CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Boogstraat 16 Heesch.pdf

Raadsvergadering 6 oktober 2022, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Boogstraat 16, Heesch12.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN ‘Boogstraat 16 Heesch’

TOELICHTING 7 JANUARI 2022 STATUS: VASTGESTELD

Gemeente Bernheze Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’

Gegevens adviesbureau Naam

: Pittiger in planologie

Adres

: Verwestraat 32

Postcode

: 5491BZ

Plaats

: Sint Oedenrode

Internet

: www.pittiger.com

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 4 1.2 Ligging en begrenzing ................................................................................................................... 5 1.3 Vigerend bestemmingsplan.......................................................................................................... 6

2

Planbeschrijving................................................................................................................................ 8 2.1 Toekomstige situatie ..................................................................................................................... 8 2.2 Stedenbouw .................................................................................................................................. 8 2.3 Verkeer en parkeren ................................................................................................................... 12

3

Beleidskader ................................................................................................................................... 13 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................... 14 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 15 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 18

4.

Milieuhygiënische aspecten .......................................................................................................... 24 4.1 Algemeen .................................................................................................................................... 24 4.2 Akoestiek ..................................................................................................................................... 24 4.3 Archeologie en cultuurhistorie.................................................................................................... 25 4.4 Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................................... 29 4.5 Bodem ......................................................................................................................................... 30 4.6 Externe Veiligheid ....................................................................................................................... 31 4.7 Natuur ......................................................................................................................................... 32 4.8 Kabels en leidingen .....................................................................................................................

34 4.9 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................. 34 4.10 Water ........................................................................................................................................ 36

5.

Toelichting, verbeelding en regels ................................................................................................. 44 5.1 Algemeen .................................................................................................................................... 44 5.2 Toelichting op de regels .............................................................................................................. 44

6.

Uitvoeringsaspecten ...................................................................................................................... 46 6.1 Economische haalbaarheid ......................................................................................................... 47 6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid ................................................................................ 47

7.

Bijlagen .......................................................................................................................................... 48

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

3

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De heer Hanegraaf is initiatiefnemer en eigenaar van de planlocatie aan Boogstraat 16 te Heesch. Bij schrijven d.d. 18 juli 2018 heeft het College van burgemeester en wethouders principemedewerking verleend voor de ontwikkeling van een Ruimte voor Ruimte woning schuin tegenover Boogstraat 15 en naast Boogstraat 14 te Heesch met inachtneming van de in de principemedewerking opgenomen voorwaarden. Dit bestemmingsplan strekt ertoe om dit ook juridisch-planologisch te regelen. Het plangebied aan Boogstraat 16 te Heesch is circa 700 m² groot. Het perceel is kadastraal bekend gemeente Heesch, sectie G, nummer 796 gedeeltelijk en nummer 624. Het plangebied is in gebruik als grasland met bomen en is niet bebouwd. De afbeelding hieronder geeft de topografische kaart van de planlocatie weer.

De afbeelding hieronder geeft de kadastrale situatie weer. Zie het blauwe pijltje voor de locatie van het plangebied.

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

4

De afbeelding hieronder geeft de huidige situatie ter plaatse weer.

Plangebied Het plangebied wordt in het noorden begrensd door de Boogstraat, in het oosten en westen begrensd door vrijstaande woningen op ruime percelen en in het zuiden door grasland. Hieronder is het plangebied op de luchtfoto globaal (blauwe pijltje) en op de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan meer specifiek weergegeven.

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

5

1.2 Ligging en begrenzing Heesch Heesch is ontstaan als lintdorp langs de doorgaande weg tussen Grave en Den Bosch. In 1899 is er slechts in beperkte mate bebouwing aanwezig langs het lint. Er is nog geen sprake van een kern. In het noorden en oosten is het bos- en heiderijke Peelhorstgebied zichtbaar. In het zuiden en westen zijn duidelijk de rationele natte ontginningen herkenbaar. Het gebied rond de Hooge Wijst bestaat uit oude bouwlanden met kenmerkende onregelmatige blokverkaveling, gebogen straten en kleinschalige landschapselementen. In 1957 is de lintbebouwing toegenomen en is er iets van een dorpskern ontstaan. De typerende landschapsstructuur en het contrast tussen de hoge delen (akkerland) en de lage delen (rationeel ontgonnen grasland) is nog steeds goed herkenbaar ondanks de opvallende aanwezigheid van de wegen. In de huidige situatie is Heesch uitgegroeid tot een dorp met 12.000 inwoners. De zuidgrens van het dorp wordt gevormd door de Wijststraat die de grens tussen dekzandrug en dekzandvlakte markeert. Ten opzichte van vroeger zijn de landschappelijke onderlaag en de daarop gebaseerde dorpsontwikkeling nog maar beperkt herkenbaar. De lange smalle rationeel ontgonnen natte gronden zijn door ingrepen in de waterhuishouding en herverkaveling veranderd in grote blokverkavelingen. De kenmerkende houtwallen en boomsingels zijn verdwenen.

Ten zuiden van het oude dorpslint zijn diverse uitbreidingswijken gerealiseerd die eveneens geen binding meer hebben met de onderliggende landschapsstructuur. Onderhavige locatie is gelegen ten zuiden van het dorp Heesch. De locatie betreft een kernrandzone die de afronding van het dorp vormt en waar het buitengebied aanvangt. 1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Bernheze d.d. 26 juni 2012. De huidige enkelbestemming van het gehele plangebied is ‘Agrarisch’. Gronden met die

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

6

bestemming op onderhavige locatie zijn bestemd voor: • • • • • • •

agrarisch grondgebruik; water en waterhuishoudkundige doeleinden; groenvoorzieningen; behoud van landschapselementen; extensieve dagrecreatie; doeleinden van openbaar nut; bijbehorende voorzieningen, zoals perceelsontsluitingen, onverharde wegen, kavelpaden en sloten.

