Toelichting Bijlage 3 - Geurhinderonderzoek
Tekst van het document
Bijlage 3: Geurhinderonderzoek
ONDERZOEK GEUR VEEHOUDERIJEN GEURCONTOUREN EN GEURONDERBOUWING Wijziging inrichting Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther
Opdrachtgever:
BRO
Documentnummer: 20190484.v01 Datum: 26 april 2019 Opdrachtnemer: Auteur:
De Roever Omgevingsadvies mevrouw M. Janssen
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING ..................................................................................................... 3 1.1. 1.2.
2.
WETTELIJK KADER EN BELEIDSKADER ............................................................... 5 2.1. 2.2. 2.3.
3.
Situatie ................................................................................................. 3 Vraagstelling ......................................................................................... 3
Wet geurhinder en veehouderij ................................................................ 5 Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten ............ 5 Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen ................................ 5
UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN ........................................................... 7 3.1. Uitgangspunten veehouderijen ................................................................. 7 3.2. Geuremissie en geurimmissie .................................................................. 7 3.3. Verschillende beoordelingen .................................................................... 7 3.3.1. Voorgrondbelasting ............................................................................. 7 3.3.2. Afstanden .......................................................................................... 8 3.3.3. Achtergrondbelasting ........................................................................... 9 3.3.4. Opslag agrarische bedrijfsstoffen .......................................................... 9 3.4. Geurbelasting versus geurhinder .............................................................10 3.5. Geurgevoelig object ...............................................................................10 3.6. Bebouwde kom .....................................................................................11
4.
GEURBEREKENINGEN .....................................................................................13 4.1. 4.2. 4.3.
5.
Afstanden .............................................................................................14 Voorgrondbelasting ...............................................................................16 Achtergrondbelasting .............................................................................19
CONCLUSIE ...................................................................................................22
BIJLAGE I.
Afstanden ........................................................................................23
BIJLAGE II.
Voorgrondbelasting Aa-brugstraat 19 ..................................................24
BIJLAGE III. Veehouderijgegevens ........................................................................25 BIJLAGE IV.
Achtergrondbelasting ........................................................................26
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 2 van 26
1. INLEIDING 1.1. Situatie De initiatiefnemer heeft het voornemen om het bestaande gebouw (agrarische bestemming) achter de Schoolstraat 38 in Heeswijk-Dinther te gaan gebruiken als bedrijfsverzamelgebouw. Het plangebied is aangegeven op afbeelding 1.
Afbeelding 1. Plangebied Bron: PDOK
In de omgeving van het plangebied liggen enkele veehouderijen. Nagegaan moet worden of het aspect geur ten aanzien van de veehouderij van invloed is op het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van te bestemmen geurgevoelige objecten. Verder moet worden nagegaan of te realiseren geurgevoelige objecten een belemmering vormen voor de veehouderijen. In dit rapport wordt het onderzoek naar de ligging van de geur- en afstandscontouren en naar de overige geuraspecten voor de ruimtelijke ontwikkeling beschreven. 1.2. Vraagstelling Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: 1. Is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woonen verblijfsklimaat gegarandeerd? 2. Worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Het onderzoek dat in dit kader is uitgevoerd beperkt zich tot geur afkomstig van veehouderijbedrijven. De meest recente milieuhygiënische inzichten liggen vast in de Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 3 van 26
Wet geurhinder en veehouderij. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitgangspunten en achtergronden die in dit onderzoek worden gebruikt. De beoordeling van de geursituatie wordt beschreven in hoofdstuk 4. Ten slotte volgen in hoofdstuk 5 de conclusies.
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 4 van 26
2. WETTELIJK KADER EN BELEIDSKADER 2.1. Wet geurhinder en veehouderij In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten. De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. Dit verspreidingsmodel geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Rgv. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Enkele begrippen uit de Wgv die relevant zijn en gebruikt worden in dit rapport, zijn nader toegelicht in hoofdstuk 3. 2.2. Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten Op 1 januari 2013 is een grote wijziging van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling in werking getreden. Met de wijziging zijn meer veehouderijen onder de regels van het Activiteitenbesluit komen te vallen. Daarbij is onder meer de beoordeling van geur conform de Wet geurhinder en veehouderij (zoals toegelicht in hoofdstuk 3 van dit rapport) meegenomen.
