Uitspraak rechtbank Lange Kruisdelstraat 5c Heeswijk-Dinther
Tekst van het document
I
GElvlt:hNTE llFRNl lt:Zl ING I:KOlvl LN
de Rechtspraak Rechtbank Oost- B ra ba nt
/) ('.
1
9 tl OV,
202\
zrck nr doc. nr
\ll kr \r \ | | r,r..RPosl | | l.\l\ll
het colleg,e van burgemeester en wethouders van de gemeente Bemheze Postbus l9 5184 ZC Heesch
BESTU U RSRECHT
bezoekadres Leeghwaterlaan 8 5223 BA's-Hertogenbosch
correspondentieadres
datum onderdeel
contaclpersoon doorkiesnummer ons kenmerk
l5 november 2024 Beroep bij vovo afdeling Il mevr M.A.M. van Balsfoort-Daniëls 088-361 I 834 zaaknummer SHE 24 / 2060 WABOA Vl85
uw kenmerk bijlage(n) onderwerp
het beroep van Van Kessel-van Zoggel VO.F
Postbus 90125 5200 MA's-Hertogenbosch t 088-3621000
www rechtspraak nl
Bii beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden Wilt u slechts één zaak in uw bíief behandelen.
Geachte hecr/mevrouu-
Over hct bcrocp met zaaknummer SllE.24 / 2060 WABOA Vl85 deel ik u het volgende mee De rechtbank heefl uitspraak gedaan. lk stuur u een kopie van de uitspraak. lndien in deze uitspraak rvordl verwezen naar een uitspraak met een ECLl-nummer. is de tekst van de betreffende uitspraak onder dat nummer gepubliceerd op rvww.rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat voor een bc'langhebbende en hel besluursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uilspraak door een beroepschriÍi en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de AÍdeling bestuursrechtspraak van de Raad van Stale. Postbus 20019,2500 EA Den Haag. ln uw berocpschrifl moet u vermelden waarom u het niet eens bent met de uilspraak. tJ kLrnt ook digitaal hoger beroep instellen bij de Atïeling bestuuÍsrechtspraak van de Raad van State. Kijk op qr rr rrirJr rrn.r.rlc.nl voor meer inlbrmatie over het indienen van digitaal beroep.
Als u naar aanleiding van deze briefvragen hebt. kunt u contact opnemen met de administratie van de rechtbank op het hierboven vermelde doorkiesnummer.
Als u de rechtbank belt ofschrijft. verzoek ik u het zaaknummer te vermelden
cr
BEO22
Uw peÍsoonsglgevlns en rndlen van loepassng dG van uw clrénl worden, voor zover nodrg voor.cn go€de procesvoenng vérw6rki n d€ regr3iratEsyslomcn vÉn de Rcchlspraak
uitspraak RECHTBANK OOST.BRABANÏ llcrtrrrrrsrcc lrt zaaknumnrers: SHE 2llj061 en SHE 2.1/2060
uitspraak ran dc voorzieningenrechter van l5 norember 202{ op het beroep en het r erzoek om voorlopige l oorziening in de zaak tussen
Van Kessel-van Zoggel V.O.F., P.A.M. van Kessel en H.J.P. van Kessel-Van Zoggel uit I-iecsw ijk-Dinther. eisers. (g,cn)achtigde: mr. J.Il.D. Elings). en
het college vàn burgem€ester en wethouders van de gemeente Bernheze. het collegc. (gonachtigdcn: nrr. 1.. [-una-Hasanagic en nrr. L. ran Herpen).
Als derde-parti.1 neemt aan de zaken deel: Paardenhouderij Tizzum (nrrr. U.\\'.P. ran Kessel) uit Heesrr ij k-Dinther. r ergun n inghoudsrer. (genrachtigde: nrr. J. ran Groningen).
lnleirling
l. ln deze uitspraak beslist de I oorzien ingen rec h ter op het lerzoek om een loorlopige roorziening (SÍlE 2.1/1061) van eisers tegen de aan rergunninghoudster rerleende omqer incsvergunning \oor de acti\,iteiten "bouuen". "handelen in strijd met de regels ro" en "uitrit aanleggen ofreranderen" voor het bouuen ran een bedrijÍ\uoning met bijgebouw en het aanleggen van een inrit op het adres Lange Kruisdelstraat 5c te Heesu ijk Dinther (het perceel;. Orndat de r oorz ien ingenrec hler na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling r an de zaak beslist hrj ook op het beroep (SHE 2412060) van eisers daartegen. Anikel 8:8ó ran de Algemene uet bestuursrecht (A\!b)maakt dat mogelrlk.' L
I
Het college heeÍi de orngei'ingsrergunning met het besluit van l4 nraart 2024
r erleend.
1.2
llet college heeft een rerueerschrift overgelegd
Li
Eisers hebben bij brieflan 22 augustus 2024 een reactie gegeren op het
veru eerschrift.
l..l
Brjbrief ran I5oktober2021 hebben eisers nadere stukken ingediend
rrlknuDrneli: Slll] ll'.1061 cn SIll: l-.1 l{)60
1.5 De r oorzien ingen rec hter heeft het rerzoek op 2l oktober 202.1 op zining behandeld. Flieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers. de gemachtiede van l ergun n inghoudster. vergezeld van M.T.G. ran Cerrren. adriseur. De gemachtigden van het co llelre.
1.6 Desgerraagd heeft het college na de zining een afschrift tan een controle van de Omgevingsdienst Brabant-Noord (OBDN) ran l9 september 2022 aan de rechtbank toegezonden.
I.7
Daarop hee[t de roorzieningenrechter het onderzoek gesloten
Ileoortleling duor rle r oorzieningcnrcchtt'r
l.
De r oorz ien ingen rechlcr beoordeelt de aan I ergLrnn inghoudster rerleende onrger in{svergunning roor het oprichten van een hedrijfsrroning met bijgeboLlu en het aanleggen lan een inrit (de orlgel ingsr ergunning). tlij doet dat aan de hand lan de beroepsgronden r an eisers.
l.l
De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat het beroep gegrond is. loor het zover het is gericht tegen de omgev ingsr. ergLrnning roor de bedrijlsuoning en het bedrij ligebouu . H ij zal daarom het besluit ont de omgevingsvergunning te I erlenen in zorerre vernietigen en bepalen dat het collcBe met inachtneming van deze uitspraak opnieLr* op de aanlraag moet beslissen. Daarbij laat de voorz ien ingen rec hter afdeling 3.4 ran de Awb bLriten toepassing en bepaalt hij dat hct college binnen 20 weken na verzending van deze uitspraak opnieuw op dc aanvraag moet beslissen. Wat het betretl het beroep dat is gericht tegen de orngevingslergunning voor de inrit. komt de voorz ien ingen rec hter tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Dc voorz ien ingen rec hter zal het rerzoek om ''oorlopige voorziening af ijzen. icrna legt de voorzieningenrechter eerst uit hoe hij tot dit
oordeel komt.
t.l
l)c relerarrte lct- crr regcl{erirru is oprcnontcn in de bijlage bi.i dczc uitspraak
()tnHari g.\| tl I Op I januari 202.1 zr.ln dc Omgevings*et en de Inl.oerings»et Omgel ingsuel in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsrergunning is ingediend vóór het tijdstip van inu erk ingtred ing van de Orngevingsset blUft op grond van artikel 4.3. aanhef en onder a. ran de lnloeringsuet Orngevingsr,'et het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk *ordt. mer uitzondering lan anikel 3.9. derde lid. eerste zin. van de Wet algemene bepalingen orngel ingsrecht (hiema: de Wabo). De aanvraag om een omgev ingsvergunn ing is ingediend op 25 juli 2022. Dat betekent dat in dit geval de Wabo. zoals die gold róór I januari 2024. ran toepassing blijft. Feiten
4.