Ter plaatse is ook sprake van de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – woonwerkontwikkelingsgebied’. Omdat geen sprake is van een bouwvlak biedt deze aanduiding in onderhavig plangebied geen mogelijkheden of belemmeringen. Ook is op vrijwel het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 3’ van toepassing. Dit betekent dat bij het roeren van de grond met een oppervlakte groter dan 2.500 vierkante meter en dieper dan 40 centimeter, een rapport overlegd moet worden waarin de archeologische waarden van de te roeren gronden in voldoende mate zijn vastgesteld. Hieronder is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan ter hoogte van het plangebied weergegeven. Zie het blauwe pijltje voor de desbetreffende locatie.

1.4 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bevat 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk zal in hoofdstuk 2 de toekomstige situatie meer gedetailleerd uiteengezet worden. In de hoofdstukken 3 en 4 komen het beleid en de randvoorwaarden die in acht moeten worden genomen aan bod. Hoofdstuk 5 gaat in op de systematiek van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 bevat de uitvoeringsaspecten (haalbaarheid).

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

7

2 Planbeschrijving 2.1 Toekomstige situatie Ter plaatse van het plangebied – gelegen schuin tegenover Boogstraat 15 en rechts naast Boogstraat 14 te Heesch – is het de bedoeling dat één nieuwe ruimte-voor-ruimtewoning wordt geprojecteerd. Het gaat om een woning van maximaal 1000 m3. Hieronder is de situatieschets van de toekomstige situatie opgenomen.

2.2 Stedenbouw en landschap Situatie Het perceel ligt aan de zuidrand van Heesch. Op de grens van dekzandrug al dan niet met oud bouwland (vgl. geomorfologische kaart) en aan de zuidzijde dekzandvlakte van verspoelde dekzanden (jonge slagenontginningen). Het perceel is voorzien van diverse bomen, op historische kaarten is te zien dat het een perceel met geriefhout/hakhout is. De vorm van de aanwezige zomereiken laat dit ook zien.

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

8

Topografische kaart 1868 Het perceel is ingericht als speelplaats en dierenweide met gras van ruigtesoorten. Er staan 6 zomereiken en een grove den op het perceel. De houtopstand is niet opgenomen als beschermd of in monumentale bomenlijst van de gemeente.

Huidige situatie perceel 624 (links) en 796 (rechts)

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

9

Bomeneffectanalyse Door Vermeulen Boomadvies is een bomeneffectanalyse uitgevoerd (bijlage 7 bij deze toelichting). Hieruit blijkt het navolgende (zie afbeelding hieronder).

Naar aanleiding van de analyse is besloten boom 1 en 3 te kappen in verband met de gesteldheid van de bomen en boom 2 te kappen in verband met de ligging van de boom erg dicht op de nieuwe bebouwing. Het behoud van de boom is hierdoor lastig te realiseren. Het verplaatsen van de bebouwing is in verband met stedenbouwkundige overwegingen (bebouwing overal 5 meter vanaf de perceelsgrenzen) niet mogelijk/ biedt onvoldoende soelaas. Boom 1 en 3 worden gecompenseerd door 3 nieuwe bomen en boom 2 wordt gecompenseerd door 4 nieuwe bomen (minimale stamomtrek 16-18 cm). Hoe een en ander zijn beslag krijgt is te zien op het landschappelijk inpassingsplan waarop in de volgende alinea ingegaan wordt. Landschappelijke inpassing Op bijgevoegde schets ‘Landschappelijk inpassingsplan’ (bijlage 2) staan de 4 bestaande eiken ingetekend. Deze blijven in de nieuwe situatie behouden. Dit betekent dat 2 eiken en een grove den moeten wijken ten behoeve van de ontwikkeling (zie motivering hierboven onder ‘bomeneffectanalyse’). Hiervoor in de plaats komen 7 nieuwe bomen. Het gaat om 3 x Amelanchier lamarckii en 4 x Pyrus callenynana ‘Chanticleer’ (minimale stamomtrek 16-18 cm). Aanvullend is sprake van de aanleg van een haag en bosplantsoen. De opgenomen haag van beuk aan de voorzijde sluit aan bij en past bij wat op aangrenzende percelen inmiddels is gerealiseerd. Aanplant 6st/m1.

Op de rand aan de west- en oostzijde zal een bosplantsoenstrook worden aangeplant. Dit zorgt voor

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

10

een goede aansluiting op het omliggende landschap. Aanplant strook met bosplantsoen: driehoeksverband 1 stuk per m2, sortiment: - Amelanchier lamarckii - Viburnum opulus - Cornus sanguinea - Euoymus europaeus - Crataegus monogyna - Rosa canina - Ribes nigrum/rubrum Groenblijvend: - Ligustrum ovalifolium - Ilex aquifolium - Taxus baccata Open houden van het perceel richting het zuiden sluit goed aan bij gebruik maken van kwaliteit van de plek, liggend aan de rand van het dorp met uitzicht op het omringende landschap. Positionering en bouwmassa De invulling van onderhavige locatie zal bestaan uit één hoofdbouwmassa uit 1 bouwlaag met kap, refererend aan de voor dit landschap typerende lage bebouwing. De goothoogte is daarbij 4 meter en de nokhoogte 8 meter. Het hoofdvolume dient voorzien te zijn van een kap evenwijdig georiënteerd aan de Boogstraat. In het kader van ruimte-voor-ruimte mag er en bouwvolume van 1000 m3 worden gerealiseerd. V.w.b. het aantal vierkante meter aan bijgebouwen wordt in dit bestemmingsplan – zoals ook in de rest van het buitengebied van Bernheze – 100 vierkante meter aan bijgebouwen toegestaan. Uiteraard zal er rekening gehouden moeten worden met de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens. In onderhavige situatie gaat het dan om 5 meter aan beide zijden.

