CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting BP Menzel 47

Raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Menzel 47, Nistelrode *17.593 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

29

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

4.2.2.3

Keur waterschap Aa en Maas 2015

De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. 4.2.2.4

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen

De drie Brabantse waterschappen hanteren dezelfde uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², toename van een verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10.000 m² en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m². Op basis van de Keur en deze beleidsregel wordt geen compensatie vereist voor plannen met een toename van verhard oppervlak van minder dan 500 m². Het hemelwater afkomstig van het toegenomen verhard oppervlak mag naar bestaand oppervlaktewater worden afgevoerd.

Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat. 4.2.2.5

Gemeentelijk waterbeleid

In verband met voorkomende wateroverlast binnen de gemeente Bernheze wordt door de gemeente Bernheze eveneens een compensatie verlangd voor het bergen van hemelwater bij een nieuw verhard oppervlak met een omvang van minder dan 2.000 m². De bergingsbehoefte wordt daarbij bepaald op basis van 60 mm per m² toevoeging verharding.

4.2.3

Toets

4.2.3.1

Keur

Het plangebied is op de kaart behorende bij de Keur niet aangewezen als gelegen in beschermd gebied of attentiegebied. Er volgen geen voorwaarden voor deze herbestemming uit de Keur. 4.2.3.2

Beleid hemelwaterzorgplicht en regels watertoetsproces

Binnen het plangebied worden alle stallen gesloopt en wordt alle erfverharding buiten de woonbestemming verwijderd. Dit heeft een forse afname van het verhard oppervlak tot gevolg. Binnen het plangebied is sprake van toevoeging van één woning. Hemelwater dient voor deze woning te worden geïnfiltreerd op eigen terrein. Dit is een voorwaarde die aan de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit is verbonden.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

30

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

4.2.3.3

Wateraspecten binnen het plangebied

Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater gelegen. Het plangebied is gelegen op de overgang tussen een hoge zwarte enkeerdgrond bestaande uit grof zand (zEZ30) en een veldzolgrond bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (Hn21). Het plangebied is gelegen op een hoogte van circa 15 meter boven NAP en er sprake van een GHG van circa 120-140 cm-mv. Navolgende figuur geeft een uitsneden van de GHG waarop de ligging van het plangebied is aangeduid.

Plangebied

Figuur 9: uitsnede kaart met GHG voor de omgeving van het plangebied

De bodem is geschikt voor infiltratie van hemelwater en het terrein is groot ten opzichte van de verharding. De omvang aan verhard oppervlak neemt substantieel af en er is een diepe GHG binnen het plangebied. Hiermee kan het hemelwater altijd op eigen terrein worden verwerkt. Er is binnen het plangebied ook voldoende ruimte voor hemelwaterinfiltratie. In de regels van dit bestemmingsplan is hemelwaterinfiltratie op eigen terrein verankerd. Er dient waterberging te worden gerealiseerd met een omvang van 60 mm berging per m² verharding.

4.3

Cultuurhistorie

4.3.1

Beleidskader

Als gevolg van de Wet Modernisering Monumentenzorg dient binnen een ruimtelijk plan aandacht aan cultuurhistorie te worden besteed. Cultuurhistorie dient gebiedsgericht benaderd te worden, waarbij niet te veel focus op losse elementen ligt, maar meer op samenhang en context. Het karakter van een gebied of structuur is hierbij een uitgangspunt. Navolgende figuur betreft een uitsnede uit de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant waarop de ligging van het plangebied is aangeduid.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

31

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

Figuur 10: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart provincie Noord-Brabant

De gemeente Bernheze het gemeentelijk erfgoed in beeld gebracht en vastgelegd op de Cultuurhistoriekaart Bernheze. Navolgende figuur geeft een uitsnede voor deze kaart voor de omgeving van het plangebied.

Plangebied

Figuur 11: Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart van Bernheze waarop de ligging van het plangebied is aangeduid

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

32

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

4.3.2

Toets

4.3.2.1

Omgeving

De occupatie binnen de gemeente Bernheze is ontstaan op de rand van de beekdalen en de hoger gelegen zandgronden. In de periode tussen de 15e en 18e eeuw werden ten behoeve van de landbouw, woeste gronden ontgonnen grenzend aan de beekdalen. Vanaf het midden van de 19e eeuw heeft grootschalige heideontginning tot forse uitbreiding van de landbouwgronden geleid. Het landschap in de omgeving van het plangebied in de Centrale Slenk (Heesch, Loosboek, Heeswijk, Dinther, Vorstenbosch) bestaat voor een groot deel uit (al dan niet verspoelde) dekzandvlakten. Hierop zijn later hoofdzakelijk veld- en laarpodzolen en beekeerdgronden ontstaan. Hiertussen liggen langgerekte dekzandruggen, dekzandwelvingen en afzettingen van de riviertjes de Aa en de Leigraaf. Met name op deze voor bewoning en beakkering aantrekkelijke delen van het landschap zijn in de loop van de Late Middeleeuwen door plaggenbemesting de zogenaamde enkeerdgronden (plaggendekken of esdekken) ontstaan. Enkeerdgronden hebben in Bernheze als bodemtype qua oppervlakte slechts een bescheiden aandeel (20%). Op historische topografische kaarten staan rondom de kernen Heesch, Loosbroek en Vorstenbosch oude bouwlandcomplexen aangegeven, deze bevinden zich op de wat hoger gelegen (meestal lemiger) dekzandruggen. Deze gronden zijn aangeduid als een oude akker (esdek).

