Toelichting bijlage 8 - Ecologisch Onderzoek
Tekst van het document
Ecologisch onderzoek aan De Hoge Wal 17 te Heesch ‘traject Heesch Holding bv
Opdrachtgever:
Opsteller: Datum: Kenmerk:
‘traject Heesch Holding bv t.a.v. dhr. P. broeksteeg ’t Dorp 122 5384 MD Heesch
Ecologisch adviesbureau Eceau Ing. T.J.P. den Otter 30 januari 2020 TRA-1QS200121 (1/2)
Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Desondanks accepteert Ecologisch adviesbureau Eceau op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke ondernemingen die de opdrachtgever naar aanleiding van onderhavige rapportage uitvoert. Onderhavige rapportage of delen daarvan mogen niet zonder toestemming van zowel de opdrachtgever en Ecologisch adviesbureau Eceau gebruikt worden door derden of verspreid worden naar derden. Openbaarmaking, kopiëring en elke andere toepassing inbegrepen, het mag enkel gebruikt worden door de opdrachtgever voor wie het is ontwikkeld.
1. Inleiding en planlocatie De onderzoeklocatie is gelegen aan De Hoge Wal 17 te Heesch. Op het perceel zijn in de huidige situatie een woning, een bijgebouw, siertuin en gazon aanwezig. De voorgenomen ingreep zal bestaan uit het volledig saneren van de bebouwing en het terrein ten behoeve van een zestal seniorenwoningen. Tevens zal het terrein zo herontwikkeld worden dat deze aansluit op het westelijk gelegen park. Het bestemmingsplan zal gewijzigd opgesteld worden ten behoeve van de ingreep. In figuur 1 is een globaal overzicht van de ligging van de locatie weergegeven. De woning op het perceel is opgetrokken uit gemetselde muren met spouw en een pannendak. de open stootvoegen zijn op enkele tientallen centimeters van de grond gesitueerd en het gehele dak is voorzien van vogelschroot. De wanden van het bijgebouw zijn afgewerkt met hout en het pannendak is aan de onderzijde grotendeels niet afgedicht. De directe omgeving wordt gekenmerkt door stedelijk gebied met woonwijken, winkels, infrastructuur en openbaar groen.
Figuur 1
Schematische weergave van de huidige situatie, de rode markering weergeeft de planlocatie (kaart: PDOK)
2. Doel en vraagstelling Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling kunnen alle eventueel aanwezige ecologische functies ter plaatse van de ontwikkeling vernietigd of ernstig verstoord worden, tevens zal er sprake zijn van (tijdelijke) verstoring van de directe omgeving. Flora en fauna die gebruik maken van het leefgebied op of nabij de ontwikkeling zullen negatieve effecten ervaren. In het kader van de beoogde ontwikkeling zullen middels het onderzoek onderstaande vragen beantwoord worden: Welke beschermde flora en fauna van de Wet natuurbescherming zijn (potentieel) aanwezig binnen de grenzen van het ontwikkelgebied? Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de Wet natuurbescherming en welke effecten worden verwacht? Dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden alvorens de aanvang van de uitvoering om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen?
1
3. Methode Middels voorliggend onderzoek is de potentie voor beschermde flora en fauna en de betekenis van het plangebied voor deze soorten in kaart gebracht. Daarnaast is onderzocht of de beoogde ontwikkeling potentieel een negatief effect heeft op houtopstanden en nabijgelegen beschermde gebieden. Het onderzoek is op te delen in enkele stappen: oriëntatie locatiebezoek bureau-onderzoek rapportage
3.1.