De toetsing aan middels geurverordeningen aangepaste geurnormen en afstanden geldt ook voor veehouderijen die onder de regels van het Activiteitenbesluit vallen. 2.3. Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet worden gewaarborgd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat op plaatsen waar het vestigen van een (geur)gevoelig object mogelijk wordt gemaakt. Verder moet worden voorkomen dat bestaande veehouderijen onevenredig in hun belangen worden geschaad. Om de milieucontouren te bepalen moet worden uitgegaan van de ‘omgekeerde werking’ van de milieuregelgeving. In de bestemmingsplantoets wordt daartoe getoetst of ter plaatse van de te bestemmen geurgevoelige objecten voldaan wordt aan de eisen die de milieuregelgeving stelt. Voor het aspect geur van veehouderijen moet een toets op grond van de Wgv worden uitgevoerd. De geplande geurgevoelige objecten moeten zijn gelegen buiten de wettelijk geldende geur- en afstandscontouren van de aanwezige veehouderijen. Bij de toets moet worden uitgegaan van de omvang van de veestapel volgens de verleende vergunning of ingediende melding. Uit jurisprudentie1 blijkt dat voor de geurcontouren of aan te houden afstanden in principe moet worden uitgegaan van de randen van het bouwvlak.
De rand van het bouwvlak wordt aangehouden omdat de veehouderij in principe het recht heeft 1
ABRvS 201205174/1/R4, 22 januari 2014
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 5 van 26
om overal binnen het bouwvlak te bouwen. In sommige gevallen kan niet het volledige bouwvlak worden benut, vanwege de ligging ten opzichte van reeds bestaande geurgevoelige objecten. In dergelijke gevallen wordt uitgegaan van het reëel te benutten bouwvlak. Alleen in het geval dat sprake is van een overbelaste situatie (in de betreffende richting), kan van deze werkwijze worden afgeweken. Van een overbelaste situatie is sprake als in de vergunde situatie niet wordt voldaan aan de geurnorm of afstand. In dat geval kan een veehouderij de ‘geurrechten’ in de betreffende richting niet anders gebruiken dan in de vergunde situatie het geval is (het gaat daarbij om stallen en emissiepunten). Voor het bepalen van de geur- en afstandscontouren kan dan worden uitgegaan van de ligging van de vergunde stallen en emissiepunten. Hiermee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt dat een bestaande veehouderij niet onevenredig in haar belangen mag worden geschaad. Deze werkwijze staat ook beschreven in de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij. Een te bestemmen geurgevoelig object moet buiten de wettelijk geldende geurcontouren van de omliggende veehouderijen liggen, om niet blootgesteld te worden aan te veel geurhinder. Bij veehouderijen met dieren waarvoor afstanden gelden moet het nieuwbouwplan buiten de wettelijk geldende minimale afstand plaatsvinden.
Binnen de geur- en afstandscontouren rondom de (bouwvlakken van de) veehouderijen, is geen sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Dit houdt in dat binnen deze contouren geen nieuwe bestemming mag worden vastgelegd, die het realiseren van geurgevoelige objecten mogelijk maakt. Op die manier wordt een aanvaardbaar woonen verblijfsklimaat gewaarborgd en wordt voorkomen dat het veehouderijbedrijf in haar mogelijke ontwikkeling belemmerd wordt. Het woon- en verblijfsklimaat in een gebied wordt behalve door de geurbelasting per veehouderij (voorgrondbelasting) ook bepaald door de achtergrondbelasting, de geurbelasting ten gevolge van alle veehouderijen samen. Het is aan de gemeente om te beoordelen of de geurbelasting en geurhinder in een specifiek gebied acceptabel zijn.