Voor de ontwikkeling van de nederzettingen binnen de gemeente Bernheze is met name de ligging aan belangrijke doorgaande routes tussen grotere plaatsen in de omgeving van belang. De oorspronkelijke dorpslinten die aan deze routes zijn ontstaan zijn waardevol als historische structuur. Daarnaast liggen in het buitengebied ook enkele bebouwingsconcentraties die cultuurhistorisch van belang zijn. De bebouwingsconcentratie Menzel is er daar één van. Deze bebouwingsconcentratie is aangeduid als ‘oude bebouwingsconcentratie’. Menzel is een oude langgerekte nederzetting die nog als zodanig herkenbaar is in het landschap. De weg Menzel is aangeduid als een tracé met een redelijke hoge waarde. En tevens als schaapdrift. Binnen de bebouwingsconcentratie zijn drie panden gelegen die zijn aangeduid als ‘overig historische bouwkunst’. 4.3.2.2

Plangebied

Menzel betreft een oud wegtracé met redelijk hoge cultuurhistorische waarde. Het plangebied is functioneel bestemd en in gebruik voor de veehouderij. Binnen het plangebied vindt sloop van niet cultuurhistorisch waardevolle stallen plaats. Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Deze herbestemming leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden in de omgeving.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

33

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

4.4

Archeologie

4.4.1

Inleiding

De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Tijdens het opstellen van bestemmingsplannen houdt de gemeente rekening met archeologische waarden. Ook maakt de gemeente meestal de afweging of archeologische waarden in situ behouden moeten blijven of kunnen worden opgegraven.

4.4.2

Beleidskader

De gemeente Bernheze heeft in navolging van het rijksbeleid gemeentelijk archeologiebeleid geformuleerd. Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze’ en de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze’. Op basis van deze documenten, is de gemeente Bernheze in staat om op verantwoorde wijze een archeologiebeleid te implementeren. Met dit beleid wordt een juiste balans gevonden tussen een goede omgang met het archeologisch erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze’ waarop het plangebied is aangeduid.

Plangebied

Figuur 12: Uitsnede van de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze’ waarop de ligging van het plangebied is aangeduid

4.4.3

Toets

4.4.3.1

Verwachtingswaarden

Het plangebied is deels, aan de straatzijde, aangeduid als gelegen in een gebied met een hoge archeologische waarde, categorie 3, en daarachter met een hoge archeologische verwachtingswaarde, categorie 4. Binnen deze gebieden geldt een onderzoeksplicht naar eventueel aanwezige archeologische waarden bij een verstoringsdiepte van dieper dan 40 centimeter beneden maaiveld over een oppervlakte van meer dan 250 m².

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

34

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

4.4.3.2

Verstoring

In het vigerende bestemmingsplan is het plangebied bestemd met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Het plangebied is in de huidige situatie grotendeels bebouwd met opstallen ten behoeve van de varkenshouderij en een bedrijfswoning. De ondergrond bij deze bebouwing is verstoord. Op deze gronden is geen sprake van behoud van archeologische waarden. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ is op onverstoorde gronden overgenomen in de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. Hiermee is zeker gesteld dat met deze herbestemming geen archeologische waarden verloren gaan. Het is niet aannemelijk dat onverstoorde gronden binnen het plangebied geroerd worden boven de drempelwaarden. 4.4.3.3

Meldplicht

In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de Minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11.

4.5

Natuur

4.5.1

Beleidskader

4.5.1.1

Gebiedsbescherming

De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000 gebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. Ten aanzien van de gebiedsbescherming dienen plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. 4.5.1.2

Stikstofdepositie

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient vastgesteld te zijn of een ontwikkeling leidt tot een effect op een Natura 2000 gebied. Met Aerius Calculator wordt de stikstofdepositie bij een ontwikkeling bepaald. Voor de berekening in Aerius Calculator wordt de gebruiksfase beoordeeld. Dit betreft alleen de aantrekkende werking van het verkeer indien er sprake is van nieuwbouw en dus gasloos wordt gebouwd. Uitgaande van gasloos bouwen bij nieuwe ontwikkelingen wordt in de Aerius Calculator geen emissie meer gerealiseerd in de gebruiksfase berekent bij gebruik van aardgas. Voor de realisatie van woningen heeft overheid in de ‘Handreiking woningbouw en Aerius’ kengetallen bepaald die bij realisatie van enkele woningen binnen een afstand van vijf kilometer tot een Natura2000 gebied kunnen worden gehanteerd. Dit betreft de navolgende kengetallen. −

Emissie woning tijdens gebruiksfase: geen.

−

Emissie uit verkeer tijdens gebruiksfase: 0,27 kg NOx per woning.

Voor een aantal van minder dan 50 woningen op een afstand van meer dan vijf kilometer van en Natura 2000 gebied is geen sprake van een effect op dit gebied.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

35

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

4.5.1.3

Soortenbescherming

Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient vooraf een beoordeling plaats te vinden.

4.5.2

Toets

4.5.2.1

Gebiedsbescherming

In de wijde omgeving van het plangebied zijn geen beschermde natuurgebieden gelegen. Binnen een afstand van meer dan 20 kilometer tot het plangebied is geen Natura 2000 gebied gelegen. In de omgeving van het plangebied is wel Natuur Netwerk Brabant gelegen. Sanering van de veehouderij in samenhang met de realisatie van één Ruimte voor Ruimte woning heeft per saldo een positief effect op natuurgebieden door intrekking van de vergunning voor het houden van dieren. 4.5.2.2

Stikstofdepositie

Binnen het plangebied wordt één woning gerealiseerd. Het plangebied is niet gelegen binnen een afstand van vijf kilometer tot een voor stikstof gevoelig natuurgebied. Bovendien wordt binnen het plangebied een intensieve veehouderij gesaneerd. Deze ontwikkeling leidt niet tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol per hectare per jaar. 4.5.2.3

Soortenbescherming

Door Exlan is een quick scan soortenbescherming uitgevoerd. Deze quick scan met datum 30 maart 2021 en rapportnummer EP.20.1108 versie 2 behoort als bijlage bij deze toelichting. De conclusies uit dit rapport zijn hierna opgenomen. “Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.”

