Toelichting Bijlage 3 - Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek 't Dorp 54 te Heesch
Verkennend bodemonderzoek 't Dorp 54 te Heesch Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM20108 : Definitief (versie 1) : 20 augustus 2020
Opdrachtgever
: Bureau Leefomgeving Schoolstraat 7 5961 EE Horst
Opgesteld door Paraaf
: ing. J.M.G. Reuver :
Gecontroleerd door Paraaf
: ing. T.K.P.G. Thijssen :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2002
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2 AM20108
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................4 2.
3.
4.
5.
VOORONDERZOEK ..................................................................................................................................................................................................5 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5
2.2
Topografische beschrijving ........................................................................................................................................................................5
2.3
Historisch overzicht en omgeving .........................................................................................................................................................6
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .......................................................................................................................................................8
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................9
2.7
Asbest ................................................................................................................................................................................................................9
2.8
Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer gemeente <gemeente> .....................................................................................9
2.9
Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 10
ONDERZOEKSSTRATEGIE .................................................................................................................................................................................. 11 3.1
Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 11
3.2
Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................................................................. 11
VELDWERKZAAMHEDEN .................................................................................................................................................................................... 12 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 12
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 12
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 13
LABORATORIUMONDERZOEK .......................................................................................................................................................................... 14 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 14
5.2
Grond(meng)monster(s)............................................................................................................................................................................ 14
5.3
Grondwatermonster(s) .............................................................................................................................................................................. 15
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 16
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................................................................................................... 17
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monster(s) Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonster(s) Omgevingsrapportage ’t Dorp 54 Heesch
Pagina | 3 AM20108
1. INLEIDING In opdracht van Bureau Leefomgeving heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: 't Dorp 54 te Heesch
Gemeente
: Bernheze
Kadastrale registratie
: Heesch, sectie A, nr. 6383
Oppervlakte
: circa 1.382 m2
Huidig gebruik van de locatie
: woonhuis
Toekomstig gebruik
: appartementen
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is een herontwikkeling van de locatie. De op de locatie aanwezige woning zal worden gesloopt voor de nieuwbouw van appartementen.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in juli 2020. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 4 AM20108
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit:
de opdrachtgever;
het kadaster;
topotijdreis.nl;
gemeente Bernheze;
omgevingsdienst Brabant Noord;
het dinoloket;
het bodemloket;
terreininspectie.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt aan de 't Dorp 54 te Heesch. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Bernheze Heesch, sectie A, nr. 6383. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 164.801/ Y = 416.372. Zie bijlage 1 voor een kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (Bron luchtfoto: PDOKViewer) Pagina | 5 AM20108
2.3
Historisch overzicht en omgeving
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de onderzoekslocatie tot circa 1956 onbebouwd was. Op de kaart uit 1978 tot 2011 is ten noordoosten van de locatie een zandpad (Binnenpas) zichtbaar. Vanaf 1956 neemt de bebouwing steeds verder toe langs de weg ’t Dorp. Rond 1988 is de bebouwing aan de noordzijde van de locatie uitgebreid. Op de kaart uit 2011 is de weg ’t Dorp gereconstrueerd, deze situatie komt overeen met de situatie in 2019.
1900
1956
1967
1978
1988
2011-2019
Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (Bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.4
Dossieronderzoek
Via de website van de gemeente Bernheze / omgevingsdienst Brabant Noord is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 8. Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 29 juni 2020 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Bernheze en de omgevingsdienst Brabant Noord. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onderen/of bovengrondse brandstoftanks, gegevens over calamiteiten en eventuele asbestinventarisaties. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GenX.
