CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Commissie Ruimtelijke Zaken 1 maart 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Dintherseweg ongenummerd naast 2 in Nistelrode18.728 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.2.2

Beleidskader

4.2.2.1

Principes waterschap Aa en Maas

Het waterschap Aa en Maas hanteert navolgende principes:

-

gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater; doorlopen van de afwegingsstappen: ‘hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer’; hydrologisch neutraal bouwen; water als kans; meervoudig ruimtegebruik; voorkomen van vervuiling; wateroverlastvrij bestemmen; waterschapsbelangen.

4.2.2.2

Waterbeheerplan 2022-2027

In het Waterbeheerplan is beschreven welke doelen door het waterschap worden nagestreefd in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen willen gaan halen. Het nog vast te stellen waterbeheerplan is geldig van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is gebaseerd op de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; 3. Schoon water.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

31

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. In het programma ‘Afvalwaterketen’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: 

schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt;

de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen;

de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is;

de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen.

Om deze doelen te bereiken zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: 

het maken van actieplannen met maatregelen gericht op een klimaatrobuust watersyteem;

het verkennen van de mogelijkheden om de hoeveelheid water die vanuit bebouwd gebied wordt afgevoerd op het regionale systeem te beperken;

inzetten op extra maatregelen: ontstenen, vergroenen, afkoppelen en groene daken;

meedenken met gemeenten bij beleid en regelgeving rondom meervoudig ruimtegebruik, afkoppelen, hemelwaterverordeningen en het opnemen van klimaatadaptatie in bestemmingsplannen;

handhaven van de stimuleringsregeling klimaatactief bebouwd gebied en deze koppelen waar mogelijk aan gemeentelijke regelingen;

de samenwerking met gemeenten, woningcorporaties, ontwikkelaars en de bouwsector breed opzoeken in het bebouwde gebied;

Intensief samenwerken op de overgang tussen bebouwd gebied en landelijk gebied, ook rondom bedrijventerreinen.

4.2.2.3

Keur waterschap Aa en Maas

De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. 4.2.2.4

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen

De drie Brabantse waterschappen hanteren dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

32

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², toename van een verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10.000 m² en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m². Op basis van de Keur en deze beleidsregel wordt geen compensatie vereist voor plannen met een toename van verhard oppervlak van minder dan 500 m². Het hemelwater afkomstig van het toegenomen verhard oppervlak mag naar bestaand oppervlaktewater worden afgevoerd. Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat. 4.2.2.5

Gemeentelijk waterbeleid

In verband met voorkomende wateroverlast binnen de gemeente Bernheze wordt door de gemeente Bernheze eveneens een compensatie verlangd voor het bergen van hemelwater bij een nieuw verhard oppervlak met een omvang van minder dan 500 m². De bergingsbehoefte wordt daarbij bepaald op basis van 60 mm per m² toevoeging verharding.

4.2.3

Toets

4.2.3.1

Keur

Het plangebied is op de kaart behorende bij de Keur niet aangewezen als gelegen in beschermd gebied of attentiegebied. Er volgen geen voorwaarden voor deze ontwikkeling uit de Keur. 4.2.3.2

Beleid hemelwaterzorgplicht en regels watertoetsproces

Binnen het plangebied is sprake van toevoeging van één woning. Het hemelwater dient te worden geïnfiltreerd op eigen terrein. Dit is een voorwaarde die aan de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit is verbonden. Binnen het plangebied wordt circa 450 m² aan nieuwe verharding verwacht, bestaande uit verharding van een hoofdgebouw, bijgebouw(en) en erfverharding. Ten behoeve van de beoogde nieuwe verharding geldt dan een bergingsopgave van (schatting verhard oppervlak 450 m² x 0,06=) 27 m³. Er wordt zorg gedragen voor realisatie van deze waterberging binnen het plangebied door aanleg van een hemelwaterinfiltratieberging. De waterberging kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door een groen mosdak, een verlaging in het maaiveld, een natuurlijke vijver, grindkoffers, of combinaties hiervan. Bij het aanleggen van de infiltratievoorzieningen dient rekening te worden gehouden met een GHG van 40-60 cm-mv. Voorbeelden van deze manieren van infiltreren zijn weergeven navolgende figuur.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

33

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

Figuur 12: Voorbeelden infiltratievoorzieningen

Voorgesteld wordt hemelwater middels een infiltratieriool richting een infiltratieveld of laagte te brengen. Een infiltratieriool moet boven de GHG liggen zodat het in natte perioden geen drainerende functie krijgt. Een bovengrondse voorziening is goedkoper, minder onderhoudsgevoelig en minder fout gevoelig dan een ondergrondse voorziening. Uiteraard dient de infiltratievoorziening over voldoende capaciteit te beschikken. In het uiteindelijke bouwplan zal de hemelwaterinfiltratie nader worden uitgewerkt met in acht name van deze paragraaf. De omvang van de infiltratievoorziening is afhankelijk van de omvang aan verhard oppervlak. Indien het verhard oppervlak conform schatting een omvang van 450 m² bedraagt, bedraagt de omvang van een bovengrondse infiltratievoorziening 95 m², rekening houdend met een diepte van de aan te brengen laagte van 35 centimeter. Het perceel biedt hiervoor ruimschoots de ruimte. Om te borgen dat geen hemelwateroverlast op het perceel plaatsvindt, wordt de infiltratievoorziening aansluitend aan de verharding gerealiseerd, dan wel wordt het terrein zodanig gedimensioneerd dat het water vanaf de verharding natuurlijk richting de infiltratievoorziening stroomt.