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

36

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

Uit het onderzoek blijkt dat met deze herbestemming geen sprake is van de aantasting van flora en fauna waarden.

4.6

Geluid

4.6.1

Beleidskader

4.6.1.1

Wegverkeerslawaai

De Wet geluidhinder biedt geluidsgevoelige bestemmingen bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de wet is beperkt tot een geluidszone langs wegen. 4.7.1.2

Industrielawaai

Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluidproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe.

4.6.2

Toets

4.6.2.1

Wegverkeerslawaai

Het plangebied is gelegen aan de Menzel. De bestaande bedrijfswoning aan Menzel 47 wordt herbestemd naar een reguliere burgerwoning. Voor deze herbestemming is geen akoestisch onderzoek noodzakelijk. Binnen dit plangebied wordt één Ruimte voor Ruimte woning gerealiseerd naast Menzel 47. De Menzel is een weg met doorgaans alleen bestemmingsverkeer voor de inrichtingen en woningen aan de Menzel. Vanwege het beperkte aantal woningen en inrichtingen aan deze weg mag worden gesteld dat de verkeersintensiteit op deze weg zeer laag is. Dit valt ook op te maken uit het verkeersmodel Brabant Brede Model Aanpak (BBMA) beheerd door de Provincie Noord-Brabant. Uit het model blijkt dat de verkeersintensiteit voor het prognosejaar 2030 lager is dan 400 motorvoertuigen per etmaal. Bij deze verkeersaantallen in combinatie met de afstand van 15 meter tussen de voorgevel van de nieuwe woning en de weg mag worden gesteld dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden als gevolg van het wegverkeerslawaai op de Menzel. Daarnaast zal met een standaard geluidwering van 20 dB in de woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden behaald van 33 dB.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

37

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

4.6.2.2

Industrielawaai

In de omgeving van het plangebied is slechts sprake van woonbestemmingen en agrarische bedrijven. De bedrijfswoning aan Menzel 47 wordt herbestemd naar een reguliere woonbestemming. Hiervoor is geen akoestisch onderzoek noodzakelijk. In het plangebied wordt één Ruimte voor Ruimte woning aan De Menzel naast Menzel 47 toegevoegd. In de omgeving van het plangebied is aan Menzel 51 een agrarisch inrichting gelegen. Het is aannemelijk dat het bedrijf niet wordt beperkt in haar ontwikkelingen door komst van de Ruimte voor Ruimte woning. Deze conclusie wordt gesteld omdat: −

De inrichting aan Menzel 51 valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor agrarische bedrijven geldt dat bij de beoordeling van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau alleen vast opgestelde installaties en toestellen worden betrokken. Omdat deze inrichting een rundveehouderij betreft, zijn er over het algemeen geen relevante vast opgesteld installaties en toestellen. Er is bijvoorbeeld geen sprake van onder andere een luchtwasser.

−

De afstand tussen waar de activiteiten plaatsvinden en de beoogde nieuwe woning is ruim 70 meter. Op deze afstand mag de inrichting in de maatgevende nachtperiode (22.00-06.00 uur) piekgeluiden veroorzaken tot circa 115 dB(A) om niet te worden belemmerd in haar bedrijfsvoering. Er is geen reden om aan te nemen dat hogere piekniveaus nodig zijn. Daarnaast liggen er tussen de locatie waar relevante piekniveaus kunnen optreden bestaande gebouwen die zorgen voor geluidafscherming.

Binnen het plangebied is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig voor wat betreft geluid vanuit industrielawaai.

4.7

Geur

4.7.1

Inleiding

In het kader van een goede ruimtelijke ordening bestaat de toets in het kader van geur uit twee aspecten. Ten eerste dient te worden aangetoond dat binnen het plangebied sprake is van een goed woonen leefklimaat. Ten tweede dient te worden aangetoond dat veehouderijbedrijven door de ontwikkeling niet onevenredig in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad.

4.7.2

Beleidskader

4.7.2.1

Activiteitenbesluit

Per 1 januari 2013 is het Activiteitenbesluit in werking getreden. Veel veehouderijen vallen in hun geheel onder het Activiteitenbesluit. Dit geldt voor alle veehouderijen waar niet meer dieren worden gehouden dan: 1.200 vleesrunderen, 2.000 schapen of geiten, 3.750 gespeende biggen, 200 stuks melkrundvee (exclusief vrouwelijk jongvee), 340 stuks vrouwelijk jongvee (inclusief overig melkvee), 100 paarden, 50 overige landbouwhuisdieren, 750 zeugen, 2.000 vleesvarkens, 40.000 stuks pluimvee. De Wet geurhinder en veehouderij en de Wet ammoniak en veehouderij zijn voor deze bedrijven niet van toepassing. De eisen uit de wetten zijn wel als voorschriften opgenomen in het Activiteitenbesluit.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

38

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

4.7.2.2

Wet geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij vormt het toetsingskader voor vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Voor een concentratiegebied geldt een maximale geurbelasting van 3 ouE/m³ binnen de bebouwde kom en een norm van 14 ouE/m³ buiten de bebouwde kom. Het is mogelijk om middels een verordening maatwerk per gebied te bieden. De gemeente kan zo een balans vinden tussen de gewenste ruimte voor de veehouderijen enerzijds en de bescherming van gevoelige objecten anderzijds. Ten opzichte van dieren van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld (bijvoorbeeld rundvee en paarden), dienen op grond van de wet vaste afstanden aangehouden te worden. De afstand tussen een geurgevoelig object en een dergelijke veehouderij dient, indien het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom gelegen is, minimaal 50 meter te bedragen en indien het binnen de bebouwde kom is gelegen minimaal 100 meter. 4.7.2.3

