CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting BP ruimte voor ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel

Raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Ruimte voor ruimte Vinkelsestraat ong. (naast 60), Vinkel *17.616 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.2.3

Toets

4.2.3.1

Keur

Het plangebied is op de kaart behorende bij de Keur niet aangewezen als gelegen in beschermd gebied of attentiegebied. Er volgen geen voorwaarden voor deze herbestemming uit de Keur.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

29

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

4.2.3.2

Beleid hemelwaterzorgplicht en regels watertoetsproces

Binnen het plangebied is sprake van toevoeging van één woning. Hemelwater dient te worden geïnfiltreerd op eigen terrein. Dit is een voorwaarde die aan de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit is verbonden. Binnen het plangebied wordt circa 300 m² aan nieuwe verharding verwacht, bestaande uit verharding van een hoofdgebouw, bijgebouw(en) en erfverharding. Ten behoeve van de beoogde nieuwe verharding geldt dan een bergingsopgave van (300 m² x 0,06=) 18 m³. Er wordt zorg gedragen voor realisatie van deze waterberging binnen het plangebied door aanleg van een hemelwaterinfiltratieberging middels een wadi met een maximale diepte van 50 centimeter en een inhoud van tenminste 18 m³. 4.2.3.3

Wateraspecten binnen het plangebied

Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater gelegen. Het plangebied is gelegen op de overgang tussen een hoge zwarte enkeerdgrond bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (zEZ21) en een Laarpodzolgrond bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (cHn21). Het plangebied is gelegen op een hoogte van circa 6,5 meter boven NAP en er sprake van een GHG van circa 60-80 cm-mv. Navolgende figuur geeft een uitsneden van de GHG waarop de ligging van het plangebied is aangeduid.

Plangebied

Figuur 10: uitsnede kaart met GHG voor de omgeving van het plangebied

De bodem is geschikt voor infiltratie van hemelwater en het terrein is groot ten opzichte van de toevoeging van verharding. Er is binnen het plangebied ook voldoende ruimte voor hemelwaterinfiltratie.

4.3

Cultuurhistorie

4.3.1

Beleidskader

Als gevolg van de Wet Modernisering Monumentenzorg dient binnen een ruimtelijk plan aandacht aan cultuurhistorie te worden besteed. Cultuurhistorie dient gebiedsgericht benaderd te worden, waarbij

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

30

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

niet te veel focus op losse elementen ligt, maar meer op samenhang en context. Het karakter van een gebied of structuur is hierbij een uitgangspunt. De gemeente Bernheze het gemeentelijk erfgoed in beeld gebracht en vastgelegd op de Cultuurhistoriekaart Bernheze. Navolgende figuur geeft een uitsnede voor deze kaart voor de omgeving van het plangebied.

Plangebied

Figuur 11: Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart van Bernheze waarop de ligging van het plangebied is aangeduid

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

31

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

4.3.2

Toets

4.3.2.1

Omgeving

De occupatie binnen de gemeente Bernheze is ontstaan op de rand van de beekdalen en de hoger gelegen zandgronden. In de periode tussen de 15e en 18e eeuw werden ten behoeve van de landbouw, woeste gronden ontgonnen grenzend aan de beekdalen. Vanaf het midden van de 19e eeuw heeft grootschalige heideontginning tot forse uitbreiding van de landbouwgronden geleid. Voor de ontwikkeling van de nederzettingen binnen de gemeente Bernheze is met name de ligging aan belangrijke doorgaande routes tussen grotere plaatsen in de omgeving van belang. De oorspronkelijke dorpslinten die aan deze routes zijn ontstaan zijn waardevol als historische structuur. Daarnaast liggen in het buitengebied ook enkele bebouwingsconcentraties die cultuurhistorisch van belang zijn. Binnen de gemeente Bernheze is de kern Heesch de hoofdkern en tevens de grootste kern. Heesch is gelegen op de overgang van de Peelhorst in het oosten, de jonge ontginningen in het zuiden en het dekzandlandschap in het noorden. Cultuurhistorisch waardevolle elementen in de kern zijn met name de oude dorpslinten. Rondom de kern liggen daarnaast ook nog enkele historische groenstructuren. 4.3.2.2

Plangebied

Direct en westen van het plangebied is een oude akker (esdek) gelegen. De Vinkelsestraat is een oud wegtracé met redelijk hoge cultuurhisotorischewaarde. Het plangebied is onbebouwd en in gebruik als akkerland. Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Deze herbestemming leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden in de omgeving.

4.4

Archeologie

4.4.1

Inleiding

De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Tijdens het opstellen van bestemmingsplannen houdt de gemeente rekening met archeologische waarden. Ook maakt de gemeente meestal de afweging of archeologische waarden in situ behouden moeten blijven of kunnen worden opgegraven.

4.4.2

Beleidskader

De gemeente Bernheze heeft in navolging van het rijksbeleid gemeentelijk archeologiebeleid geformuleerd. Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze’ en de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze’. Op basis van deze documenten, is de gemeente Bernheze in staat om op verantwoorde wijze een archeologiebeleid te implementeren. Met dit beleid wordt een juiste balans gevonden tussen een goede omgang met het archeologisch erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze’ waarop het plangebied is aangeduid.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

32

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

Plangebied Figuur 12: Uitsnede van de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze’ waarop de ligging van het plangebied is aangeduid

4.4.3

Toets

Het plangebied is deels, aan de straatzijde, aangeduid als gelegen in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde, categorie 5. Daar geldt een onderzoeksplicht naar eventueel aanwezige archeologische waarden bij een verstoringsdiepte van dieper dan 40 centimeter beneden maaiveld over een oppervlakte van meer dan 2.500 m². De achterzijde van het plangebied is aangeduid als een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde. Voor deze gronden is geen sprake van een onderzoeksplicht. In het vigerende bestemmingsplan is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ opgenomen ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. Deze dubbelbestemming is overgenomen in dit bestemmingsplan. Hiermee is verzekerd dat geen verstoring van drempelwaarden plaatsvindt zonder dat archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Echter is de omvang van het plangebied kleiner dan de drempelwaarde voor uitvoering van archeologisch onderzoek. Deze herbestemming leidt niet tot aantasting van archeologische waarden.

