. • Afstemmen van prioriteiten en werkwijzen van vergunningverlening enerzijds en toezicht anderzijds, zodat aandacht bij dezelfde aspecten ligt. • Verantwoorden op realisatie van doelstellingen uit beleid en strategie in ons jaarverslag. Medewerkers: • Borging van continuïteit en deskundigheid voor uitvoering van taken, waarbij de deskundigheidseisen uit de landelijke kwaliteitscriteria een basis vormen • Functiescheiding tussen vergunningverlener en toezichthouder.
Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht
32
• • • •
Rouleren van medewerkers die gedurende lange tijd verbonden zijn aan bepaalde aanvragers, ontwikkelaars, bedrijven of gebieden/wijken Bijhouden van functiebeschrijvingen waarin functie eisen zijn opgenomen Periodiek voeren van functionerings- en beoordelingsgesprekken, waar nodig rekening houdend met landelijke kwalificaties. Scholing in relatie tot competenties, inhoudelijke opgaven/thema’s en opleidingsnormen.
Financiën (middelen): • Vertalen van beleid en strategie in jaarlijks uitvoeringsprogramma met een concrete uitwerking van in te zetten VTH-instrumenten en capaciteit. • Borging benodigde middelen in begroting voor o.a. scholing, ICT, materiaal en materieel Informatie: • Registreren van zaak- en procesgegevens in één registratiesysteem, gebaseerd op de werkprocessen die we hebben afgesproken. • Registreren van gegevens van objecten in een registratiesysteem met gebruik van authentieke gegevens uit basisregistraties. • Uitwisselen van relevante gegevens tussen zaak- en procesregistratie, documentregistratie en objectregistratie. Processen: • Bijhouden van procesbeschrijvingen, protocollen en werkinstructies die zijn gebaseerd op ons operationeel beleid. Ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen zijn onze processen herzien. • Gebruik van standaard sjablonen die juridisch en communicatief zijn getoetst. • Bereikbaarheids- en beschikbaarheidsregeling, in afstemming met ODBN. • Vier ogen principe: toets door collega van niet gestandaardiseerde besluiten.
Waardering en eindresultaten: Het verkrijgen van inzicht in de vier resultaatgebieden in de afbeelding van het OOM-model (waardering en eindresultaten) doen we voor de VTH-taken op de volgende wijze: • Jaarlijkse verslaglegging over realisatie van doelen en realisatie van geplande prestaties via het jaarverslag VTH en de gemeentebrede Planning & Control cyclus. • Periodieke beoordeling of het werkproces en inhoudelijke beoordelingen plaatsvinden volgens afspraken door overleg tussen betrokken medewerkers over de opvolging van afspraken en werkinstructies en het uitdiepen van inhoudelijke onderwerpen of casussen. • Bij bezwaar- en beroepsprocedures, waarbij vakinhoudelijke en procedureel / juridische aspecten getoetst worden en verbeterpunten kunnen worden benoemd. • Bij doorlopen klachtenprocedure, waarbij verbeterpunten voor organisatie worden aangereikt door klachtencommissie. • Jaarlijkse controle op rechtmatigheid van de accountant. • Horizontaal toezicht door de raad. • Beoordeling van de interbestuurlijk toezichthouder (provincie) op wettelijke vereisten ten aanzien van beleid, organisatie en uitvoering van VTH-taken
Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht
33
BIJLAGEN
Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht
34
Woonfunctie (woonwagen)
Woonfunctie (woongebouw meerlaags)
Woonfunctie (overig)
Bijeenkomstfunctie (kinderopvang)
Bijeenkomstfunctie (kantine, horeca))
gezondheidszorgfunctie (met bedgebied)
gezondheidszorgfunctie (overig)
industriefunctie licht
industriefunctie overig
kantoorfunctie
logiesfunctie
onderwijsfunctie
sportfunctie
winkelfunctie
parkeergarage / stalling
overige gebruiksfunctie (overig)
bouwwerk geen gebouwzijnde (wegtunnel)
bouwwerk geen gebouwzijnde (overig)
TOETSINGSMATRIX BOUWEN VOOR GEVOLGKLASSEN 2 EN 3
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4 2 2 2 2 1 4 4 4 4 4 4 4 2 4 4
4 4 2 2 2 2 1 4 4 4 4 4 4 4 2 4 4
4 4 2 2 2 2 1 4 4 4 4 4 4 4 2 4 4
4 4 3 3 3 3 1 4 4 4 4 4 4 4
4 4 3 3 3 3 1 4 4 4 4 4 4 4
4 4 3 3 3 3 1 4 4 4 4 4 4 4
4 4 2 2 2 2 1 4 4 4 4 4 4 4
4 4 2 2 2 2 1 4 4 4 4 4 4 4
4 4 2 2 2 2 1 4 4 4 4 4 4 4
4 4 2 2 2 2 1 4 4 4 4 4 4 4
4 4 2 2 2 2 1 4 4 4 4 4 4 4
4 4 2 2 2 2 1 4 4 4 4 4 4 4
4 4 3 3 3 3 1 4 4 4 4 4 4 4
4 4 2 2 2 2 1 4 4 4 4 4 4 4
4 4 2 2 2 2 1 4 4 4 4 4 4 4
4 4 2 2 2 2 1 4 4 4 4 4 4 4
4 4 2 2 2 2 1 4 4 4 4 4 4 4
4 4 2 2 2 2 1 4 4 4 4 4 4 4
4 4
4 4
4 4
4 4
4 4
4 4
4 4
4 4
4 4
4 4
4 4
4 4
4 4
4 4
4 4
3 3 2 2 1 2 2 2 1 1 2
3 3 2 2 1 2 2 2 1 1 2
3 3
3 3
3 1
3 3
3 3
2 2
2
3 3
2
2
2
2 1 2 2 2 1 1 2
3 1 2 2 2 1 1 2
3 1 2
3 1 2
2 1 1
1 1
1 1
2 1 1
2 1 1
2 1 2
2 1 1
1 1
1
2 1 1 2
1 1 1 1
1 1 1 1
1 1 1 1
1 1 1 1
2 1 2 2 2 1 1 2
2 1 1
1 1 1 2
2 1 2 2 2 1 1 2
1 1 1 1
1 1 1 1
1 1 1 2
1 1 1 1
1 1 1 1
1 1 1
Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen art. 1.3
Gelijkwaardigheid
Hoofdstuk 2 - Veiligheid Afdeling 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11 2.12 2.13 2.14 2.15 2.16 2.17
Omschrijving Algemene sterkte van de bouwconstructie Sterkte bij brand Afscheiding van vloer, trap en hellingbaan Overbrugging van hoogteverschillen Trap Helllingbaan Beweegbare constructie-onderdelen Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie Beperking van het ontwikkelen van brand en rook Beperking van uitbreiding van brand Verdere beperking uitbreiding van brand en beperking verspreiding van rook Vluchtroutes Hulpverlening bij brand Hoge en ondergrondse gebouwen, nieuwbouw Inbraakwerendheid, nieuwbouw Veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied, nieuwbouw Aanvullende regels tunnelveiligheid
Hoofdstuk 3 - Gezondheid Afdeling 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11
Omschrijving Bescherming tegen geluid van buiten, nieuwbouw Bescherming tegen geluid van installaties,nieuwbouw Beperking van galm, nieuwbouw Geluidwering tussen ruimten van verschillende gebruiksfuncties, nieuwbouw Wering van vocht Luchtverversing Spuivoorziening Toevoer van verbrandingslucht en afvoer van rookgas Beperking van de aanwezigheid van schadelijke stoffen en ioniserende straling Bescherming tegen ratten en muizen Daglicht
Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht
35
2 1 1 2 3 3 3 3
2 1 1 2 3 3 3 3
2 1 1 2 3 3 3 3
2 1 1 2 3 3 3 3
2 1 1 2 3 3 3 3
2 1 1 2 3 3 3 3
2 1 1 2
2 2 2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3 3 2
3 3 2
3 3 2
3 3 2