Gemeentelijk beleidskader

De gemeente Bernheze heeft bij raadsbesluit van 12 december 2013 de ‘verordening geurhinder en veehouderij gemeente Bernheze 2013’, de ‘beleidsregel ruimtelijke ontwikkeling en geurhinder gemeente Bernheze 2013’ en ‘geurgebiedsvisie 2013’ vastgesteld. Dit beleid heeft betrekking op het beschermen van burgers tegen geurhinder, daarbij veehouderijen niet onnodig beperken en het mogelijk maken van gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. In de beleidsregel is opgenomen dat als de achtergrondbelasting geclassificeerd kan worden als ‘voldoende’ er dan vanuit het deelaspect ‘cumulatieve geurhinder uit stallen van veehouderijen’ geen belemmeringen zijn om mee te werken aan een ruimtelijk initiatief. Bij vergunningverlening bij agrarische bedrijven geldt voor de voorgrondbelasting een geurnorm van 3 ouE/m³ voor bestaande woongebieden. De gemeenteraad heeft een geurnorm van 8 ouE/m³ vastgesteld voor bestaande bedrijventerreinen in de bebouwde kom, extensiveringsgebieden rondom kernen, extensiveringsgebieden natuur en woonwerkontwikkelingsgebieden. Voor overige gebieden geldt een geurnorm van 10 ouE/m³. Voor bebouwingsconcentraties in verwevingsgebieden is opgenomen dat artikel 4 van toepassing is verklaard.

In dit artikel is een vaste afstand opgenomen die in acht moet worden genomen van 50 meter binnen de bebouwde kom respectievelijk 25 meter buiten de bebouwde kom voor veehouderijen waar dieren worden gehouden waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld. Navolgende kaart geeft een uitsnede uit kaart met geurnormen voor de omgeving van het plangebied.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

39

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

Plangebied Figuur 13: Uitsnede geurnormenkaart van de gemeente Bernheze voor de omgeving van het plangebied

Voor het plangebied geldt derhalve een norm van 8 ouE/m³ in het kader van vergunningverlening voor agrarische bedrijven. 4.7.2.4

Voorgrondbelasting

Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dichtst bij het geurgevoelige object is gelegen. De voorgrondbelasting is maatgevend bij een ontwikkeling indien deze tenminste de helft van de waarde van de achtergrondbelasting betreft. 4.7.2.5

Achtergrondbelasting

Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. De achtergrondbelasting is een maat voor het leefklimaat. Er dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te zijn.

4.7.3

Toets

4.7.3.1

Voorgrondbelasting

In de directe omgeving van het plangebied zijn aantal agrarische bedrijven gelegen die een direct effect op het plangebied hebben in het kader van de voorgrondbelasting. Aan Menzel 51 en Menzel 53 zijn veehouderijen gelegen waarvoor geen emissiefactor, maar een vast aan te houden afstand van 50 meter geldt. Op de locatie aan De Erven 5 is een vergunning verleend voor het houden van 6 geiten. Dit heeft geen grote voorgrondbelasting tot gevolg. Aan Kraaienweg 5 is een gemengd bedrijf met melkvee en varkens gelegen. Er is naast het mogen houden van melkvee, een vergunning verleend voor het houden van 1.716 vleesvarkens. Dit bedrijf is ten opzichte van het plangebied de dominante veehouderij voor de voorgrondbelasting. De voorgrondbelasting van de dominante veehouderij is hierna opgeno-

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

40

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

men. De invoergegevens van de veehouderij zijn overgenomen uit de laatst verleende omgevingsvergunning voor het bedrijf.

Tabel 6: Voorgrondbelastingberekening van het bedrijf aan Kraaienweg 5 ten opzichte van het plangebied

De woning aan Menzel 47 is reeds een bestaande woning. De woning aan Realisatie van de Ruimte voor Ruimte woning leidt niet tot een onacceptabel woon- en leefklimaat. Op grond van de ‘beleidsregel ruimtelijke ontwikkeling en geurhinder gemeente Bernheze 2013’ geldt dat er op grond van de achtergrondbelasting wordt beoordeeld of er belemmeringen zijn voor medewerking aan een initiatief. 4.7.3.2

Achtergrondbelasting

De achtergrondbelasting is voor het plangebied doorgerekend met behulp van het programma VStacks gebied. Ten behoeve van de berekening van de achtergrondbelasting dienen de veehouderijen binnen een straal van 4 kilometer rondom het plangebied beoordeeld te worden. Hiertoe zijn alle bedrijven binnen de gemeente Bernheze en Uden ingevoerd. Tevens zijn twee veehouderijen in de gemeente Landerd gelegen binnen een afstand van vier kilometer tot het plangebied. Deze bedrijven zijn ook opgenomen in de geurberekening. De invoergegevens van de veehouderijbedrijven zijn afkomstig uit de database van het Bestand Veehouderijbedrijven van de provincie Noord-Brabant (13 april 2021). Voor de veehouderij dit het dichtstbij het plangebied gelegen is, is de vergunning voor dit bedrijf ingevoerd. De emissie van de te saneren veehouderij binnen het plangebied is uit het bestand gehaald. Navolgende tabel geeft de invoergegevens en berekende achtergrondbelasting voor het plangebied weer. Rasterpunt linksonder

x: 166731

Rasterpunt linksonder

y: 409921

Gebied lengte

(x): 4000 m , aantal gridpunten: 50

Gebied breedte

(y): 4000 m , aantal gridpunten: 50

Berekende ruwheid

0,34

Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID

X-coor

Y-coor

Geurbelasting [OU/m³]