4.5

Natuur

4.5.1

Beleidskader

4.5.1.1

Gebiedsbescherming

De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000 gebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. Ten aanzien van de gebiedsbescherming dienen plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

33

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

4.5.1.2

Stikstofdepositie

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient vastgesteld te zijn of een ontwikkeling leidt tot een effect op een Natura 2000 gebied. Met Aerius Calculator wordt de stikstofdepositie bij een ontwikkeling bepaald. 4.5.1.3

Soortenbescherming

Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient vooraf een beoordeling plaats te vinden.

4.5.2

Toets

4.5.2.1

Gebiedsbescherming

In de wijde omgeving van het plangebied zijn geen beschermde natuurgebieden gelegen. Binnen een afstand van meer dan 10 kilometer tot het plangebied is geen Natura 2000 gebied gelegen. Ook is in de omgeving van het plangebied geen Natuur Netwerk Brabant of Natuur Netwerk Nederland gebied gelegen. De realisatie van één woning heeft geen effect op natuurgebieden. 4.5.2.2

Stikstofdepositie

Bij herbestemming van het plangebied is sprake van de uitstoot van stikstof door toename van verkeersbewegingen en realisatie van het bouwplan. Met Aerius – Calculator is de consequentie hiervan op Natura 2000 gebieden in beeld gebracht. De realisatie van het plan leidt niet tot een toename van stikstof van meer dan 0,0 mol/ha/jaar. Een uitvoer van de Aeriusberekening is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. In de tussenuitspraak ‘ViA15’ van de ABRvS van 20 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:105) is geoordeeld dat AERIUS Calculator onvoldoende geschikt is om de bijdrage van vervoersbewegingen aan de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden op meer dan 5 kilometer afstand van de bron te berekenen. In de huidige opzet van het systeem wordt deze concentratiebijdrage tot op 5 km afstand van wegen berekend. De vervoersbewegingen voor onderhavig plan zijn beperkt en door menging met schonere lucht worden concentraties stikstof snel lager met de afstand van de bron. Gevoelige natuur ligt op een afstand van circa 15 km tot het plangebied. Het is niet aannemelijk dat de vervoersbewegingen ten behoeve van deze ontwikkeling bedragen aan een toename van stikstof van meer dan 0,0 mol/ha/jaar. 4.5.2.3

Soortenbescherming

Het plangebied is in de huidige situatie in gebruik als akkerland. Er is geen sprake van te slopen bebouwing of opgaande beplanting. Door het gebruik van het plangebied als akker is er geen sprake van het ontstaan van permanente habitatgebieden voor beschermde soorten. De beoogde ontwikkeling is kleinschalig van aard en vindt plaats in samenhang met het toevoegen van streekeigen beplanting, die duurzaam in stand gehouden wordt. Gezien het huidige en beoogde gebruik en de aard en omvang van deze herbestemming is het niet aannemelijk dat beschermde flora- en faunasoorten aangetast worden.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

34

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

4.6

Geluid

4.6.1

Beleidskader

4.6.1.1

Wegverkeerslawaai

De Wet geluidhinder biedt geluidsgevoelige bestemmingen bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de wet is beperkt tot een geluidszone langs wegen. 4.7.1.2

Industrielawaai

Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluidproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe.

4.6.2

Toets

4.6.2.1

Wegverkeerslawaai

Het plangebied is gelegen aan de Vinkelsestraat. Ten behoeve van bestemming van de beoogde Ruimte voor Ruimte woning is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek behoort als bijlage bij deze toelichting. De conclusies uit dit onderzoek zijn hierna opgenomen. “Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de wegen Vinkelsestraat, Loosbroeksestraat en Vosbergstraat.Voor de wegen Loosbroeksestraat en Vosbergstraat geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woning overschrijdt. Ten gevolge van het wegverkeer op de Vinkelsestraat wordt op een aantal toetspunten de maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor nieuwbouw in buitenstedelijk gebied overschreden. Een overschrijding van de maximale ontheffingswaarde wordt in principe niet toegestaan door de Wgh. Om toch woningbouw te kunnen realiseren is het mogelijk de geveldelen ter plaatse van deze toetspunten als “dove gevel” conform artikel 1b, lid 4 van de Wgh uit te voeren. Een “dove gevel” is namelijk geen gevel volgens de Wgh, waardoor deze formeel niet getoetst hoeft de worden.

Dit betekent derhalve dat er geen te openen delen (ramen en deuren) in deze gevels zijn toegestaan, met uitzondering van eventuele incidenteel te openen delen (zoals een verhuisraam), mits deze delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. Aangezien draaiende delen voor de vereiste spuiventilatie noodzakelijk zijn, dient hier in de plattegrond rekening mee te worden gehouden. Wanneer de volledige voorgevel en een gedeelte van de zijgevels doof wordt uitgevoerd geldt voor

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

35

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

de Vinkelsestraat dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woning de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met maximaal 5 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde wordt nu nergens meer overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, financiële en landschappelijke aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie niet doeltreffend. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) geldt dat de voorkeurgrenswaarde nog altijd wordt overschreden. Deze geluidreducerende maatregel is derhalve eveneens niet doeltreffend. Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet bovendien overwegende bezwaren van financiële aard. Uit de rekenresultaten blijkt dat de woning beschikt over een geluidluwe achtergevel en dat de woning kan beschikken over een geluidluwe buitenruimte.

Indien tenminste één verblijfsruimte wordt gesitueerd aan de geluidluwe gevel, wordt aan alle aanvullende voorwaarden uit het provinciaal geluidbeleid voldaan. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wgh. In het kader van een goed akoestisch woon- en leefklimaat dient de noodzaak tot dove gevels zoveel mogelijk te worden beperkt c.q. voorkomen. Zoals te zien is in bijlage 7 van het rapport kunnen dove zijgevels worden voorkomen door de voorgevel van de woning met een afstand van tenminste 13 meter en 21 meter uit respectievelijk de perceelsgrens en de wegas van de Vinkelsestraat te situeren. Dit heeft derhalve vanuit akoestisch oogpunt de voorkeur. De hogere grenswaarde van 53 dB en dove voorgevel blijven daarbij onverminderd van kracht. Aangezien in onderhavige situatie sprake is van een procedure hogere waarde, is voor de woning een aanvullend onderzoek nodig ter bepaling van de geluidwering van de gevels. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd.” In samenhang met deze procedure is aan procedure ontheffing hogere grenswaarde verricht.