Het water dat valt in een bui die groter is dan 60 mm+, stroomt het water af op het aangrenzend in eigendom van initiatiefnemer gelegen weiland en naar de beplantingsvakken aan de perceelsgrenzen van het plangebied. Voor deze beplanting is het belangrijk dat water binnen het plangebied behouden blijft. Met de aanplant van deze erfbeplanting wordt de beplanting in een laagte van circa 30 centimeter gerealiseerd, zodat het hemelwater ook afstroomt naar deze beplanting. 4.2.3.3

Wateraspecten binnen het plangebied

Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater gelegen. Het plangebied is gelegen op zandgronden; voedselarm en vochtig tot droog (cHn21) en er sprake van een GHG van circa 40-60 cm-mv. Navolgende figuur geeft een uitsneden van de GHG waarop de ligging van het plangebied is aangeduid.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

34

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

Plangebied

Figuur 13: uitsnede kaart met GHG voor de omgeving van het plangebied

De bodem is geschikt voor infiltratie van hemelwater en het terrein is groot ten opzichte van de toevoeging van verharding. Er is binnen het plangebied ook voldoende ruimte voor hemelwaterinfiltratie.

4.3

Cultuurhistorie

4.3.1

Beleidskader

Volgens de Wet Modernisering Monumentenzorg dient binnen een ruimtelijk plan aandacht aan cultuurhistorie te worden besteed. Cultuurhistorie dient gebiedsgericht benaderd te worden, waarbij niet te veel focus op losse elementen ligt, maar meer op samenhang en context. Het karakter van een gebied of structuur is hierbij een uitgangspunt. De gemeente Bernheze het gemeentelijk erfgoed in beeld gebracht en vastgelegd op de Cultuurhistoriekaart Bernheze. Navolgende figuur geeft een uitsnede voor deze kaart voor de omgeving van het plangebied.

Plangebied

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

35

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

Figuur 14: Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart van Bernheze waarop de ligging van het plangebied is aangeduid

4.3.2

Toets

4.3.2.1

Omgeving

De occupatie binnen de gemeente Bernheze is ontstaan op de rand van de beekdalen en de hoger gelegen zandgronden. In de periode tussen de 15e en 18e eeuw werden voor de landbouw woeste gronden ontgonnen grenzend aan de beekdalen. Vanaf het midden van de 19e eeuw heeft grootschalige heideontginning tot forse uitbreiding van de landbouwgronden geleid. Voor de ontwikkeling van de nederzettingen binnen de gemeente is met name de ligging aan belangrijke doorgaande routes tussen grotere plaatsen in de omgeving van belang. De oorspronkelijke dorpslinten die aan deze routes zijn ontstaan zijn waardevol als historische structuur. Daarnaast liggen in het buitengebied ook enkele bebouwingsconcentraties die cultuurhistorisch van belang zijn. Nistelrode is gelegen op de overgang tussen de Peelhorst en de Peelrandbreuk en maakt deel uit van een reeks oude ontginningen. De structuur wordt bepaald door de noord-zuid gerichte lintbebouwing en de karakteristieke driehoekige pleintjes. Het dorp heeft relatief veel historische bebouwing. De omgeving wordt gekenmerkt door verschillende landschapstypen die direct gekoppeld zijn aan de natuurlijke onderlaag; oude akkercomplexen, natte graslanden, bos en heide wisselen elkaar af. Typerend voor Nistelrode zijn verder de buurtschappen ‘Menzel’, ‘Donzel’, ‘Kantje’ en ‘Maxend’ die verbonden zijn met de kern door middel van agrarische lintbebouwing.

In het westen ligt de laaggelegen dekzandvlakte die zorgt voor de afvoer van het zogenaamde ‘wijstwater’. Wijstwater bestaat uit water dat langs ondoorlaatbare lagen in de Peelhorst ondergronds afvloeit en langs de Peelrandbreuken opgestuwd wordt. De autosnelweg A50 vormt momenteel een harde grens aan de oostzijde.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

36

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

4.3.2.2

Plangebied

Het plangebied is in gebruik als dierenweide. Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. De Dintherseweg is aangeduid als een oude radiaal van middelhoge waarde. Deze herbestemming leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden in de omgeving of aantasting van de wegstructuur.

4.4

Archeologie

4.4.1

Inleiding

De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Tijdens het opstellen van bestemmingsplannen houdt de gemeente rekening met archeologische waarden. Ook maakt de gemeente meestal de afweging of archeologische waarden in situ behouden moeten blijven of kunnen worden opgegraven.

4.4.2

Beleidskader

De gemeente Bernheze heeft in navolging van het rijksbeleid gemeentelijk archeologiebeleid geformuleerd. Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze’ en de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze’. Op basis van deze documenten is de gemeente Bernheze in staat om op verantwoorde wijze een archeologiebeleid te implementeren. Met dit beleid wordt een juiste balans gevonden tussen een goede omgang met het archeologisch erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze’ waarop het plangebied is aangeduid.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

37

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

Plangebied

Figuur 15: Uitsnede van de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze’ waarop de ligging van het plangebied is aangeduid

4.4.3

Toets

Het plangebied is deels, aan de straatzijde, aangeduid als gelegen in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde, categorie 3. Daar geldt een onderzoeksplicht naar eventueel aanwezige archeologische waarden bij een verstoringsdiepte van dieper dan 40 centimeter beneden maaiveld over een oppervlakte van meer dan 2.500 m². In het geldende bestemmingsplan is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ opgenomen ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. Deze dubbelbestemming is overgenomen in dit bestemmingsplan. Hiermee is verzekerd dat geen verstoring van drempelwaarden plaatsvindt zonder dat archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Echter is de omvang van het plangebied kleiner dan de drempelwaarde voor uitvoering van archeologisch onderzoek. Deze herbestemming leidt niet tot aantasting van archeologische waarden.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

38

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

4.5

Natuur

4.5.1

Beleidskader

4.5.1.1

Gebiedsbescherming

De Wet natuurbescherming voorziet in kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, de Natura 2000 gebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. Ten aanzien van de gebiedsbescherming dienen plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. 4.5.1.2

Stikstofdepositie

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient vastgesteld te zijn of een ontwikkeling leidt tot een effect op een Natura 2000-gebied. Voor stikstofdepositie zijn de Wet stikstofreductie en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van toepassing. Deze wet en dit besluit zijn van kracht sinds 1 juli 2021. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering regelt onder meer drie resultaatsverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben, in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. Ook regelt de wet de tussentijdse monitoring en zo nodig bijsturing. Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering werkt de stikstofwet verder uit, waaronder de bouwvrijstelling. In dit besluit is een vrijstelling voor tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw, sloop en aanleg, de bouwfase. De stikstof dient slechts te worden bepaald voor de structurele stikstofemissies in de gebruiksfase van het bouwwerk of werk, zoals voor bewoning of verkeer dat over een weg rijdt, ofwel de gebruiksfase. Met Aerius Calculator kan de stikstofdepositie bij een ontwikkeling worden bepaald. 4.5.1.3

Soortenbescherming

Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient vooraf een beoordeling plaats te vinden.