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

41

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

RvR NW

168731

411921

7,426

RvR NO

168748

411928

6,759

RvR ZO

168766

411894

8,475

RvR ZW

168744

411884

9,664

M47-1

168710

411870

11,808

M47-2

168728

411876

10,662

M47-3

168706

411880

10,811

M47-4

168724

411886

9,984

Tabel 5: Achtergrondbelasting binnen het plangebied

Plangebied

Figuur 14: Achtergrondbelasting voor het plangebied en omgeving

Binnen het plangebied bedraagt de maximale achtergrondbelasting voor de beoogde Ruimte voor Ruimte woning 6,8 ouE/m³. Voor de bestaande woning bedraagt de achtergrondbelasting na sanering van het agrarisch bedrijf binnen het plangebied 8,7 ouE/m³. Ingevolge de ‘Beleidsregel geur en ruimtelijke plannen 2013 gemeente Bernheze’ is er ter plaatse van de planlocatie sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat, wanneer het woon- en leefklimaat minder dan 20 ouE/m³ bedraagt. Hiervan is sprake binnen het plangebied. Binnen het plangebied is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. 4.7.3.3

Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven

Artikel 3, tweede lid Wet geurhinder en veehouderij bepaalt dat de vaste afstand tussen een veehouderij en een woning die op of na 19 maart 2000 is gebouwd op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij, in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij en in samenhang met de sloop van de bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van de veehouderij, ten minste 50 meter dient te bedragen indien die woning is gelegen buiten de bebouwde kom. Artikel 3, derde lid Wet geurhinder en veehouderij stelt dat artikel 3, lid 2 van overeenkomstige toepassing is op een geurgevoelig object dat op de in dat lid bedoelde kavel aanwezig is.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

42

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

De huidige agrarische bedrijfswoning aan Menzel 47 wordt herbestemd naar een woonbestemming. Tevens wordt binnen het voormalig bouwvlak voor de varkenshouderij een Ruimte voor Ruimte woning toegevoegd. Op grond van artikel 3 Wet geurhinder en veehouderij dient derhalve een afstand aangehouden te worden van ten minste 50 meter tot een veehouderij. Aan deze afstand wordt voldaan. Hiermee worden door de herbestemming geen belemmeringen geschapen. Er is bovendien sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.8

Gezondheid

4.8.1

Beleidskader

4.8.1.1

Endotoxinen

De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze advieswaarde kan ervan uitgegaan worden dat de gezondheid van omwonenden van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden.

De gemeente Bernheze heeft geen gemeentelijk beleid vastgesteld ten aanzien van aanwezige endotoxine contouren binnen de gemeente. 4.8.1.2

Geitenhouderijen

Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans dan gemiddeld hebben op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot twee kilometer is er sprake van een vergroot risico.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

43

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

4.8.1.3

Gewasbeschermingsmiddelen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor spuitzones in verband met het risico’s voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden.

4.8.2

Toets

4.8.2.1

Toets van de ontwikkeling aan Handreiking aan endotoxinen en geitenbedrijven

Stap 1 In stap 1 van de handreiking wordt getoetst aan endotoxine. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Varkenshouderijen In de omgeving van het plangebied is aan Kraaienweg 5 een gemengd bedrijf met melkvee en varkens gelegen. Dit betreft de enige locatie waar varkens gehouden worden binnen een afstand van 250 meter tot het plangebied. Met een fijnstof uitstoot van 201 kg per jaar op de locatie is sprake van een endotoxinen-contour van 87 meter. Het bouwvlak voor de veehouderij aan Kraaienweg 5 bestaat uit twee onderdelen die met een relatie met elkaar verbonden zijn. De bedrijfswoning met bijgebouw zijn aan Menzel 48 gelegen. De stallen voor het melkvee en de varkens zijn gelegen aan Kraaienweg 5. Navolgende tabel geeft een beeld van emissiepunten van de veehouderij, ontleend aan de vergunning Wet milieubeheer en afstanden van deze emissiepunten tot het plangebied en dichterbij deze stallen gelegen woningen. Stal

X-

Y-

coördinaat

coördinaat

Dieren

Afstand tot

Afstand tot Ruimte

Afstand tot dichtstbij dit

woning

voor Ruimte

punt gelegen burgerwo-

Menzel 47

woning

ning

1

168688

411720

1716 vleesvarkens

150 meter

177 meter

145 meter, Menzel 41

2

168585

411696

144 melkkoeien

212 meter

248 meter

131 meter, Menzel 40

3

168562

411698

37 melkkoeien

224 meter

262 meter

130 meter, Menzel 40

101 stuks jongvee Tabel 7: Emissie en afstanden tot het plangebied

Het plangebied is niet gelegen binnen een afstand van 87 meter tot een emissiepunt van de veehouderij aan Kraaienweg 5. Bij verplaatsen van het emissiepunt van de veehouderij wordt de Ruimte voor Ruimte woning nooit de eerste woning binnen de mogelijke afstand. Andere burgerwoningen dan wel de bestaande woning aan Menzel 47 zijn dan maatgevend. In het kader van endotoxinen vanuit deze veehouderij is sprake van een goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

44

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

Pluimveehouderijen Binnen een afstand van 1 kilometer tot het plangebied is geen locatie aanwezig waar pluimvee gehouden wordt. Stap 2 Toets aan toename van emissies. Dit is niet van toepassing omdat het plan geen uitbreiding van een veehouderij betreft. Stap 3 In stap 3 wordt getoetst aan geur. Bij 3b wordt voor geur getoetst aan de gezondheidskundige advieswaarden. Deze zijn maatgevend ten opzichte van stap 3a. Voor het buitengebied zijn deze waarden: −

5 ouE/m3 voor de voorgrondbelasting. Deze norm wordt overschreden;

−

10 ouE/m3 voor de achtergrondbelasting. Deze norm wordt niet overschreden;

−

100 meter voor de afstand tussen de rand van een bedrijf en de gevel van het geurgevoelige object. Er wordt voldaan aan de vaste afstand.