Binnen het plangebied is sprake van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft wegverkeerslawaai indien de maatregelen zoals genoemd in het rapport worden genomen. Deze maatregelen zijn verankerd in de regels van dit bestemmingsplan. 4.6.2.2

Industrielawaai

In de omgeving van het plangebied is geen sprake van een overschrijding van de normen voor industrielawaai. In de omgeving van het plangebied is aan Vinkelsestraat 113 een garage/autosloperij gelegen. Direct aansluitend aan deze autosloperij zijn reeds woningen gelegen. De toe te voegen woning is niet maatgevend voor wat betreft geluid. Binnen het plangebied is een aanvaardbaar woon-

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

36

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

en leefklimaat aanwezig voor wat betreft geluid vanuit industrielawaai. Dit is nader onderbouw in de paragraaf die toeziet op bedrijven en milieuzonering.

4.7

Geur

4.7.1

Inleiding

In het kader van een goede ruimtelijke ordening bestaat de toets in het kader van geur uit twee aspecten. Ten eerste dient te worden aangetoond dat binnen het plangebied sprake is van een goed woonen leefklimaat. Ten tweede dient te worden aangetoond dat veehouderijbedrijven door de ontwikkeling niet onevenredig in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad.

4.7.2

Beleidskader

4.7.2.1

Activiteitenbesluit

Per 1 januari 2013 is het Activiteitenbesluit in werking getreden. Veel veehouderijen vallen in hun geheel onder het Activiteitenbesluit. Dit geldt voor alle veehouderijen waar niet meer dieren worden gehouden dan: 1.200 vleesrunderen, 2.000 schapen of geiten, 3.750 gespeende biggen, 200 stuks melkrundvee (exclusief vrouwelijk jongvee), 340 stuks vrouwelijk jongvee (inclusief overig melkvee), 100 paarden, 50 overige landbouwhuisdieren, 750 zeugen, 2.000 vleesvarkens, 40.000 stuks pluimvee. De Wet geurhinder en veehouderij en de Wet ammoniak en veehouderij zijn voor deze bedrijven niet van toepassing. De eisen uit de wetten zijn wel als voorschriften opgenomen in het Activiteitenbesluit. 4.7.2.2

Wet geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij vormt het toetsingskader voor vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Voor een concentratiegebied geldt een maximale geurbelasting van 3 ouE/m³ binnen de bebouwde kom en een norm van 14 ouE/m³ buiten de bebouwde kom. Het is mogelijk om middels een verordening maatwerk per gebied te bieden. De gemeente kan zo een balans vinden tussen de gewenste ruimte voor de veehouderijen enerzijds en de bescherming van gevoelige objecten anderzijds. Ten opzichte van dieren van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld (bijvoorbeeld rundvee en paarden), dienen op grond van de wet vaste afstanden aangehouden te worden. De afstand tussen een geurgevoelig object en een dergelijke veehouderij dient, indien het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom gelegen is, minimaal 50 meter te bedragen en indien het binnen de bebouwde kom is gelegen minimaal 100 meter. 4.7.2.3

Gemeentelijk beleidskader

De gemeente Bernheze heeft bij raadsbesluit van 12 december 2013 de ‘verordening geurhinder en veehouderij gemeente Bernheze 2013’, de ‘beleidsregel ruimtelijke ontwikkeling en geurhinder gemeente Bernheze 2013’ en ‘geurgebiedsvisie 2013’ vastgesteld. Dit beleid heeft betrekking op het beschermen van burgers tegen geurhinder, daarbij veehouderijen niet onnodig beperken en het mogelijk maken van gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. In de beleidsregel is opgenomen dat als de achtergrondbelasting geclassificeerd kan worden als ‘voldoende’ er dan vanuit het deelaspect ‘cumu-

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

37

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

latieve geurhinder uit stallen van veehouderijen’ geen belemmeringen zijn om mee te werken aan een ruimtelijk initiatief. Bij vergunningverlening bij agrarische bedrijven geldt voor de voorgrondbelasting een geurnorm van 3 ouE/m³ voor bestaande woongebieden. De gemeenteraad heeft een geurnorm van 8 ouE/m³ vastgesteld voor bestaande bedrijventerreinen in de bebouwde kom, extensiveringsgebieden rondom kernen, extensiveringsgebieden natuur en woonwerkontwikkelingsgebieden. Voor overige gebieden geldt een geurnorm van 10 ouE/m³. Voor bebouwingsconcentraties in verwevingsgebieden is opgenomen dat artikel 4 van toepassing is verklaard. In dit artikel is een vaste afstand opgenomen die in acht moet worden genomen van 50 meter binnen de bebouwde kom respectievelijk 25 meter buiten de bebouwde kom voor veehouderijen waar dieren worden gehouden waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld. Navolgende kaart geeft een uitsnede uit kaart met geurnormen voor de omgeving van het plangebied.

Plangebied

Figuur 13: Uitsnede geurnormenkaart van de gemeente Bernheze voor de omgeving van het plangebied

Voor het plangebied geldt derhalve een norm van 8 ouE/m³ in het kader van vergunningverlening voor agrarische bedrijven. 4.7.2.4

Voorgrondbelasting

Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dichtst bij het geurgevoelige object is gelegen. De voorgrondbelasting is maatgevend bij een ontwikkeling indien deze tenminste de helft van de waarde van de achtergrondbelasting betreft. 4.7.2.5

Achtergrondbelasting

Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. De achtergrondbelasting is een maat voor het leefklimaat. Er dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te zijn.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

38

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

4.7.3

Toets

4.7.3.1

Voorgrondbelasting

Inleiding In de directe omgeving van het plangebied zijn twee agrarische bedrijven gelegen die een direct effect op het plangebied hebben in het kader van de voorgrondbelasting. Navolgende figuur geeft een beeld van de bedrijven in de omgeving van het plangebied.