4.5.2

Toets

4.5.2.1

Gebiedsbescherming

In de wijde omgeving van het plangebied zijn geen beschermde natuurgebieden gelegen. Binnen een afstand van meer dan 17 kilometer tot het plangebied is geen Natura 2000-gebied gelegen. Ook is in de omgeving van het plangebied geen Natuur Netwerk Brabant of Natuur Netwerk Nederland gebied gelegen. De realisatie van één woning heeft geen effect op natuurgebieden.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

39

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

4.5.2.2

Stikstofdepositie

Bij herbestemming van het plangebied is sprake van de uitstoot van stikstof door toename van verkeersbewegingen en realisatie van het bouwplan. Met Aerius – Calculator is de consequentie hiervan op Natura 2000 gebieden in beeld gebracht. De realisatie van het plan leidt niet tot een toename van stikstof van meer dan 0,0 mol/ha/jaar. Een uitvoer van de Aeriusberekening is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. In de tussenuitspraak ‘ViA15’ van de ABRvS van 20 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:105) is geoordeeld dat AERIUS Calculator onvoldoende geschikt is om de bijdrage van vervoersbewegingen aan de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden op meer dan 5 kilometer afstand van de bron te berekenen. In de huidige opzet van het systeem wordt deze concentratiebijdrage tot op 5 km afstand van wegen berekend. De vervoersbewegingen voor dit plan zijn beperkt en door menging met schonere lucht worden concentraties stikstof snel lager met de afstand van de bron. Gevoelige natuur ligt op een afstand van circa 15 km tot het plangebied. Het is niet aannemelijk dat de vervoersbewegingen ten behoeve van deze ontwikkeling bedragen aan een toename van stikstof van meer dan 0,0 mol/ha/jaar. 4.5.2.3

Soortenbescherming

Het plangebied is in de huidige situatie in gebruik als dierenweide. Er is geen sprake van te slopen bebouwing, anders dan een half open schuilgelegenheid. Wel wordt een klein gedeelte van de groenstructuur aan de voorzijde van het perceel gerooid ten behoeve van de inrit. Deze inrit wordt zo aangelegd dat er een minimum hoeft te worden gekapt. Door Lomans Ecoworks is een flora en fauna onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek met datum 17 november 2021 en projectnummer 2137 behoort als bijlage bij deze toelichting. De eindconclusie uit dit onderzoek is hierna opgenomen. “Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels cat. 1-4 jaarrond beschermde nesten in bomen en bebouwing aanwezig. Het plangebied ligt binnen het functionele leefgebied van de steenuil. Het plangebied vormt geschikt foerageergebied voor de steenuil. Met de beoogde ontwikkeling verdwijnt een klein oppervlakte foerageerbiotoop. In de directe omgeving rondom het plangebied met begraasde paardenweilanden is voldoende hoogwaardig foerageerbiotoop aanwezig. Uit de cat. 5 beschermde verblijfplaatsen zijn geen nesten in bomen aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Overtreding van art. 3.1 lid 2,4 en 5 van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde.

Overige vogelrichtlijnsoorten Het plangebied vormt geschikt foerageergebied en nestgelegenheid voor een aantal algemene vogelrichtlijnsoorten. Met de beoogde ontwikkeling worden enkele meters uit de gemengde bomensingel aan de Dintherseweg gekapt. Met de landschappelijke inpassing in het nieuwe plan met inheems groen zullen nest- en foerageergelegenheid voor algemene vogelrichtlijnsoorten met éénmalig nest worden versterkt.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

40

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Vleermuizen: vliegroutes en foerageergebied Essentiële vliegroutes voor vleermuizen zijn niet aanwezig binnen het plangebied. Vleermuizen zullen de laanbomenstructuur/ bomensingel aan de aangrenzende Dintherseweg benutten als vliegroute. Met de beoogde ontwikkeling wordt ca. 4 meter uit de bomensingel gekapt. Naar verwachting zal dit geen significant negatieve effecten op een mogelijke vliegroute voor vleermuizen opleveren. Wel wordt geadviseerd om in het nieuwe plan de hoeveelheid licht te beperken om verstoring van vleermuizen zoveel mogelijk te voorkomen. Het plangebied vormt foerageergebied van goede kwaliteit. De landschappelijke inpassing in de nieuwe situatie zal leiden tot versterking van de jachtgelegenheid voor vleermuizen. Vleermuizen: verblijfplaatsen In de bomen aan de randen van het plangebied zijn geen potenties voor vleermuisverblijfplaatsen aanwezig. Ook het open schuurtje met golfplaten dak is ongeschikt als vleermuisverblijfplaats. Als de verlichting in de nieuwe situatie wordt beperkt, worden geen negatieve effecten op vleermuizen worden niet verwacht. Nationaal beschermde / Andere soorten art. 3.3 Wnb Op basis van het veldbezoek kan het voorkomen van landzoogdieren met jaarrond beschermde verblijfplaatsen worden uitgesloten.

Binnen het plangebied en directe omgeving worden geen beschermde soorten verwacht die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Negatieve effecten zijn niet aan de orde. Vrijgestelde soorten Er worden enkele soorten verwacht uit deze categorie die gebruik maken van het plangebied zoals egel, konijn, haas, bruine kikker, gewone pad en enkele algemene spits- en woelmuizen. Voor deze soorten geldt wel vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, maar de algemene zorgplicht (zie blz. 11) is altijd van kracht. Eindconclusie De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor de oprichting van één Ruimte voor Ruimte woning aan de Dintherseweg ongenummerd in Nistelrode. 

