CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting ontwerp-bestemmingsplan 'Ruimte voor Ruimte Loo ong. (naast 26) Nistelrode'

Raadsvergadering 7 oktober 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Loo ong. (naast 26), Nistelrode *20.579 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Initiatiefnemer dient naar redelijkheid en billijkheid het hemelwater op eigen perceel te bergen en indien mogelijk laten infiltreren naar het grondwater. Hierbij kan worden gedacht aan infiltratiekratten en een zaksloot of wadi aan de achterzijde van het perceel.

Crijns Rentmeesters bv

51

Bestemmingsplan - Ruimte voor Ruimte Loo ong. (naast 26) Nistelrode - Toelichting

4.12.3 Hemelwaterafvoer na herontwikkeling 4.12.3.1 Bodem en grondwater Het plangebied bestaat gedeeltelijk uit een hoge zwarte enkeerdgrond bestaande uit lemig fijn zand, voedselrijk en vochtig tot droog. De maaiveldhoogte ter plaatse van het plangebied bedraagt circa NAP +16 meter. Binnen het plangebied vindt geen grondwateronttrekking plaats. De GHG ter plaatse van het plangebied bedraagt 40 tot meer dan 250 cm-mv. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de wateratlas van de provincie Noord-Brabant met daarin de ligging van de GHG ter plaatse van het plangebied.

Figuur 22: GHG ter plaatse van plangebied

4.12.3.2 Oppervlaktewater Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een A-watergang. Dit betreft De Groote Wetering. Awaterlopen betreffen schouwwaterlopen met een doorstroom van meer dan 30 liter per seconde. Het gewoon en groot onderhoud aan het natte- en droge profiel van A-waterlopen geschiedt door het waterschap, tenzij bij vergunning anders geregeld is. Afvoer van water richting deze watergang is niet toegestaan. De beoogde herontwikkeling heeft geen negatieve effecten op deze A-waterloop. Door de inrichting van de aangrenzende gronden als natte natuur zullen slechts positieve effecten ontstaan.

4.12.3.3 Benodigde infiltratiecapaciteit De benodigde infiltratiecapaciteit kan worden berekend door de toename van het verhard oppervlak (m²) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m). De verharde oppervlakte zal met circa 400 m² toenemen. De benodigde compensatie bedraagt derhalve 24 m³. De kaart ‘Algemene regel afvoer regenwater door verhard oppervlak 2015’ geeft vervolgens op locatieniveau aan of met minder compensatie volstaan kan worden. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een gevoeligheidsfactor van ¼. Door de ligging van het plangebied nabij de peelrandbreuk dient de gevoeligheidsfactor met zorg te worden gehanteerd. Afhankelijk van de uiteindelijke locatie van de infiltratievoorziening kan de gevoeligheidsfactor al dan niet worden toegepast. Ook dient te zijner tijd kritisch naar de noodzaak van een noodoverstort te worden gekeken.

Crijns Rentmeesters bv

52

Bestemmingsplan - Ruimte voor Ruimte Loo ong. (naast 26) Nistelrode - Toelichting

4.12.3.4 Hemelwaterafvoer In de nieuwe situatie zal de infiltratie van het regenwater dat valt op daken van de woning en het bijgebouw worden bewerkstelligd door het schone hemelwater via dakgoten en regenpijpen af te voeren naar een ondergronds infiltratie transportriool. Dit infiltratieriool dient boven de GHG te worden aangelegd. Vanuit dit transportriool zal het hemelwater worden afgevoerd naar een bergingsvoorziening. Hierbij kan gedacht worden aan een infiltratieveld, een zaksloot of een grindkoffer. Ook de bergingsvoorziening zal boven de GHG worden gerealiseerd.

4.12.3.5 Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt etcetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. In de nieuwe situaties wordt alleen het huishoudelijk afvalwater geloosd op de riolering. Het schoon hemelwater wordt afgekoppeld en wordt overwegend geïnfiltreerd in de bodem. Het huishoudelijk afvalwater zal op de riolering worden geloosd. Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

4.12.4 Huishoudelijk afvalwater De beoogde Ruimte voor Ruimte woning wordt aangesloten op de bestaande drukriolering. Slechts het huishoudelijk afvalwater mag worden geloosd op de riolering. Afspraken aangaande het rioleringsstelsel worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer of maken onderdeel uit van de vergunning voor de bouwactiviteit.