Om te passen binnen de stedenbouwkundige invulling van de omgeving wordt de beoogde woning op een afstand van minimaal 5 meter van de voorste perceelsgrens gesitueerd. Verder is het belangrijk dat er aandacht is voor de afwerking/inbedding van de achterzijde van het perceel en dat er geen verweving van bebouwing ontstaat met het omliggende landschap. Sfeer en uitstraling De karakteristiek van het gebied kan getypeerd worden als ‘wonen aan de rand van’. Nieuwe architectuur kan een bijdrage leveren aan het behoud van deze karakteristiek, zodat de bestaande sfeer geborgd blijft. Dit hoeft niet door historiserend te bouwen. De volgende daken zijn mogelijk: zadeldaken, mansarde kappen en a-symmetrische daken. Het is mogelijk om delen van het dakvlak verticaal uit te voeren. Voor bijzondere kapvormen kan een uitzondering worden gemaakt mits er een overtuigende relatie is met de Brabantse landelijke architectuur. Daken zijn gemaakt van dakpannen (keramisch), leien, riet of een combinatie van deze materialen. Geglazuurde dakpannen Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

11

worden uitgesloten. Gevels en daken van boerderijen zijn over het algemeen vrij gesloten, ramen zijn klein en er zijn enkele grote deuren voor werktuigen en hooi. Bij voor bewoning bestemde bebouwing ligt de verhouding doorgaans anders. Het ligt voor de hand om aan de lange (lage zijdes) kleinere openingen toe te passen en aan de kopse kanten grote glaspuien te hanteren. Aan de kopse kanten kan ook de draagstructuur zichtbaar worden gemaakt. Het basismateriaal voor de gevel is in principe baksteen, eventueel met gecementeerde plintvlakken. Aangezien de hoofdvorm van het bouwvolume in principe eenvoudig en functioneel is, is de materiaalkeuze van groot belang. De baksteen is warm, genuanceerd van kleur en zo mogelijk rijk aan textuur. Gedacht kan worden aan het toepassen van de Brabantse baksteen, handvormstenen en diverse metselverbanden. De materialen refereren in principe aan de langgevelboerderij. Hout behoort ook tot de mogelijkheden, mits het op een ondergeschikte wijze wordt toegepast. Een bijkomend architectuurthema zijn de deuren en de luiken, een mooie uitdaging om een oud kenmerk van de boerderij op een eigentijdse manier toe te passen. Zonneschermen zijn uitgesloten. Kozijnen en puien van het hoofdgebouw zijn in principe (gebroken) wit. Het materiaal is hout. Bijgebouwen Bijgebouwen zijn in massa en nokhoogte ondergeschikt aan hoofdgebouwen.

Overeenkomsten kunnen gevonden worden in kapvorm, materiaalgebruik, gevelopeningen, luiken, kleurstelling van gevel en kozijn en detaillering. 2.3 Verkeer en parkeren Verkeer Het plangebied is direct gelegen aan een bestaande weg, namelijk de Boogstraat. Geen nieuwe wegen hoeven aangelegd te worden om de nieuwe woning te kunnen ontsluiten. Slechts dient een nieuwe inrit aangelegd te worden. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de bestaande bomen. De huidige ontsluiting van het plangebied is goed te noemen. Vanaf meerdere zijden is het plangebied bereikbaar, wat als voordelig wordt beschouwd in geval van calamiteiten. De beoogde planontwikkeling in onderhavig plangebied heeft vrijwel geen effect op de verkeersbewegingen. Er is sprake van een lichte toename. Het gaat in de nieuwe situatie om een toename van 8 verkeersbewegingen per dag, wat als nihil beschouwd kan worden. De reeds aanwezige infrastructuur kan dit prima afwikkelen. Het wegprofiel van de Boogstraat is afdoende. Parkeren Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid (9 juli 2015) en de daarbij behorende parkeernormen geldt voor onderhavige ontwikkeling (meerpersoonswoning > 60m2) dat twee parkeerplaatsen voor auto’s gerealiseerd moeten worden. Hiervoor is op eigen terrein meer dan afdoende ruimte beschikbaar. Bij de woning worden dan ook minimaal

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

12

2 parkeerplaatsen voor auto’s gerealiseerd. De parkeerplaatsen krijgen een afmeting van minimaal 2,5 x 5 meter (conform CROW). Voor fietsparkeren bij woningen geldt een specifieke norm van 1 fietsparkeerplaats per kamer. Bij de nieuwe woning zal sprake zijn van bijgebouw + oprit waar conform beleid ruimte is voor meer dan voldoende fietsen. Voldaan wordt aan het gemeentelijke parkeerbeleid.

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

13

3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)/ Barro/ Rarro De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, volgt de Nota Ruimte op. Het Rijk heeft de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) op 14 maart 2012 vastgesteld, met het daarbij behorende Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Met de SVIR heeft het Rijk een andere sturingsfilosofie vastgesteld, waarbij zij zich scherper dan voorheen richt op de nationale belangen. In deze structuurvisie, die diverse rijksnota’s vervangt, staan de plannen van het Rijk voor ruimte en mobiliteit. Er wordt aangegeven in welke infrastructuurprojecten het Rijk de komende tijd wil investeren en op welke wijze de bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. Onder het motto ‘Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig’ streeft het kabinet tot 2028 (middellange termijn) naar de volgende drie hoofddoelstellingen: 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. Het verbeteren, in standhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3.