3 3 2
3 3 2
3 3 2
3 1
3 1
3 1
3 1
3 1
3 1
3 1
2
3
3
2 1 1 2
2 1 1 2
3 3 3 3
3 3 3
3 3 2
3 3 2
3 3 2
3 1
3 1
3 1
2 2
2 2
3
3
3
3
1
1
1
1
1
1
1
3
3 2
3
3
3
3
3
3
2 1 1 2 3 3 3 3
2 1 1 2 3 3 3 3
2 1 1 2 3 3 3 3
2 1 1 2 3 3 3 3
2 1 1 2 3 3 3 3
2 1 1 2 3 3 3 3
2 1 1 2 3 3 3 3
2 1 1 2 3 3 3 3
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3 3 2
3 3 2
3 3 2
3 3 2
3 3 2
3 3 2
3 3 2
3 3 2
3 1
3 1
3 1
3 1
3 1
3 1
3 1
3 1
2
2
2 2
3
logiesfunctie
2 2
kantoorfunctie
2 2
industriefunctie overig
2 2
3
2 2 2 3
industriefunctie licht
3 2
bouwwerk geen gebouwzijnde (overig)
3
3 2
bouwwerk geen gebouwzijnde (wegtunnel)
3
3
2
overige gebruiksfunctie (overig)
3
2 2
parkeergarage / stalling
3
2 2
winkelfunctie
3
2 2 2 3 2 2 1
sportfunctie
gezondheidszorgfunctie (overig)
3 2
2 2 2 3 2 2 1
onderwijsfunctie
gezondheidszorgfunctie (met bedgebied)
1
Bijeenkomstfunctie (kantine, horeca))
1
Bijeenkomstfunctie (kinderopvang)
1
Woonfunctie (overig)
1
Woonfunctie (woongebouw meerlaags)
2 2 2 3
Woonfunctie (woonwagen)
3
2 2 2 3
2 2 2 3 2 2 1
Hoofdstuk 4 - Bruikbaarheid Afdeling 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Omschrijving Verblijfsgebied en verblijfsruimte Toiletruimte Badruimte, nieuwbouw Bereikbaarheid en toegankelijkheid, nieuwbouw Buitenberging, nieuwbouw Buitenruimte, nieuwbouw Opstelplaatsen, nieuwbouw
Hoofdstuk 5 - Energiezuinigheid Afdeling 5.1 5.2
Omschrijving Energiezuinigheid, nieuwbouw Milieu, nieuwbouw
Hoofdstuk 6 - Installaties Afdeling 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11 6.12
Omschrijving Verlichting, nieuwbouw en bestaande bouw 2 1 Voorzieningen voor het afnemen en gebruiken van energie, nieuwbouw en Watervoorziening, nieuwbouw en bestaande bouw 1 Afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater, nieuwbouw en bestaande bouw 2 Tijdig vaststellen van brand, nieuwbouw en bestaande bouw 3 Vluchten bij brand, nieuwbouw en bestaande bouw 3 Bestrijden van brand, nieuwbouw en bestaande bouw 3 Bereikbaarheid van hulpverleningdiensten, nieuwbouw en bestaande bouw 3 Aanvullende regels tunnelveiligheid, nieuwbouw en bestaande bouw Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten nieuwbouw en bestaande bouw 2 Tegengaan van veel voorkomende criminaliteit, nieuwbouw en bestaande bouw 2 Veilig onderhoud van gebouwen, nieuwbouw 2
3 3 3
Hoofdstuk 7 - Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen Afdeling 7.1 7.2 7.3
Omschrijving Voorkomen brandgevaar en ontwikkeling brand, nieuwbouw en bestaande Veilig vluchten bij brand, nieuwbouw en bestaande bouw Overige bepalingen veilig en gezond gebruik, nieuwbouw en bestaande bouw
Hoofdstuk 8 - Bouw en sloopwerkzaamheden Afdeling 8.1 8.2
Omschrijving Voorkomen van onveilige situaties en beperken van hinder tijdens bouw en sloop Afvalscheiding
Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht
36
TOEZICHTMATRIX BOUWEN VOOR GEVOLGKLASSEN 2 EN 3 Toezichtmatrix
aanloop 3 4
5
onderbouw 6 7 8
9
bovenbouw 10 11 12
13
gevel/dak 14 15 16
17
18
19
20
21
afbouw 22 23 24
25
26
27
28
uitzetten bouw
fundering op staal
fundering op palen
funderingscontructie
riolering
begane grond vloer
wanden / kolommen beg. Grond
stempels / steigers
vloeren + balken 1e verd.