De voorzorgsmaatregelen voor ‘Vogels algemeen’ dienen te worden opgevolgd.

Voor de kap van enkele meters uit de bomensingel aan de Dintherseweg geldt een meldingsplicht en een herplantplicht.”

Uit het onderzoek blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor realisatie van een Ruimte voor Ruimte woning binnen het plangebied in het kader van soortenbescherming.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

41

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

4.6

Geluid

4.6.1

Beleidskader

4.6.1.1

Wegverkeerslawaai

De Wet geluidhinder biedt geluidsgevoelige bestemmingen bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de wet is beperkt tot een geluidszone langs wegen. 4.7.1.2

Industrielawaai

Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluidproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe.

4.6.2

Toets

4.6.2.1

Wegverkeerslawaai

Het plangebied is gelegen aan de Dintherseweg. Voor de bestemming van de beoogde Ruimte voor Ruimte woning is door Tritium Advies een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek met datum 17 december 2021 en rapportnummer (2111/011/SH-01, versie 0) behoort als bijlage bij deze toelichting. De conclusies uit dit onderzoek zijn hierna samengevat opgenomen. “Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Dintherseweg en het gedeelte van de weg Maxend met een snelheidsregime van 60 km/uur. Het plan is formeel tevens gelegen binnen de geluidzone van de Nieuwe Bundersteeg. Echter aangezien deze weg grotendeels onverhard is en eveneens geen verkeersgegevens zijn opgenomen in de modellen van de gemeente en het BBMA2018 is deze weg als akoestisch niet relevant beschouwd. Voor het gedeelte van de weg Maxend met een snelheidsregime van 60 km/uur geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woning overschrijdt. Voor de Dintherseweg geldt dat de geluidbelasting de voorkeursgrenswaarde op een aantal toetspunten overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor nieuwbouw in buitenstedelijk gebied wordt hierbij ook overschreden ter plaatse van de voorgevel. Een overschrijding van de maximale ontheffingswaarde wordt in principe niet toegestaan door de Wgh.

Om toch woningbouw te kunnen realiseren is het mogelijk de geveldelen ter plaatse van deze toetspunten als “dove gevel” conform artikel 1b, lid 4 van de Wgh uit te voeren. Een “dove gevel” is namelijk geen gevel volgens de Wgh. Dit betekent derhalve dat er geen te openen delen (ramen en deuren) in deze gevels zijn toegestaan, met uitzondering van eventuele incidenteel te openen delen (zoals

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

42

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

een verhuisraam), mits deze delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. Aangezien draaiende delen voor de vereiste spuiventilatie noodzakelijk zijn, dient hier in de plattegrond rekening mee te worden gehouden. Voor de overige locaties waar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden maar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoeten wordt voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke en financiële aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie niet doeltreffend om de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Om de geluidbelasting terug te brengen tot de maximale ontheffingswaarde dient de afstand tot perceelsgrens met meer dan 5 meter te worden vergroot, dit is stedenbouwkundig niet wenselijk.

Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) geldt dat de voorkeurgrenswaarde nog altijd wordt overschreden. Deze geluidreducerende maatregel is derhalve eveneens niet doeltreffend om de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. De maximale ontheffingswaarde wordt hierbij echter niet meer overschreden. Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet echter overwegende bezwaren van financiële aard. De gemeente Bernheze heeft geen eigen geluidbeleid met betrekking tot het verlenen van hogere waarden vastgesteld. Desondanks is het aannemelijk dat bij het verlenen van een hogere waarde aansluiting gezocht zal worden bij het oude “Ontheffingenbeleid Wgh” d.d. 10 februari 1998 van de provincie Noord Brabant. In onderhavige situatie is sprake van het opvullen van een open plaats tussen aanwezige bebouwing. Derhalve wordt voldaan aan één van de in het ontheffingsbeleid opgenomen subcriteria. In onderhavige situatie is sprake van een geluidbelasting van meer dan 53 dB (inclusief aftrek artikel 110g Wgh). Derhalve worden er aanvullende voorwaarden aan de woning gesteld. De woning beschikt over een geluidluwe achtergevel. Aan deze gevel dient ten minste één verblijfsruimte gesitueerd worden met een te openen raam. Het is tevens mogelijk de buitenruimte aan de geluidluwe zijde te situeren.

Hiermee wordt tevens voldaan aan de aanvullende voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Aangezien in onderhavige situatie sprake is van een procedure hogere waarde, is voor de woning een aanvullend onderzoek nodig ter bepaling van de geluidwering van de gevels. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Ook voor dove gevels geldt de genoemde eis van de karakteristieke geluidwering.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

43

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

In dit bestemmingsplan is verankerd dat de voorgevel van de woning als ‘dove gevel’ wordt uitgevoerd. In samenhang met deze bestemmingsplanprocedure wordt een ontheffing hogere grenswaarde doorlopen. Met deze ontwikkeling is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van wegverkeerslawaai. 4.6.2.2

Industrielawaai

In de omgeving van het plangebied is geen sprake van een overschrijding van de normen voor industrielawaai. Er is geen sprake van de aanwezigheid van grote lawaaimakers in de omgeving van het plangebied.