4.13 Besluit milieueffectrapportage 4.13.1 Inleiding De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (mer) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een mer moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een mer te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarden dient een mer te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof d.d. 15 oktober 2009 en het daarop per 1 april 2011 aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een mer nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarden uit lijst D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit mer dient een vormvrije mer-beoordeling plaats te vinden.

Crijns Rentmeesters bv

53

Bestemmingsplan - Ruimte voor Ruimte Loo ong. (naast 26) Nistelrode - Toelichting

Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit mer in werking getreden. In dit besluit is de vormvrije merbeoordeling voor activiteiten uit lijst D, ook beneden de grenswaarden, vervangen door de merbeoordelingsplicht. De beoogde ontwikkeling van een Ruimte voor Ruimte woning komt niet voor op lijst D van het Besluit mer. Het toevoegen van woningen is wel opgenomen op de lijst D. Derhalve is in navolgende subparagraaf een aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling opgenomen. Op basis van deze aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling kan het bevoegd gezag besluiten of er wel of geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen (en dus of er wel of geen m.e.r.procedure wordt opgestart).

4.13.2 Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling 4.13.2.1 Aanleiding De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 1.

In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C beval activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven.

2.

In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.

Ad 1: Plan-m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r.: Voor dit bestemmingsplan is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is de volgende activiteit gevonden die mogelijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, te weten: D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, bij een oppervlakte van 100 hectare of meer aaneengesloten gebied en dat 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer betreft.) Het beoogde bestemmingsplan maakt de realisatie van één Ruimte voor Ruimte woning mogelijk. Daarmee blijft dit plan (ruim) onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het plan is daarom niet plan m.e.r.-plichtig. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen.

Crijns Rentmeesters bv

54

Bestemmingsplan - Ruimte voor Ruimte Loo ong. (naast 26) Nistelrode - Toelichting

Ad 2: Plan-m.e.r.-plicht vanwege passende beoordeling. Geconcludeerd kan worden dat voor het opstellen van een plan-MER als bedoeld in artikel 7.2a Wm geen aanleiding bestaat. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000gebied en ligt op ruime afstand circa 18 km van gebieden die wel als Natura 2000-gebied zijn aangewezen (Uiterwaarden Waal). Het plangebied maakt eveneens geen deel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot beschermde gebieden zijn geen negatieve effecten op de nabijgelegen EHS en Natura2000-gebieden te verwachten. Ook tijdelijke effecten tijdens de aanlegfase zullen niet aan de orde zijn. Een passende beoordeling is dan ook niet aan de orde. Geconcludeerd kan worden dat voor het opstellen van een plan-MER als bedoeld in artikel 7.2a Wm geen aanleiding bestaat.

4.13.2.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: -

belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.beoordeling noodzakelijk;

-

belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.

De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. jo. artikel 7.16 lid 2 Wet milieubeheer. De criteria betreffen: 1.

Een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en voor zover van belang, van sloopwerken;

2.

Een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn;

3.

Een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben;

4.

Een beschrijving, voor zover er informatie beschikbaar is, van de mogelijke waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van (indien van toepassing) de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit.

4.13.2.3 Toetsing 1.

Fysieke kenmerken van het plan/project: Het plan heeft betrekking op realisatie van één Ruimte voor Ruimte woning.

2.

Plaats van het plan/project: Het plan wordt uitgevoerd op een locatie die nu in gebruik is als grasland en gebruikt gaat worden als woonbestemming, binnen een bebouwingsconcentratie.

3.

Kenmerken van de potentiele effecten: Het plan betreft het realiseren van één woning. Hierna wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten.

Crijns Rentmeesters bv

55

Bestemmingsplan - Ruimte voor Ruimte Loo ong. (naast 26) Nistelrode - Toelichting