- Eisers exploiteren een agrarisch bedrijfaan de Lange Kruisdelstraat 5a te Heesu ijk Dinther en uonen in de bedrijlsuoning op dit perceel. - Tegenorer het perceel l-ange Kruisdelslraat 5a zijn de percelen Lange Kruisdelstraat 5 en 5b gelegen. Op perceel 5 en 5b is een bedrijfswoning aanwezig. De bedrijfsuoning op het
zaalnurnrners: Stltr l-l'1061 en Sl{E l-1,'1060
perceel nr. 5 (ouderlijk huis) staat sinds 2021 leeg. De broer ran eisers ( . ran Kessel) had recht op lc koop van de bedrijÍiwoning op nr. 5 en heefi deze inrniddels ver\\or\en. Perceel Kruisdelstraat 5c ligt in de nabijheid. maar niet aansluitend aan de percelen 5.5a en 5b.
- Celet op een uittreksel r an de openbare registers van de Kamer t,an Koophandel ( Kr K) ran 2 | november 202J is Paardenhouderij Tizzum gelestigd op het adres Lange Kruisdelstraat 5c. Tizzum is een eennranszaak die als activiteit heeft: paarden houden. opfok en afreulen. embrlo transplantatie en hengstenhouderij. De eigenaar is ran de eennranszaak is r ergunn inghoudster.
- [-lit een uittreksel ran de openbare registers \an het Kadastcr \an l{ norernber 20]J respectierelijk ló april 202{ . blijkt dat de rader ran vergunninuhoudsrer (H. \,an Kessel)een recht van lruchtgebruik heeft op dat perceel. - Het perceel 5b is in eigendom brj H. van Kessel. Hij exploiteert op het perceel 5b de V.O.F. Van Kessel Breeding. De hoofdacti!'iteit is een paarden fok kerij. - Vergunninghoudster rr il de op het perceel op te richten bedrrjfsuoning gaan be*onen. - Op dit moment is op het perceel een tijdelijke soonunit aanueziq uaarin vergun n inhoud ster met llaar parlner woont. De bedrilfsuoning die ntet de omgev ingsvergunning rvordt toegestaan. komt hiervoor in de plaats. Tot.sltndkoning vot het hesluit om ougcving.svergmtting lc rcrlenen - Op25 juli 2012 heeft vergu n n inghoudster een aan\raag ingediend die heeft geleid tot de omgevingsr ergunning. Feitelij k r raagt vergunn inghoudster om het bounen van een agrarische bedrijÍiuoning ( | l5 mr) met bijgebous (50 mr) voor een paardenhouderij en het aanleggen lan een nieuue inrit op het l'oorerfvan het perceel Kruisdelstraat 5c. - Op l5 norember20lSen op l9april 2022 heeft de Agrarische Adr iescornm issie (AAB) adr ies aan het college Lritgebracht. - Op l9 september 2022 heeti de OBDN namens de gemeente ter plaatse een controle
5.
uitgevoerd.
- Op l2januari 2023 respectievelijk 26 maart 2021 heeti de OBDN de nrilieuaspecten in de ruimtelijke onderbouu ing beoordeeld.
- Het ontserp van de omgev ingsvergLrnning heeft van l8 oktober 2023 tot cn met 29 november 2023 ter inzage gelegen. - Eisers hebben daartegen ziensuijzen ingediend. - Op 7 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Bemheze een definitieve verklaring l,an geen hedenkingen ( vvgb ) verleend. - Tussen partijen is niet in geschil dat het perceel Kruisdelstraat 5c is gelegen in het bestemmingsplan "Buitengebied Bernheze 20Il- I" (het bestemm ingsplan). Aan het perceel is hierin de bestemming "Agrarisch-Landbourrontu ikkelingsgebied" toegekend. Het plan l'oldoet niet aan artikel .1.2.1 lid a van de planregels. omdat het niet is toegestaan om binnen het bou§l lak een bedrijfs§oning op te richten. tlet college heeft met toepassing lan artikel 1.12. eerste lid. aanhefen onder J'. ran de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) de omger ingsvergunning verleend. - De omgevingsvergunn ing voor de inrit is verleend op grond ran artikel 6.2.2 van de Verordening Fysieke l.eefomgeving Bernheze (de verordening). De inrit kwaliticeert juridisch als een uit*eg en is de trveede uitweg op het perceel. De omger ingsr ergunning voor deze activiteit is verleend met toepassing van artikel 2t2. eerste lid. aanhet en onder d. van de Wabo.
zaaknuntnters: Stltr ll/10ó I en SHE 2111060
I
Spoadcise d bel. ry 6 B'j mail van 26 augustus 202.1 heeft de gemeenre aan de rechtbank medegedeeld dat r ergunn inghoudster is begonnen met de bou§rr erkzaamheden. Vergunn inghoudster is
gestart met de bouu ran de fundering ran de *oning. Ook de inrit is deels aangelegd.
I
6. Het spoedeisend belang is daarmee gege\en. Eisers sillen roorkomen dat zij nret een onomkeerbare situatie te maken krijgen. namelijk een rolledig realiseerde uoning.
Zorg' u I d i ghe ids - e n re c h t.s: e ke r hc ids he g i n s e I 7. Eisers betogen dat zij in strijd is mer her zorgvuldigheids- en het rechtszekerheidsbeginsel het bestreden besluit en een reactie op hun ziensr ijze niet hebben ontrangen. Uit de publicatie hebben zij moeten !'ernemen dat de vergunning is verleend. Dit is in strijd met artikel 3:43. eerste lid. van de Arvb. Ten tueede rvijzen zij er op dar bij het l'aststellingsbesluit een aantal bijlagen hoort. Deze bijlagen zijn echter. l,,aaronder de nota van zienswijzcn. grotendeels niet beschikbaar op "Regels van de kaart". Er is een rechtsonzekere situatie ontstaan doordat op de landelijke voorziening een versie van de bijlage is \!eergegeven die niet overeenkomt met het vaststellingsbesluit. Reeds hierorl komt de onrgevingsvergunn ing voor vernietiging in aanmerking.
7.l
Een gebrek in de bekendmaking raakt de rechtmatigheid van het bestreden beslLrit
niet. Alleen dat besluit ligt ter beoordeling voor en niet de bekendmaking. De bekendrnaking is daarnaast een handeling die dateeí van na het bestreden besluit. Als er een gebrek in de bekendnraking is. kan dat leiden rot veÍschoonbaarheid van een te taat ingediend beroep. Eisers hebben op tijd beroep ingesteld nadar het besluit op 20 maarl 2014 is gepubliceerd op de *ebsite ran de gemeente Bernheze. via het Cenrcenteblad op uuu.overheid.nl en in het huis- aan huisblad "Mooi Bernheze Krant". ln beroep hebben zij in ieder geral kennis kunnen nemen van het bestreden besluit en de reactie op hun ziensrr ijze en lalsnog) de beschikking gekregen or er alle benodigde bij lagen. Naar het oordeel ran de voorzieningenrechter zijn eisers in voldoende mate in de gelegenheid gerreest onl in beroep hun argunlentcn naar \oren te brerrgen. |? tlrruunli g ugntr i:;c h hcdry
8.