Het waarborgen van een leefbare en veilige leefomgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie Rijksdoelen worden door het Rijk 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Om de 13 nationale belangen door te laten werken in ruimtelijke plannen van lagere overheden zijn naast de SVIR het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2014) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro, 2014) in werking getreden. Ten aanzien van onderhavige plangebied geldt dat de ontwikkelingen geen specifieke betrekking hebben op de nationale belangen die in het Barro of Rarro worden genoemd. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken moeten worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, de laddertoets. De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

14

gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Vervolgens moet de behoefte aan de ontwikkeling worden gemotiveerd. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt o.b.v. jurisprudentie dat vanaf 12 woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In onderhavige situatie gaat het om de toevoeging van één nieuwe woning, dit betekent dat het initiatief geen stedelijke ontwikkeling is zoals is bedoeld in het Bro. Om die reden hoeft de behoefte en invulling ervan – in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking - niet nader gemotiveerd te worden.

Met dit bestemmingsplan wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.

Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a.

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

15

door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Onderhavige ontwikkeling is passend in de Omgevingsvisie Noord-Brabant. 3.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben in hun vergadering van 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie RO 2010 vastgesteld. De provincie geeft in de structuurvisie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Deze partiële herziening richt zich alleen op het verwerken van besluitvorming die op provinciaal niveau al heeft plaatsgehad. De grootste wijzigingen ten opzichte van de vigerende provinciale structuurvisie hebben te maken met ‘De transitie van stad en platteland, een nieuwe koers’ en met ‘Brabant als onderdeel van de top van de Europese kennis- en innovatieregio’. De provincie wil, meer dan voorheen, het denken en handelen van burgers en ondernemers vertrekpunt laten zijn voor ontwikkelingen. De overheid stuurt daarbij vanuit een heldere visie op randvoorwaarden, die burgers, ondernemers en hun organisaties invullen en realiseren.

Maatschappelijke participatie wordt de focus, de overheid neemt het oplossen van maatschappelijke problemen niet over, maar ondersteunt deze. De provincie daagt burgers en ondernemers uit om bij te dragen aan een vitaal Brabant. Een onderdeel hiervan is de transitie naar een zorgvuldige veehouderij. Voor een top kennis- en innovatieregio op Europees niveau is onder andere een sterke agglomeratiekracht nodig. De provincie wil zich daarom meer gaan richten op het versterken van het stedelijk netwerk in Brabant (samen met alle overige betrokken partijen). Verder bevat de nieuwe structuurvisie zaken die de voormalige structuurvisie ook al bevatte. Zo geeft de provincie Noord-Brabant in haar structuurvisie nog steeds de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid weer, is de visie bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie en biedt het een basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt. De visie geeft een ruimtelijke vertaling van de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid.

Er wordt aandacht besteed aan zaken zoals concentratie van verstedelijking, zuinig ruimtegebruik, verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en aaneengeschakelde natuurgebieden en de concentratiegebieden voor glastuinbouw en intensieve veehouderijen. De structuurvisie is vertaald in een verordening welke aangeeft wat op welke plekken in Noord-Brabant wel en niet kan. Hieronder wordt hierover meer aangegeven. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Het beleid zoals opgenomen in de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 is door de 3.2.3

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

16

provincie Noord-Brabant vertaald in een provinciale planologische verordening. Een instrument waarmee provincies regels stellen waaraan gemeenten zich moeten houden bij het ontwikkelen van onder andere bestemmingsplannen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant regelt diverse ruimtelijke onderwerpen, welke op perceelniveau per onderwerp zijn begrensd en visueel op een kaart met verschillende kaartlagen zijn weergegeven. Hierdoor is voor ieder gebied in Noord-Brabant duidelijk welke regels er wat betreft provinciaal ruimtelijk beleid gelden. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waaraan ze toe zijn. Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de instructieregels voor gemeenten voor het ‘Landelijk gebied’. Zie de uitsnede van de kaart van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter hoogte van het plangebied (rode pijltje) hieronder.

Het planvoornemen waar het hier om gaat betreft het realiseren van één ruimte-voorruimte woning. Op een dergelijke ontwikkeling is artikel 3.80 ruimte-voor-ruimte van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van toepassing. In dit artikel is geregeld dat een bestemmingsplan van toepassing op het ‘Landelijk gebied’ kan voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar.

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

17

Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als de ruimte-voorruimtekavel wordt ontwikkeld vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. Aan sub a. van bovenstaande voorwaarden wordt voldaan doordat voor de ontwikkeling een ruimte-voor-ruimte bouwtitel wordt aangekocht. Aangaande sub b. wordt het volgende opgemerkt. Aan dit artikel wordt als volgt voldaan. Het plangebied waar de ruimte-voor-ruimte-woning (kavel) wordt ontwikkeld betreft een kernrandzone, dat ook als zodanig is getypeerd (in structuurvisie aangemerkt als ‘afronding dorpsrand’). Het betreft hier dus een bebouwingsconcentratie in de vorm van een kernrandzone. De kavel wordt ontwikkeld in het kader van ruimte voor ruimte. Elders zijn stallen gesaneerd en milieurechten ingetrokken (zie bijlage 1 bij deze toelichting). Ad sub c. is het volgende aan de orde. De kavel wordt landschappelijk ingepast. Daartoe is een beplantingsplan opgesteld, welke als bijlage 2 bij deze toelichting is gevoegd. In paragraaf 2.2 is de toelichting op dit plan opgenomen. Ad sub d: daar het slechts om de ontwikkeling van één incidentele woning/ kavel gaat is geen sprake van een aanzet tot een stedelijke ontwikkeling.