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 6 van 26
3. UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN 3.1. Uitgangspunten veehouderijen Het onderzoek naar de geursituatie gaat uit van de aanwezige veehouderijen en de bestaande geurgevoelige objecten. In het onderzoek wordt zowel de vergunde geursituatie als de worst-case geursituatie beschouwd. De geurbelasting wordt bepaald op grond van geurberekeningen voor de voor- en achtergrondbelasting. Aan de hand hiervan kan ook het woon- en verblijfsklimaat bepaald worden. Voor de huidige situatie worden de vergunde of gemelde bedrijfssituaties gehanteerd. In de worst-case situatie wordt aangehouden dat alle bestaande bebouwing wordt afgebroken en zodanig wordt teruggebouwd dat de geur- en afstandscontouren zo veel mogelijk richting het te bestemmen geurgevoelige object komen te liggen. 3.2. Geuremissie en geurimmissie De geuremissies worden uitgedrukt in Europese odour units (Europese geureenheden) per tijdseenheid: ouE/s. Deze geuremissies zijn bepaald op basis van metingen aan de geurconcentraties uit stallen. De emissiefactoren per dier staan weergegeven in bijlage 1 van de Rgv. De geurbelastingen (geurimissies) worden uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht: ouE/m3. Hiermee wordt het 98-percentiel van de geurconcentratie bedoeld. Dat is de geurconcentratie, berekend met een verspreidingsmodel, welke gedurende 2 procent van een jaar wordt overschreden. 3.3.
Verschillende beoordelingen 3.3.1. Voorgrondbelasting Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). De standaardnormen uit de Wgv zijn in tabel 1 opgenomen. Tabel 1. Geurnormen volgens de Wet geurhinder en veehouderij 2
Ligging geurgevoelig object * Concentratiegebied Geen concentratiegebied
Binnen bebouwde kom
Buiten bebouwde kom
3 ouE/m3
14 ouE/m3
3
8 ouE/m3
2 ouE/m
* de gemeente Bernheze ligt in een concentratiegebied.
2
gebied als aangegeven in bijlage I bij de Meststoffenwet
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 7 van 26
De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. Het plangebied ligt in een gebied waarvoor de gemeente Bernheze in haar Verordening geurhinder en veehouderij een aangepaste geurnorm heeft vastgesteld, namelijk 8 ouE/m3. Bij het beoordelen van vergunningaanvragen is voor het bepalen van de geurbelasting het gebruik van het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning 2010 voorgeschreven. Hiermee kan op vooraf ingegeven locaties de geurbelasting worden berekend. Om een goed beeld van de geurbelasting te verkrijgen is het wenselijk om geurcontouren te kunnen berekenen en tekenen. Dit is mogelijk met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. De berekende waarden voor de geurbelasting zijn bij beide verspreidingsmodellen gelijk (sinds versie 2010). Hiertoe moeten alle parameters, inclusief de rekennauwkeurigheid (20%) en ruwheid in V-Stacks Gebied gelijk worden gesteld aan de parameters in V-Stacks Vergunning. 3.3.2. Afstanden Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden.
De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat er gehouden wordt en worden gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van een stal waarin de betreffende dieren worden gehouden. De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaard afstandseisen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. Het plangebied ligt niet in een gebied waarvoor de gemeente Bernheze in haar Verordening geurhinder en veehouderij een aangepaste afstandseis heeft vastgesteld. Daarnaast moet de afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf (onafhankelijk van de diersoort die er gehouden wordt) minimaal 25 meter bedragen tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 50 meter bedragen tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom (gevel-gevel afstand). De bedrijfswoning die tot dezelfde veehouderij behoort wordt overigens niet aangemerkt als geurgevoelig object. Ten slotte geldt voor een geurgevoelig object dat deel uitmaakt van een veehouderij een afstand van 50 meter als deze is gelegen buiten de bebouwde kom en een afstand van 100 meter als deze is gelegen binnen de bebouwde kom.
Voor geurgevoelige objecten die deel uitmaken van een veehouderij wordt dus niet getoetst aan de normen voor de voorgrondbelasting, zoals weergegeven in paragraaf 3.3.1.
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 8 van 26
3.3.3. Achtergrondbelasting De normen op grond van de Wgv gelden voor de geurbelasting van een individuele veehouderij. De (hoogste) geurbelasting van een individuele veehouderij op een geurgevoelig object wordt ook wel ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting van alle veehouderijen samen op enige locatie wordt ‘achtergrondbelasting’ genoemd. Dit is vergelijkbaar met het begrip cumulatieve stankhinder uit de ‘stankrichtlijnen’. Het verschil tussen voorgrondbelasting en achtergrondbelasting wordt toegelicht in de op afbeelding 2.
Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting 3 ouE/m3
11 ouE/m3
4 ouE/m3 6 ouE/m
3
Afbeelding 2. Voorgrondbelasting versus achtergrondbelasting Fictieve situatie
De Wgv kent geen normen voor de achtergrondbelasting of de mogelijkheid dergelijke normen te stellen. De achtergrondbelasting die optreedt of op kan treden is dan ook een gevolg van de aanwezige veehouderijen en de individuele geurbelasting. De gemeenteraad beoordeelt of de milieukwaliteit (de mate van geurhinder) die behoort bij een bepaalde achtergrondbelasting acceptabel is en of deze past binnen de doelstellingen voor een gebied. 3.3.4. Opslag agrarische bedrijfsstoffen Naast de geur vanuit dierenverblijven vormt de opslag van agrarische bedrijfsstoffen (waaronder vaste mest en kuilvoer) ook een mogelijke geurbron. Een opslag van agrarische bedrijfsstoffen valt onder de regels van het Activiteitenbesluit. Een opslag van agrarische bedrijfsstoffen moet liggen op een afstand van ten minste 100 meter tot geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom en 50 meter tot geurgevoelige objecten buiten een bebouwde kom. Deze afstanden zijn niet van toepassing op een bestaande opslag die op te korte afstand is gelegen als de opslag aanwezig was op 1 januari 2013 en verplaatsing redelijkerwijs niet mogelijk is.
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 9 van 26
Eventueel aangepaste afstandseisen op grond van een geurverordening hebben betrekking op dierenverblijven en niet op opslagen van agrarische bedrijfsstoffen.
3.4. Geurbelasting versus geurhinder In de Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij is beschreven hoe kan worden bepaald hoeveel geurhinder kan worden verwacht in een gebied, gelet op de geurbelasting die daar is berekend. Op grond van de berekende geurbelastingen wordt met behulp van de tabellen A (achtergrondbelasting) en B (voorgrondbelasting) uit bijlage 6 van de Handreiking de te verwachten geurhinderpercentages bepaald. Het hoogste geurhinderpercentage (voorgrondbelasting of achtergrondbelasting) is maatgevend voor de geursituatie. Deze percentages zijn bedoeld om een vertaalslag te maken tussen de waarden voor de geurbelasting en de milieukwaliteit. De percentages zijn afkomstig uit het ‘Geuronderzoek stallen intensieve veehouderij’ (PRA Odournet, 2001). De geursituatie wordt beschreven in termen van milieukwaliteit, onderverdeeld in acht categorieën van ‘zeer goed’ tot ‘extreem slecht’. Deze termen zijn afkomstig uit de ‘GGD-richtlijn geurhinder (oktober 2002)’. Dit is beschreven in bijlage 7 van de Handreiking. Een overzicht van de geurbelasting in relatie tot de geurhinderpercentages en de milieukwaliteit is te zien in tabel 2. Tabel 2. Woon- en verblijfsklimaat versus geurgehinderden versus geurbelasting Milieukwaliteit Zeer goed
Geurgehinderden
Voorgrondbelasting*
Achtergrondbelasting*
0–5%
0 – 1,5 ouE/m3
0 - 3 ouE/m3
5 – 10 %
3
1,5 – 3,7 ouE/m
3 - 8 ouE/m3
Redelijk goed
10 – 15 %
3
3,7 - 6,5 ouE/m
8 – 13 ouE/m3
Matig
15 – 20 %
6,5 – 10 ouE/m3
13 – 20 ouE/m3
20 – 25 %
3
10 – 14 ouE/m
20 – 28 ouE/m3
25 – 30 %
3
14 – 19 ouE/m
28 – 38 ouE/m3
30 – 35 %
3
19 – 25 ouE/m
38 – 50 ouE/m3
35 – 40 %
3
50 – 65 ouE/m3
Goed
Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht
25 – 32 ouE/m
* deze waarden gelden alleen voor concentratiegebieden, voor niet-concentratiegebieden bestaan andere waarden. De gemeente Bernheze ligt in een concentratiegebied.