4.7

Geur

4.7.1

Beleidskader

4.7.1.1

Inleiding

In het kader van een goede ruimtelijke ordening bestaat de toets in het kader van geur uit twee aspecten. Ten eerste dient te worden aangetoond dat binnen het plangebied sprake is van een goed woonen leefklimaat. Ten tweede dient te worden aangetoond dat veehouderijbedrijven door de ontwikkeling niet onevenredig in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad. 4.7.1.2

Activiteitenbesluit

Per 1 januari 2013 is het Activiteitenbesluit in werking getreden. Veel veehouderijen vallen in hun geheel onder het Activiteitenbesluit. De Wet geurhinder en veehouderij en de Wet ammoniak en veehouderij zijn voor deze bedrijven niet van toepassing. De eisen uit de wetten zijn wel als voorschriften opgenomen in het Activiteitenbesluit. 4.7.1.3

Wet geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij vormt het toetsingskader voor vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Voor een concentratiegebied geldt een maximale geurbelasting van 3 ouE/m³ binnen de bebouwde kom en een norm van 14 ouE/m³ buiten de bebouwde kom. Het is mogelijk om middels een verordening maatwerk per gebied te bieden. De gemeente kan zo een balans vinden tussen de gewenste ruimte voor de veehouderijen enerzijds en de bescherming van gevoelige objecten anderzijds. Voor dieren van een diercategorie waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld (zoals rundvee en paarden), dient op grond van de wet vaste afstanden aangehouden te worden. De afstand tussen een geurgevoelig object en zo’n veehouderij dient, indien het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom gelegen is, minimaal 50 meter te bedragen en indien het binnen de bebouwde kom is gelegen minimaal 100 meter. 4.7.1.4

Gemeentelijk beleidskader

De gemeente Bernheze heeft bij raadsbesluit van 12 december 2013 de ‘verordening geurhinder en veehouderij gemeente Bernheze 2013’, de ‘beleidsregel ruimtelijke ontwikkeling en geurhinder gemeente Bernheze 2013’ en ‘geurgebiedsvisie 2013’ vastgesteld. Dit beleid heeft betrekking op het

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

44

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

beschermen van burgers tegen geurhinder, daarbij veehouderijen niet onnodig beperken en het mogelijk maken van gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. In de beleidsregel is opgenomen dat als de achtergrondbelasting geclassificeerd kan worden als ‘voldoende’ er dan vanuit het deelaspect ‘cumulatieve geurhinder uit stallen van veehouderijen’ geen belemmeringen zijn om mee te werken aan een ruimtelijk initiatief. Bij vergunningverlening bij agrarische bedrijven geldt een vastgestelde geurnorm. Voor het plangebied geldt een norm van 8 oue/m³. Navolgende kaart geeft een uitsnede uit kaart met geurnormen voor vergunningverlening in de omgeving van het plangebied.

Plangebied

Figuur 16: Uitsnede geurnormenkaart van de gemeente Bernheze voor de omgeving van het plangebied

4.7.1.5

Voorgrondbelasting

Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld, afkomstig van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dichtst bij het geurgevoelige object is gelegen. De voorgrondbelasting is maatgevend bij een ontwikkeling indien deze tenminste de helft van de waarde van de achtergrondbelasting betreft. 4.7.1.6

Achtergrondbelasting

Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. De achtergrondbelasting is een maat voor het leefklimaat. Er dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te zijn.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

45

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

4.7.2

Toets

4.7.2.1

Voorgrondbelasting en vaste afstanden

Veehouderijen in de omgeving In de directe omgeving van het plangebied zijn drie veehouderijbedrijven gelegen. Navolgende figuur geeft een beeld van de bedrijven in de omgeving van het plangebied. De groene stippen geven actieve bedrijven aan. Ter plaatse van rode stippen zijn veehouderijbedrijven al beëindigd.

Plangebied

Dintherseweg 8

Molenhoeve 9a

Maxend 73

Figuur 17. Beeld van agrarische bedrijven in de omgeving van het plangebied

Op deze bedrijven zijn de volgende vergunningen geldend.

Figuur 18: Vergunde situatie Dintherseweg 8 (BVB-Brabant)

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

46

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

Figuur 19: Vergunde situatie Molenhoeve 9a (BVB-Brabant)

Figuur 20: Vergunde situatie Maxend 73 (BVB-Brabant)

Voor het bepalen van het woon- en leefklimaat wordt de voor- en achtergrondbelasting in beeld gebracht om te bepalen of de voor- of achtergrondbelasting bepalend is voor het woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Er zijn twee veehouderijen aanwezig die de maatgevende veehouderij kunnen zijn wegens de voorgrondbelasting. Dit zijn de veehouderijen aan Dintherseweg 8, wegens de afstand van de veehouderij tot het plangebied en de veehouderij aan Molenhoeve 9a wegens de grootte van de veehouderij. Voor deze bedrijven is de voorgrondbelasting in beeld gebracht. Voorgrondbelasting Dinterseweg 8 De veehouderij aan Dintherseweg 8 heeft twee locaties die aan elkaar gekoppeld zijn. Om te bepalen of de veehouderij reeds belemmerd wordt in haar ontwikkelingsmogelijkheden door reeds aanwezige burgerwoningen is alle emissie van de veehouderij geprojecteerd op de hoek van de veehouderij die het dichtst bij het plangebied gelegen is. Hiermee kan worden bepaald of de beoogde ontwikkeling de veehouderij belemmert.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

47

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

Figuur 21: Berekening voorgrondbelasting bij projectie van alle emissie op de dichtst bij het plangebied gelegen punt van het bouwvlak

Er is in de huidige situatie sprake van een overbelast situatie voor wat betreft geur. Zelfs wanneer alle emissie geprojecteerd wordt op de hoek van het bouwvlak van de veehouderij die het dichtst bij het plangebied gelegen is, is er reeds sprake van overschrijding van de norm voor de voorgrondbelasting van 10 Oue/m³. Derhalve dient voor de berekening van de voorgrondbelasting van de feitelijke vergunning te worden uitgegaan. Deze berekening is opgenomen in navolgende berekening.

Figuur 22: Berekening voorgrondbelasting verleende vergunning voor veehouderij aan Dintherseweg 8

Uit de berekening van de feitelijke situatie blijkt dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Voorgrondbelasting Molenhoeve 9a De veehouderij aan Molenhoeve 9a betreft een veehouderij van een grote omvang. Om te bepalen of de veehouderij reeds belemmerd wordt in haar ontwikkelingsmogelijkheden door reeds aanwezige burgerwoningen is alle emissie van de veehouderij geprojecteerd op de hoek van de veehouderij die

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

48

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

het dichtst bij het plangebied gelegen is. Hiermee kan worden bepaald of de beoogde ontwikkeling de veehouderij belemmert.