Verder is paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing. Het gaat in onderhavige situatie dan vooral om de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en voor zover het het landelijk gebied betreft ook kwaliteitsverbetering van het landschap. Met dit plan wordt hieraan invulling gegeven. Sprake is van het principe ruimte voor ruimte. De ene bebouwing (veehouderijen) wordt verruild voor de andere (woningen), op plekken waar het passend is (bebouwingsconcentraties -> voor veranderingen in de occupatielaag geschikt gebied). Hierdoor wordt de verstedelijkingsimpact lager. Onderdeel van het planvoornemen is landschappelijke inpassing. Verder wordt rekening gehouden met alle van toepassing zijnde milieuaspecten, waarop in het volgende hoofdstuk nader ingegaan wordt. Op basis van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is er in verband met het voorgenomen initiatief geen sprake van strijdigheden. Voldaan wordt aan de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Bernheze Op 11 februari 2010 heeft de gemeenteraad van Bernheze de structuurvisie geamendeerd vastgesteld. De Structuurvisie Bernheze geeft een samenhangend beeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van het grondgebied van de gehele gemeente. De structuurvisie is een visie op hoofdlijnen en vormt daarmee een belangrijk Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

18

(toetsing)kader voor het initiëren, beoordelen, afwegen en vaststellen van nieuwe ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen en projecten. In de structuurvisie staan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen beschreven voor de komende jaren. Het amendement gaat over de maximale omvang van het bedrijventerrein Heesch-West en de maximale milieucategorie van bedrijven die zich daar mogen vestigen. Inhoud structuurvisie: - De structuurvisie bestaat uit een globaal en statisch deel (Ruimtelijk Casco), en een flexibel en dynamisch deel (uitvoeringsprogramma). - Dit Ruimtelijk Casco geeft op overzichtelijke wijze de koers van Bernheze weer voor de komende 10-20 jaar. - Het uitvoeringsprogramma geeft aan hoe we instrumenten die de nieuwe Wro biedt gebruiken. - In deze nieuwe structuurvisie is al het (relevante) nieuwe beleid ruimtelijke vertaald en zijn uitgevoerde projecten zijn opgenomen in het kaartmateriaal. - De structuurvisie stelt belangen van de gemeente in toekomstige plannen veilig. Als het gaat om nieuwe plannen is vooral het Ruimtelijk Casco van belang. Het Ruimtelijk Casco bestaat uit een kaartbeeld en toelichting. Hieronder is het kaartbeeld weergegeven.

Het plangebied is gelegen in gebied dat aangeduid is als gestreept. Dit betekent ‘Afronding dorpsrand’. Hieronder is het geformuleerde perspectief voor dat landschap weergegeven.

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

19

Afronding dorpsrand Op strategische plekken zal er gekozen worden voor het afronden/verdichten van de dorpsrand. Een zorgvuldige (groene) inpassing tussen de afronding wonen of bedrijven is daarbij vereist en mag in geen geval het zicht op de cultuurhistorisch waardevolle objecten verminderen. Voorkomen dient te worden dat er vanuit het buitengebied zicht is op onzorgvuldig vormgegeven achterkanten en hierdoor een rommelig beeld ontstaat. Indien sprake is van verweving van de bebouwing met het omliggende landschap (bijvoorbeeld aan de randen van de dorpen) dient dit karakter te worden behouden en zo mogelijk te worden versterkt. Ook dient er ruimte gereserveerd te zijn voor toekomstige bedrijvigheid. Dit moet aansluiting krijgen bij de bestaande bedrijven aan de dorpsrand van het dorp. Regionaal georiënteerde bedrijven kunnen een plek krijgen op het regionaal bedrijventerrein. Volgens het Bio-beleid kan een woning of meerdere woningen in bebouwingsconcentraties worden gebouwd, mits er tegelijkertijd sprake is van ‘ruimtelijke kwaliteitswinst’. In de aanduiding ‘afronding dorpsrand’ zijn op ruimtelijke gronden (grenzend aan de dorpen) opgetekend. Indien woningbouw plaatsvindt onder het planologisch regime van het buitengebied kan dit alleen onder de noemer van het Bio-beleid.

In het raadsvoorstel ‘Ruimte voor Ruimte (verbreed), Buitengebied in Ontwikkeling en verplaatsen intensieve veehouderijen’ is een nadere belangen- en beleidsafweging gemaakt over de mogelijkheid tot het toevoegen van woningen. De bebouwingsconcentraties zijn in dit raadsvoorstel begrenst. Onderhavige ontwikkeling is passend in de structuurvisie Bernheze. 3.3.2 Gebiedsvisie Bebouwingsconcentraties Bernheze Op 25 oktober 2021 heeft de gemeenteraad van Bernheze de Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties Bernheze vastgesteld. Deze visie is opgesteld in verband met het toenemende aantal verzoeken voor het toevoegen van woningen in het buitengebied en de verouderde visie op de kernrandzones (2007). De verouderde visie had tot gevolg dat er onvoldoende houvast was voor de toetsing van woningbouwinitiatieven in bebouwingsconcentraties. Dit wordt met de nieuwe visie ondervangen. Met de Gebiedsvisie Bebouwingsconcentraties Bernheze geeft de gemeente een eenduidige visie op alle bebouwingsconcentraties, zoals de provincie NoordBrabant die in verband met de regeling ruimte-voor-ruimte onderscheidt. Hierdoor is het voor zowel de gemeente als burgers duidelijk wat het wensbeeld is waarop gestuurd kan worden. Door de ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimte-woning in het plangebied is het in verband met het provinciale beleid van belang dat de beoogde woning in een bebouwingsconcentratie ligt.