Bodem: Verwezen wordt naar paragraaf 4.1 van onderhavig bestemmingsplan. Uit de conclusie blijkt dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Archeologie en cultuurhistorie: Verwezen wordt naar paragrafen 4.10 en 4.11 van onderhavig bestemmingsplan. Uit de conclusies blijkt dat geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing verloren gaat met de realisatie van het plan. Ook is de beoogde ontwikkeling van dusdanige aard en kleinschaligheid dat deze geen afbreuk doet aan de cultuurhistorische lijnen, gebieden en landschappen. In het bestemmingsplan rust op het perceel de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ hetgeen inhoudt dat er een archeologische onderzoeksverplichting bestaat zodra de gestelde drempelwaarden worden overschreden. Water Verwezen wordt naar paragraaf 4.12 van onderhavig bestemmingsplan. In de nieuwe situatie zal de infiltratie van het regenwater dat valt op daken van de woning en het bijgebouw worden bewerkstelligd door het schone hemelwater via dakgoten en regenpijpen af te voeren naar een ondergronds infiltratie transportriool en middels een bergingsvoorziening infiltreren in de bodem. De infiltratiecapaciteit van de bodem biedt hiervoor de mogelijkheden. Het huishoudelijk afvalwater wordt verwerkt op het drukriool. De aansluiting wordt bij aanvraag om omgevingsvergunning nader uitgewerkt.

Natuur/Ecologie Verwezen wordt naar paragraaf 4.9 van onderhavig bestemmingsplan. Uit de conclusies blijkt dat de aan te leggen natte natuur bijdraagt aan versterking van waarden voor flora en fauna. Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura-2000 gebied. Het meest nabijgelegen gebied betreft het gebied ‘Uiterwaarden Waal’. Dit ligt op circa 18 kilometer afstand. Veel Natura 2000 gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een Wet natuurbeschermingvergunning (Wnb-vergunning). Gelet op de beperkte ingreep (realisatie van één Ruimte voor Ruimte woning) en de grote afstand tot het Natura-2000 gebied, er geen significant negatieve effecten te verwachten zijn op het natuurgebied. Ten gevolge van de huidige inrichting en ligging van het plangebied is sprake van een zeer lage natuurwaarde. Indien een aantal voorzorgmaatregelen inzake de omgevingsbelasting in acht worden genomen, treden er geen negatieve effecten op als gevolg van de uitvoering van de plannen en de herontwikkeling van de locatie op beschermde soorten, hun verblijfplekken en leefgebieden. Geluid: Verwezen wordt naar paragraaf 4.2 van onderhavig bestemmingsplan.

Crijns Rentmeesters bv

56

Bestemmingsplan - Ruimte voor Ruimte Loo ong. (naast 26) Nistelrode - Toelichting

Luchtkwaliteit: Verwezen wordt naar paragraaf 4.3 van onderhavig bestemmingsplan. Uit de conclusies blijkt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Geurhinder: Verwezen wordt naar paragraaf 4.5 van onderhavig bestemmingsplan. Uit de conclusies blijkt dat sprake is van sprake is van een ‘goed’ woon- en leefklimaat in het kader van geurhinder. Het plan draagt niet bij aan toename van geurhinder. Externe veiligheid: Verwezen wordt naar paragraaf 4.4 van onderhavig bestemmingsplan. Uit de conclusies blijkt dat er in het kader externe veiligheid sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het plan heeft geen effect op het groepsrisico.

4.13.2.4 Conclusies en advies Het doel van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is om het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven, door in een vroeg stadium te onderzoeken en te beoordelen of de voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. In het kader van deze aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de realisatie van één Ruimte voor Ruimte woning aan Loo ong. (naast 26) te Nistelrode. Gelet op de kenmerken van het plan, de locatie van het plan en de kenmerken van de potentiele effecten moet worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. De effecten blijven beperkt tot het plangebied en de directe omgeving ervan. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.(beoordelings)procedure of m.e.r.-procedure. Voorgesteld wordt om geen milieueffectrapport voor het plan aan de Loo ong. (naast 26) te Nistelrode op te stellen.

Crijns Rentmeesters bv

57

Bestemmingsplan - Ruimte voor Ruimte Loo ong. (naast 26) Nistelrode - Toelichting

5.

JURIDISCHE VORMGEVING

5.1

Inleiding

Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.

5.2 De

Toelichting op de verbeelding verbeelding

heeft

een

belangrijke

rol

bij

het

bepalen

van

de

gebruiks-

en

bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmingsvlakken, functie-aanduidingen en bouwvlakken opgenomen. Op de verbeelding is de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels’ aangegeven evenals de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Aardkundig waardevol gebied’, ‘Waarde – Archeologie 2’, ‘Waarde – Wijstgebieden’ en ‘Waterstaat – Beschermingszone watergang’. Op de verbeelding zijn een plangebied en een bouwvlak opgenomen, evenals de gebiedsaanduidingen 'overige zone – groenblauwe mantel’ en ‘wetgevingszone – woonwerkontwikkelingsgebied’. Daarnaast zijn op de verbeelding de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ en ‘specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte’ opgenomen.