Oriëntatie en locatiebezoek
Bij de oriëntatie van het onderzoek wordt een eerste indruk verkregen van de locatie middels spreidingsdata van soorten, luchtfoto’s, kaarten en aangeleverde data vanuit de opdrachtgever. Gedurende het locatiebezoek wordt het ontwikkelgebied op potentiële verblijfslocaties en functionele onderdelen van leefgebieden gecontroleerd. Tevens wordt een momentopname gedaan van de thans aanwezige beschermde soorten, functies en locatiekenmerken. Buiten de individuen om wordt voornamelijk gelet op sporen of restanten van flora en fauna. Voorbeelden hiervan zijn veren, braakballen, prooiresten, geursporen, holen en uitwerpselen. Het locatiebezoek is uitgevoerd op 23 januari 2020. Ten tijde van het veldbezoek ware de weersomstandigheden als volgt: 4℃, 1-2 bft, 8/8 bewolking en geen neerslag.
3.2.
Bureau-onderzoek en rapportage
Nadat de locatie bezocht is wordt door middel van het raadplegen van naslagwerken, informatiebronnen, kaartdatabases en andere (externe) hulpmiddelen een beoordeling gemaakt van de potentie van het plangebied voor beschermde soorten, nabijgelegen gebieden en overige beschermde onderdelen vanuit de Wet natuurbescherming. Bij het uitwerken van de rapportage worden de vergaarde data bij de oriëntatie, de aangetroffen zaken tijdens het veldbezoek en de informatie uit het bureau-onderzoek vervolgens samen getoetst. Daaruit volgend wordt duidelijk of bij de uitvoering van de werkzaamheden sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming, indien er geen vervolgstappen worden genomen. Op basis van deze toetsing worden aanbevelingen gedaan voor een eventueel vervolgtraject, maatregelen ter voorkoming van overtreding of een combinatie van beide.
2
4. Bevindingen In onderhavige paragraaf wordt besproken welke beschermde soorten in de omgeving van de onderzoeklocatie voorkomen en wordt er dieper ingegaan op het leefgebied en belangrijke en functionele onderdelen daarvan. De daadwerkelijk aangetroffen habitatonderdelen worden vergeleken met bovenstaande om te bepalen of er sprake is van (negatieve) effecten. Aan de hand van de te verwachten effecten wordt bekeken of er vervolgstappen benodigd zijn ten behoeve van de betreffende soorten.
4.1.
Algemeen
De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op een goed onderhouden perceel met siertuin, gazon en een woning met bijgebouw. Er is geen sprake van oppervlaktewateren of natuurlijke omstandigheden. Effecten op de soortgroepen vaatplanten, vlinders, libellen, overige ongewervelde, amfibieën, reptielen en vissen kunnen op voorhand worden uitgesloten. Dit geldt echter niet voor zoogdieren en vogels. Binnen deze soortgroepen dienen enkel de vleermuizen van stedelijke gebieden, sperwer, huismus en gierzwaluw nader besproken te worden. Behoudens algemene vogels en vrijgestelde soorten komen deze twee groepen voornamelijk voor in natuurlijkere omstandigheden, nabij water, in bosgebieden en/of andere habitattypen die niet aanwezig zijn binnen (dicht)bebouwd gebied. Voorbeelden hiervan zijn bever, steenmarter, kleine marterachtigen, noordse woelmuis, grote gele kwikstaart, ooievaar, havik en diverse anderen.
4.2.
Specifieke soorten
De laatvlieger en gewone dwergvleermuis zijn soorten die veel aangetroffen worden in stedelijke gebieden. Andere soorten die verblijven in bebouwing, maar in mindere mate voorkomen zijn de gewone grootoorvleermuis en tweekleurige vleermuis. Overige relatief veelvoorkomende soorten verblijven voornamelijk in bomen. Gelet op de leeftijd en diameter van de bomen op de locatie alsmede het ontbreken van holtes kunnen effecten op vleermuisverblijven in bomen uitgesloten worden. De bebouwing is gecontroleerd op openingen die potentieel toegang bieden tot geschikte verblijfslocaties. Gelet op de aanwezigheid van vogelschroot bij het pannendak, de opvulling van de kant- en nokpannen, de naadloze aansluiting van de overstekken en boeiboorden op de gevels, en de beperkte hoogte waarop open stootvoegen aanwezig zijn kunnen geschikte invliegopeningen en in het verlengde daarvan verblijfslocaties voor vleermuizen uitgesloten worden. De locatie is thans marginaal geschikt als foerageergebied voor vleermuizen en vormt geen essentiële verbindingsroute. In de nieuwe situatie wordt een grotere variatie aan landschapselementen gerealiseerd alsmede een verbinding met het naastgelegen park. Het is aannemelijk dat de nieuwe situatie geschikter is voor vleermuizen dan de huidige situatie. Significante effecten op de functionele leefomgeving en verblijfplaatsen van vleermuizen zijn uitgesloten.