Pagina | 6 AM20108
In de gemeente Bernheze is de handreiking toepassing PFAS houdende grond en baggerspecie Noord-Brabant van toepassing zoals deze op 2 december 2019 is opgesteld door de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant, Omgevingsdienst Midden en WestBrabant en de Omgevingsdienst Brabant Noord. Bij grondverzet en hergebruik van PFAS houdende grond binnen de deelnemende gemeenten is deze handreiking van toepassing. Deze handreiking is geldig totdat een deelnemende gemeente aan deze handreiking een bodemkwaliteitskaart voor PFAS bestuurlijk heeft vastgesteld. Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.1 weergegeven (relevante) bouwvergunningen geraadpleegd. Datum
Vergunning
Opmerkingen
1969
Vergroten horeca
---
Tabel 2.1.: Overzicht geraadpleegde (relevante) bouwvergunningen
Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.2 weergegeven (relevante) milieuvergunningen geraadpleegd. Datum
Vergunning
Opmerkingen
1993
Kennisgeving / melding Horeca milieubeheer
’t Dorp 54. Beëindigd 2002
Tabel 2.2: Overzicht geraadpleegde (relevante) milieuvergunningen
Bij de gemeente Bernheze is geen informatie bekend over eventueel uitgevoerde bouw- en milieu-inspecties voor de locatie.
Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn de in tabel 2.3 weergegeven bodemonderzoeken uitgevoerd. Daarnaast zijn er een drietal bodemonderzoeken (locatiecodes: NB172107146, NB172100251 en NB172101680) wel opgevraagd bij de omgevingsdienst Brabant Noord en de gemeente Bernheze, maar deze zijn niet overlegd. Kenmerk
Bijzonderheden
Verkennend bodemonderzoek ’t Dorp 58
In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen afwijkingen geconstateerd.
te Heesch, Bijvelds milieutechnisch onderzoek, projectcode: 0202080, d.d.
Uit de analyseresultaten van het samengestelde grondmengmonster van de bovengrond blijkt
25 juli 2002
dat hierin een verhoogde concentratie lood is aangetoond boven de streefwaarde. Voor deze verhoogde concentratie is met beschikbare gegevens geen eenduidige verklaring te geven.
In het grondwatermonster zijn verhoogde concentraties chroom, zink en xylenen aangetroffen boven de streefwaarde. Met betrekking tot de metalen chroom en zink wordt opgemerkt dat uit diverse bodemonderzoeken in de omgeving blijkt dat in het grondwater plaatselijk verhoogde concentraties aan metalen voorkomen. De verhoogde concentraties worden zonder duidelijk aanwijsbare reden aangetroffen. Ook blijkt dat de concentraties aan metalen sterk kunnen fluctueren in ruimte en tijd. Dit blijk uit een grootschalig onderzoek van IWACO. Voor de verhoogde concentratie xylenen is met de beschikbare gegevens geen eenduidige verklaring te geven.
De aangetoonde verhoogde concentraties in zowel grond als grondwater overschrijden weliswaar de streefwaarde maar blijven beduidend beneden de tussenwaarde. Derhalve wordt een aanvullend onderzoek niet nodig geacht. Het geheel aan onderzoeksresultaten geeft geen aanleiding de hypothese onverdachte locatie te verwerpen. Uit het geheel aan voorliggende onderzoeksresultaten blijkt er vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien geen belemmeringen of beperkingen verbonden te zijn aan de voorgenomen bouwplannen. Pagina | 7 AM20108
Kenmerk
Bijzonderheden
Verkennend bodemonderzoek
Zintuiglijk zijn in de bodem geen verontreinigingen waargenomen. De bovengrond is licht
Binnenpas (naast huisnr. 7) te Heesch,
verhoogd met minerale olie. Er zijn geen verhoogde waarden in de ondergrond aangetroffen.
Regionaal Milieubedrijf, projectnr.:
Het grondwater is licht verhoogd met cadmium en zink. Op basis van het totaal aan
STA.73703, d.d. december 2003
onderzoeksgegevens behoeft de bodemkwaliteit ons inziens geen belemmering te vormen voor de geplande bouwbestemming. Er is geen aanleiding tot een aanvullend onderzoek.
Verkennend bodemonderzoek
Op basis van het vooronderzoek is de hypothese gesteld dat de gehele locatie "onverdacht is van
Plangebied Meurs en Maas te Heesch,
verontreiniging". Ondanks de overschrijdingen van de streefwaarde voor de diverse parameters
Dienst VROM streekgewest BNO,
is de hypothese bevestigd.
projectnr.: 3610693/231/3, d.d. januari
Op basis van de onderzoeksresultaten mag een "verklaring van geen bezwaar" worden afgegeven.