I
Eisers betogen dat geen sprake is van een roluaardige bedrij fsl oering. Onder rerrrijzing naarde begripsom schrij v ing in het bestemmingsplan omtrent een "rollaardig agrarisch bedrijt'' stellen eisers dat bepalend is dat de continuïteit ool op langere termijn in roldoende matc is gesaarborgd. Door de AAB is in haar advies olerrvogen dat de bedrijÍlr'oering op nr. 5c ziet op een roluaardig bedrijf. Uit dir adr ies blijkt dat nog slechts voor één jaar is vastgesteld dat sprake is van een passend jaarinkomen waarbij bovendien de bedrijtibebouw ing in eigendom is bij de broer van eisers. Hieruit rolgt naar de mening van eisers niet dat de continuileit ook op de langere tèrmijn voldoende gewaarborgd is en dat sprake is van een volwaardig bednjf. Daar komt b1 dat eisers signaleren dat er zeer veel uitw isseling is van paarden tussen de locaties 5b en 5c waarbij er in de regel naullelijks paarden uorden gehouden op 5c.
I Het college hcelt voor de beoordeling van de aanvraag aangesloten bij de regels uit de u ijzigingsbevoegdheid van het bestemmingsplan (artikel 4.9). Op het perceel is naar zijn mening op dit moment een volwaardige agrarische paardenhouderij gevestigd. De AAB heefi in l0 I 8 aangcgeven dat zij een permanente bedrij f\» oning aanvaardbaar v indt bij het 8.
zaakt'tttrttrttc'rs: SllE:l'1061 en Sllt: l-l 1060
5
agrarisch bedrijfaan de Lange Kruisstraat 5 mits er \astgesteld kan rrorden dat er na een periode lan 5 jaar sprake is ran een rol*aardige agrarische bed rij fsr oering. Op l9 april1022 heeft de AAB aangegeren dat hierran sprake is. De huidige situatie (ca 85 in plaats ran 60 paarden) omvat meer bedrijf\voering dan uaar de AAB over heeft geadl'iseerd. De AAB heeft als Lritranuspunt genonten dat de paarden drachtig zouden arriveren. Uiteindelijk is besloten om het scannen van paarden. controle door de dierenarts. enrbrvo's plaatsen - die binnen en buiten regLrliere kantoortijden plaatsvinden- uit te voeren rrp het perceel. Een pernranen(e bedrijtsrroning rrordt hiennee - aldus het collegegc'rec htvaard igd.
8.1 Onderdeel ran de u ijzigingsber oegdheid $aarnaar het college ter beoordeling \an de aanr raag heeíi versezen. is artikel {.9.1. undere. ran de planregels. Daarin is het r ereiste r an een "r oll aardig agrarisch bedrij f' opuenonren. Gelet op de onrschrijr ing r an .'r'olrraardiq aqrarisch bedrijl' in artikel 1.95 van de planregels. dient onder nreer sprake le zijn van een agrarisch bedrijf rnet ten rninste de arbeidsonrlang lan een loluaardige arbeidskracht. Ter beoordeline ran de r oorz ien inuen rechter is ofhet college zich. rnede gclet op de adr iezen r an de AA B uit 20 I 8 en 2022. op gocde gronden op het standpunt heeft kunren stellen dat sprake is lan e.en vol*aardig agrarisch bedrijf. 8.1
In het adr ies van de AAB uit l0l 8 is aangegeveD dat op dat moment nog geet'l roluaardig agrarisch bedrijfaanwezig rras. De AAB heeÍi geconstateerd dat op zich ccn bourrrlak van 0.65 ha in sanrenhang lnet lret lestigingsperceel nrogelijkheden biedt voor de ontn ikkeling van een volwaardig agrarisch bedrijf in de paardenhouderij. Uit hct adl ies uit 2022 lolgt dat is geconstateerd dat de bedrijfsvoering aan de Lange Kruisdelstraat 5c *ordt uitgeoefènd dtror r, ergun n inghoud ster en dat zij de aangerraagde bedrijtsuoning zal bourlen en heuonen. lien bed rij t.svoering in de paardenhouderij is ontlrikkeld die in bedrij tiecorrom isch opzicht over het afgelopenjaar heeÍi geresulteerd in hct behalen ran een passendjaarinkomen. Op hasis ran de bedrijfsroering en de rerstrekte bedrijÍ\geger ens r an het bedrijf konlt dc AAB tot de corclusie dat de bedrijfsvoerine aan de [-ange Kruisdelstraat 5c dc bedrijÍiroering rarr een rolrraardig bedrijfbetreÍi.
8..1
De r oorzieningenrechter is op grond lan deze adviezen - met name op grond van het advies uit 2022 - r'an oordeel dat he't collegc zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat sprake is lan een "rolr,,aardig agrarisch bedrijl'in de zin van aíilel 4.9 ran de planreuels. Aannernelijk is dat sprake is van een arbeidsomlang l'an een volrraardige arbeidskracht en een zodanige bed rij Í'.sorn vang dat dc continuïteit ook op langere termijn in roldoende mate ger,'aarborgd is. Daarom slaagt deze grond niet. Dat nog slechts voor één jaar is vastgesteld dat sprake is van een passend jaarinkonten en de bedrijfsbebou* ing geen eigendom is van vergunninghoudster maakt dat niet anders. Van belang is op grond van de omschrijving in artikel 1.95 Ian de planregels ofsprake is van een agrarisch bedrijlnret ten minste de arbeidsomvang van een voluaardige arbeidskracht. Voons is de stelling lan eisers dat er nauuelijks paarden uorden gehouden op het perceel niet nader toegelicht. Dc AAB heeft daarentegen vastgesteld dat op het perceel 85 paarden uorden gehouden.
Strijd net cle lOl'. noodruuk hedrijfstutning 9. Eisers zijn !oorts ran mening dat de rergunning roor een bedrijfs*oning in stnjd is met de voorschriften van de Interim omger ingsrerordening Noord-Brabant ( IOV). De l" loorr"aarde in artikel 1.70 IOV ziet op de noodzaak loor een bedrijfsrronins die !an\!ege de aard lan de bedrijfsr oering aanrrezig dient te zijn. In het advies Ian de AAB
riiakr)unrnrer:,: Slll: l-t1-1061 crr Sllt: l+ 1060
(r
rr ordt gesproken o\ er circa 60 draagmerries en 8 eigen nrerric's en dus geen 85 paarden
zoals in de ruimtelijke onderbouu ing genoernd. l{et plaatsen ,van de embrvo's gebeurl elders en de rnerries uorden afgeroerd zodra is qeconstateerd dat zij drachtig zr;n. Bij de aÍ\oer ran drachtige paarderr ralt immers ook de noodzaal tot eniu toezichl zoals beschreven in de ruinrtelijke onderbourr ing rreq. Verder volgt uit het AAB adr ies dat veelr uldig toezicht door een dierenarls op de nterries nodig is. Voor deze uerkzaamheden is het echler niet noodzakelijk onr een bedrijfsrroning aan\\ezis te hebhen. Daar konrt nog bij dat op de locatie nr. 5 een bedrijÍ\rroning lecu staal rraar r ergu n n inglroudster kan gaan rronen. Indien seden het uilbrengen ran het adr ies ran de AAB de bedrij lss ituat ie geu jzigd is. is het aanqe*ezen onr de. AAB de bedrijt.sr oerins te laten beoordelen zoals die ten tijde \an het bestreden besluit zou plaatsrinden. llet is eisers rcrder niet dLridelrjk in hoererre het bcdrijlop het perceel moet \\orden beschourrd als een zijtak ran het bedrijfdat op 5b is gerestigd. Er is tussen beide bedrijren veel sprakc ran een uitu isseling Ian paarden. Eisers stellcn dat tc\L'ns nict is roldaan aan de 2. rrxrruaarde in artikel 3.70. eerste lid. lOV. De bedrglilocatie op 5c is in eigcndonr bij de eigenaar ran 5b en nraakt ook onderdeel uit ran zijn bedrij fsr ocring.