De norm van 5 ouE/m³ voor de voorgrondbelasting wordt binnen het plangebied overschreden. De door de gemeente Bernheze vastgestelde geurnormen worden echter niet overschreden. De herbestemming van de woning aan Menzel 47 en realisatie van de Ruimte voor Ruimte woning vindt plaats in samenhang met sanering van de veehouderij binnen het plangebied. Deze herbestemming leidt tot een kwaliteitverbetering binnen de omgeving in het kader van endotoxinen, geur en woon- en leefklimaat. Gemotiveerd wordt afgeweken van stap 3 van de handreiking. Stap 4 Er zijn geen bedrijven in de omgeving waar bedrijfsmatig een combinatie van de volgende dieren worden gehouden: •

Varkens en pluimvee;

•

Rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten);

•

Kleine herkauwers onderling.

Aan stap 4 wordt voldaan. Stap 5 In stap 5 wordt getoetst aan de afstand tot een geitenhouderij of een pluimveebedrijf. Binnen de gemeente Bernheze zijn diverse geitenhouderijen gelegen. Twee bedrijven waar ook een aantal geiten zijn gelegen op korte(re) afstand tot het plangebied. Dit is weergegeven in navolgende tabel. Locatie

Aantal geiten

Afstand tot woning

Afstand tot Ruimte

Afstand tot dichtstbij het bedrijf

Menzel 47

voor Ruimte

gelegen burgerwoning

woning De Erven 5

5 stuks

78 meter

78 meter

27 meter, Menzel 56

Menzel 22

6 stuks

470 meter

505 meter

127 meter, Menzel 26

Tabel 8: Beeld van locaties waar geiten gehouden kunnen worden tot het plangebied

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

45

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

Deze herbestemming ziet toe op herbestemming van een bedrijfswoning bij een veehouderij bij sanering van deze veehouderij en realisatie van één woning binnen een bebouwingsconcentratie. Tussen deze woning en de geitenhouderijen zijn andere gevoelige objecten gelegen. Het belang van realisatie van deze woning en de ligging van deze woning tot de geitenhouderijen in de omgeving is afgewogen en beoordeeld. Het aantal geiten dat gehouden wordt op de locaties is zeer kleinschalig. Bij uitbreiding van deze omvang zijn andere, reeds bestaande burgerwoningen maatgevend. De toevoeging van de beoogde woning en herbestemming van de bestaande bedrijfswoning leidt niet tot een onacceptabel gezondheidsrisico. Stap 6 Er bevindt zich geen zelfstandige mestbewerking of verwerking plaats. Aan stap 6 wordt voldaan Stap 7 Er is er geen ongerustheid bij omwonenden over de volksgezondheid. Aan 7 wordt daarmee voldaan. 4.8.2.2

Gewasbeschermingsmiddelen

In de nabijheid van het plangebied is geen sprake van teelt van gewassen waarop gewasbeschermingsmiddelen (kunnen) worden toegepast. Dit aspect is niet aan de orde bij deze herbestemming.

4.9

Bedrijven en milieuzonering

4.9.1

Beleidskader

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking Bedrijven en Milieuzonering. Deze lijst geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In deze lijst worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. Deze richtafstanden gelden tussen enerzijds de grens van een bedrijfsbestemming en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is.

4.9.2

Toets

4.9.2.1

Inleiding

In de omgeving van het plangebied slechts woningen en agrarische bedrijven gelegen. Het plangebied kan getypeerd worden als gelegen in een ‘gemengd gebied’. Het gaat in een gemengd gebied om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid wordt hieronder verstaan. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in een gemengd gebied, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden. In de omgeving van het plangebied zijn

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

46

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

binnen de bebouwingsconcentratie, naast woonbestemmingen een aantal agrarische bedrijfsbestemmingen aanwezig. 4.9.2.2

Bedrijven in de omgeving

In de omgeving van het plangebied zijn een aantal agrarische bedrijven gelegen. Navolgende tabel geeft een beeld van deze bedrijven. Adres