De ruimte-voor-ruimte-woning ligt in bebouwingsconcentratie ‘Lage Wijst’. De afbeelding hieronder geeft de richtlijnen voor deze bebouwingsconcentratie weer.

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

20

Op de afbeelding is te zien dat onderhavige locatie is gelegen tussen bestaande bebouwing en een star landschapsvenster. Ter plekke is geen landschapsvenser of iets dergelijks opgenomen. In de gebiedsvisie bebouwingsconcentraties Bernheze is opgenomen dat daar waar geen landschapsvenster is aangeven op basis van de landschappelijke kwaliteit in beginsel bebouwing is toegestaan. Verder wordt hierbij aangegeven dat hierdoor zicht op storende elementen of op achterkanten van (agrarische) bebouwing kan worden weggenomen of de bebouwing kan resulteren in een sterkere landschapsbeleving. Op onderhavige locatie is toevoeging van bebouwing voorstelbaar. Een woning op deze plek past binnen het straatbeeld en de omgeving. De locatie is gelegen nabij (in aanloop naar) een dorpsentree en door de ontwikkeling blijft de bestaande houtopstand grotendeels behouden (voorwaardelijke verplichting als onderdeel van de ontwikkeling). Onderhavige ontwikkeling is passend in de Gebiedsvisie Bebouwingsconcentraties Bernheze. 3.3.3

Volkshuisvesting

Woonvisie 2016-2021 In samenwerking met onder andere woningcorporaties, huurdersorganisaties, dorpsraden, zorg- en welzijnsinstellingen heeft de gemeente Bernheze een nieuwe woonvisie opgesteld. Deze is op 14 juli 2016 door de gemeenteraad van Bernheze

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

21

vastgesteld. Het plan voor de komende vijf jaar is nog steeds woningen toe te voegen, maar daarbij vooral te kijken naar de woningbehoefte en de woonwensen die er zijn. In 2015 zijn de woonwensen en -behoeften van de inwoners gepeild. De uitkomsten van dit onderzoek zijn gebruikt voor het opstellen van de nieuwe woonvisie. Deze spitst zich toe op vier speerpunten: Inspelen op woonwensen, door onder andere: • •

maximaal 900 woningen toe te voegen aan de voorraad de komende 5 jaar; minimaal 5% van de nieuwbouwplannen te reserveren voor CPO en vrije kavels.

Betaalbaar wonen, voor wie dat nodig heeft, door onder andere: • •

de toevoeging van 200 sociale huurwoningen; het behouden van voldoende sociale huurwoningen voor de mensen met de laagste inkomens.

Onbezorgd wonen, door onder andere: • •

mantelzorgmogelijkheden uit te breiden; zorgen voor passende huisvesting voor de zorgdoelgroepen;

Een duurzame woningvoorraad, door onder andere: • •

in te zetten op een gemiddeld energielabel-B van de huurvoorraad; bouwers te stimuleren om nu al de EPC norm 0 te hanteren.

Onderhavig initiatief vindt aansluiting bij de nieuwe woonvisie in die zin dat aandacht zal worden besteed aan duurzaamheid en levensloopbestendigheid. Dit zal zichtbaar worden in het gebruik van o.a. duurzame materialen. Onderhavig plan is in lijn met de woonvisie 2016 – 2021.

3.3.4 Welstandsbeleid In de gemeente Berheze zijn veel gebieden welstandsvrij. Voor enkele locaties blijft welstandstoezicht wel van toepassing. Dit geldt voor cultuurhistorische waardevolle gebieden die het bijzondere karakter van Bernheze bepalen. Er zijn in deze nota 15 gebieden aangewezen waar welstandseisen gelden. De welstandseisen zijn samengebracht in drie gebiedstypen: • het agrarisch cluster; • het historisch dorpscentrum; • de woningbouw uit de wederopbouwperiode. Onderhavige ontwikkeling ligt niet in één van deze welstandsgebieden. Dit betekent dat de welstandscommissie de omgevingsvergunning niet toetst.

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

22

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

23

4

Milieuhygiënische aspecten 4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan, zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan. 4.2 Akoestiek Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten.

Onderhavige ontwikkeling wordt als een geluidsgevoelig object aangemerkt. Consequenties Wegverkeerslawaai Een woning is een geluidgevoelige bestemming en dient – als geen sprake is van situering ervan in een geluidszones - in het kader van een goede ruimtelijke ordening te worden onderzocht. Dit is dan ook gebeurd. Nipa milieutechniek heeft een onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd (zie bijlage 3 bij deze toelichting). De conclusies van dat onderzoek zijn hieronder weergegeven.

“De nieuwe woonbestemming ondervindt een geluidbelasting van de van de Boogstraat en de Deken van der Cammenweg. Het betreffen beide 30 kilometer per uur wegen waarvoor de Wet geluidhinder niet van toepassing is. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Uit de berekeningsresultaten blijkt op de gevels van de nieuwe woonbestemming een gecumuleerde geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai van ten hoogste 48 dB. De milieukwaliteit bij deze woning wordt gekwalificeerd als ‘’goed’’.