Ien tijde ran het AAB-adr ies sas nog geen sprake ran de sitLratic dat de brocr ran eisers de bedrij Ílr'oering ran 5c rolledig algesplitst had van 5b en oreruedragen aan zijn dochter. De AAB heeh in haar adr ies ool,. niet gesteld dat sprake *as ran een op zichzellstaande rolrraardige agrarische bedrij fsr, oering. ln het lerleden behoorden 5b en 5c tor hetzellde bedrijfen de trree aanrrezige bedrij fs§ on ingen stondcn tcr beschikking aan dit bedriji lrerder rras er ook op de plankaart een relarie figuur setrokkcn tussen 5b en 5c. De noodzaak roor de nieuwbouu is derhalle incegeren door het afsplitscn ',an de bedrijfsloering tussen 5b en 5c cn daarmee het afsroren ran de beschikbare bedrijfsuoningen op het perceel 5b. Om deze reden uordr niet roldaan aan artikel j.70 van de lOV.
I De roorzieningenrechter stelt Yoorop dat op grond lan aíikel l.l. eerste lid. onder c. r'an de lnterim omgev ingsl erordening Noord-Brabant (lOV). de instrLrct ierege ls die zijn opgenomen in hoofdstLrk I van de IOV van toepassing zijn. onrdat het college met het verlenen r an de orngev ingsr ergunn ing. toepassing heeft gegevcn aan aí ikel l. I 2. eerste lid. onderdeel a. onder 3' van de Wabo. De voorzieningenrechter stelt r erder vast dat tussen partijen niet in geschil is dat het perceel op de plankaart van de IOV is aangeduid als "t.andelijk Gebied" en "Gemengd l.andelijk gebied". Artikel j.68 van de IOV bepaalt dat in die gebieden alleen bestaande bedrij Í.sw on ingen zijn toegcstaan. Ilet oprichten \an eeÍl nieuwe bedrij Íir', oning is op grond van artikel 3.68 IOV dLrs niet toegestaan. Op grond van artikel 3.70. eerste Iid. onder a. l,an de IOV is een nieuwe bedrijfswoning echter toegelaten als de noodzaak van\\ege de aard lan dc bedrijt\voering aanllezig is. 9.
9.2
De l'oorzieningenrechter riet aanleiding om de rechtspraak van de Aldeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toe te passen ol er de uitleg van het begrip "noodzaak ran een bedrijfsrroning" bl de toetsing aan bestenrm ingsplannen. omdat er geen aanwijzingen zijn dat provinciale staten in de IOV een ander begrip hebben willen opnemen. Voor de rraag naar de noodzaak van een bedrijlsuoning is lolgens vaste rechtspraak van de Aldeling van belang ofde bedrijÍ'sprocessen rer plaatse zoveel tijd en aandacht opeisen. dat op grond daarvan een redelijk belang om op het pcrceel te uonen aanuezig moet worden geacht. Het is aan de aanlrager om aannemelijk te Inaken dat dc bedrij fsprocessen zoveel tijd en aandacht van hem vragen. dat een redelijk belang bestaat om op het perceel te r,,onen.
zaaknurrnrers: SHE llli06l cn SHE 2111060
9.i
1
Het college ontleent de noodzaak aan de bedrijfsrroning aan de adr iezen ran de
AAB. De AAB heeft zich uitgelaten over de r raag ofsprake is ran een volnaardig aerarisch bedrrjfen niet orer de rraag ofde noodzaak lan een bedrijÍ\rroning ransege de aard van de bedrij fsr oering aanuezig is. Tijdens de zining heeft het college laten rreten dat door haar uit de rolrraardigheid terens de noodzaak uordt afgeleid. De roorzieningenrechter is echter van or.:rdeel dat beide criteria een zekere orerlap hebben nraar niet hetzelfde zijn. Een bedriifsvoering kan zodanig zijn dat zij lerk biedt aan een rolrraardige arbeidskracht nraar daarmee is nog nir't gezegd dat deze arbeidskracht noodzakelijlieru ijs ook op het bedrijf dient te §onen. Op dat laatste ziet artikel 3.70. eersle lid. onder a. r'an de lOV. f)aarom gaat de l'oorzien ingenrechter hierrra aan de hand ran de leiten in het advies van de AAB uit 2012. in sarnenhang gezien met andere dossierstukken. na ofer cen noodzaak bestaat voor een bedrijt\uoning.
9.4
[-lil het advies ran de AAB uit 2022 volgt dat de drachtige merries niet op het perceel blilven. ln het roorjaar is rolgens de AAB Ieelvuldig toezicht op de meÍries nodig orn het orulatietijdstip \ast te stellen. In die periode komt de diercnarts dagelijks langs om de menies te scannen. Een meder"erker handhaving van de OBDN heeft op l6 septernber 2022 eer controle op beide locaties 5b en 5c uitgevoerd. tlierbij is gesproken met de vader van l'ergunninghoudster. Volgens haar vader betrefl hct tsee indir iduele locaties. Het perceel rrordt nu al gerund door zijn dochter met als doel dat deze het bedrijf op het perceel lolledig ovemeemt. Het \lordt nu door haar gehuurd van haar lader. Vader helpt op beide locaties nree. Hij heeft te kennen gegeren dat het conccpt bij beide locaties gelrjk is: na inseminatie gaat de draagmerrie naar de eigenaar l,an het toekomstige veulen en komt dan pas nadat het reulen is gezoogd terug. De meeste merries zijn daardoor ongeveer 1.5 jaar ueg van de huislocatie. ln de ruimtelijke onderbou*ing van 22januari 2024 die hoort bij het bestreden besluit (de ruimtelijke onderbou* ing). is opgenomen dat de merries op het bedrijfnorden ontvangen en drachtig gemaakt. Cedurende de dracht en het reulenen rergen de merries l,l/7 aandacht. Ook nadat de veulens zijn geboren is cr permanent toezicht nodig.
ln de nota van ziens§ijzen die hoort bij het bestreden besluit (de nota !an zicnsr,' ijzen) is aangegeven dat uiteindelijk besloten is om het scannen van paarden. controle door dierenarts. embryo's plaatsen (extra lrerkzaanrheden binnen en buiten reguliere tijden) te laten plaatsvinden op het perceel.
9.5
Uit de stukken kan de voorzieningenrechter niet opmaken dat het bedrijllan lergunninghoudster los staat van het bedrijfvan haar vader. Weliswaar voert zij volgens de openbare registers van de Kamer van Koophandel een eenmanszaak. maar dat alleen is niet loldoende voor het oordeel dat zij een zelfstandig bedrijf voert op het perceel. De hLrurol ereenkomsl lussen haar en haar vader kan aan dat oordeel bijdragen. maar deze overeenkomst behoort niet tot de stukken. Tot de stukken behoren evenmin een bedrijfsplan en bedrijfskundige gegevens uaaruit kan uorden opgemaakt dat het bedrijfran rergunninghoudster losstaat ran dat ran haar rader. Uit dc stukken kan ucl rrorden opgemaakt dat vader geregeld op het perceel uerkzaam is en dat vader een r. ergelr.;kbaar bedrijfsconcept heeft op het perceel Kruisdelstraat 5 als op het perceel. Verder zijn vergu nn in ghoudster en haar partner elders nog in loondienst en dus. hoe*el het bedrijf is opgestart. orerdag raak niet !oor hel bedrijf uerkzaam. Dat is trjdens de zining ook niet ueersproken. Op basis ran de stukken kan elengoed tot de conclusie uorden gekomen dat het bedrijf op het perceel als een bedrijfstak van het bedrijfvan vader moet rorden geziendie nog zelfstandig moet §orden van het bedrijf van vader.
