Toelichting op de Zonneladder
Tekst van het document
Toelichting op de Zonneladder De Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant hebben medio november 2020 de motie ‘Voorrang voor zon op dak’ aangenomen waarin gemeenten wordt verzocht zonnedaken voorrang te geven boven grondgebonden zonneparken. Met de motie stellen de Provinciale Staten dat gemeenten voor de realisatie van zonneparken de zonneladder, zoals opgenomen in het provinciaal beleidskader1, nadrukkelijk moeten toepassen. Zonneladder De zonneladder geeft aan in welke prioriteitsvolgorde op welke locaties zonneparken het beste gerealiseerd kunnen worden. Hierbij geldt geen volgtijdelijkheid; de eerste trede van de ladder hoeft niet volledig te zijn afgerond, voordat verder gegaan mag worden op de volgende trede. De zonneladder bestaat uit vier treden, waarbij de eerste trede de meest wenselijke is en de vierde trede de minst wenselijke: ▪ Trede 1: Daken en onbenutte gebouwde locaties en op infrastructurele werken; ▪ Trede 2: Langs infrastructurele werken, langs industriële plassen en pauzelandschappen; ▪ Trede 3: Langs stads- of dorpsranden, minder efficiënte landbouwgrond, andere plassen, buffer rondom natuurgebieden en recreatiegebieden; ▪ Trede 4: Productieve landbouwgrond.
Het toepassen van de Brabantse zonneladder houdt in dat de behoefte aan grondgebonden zonneparken in het landelijk gebied onderbouwd en gemotiveerd moet worden, met zorgvuldig ruimtegebruik als basis. Dit dient in regionaal perspectief (en niet enkel binnen de gemeentegrenzen) beschouwd te worden2. Doelstellingen voor duurzame energie Naast de provinciale doelstellingen van 50% duurzame energie in 2030 en 100% in 2050 is er in 2019 op nationaal niveau een Klimaatakkoord gesloten. Dit houdt onder meer in, dat er in 2030 35 TWh vermogen aan duurzame energie moet zijn gerealiseerd door middel van bestaande technieken (met name zonne- en windenergie). In de Regionale Energie Strategieën (RES) zijn de duurzaamheidsdoelstellingen nader uitgewerkt per regio. In het concept RES bod heeft RES Noordoost Brabant (NOB) afgesproken om 1,6 TWh aan duurzame energie op te wekken en 11% energiebesparing te realiseren in 2030. Regionale potentie zon op dak en restgronden (trede 1 en 2)3 Voor de potentieberekening van zon op dak is gebruik gemaakt van de zonnescan die de provincie Noord-Brabant heeft laten opstellen. Uit de zonnescan blijkt dat voor de regio NOB de potentie van grootschalige4 zon op dak 3,4 PJ per jaar is, ofwel circa 0,95 TWh. In deze cijfers
1
In grote lijnen vastgelegd in de Brabantse Omgevingsvisie en vertaald in beleidsregels in de Interim
omgevingsverordening (Iov) en vooruitlopend op de Omgevingswet in de concept-Omgevingsverordening. 2
Als staat beschreven in de memo van de Gedeputeerde Staten gericht aan de Provinciale Staten op 18 februari 2019.
3
Uit het verbruik- en potentieonderzoek dat in maart 2021 door Pondera Consult en de Warmte Transitie Makers is
opgesteld voor de RES NOB. Het rapport ‘Energieverbruik en besparingspotentie regio NOB’ is een bijlage op RES de 1.0. 4
Zon op woningdaken wordt meegerekend voor de regionale besparingsopgave omdat deze opgewekte elektriciteit
voornamelijk rechtstreeks in de woning wordt gebruikt, waarmee de totale elektriciteitsvraag (aan het net) afneemt.