De omschrijving van de milieukwaliteit kan niet op zichzelf worden gezien. De beleving van deze aanduidingen sluit het beste aan bij woongebieden. Ook dan is er in de beleving van geur een hele stap tussen de twee opeenvolgende categorieën, zoals ‘redelijk goed’ en ‘matig’. Het verschil in geur tussen twee klassen kan nabij de grens daartussen (op korte afstand) niet worden waargenomen. Het ‘gat’ bestaat alleen tekstueel, omdat de geurbelastingen en hinderpercentages op elkaar aansluiten. 3.5. Geurgevoelig object Een geurgevoelig object is in de Wgv gedefinieerd als: 'gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 10 van 26
gebruik, wordt gebruikt'. Alleen een gebouw kan een geurgevoelig object zijn. Duidelijk is dat een woning een geurgevoelig object is, mits deze een positieve planologische bestemming heeft en feitelijk geschikt is en gebruikt wordt om in te wonen. Of een ander gebouw (niet zijnde een woning), bijvoorbeeld een bedrijfsgebouw een geurgevoelig object is moet worden beoordeeld aan de hand van de criteria die in de definitie verder zijn opgenomen. Het gebouw is bestemd voor menselijk verblijf. Gezien de toelichting op de Wgv betekent dit dat de locatie volgens een geschikte planologische bestemming een functie moet hebben voor menselijk verblijf. In een kantoorgebouw, werkruimte of expeditieruimte kunnen zich mensen ophouden. Het gebouw is blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk verblijf. Het gebouw moet zodanig zijn (aard, indeling en inrichting) dat het feitelijk gezien ook mogelijk is om in het gebouw te verblijven. Als aan het voorgaande wordt voldaan zal dit in de praktijk normaliter ook het geval zijn. Het gebouw wordt daarvoor (menselijk verblijf) permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, gebruikt. Onduidelijk is wat onder permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik wordt verstaan. Waar de grens ligt in de mate van gebruik zal uit de jurisprudentie moeten blijken.
Gelet op de definitie wordt er van uitgegaan dat gebouwen, waarin zich gedurende langere tijd, vrijwel dagelijks (meerdere) mensen verblijven (in dit geval werken) aangemerkt worden als geurgevoelig object. Dit wordt bevestigd in jurisprudentie (onder andere ABRvS 200709155/1 van 24 december 2008, ABRvS 200801961/1 van 11 maart 2009, ABRvS 200902795/5/R3 van 14 oktober 2009 en ABRvS 201202274/1/A1 van 10 oktober 2012). Het plan voorziet in de realisatie van een geurgevoelig object. 3.6. Bebouwde kom Het begrip bebouwde kom is in de Wgv niet gedefinieerd, evenmin als in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro). In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel van de Wgv is aangegeven dat de grens van de bebouwde kom ‘niet wordt bepaald door de Wegenverkeerswetgeving, maar evenals in de ruimtelijke ordening door de aard van de omgeving’. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur. Als bebouwde kom wordt beschouwd: ‘het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft’ en waarin (dus) veel mensen per oppervlakte-eenheid daadwerkelijk wonen of verblijven. InfoMil concludeert in haar handleiding behorend bij de Wgv dat het
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 11 van 26
voor de hand ligt om voor de grenzen van de bebouwde kom aan te sluiten bij wat in de ruimtelijke ordening (het plaatselijke bestemmingsplan) daaronder wordt verstaan. Of een bepaalde omgeving een bebouwde kom is zal per geval moeten worden bepaald. Zoals gezegd is dit niet eenduidig gedefinieerd. De volgende zaken spelen in deze afweging en rol: - dichtheid bebouwing; - aard en structuur van de omgeving en bebouwing; - planologische karakter. Mogelijk dat ook de historische situatie een rol speelt. Voor woningen gaan wij uit van een bebouwde kom, als deze in een woonwijk of woongebied zijn gelegen, waarbij de erven aan meerdere zijden aan elkaar aansluiten. Woningen die geconcentreerd zijn gelegen in een op zichzelf staande lintbebouwing beschouwen wij niet als bebouwde kom. Deze opvatting sluit aan bij de jurisprudentie over het begrip bebouwde kom zoals dat werd gehanteerd in de brochure veehouderij en Hinderwet (één van de 'stankrichtlijnen') en in de Stankwet. Het te realiseren geurgevoelige object maakt geen onderdeel uit van een bebouwde kom.