Holkamp-

Plangebied

straat 3

Loosbroeksestraat 4

Figuur 14. Beeld van agrarische bedrijven in de omgeving van het plangebied

Voor het bepalen van het woon- en leefklimaat wordt de voor- en achtergrondbelasting in beeld gebracht om te bepalen of de voor- of achtergrondbelasting bepalend is voor het woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Holkampstraat 3 De locatie aan Holkampstraat 3 betreft een relatief grote varkenshouderij met daarbij paarden. Tussen de veehouderij en het plangebied zijn aan de Vinkelse Bunderstraat reeds diverse woningen gelegen. Voor eventuele uitbreidingen van dit bedrijf zijn deze bestaande woningen maatgevend. Hierdoor wordt voor de voorgrondbelasting uitgegaan van de feitelijke geuremissie om het woon- en leefklimaat te bepalen. Deze voorgrondbelasting is overgenomen van de vergunning van dit bedrijf voor het houden van dieren. Naam van het bedrijf: Vinkelsestraat 60 - Holkampstraat 3 Berekende ruwheid: 0,11 m Meteo station: Eindhoven

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

39

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

Brongegevens: BronID

X-coord.

Y-coord.

EP Hoogte

Gem.geb. hoogte

EP Diam.

EP Uittr. snelh.

E-Aanvraag

Stal 1 TR

162 409

413 812

4,7

4,0

0,60

4,00

16 933

Stal 2 + 8 LW

162 491

413 725

2,9

4,4

1,70

3,50

6 866

Stal 4

162 445

413 781

3,2

3,6

0,50

4,00

5 997

Stal 6a

162 431

413 805

0,0

0,0

0,50

4,00

17 399

Stal 6b

162 438

413 749

4,3

4,0

0,50

4,00

5 155

Stal 7

162 380

413 729

5,7

4,5

1,80

4,50

20 864

Stal 9

162 448

413 715

7,0

5,1

2,00

0,96

4 572

Stal 1-10-11

162 462

413 704

5,0

4,5

2,10

4,00

20 828

Geur gevoelige locaties: GGLID

Xcoordinaat

Ycoordinaat

NW NO ZO ZW

162 845 162 867 162 860 162 839

413 443 413 436 413 417 413 424

Geurbelasting 5,2 5,0 4,9 5,0

Tabel 4: Beeld van voorgrondbelasting binnen het plangebied, worst-case vanuit Holkampstraat 3

Loosbroeksestraat 4 De locatie aan Loosbroeksestraat 4 betreft een varkenshouderij. Hierna is een geurberekening opgenomen, waarbij alle geurbelasting is geprojecteerd op de hoek van het bouwvlak dat het dichtst bij het plangebied gelegen is. Dit is een worst-case berekening. De geuremissie is in de praktijk niet centraal op één emissiepunt gelegen. Daarbij zijn andere, dichter bij het plangebied gelegen woningen maategevend. Naam van het bedrijf: Vinkelsestraat 60 – Loosbroeksestraat 4 Berekende ruwheid: 0,11 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens: BronID

X-coord.

Y-coord.

EP Hoogte

Gem.geb. hoogte

EP Diam.

EP Uittr. snelh.

E-Aanvraag

Loosbroeksestraat 4

162 979

413 290

6,0

6,0

0,50

4,00

10 648

Geur gevoelige locaties: GGLID

Xcoordinaat

Ycoordinaat

NW NO ZO ZW

162 845 162 867 162 860 162 839

413 443 413 436 413 417 413 424

Geurbelasting 3,4 3,9 4,6 3,9

Tabel 5: Beeld van voorgrondbelasting binnen het plangebied, worst-case vanuit Holkampstraat 3

4.7.3.2

Achtergrondbelasting

De achtergrondbelasting is voor het plangebied doorgerekend met behulp van het programma VStacks gebied. Ten behoeve van de berekening van de achtergrondbelasting dienen de veehouderijen binnen een straal van 4 kilometer rondom het plangebied beoordeeld te worden. Hiertoe zijn alle bedrijven binnen de gemeente Bernheze, ’s Hertogenbosch en Oss ingevoerd. De invoergegevens van de veehouderijbedrijven zijn afkomstig uit de database van het Bestand Veehouderijbedrijven van de provincie Noord-Brabant (21 mei 2021). Voor de dominante veehouderij is de vigerende vergunning voor dit bedrijf ingevoerd. Navolgende tabel geeft de invoergegevens en berekende achtergrondbelasting voor het plangebied weer.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

40

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

Rasterpunt linksonder

x: 160845

Rasterpunt linksonder

y: 411443

Gebied lengte

(x): 4000 m , aantal gridpunten: 50

Gebied breedte

(y): 4000 m , aantal gridpunten: 50

Berekende ruwheid

0,15

Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID

X-coor

Y-coor

Geurbelasting [OU/m³]

NW

162845

413443

15,500

NO

162867

413436

15,640

ZO

162860

413417

16,023

ZW

162839

413424

15,618

Tabel 5: Achtergrondbelasting binnen het plangebied

Binnen het plangebied bedraagt de maximale achtergrondbelasting voor de beoogde Ruimte voor Ruimte woning 16 ouE/m³. Ingevolge de ‘Beleidsregel geur en ruimtelijke plannen 2013 gemeente Bernheze’ is er sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat, wanneer het woon- en leefklimaat minder dan 20 ouE/m³ bedraagt. Hiervan is sprake binnen het plangebied. Binnen het plangebied is sprake van een acceptabel woonen leefklimaat. 4.7.3.3

Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven

Tussen agrarische bedrijven en het plangebied zijn in alle gevallen reeds andere woonbestemmingen gelegen. Door de ligging van deze woningen tussen het plangebied en de veehouderijen is er met deze herbestemming dan ook geen belemmering voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende bedrijven. Hiervoor zijn en blijven andere burgerwoningen maatgevend.

