Toelichting bestemmingsplan 'Muggenhoek 1, Heeswijk-Dinther'
Tekst van het document
De tekeningen kunnen vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden. Tijdens het bouwrijp maken van het plangebied worden deze bestaande kabels en leidingen verwijderd dan wel omgelegd. 4.11.3 Conclusie In en nabij het projectgebied zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn derhalve geen belemmeringen te verwachten. Bij graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen.
54
4.12 Gezondheid 4.12.1 Algemeen In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om: het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?) het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid). Gezondheid is in de ruimtelijke ordening een steeds belangrijker thema. Er is geen specifieke wet- en regelgeving of beleidskader voor het meenemen van dit aspect in bestemmingsplannen of andere ruimtelijke besluiten. Van belang is dat een ruimtelijk besluit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Om de toetsing van gezondheid een volwaardige plaats te geven binnen de ruimtelijke ordeningspraktijk wordt de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 gehanteerd. De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, om te bepalen of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling.
4.12.2 Beoordeling Voorliggend plan betreft de planologische wijziging van het perceel Muggenhoek 1 in Heeswijk-Dinther. De agrarische bestemming wordt gewijzigd voor de uitbreiding van de productiegerichte paardenhouderij. Er wordt 250 m2 aan paardenstallen gesloopt, daarvoor in plaats wordt een nieuwe paardenstalling met overdekte rijbak gerealiseerd. Deze nieuwe bebouwing heeft een oppervlakte van 1224 m2. Er is geen sprake van een manege. De binnenrijbak is kleiner dan een wedstrijdbak, waardoor deze alleen recreatief gebruikt zal/kan worden. Er wordt géén les gegeven. De bestaande burgerwoning wordt gewijzigd in een bedrijfswoning. Het stappenplan van de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 is doorlopen (zie bijlage 5 van deze toelichting): 1) er is geen sprake van een varkens-/pluimveehouderij; 2) er is geen toename in de emissie voor geur, fijnstof en/of ammoniak; 3) er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; 4) er worden niet meerdere diersoorten gehouden binnen het bedrijf; 5) er is geen sprake van een geitenhouderij danwel pluimveenbedrijf; 6) er is geen sprake van een mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of zelfstandige activiteit; 7) er is geen sprake van ongerustheid van omwonenden over de volksgezondheid. Uit de zeven doorlopen stappen blijkt dat advisering door de GGD niet wordt geadviseerd, er is sprake van een gezonde leefomgeving.
4.12.3 Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect gezondheid, nader onderzoek op het gebied van gezondheid is daarom ook niet nodig.
55
Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Inleiding In de andere hoofdstukken van deze toelichting is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische bindende deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In de volgende paragraaf wordt de systematiek van planregels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven.
5.2 Planmethodiek 5.2.1 Algemeen In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. De benaming van de bestemmingen en de volgorde van de regels, evenals de weergave van de bestemmingen in het plan komen overeen met de SVBP 2012. In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.
5.2.2 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten:
•
Begrippen (Artikel 1)
In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2)
Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze bouwhoogtes, afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
56
5.2.3 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn als volgt ingedeeld: Bestemmingsomschrijving Hierin staat voor welke functie(s) de gronden mogen worden gebruikt en hoe de onderlinge rangorde van de functies is. Bouwregels Hierin is aangegeven welke gebouwen en andere bouwwerken in principe zijn toegestaan en welke maatvoering daarbij moet worden aangehouden. Nadere eisen Hierbij is bepaald dat het college nadere eisen kan stellen aan de afmetingen en aan de plaats van de bebouwing, ten behoeve van: a.
b.
c.
d.
e.
f.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden: ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten bouwwerken, werken en andere gebruiksvormen, dient rekening te worden gehouden met de gebruiksmogelijkheden binnen andere bestemmingen, indien deze daardoor kunnen worden beïnvloed; de milieusituatie: ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten bouwwerken, werken en andere gebruiksvormen, dient rekening te worden gehouden met de milieuaspecten, zoals hinder voor omwonenden en een verkeersaantrekkende werking; een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld: ten aanzien van de situering en de vormgeving van bouwwerken, dient gestreefd te worden naar de instandhouding of het tot stand brengen van een in stedenbouwkundig opzicht, harmonieus straat- en bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid: uit het oogpunt van sociale veiligheid is het beleid om de oriëntatie van de (verblijfsgebieden van) gebouwen zoveel mogelijk op de openbare ruimte (straatzijde) te richten en het aanleggen van zichtbelemmerende groenvoorzieningen tegen te gaan; de verkeersveiligheid: ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten bouwwerken, werken en andere gebruiksvormen, dient rekening te worden gehouden met de instandhouding of het tot stand brengen van een verkeersveilige situatie; de woonsituatie: ten aanzien van de woonsituatie dient rekening te worden gehouden met het in stand houden
en/of het garanderen van een goede woonsituatie zoals de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte en het uitzicht.