Figuur 23: Berekening voorgrondbelasting bij projectie van alle emissie op de dichtst bij het plangebied gelegen punt van het bouwvlak

Uit de berekening blijkt dat de ontwikkeling binnen het plangebied geen ontwikkeling is die de veehouderij aan Molenhoeve 9a belemmert in haar ontwikkelingsmogelijkheden. Zelfs als alle emissie van de veehouderij wordt geprojecteerd op de hoek die het dichtst bij het plangebied gelegen is, is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. 4.7.2.2

Achtergrondbelasting

Door de Omgevingsdienst Zuid Oost Brabant is een kaart opgenomen waarop de indicatieve achtergrondbelasting is weergegeven. Navolgende figuur is een uitsnede van deze kaart waarop de ligging van het plangebied op deze kaart is aangeduid.

Plangebied

Figuur 24: Uitsnede kaart met indicatieve achtergrondbelasting voor de omgeving van het plangebied

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

49

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

Binnen het plangebied is sprake van een indicatieve achtergrondbelasting van 7 tot 13 oue/m³. Hiermee is in het plangebied sprake van een ‘redelijk goed’ woon- en leefklimaat. De realisatie van de Ruimte voor Ruimte woning is in het kader van de achtergrondbelasting geen bezwaar. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ingevolge de ‘Beleidsregel geur en ruimtelijke plannen 2013 gemeente Bernheze’ is er sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat, wanneer het woon- en leefklimaat minder dan 20 oue/m³ bedraagt. Hiervan is sprake binnen het plangebied. Binnen het plangebied is sprake van een acceptabel woonen leefklimaat. 4.7.2.3

Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven

Tussen agrarische bedrijven en het plangebied is aan reeds een andere woonbestemming gelegen. Door de ligging van deze woning tussen het plangebied en de veehouderij is er met deze ontwikkeling ook geen belemmering voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende bedrijven. Hiervoor is en blijft een bestaande woning maatgevend. Voor het bedrijf aan de Dintherseweg 8 zijn de woonfuncties ten zuiden van de Dintherseweg maatgevend. Er worden middels deze ontwikkeling geen bedrijven belemmerd in de bedrijfsvoering.

4.8

Gezondheid

4.8.1

Beleidskader

4.8.1.1

Endotoxinen

De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uitmaken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze advieswaarde kan ervan uitgegaan worden dat de gezondheid van omwonenden van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. De gemeente Bernheze heeft geen gemeentelijk beleid vastgesteld ten aanzien van aanwezige endotoxine contouren binnen de gemeente.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

50

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

4.8.1.2

Geitenhouderijen

Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans dan gemiddeld hebben op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak hiervan en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot twee kilometer is er sprake van een vergroot risico. 4.8.1.3

Gewasbeschermingsmiddelen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor spuitzones in verband met het risico’s voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden.

4.8.2

Toets

4.8.2.1

Toets van de ontwikkeling aan Handreiking aan endotoxinen en geitenbedrijven

Stap 1 Inleiding In stap 1 van de handreiking wordt getoetst aan endotoxine. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Varkenshouderijen In de omgeving van het plangebied zijn twee varkensbedrijven gelegen. Het betreft de bedrijven aan Dintherseweg 8 en Molenhove 9a. Met een fijnstof uitstoot van respectievelijk 231 kg en 571 kg per jaar is sprake van een endotoxinen-contouren van 95 meter ten opzichte van de veehouderij aan Dintherseweg 8 en 150 meter ten opzichte van de veehouderij aan Molenhoeve 9a. Het plangebied is ruimschoots buiten deze afstanden gelegen. Pluimveehouderijen In de omgeving van het plangebied zijn de twee pluimveehouderijen gelegen. Dit betreft de bedrijven gelegen aan Kantje 42 en Maxend 37. Met een fijnstof uitstoot van respectievelijk 1.247 kg en 653 kg per jaar is sprake van een endotoxinen-contouren van 216 meter en 157 meter. Het plangebied is ruimschoots buiten deze afstanden gelegen.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

51

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

Stap 2 Toets aan toename van emissies. Dit is niet van toepassing omdat het plan geen uitbreiding van een veehouderij betreft. Stap 3 In stap 3 wordt getoetst aan geur. Bij 3b wordt voor geur getoetst aan de gezondheidskundige advieswaarden. Deze zijn maatgevend ten opzichte van stap 3a. Voor het buitengebied zijn deze waarden: 

5 oue/m3 voor de voorgrondbelasting. Deze norm wordt marginaal overschreden met een voorgrondbelasting van 5,4 ouE op één punt binnen het plangebied;

10 oue/m3 voor de achtergrondbelasting. Deze norm wordt niet overschreden;

100 meter voor de afstand tussen de rand van een bedrijf en de gevel van het geurgevoelige object. Er wordt voldaan aan de vaste afstand.

De norm van 5 oue/m³ voor de voorgrondbelasting wordt binnen het plangebied overschreden tot een waarde van maximaal 6,4 ouE/m³. De door de gemeente Bernheze vastgestelde geurnormen worden echter niet overschreden. Op grond van het toetsingskader uit de beleidsregels van de gemeente Bernheze is er sprake van een goed acceptabel woon- en leefklimaat in het kader van geur. Gemotiveerd wordt afgeweken van stap 3 van de handreiking op basis van de gemeentelijke normen voor een acceptabel woon- en leefklimaat. De gemeente Bernheze heeft op basis van het voorgaande de afweging gemaakt geen advies in te winnen bij de GGD. Stap 4 Er zijn geen bedrijven in de omgeving waar bedrijfsmatig een combinatie van de volgende dieren worden gehouden: varkens en pluimvee; rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten); kleine herkauwers onderling. Aan stap 4 wordt voldaan. Er is geen sprake van de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving, waar een combinatie van deze dieren wordt gehouden. Stap 5 Inleiding In stap 5 wordt getoetst aan de afstand tot een geitenhouderij, een pluimveebedrijf of een overige veehouderij. Voor een geitenhouderij geldt een aan te houden afstand van twee kilometer. Voor een pluimveehouderij geldt een afstand van 1 kilometer. Voor een overige veehouderij geldt een afstand van 250 meter.