Bedrijf

Richtlijn afstand in meters binnen een

Werkelijke afstand in meters

gemengd gebied

Menzel 51

Melkveebedrijf

Geur

Stof

Geluid

Gevaar

50

10

10

0

87 meter tot woning aan Menzel 27, 36 meter tot Ruimte voor Ruimte woning,

Menzel 53

Agrarisch

bedrijf

met

20

50

10

10

0

paarden en 5 stuks melkvee

145 meter tot Ruimte voor Ruimte woning, 188 meter tot Menzel 47

De Erven 5

Agrarisch

bedrijf

met

6

30

10

10

0

geiten en 56 paarden

78 meter tot woning aan Menzel 47 en Ruimte voor Ruimte woning

Kraaienweg 5

Melkvee- en vleesvarkens-

100

10

30

bedrijf

0

150 meter tot Menzel 47, 177 meter tot Ruimte voor Ruimte woning

Tabel 9: Tabel met afstanden in het kader van bedrijven en milieuzonering

Er wordt voor de bedrijven aan Menzel 53, De Erven 5 en Kraaienweg 5 voldaan aan de richtlijnafstanden voor geur, geluid, stof en gevaar. Voor het bedrijf aan Menzel 51 wordt niet voldaan aan de richtlijnafstanden. De hoogste richtlijnafstanden zijn de aan te houden afstanden voor geur en geluid. Er wordt voldaan aan de richtlijnafstanden uit de richtlijn Bedrijven en milieuzonering voor stof, geluid en gevaar. Deze aspecten zijn met betrekking tot de bedrijven in de omgeving omschreven in de paragraaf betreffende geur. Er wordt voldaan aan de wettelijke kaders voor een goede ruimtelijke ordening. Hiermee kan gemotiveerd worden afgeweken van de richtlijn bedrijven en milieuzonering. Er wordt voldaan aan de aan te houden afstanden tot dierenverblijven binnen deze inrichting. Het bedrijf wordt ook niet onevenredig geschaad in haar ontwikkelingsmogelijkheden. Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat met betrekking tot het aspect bedrijven en milieuzonering. 4.9.2.3

Bedrijf binnen het plangebied

Na de sanering van de veehouderij binnen het plangebied is binnen het plangebied geen bedrijvigheid meer aanwezig en dit wordt ook niet bestemd. Deze herbestemming heeft geen invloed op gevoelige objecten in de omgeving voor wat betreft bedrijven en milieuzonering.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

47

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

4.10 Externe veiligheid 4.10.1

Beleidskader

4.10.1.1 Inleiding Het externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen, activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In de volgende landelijke wetten, besluiten en regelingen zijn normen opgenomen waaraan een nieuwe planologische ontwikkeling moet worden getoetst: −

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bijbehorende regeling (Revi);

−

Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations;

−

Circulaire effectafstanden externe veiligheid LNG-tankstations;

−

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende regeling (Revb);

−

Structuurvisie buisleidingen;

−

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling basisnet;

−

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende regeling (Rarro).

De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water), hoogspanningslijnen; en ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen). 4.10.1.2 Risico-contouren Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in: 1.

Plaatsgebonden Risico (PR): Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk wordt getroffen door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van kwetsbare objecten, alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten;

2.

Groepsrisico (GR): Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gestelde norm is een oriënterende waarde waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken.

4.10.1.3 Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groeps-

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

48

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

risico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Dit is opgenomen in navolgende tabel. Bron

Wanneer groepsrisicoverantwoording?

Inrichtingen (Bevi) Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Buisleidingen

Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan

(Bevb)

met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.

Weg, spoorweg of Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan binnenwater (Bevt) met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 3) personen zich buiten de 200 meter-zone bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Tabel 10: Tabel met verantwoordingsplicht groepsrisico's

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. 4.10.1.4 Overige wet- en regelgeving Ook wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening‘ onder andere getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit, Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’. 4.10.1.5 Gemeentelijke beleidskader De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid. Deze visie is in 2008 vastgesteld voor de gemeenten Lith, Maasdonk, Bernheze en Landerd. In deze visie wordt invulling gegeven aan de omgang met externe veiligheidsaspecten binnen de gemeente Bernheze. De beleidsvisie bevat geen gebiedstypering of uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden voor de verantwoording van het groepsrisico.

4.10.2

Toets

4.10.2.1 Risicovolle inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig die vallen onder het Bevi. Het aspect inrichtingen vormen geen belemmering voor herbestemming van het plangebied. Navolgende figuur geeft een beeld van de ligging van inrichtingen ten opzichte van het plangebied.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

49

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

Plangebied

Figuur 15: Beeld met inrichtingen ten opzichte van het plangebied

4.10.2.2 Transport van gevaarlijke stoffen Wegtransport De dichtstbij het plangebied gelegen weg waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt is de rijksweg A50. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 600 meter ten westen van deze weg. Hiermee is het plangebied gelegen buiten de risicocontour van deze weg. Het plangebied is wel gelegen binnen het invloedsgebied van deze weg (wegvak B80) in de zone tussen 200 meter en vier kilometer tot deze weg. Hiermee dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Er is geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied. Transportleidingen Er zijn geen transportleidingen gelegen in de wijde omgeving van het plangebied. Dit aspect leidt niet belemmeringen voor deze herbestemming. Luchtvaart, Spoorwegen, waterwegen en hoogspanningslijnen Er zijn vanuit luchtvaart geen belemmeringen herbestemming van het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn geen waterwegen of spoorwegen gelegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. In de omgeving van het plangebied zijn ook geen hoogspanningslijnen aanwezig. Deze aspecten hebben geen invloed op dit plan. 4.10.2.3 Beoordeling groepsrisico Het plangebied is niet gelegen binnen een risicocontour in het kader externe veiligheid. Het plangebied is wel gelegen binnen het invloedsgebied van de rijksweg A50.

Het invloedsgebied van de A50 bedraagt vier kilometer. Het plan ligt op circa 600 meter van de A50 (knooppunt Paalgraven-Zeeland, wegvak B80). Over deze transportweg worden onder andere de gevaarlijke stoffen LT1, LT2 en GT4 vervoerd. De stof LT1 heeft een invloedsgebied van 730 meter, De stof LT2 heeft een invloedsgebied van 880 meter en de stof GT4 heeft een invloedsgebied van meer dan 4.000 meter. Het plangebied is niet gelegen binnen een afstand van 200 meter tot dit invloedsgebied. Hiermee kan worden volstaan

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

50

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

met een beperkte verantwoording van het groepsrisico voor het scenario toxisch waarin ingegaan dient te worden op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. 4.10.2.4 Beperkte verantwoording groepsrisico Inleiding Vanwege de ligging van het plangebied in het invloedsgebied van een risicobron waarvan een toxische wolk het maatgevende scenario is, dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij is de Veiligheidsregio om advies gevraagd. Het advies is verwerkt in de verantwoording. Scenario(‘s) Het relevante scenario voor het plangebied in relatie tot het transport van gevaarlijke stoffen is het overdrijven van een toxische wolk. Door bijvoorbeeld een incident tijdens de verlading of door een mechanische impact op de tank ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreidt. De kans op een dergelijk ongeval is bijzonder klein. De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof. Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld.