4.8

Gezondheid

4.8.1

Beleidskader

4.8.1.1

Endotoxinen

De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze advieswaarde

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

41

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

kan ervan uitgegaan worden dat de gezondheid van omwonenden van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. De gemeente Bernheze heeft geen gemeentelijk beleid vastgesteld ten aanzien van aanwezige endotoxine contouren binnen de gemeente. 4.8.1.2

Geitenhouderijen

Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans dan gemiddeld hebben op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot twee kilometer is er sprake van een vergroot risico. 4.8.1.3

Gewasbeschermingsmiddelen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor spuitzones in verband met het risico’s voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden.

4.8.2

Toets

4.8.2.1

Toets van de ontwikkeling aan Handreiking aan endotoxinen en geitenbedrijven

Stap 1 Inleiding In stap 1 van de handreiking wordt getoetst aan endotoxine. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Varkenshouderijen In de omgeving van het plangebied is aan Loosbroeksestraat 4 een varkensbedrijf gelegen. Met een fijnstof uitstoot van 89 kg per jaar op de locatie is sprake van een endotoxinen-contour van 37 meter. Het plangebied is niet gelegen binnen een afstand van 37 meter de varkenshouderij aan Loosbroeksestraat 4. Het plangebied is gelegen op een afstand van meer dan 180 meter tot dit bedrijf.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

42

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

Pluimveehouderijen Op een afstand van circa 980 meter tot het plangebied is de pluimveehouderij aan Aardenbaan 13 gelegen. Op dit bedrijf worden 164.000 leghennen gehouden. Hiermee bedraagt de aan te houden endotoxinen contour 189 meter. Het plangebied is ruim buiten deze contour gelegen. Stap 2 Toets aan toename van emissies. Dit is niet van toepassing omdat het plan geen uitbreiding van een veehouderij betreft. Stap 3 In stap 3 wordt getoetst aan geur. Bij 3b wordt voor geur getoetst aan de gezondheidskundige advieswaarden. Deze zijn maatgevend ten opzichte van stap 3a. Voor het buitengebied zijn deze waarden: −

5 ouE/m3 voor de voorgrondbelasting. Deze norm wordt overschreden;

−

10 ouE/m3 voor de achtergrondbelasting. Deze norm wordt niet overschreden;

−

100 meter voor de afstand tussen de rand van een bedrijf en de gevel van het geurgevoelige object. Er wordt voldaan aan de vaste afstand.

De norm van 5 ouE/m³ voor de voorgrondbelasting wordt binnen het plangebied overschreden. De door de gemeente Bernheze vastgestelde geurnormen worden echter niet overschreden. Op grond van het toetsingskader uit de beleidsregels van de gemeente Bernheze is er sprake van een goed acceptabel woon- en leefklimaat in het kader van geur. Gemotiveerd wordt afgeweken van stap 3 van de handreiking. Stap 4 Er zijn geen bedrijven in de omgeving waar bedrijfsmatig een combinatie van de volgende dieren worden gehouden: •

Varkens en pluimvee;

•

Rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten);

•

Kleine herkauwers onderling.

Aan stap 4 wordt voldaan. Stap 5 Inleiding In stap 5 wordt getoetst aan de afstand tot een geitenhouderij, een pluimveebedrijf of een overige veehouderij. Voor een geitenhouderij geldt een aan te houden afstand van twee kilometer, voor een pluimveehouderij geldt een afstand van 1 kilometer en voor een overige veehouderij geldt een afstand van 250 meter. Stap 5a Geitenhouderijen Binnen de gemeente Bernheze zijn diverse geitenhouderijen gelegen. Twee geitenhouderijen zijn gelegen binnen een afstand tot twee kilometer tot het plangebied. Dit betreft de geitenhouderij aan Bleekseweg 7, gelegen op een afstand van circa 1.510 meter tot het plangebied en de geitenhouderij aan Venhofstraat 4 te Heesch, gelegen op een afstand van circa 1.850 meter tot het plangebied.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

43

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

Stap 5b Pluimveehouderijen Op een afstand van circa 980 meter tot het plangebied is de pluimveehouderij aan Aardenbaan 13 gelegen. Deze pluimveehouderij is hiermee gelegen binnen een afstand van 1 kilometer tot het plangebied. Stap 5c Overige veehouderijbedrijven In de omgeving van het plangebied is aan Loosbroeksestraat 4 een varkensbedrijf gelegen. Het plangebied is gelegen op een afstand van meer dan 180 meter tot dit bedrijf. Conclusie Deze herbestemming ziet toe op realisatie van één woning binnen een bebouwingsconcentratie. Tussen deze woning en de veehouderijen zijn andere gevoelige objecten gelegen. Bekend is dat het risico op het verhoogd voorkomen van longontsteking toeneemt naar mate de woningen dichterbij een geitenhouderij liggen. Hoeveel het risico daarmee toeneemt is nog niet goed gekwantificeerd, maar is op bijvoorbeeld 500 meter van de geitenhouderij hoger dan op 1,5 kilometer hiervandaan. Op dit moment is nog niet bekend wat de oorzaak van het verhoogd voorkomen van longontstekingen is, waardoor ook geen beschermende maatregelen te nemen zijn. In lijn met het VGO2 – 03 onderzoek maakt de gemeente zelf een afweging over het toevoegen van functies binnen deze straal van 2 kilometer tot een geitenhouderij.

Er is geen sprake van het bouwen van gevoelige bestemmingen naar de geitenhouderij toe, dichterbij de geitenhouderij zijn immers al enkele geurgevoelige bestemmingen gelegen. Wel neemt het aantal mensen dat een verhoogd risico loopt toe. Geadviseerd wordt in elk geval burgers op het verhoogd risico op longontsteking te wijzen. Voor de initiatiefnemer is het belangrijk in ieder geval op de hoogte te zijn van het in VGO-3 genoemd gezondheidsrisico, i.c. het verhoogd risico op longontsteking en dit risico ook te accepteren. Het belang van realisatie van de beoogde woning en de ligging van deze woning tot de geitenhouderijen in de omgeving is afgewogen en als verantwoord beoordeeld. Stap 6 Er bevindt zich geen zelfstandige mestbewerking of verwerking plaats. Aan stap 6 wordt voldaan Stap 7 Er is er geen ongerustheid bij omwonenden over de volksgezondheid. Aan 7 wordt daarmee voldaan. 4.8.2.2

Gewasbeschermingsmiddelen

In de nabijheid van het plangebied is geen sprake van teelt van gewassen waarop gewasbeschermingsmiddelen (kunnen) worden toegepast. Dit aspect is niet aan de orde bij deze herbestemming.