1995
Gezien de aangetroffen stoffen in het grondwater, wordt aanbevolen om het gebruik zoveel mogelijk te beperken. In verband met lozen van bronneringswater wordt aanbevolen om dit zoveel mogelijk op de gemeentelijke riolering te doen.
Verkennend bodemonderzoek
Op basis van het vooronderzoek is de hypothese gesteld dat de gehele locatie "onverdacht is
Plangebied Meurs en Maas te Heesch,
van verontreiniging". Ondanks de overschrijdingen van de streefwaarde voor de diverse
Dienst VROM streekgewest BNO,
parameters is de hypothese bevestigd. Uitzondering hierop is de aangetroffen verontreiniging
projectnr.: 3610693/231/2, d.d.
met minerale olie.
augustus 1994
Op basis van de onderzoeksresultaten mag een "verklaring van geen bezwaar" worden afgegeven. Gezien de aangetroffen stoffen in het grondwater, wordt aanbevolen om het gebruik zoveel mogelijk te beperken. In verband met lozen van bronneringswater wordt aanbevolen om dit zoveel mogelijk op de gemeentelijke riolering te doen. Aanbevolen wordt om de aangetroffen verontreiniging met minerale olie nader te onderzoeken c.q. te saneren.
Tabel 2.3: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken
Op de locatie heeft, voor zover bekend bij de gemeente Bernheze, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Bij de gemeente Bernheze is geen informatie bekend m.b.t. eventueel toegepaste asbesthoudende bouwmaterialen op de locatie. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Er zijn geen calamiteiten bekend op of nabij de locatie.
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.4. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0,0 – 0,6
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind.
0,6 – 8,8
Formatie van
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn
Kreftenheye
zand en grind en een spoor klei en veen.
Pagina | 8 AM20108
Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
8,8 – 11,9
Formatie van Beegden
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken.
11,9 – 13,6
Formatie van Waalre
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind.
13,6 – 35,5
Formatie van Peize en
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige
Formatie van Waalre
klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen.
Tabel 2.4: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer B45E0129)
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 9,6 m+ NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal zuidwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 7,5 m+ NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 20 juli 2020 is een veldinspectie uitgevoerd, hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. De voorzijde van de woning is gelegen aan de weg ’t Dorp. Aan de oostzijde van de woning is een oprit gelegen van een grindverharding. Direct achter het woonhuis zijn een aantal schuren gelegen, aan de zijkant van deze schuren ligt een klinkerbestrating. Het overige deel van de onderzoekslocatie is begroeid met gras. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of
bronnen van
verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door de Binnenpas, aan de oostzijde door 2 woningen met tuin, aan de zuidzijde door ‘t Dorp en aan de westzijde door een woning met tuin.
2.7
Asbest
Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is geen informatie naar voren gekomen dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden.
2.8
Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer gemeente Bernheze
Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Bernheze blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘Natuur en landbouw (AW2000)’ geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘Wonen’.
Pagina | 9 AM20108
2.9
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (onverdacht).
Pagina | 10 AM20108
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘ONV’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'ONV' Aantal boringen
Aantal te onderzoeken (meng)monsters
oppervlakte (m²)
tot 0,5 m
èn tot 2 m
èn met peilbuis
bovengrond
ondergrond
grondwater
1.382
6
1
1
1
1
1
NEN-grond incl. lutos
NEN-grond incl. lutos
NEN-grondwater
Analysepakket
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 ‘ONV’ Uit elke boring worden monsters genomen in trajecten van ten hoogste 0,5 m.
Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: drogestof-bepaling 9 zware metalen 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen 7 polychloorbifenylen (PCB) minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: 9 zware metalen 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen minerale olie
Pagina | 11 AM20108
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 20 juli 2020 zijn de boringen geplaatst volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie.
De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018.
De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Zie voor de boorpuntlocaties bijlage 3.
Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis (zie bijlage 2). Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 1. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt.
Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging.
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4).