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 12 van 26
4. GEURBEREKENINGEN In de omgeving van de het plangebied liggen enkele veehouderijen. De veehouderijen en de totale geuremissie per veehouderij zijn aangegeven op afbeelding 3.
Afbeelding 3. Veehouderijen en geuremissie Bron: PDOK
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 13 van 26
4.1. Afstanden In paragraaf 3.3.2 is toegelicht dat een afstand van 50 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object binnen het plangebied in acht moet worden genomen. Op afbeelding 4 en op de kaart in bijlage I is de afstandscontour van 50 meter rondom de emissiepunten van de dichtstbijzijnde veehouderij aangegeven. Ook is de afstand van 50 meter rondom de vaste mestopslag en kuilvoeropslagen weergegeven.
Afbeelding 4. Afstanden Bron: PDOK
Het plangebied ligt binnen de afstandscontour van 50 meter. Binnen de afstand van 50 meter is in principe geen sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Daarnaast worden de belangen van de veehouderij geschaad, aangezien in een toekomstige situatie emissiepunten van dierenverblijven en opslagen van agrarische bedrijfsstoffen niet verder in westelijke richting kunnen worden verplaatst.
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 14 van 26
Daarom raden wij aan geen geurgevoelige objecten toe te staan binnen 50 meter van het bouwvlak van de veehouderij. Dit kan middels een functieaanduiding in het bestemmingsplan. De contour van 50 meter rondom het bouwvlak van de veehouderij is aangegeven op afbeelding 5.
Afbeelding 5. Afstand bouwvlak Bron: PDOK
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 15 van 26
4.2. Voorgrondbelasting Gelet op de totale geuremissie en de afstand tot het plangebied is de veehouderij aan AA-brugstraat 19 maatgevend voor de beoordeling van de voorgrondbelasting. Voor de veehouderij aan AA-brugstraat 19 is op 24 april 2003 een revisievergunning verleend voor de volgende veebezetting:
Op basis van de omgekeerde werking van de Wet geurhinder en veehouderij is een geurberekening uitgevoerd. Dat wil zeggen dat uitgegaan is van één emissiepunt op de rand van het bouwvlak, zo ver mogelijk in de richting van het plangebied. Voor de overige parameters is ook uitgegaan van een worst-case situatie. De parameters van de geurberekening zijn opgenomen in tabel 3. Tabel 3. Parameters geurberekening AA-burgstraat 19 Emissiepunt
X coördinaat (m)
Y coördinaat (m)
Hoek bouwvlak Noord
161515
405893
Emissiepunt Gebouw Emissiepunt Uittree hoogte hoogte diameter snelheid (m) (m) (m) (m/s) 1,5
1,5
0,5
4
Geur emissie (ouE/s) 0,54
De geurcontouren zijn bereken met het rekenprogramma V-Stacks Gebied. In paragraaf 3.3.1 is toegelicht dat dat rekenprogramma dezelfde geurbelastingen berekent als het rekenprogramma V-Stacks Vergunning, bij toepassing van de juiste rekeninstellingen. De rekeninstellingen zijn als volgt:
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 16 van 26
De geurcontouren zijn weergegeven op afbeelding 5 en op de kaart in bijlage II. Het plangebied (waarvoor een geurnorm van 8 ouE/m3 geldt) ligt buiten de worst-case geurcontour van 8 ouE/m3. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat en de belangen van de veehouderij worden niet geschaad.
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 17 van 26
Afbeelding 6. Geurcontouren Aa-brugstraat 19 Bron: PDOK
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 18 van 26
4.3. Achtergrondbelasting De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen (zie paragraaf 3.3.3). De geuremissie is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. Bij een onderzoek naar de achtergrondbelasting worden alle veehouderijen binnen een straal van twee kilometer van het plangebied betrokken. Op basis van Web-BVB van de provincie Noord-Brabant3 zijn de relevante veehouderijen geselecteerd en zijn de totale geuremissie en de overige (algemene) parameters voor de geurberekeningen bepaald. Van de meest relevante veehouderijen zijn de parameters voor de geurberekeningen op stalniveau bepaald, zoals gepresenteerd in paragraaf 4.2. De veehouderijgegevens zijn opgenomen in bijlage III. De achtergrondbelasting is berekend met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. De rekeninstellingen zijn als volgt:
3
https://bvb.brabant.nl/webbvb, export 15 maart 2019
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 19 van 26
De achtergrondbelasting is weergegeven op afbeelding 6 en op de kaart in bijlage IV. De achtergrondbelasting is weergegeven in verschillende klassen van het woon- en verblijfsklimaat (zie tabel 2 paragraaf 3.4).