5.3

Algemene toelichting op de regels

De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt:

-

Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende regels); De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels); Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels); Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels).

Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd:

-

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Specifieke gebruiksregels; Afwijking van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het aanleggen.

Crijns Rentmeesters bv

58

Bestemmingsplan - Ruimte voor Ruimte Loo ong. (naast 26) Nistelrode - Toelichting

5.4

Toelichting op de bestemmingen

5.4.1

Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels

De voor ‘Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de bescherming van het leefgebied voor struweelvogels, agrarisch grondgebruik, burgerwoningen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – ruimte voor ruimte’, verkeersvoorzieningen, waterhuishoudkundige doeleinden, groenvoorzieningen en behoud van landschapselementen. De woning die ter plaats van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – ruimte voor ruimte’ mag worden opgericht mag een inhoud hebben van maximaal 1.000 m³. Er is voor

de

maatvoering

en

bebouwingsmogelijkheden

aangesloten

bij

het

vigerende

bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ van de gemeente Bernheze.

5.4.2

Waarde – Aardkundig waardevol gebied (dubbelbestemming)

Aan het gehele plangebied is de dubbelbestemming 'Waarde - Aardkundig waardevol gebied' toegekend. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en bescherming van de aan het gebied toegekende aardkundige waarden, gekenmerkt door het aanwezig zijn van bijzondere aardkundige verschijnselen zoals dalglooiingen, steilranden en bodemovergangen.

5.4.3

Waarde – Archeologie 2 (dubbelbestemming)

Aan het gehele plangebied is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ toegekend. Deze gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van gronden van archeologische waarde en gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 40 centimeter, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van de vergunningverlener in voldoende mate zijn vastgesteld, waarbij advies wordt ingewonnen van een senior-archeoloog over de aard van het uit te voeren onderzoek.

5.4.4

Waarde – Wijstgebieden (dubbelbestemming)

Aan de westelijke helft van het plangebied is de dubbelbestemming 'Waarde - Wijstgebieden' toegekend. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming mede bestemd voor het behoud en herstel van de wijstgronden, zijnde een besloten landschapsbeeld door de aanwezigheid van bosjes, elzensingels en knotwilgen met de aanwezigheid van kleine slootjes in de singels.

5.4.5

Waterstaat – Beschermingszone watergang (dubbelbestemming)

Aan een strook met een breedte van 5 meter aan de zuidzijde van het plangebied is de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Beschermingszone watergang’ toegekend. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming (enkelbestemming), met voorrang mede bestemd voor de bescherming en het onderhoud van de in deze zone gelegen dan wel daaraan grenzende watergang.

Crijns Rentmeesters bv

59

Bestemmingsplan - Ruimte voor Ruimte Loo ong. (naast 26) Nistelrode - Toelichting

6.

UITVOERBAARHEID

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Bernheze zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. De kosten worden verhaald op basis van de gemeentelijke leges. De initiatiefnemer is zich ervan bewust dat alle kosten die gemaakt worden in of ten behoeve van de procedure en de uitvoering voor rekening van de initiatiefnemer komen. Dit betreft onder meer de kosten voor de benodigde onderzoeken, de kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan, de legeskosten die voldaan dienen te worden en eventuele planschade die door uitvoering van het bestemmingsplan optreedt.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt. Naar aanleiding van zienswijzen op het bestemmingsplan zal een heroverweging op deze onderdelen plaatsvinden en kan besloten worden dit bestemmingsplan op een aantal punten gewijzigd vast te stellen.

Crijns Rentmeesters bv

60

Bestemmingsplan - Ruimte voor Ruimte Loo ong. (naast 26) Nistelrode - Toelichting

7.

PROCEDURE

7.1

Procedure

De bestemmingsplanprocedure conform de Wro wordt beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In de Wro zijn hierop nog enkele wijzigingen beschreven. Samengevat is de bestemmingsplanprocedure als volgt:

-

het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende 6 weken ter inzage; gedurende deze periode kan een ieder schriftelijke of mondelinge zienswijzen naar voren brengen aan de gemeenteraad;

-

binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast;

-

de vaststelling van het bestemmingsplan dient binnen twee weken na de vaststelling bekend gemaakt te worden behoudens de hieronder genoemde uitzonderingen;

- Gedeputeerde Staten hebben een zienswijze ingediend en deze zienswijze is niet of niet volledige door de gemeenteraad meegenomen in het vastgestelde bestemmingsplan.