In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring
Traject (m -mv) 0,0 – 0,4
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
4
Diepte boring (m -mv) 0,90
zand
Sporen baksteen
7
0,90
0,0 – 0,4
zand
Zwak baksteenhoudend, spoor cementresten
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen Pagina | 12 AM20108
In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuis is een week na plaatsing op 27 juli 2020 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer M. Vrolix. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 1
Filterdiepte (m-mv.) 2,7 – 3,7
Grondwaterstand (m-mv. 2,18
pH (-) 7,35
Ec (µS/cm) 257
Troebelheid (NTU) 35,7
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.
In het grondwater in de peilbuis is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter verhoogd (zie 5.3 grondwateranalyse). De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.
Pagina | 13 AM20108
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grond(meng)monster(s)
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. In verband met de aanwezige zintuiglijke bijmengingen in de bovengrond van boring 4 en 7 is, in overleg met de opdrachtgever, besloten om een extra analyse (MM2) op zware metalen (9 stuks) uit te voeren.
Analysemonster
Deelmonsters
Analysepakket
MM1
Traject (m -mv) 0,0 – 0,5
1-1, 2-1, 3-1, 5-1, 6-1, 8-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM2
0,0 – 0,4
4-1, 7-1
Zware metalen (9 stuks) incl. lu/os
MM3
0,5 – 1,5
1-2, 2-2, 2-3, 4-2, 7-2
Standaardpakket incl. lu/os
Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6 voor het analyserapport.
Pagina | 14 AM20108
(Meng)monster
Zintuiglijke waarnemingen
MM1
Traject (m -mv) 0,0 – 0,5
Geen bijmengingen / bijzonderheden
Verhoogde component PAK (10-VROM)
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 1,52 *
MM2
0,0 – 0,4
Sporen baksteen, zwak baksteenhoudend,
Zink
176
*
---
---
---
spoor cementresten MM3
0,5 – 1,5
Geen bijmengingen / bijzonderheden
Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonster MM1 (dieptetraject 0,0 – 0,5 m-mv.) licht verhoogd is met Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK 10-VROM). Grondmengmonster MM2 (dieptetraject 0,0 – 0,4 m-mv.) is licht verhoogd met zink. In grondmengmonster MM3 (dieptetraject 0,5 – 1,5 m-mv.) zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde.
De aangetoonde verhoogde gehalten zijn waarschijnlijk te relateren aan het langdurig menselijk gebruik van de locatie.
Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.
De afkorting PAK staat voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Het gaat hierbij om een verbindingsklasse van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen. Ze ontstaan met name bij verbrandingsprocessen, en kunnen dus zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s ontstaan o.a. door onvolledige verbranding van minerale olie zoals die ook in het verkeer plaatsvindt. Ze worden tevens gevormd bij het proces van droge destillatie van steenkool, zoals die bij gas- en cokesfabrieken werd toegepast. Daarnaast kunnen ze worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. De belangrijkste PAK-verbindingen in steenkoolteer zijn naftaleen, chryseen, fenanthreen en fluorantheen. Alle zijn praktisch onoplosbaar in water, niet vluchtig en persistent (niet afbreekbaar).
5.3
Grondwatermonster(s)
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. *
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde. Pagina | 15
AM20108
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor het analyserapport. Peilbuis 1
Filtertraject [m-mv] 2,7 – 3,7
Grondwaterstand [m-mv.]
Verhoogde component
2,18
---
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing -----
Tabel 5.3: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 1 geen van de onderzochte componenten zijn gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de streefwaarde.
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de bovengrond in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. De gemeten concentraties liggen ruim beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond). Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk.
Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater niet in tegenspraak zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie onverdacht is.
Pagina | 16 AM20108
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn in de bovengrond plaatselijk zintuiglijke bijmengingen waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK 10VROM) en zink. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. In het freatisch grondwater is geen van de onderzochte componenten aangetroffen in een gehalte verhoogd ten opzichte van de streefwaarde. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing.