is nog geen rekening gehouden met sociale of economische factoren en aftrek vanwege draagkracht van de constructie. Voor de potentieberekening van zon op restgronden (braakliggende gronden, pauzelandschappen en langs infrastructurele werken) is gebruik gemaakt van de Kaartviewer Geodan die is opgesteld in opdracht van het Nationaal Programma RES. Uit de kaartviewer blijkt dat voor de regio NOB de potentie van zon op restgronden 0,134 PJ per jaar is, ofwel circa 0,037 TWh. De totale potentie van treden 1 en 2 van de zonneladder bedraagt 0,987 TWh ten opzichte van de regionale opwekdoelstelling van 1,6 TWh. Hieruit blijkt dat in de regio NOB onvoldoende ruimte is op daken en op restgronden (trede 1 en 2) om in de opwekdoelstellingen te voorzien. Ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn hierdoor noodzakelijk. Zonne-initiatieven 2021 Zonneparken Grolderseweg en Boterweg hebben betrekking op de realisatie van een grondgebonden zonnepark in het landelijk gebied maar waarbij, door het op alternatieve wijze plaatsen van de zonnepanelen, agrarisch grondgebruik mogelijk blijft (meervoudig ruimtegebruik). Hiermee vallen de initiatieven in trede 3 van de zonneladder. Zonnepark Bleekseweg betreft de ontwikkeling van een zelfstandig, grondgebonden zonnepark in het landelijk gebied en valt daarmee in trede 4 van de zonneladder.
Voor initiatieven binnen trede 4 is het een vereiste om bij de locatieafweging rekening te houden met de gemeentelijke ruimtelijke visie, de cultuurhistorische waarden en de maatschappelijke meerwaarde. Hieronder een beknopte toelichting middels de nu beschikbare informatie uit het principeverzoek. Gemeentelijke ruimtelijke visie. Het zonnepark ligt in de dekzandvlakte; een landbouwgebied met een grootschalig, open karakter. De gemeente stelt in het ‘Ruimtelijk Beleid Zonneparken’ dat de dekzandvlakte een kansrijk gebied is voor de realisatie van zonneparken. Het initiatief past qua schaal goed binnen dit landschapstype en voldoet aan de stelregels en inpassingsmaatregelen. Bovendien wordt omkeerbaarheid naar agrarisch grondgebruik gegarandeerd. Cultuurhistorische waarden. Het zonnepark valt buiten de begrenzing van cultuurhistorische waarden zoals aangegeven op de Provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart alsook op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente Bernheze5. Maatschappelijke meerwaarde. Het (concept)landschapsplan zet in op het in ere herstellen van het oorspronkelijke coulisselandschap, met brede houtwallen langs de openbare wegen en een natuuroever. Hiermee wordt een deel van de oorspronkelijke kleinschaligheid van het gebied teruggebracht.
Verder zijn er uitgebreide maatregelen ter versterking van de biodiversiteit (amfibieënpoel, natuuroevers, nestkasten, verbindingszones) een flinke opwaardering ten opzichte van de huidige situatie. Bovendien wordt betrokkenheid van inwoners gegarandeerd middels procesparticipatie, kunnen inwoners financieel participeren in het zonnepark (lokaal eigendom) en doet het zonnepark een afdracht aan een gebiedsfonds. Gemeente Bernheze heeft met zonneparken Grolderseweg, Boterweg en Bleekseweg -op basis van de nu beschikbare informatie- een zorgvuldige locatieafweging gemaakt, waarbij kansen voor meervoudig ruimtegebruik worden benut en omgevingskwaliteit
5
Opgesteld in november 2021. Implementatie van de Cultuurhistorische Waardenkaart moet nog plaatsvinden; de kaart
zal als wijziging op het Omgevingsplan worden opgenomen.
voorop staat. Deze conclusie kan aangevuld worden met de uitspraak die de Gedeputeerde Staten hierover heeft gedaan in haar brief gericht aan de RES NOB op 9 februari 2021: “[…] De regie voor zonneparken is en blijft liggen bij gemeenten en de regio. Dat geldt zowel voor de toepassing van de zonneladder als voor de afweging van locaties.”