-

De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan - met uitzondering van het overnemen van de zienswijzen van Gedeputeerde Staten wijzigingen aangebracht.

Is één van bovenstaande twee gevallen aan de orde, dan mag het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan pas bekend worden gemaakt nadat zes weken zijn verstreken. In alle gevallen eindigt de bestemmingsplanprocedure met een terinzagelegging van 6 weken waarin beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7.2

Overleg

Het waterschap Aa en Maas en de provincie Noord-Brabant zijn in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. Navolgend zijn deze reacties samengevat weergegeven alsmede de gevolgen van deze reacties voor het ontwerpbestemmingsplan. Provincie Noord-Brabant Vooroverlegreactie: De woning is geprojecteerd in een gebied waar een belangrijke tak van de Peelrandbreuk loopt. De beoogde bouw van de woning is niet bevorderlijk voor het behoud en het herstel van dit gebied. In verband met toekomstige problemen wordt de bouw bovenop de breuk afgeraden en wordt geadviseerd een andere locatie voor de woning te overwegen welke verder van de Peelrandbreuk af ligt. Gevolgen voor ontwerpbestemmingsplan: Initiatiefnemer is zich bewust van de ligging van de locatie in de omgeving van de Peelrandbreuk en is zelf woonachtig op kortere afstand tot deze breuk dan de nieuw te bouwen woning. De vele gebouwen van initiatiefnemer en zijn directe buren hebben nooit problemen ondervonden van de ligging in een gebied met breukrand. Paragraaf 3.2.2.3 is aangevuld met een uitwerking van artikel 3.28 Aardkundige waarden.

Crijns Rentmeesters bv

61

Bestemmingsplan - Ruimte voor Ruimte Loo ong. (naast 26) Nistelrode - Toelichting

Waterschap Aa en Maas Vooroverlegreactie: Het waterschap heeft in het vooroverleg gewezen op het beleid met betrekking tot de wijstgebieden. Het beleid van het waterschap is erop gericht dat activiteiten die het wijstverschijnsel aantasten, zoals het doorsnijden van de breuklijn of het treffen van voorzieningen om de grondwaterstand structureel te verlagen, dienen te worden vermeden. Bij de verdere uitwerking van het plan dient hier rekening mee te worden gehouden. Daarnaast is door het waterschap aangegeven dat het plangebied in het zuiden grenst aan een Awatergang. Voor het oprichten van beplanting en bomen gelden in een zone van 5 meter vanaf de insteek van de A-watergang beperkingen. Dit is om het beheer en onderhoud van de A-watergang niet te belemmeren. In de toelichting op het plan zou hier op gewezen kunnen worden. Gevolgen voor ontwerpbestemmingsplan: In paragraaf 2.2.4 Landschappelijke inpassing is melding gemaakt van deze zone met beperkingen.

7.3

Inspraak

In de Gemeentewet is bepaald dat de gemeenteraad een inspraakverordening dient vast te stellen waarin geregeld wordt op welke wijze ingezetenen en andere belanghebbenden bij de voorbereiding van een bestemmingsplan worden betrokken. In de inspraakverordening is aangegeven dat inspraak wordt verleend wanneer dit wettelijk verplicht is. Daarnaast kan elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluiten of inspraak wordt verleend. Voor dit bestemmingsplan wordt wegens omvang van het plan en de aard van de ontwikkeling geen inspraak verleend.

7.4

Zienswijzen

Na publicatie van het ontwerpbestemmingsplan wordt in deze paragraaf vermeld of er zienswijzen zijn ontvangen en of deze zienswijzen hebben geleid tot wijziging van dit bestemmingsplan.

Crijns Rentmeesters bv

62

Bestemmingsplan - Ruimte voor Ruimte Loo ong. (naast 26) Nistelrode - Toelichting

BIJLAGE 1: HISTORISCHE BODEMTOETS

Crijns Rentmeesters bv

Bestemmingsplan - Ruimte voor Ruimte Loo ong. (naast 26) Nistelrode - Toelichting

BIJLAGE 2: AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI

Crijns Rentmeesters bv

Bestemmingsplan - Ruimte voor Ruimte Loo ong. (naast 26) Nistelrode - Toelichting

BIJLAGE 3: ADVIES VEILIGHEIDSREGIO

Crijns Rentmeesters bv

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=79a768b9-efc1-48ed-b0d5-b58edcb61373