Stap 5a Geitenhouderijen Binnen de gemeente Bernheze zijn diverse geitenhouderijen gelegen, deze bevinden zich echter niet binnen een afstand van twee kilometer tot het plangebied. Stap 5b Pluimveehouderijen Binnen een afstand van één kilometer zijn twee pluimveehouderijen gelegen. Uit het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) bleek dat in de jaren 2009-2013 er sprake was van een verhoogd voorkomen van longontstekingen onder omwonenden die binnen een straal van één kilometer van een pluimveehouderij woonden. In de jaren daaropvolgend (2014-2016) werd dat verband niet meer gevonden. Ook in het aanvullende, recente onderzoek in de regio Utrecht/Gelderland/Overijssel

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

52

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

werd een dergelijk verband niet meer gevonden. Dit in tegenstelling tot het verband tussen het verhoogd voorkomen van longontsteking bij omwonenden nabij een geitenhouderij (tot een afstand van twee kilometer). In de handreiking veehouderij en volksgezondheid, opgesteld door het Ondersteuningsteam, wordt aangegeven dat het wonen nabij een pluimveehouderij (binnen een straal van één kilometer) leidt tot het advies om een advies bij de GGD op te vragen. In het ondersteuningsteam zijn de laatste onderzoeksresultaten recent besproken en is besloten dat er geen advies meer wordt gegeven om een GGD advies op te vragen op grond van het criterium ‘wonen binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij’. Stap 5c Overige veehouderijen Er zijn geen overige veehouderijen gelegen binnen een afstand van 250 meter tot het plangebied die niet eerder zijn beschouwd in deze paragraaf. Voldaan wordt aan stap 5c. Conclusie Deze herbestemming ziet toe op realisatie van één woning binnen een bebouwingsconcentratie. Tussen deze woning en de pluimveehouderijen zijn andere gevoelige objecten gelegen. Er is geen sprake van het bouwen van gevoelige bestemmingen naar een pluimveehouderij toe, dichterbij het bedrijf zijn al geurgevoelige bestemmingen gelegen. Wel neemt het aantal mensen dat een verhoogd risico loopt marginaal toe.

Geadviseerd wordt in elk geval burgers op het verhoogd gezondheidsrisico te wijzen. Voor de initiatiefnemer is het belangrijk in ieder geval op de hoogte te zijn van dit gezondheidsrisico en dit risico te accepteren. Het belang van realisatie van de beoogde woning en de ligging van deze woning tot omliggende pluimveebedrijven in de omgeving is afgewogen en als verantwoord beoordeeld. Stap 6 Er bevindt zich geen zelfstandige mestbewerking of verwerking plaats. Aan stap 6 wordt voldaan Stap 7 Er is er geen ongerustheid bij omwonenden over de volksgezondheid. Aan 7 wordt daarmee voldaan. 4.8.2.2

Gewasbeschermingsmiddelen

Het plangebied grenst aan de achterzijde aan bouwland waar volgens de Basisregistratie Gewaspercelen (2021) ‘Gladiool, bloembollen en knollen’ worden verbouwd. De afstand van het plangebied en de akker bedraagt minder dan de vuistregel van 50 meter. De gronden waarop de teelt plaatsvindt, zijn niet planologisch aangemerkt als spuitzone maar de bestemming sluit het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ook niet uit. In onderhavige situatie gaat het om lage gewassen. Het bouwvlak voor de beoogde woning is binnen het plangebied op afstand gelegen van de perceelsgrens. Daarnaast is begroeiing aanwezig welke driftafvangend werkt. Ook zijn er andere woningen aanwezig waarmee het agrarisch bedrijf op basis van het Activiteitenbesluit reeds rekening dient te houden middels driftreducerende maatregelen. Hiermee kan redelijkerwijs worden gesteld dat ter plaatse van de woning geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat zullen ontstaan en waardoor strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening ontstaat.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

53

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

4.9

Bedrijven en milieuzonering

4.9.1

Beleidskader

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking Bedrijven en Milieuzonering. Deze lijst geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In deze lijst worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. Deze richtafstanden gelden tussen de grens van een bedrijfsbestemming en de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is.

4.9.2

Toets

4.9.2.1

Omgeving

Het plangebied kan in het kader van de richtlijn bedrijven en milieuzonering getypeerd worden als gelegen in een ‘rustig buitengebied’. In de omgeving van het plangebied zijn vier bedrijven aanwezig, een intensieve veehouderij, een bedrijf voor stalling en opslag, een staalproductiebedrijf en een bedrijf voor stalinrichtingen. Op basis van de VNG-publicatie is voor deze niet-agrarische bedrijven nagegaan met welke richtafstanden rekening gehouden dient te worden. Daarbij is uitgegaan van bedrijven en milieuzonering Editie 2009, met richtafstanden voor een gemengd gebied. 4.9.2.2

Dintherseweg 8

Aan de Dintherseweg 8 is een intensieve veehouderij aanwezig. Deze veehouderij is gelegen is gelegen op een afstand van 130 meter tot het plangebied. Hiermee wordt voor de aspecten stof, geluid en gevaar voldaan aan de richtlijnafstanden. In de richtlijn bedrijven en milieuzoneringen is voor geur een aan te houden afstand van 200 meter opgenomen. Uit onderzoeken naar de voor- en achtergrondbelasting blijkt dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft geur. Dit onderzoek is opgenomen in paragraaf 4.7 van deze toelichting. Hiermee kan gemotiveerd worden afgeweken van de richtlijn bedrijven en milieuzonering. 4.9.2.3

Dintherseweg 9

Aan Dintherseweg 9 is een opslagbedrijf gelegen. Dergelijke bedrijven vallen in milieucategorie 2 en er geldt een grootste richtafstand van 30 meter in het kader van de factor geluid. De nieuwe woning wordt opgericht op een afstand van meer dan 70 meter. Er wordt voldaan aan de handreiking Bedrijven en milieuzonering. 4.9.2.4

Maxend 55

Aan Maxend 55 is een staalbouwbedrijf gevestigd. Staalconstructiebedrijven vallen in milieucategorie 3.2. Er geldt een grootste richtafstand van 100 meter in het kader van de factor geluid. Het plangebied

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

54

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

bevindt zich op een afstand van circa 150 meter. Er wordt voldaan aan de richtlijn voor bedrijven en milieuzonering. 4.9.2.5

Maxend 47

Aan Maxend 47 is een bedrijf voor stalinrichtingen gevestigd. Dergelijke constructiebedrijven vallen in milieucategorie 3.2. Er geldt een grootste richtafstand van 100 meter in het kader van de factor geluid. Het plangebied bevindt zich op een afstand van circa 140 meter. Er wordt voldaan aan de richtlijn bedrijven en milieuzonering.