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

24

Uit het onderzoek blijkt dat het woon- en leefklimaat van de nieuwe woonbestemming is gewaarborgd.” Industrielawaai In de omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven gelegen die een belemmering kunnen vormen voor onderhavige ontwikkeling of andersom de ontwikkeling vormt geen belemmering voor eventueel omliggend gelegen bedrijfsfuncties. Rail of luchtverkeerlawaai Er is geen onderzoek naar rail- en luchtverkeerslawaai uitgevoerd, omdat de ontwikkeling niet is gelegen in de geluidszone van een spoorweg of aanvliegroute van een vliegveld. Onderzoek hiernaar is derhalve niet nodig. Akoestiek vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en omliggende functies worden niet beperkt. 4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie Beleidskader Sinds 1 september 2007 is de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht. In deze herziening van de Monumentenwet van 1988 zijn de uitgangspunten van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992) voor Nederland nader uitgewerkt.

De belangrijkste veranderingen betreffen: • het streven naar behoud en bescherming van archeologische waarden in de bodem; • de kosten van archeologische werkzaamheden komen in principe voor rekening van de initiatiefnemer van bodemverstorende activiteiten (veroorzakerprincipe); • de archeologische monumentenzorg wordt een geïntegreerd onderdeel van het ruimtelijke ordeningsproces. De gemeente Bernheze heeft ervoor gekozen om in het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz, 2007) en de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008) een eigen gemeentelijk archeologiebeleid te formuleren. Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de "Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze" en de "Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze". Op basis van deze documenten implementeert de gemeente Bernheze haar archeologiebeleid waarbij zij rekening houdt met de juiste balans tussen een goede omgang met het archeologisch erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen. Consequenties Volgens het archeologiebeleid van de gemeente Bernheze geldt op onderhavige locatie een middelhoge archeologische verwachting. Hierbij is archeologisch onderzoek vereist

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

25

als dieper dan 0,40 m en meer dan 2500 m2 aan verstoringsoppervlakte geldt. Zie de volgende twee uitsneden uit dit archeologiebeleid.

Omdat ter plaatse van onderhavig plangebied niet meer grond geroerd gaat worden dan 2500 m2 (kavel is ca. 700 m2 groot) is nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Dit betekent dat dergelijk onderzoek in het kader van onderhavige ontwikkeling niet is uitgevoerd en de dubbelbestemming in het kader van de van toepassing verwachtingswaarde ook in dit bestemmingsplan weer opgenomen wordt. Op deze manier blijven de mogelijke – nog resterende - archeologische waarden in het plangebied beschermd. Hoewel ten behoeve van deze kleinschalige ontwikkeling geen onderzoek zal worden verlangd, dient men wel attent te blijven op mogelijk nog aanwezige archeologische waarden. Te allen tijde geldt een meldingsplicht bij het aantreffen van archeologische toevalsvondsten op basis van art. 5.10 van de Erfgoedwet. Archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.3.2 Cultuurhistorie

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

26

Beleidskader Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De gemeente Bernheze heeft een eigen Cultuurhistoriekaart die in 2014 is vastgesteld. Consequenties Het gebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft is getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is volgens de cultuurhistorische waardenkaart gelegen in de regio Peelrand. Regio Peelrand Regio Peelrand is een zwak golvend dekzandlandschap dat als een hoefijzer rond het voormalige veengebied van de Peel ligt. Door het westelijk gedeelte loopt de Peelrandbreuk, die de Centrale Slenk en de Peelhorst van elkaar scheidt. Langs de breuk vindt nog steeds beweging plaats. Aan het aardoppervlak is de breuklijn hier en daar te zien als een trede in het terrein met een hoogteverschil van enkele meters. Langs de breuklijn komt kwel aan de oppervlakte (wijst). Deze natte delen vormen het brongebied van de bovenlopen van de Aa. De oostzijde van de Peelhorst wordt eveneens door een breuk begrensd.

Het noordelijke gedeelte van de Peelhorst is een vlak gebied met plaatselijk dekzandruggen en bevat een gradiëntrijke overgang naar de regio Maaskant waar kwel aan de oppervlakte komt. Het westelijke gedeelte van de Peelrand bestaat uit het open beeklandschap van de Aa.De Peelrand is een overwegend oud en gevarieerd zandlandschap met een kralensnoer van agrarische nederzettingen, akkercomplexen, weilanden en bossen. De oude dorpen liggen in een wijde boog rond het voormalige hoogveengebied. Het oude zandlandschap rond Stiphout met bolle akkers, beemden, hakhoutbosjes en -wallen is een voorbeeld van dergelijke oude ontginningen. Op verschillende plaatsen zijn in de beekdalen restanten van vloeisystemen aangetroffen. De boeren gebruikten de randen van de Peel om hun vee te weiden, om strooisel te winnen voor de potstallen en om, op bescheiden schaal, turf te steken. In de loop van de afgelopen 1000 jaar werd er vanuit deze dorpen steeds verder geknabbeld aan de randen van het veen.Karakteristiek zijn de vele kloostercomplexen, kerken en processieparken. Tussen de oude dorpen en het Peelgebied liggen jonge ontginningen en boscomplexen uit de negentiende en twintigste eeuw. In deze randzone ontstonden nieuwe dorpen als Odiliapeel en Venhorst. Met het in cultuur nemen van deze 'woeste gronden' werd ook de waterhuishouding steeds verder gereguleerd.