4.9

Bedrijven en milieuzonering

4.9.1

Beleidskader

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking Bedrijven en Milieuzonering. Deze lijst geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In deze lijst worden ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

44

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. Deze richtafstanden gelden tussen enerzijds de grens van een bedrijfsbestemming en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is.

4.9.2

Toets

4.9.2.1

Inleiding

In de omgeving van het plangebied zijn twee bedrijven aanwezig, een garage/autowrakkeninrichting gelegen Vinkelsestraat 113A en een caravanstalling en opslag aan Vinkelsestraat 56. Het plangebied kan getypeerd worden als gelegen in een ‘gemengd gebied’. Het gaat in een gemengd gebied om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid wordt hieronder verstaan. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in een gemengd gebied, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden. In de omgeving van het plangebied zijn binnen de bebouwingsconcentratie, naast woonbestemmingen een aantal niet-agrarische bedrijfsbestemmingen aanwezig. Op basis van de VNG-publicatie is voor deze niet-agrarische bedrijven nagegaan met welke richtafstanden rekening gehouden dient te worden. Daarbij is uitgegaan van bedrijven en milieuzonering Editie 2009, met richtafstanden voor een gemengd gebied. 4.9.2.2

Bedrijven in de omgeving; Vinkelsestraat 113A

Inleiding Aan Vinkelsestraat 113A is een garage/autowrakkenbedrijf gelegen. De provincie Noord-Brabant heeft op 19 december 2008 een vergunning voor dit bedrijf verleend. (oprichtingsvergunning, dossiernummer 1399024, vergunningnummer 1476860). Bedrijfsactiviteiten De inrichting aan de Vinkelsestraat 113A betreft een inrichting voor het demonteren van autowrakken, het repareren en verkopen van auto’s en de in- en verkoop van gebruikte onderdelen en secundaire materialen afkomstig van autowrakken ten behoeve van materiaal- en producthergebruik. Uit de vergunning blijkt dat er maximaal 1.000 autowrakken per jaar mogen worden geaccepteerd en dat er op enig moment niet meer dan 250 autowrakken en 20 occasions aanwezig mogen zijn. De autowrakken dienen ontdaan te zijn van stoffen welke niet behoren tot de standaarduitrusting van een auto en vloeistoffen in emballage. De opslaghoogte van autowrakken mag op het buitenterrein maximaal 3 meter bedragen. Bij de demontage van auto’s zijn de volgende aspecten van belang. Na binnenkomst van de auto’s dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 10 dagen de hierna genoemde stoffen, preparaten of andere producten uit het autowrak te worden afgetapt of gedemonteerd en te worden opgeslagen.

Dit betreft motorolie, transmissieolie, versnellingsbakolie, olie uit differentieel, hydraulische olie, remvloeistoffen, koelvloeistoffen, ruitersproeiervloeistoffen, aircondioneringsvloeistoffen, benzine, diesel, LPG,

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

45

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

accu inclusief accuzuren, oliefilter, PCB/PCT houdende condensatoren, batterijen en ontplofbare materialen zoals airbags. Na deze werkzaamheden worden de autowrakken afgevoerd naar een inrichting waarin zich een schredderinstallatie bevindt, De autowrakken worden in de inrichting aan Vinkelsestraat 113A verder niet verwerkt. Toets richtlijn Bedrijven en milieuzonering In de richtlijnafstandlijsten voor milieubelastende activiteiten is de vorm van bedrijvigheid die binnen de inrichting aan Vinkelsestraat 113A plaatsvindt verder niet opgenomen. Het is ook niet mogelijk aansluiting te zoeken bij richtlijnafstanden van wel gecategoriseerde bedrijfsactiviteiten, zoals bijvoorbeeld auto-onderdelenfabrieken. Hierna worden de aspecten geur, stof, geluid en gevaar gemotiveerd ten aanzien van de inrichting aan de Vinkelsestraat 113A te Heesch. Geur Binnen het bedrijf zijn er geen noemenswaardige aspecten in het kader van geur te benoemen. Dit aspect is voor de beoogde herontwikkeling dan ook niet limiterend. Stof Binnen de inrichting komen uitlaatgassen van voertuigen en verbrandingsassen van stookinstallaties vrij. Daarnaast worden laswerkzaamheden uitgevoerd, vindt metaalbewerking plaats en vindt aftappen en afleveren van benzine plaats, waardoor emissies naar de lucht plaatsvinden. Uit de vergunning voor de inrichting blijkt dat: −

jaarlijks maximaal 10 kg lastoevoegmateriaal wordt gebruikt;

−

jaarlijks maximaal 10 uur per jaar wordt gezaagd;

−

jaarlijks maximaal 750 liter benzine wordt afgetapt en zelf gebruikt.

Er vinden verkeers- en vervoersbewegingen plaats en er vindt metaalbewerking plaats. In de vergunningsaanvraag voor de bedrijfsvoering aan Vinkelsestraat 113A is een luchtkwaliteitsonderzoek aangeleverd, waaruit blijkt dat de grenswaarden niet overschreden worden. Uit de vergunning blijkt dat de activiteiten geen aanleiding geven tot het beperken van emissies naar de lucht. De noemde activiteiten vinden met name plaats in en om de werkplaats. Op het achterterrein van de locatie vind de aan- en afvoer plaats van autowrakken. Het plangebied is verder van de inrichting gelegen dan andere woningen in de omgeving. Uit het onderzoek blijkt dat de inrichting voldoet aan de kwaliteitseisen. Geluid Bij de beoordeling van geluid, dient rekening gehouden te worden met de handleiding ‘Industrielawaai en vergunningverlening’. Bij de vergunningverlening zijn de gevolgen voor de aangevraagde situatie beoordeeld. Uit deze beoordeling blijkt dat het bedrijf aan Vinkelsestraat 113A uitsluitend in de dagperiode in bedrijf is. De geluiduitstraling wordt met name veroorzaakt door het interne transport en de opslagactiviteiten met behulp van heftruck, bestelwagen en vrachtwagen op het terrein van de inrichting en de aan- en afvoerbewegingen. Daarnaast vinden er ondersteunende activiteiten plaats in de werkplaats.