Pagina | 17 AM20108
aeres milieu
Bijlage 1 Kadastrale situatie en topografische kaart
AM20108
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM20108-BF
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 500
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Heesch A 6383
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 29 juni 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie
AM20108
AM20108
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM20108
Foto 7
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening met boorpuntlocaties en fotolocatiepunten
AM20108
164801
164826
164851
416375
Boorpuntenkaart (A4)
Plangebied
AM20108 Heesch 't Dorp 54
Foto's
Schaal
Boringen
N
boring tot 0,50 m - mv.
v1.0_18-8-2020_BF
boring tot 2,00 m - mv. peilbuis 416325
416350
Legenda
Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK
164751
164776
164801
164826
164851
416325
416350
416375
416400
164776
416400
164751
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen
AM20108
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring: 0
0
erf
02 0 5 10
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor
1
50
50
50 2
2
100
100
3
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
90
Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht oranjegrijs, Edelmanboor
tegel
3
150
150
150 4
Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
4 200
200
200
200 Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
250 270
Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor handmatig 300
350 370
Boring:
03
Boring: 0
0
erf
0
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
04 1 40
50
50
50
erf Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor, Zwak grijze split Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2 90
Boring:
05
Boring: 0
0
erf
50
50
Boring:
50
50
Boring: 0 5
puin
08 0 5
0
Volledig menggranulaat, roodgrijs, Edelmanboor
1 40
50 2 90
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor, Spoor cementresten
erf Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
1
07
0
0
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
06
puin Volledig menggranulaat, roodgrijs, Edelmanboor
1 50
55
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Projectnaam: ‘t Dorp 54, Heesch Projectcode: AM20108
Opdrachtgever: Bureau Leefomgeving
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
aeres milieu
Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker
AM20108
VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000. Projectnummer
AM20108
Onderzoekslocatie
’t Dorp 54 Heesch
Opdrachtgever
Bureau Leefomgeving
Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)
Nee
Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven
Datum uitvoering veldwerkzaamheden:
20 juli 2020
29 juli 2020
protocol
2001
2002
Gecertificeerd monsternemer
H. van den Tillaar
M. Vrolix
aeres milieu
Bijlage 6 Analyseresultaten grond(meng)monsters met achtergrond en interventiewaarden
AM20108
Projectnaam Projectcode
't Dorp 54, Heesch AM20108
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
MM1 1 or
MM2 2 or
br
AW 1/2(AW+I)
Ja 90.6 <1 Geen
-----
Ja 91.0 <1 Geen
-----
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)
2.5
--
1.4
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) <1
--
<1
--
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
6.8 102 115 18 290 96 68 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 -fenantreen 0.12 -antraceen 0.04 -fluoranteen 0.32 -benzo(a)antraceen 0.24 -chryseen 0.18 -benzo(k)fluoranteen 0.14 -benzo(a)pyreen 0.18 -benzo(ghi)peryleen 0.16 -indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.13 -pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 1.517 1.52 * -
1.5
21
40
0.35
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9
-
20
510
1000
4.9
-
190
2595
5000
35
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
25 <0.2 <1.5 13 <0.05 32 <0.5 <3 33
<5 <5 5 <5 <20
96.9 0.236 3.69 26.4 0.0501 49.9 0.35 6.12 77.3
46 0.26 3.6 14 <0.05 26 1.4 8.5 74
RBK eis
br
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
I
-------19.6
----56
178 0.448 12.7 29 0.0503 40.9 1.4 24.8 176
*
Monstercode en monstertraject 1 13287726-001 MM1 01(1) 02(1) 03(1) 05(1) 06(1) 08(1) 2 13287726-002 MM2 04(1) 07(1) De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:
De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
+ De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 1 2.5% 1% 2 1.4% 1%
Projectnaam Projectcode
't Dorp 54, Heesch AM20108
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
MM3 2 or
AW 1/2(AW+I)
Ja 91.1 <1 Geen
-----
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) <1
--
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
6.8 102 115 18 290 96 68 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 -fenantreen <0.01 -antraceen <0.01 -fluoranteen 0.01 -benzo(a)antraceen <0.01 -chryseen 0.01 -benzo(k)fluoranteen <0.01 -benzo(a)pyreen 0.01 -benzo(ghi)peryleen 0.01 -indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.01 -pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.085 0.085
1.5
21
40
0.35
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9
20
510
1000
4.9
190
2595
5000
35
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
<20 <0.2 <1.5 5.4 <0.05 <10 <0.5 <3 <20
RBK eis
br
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) 1.4
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
I
<5 <5 <5 <5 <20
54.2 0.241 3.69 11.2 0.0503 11 0.35 6.12 33.2
-------24.5
a
----70
Monstercode en monstertraject 1 13287726-003 MM3 01(2) 02(2) 02(3) 04(2) 07(2) De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie.
° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 2 1.4% 1%
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
Aeres Milieu BV Gé Reuver Postbus 1015 6040 KA ROERMOND
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 7
: 't Dorp 54, Heesch : AM20108 : 13287726, versienummer: 1. : TSND961E
Rotterdam, 27-07-2020
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project AM20108. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 7 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Gé Reuver Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 7
Analyserapport 't Dorp 54, Heesch
Orderdatum 21-07-2020 Startdatum 21-07-2020 Rapportagedatum 27-07-2020
AM20108 - 1
13287726
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 01(1) 02(1) 03(1) 05(1) 06(1) 08(1) MM2 04(1) 07(1) MM3 01(2) 02(2) 02(3) 04(2) 07(2)
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 90.6 <1 geen
Ja 91.0 <1 geen
Ja 91.1 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
2.5
1.4
1.4
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
<1
<1
<1
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
25 <0.2 <1.5 13 <0.05 32 <0.5 <3 33
46 0.26 3.6 14 <0.05 26 1.4 8.5 74
<20 <0.2 <1.5 5.4 <0.05 <10 <0.5 <3 <20
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
002
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.12 antraceen mg/kgds S 0.04 fluoranteen mg/kgds S 0.32 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.24 chryseen mg/kgds S 0.18 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.14 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.18 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.16 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.13 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 1.517 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds
S S S S S S S S
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
003
<0.01 <0.01 <0.01 0.01 <0.01 0.01 <0.01 0.01 0.01 0.01 1) 0.085
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Gé Reuver Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 3 van 7
Analyserapport 't Dorp 54, Heesch
Orderdatum 21-07-2020 Startdatum 21-07-2020 Rapportagedatum 27-07-2020
AM20108 - 1
13287726
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 01(1) 02(1) 03(1) 05(1) 06(1) 08(1) MM2 04(1) 07(1) MM3 01(2) 02(2) 02(3) 04(2) 07(2)
Analyse
Eenheid
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
Q
S
001
<5 <5 5 <5 <20
002
003
<5 <5 <5 <5 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Gé Reuver Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 4 van 7
Analyserapport 't Dorp 54, Heesch AM20108 13287726
- 1
Orderdatum 21-07-2020 Startdatum 21-07-2020 Rapportagedatum 27-07-2020
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Gé Reuver Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 5 van 7
Analyserapport 't Dorp 54, Heesch
Orderdatum 21-07-2020 Startdatum 21-07-2020 Rapportagedatum 27-07-2020
AM20108 13287726
- 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
monster voorbehandeling
Grond (AS3000)
droge stof
Grond (AS3000)
gewicht artefacten
Grond (AS3000)
aard van de artefacten
Grond (AS3000)
organische stof (gloeiverlies)
Grond (AS3000)
lutum (bodem)
Grond (AS3000)
barium
Grond (AS3000)
cadmium
Grond (AS3000)
kobalt
Grond (AS3000)
koper
Grond (AS3000)
kwik
Grond (AS3000)
lood
Grond (AS3000)
molybdeen
Grond (AS3000)
nikkel
Grond (AS3000)
zink
Grond (AS3000)
naftaleen
Grond (AS3000)
fenantreen
Grond (AS3000)
antraceen
Grond (AS3000)
fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)antraceen
Grond (AS3000)
chryseen
Grond (AS3000)
benzo(k)fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)pyreen
Grond (AS3000)
benzo(ghi)peryleen
Grond (AS3000)
indeno(1,2,3-cd)pyreen
Grond (AS3000)
pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) PCB 28