Het is echter niet uitgesloten dat vleermuizen opportunistisch op de planlocatie foerageren of deze passeren. Om effecten op dergelijke individuen uit te sluiten dient hier rekening mee te worden gehouden aangaande de werkzaamheden. Binnen stedelijk gebied waar sprake is van vele particuliere tuinen is het habitat van de huismus rijkelijk aanwezig. Indien geschikte openingen aanwezig zijn voor de soort is de kans dan ook dat deze in gebruik genomen worden. De huismus broedt, net als de gierzwaluw, voornamelijk in bebouwing. Beide soorten maken met name gebruik van kleine openingen en pannendaken. Gelet op de afwerking van de pannendaken met vogelschroot en de algehele staat van het dak, kan de aanwezigheid van geschikte nestlocaties uitgesloten worden. Het is tevens redelijkerwijs uit te sluiten dat aantasting van de huidige inrichting van het plangebied een gevolg heeft op de functionele leefomgeving van de huismuspopulatie in de directe omgeving. Bovendien zal de nieuwe situatie vergelijkbaar, al dan niet gevarieerder, zijn dan de huidige situatie. In geen van de bomen zijn nesten van zwarte kraai of ekster waargenomen. Het is dan ook uit te sluiten dat sperwers op de locatie broeden.
3
4.3.
Overige soorten
Alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op Europees grondgebied zijn beschermd middels de Vogelrichtlijn. Hierin is opgenomen dat het verboden is opzettelijk individuen te doden of te vangen, hun nesten of eieren vernielen, beschadigen of weg te nemen en om de vogels dermate (opzettelijk) te verstoren dat een broedsel mislukt. Dit laatste is voornamelijk van toepassing binnen de broedperiode (medio maart t/m medio juli) en geldt ook voor zeer algemene soorten zoals roodborst, winterkoning, kauw en houtduif. In het kader van de Algemene Zorgplicht en de verbodsbepalingen van de Vogelrichtlijn binnen het broedseizoen wordt geadviseerd de werkzaamheden buiten deze periode aan te vangen óf alvorens de broedperiode de planlocatie ongeschikt te maken als nestlocatie. Indien de werkzaamheden aanvangen binnen het broedseizoen dient de locatie door een deskundige onderzocht te worden op de aanwezigheid van nestlocaties en eventuele adviezen van de deskundige opgevolgd te worden. Er zijn geen bij de Wet natuurbescherming beschermde vaatplanten aangetroffen op de planlocatie, bovendien gelet op het onderhoud van de locatie met een hoog kwaliteitsbeeld worden beschermde vaatplanten niet verwacht. Overige te verwachten dieren zijn vrijgesteld in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen middels de vrijstellingsverordening van de provincie Noord-Brabant.
Onder andere de volgende soorten vallen onder deze vrijstelling: bruine kikker, gewone pad, huismuis en bruine rat.
4.4.
Houtopstanden en gebiedsbescherming
In het kader van de ontwikkeling worden enkel bomen gekapt op particulier terrein. Dergelijke bomen vallen niet onder het beschermingsregime Houtopstanden van de Wet natuurbescherming. De ingreep is dermate beperkt dat een effect op dichtstbijzijnde kwetsbare Natura 2000-gebieden (meer dan 10,0km) en het Natuurnetwerk Nederland per definitie uitgesloten is. Bovendien zal de nieuwe bebouwing naar de standaarden van nieuw te ontwikkelen bebouwing worden gerealiseerd en worden voorzien van energiebesparende maatregelen.