zaaknunmers: SllE l-l',.10ó I cn Sflt ll 1060
ti
9.6
Als op het perceel geen zelt-standig bedrijf is gerestigd. maar ecn bcdrijÍ\tak van een ander bedrijf. is er naar het or:rdeel r.an de voorz ien ingen rec hter ook geen noodzaak voor een bedrijfssoning. De noodzaak roor een bedrijfswoning lnoet namelijk per alzonderlijk (agrarisch) bedrijf uorden beoordeeld. Als het perceel tot het bedrij['ran vader nltret rrorden gerekend. heeÍt dat hedrrjíal een bedrijfswoning en kan er niet nog eérr bij. Alleen als een zelfstandig bedriifop het perceel is gerestigd. kan er aanleiding bcstaan \oor het toestaan ran een bedrijfsuoning. [)c r oorzien in gen rechter komt daarnlee tot de conclusie dat de noodzaak roor eerr rrieuue bedrijÍiuoning niet is aangeloond. Het b€toog slaagt.
9.7
Bij dit oordeel betrekt de r oorzien insenrechter dat I oor de bepaling r an dc noodzaak niet ran belang is olop het perceel Kruisdelstraat 5 en 5b een soning leeg slaat lees: aÍgestoten. Als op het perceel cen zelfstandig bedrijf is gevestigd. gaat het er bij toepassing l'an artikel 3.70, eerste lid. onder b ran IOV. alleen om oIop dat perceel een §r.rning is afgestoten en niet op het pc-rceel Kruisdelstraat 5 en 5b. Op het perceel is geen bestaande bedrijfs§oning afgestoten. §ant op dat perceel staat nog geen rroning.
llir»r'i.tie
10. Eisers betogen dat de konrst van de bedrijfs*oning in strijd is nret de Woonvisie 2012-2026 (uoonvisie) van de genreente. Volgerrs eisers vindt - in strijd Inet de »oonl isie geen sloop van agrarische bedrijl'sbebourr ing in het buitengebied plaats. | 0. I Het college is r an men ing dat r oor dit plan de Woonv isie een richtsnoer is s aarbij maatserk met het oog op de haalbaarheid en de reeds bestaande rroningroorraad van de kern belangrijk is. ln onderhavige situatie is sprake van maat\.lerk waarbij de noodzaak voor
de realisatie \an een eerstc bedrrjt\rroning bij een agrarisch bedrijfonder andere is gebleken uit een AAB-adl ies. ln dit advies *ordt er geconcludeerd dat er sprake is l'an een lolwaardige agrarische bedrij fsvoerin g. Er uordt derhalve sel loldaan aan de Woonr isie 2 02
2-l016.
10.2
Op zichzelfkan het college in deze redenering rvorden gevolgd.
llet college moet naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter eerst nader onderzoek doert naar de rraag of is roldaan aan de ingerolge anikel 3.70. eerste lid. onder a. IOV lereiste noodzaak. Daarorn slaagt deze beroepsgrond. G oadc onryer i ngs hru I itc i t
I
L
Eisers stellen zich roons op het standpunt dat ook niet rrordt roldaan aan aíikel
.1.5. eerste en tueede lid. ran de IOV dat aangeeft dat de omgev ingsr ergunn ing invLrlling moet ge!en aan een goede omger ingsk*aliteit. Hoe»el het geen nieuwe stedelrlke
ontrrikkeling is. dient naar de mening ran eisers uel degelijk op basis ran de goede ruimtelrjke ordening bij de beoordeling tc \\orden betrokken dat er op dit momcnt ecn bedrijfsuoning op het bedrijfsperceel 5 leegstaat. Het getuigt niet van zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6 IOV) om de ogen te sluiten voor aan$ezige leegstand ,'an de 2' bedrijÍ\rloning en een 3'bedrijfsuoning mogelijk te maken.
.l
II Het betoog slaagt niet. Het college hee[t zich terecht op het srandpunt gesteld dat de bedrijfswoning »ordt gerealiseerd binnen het bestaande agrarische bouuvlak en dus binnen een bestaand bousperceel. De bedrijlsuoning en het bijbehorende bijgebouw zullen Beconcentreerd worden binnen hct bcstaande agrarische bouwllak. De rraag ofeen uoning
/.litknurlrrer\: Slll, l-l .i0(rl cn Slll: l-l 1060
()
op het perceel Kruisdelstraat 5 leeg staat. is daarbrj niet relevant. Voor zol'er al ran toepassing. leidt de komst ran de tseede bedrijfsrroning niet tot onzorg\ uldig ruimtebeslag en stÍijd nret anikel 1.5 en J.6 ran de lOV. ,\Jttr i t:ttrrt' t u I uudsc hup1tc I i j ka in 1tu.s.,; i tt g
12.
Eisers betogen dat de bedrijfsroering op hun perceel rrordt aangetast omda( de beoogdc bcdrilt.srr on ing binnen 50 nreter ran hun landbourr gronden ligt en de gebnriLelijke spuitzone niet rrordt gerespecteerd. Omdat eiscrs gebruik rnaken ran rollegrondsteelt komt daar ook het gehruik ran gerr asbcschenn ingsrn idde len bij kijken. In dit geral ontbreekt in hct bestreden besluit een locatieonderzoek alsmede een af*eging van alle betrokkert bclangcn. In dc nota lan ziensrrijzen rrordt *elisrlaar \er\\ezen naar een houtrral die aan de noordzijdc lan het perceel uordt gerealiseerd. tussen de bedrijtirioning err de teeltgronderr. maar niet is aangetoond dat dit afdoende zou zijn om eventuele drift tc roorkomen. ln het roorschriÍi onrtrent de landschappe lrj ke inpassing uordt geuezen op een specilieke bijlage. (lit dc'rernrelding op "rcgels op de kaart" kan niet »orden afgeleid of dit het daarop gepubliceerde landschappel iike inpassingplan betreÍi.
l2.l l ussen partijen is nict in geschil dat het perccel direc( aansluitend aan landbourr gronden ligt. op 25 meter aÍ\tand van dc utrning. Voor de beoordeling l'an de lraag ofde belangen ran eisers norden aangetast, is niet l'an belang ofde gronden door eisers zelfdan uel dat eisers de gronden door een derde laat gebruiken voor de teelt van ge§assen. ll.l Volgens laste rechtspraak van de Atileling volgt dat in het algemeelt een aÍitand van 50 rneter ( n'r ) tLrssen gevoelige functies cn agrarische bedrijv igheid u aarbij ge* asbeschcrnr ingsm iddelen rorden gebruikt. niet onredelr.lk wordl geacht. Het is mogelijk die af'stand te rerklcinen als daaraan ecn deugdelijke ntotivering ten grondslag ligt. Deze Inoti\ering rnoet gehasecrd zijn op ccn zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek.l Flen kleinere aÍ.stand dan 50 nr kan ook aanraardhaar zijn als drifl redLrcerende nraatregelen *orden getrot'lèn. 12.3 Gezien het bestreden besluit maakt het "Land schappe Iij k inpassingsplan d.d. I 8 januari 202.1" onderdeel uit rarr de omgevingsvergunn ing 'l'er beoordeling staat in de eerste plaats ofdoor het landschappelijk inpassingsplan planologisch is rerzelerd dat de haag die rrordt aangelegd en in stand gehouden in dit geval een koíere afstand dan een alsland r an 50 meter rechtraardigt.
ll..+ Bij de stukken ran het dossier berindt zich het " Landschappelij k inpassingsplan Lange Kruisdelstraat 5C t Ieest! ij k- D inther" ran 6 april 2023. Tijdens de zitting is aan de orde gekomen dat op de tekening abusierelrjk deze datum is blrjren staan nadat het inpassingsplan is aangepast. l)czc kaart maakt als "Bijlage I Landsc happe I ij ke inpassing" onderdeel uit van de omgel ingslergunning zoals gepubliceerd op -Regels op de kaart". De correcte titel !an het document in de rergunning is "Landschappelijk inpassingsplan d.d. l8 januari 202{". Deze (laatste) datum ziet op de datum \an het indienen van het plan. De r oorzien ingen rec hter ziet geen reden om aan dejuistheid hiervan te tuijfelen. Bepalend voor de toetriing is dat de (retekende) versie van het plan - zoals opgenomen als bijlage in I Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Al'deling van 25 januari 2021.
van j0 maan 2016. l.L l.l.\l .R\ s:lU lí)iltjj.