Grond (AS3000)
Grond: conform NEN-EN 16179. Grond (AS3000): conform AS3000 en conform NEN-EN 16179 Grond: Gelijkwaardig aan ISO 11465 en gelijkwaardig aan NEN-EN 15934. Grond (AS3000): conform AS3010-2 en gelijkwaardig aan NEN-EN 15934 Conform AS3000 Idem Grond: gelijkwaardig aan NEN 5754. Grond (AS3000): conform AS3010-3 Grond: eigen methode. Grond (AS3000): conform AS3010-4 Conform AS3010-5 en conform NEN 6950 (ontsluiting conform NEN 6961, meting conform NEN-EN-ISO 17294-2) Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3010-6 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem
PCB 52
Grond (AS3000)
PCB 101
Grond (AS3000)
PCB 118
Grond (AS3000)
PCB 138
Grond (AS3000)
PCB 153
Grond (AS3000)
PCB 180
Grond (AS3000)
som PCB (7) (0.7 factor)
Grond (AS3000)
totaal olie C10 - C40
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Conform AS3010-8 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3010-7 en conform NEN-EN-ISO 16703
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 001
Y8270939 Y8270932 Y8270925
21-07-2020 21-07-2020 21-07-2020
20-07-2020 20-07-2020 20-07-2020
ALC201 ALC201 ALC201
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Gé Reuver Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 6 van 7
Analyserapport 't Dorp 54, Heesch
Orderdatum 21-07-2020 Startdatum 21-07-2020 Rapportagedatum 27-07-2020
AM20108 13287726
- 1
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 001 002 002 003 003 003 003 003
Y8270933 Y8270919 Y8270855 Y8270930 Y8270922 Y8270924 Y8270937 Y8270916 Y8270929 Y8270931
21-07-2020 21-07-2020 21-07-2020 21-07-2020 21-07-2020 21-07-2020 21-07-2020 21-07-2020 21-07-2020 21-07-2020
20-07-2020 20-07-2020 20-07-2020 20-07-2020 20-07-2020 20-07-2020 20-07-2020 20-07-2020 20-07-2020 20-07-2020
ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Gé Reuver Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 7 van 7
Analyserapport 't Dorp 54, Heesch
Orderdatum 21-07-2020 Startdatum 21-07-2020 Rapportagedatum 27-07-2020
AM20108 13287726
- 1
Monsternummer:
001
Monster beschrijvingen
MM101(1) 02(1) 03(1) 05(1) 06(1) 08(1)
Karakterisering naar alkaantraject benzine
C9-C14
kerosine en petroleum diesel en gasolie motorolie
C10-C16 C10-C28 C20-C36
stookolie
C10-C36
De C10 en C40 pieken zijn toegevoegd door het laboratorium en worden gebruikt als interne standaard.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
aeres milieu
AM20108
Bijlage 7 Analyseresultaten grondwatermonster(s) met streef- en interventiewaarden
Projectnaam Projectcode
't Dorp 54, Heesch AM20108
Tabel: Analyseresultaten grondwater (as3000) monsters (gehalten in µg/l, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
01-1 1
S
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
20 <0.20 <2 8.6 <0.05 <2.0 3.7 <3 <10
50 0.40 20 15 0.050 15 5.0 15 65
<0.2 <0.2 <0.2 <0.1 <0.2 0.21 <0.2 <0.02
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) styreen naftaleen interventiefactor vluchtige aromaten
I
RBK eis
338 3.2 60 45 0.18 45 152 45 432
625 6.0 100 75 0.30 75 300 75 800
20 0.20 2.0 2.0 0.050 2.0 2.0 3.0 10
0.20 7.0 4.0
15 504 77
30 1000 150
0.20 6.0 0.01
35 153 35
70 300 70
0.20 0.20 0.20 0.10 0.20 0.21 0.20 0.020
--a
a
0.0002
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan <0.2 1,2-dichloorethaan <0.2 1,1-dichlooretheen <0.1 cis-1,2-dichlooretheen <0.1 trans-1,2-dichlooretheen <0.1 som (cis,trans) 1,2dichloorethenen (0.7 factor) 0.14 dichloormethaan <0.2 1,1-dichloorpropaan <0.2 1,2-dichloorpropaan <0.2 1,3-dichloorpropaan <0.2 som dichloorpropanen (0.7 factor) 0.42 tetrachlooretheen <0.1 tetrachloormethaan <0.1 1,1,1-trichloorethaan <0.1 1,1,2-trichloorethaan <0.1 trichlooretheen <0.2 chloroform <0.2 vinylchloride <0.2 tribroommethaan <0.2 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40