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 20 van 26
Afbeelding 7. Achtergrondbelasting Bron: PDOK
De hoogst berekende geurbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt ongeveer 2,7 ouE/m3. Dit komt overeen met een ‘zeer goed’ woon- en verblijfsklimaat, zie tabel 2 in paragraaf 3.4. In tabel 2 in paragraaf 3.4 is ook te zien dat bij een individuele geurbelasting (voorgrondbelasting) van 8,0 ouE/m3 (de geurnorm) een ‘matig’ woon- en verblijfsklimaat hoort. Dit woon- en verblijfsklimaat wordt op grond van de Verordening geurhinder en veehouderij aanvaardbaar geacht voor geurgevoelige objecten in dit gebied. Het woon- en verblijfsklimaat ten aanzien van de achtergrondbelasting is daarom beter dan het woon- en verblijfsklimaat dat op grond van de Wgv aanvaardbaar wordt geacht. De achtergrondbelasting vormt geen belemmering voor het plan.
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 21 van 26
5. CONCLUSIE In dit onderzoek is de geur van veehouderijen ten aanzien van het plan achter de Schoolstraat 38 onderzocht. In deze conclusie wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen, zoals gesteld in paragraaf 1.2. In hoofdstuk 4 van dit rapport is toegelicht dat het plangebied gedeeltelijk binnen de afstandscontouren van de veehouderij aan ligt. Daarom raden wij aan geen geurgevoelige objecten toe te staan binnen 50 meter van het bouwvlak van de veehouderij. Dit kan middels een functieaanduiding in het bestemmingsplan. De contour van 50 meter rondom het bouwvlak van de veehouderij is aangegeven op afbeelding 5. Verder is toegelicht dat ten aanzien van voorgrondbelasting sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat en dat de veehouderijen niet in hun belangen worden geschaad. Ook ten aanzien van de achtergrondbelasting is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat.
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 22 van 26
BIJLAGE I. Afstanden
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 23 van 26
Bijlage 1. Afstandscontouren
bron: PDOK - Kadaster - OSM - RO-online
Schaal 1 : 2.000
24 april 2019
De Roever Omgevingsadvies • www.deroever.nl • 073 - 594 10 11
BIJLAGE II.
Voorgrondbelasting Aa-brugstraat 19
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 24 van 26
Bijlage 1. Geurcontouren Aa-brugstraat 19
bron: PDOK - Kadaster - OSM - RO-online
Schaal 1 : 3.800
23 april 2019
De Roever Omgevingsadvies • www.deroever.nl • 073 - 594 10 11
BIJLAGE III.