ECL I:NL:RVS:2021:245 en
zàaknun)rrlers: SlIE l+/i061 cn SllE l-lil060
l0
de orrgevingsvergunn in-e - gelijk is aan hetgeen online is opgenomen. Dit laatste is het geval. I 1.5 De naler ing r an dit landschappe lr.1k inpassingsplan is naar het oordeel van de loorzieningenrechter roldoende geborgd nu in de roorschriften bij de vergLrnning is
aangege\ en -citaat-:
"Er rordt conform de landschappelijke inpassing al'scherrnend groen aangeplant om te dienen als \angge\\as voor de optredende drill (..). Dit dient corrÍbrrn tekening ( D1024-00000898 ) aangeplant te r.rorden. De beplantin-u is 3 meter hoog en I meter breed. De u indhaag moet als onderdeel van het land schappe li-1k inpassingsplan binnen maxinraal f'l maanden na het onlrerroepelrjk uorden van het plan aangelegd zijn en in stand rlorden gehouden. Deze haag moet te allen tijde in stand rrorden gehouden en worden onderhoutlen. De haag moet $ intergroen zijn. zodat deze groen blijit en het blad behoLrdt in de r interperiodc." Verder is onr de uoning blijkens het landschappelijk inpassingsplan deels een stru\\ eelhaag gelegen.
12.6 Naar het oordeel ran de r oorz ien ingen reclrter heeft het college rnet deze drift reducerende maatregelen zich in redelijkheid op het standpunt kunner stellen dat het gebrLrik van gew asbesc henr ingsrn idde len op het perceel van eisers niet in de \teg staat aaÍl rerlening van de onrgevingslergunning voor de tweede bedrr.lÍ-s* oning. Daarbij neemt lrij in aanrnerking dat de grond. naar niet in geschil is. vrijuel altijd lerricaal wordt bespoten gezien de ge\\assen die er rvorden geteeld. en door de overheersende zuiduestelijke windrichting de drift zich in de regel van de woning afbeweegt. De voorz ien ingen rechter ziet onder deze omstandigheden geen aanleiding voor een onderzoek naar de werking van de drift reducerende nraatregel. ln dat lerband wijst hij ter ondersteuning naar een uitspraak ran de Afdeling ran 2 novenrber 2022.r De l oorzien ingen rcch teÍ ver\!acht niet dat een nader locatieonderzoek in dit geral nog een toegevoegde rvaarde zou hebben ter aanr,ulling op het onderzoek dat in kader van het opstellen r,an de ruimtelijke onderbou*ing is gedaarr (zie par. -1.1.1 ',an de ruinrtelijke onderboLrr"ing) en de drift reducerende nraateregelen die daartrit zijn voortgekornen onvoldoende zijn. Deze grond slaagt niet. 12.7
Voor zover eisers hebben aangevoerd. dat de landschappehjke k!\aliteitsverbetering van het boLr§plan in strijd met 3.9 van de IOV niet inzichtellk is gemaakt. slaagt het betoog ook niet. Daarroor acht de voorzieningenrechter van belang dat ook als groen beoogd op plaatsen waar nu al groen aanwezig is. in het landschappelijk ""ordl inpassingsplan ander groen. in een andere dichtheid en !'an een andere ku.aliteit is roorzien. In het landschapsplan is lerder gemoti\eerd uiteen gezet !!at de huidige situatie is. uat de beoogde situatie is. »aaruit de kwaliteitsverbetering bestaat en r',elke bomen. uaar en in
uelke hoeveelheid rondom de r,'oning en de bestaarrde stal rr,orden geplaatst. Anders dan eisers blijkbaar l eron derste llen. ontbreekt in het landschapsplan niet een idee ofeen samenhang tussen de beplanting en de bebou* ing. De inrit
13.
'l'en aanzien van de inrit stellen eisers dat het perceel tèitelijk reeds beschikt over
een uitrit. De groenstrook naast de rleg (berm) heeft te gelden als openbaar groen. Het doorsnijden van dit openbaar groen betekent dat de tweede uit*eg ten koste gaat van
I LC t.l:N L:RVS:lo2t:l l60
zaaknllnrnrers: SHE 1111061 en SHE ll/1060
lt
openbaar groen aan de zijde r,'an de ueg. Dit maakt dat niet aan de l.ooruaarde in artikel 6.2.2 onder 2. onder d. van de Verordenins uordt voldaan.
13.I Dit betoog slaagt niet. Het college heefi zich terecht op het standprnt gesteld dat artikel 6.2.2. t''eede lid. onder d. ran de Verordening zich niet \erzet tegen het verlenerr van de omgevingsvergunn ing voor dc Lrit»eg. Daarvoor is van belang dat op grond van dat artikel het maken van een t\!eede uitueg niet uitsluit en dat de IergLrnning slechts sordt geueigerd als er sprake is ran een uitueg ran een perceel dat al door een andere uitueg \\ordt oÍrtsloten en de aanleg van deze tueede Lrit*eg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. De berrn die eisers als openbaar groen aanduiden. is dat niet nraar heelt het collcge terecht als een onderdeel van cle »eg aangernerkt. Conclusie en gel'olgen
l.+.
llet beroep is gegrond. Het bestreden besluit §ordt wegens strijd met de artikelen
i:2 en 3:46 ran de Awb vernietigd. voor zover dat betrekking heeft op de
omgel ingsl ergunn ing voor de bedrij fswon ing en het bedrrjfsgebouw. Het college zal opnieu* op de aanvraag moeten beslissen. Dat betekent dat vergunninghoudster niet beschikt over een omgevingsvergunning en vooralsnog de bedrijfs»oning en het bijgebouw niet rnag (af)bouuen.
I5. f)e voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het in stand laten van de rechtsgelolgen. het toepassen van de bestuurlijke lus of om zelf in de zaak te voorzien. In plaats daarvan zal hij bepalen dat het college met inachtneming van deze uitspraak opnieuw op de aanr'raae moet beslissen. Reden daarvoor is dat naar het oordeel van de r.oorzienirgenrechter opnieuw adlies aan de AAB moet r',orden gevraagd. in welk Ierband rergunninghoudster mogelijk stukken aan de AAB rnoet aanler.eren. en het college opnieLru aan de gemeenteraad een verklaring r,an geen bedenking moet vragen. Met zijn oordeel dat de omgev ingsvergunn ing in strijd met artikel 3:2 en anikel l:.16 lan de Arvb is rerleend. heeft hij indirect ook een oordeel gegeven over de door de gemeenteraad afgegeven verklaring r,an geen bedenkingen. Het herstel van het gebrek via de bestuurlijke lus is complex en leveft naar het oordeel van de voorzieningenrechter te r,,einig tijdwinst op. 16.