Voor het in kaart brengen van de geluiduitstraling is ten behoeve van de vergunningverlening een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Het verkeer van en naar de inrichting is zeer beperkt. Uit de vergunning blijkt dat het in dagperiode maximaal gaat om 10 personenauto’s, 1 vrachtwagen en1 be-

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

46

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

stelbus die de inrichting bezoeken. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de aanwezige woningen er een geluidbelasting (langtijd-gemiddeld beoordelingsniveau) plaatsvindt variërend van 26 tot maximaal 39 dB(A), waar een richtwaarde van 45 db(A) is toegestaan. De geluidbelasting op aanwezige woning direct aansluitend aan de locatie Vinkelsestraat 113A, op een afstand van 5 meter tot de perceelsgrens bedraagt 33 dB(A). Binnen het plangebied vindt geluidbelasting op de nieuwe woning plaats. Naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek industrielawaai voor geluid vanuit de inrichting blijkt dat naar verwachting de geluidbelasting tussen niet meer zal bedragen dan 33 dB(A). De Ruimte voor Ruimte woning is immers verder van deze locatie gelegen dan de bestaande woning aan Vinkelsestraat 115. Deze woning blijft ook altijd maatgevend voor geluid vanuit het bedrijf. Het optredende maximale geluidniveau varieert van 50 tot 60 dB(A), waar een maximale grenswaarde van 70 dB(A) is toegestaan in de dagperiode. Niet aannemelijk is dat de richtafstanden ten behoeve van geluid overschreden worden voor de beoogde nieuwe woning. Gevaar Binnen de inrichting aan Vinkelsestraat 113A zijn een aantal stoffen opgeslagen die in het kader van aspect gevaar onderzocht dienen te worden. Dit betreft −

Opslag van afgewerkte olie in een bovengrondse tank van 1.200 liter die is voorzien van een KI-

−

Opslag van benzine (ADR 3) in emballage (maximaal 125 liter) in een kast die voldoet aan de

WA-keurmerk; eisen van PGS 15; −

Opslag van LPG-tanks en –flessen met een gezamenlijke waterinhoud van maximaal 2.500 liter conform de PGS 15.

Het plangebied is verder de inrichting gelegen dan andere bestaande woningen in de omgeving. De vergunning voor de inrichting blijkt dat de inrichting voldoet aan de kwaliteitseisen. Conclusie Uit onderzoek blijkt dat de afstand van het bedrijf aan Vinkelsestraat 113A ten opzichte van de beoogde Ruimte voor Ruimte woning voldoende waarborgen biedt voor een bescherming van deze woning in het kader van geur, stof, gevaar en geluid. Het bedrijf aan Vinkelsestraat 113A ligt direct grenzend aan andere bestaande woningen, waarbij de woning aan Vinkelsestraat 115 gelegen is op een afstand van 5 meter tot de perceelsgrens. De woning binnen het plangebied wordt op een afstand van tenminste 30 meter vanaf de bebouwing aan Vinkelsestraat 113A opgericht. De bestaande woningen zijn altijd maatgevend voor de bedrijfsvoering van dit bedrijf. Hiermee is een goed woon- en leefklimaat binnen plangebied gewaarborgd. 4.9.2.3

Bedrijven in de omgeving; Vinkelsestraat 56

Ten noorden van het plangebied is de caravanstalling en opslaglocatie aan Vinkelsestraat 56 gelegen. Opslag vindt plaats binnen bebouwing. Het bouwvlak voor de nieuwe woning is gelegen op een afstand van meer dan 50 meter tot de perceelsgrens van het bedrijf aan Vinkelsestraat 56. Hiermee wordt voldaan aan de aan te houden richtafstand van 30 meter tot opslaggebouwen binnen gemengd gebied.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

47

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

4.9.2.4

Bedrijf binnen het plangebied

Binnen het plangebied is geen bedrijvigheid aanwezig en dit wordt ook niet bestemd. Deze herbestemming heeft geen invloed op gevoelige objecten in de omgeving voor wat betreft bedrijven en milieuzonering.

4.10 Externe veiligheid 4.10.1

Beleidskader

4.10.1.1 Inleiding Het externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen, activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In de volgende landelijke wetten, besluiten en regelingen zijn normen opgenomen waaraan een nieuwe planologische ontwikkeling moet worden getoetst: −

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bijbehorende regeling (Revi);

−

Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations;

−

Circulaire effectafstanden externe veiligheid LNG-tankstations;

−

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende regeling (Revb);

−

Structuurvisie buisleidingen;

−

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling basisnet;

−

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende regeling (Rarro).

De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water), hoogspanningslijnen; en ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen). 4.10.1.2 Risico-contouren Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in: 1.

Plaatsgebonden Risico (PR): Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk wordt getroffen door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van kwetsbare objecten, alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten;

2.

Groepsrisico (GR): Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gestelde norm is een oriënterende waarde waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

48

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

4.10.1.3 Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Dit is opgenomen in navolgende tabel. Bron

Wanneer groepsrisicoverantwoording?

Inrichtingen (Bevi) Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Buisleidingen

Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan

(Bevb)

met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.