4.10 Externe veiligheid 4.10.1

Beleidskader

4.10.1.1 Inleiding Het externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen, activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In de volgende landelijke wetten, besluiten en regelingen zijn normen opgenomen waaraan een nieuwe planologische ontwikkeling moet worden getoetst: 

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bijbehorende regeling (Revi);

Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations;

Circulaire effectafstanden externe veiligheid LNG-tankstations;

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende regeling (Revb);

Structuurvisie buisleidingen;

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling basisnet;

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende regeling (Rarro).

De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water), hoogspanningslijnen; en ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen). 4.10.1.2 Risico-contouren Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in: 1.

Plaatsgebonden Risico (PR): Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk wordt getroffen door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van kwetsbare objecten, alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten;

2.

Groepsrisico (GR):

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

55

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gestelde norm is een oriënterende waarde waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken. 4.10.1.3 Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. 4.10.1.4 Overige wet- en regelgeving Ook wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening‘ onder andere getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit, Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’.

4.10.1.5 Gemeentelijke beleidskader De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid. Deze visie is in 2008 vastgesteld voor de gemeenten Lith, Maasdonk, Bernheze en Landerd. In deze visie wordt invulling gegeven aan de omgang met externe veiligheidsaspecten binnen de gemeente Bernheze. De beleidsvisie bevat geen gebiedstypering of uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden voor de verantwoording van het groepsrisico.

4.10.2

Toets

4.10.2.1 Risicovolle inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig die vallen onder het Bevi. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de risicokaart externe veiligheid waarop de ligging van het plangebied is aangeduid. Inrichtingen vormen geen belemmering voor herbestemming van het plangebied.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

56

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

Plangebied

Figuur 25: Uitsnede risicokaart externe veiligheid waarop de ligging van het plangebied is aangeduid

4.10.2.2 Transport van gevaarlijke stoffen Wegtransport De dichtstbij het plangebied gelegen weg waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt is de rijksweg A50. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 1,5 kilometer van deze weg, knooppunt A50, Paalgraven-Zeeland, wegvak B80. Over dit wegvak vindt transport van de gevaarlijke stof GT4 plaats. Bij transport met stoffen GT4 is sprak van een invloedsgebied van groter dan 4.000 meter. Omdat het plangebied niet binnen 200 meter van de transportroute ligt, kan worden volstaan met een beperkte verantwoording voor het scenario toxisch. Het plangebied ligt direct aan de Dintherseweg, waar onder andere gevaarlijke stoffen uit de categorie GF3 worden vervoerd. Het vervoer van gevaarlijke stoffen uit deze heeft een invloedsgebied van 355 meter. Omdat het plangebied binnen 200 meter van deze transportweg ligt, dient er, volgens artikel 8 van het Bevt, een volledige verantwoording van het groepsrisico afgelegd te worden. De volledige verantwoording kan achterwege gelaten worden indien er aangetoond kan worden dat de oriëntatiewaarde niet overschreden wordt en het groepsrisico niet met 10% toeneemt. De vuistregels van de Handleiding risicoanalyse transport (Hart) kunnen worden gebruikt om te bepalen of een risicoberekening noodzakelijk is.

De Veiligheidsregio Brabant Noord dient ingevolge artikel 7-9 van het Bevt om advies gevraagd te worden over de zelfredzaamheid, bereikbaarheid en bestrijdbaarheid. Het advies van de Veiligheidsregio moet verwerkt worden in de beperkte verantwoording van het groepsrisico. Transportleidingen Op een afstand van circa 2.600 meter ten noordwesten van het plangebied bevindt zich een ondergrondse buisleiding van Gasunie Transport Services B.V. De leiding bevindt zich op dermate afstand

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

57

Dintherseweg ong. naast 2 in Nistelrode - Toelichting

dat deze geen belemmering oplevert voor deze herbestemming. Het plangebied is buiten de risicocontour en buiten het invloedsgebied van deze gasleiding gelegen. Luchtvaart, Spoorwegen, waterwegen en hoogspanningslijnen Er zijn vanuit luchtvaart geen belemmeringen herbestemming van het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn geen waterwegen of spoorwegen gelegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Deze aspecten hebben geen invloed op dit plan. In de omgeving van het plangebied zijn ook geen hoogspanningslijnen aanwezig. De dichtstbijzijnde hoogspanningslijn ligt op circa 1,5 km afstand in oostelijke richting (Oss – Uden 2, lijncode FE217_2). Gezien de ruime afstand tot het plangebied vormt dit aspect geen belemmering. 4.10.2.3 Groepsrisico Volledige verantwoording groepsrisico De volledige verantwoording van het groepsrisico kan achterwege gelaten worden indien er aangetoond kan worden dat de oriëntatiewaarde niet overschreden wordt en het groepsrisico niet met 10% toeneemt. Binnen het plangebied is sprake van de toevoeging van slechts één woning. Hiermee is gezien de kleinschaligheid van het project geen sprake van de overschrijding van de oriëntatiewaarde dan wel een toename van het groepsrisico met meer dan 10%. Het ontwerpbestemmingsplan wordt voor overleg aangeboden aan de Veiligheidsregio.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=feec2406-f38f-422c-b201-bd8062b9d46f