In plaats daarran zal hij met toepassing van artikel 8;72. vierde lid. aanhefen onder a. ran de A»b aÍàeling J.,l van de Awb bLriten toepassing laten. Reden daarl.oor is dat opnieu» op de aanvraag kan »orden beslist zonder lvijziging daarlan. teruijl de voorzieningenrechter geerr enkele aanu ijzing heeft dat andere belanghebbenden dan eisers ziensr" ijzen naar voren willen brengen tegen de omgevingsvergunn ing.
l,7.
Vcrderzal de roorzieningenrecltter met tocpassing ran artikel 8:72. rierde lid. aanhefen onder b. r,an de Arrb bepalen dat het college binnen 20 rveken na verzending van deze uitspraak opnieuw op de aanvraag moet beslissen. Aan de AAB zal namelijk opnieu» adl ies moet $orden gevraagd. in §elk verband vergun n inghoudster mogelijk nieuwe stukken moet aanleveren. het nieuwe advies moet door het college *orden verr,,erkt in een raadvoorstel aan de gemeenteraad. die daarop moet beslissen. dat l.enolgens door het college moet worden verwerkt in nieuw besluit op de aanvraag van vergunninghoudster. Bij de termijn heeft de voorzieningenrechter ook rekening gehouden met het online bekende vergaderschema var de gemeenteraad.
raaknurnlers: SllE 2l'1061 en Stltr ll'1060
18. Met de beslissing dat het college nret inachtnenring ran deze uitspraak opnieurr moet beslissen op de aan\ raag. is het geschil atgebakend. Het college hoeft alleen opnieurr een adr ies tc \ ragen aan de AAB aan de hand \an het hien'oor gegeven oordeel oler de noodzaak lan de bedrijfsuoning en de gemeenleraad moet aan de hand van dat adr ies en het raadvoorstel van het college opnicurr heoordelen oÍ'het aan rergunninghoudster een onrgevingsvergunning rril verlenen. De overige beroepsgronden hebben niet geleid tot uegrondverk laring r an het beroep. Die zijn met deze uitspraak afgekaart zodat het collegc in narolging van de gerneenteraad - niet opnieurr op deze grond in hoeft te gaan bij ecn nieu*e beslissing op de aanvraag ran rergunnin[hoLrdster. I 9. Voor een goed begrip \ an partijen nrerkt de r oorzieningenrechter op dat het college zich bij een nieLrrre beslissing op de aanr raag ran r eruunninghoudster niet mag baseren op de lerleende rerklaring !an gecn bc.denkingen. maar dat door de gemeenteraad opnicurr nroet *orden beslotcn of hrj e-en rerklaring \an geen bedenkingen rril rerlenelr.
20.
Het beroep is ongegrond voor zo\er het dc aanleg ran een tueede inrit be(reft. ln zorerre bliift de omger ingsrergunning in stand.
IL
De loorzieninqenrechter ziet gee'n aanleiding om dc door eisers gel raagde voorlopige loorziening te treflèn. tlij heefi nanrelijk in dc hootdzaak beslist en daarin hun beroep gegrond verklaard. \oor zover het de orngevingslergunning voor de bouw van de bedrij t.sr', on ingen en het bijrebour,, betreÍl. f)aarrnee is de toestemming om het boLrwplan (aÍ) te bou$en vooralsnog komen te vervallen.
2J.
De voorzieningenrechter gaat er bij zijn beslissingen verder vanuit dat - tot dat de besluitronning oler de bedrijfs*oning is afgerond - r ergunninghoudster in de tussentijd in de tijdelijke woonunit mag blijven u«rnen. F-en andere beslissing van het college acht hij naar roorlopig en niet bindend oordeel onevenredig. Tegen de tijdelijke beuoning van de unit door r ergunninghoudster en haar partner hebben eisers. zo heeft hun gemachtigde op de zining laten !\eten. geen bezwaar. [1ij gaat daarom ranuit dat vergunninghoudster en haar partner van het college in ieder gelal tot zes \reken na verzending van het nieuue besluit op hun aanrraag om de bedrijfsrroning en her bijgeboul. in de tijdelijke unir mogen blijven \\ onen.
)1.
Partrjen hebben in het verlcderr rerschillende pt.rsing.en ondernomen orn al dan niet r ia mediation onder leiding van de gemeentc tot seschilbeslechting te komen. Dat is nier
gelukt en is hier niet aan de orde. Panijen hcbben aangcge\en dat de men ingsversch illen daar\oor te ver uiteen liggen. Ook daarin treedt de r,oorzieningenrechter niet. Tegellkerrijd stelt hij !ast dat het hen emotioneel zo z!!aar valt dat zij niet op de zining aanrrezig r,,aren. Gezien de emoties die het geschil binnen de Íarnilic oproept. geeft de roorzieningenrecltter hen in orcrrregine mee om ondanks allc nteningsrcrschillen en crnrrties een niL-u\\c p()gins te ondernemen om tot beslechting ran hun geschil te komen. Het is geen aan*ijzing om cen nieu* besluit te nemen. maar (alleen) een ucluenreend adr ies van de roorzieningenrechter.
l{.
De loorzieningenrechter zal het college leroordelen in de proceskosten die eisers in beroep hebben gemaakt. Deze kosten stelt de roorzieningenrechter op grond l.an het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig lerleende rechtshijstand last op € I.750. ( I punt voor het beroepschrift en I punt roor het l,erschijnen tijdens de zitting. mel een uaarde per punt !'an € 875.-).
.,,aakrlununcrs: Slll: ll -1061 cn SIlt: l-1 1060
25.
Orndat het beroep gegrond uordt Ierklaard. zal de \ oorzien ingenrec hter bepalen dat het college aan L'isers het door hen betaalde griffierecht l'oor de behandeling ran het beroep en het \erzoel om voorlopige roorziening moet temgbetalen. Het gaat in totaal om een bedrau € 7.12.-.
ll
zaaknun'mlers: SHE l.l/-i061 en SllE 2-112060
l-l
llcslissing De r oorzieningenrechter
- r'erklaan het beroep gegrond roor zorer dit betrekking heeli op de omger ingsvergunn ing roor de bedrijfsuoning en het bijgebou*: - lernietigt het bestreden besluit t.an l4 maart 2014 in zorerre: - bepaalt dat het college mer inachtneming ran deze uitspraak binnen 20 ueken na verzending van de uitspraak opnieuu op de aanr, raag van vergunninghoudster moet beslissen. voor zover zij daarbij om de bourr van de bedrijfsuoning en het bedrijfsgebouu heeft gel'raagd: - laat afdeling 3.4 van de Algemene set bestuursrecht bij deze nieu*e beslissing buiten toepassing: - l'erklaart het beroep ongegrond voor zover dit betrekking heeft op de omger ingsrergultning roor de inrit: - rrijst het verzoek van eisers om een voorlopige Ioorziening af: - r'eroordeelt het college tot betaling van een bedrag van € 1.750.- aan proceskosten aan eisers:
- bepaalt dat het college aan eisers het door hen betaalde griffierecht van in totaal
€ 742.00 vergoedt. [)eze uitspraak is gedaan d.or nrr. J.A.w. Huijben. voorz ien ingen rec hter. in aanrvezigheid ran mr. J.[:.M. [-mons. grit]ier. [)c uitspraak is Lritgesproken in het openbaar op
l5 novenrber 2024.