Weg, spoorweg of Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan binnenwater (Bevt) met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 3) personen zich buiten de 200 meter-zone bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Tabel 6: Tabel met verantwoordingsplicht groepsrisico's

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. 4.10.1.4 Overige wet- en regelgeving Ook wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening‘ onder andere getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit, Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’. 4.10.1.5 Gemeentelijke beleidskader De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid. Deze visie is in 2008 vastgesteld voor de gemeenten Lith, Maasdonk, Bernheze en Landerd. In deze visie wordt invulling gegeven aan de omgang met externe veiligheidsaspecten binnen de gemeente Bernheze. De beleidsvisie bevat geen gebiedstypering of uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden voor de verantwoording van het groepsrisico.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

49

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

4.10.2

Toets

4.10.2.1 Risicovolle inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig die vallen onder het Bevi. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de risicokaart externe veiligheid waarop de ligging van het plangebied is aangeduid. Inrichtingen vormen geen belemmering voor herbestemming van het plangebied.

Plangebied

Figuur 15: Uitsnede risicokaart externe veiligheid waarop de ligging van het plangebied is aangeduid

4.10.2.2 Transport van gevaarlijke stoffen Wegtransport De dichtstbij het plangebied gelegen weg waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt is de rijksweg A59. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 2,7 kilometer ten zuiden van deze weg. Hiermee is het plangebied gelegen buiten de risicocontour van deze weg. Over het wegvak in de omgeving van het plangebied kan de gevaarlijke stof LT21 worden vervoerd. LT2 heeft een invloedsgebied van 880 meter. Het plangebied is hiermee buiten dit invloedsgebied gelegen. Transportleidingen Op een afstand van circa 765 meter ten noordwesten van het plangebied bevindt zich een ondergrondse buisleiding van Gasunie Transport Services B.V. De leiding bevindt zich op dermate afstand dat deze geen belemmering oplevert voor deze herbestemming. Het plangebied is buiten de risicocontour en buiten het invloedsgebied van deze gasleiding gelegen. Luchtvaart, Spoorwegen, waterwegen en hoogspanningslijnen Er zijn vanuit luchtvaart geen belemmeringen herbestemming van het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn geen waterwegen of spoorwegen gelegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. In de omgeving van het plangebied zijn ook geen hoogspanningslijnen aanwezig. Deze aspecten hebben geen invloed op dit plan.

4.10.2.3 Groepsrisico Het plangebied is niet gelegen binnen een risicocontour in het kader externe veiligheid. Het plangebied is wel gelegen binnen het invloedsgebied van de rijksweg A59. Het invloedsgebied van de A59

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

50

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

bedraagt 3 kilometer. Het plan ligt op circa 2,7 kilometer van de A59. Het plan ligt hiermee ruim buiten de veiligheidszone en er is voor deze weg in de nabijheid van het plangebied geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied. De afstand is dermate groot dat bij een ramp op de rijksweg op die afstand de gevolgen beperkt zullen zijn als gevolg van de toename van de populatie.

4.11 Luchtkwaliteit 4.11.1

Beleidskader

4.11.1.1 Inleiding Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: 1. beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en; 2. voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. 4.11.1.2 Uitstoot van schadelijke stoffen De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma. Binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. 4.11.1.3 Blootstelling aan verontreiniging In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd.

Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof:

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.

De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide:

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³.

4.11.1.4 Besluit gevoelige bestemmingen Het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) beperkt de vestiging van ‘gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en Rijkswegen. Het besluit richt zich op bescherming van mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Dit zijn vooral kinderen, ouderen en zieken. Daarom stelt het besluit onderzoekszones in. Binnen die onderzoekszones is luchtkwaliteitsonderzoek nodig. Deze zone betreft een breedte van 300 meter breed bij Rijkswegen

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

51

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

en 50 meter bij provinciale wegen, aan weerszijde van deze wegen. Het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming' mag niet toenemen als de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden.

4.11.2

Toets

4.11.2.1 Uitstoot schadelijke stoffen Met dit plan wordt één woning toegevoegd binnen het plangebied. Daarmee valt dit plan onder het begrip ‘niet in betekenende mate’, waardoor de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht in het kader van de Wet luchtkwaliteit. Er is geen sprake van substantiële verkeersaantrekkende werking door deze herbestemming. Het verkeer dat toeneemt door realisatie van de woning betreft overigens ook slechts personenautoverkeer. 4.11.2.2 Uitstoot van gevaarlijke stoffen Fijnstof Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 voor het plangebied en directe omgeving weer.

Plangebied

Figuur 16: Fijnstof 2018 PM10 (bron: Atlas leefomgeving) voor het plangebied

Plangebied

Figuur 17: Fijnstof 2018 PM2,5 (bron: Atlas leefomgeving) voor het plangebied

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

52

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

Voor het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 20-21 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 12-13 µg/m³. Hiermee is sprake van een goed woon- en leefklimaat in het kader van fijnstof. Stikstofdioxide Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO2 ter plaatse van het plangebied en directe omgeving weer.

Plangebied

Figuur 18: Stikstofdioxide 2018 (bron: Atlas leefomgeving) voor het plangebied

Binnen het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie NO2 van 16-18 µg/m³. Hiermee is sprake van een goed woon- en leefklimaat in het kader stikstofdioxide. 4.11.2.3 Besluit gevoelige bestemmingen De toe te voegen woning betreft geen gevoelige bestemming in het kader van de luchtkwaliteit. Het besluit gevoelige bestemming is niet van toepassing op herbestemming van het plangebied.

4.12 MER 4.12.1

Inleiding

De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten.

4.12.2

Beleidskader

4.12.2.1 Inleiding De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (“m.e.r.“) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een MER te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming no-

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

53

Ruimte voor Ruimte Vinkelsestraat ong. bij 60 Vinkel - Toelichting

dig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarde dient een MER te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof en het daarop aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een MER nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden (vergewisplicht). In het Besluit m.e.r. staan alle activiteiten opgenomen waarvoor een milieueffectrapportage (MER), aanmeldingsnotitie of vormvrije-mer noodzakelijk is. In deze mer-beoordeling worden de milieugevolgen van het plan in beeld gebracht. Als gevolg van de herziening van de m.e.r. richtlijn is nu wettelijk verankerd dat verzachtende maatregelen mogen worden meegenomen in de (vormvrije) m.e.r.beoordeling. Er is namelijk vastgelegd dat het bevoegd gezag deze nadrukkelijk dient te beschouwen in de beslissing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=6aa9f594-df76-44a4-b2f1-cd78e93fcca5