De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied. Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaatsvinden. Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang, dat het plangebied: −

goed te alarmeren is;

−

goed te schuilen is;

−

goed te ontvluchten is.

Alarmering In geval van een calamiteit zal NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

51

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

Schuilmogelijkheden Schuilen in de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit met het scenario toxische wolk te overleven. Schuilen voor een toxische wolk is mogelijk binnen de bebouwing in het plangebied. Om veilig schuilen binnen de bebouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen te voldoen. Als gevolg van energieprestatie-eisen zijn nieuwe woningen goed geïsoleerd en bieden daarom een goede bescherming. Eventuele aanwezige ventilatieopeningen moeten afgesloten kunnen worden. Vluchtmogelijkheden Mocht vluchten noodzakelijk zijn, dan is het plangebied naar meerdere zijden te ontvluchten. Ontvluchten kan in alle gevallen van de risicobron af. Conclusie Er bestaat vanuit extern veiligheidsoogpunt geen bezwaar tegen de gewenste ontwikkeling. Er is geen reden voor nader advies. De veiligheidsregio ziet geen reden tot het geven van een nader advies ten aanzien van de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid van een ramp op de wegen.

4.11 Luchtkwaliteit 4.11.1

Beleidskader

4.11.1.1 Inleiding Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: 1. beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en; 2. voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. 4.11.1.2 Uitstoot van schadelijke stoffen De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma. Binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. 4.11.1.3 Blootstelling aan verontreiniging In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd.

Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof:

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

52

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

-

de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.

De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide:

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³.

4.11.1.4 Besluit gevoelige bestemmingen Het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) beperkt de vestiging van ‘gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en Rijkswegen. Het besluit richt zich op bescherming van mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Dit zijn vooral kinderen, ouderen en zieken. Daarom stelt het besluit onderzoekszones in. Binnen die onderzoekszones is luchtkwaliteitsonderzoek nodig. Deze zone betreft een breedte van 300 meter breed bij Rijkswegen en 50 meter bij provinciale wegen, aan weerszijde van deze wegen. Het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming' mag niet toenemen als de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden.

4.11.2

Toets

4.11.2.1 Uitstoot schadelijke stoffen Woningen vallen binnen de regeling NIBM. Met dit plan wordt één woning toegevoegd binnen het plangebied en wordt een veehouderijbedrijf gesaneerd. Daarmee valt dit plan onder het begrip ‘niet in betekenende mate’, waardoor de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht in het kader van de Wet luchtkwaliteit. Er is geen sprake van substantiële verkeersaantrekkende werking door deze herbestemming. Het verkeer dat toeneemt door realisatie van de woning betreft overigens ook slechts personenautoverkeer. 4.11.2.2 Uitstoot van gevaarlijke stoffen Fijnstof Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 voor het plangebied en directe omgeving weer.

Plangebied

Figuur 16: Fijnstof 2019 PM10 (bron: RIVM) voor het plangebied

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

53

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

Plangebied

Figuur 17: Fijnstof 2019 PM2,5 (bron: RIVM) voor het plangebied

Voor het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 19-20 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 12-13 µg/m³. Hiermee is sprake van een goed woon- en leefklimaat in het kader van fijnstof. Stikstofdioxide Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO2 ter plaatse van het plangebied en directe omgeving weer.

Plangebied

Figuur 18: Stikstofdioxide 2019 (bron: RIVM) voor het plangebied

Binnen het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie NO2 van 16-18 µg/m³. Hiermee is sprake van een goed woon- en leefklimaat in het kader van stikstofdioxide.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

54

Menzel 47 Nistelrode - Toelichting

4.11.2.3 Besluit gevoelige bestemmingen De her te bestemmen woning en de toe te voegen woning betreft geen gevoelige bestemming in het kader van de luchtkwaliteit. Het besluit gevoelige bestemming is niet van toepassing op herbestemming van het plangebied.

4.12 MER 4.12.1

Inleiding

De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten.

4.12.2

Beleidskader

4.12.2.1 Inleiding De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (“m.e.r.“) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een MER te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarde dient een MER te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof en het daarop aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een MER nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden (vergewisplicht). In het Besluit m.e.r. staan alle activiteiten opgenomen waarvoor een milieueffectrapportage (MER), aanmeldingsnotitie of vormvrije-mer noodzakelijk is.

In deze mer-beoordeling worden de milieugevolgen van het plan in beeld gebracht. Als gevolg van de herziening van de m.e.r. richtlijn is nu wettelijk verankerd dat verzachtende maatregelen mogen worden meegenomen in de (vormvrije) m.e.r.beoordeling. Er is namelijk vastgelegd dat het bevoegd gezag deze nadrukkelijk dient te beschouwen in de beslissing. Dit biedt dus de kans om reeds in een vroeg stadium maatregelen, die effecten kunnen wegnemen, te betrekken in de effectbeoordeling. 4.12.2.2 Drempelwaarden Op grond van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage dient een MER te worden opgesteld bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen met een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen dan wel de realisatie van een bedrijfsvloeroppervlakte met een omvang van meer dan 200.000 m².

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=53d306a3-13dc-401a-b196-74a1d5538a8d