.<.\
r
a- )-
I
ö
I grilïer F-en alschrilt van dezc Lritspraak is rerzonden aan panijen
voorzien ingenrechter
op:
1 5 [r|fly Z0Zl,
Informalie over hoger beroep Een panij die het niet eens is met deze uitspraak l.oor zorer deze gaat o\er het beroep. kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van state $aarin §ordl uitgelegd §aarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zo!er deze gaat orer het beroep. Het hogerberoepschrit't moet *orden ingediend binnen zes weken na de dag *aarop deze uitspraak is l.erzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten. omdat de zaak spoed heeft. dan kan de indiener de r oorzien ingen rechter lan de Afdeling bestuursrechtspraak ran de Raad lan State vragen om een'oorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zorer deze gaat over de l'oorlopige loorziening staat geen hoger bcroep open.
zaaknummers: SHE 24/3061 en StlE 2.1/2060
I5
Bijlage relevante regelgev ing Interirr onrqer.ingsr erordening Noord-Brabant (lOV ) - Artikel l.l Begripsbepaling agrarisch bedrrjf: inrichting die tot een. krachtens anikel L l . derde lid. Wet m ilieubeheer. aange\\ezen categorie behoorl en die is gericht op het voortbrengen Van producten door het telen van gewassen ofdoor het houden l'an dieren. zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf. een veehouderij. een glastuinbourrbedrijIof een overig-agrarisch bedrijl - Artikel 3.1 Toepassingsbereik Lid l. Voor de toepassing van dit hoofdstuk rvordt onder bestemmingsplan tevens begrepen:
a.(..); b.(..): c. een omgevingsvergunn ing waarbij met toepassing l'an artikel 2. 12, eerste lid, onderdeel a. onder 3o. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan ofde beheersverorden ing wordt afgeweken: d. (..).
Lid 2. (.. ). - Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied
Lid l. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswon ingen zijn toegestaan: b. zelfitandige bewoning van bedrij fsgeboLrwen. rec reat iewon ingen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is Lritgesloten. l-id 2. Een bestemmingsplan kan bij een bestaande rvoning de vestiging van een andere tlnctie toelaten. als: a. dit past binnen de voorwaarden die voor die functie zijn opgenotnen in deze paragraafi b. in geval nieLrrve bebouwing rvordt opgericht. er elders feitelijk en juridisch een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen is gesloopt. - Artikel 3.69 Alw ijkende regels wonen In afwijking van artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: a. de bourv van een woning ter vervanging van een bestaande u.oning binnen het bourvperceel. als is verzekerd dat: l. de bestaande woning feitelr.lk wordt opgeheven;
2. overtollige bebourving wordt gesloopt. b. een inpandige splitsing van een beeldbepalende woonboerderij als: L een lysieke tegenprestatie wordt geleverd aan het versterken van de omgevingskwaliteit vergelijkbaar met de tegenprestatie voor een ruimte voor ruimtekavel: en 2. de beeldbepalende woonboerderij wordt behouden: c. de vestiging van ofde splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch rvaardevolle bebouwing als dat brldraagt aan het behoud ofherstel van deze bebouwing. d. in het gebruik van een voormalige bedrijlswoning als burgerwoning. als is verzekerd dat: l. er geen splitsing in meerdere r.loonfuncties plaatsvindt; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt.
zaaknunrnrers: SHE 2.1/3061 en SHE 24i2060
l6
- Artikel 3.70 Alu ijkende regels bedrij fsu oningen Lid I In af*ijking van anikel 3.ó8 wonen in Landelijk gebied kan een besremmingsplan in de nieurrborrs t'an ren hoogste éen bedrijfs*oning binnen het bourrpeiceel van 'oorzien eerr op grond ran deze rerordening toegelaten bedrijfals de toelichting een lerannroording be\ at dat: a. de noodzaak vanr\ege de aard van de bedrijfsroering aanuezig is: b. de noodzaak ran deze nieu*bou* niet het ge'olg is een eerder aan*ezige. inmiddels 'an afgestoten bedrij lsrr on ing. ( ... ).
bcstcnrnritt gslrlarr " Buitengebied Bernheze 20 | 2- | "
- Artikel I Beurippen 1 95 vol*aardi-q agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf met ten minste de arbeidsoml.ang van een vol§aardige arbeidskracht en een zodanige bedrijfsomvan-e dat de continuïteit o;k op langere ternrijn in voldoende mate is ge\raarborgd. getoetst door een agrarisch deskundige.
bestern m ingsplan "Buitengebied Bernheze"
- Artikel 4 Agrarisch - LandboLrwonhvikkelingsgebied 4.2.1 algemeen Voor de op te richten bebourving gelden (mede) de volgende regels: a. per bouwvlak. zonder de aanduiding'wonen,en ,specifieke vonn van wonen _ beperkte inhoudsmaat'. is ter plaatse van de aanduiding 'aantal bedrijfswoningen'ten hoogste het op de verbeelding aangegeven aantal bedrijfswoningen toegestaan: - 4.9 W ijzigingsbevoegdheid - .1.9.1 Algemeen Burgemeester en *ethouders kunnen het plan *ijzigen en: a. t/m d. (..)l e. ter plaatse ran de aanduidingen'agrarisch bedrijf of intensieve veehouderij'het plan u ijzigen en het oprichten van een eerste bedrijfs*oning toestaan. onder de looruaarden dat:
l.uit een verkregen advies van een agrarisch deskundige is gebleken dat de locatie \\aar een
woning uordt opgericht een voluaardig agrarisch bedrijfbetreft:
2. de realisatie van de bedrijfsuoning gepaard Baat met een aantoonbare en uitvoerbare frsieke'erbetering van de aanwezige ofpotentiële k\!aliteiten van bodem. \\ater. natuur. landschap. of cu ltuurh istorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebiedl 3 op gronden gelegen ter plaatse van de aandu iding 'groenblau* e mantel'de realisatie van de bedrijfswoning uitsluitend is toegesraan. indien een positieve bijdrage wordt geleverd aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische. h1.dràlogische-en landschappelijke u,aarden en kenmerken: 4. de regels in 4.2.2 in acht genomen worden: 5. een aanduiding'aantal bedrijfswoningen' wordr opgenomen:
zaaknunlrners: SHE 2lli061 cn SHE l.l/1060
Verordenins Frsieke [.eeÍbm gel ins ( VF[. ) Bernheze 202 I
- Artikel 6.2.1 Maken of r eranderen ran een uitueg l. Het is rerboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitrveg te malien naar de ueg ofverandering te brengen in een beslaande uitueg naar de *eg. 2. ln afu ijking van het bepaalde in artikel l0.l .7 uordt de lergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van ger.aar l'oor het verkeer op de ueg: b. als de uitueg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats: c. als door de uitseg het openbaar groen op onaanvaardbare s ijze wordt aangetast: of d. als er sprake is van een uitueg Ian een perceel dat al door een andere uitueg uordt ontsloten. en de aanleg van deze trveede uitrveg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. (... ).
t7
z
P2202
'uI
ev
l
)
IqÉh
:9 6z
Q'x
(.,
n ,--;s
o o
o,
o o o
de Rechlspraak Rschtbank Oost-Braba.rt Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch
zl f 2"6, , ryf w6 a
J
o o o {
:
o o -o
UI
;
:
)
(n
CL
9rr ll
o
HP o
àHE _ ul
(/) >
+6
Ëà u= o a m z (r,
o o I
-í
t0 5z
*Am rE ö=
!
rr m
6_P-
m a o
À7 o.
r
=
_ =
-= =
t,
ot-.
UI
=
v@