constructie overige verdiepingen
dak constructies
dak afwerking
buitenschil / buitenblad gevel
nutsvoozieningen
hoogteverschil + vloerafscheiding
ventilatie + spuicapaciteit
brandveiligheid
vluchtmogelijkheden
brandbeveiligingsinstallatie
bescherming geluid
bescherming geluid van installaties
wering van vocht
verbrandingslucht / rook
EP-gerelateerde installaties
EINDCONTROLE
2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 3 3
S S S S S S S S S S S S S S S S S S
S S S S S S S S S S S S S S S S S S
3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3
3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3
3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3
1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2
3 3 3 3 3 3 3 2 3 3 3 3 3 3 3 3 3 2
S S S S S S S S S S S S S S S S S S
3 3 3 3 3 3 3 2 3 3 3 3 3 3 3 3 3 2
3 3 3 3 3 3 3 2 3 3 3 3 3 3 3 3 3 2
3 3 3 3 3 3 3 2 3 3 3 3 3 3 3 3 3 2
1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2
S S S S S S S S S S S S S S S S S S
1 1 1 2 2 2 2 1 1 1 1 2 2 1 2 1 1 1
2 2 2 2 2 2 2 1 1 2 2 2 1 2 2 1 1 1
4 4 4 4 4 4 4 3 3 4 4 4 4 4 4 3 4 2
4 4 4 4 4 4 4 3 3 4 4 4 4 4 4 3 4 2
4 4 4 4 4 4 4 3 3 4 4 4 4 4 4 3 4 2
2 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
S S S S S S S S S S S S S S S S S S
S S S S S S S S S S S S S S S S S S
S S S S S S S S S S S S S S S S S S
2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2
3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3
Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht
gevelopeningen
2
uitgraven bouwput
Woonfunctie (woonwagen) Woonfunctie (woongebouw meerlaags) Woonfunctie (overig) Bijeenkomstfunctie (kinderopvang) Bijeenkomstfunctie (kantine, horeca) gezondheidszorgfunctie (met bedgebied) gezondheidszorgfunctie (overig) industriefunctie licht industriefunctie overig kantoorfunctie logiesfunctie onderwijsfunctie sportfunctie winkelfunctie parkeergarage / stalling overige gebruiksfunctie bouwwerk geen gebouwzijnde (wegtunnel) bouwwerk geen gebouwzijnde (overig)
1
oriënteringsgesprek
Diepgang S Steekproef 1 Visuele controle (Quick Scan) 2 Beoordeling van hoofdlijnen 3 Beoordeling hoofdlijnen en kenmerkende details 4 Algehele controle van alle onderdelen
Nieuwbouw + verbouw
2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2
37
LANDELIJKE HANDHAVINGSSTRATEGIE OMGEVINGSRECHT Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) – versie 12 oktober 2022 https://vng.nl/nieuws/landelijke-handhavingsstrategie-omgevingsrecht-vastgesteld
Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht
38
Uitvoeringsstrategie Omgevingsrecht
39