Veehouderijgegevens
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 25 van 26
Bijlage 3. Veehouderijen IDNR X_COORDINAAT Y_COORDINAAT EP-hoogte gemgebhoogte EP-diameter EP-uittree Evergund EmaxVergun Afstand Gemeente 21701 162003 406181 5 6 0.5 4 0 0 130.2 Bernheze 21687 161457 405819 5 6 0.5 4 12745 12745 525.4 Bernheze 21686 161385 405887 5 6 0.5 4 3411 3411 554.4 Bernheze 21801 162680 406027 5 6 0.5 4 0 0 796.2 Bernheze 21842 162341 406869 5 6 0.5 4 12598 12598 876.5 Bernheze 21704 162599 406669 5 6 0.5 4 40 40 898.7 Bernheze 21899 161678 405230 5 6 0.5 4 37725 37725 912.7 Bernheze 21710 160966 406287 5 6 0.5 4 0 0 938.3 Bernheze 34456 162215 405141 5 6 0.5 4 58339 58339 1030.0 Bernheze 30310 161195 405351 5 6 0.5 4 1068 1068 1034.4 Meierijstad 21756 162076 407161 5 6 0.5 4 10230 10230 1059.6 Bernheze 21692 163042 406057 5 6 0.5 4 7276 7276 1154.6 Bernheze 21895 162351 405043 5 6 0.5 4 25296 25296 1170.1 Bernheze 21757 162229 407272 5 6 0.5 4 37329 37329 1203.0 Bernheze 21758 162241 407345 5 6 0.5 4 0 0 1276.5 Bernheze 21791 163131 405778 5 6 0.5 4 0 0 1287.7 Bernheze 21693 163149 406403 5 6 0.5 4 26913 26913 1291.8 Bernheze 21903 162660 405052 5 6 0.5 4 0 0 1315.6 Bernheze 21792 163109 405601 5 6 0.5 4 0 0 1325.0 Bernheze 21806 163444 406248 5 6 0.5 4 31614 31614 1560.4 Bernheze 21884 161666 407691 5 6 0.5 4 2070 2070 1588.7 Bernheze 21904 162901 404872 5 6 0.5 4 24737 24737 1605.2 Bernheze 301264 163534 406072 5 6 0.5 4 0 0 1645.6 Bernheze 21908
163558 406180 5 6 0.5 4 398 398 1670.2 Bernheze 21763 163606 405781 5 6 0.5 4 9041 9041 1749.8 Bernheze 21760 162638 407728 5 6 0.5 4 1460 1460 1775.7 Bernheze 21819 163298 407228 5 6 0.5 4 0 0 1793.7 Bernheze 21820 163605 406823 5 6 0.5 4 20962 20962 1855.2 Bernheze 21807 163689 406598 5 6 0.5 4 41664 41664 1862.9 Bernheze 21794 161874 407988 5 6 0.5 4 11923 11923 1870.1 Bernheze 21764 163677 405563 5 6 0.5 4 18430 18430 1872.2 Bernheze 21879 163604 405295 5 6 0.5 4 18156 18156 1902.2 Bernheze 21863 163529 407124 5 6 0.5 4 0 0 1924.0 Bernheze 32685 163244 404747 5 6 0.5 4 0 0 1927.6 Meierijstad 35484 161811 408136 5 6 0.5 4 10672 10672 2019.5 Bernheze
Straat Brouwersstraat Aa-brugstraat Aa-brugstraat Laag-Beugt Nobisweg Dodenhoeksestraat Kanaaldijk-Noord Droevendaal Laverdonk Dinthersedijk Hommelsedijk Berg- en Dalseweg Laverdonk Hommelsedijk Hommelsedijk Kilsdonkseweg Berg- en Dalseweg Laverdonk Kilsdonkseweg Lange Kruisdelstraat Koffiestraat Laverdonk Lange Kruisdelstraat Lange Kruisdelstraat Hoog-Beugt Hommelsedijk Liniedijk Liniedijk Lange Kruisdelstraat Koffiestraat Hoog-Beugt Zwanenburgseweg Vorstenbosseweg De Knokert Koffiestraat
Huisnummer Postcode 2A 5473HB 19 5473GG 4 5473GG 3C 5473KB 15 5473RD 1 5473NB 44A 5473KW 2 5473BH 5A 5473KX 12 5482VC 4A 5473RG 4 5473KC 7 5473KX 4B 5473RG 6A 5473RG 1 5473KK 6 5473KC 9A 5473KX 2 5473KK 5B 5473KG 13 5473RP 9C 5473KX 5C 5473KG 5A 5473KG 7 5473KN 41 5473RE 1 5473NR 3A 5473NR 7 5473KG 6 5473RP 10 5473KP 4A 5473KT 6 5473NG 10 5462JA 21 5473RP
BIJLAGE IV.
Achtergrondbelasting
Schoolstraat 38 Heeswijk-Dinther, onderzoek geur veehouderijen
Pagina 26 van 26
Bijlage 4. Achtergrondbelasting
Schaal 1 : 4.000
24 april 2019
Legenda < 0.0 0.0 - 3 3-8 8 - 13 13 - 20 20 - 28 28 - 38 38 - 50 50 - 65 65 - 999 bron: PDOK - Kadaster - OSM - RO-online
De Roever Omgevingsadvies • www.deroever.nl • 073 - 594 10 11