4
5. Conclusies Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling aan De Hoge Wal 17 te Heesch is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Het saneren van het gehele perceel, alsmede de realisatie van 6 seniorenwoningen en alle bijbehorende werkzaamheden leiden, behoudens algemene broedvogels, niet tot aantasting van functionele leefomgevingen, vaste rust- en/of verblijflocaties, natuurgebieden of andere krachtens de Wet natuurbescherming beschermde zaken. Ten aanzien van vrijgestelde soorten is enkel de Algemene Zorgplicht van toepassing Vleermuizen passeren aannemelijk de locatie en foerageren er opportunistisch.
Mogelijk worden aanwezige individuen door (foutief toegepaste) bouwverlichting verstoord Ten aanzien van vogels met jaarrond beschermde nestlocaties en/of leefgebieden zijn geen verdere maatregelen of vervolgstappen benodigd Ten aanzien van algemene vogels kunnen broedsels en nesten verstoord worden gedurende het broedseizoen Voor vlinders, libellen, ongewervelde, reptielen en vissen met een beschermde status krachtens de Wet natuurbescherming is geen geschikt leefgebied aanwezig Standplaatsen en geschikte omstandigheden ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn niet aanwezig Houtopstanden binnen de bebouwde kom en op particuliere terreinen vallen niet onder bescherming van de Wet natuurbescherming Gelet op de afstand tot beschermde gebieden en de aard van de ruimtelijke ontwikkeling worden geen (negatieve) effecten verwacht
6. Vervolgstappen Er zijn geen aanleidingen aangetroffen die het noodzakelijk maken dat vervolgstappen of aanvullend onderzoek uitgevoerd moet worden. Voor een aantal soorten is het voldoende als er tijdens de uitvoering rekening wordt gehouden met de eventuele aanwezigheid.
6.1.
Nader onderzoek
Naar aanleiding van de bevindingen van het onderzoek is aanvullend onderzoek niet benodigd.
6.2.
Maatregelen bij de uitvoering
Voor vleermuizen dient rekening gehouden te worden met mogelijk foeragerende of passerende vleermuizen middels het juist toepassen van bouwverlichting óf door te werken buiten de schemerende en donkere dagdelen. Voorbeelden van juiste verlichting: amber-/roodkleurige verlichting, beperkte hoogte van lichtmasten en verlichting naar beneden gericht en convergeren In verband met de potentie voor algemene vogelsoorten zoals duiven en kleine zangvogels werken buiten het broedseizoen, 15 maart t/m 15 juli. Indien de werkzaamheden opgestart en uitgevoerd worden binnen het broedseizoen dient de locatie ongeschikt gemaakt te worden alvorens de aanvang van het broedseizoen. Indien nodig kan ook binnen het broedseizoen gewerkt worden door van tevoren de planlocatie te laten controleren op de aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten In het kader van de Algemene Zorgplicht dient voorzichtig gehandeld te worden met alle aanwezige flora en fauna
5
Bronnen BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, versie 1.0. Juli 2017, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus Passer domesticus, versie 1.0. Juli 2017, Utrecht. Websites, geraadpleegd 2019: kaartbank.brabant.nl natura2000.eea.europa.eu pas.natura2000.nl wetten.overheid.nl www.floravannederland.nl www.ndff.nl www.ravon.nl www.rvo.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.vleermuis.net www.vogelbescherming.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl
6
Bijlage 1
Foto’s planlocatie
De voorgenomen ontwikkeling betreft het saneren van de bebouwing en het overige terrein aan De Hoge Wal 17 te Heesch
De terreininrichting bestaat met name uit siertuin en gazon en wordt onderhouden met een hoog kwaliteitsbeeld
7
Het gehele pannendak van de woning is voorzien van vogelwerende middelen. Tevens zijn de kanten nokpannen afgedicht en sluiten de kantpannen, boeiboorden en overstekken naadloos aan op de gevels
Van het bijgebouw is het pannendak aan de binnenzijde voor een groot deel onafgewerkt.
8