Bestaande beken werden rechtgetrokken en stroomopwaarts verlengd en er zijn tal van nieuwe waterlopen gegraven.Bij Mill ligt een deel van de Peel-Raamstelling, bestaande uit het Defensiekanaal, inundatieterreinen en diverse kazematten. Het westelijke gedeelte van de Peelrand is na de Tweede Wereldoorlog sterk verstedelijkt. Hier liggen grote plaatsen als Helmond, Deurne, Uden, Oss, Someren, Gemert en Heesch. Het oostelijk gedeelte van de Peelrand wordt gekenmerkt door kleine dorpen als Schaijk, Mill, Sint Anthonis en

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

27

Overloon. De infrastructuur wordt hier bepaald door enkele regionale wegen. Cultuurhistorisch belang De Peelrand bestaat uit een ring van middeleeuwse dorpen op enige afstand van het voormalige veengebied van De Peel. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Enkele kastelen, diverse kloosters en de Peel-Raamstelling verlenen het gebied extra cultuurhistorische betekenis. Essentiële aspecten In de regio ligt het volgende cultuurhistorische landschap van provinciaal belang; oud zandlandschap bij Stiphout.; dragende structuren in de regio zijn; de oude zandontginningen met akkercomplexen, beemden, broekgebieden ; de jonge heideontginningen; de Zuid-Willemsvaart en het dal van de Aa; de Peel-Raamstelling met Defensiekanaal; de kloosters. Ontwikkelingsstrategie 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio. 2. De cultuurhistorische waarden van de Peelrand in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor het cultuurhistorisch landschap: ”Oud zandlandschap bij Stiphout” (ook deels in gebiedspaspoort Kempen). 3.

Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: “Peelhorst Oost”en “Dekzandeiland Asten-Deurne”. 4. Aandacht voor behoud en herstel van het voor Brabant unieke verschijnsel wijst. Dit kan door bij de inrichting en het beheer in het buitengebied rekening te houden met het aspect wijst en met de zichtbaarheid in het landschap Onderhavige ontwikkeling brengt de geformuleerde essentiele aspecten en ontwikkelingsstrategie niet in gevaar. In het plangebied zelf liggen verder geen rijksmonumenten en komen geen bouwkundige punten, lijnen of vlakken van enige waarde voor. Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart 2014 van de gemeente Bernheze is zichtbaar dat het plangebied is gelegen in een met groen gearceerde gebied, dat is aangeduid als ‘overige historische groenstructuur’. Zie de uistnede van de kaart hieronder.

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

28

In de bij het gebied behorende beschrijving staat: Geaccidenteerd terrein met bos, laan en houtwallen met zomereik, valse acacia, Amerikaanse vogelkers, vogelkers, wilde lijsterbes, berk, ratelpopulier en grove den uit 1900-1935. In het plangebied zijn 6 zomereiken en een grove den aanwezig, de andere soorten komen er niet voor. In de nieuwe situatie blijven 4 zomereiken behouden en wordt nieuwe beplanting toegevoegd. Dit is opgenomen op het landschappelijk inpassingsplan. Door de postionering van de beplanting wordt het verkavelingspatroon geaccentueerd. 4.4 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: • ter plaatse van de woning(en) een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Consequenties Het betreft hier de ontwikkeling van een nieuwe woning, een gevoelige bestemming. Nabijgelegen zijn geen bedrijven die een belemmering kunnen vormen voor de ontwikkeling of andersom waarvoor de ontwikkeling een belemmering vormt. Conclusie Samenvattend blijkt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Nader onderzoek kan achterwege blijven.

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

29

4.5 Bodem Beleidskader Vastgelegd is dat in bestemmingsplannen moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Voor het betrekken van bodeminformatie bij het opstellen van bestemmingsplannen zijn enkele vragen relevant: • is er bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; • zijn er gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies; • wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers. Consequenties Door Nipa milieutechniek is een verkennend bodemonderzoek voor onderhavige locatie uitgevoerd. De conclusies van het verkennend bodemonderzoek zijn hieronder opgenomen, voor de volledige rapportage zie bijlage 4 bij deze toelichting. “Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een perceel aan de Boogstraat te Heesch, kadastraal bekend als gemeente Heesch, sectie G, nummer 796 en 624, blijkt dat zowel de vaste bodem als het grondwater niet noemenswaardig verontreinigd zijn met de onderzochte parameters. Op basis van deze resultaten kan de hypothese, onverdacht, in principe worden aanvaard. De uitvoering van een aanvullend of nader onderzoek is, ons inziens, niet zinvol.

Tegen de eventuele bebouwing van de onderzoekslocatie zijn, ons inziens, geen zwaarwegende milieuhygiënische bezwaren aan te voeren.” Alhoewel het onderzoek met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen is uitgevoerd dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses wordt uitgevoerd. Niet geheel uitgesloten kan worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. Conclusie De gemeente Bernheze is bevoegd gezag, het onderzoeksbureau heeft slechts een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaalt dan ook of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Het bevoegd gezag heeft het uitgevoerde verkennende bodemonderzoek beoordeeld en is ermee akkoord. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. Bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

30

4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).

Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.

Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moetenkomen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht.

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

31

Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb) Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)

Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. De beleidsvisie bevat geen gebiedstypering of uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden voor de verantwoording van het groepsrisico. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enz.. Consequenties Met behulp van de nationale risicokaart1 is gekeken, welke risicobronnen in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen. Uit de risicokaart blijkt dat de beoogde ontwikkeling plaatsvindt buiten de plaatsgebonden risicocontour en het invloedsgebied van transportroutes, inrichtingen en buisleidingen2. Conclusie Het aspect externe veiligheid levert geen belemmeringen op voor het plan.

4.7 Natuur Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en

1

www.risicokaart.nl, professionele versie.

2

Bij buisleidingen kan volstaan worden met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager isdan 0,1 keer de oriëntatiewaarde of 2) de toename minder is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.

Bestemmingsplan ‘Boogstraat 16 Heesch’ – 7 januari 2022

32

de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd. De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. De wet regelt ook de jacht in ons land. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=26e49626-7cff-4b35-8056-089da0eabeac