Afwijken van de bouwregels In de toekomst kunnen zich omstandigheden voordoen die thans nog niet voorzien zijn, waaruit blijkt dat de bouwregels niet toereikend zijn. Daarom kan het college voor ondergeschikte aspecten binnen een bestemming bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels. Van geval tot geval zal een afweging moeten worden gemaakt. Het afwijken van de basisregels is bedoeld voor uitzonderingssituaties waarbij bepaalde criteria zijn opgenomen. In eerste instantie zal echter gestreefd worden naar het laten voldoen van de plannen aan de basisregeling. Bij toepassing van de bevoegdheid om af te wijken van het plan, gelden specifieke procedureregels die zijn opgenomen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Specifieke gebruiksregels In principe moeten de gronden en de gebouwen worden gebruikt overeenkomstig de bestemming. Waar nodig zijn voor de duidelijkheid en ten behoeve van het aangeven van de reikwijdte van de bestemming gebruiksvormen vermeld, die in ieder geval als strijdig met de bestemming moeten worden aangemerkt. Afwijken van de gebruiksregels Omdat van een aantal gebruiksvormen niet op voorhand gezegd kan worden of ze aanvaardbaar zijn of niet, is het college bevoegd om bij een omgevingsvergunning af te wijken van de specifieke gebruiksregels.
Deze omgevingsvergunning wordt verleend na een zorgvuldige afweging van functies en waarden binnen de bestemming.
57
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Deze omgevingsvergunning kan worden verleend voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden, die anders zijn dan bouwen. Hiermee kan de gemeente ook ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen tegenhouden, zoals het ophogen van gronden, het dempen van sloten, het scheuren van grasland en het aanleggen van rioleringen. 5.2.4 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit:
• • • • • •
Anti-dubbeltelregel: Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels; Algemene gebruiksregels; Algemene afwijkingsregels; Algemene wijzigingsregels; Overige regels.
5.2.5 Overige regelingen In dit bestemmingsplan worden de gronden in het plangebied voor verschillende doeleinden bestemd. Daarbij worden regels gegeven voor het gebruik van de gronden en van de daarop voorkomende bouwwerken en gebouwen, voor zover dat in het belang van een goede ruimtelijke ordening nodig is. Het college kan binnen de grenzen die in het plan zijn aangegeven, bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels en/of van de specifieke gebruiksregels. Een bestemmingsplan bevat niet alle regels die het bouwen op en het gebruik van de grond regelen. Zo zijn er bijvoorbeeld nog andere gemeentelijke verordeningen, de milieuwetten en de waterschapskeur, waarin eisen en beperkingen kunnen voorkomen, waarover het bestemmingsplan zich niet uitspreekt. Bij een procedure waarbij vergunningen (bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor het bouwen) worden verleend, kunnen die andere regels beperkingen opleggen op andere gronden dan planologische. 5.2.6 Overgangs- en slotregels Het overgangsrecht geldt voor bouwwerken die ooit met een bouwvergunning of een melding zijn gebouwd, of een gebruik dat ooit is toegestaan, maar die nu vanwege een bestemmings- of beleidswijziging onder het overgangsrecht zijn gebracht.
Het overgangsrecht is er op gericht dat deze bouwwerken uiteindelijk zullen verdwijnen of het gebruik ervan wordt beëindigd, zodat de situatie in overeenstemming komt met de gegeven bestemming. In beginsel mogen de bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen, slechts in ondergeschikte mate gedeeltelijk worden vernieuwd en veranderd. Meestal is dat een eenmalige handeling aan het bouwwerk. Het is niet mogelijk om hiermee geheel of in stappen tot een nieuw bouwwerk te komen.
5.3 Toelichting op de bestemmingen Hieronder volgt een beknopte beschrijving van de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen de opgenomen enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’, de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' en de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone woonwerkontwikkelingsgebied'. Agrarisch met waarden - Landschappelijke, cultuurhistorische en/ of abiotische waarden (artikel 3) De bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke, cultuurhistorische en/ of abiotische waarden' is toegekend aan het plangebied. Deze gronden zijn bedoeld voor agrarisch grondgebruik met het behoud, bescherming en/of herstel van de aanwezige, landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden
58
met bijbehorende voorzieningen. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf (productiegerichte paardenhouderij). Alle gebouwen, de bedrijfswoning en de paardenbakken zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak. Er is maximaal 1 bedrijfswoning toegestaan. Waarde – Archeologie 3 (artikel 4) Aan het plangebied is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ toegekend. Deze gronden zijn behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van eventuele archeologische waarden. Hiertoe zijn in deze dubbelbestemming drempelwaarden voor bodemverstoringen opgenomen. Bij een overschrijding van deze drempelwaarden dient archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Waterstaat - Beschermingszone watergang (artikel 5) De voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming (basisbestemming), met voorrang mede bestemd voor de bescherming en het onderhoud van de in deze zone gelegen dan wel daaraan grenzende watergang. Bebouwing is niet toegestaan binnen deze zone. Wetgevingzone - woonwerkontwikkelingsgebied (artikel 8) Om in te kunnen spelen op ontwikkelingen die de gemeente op zich af ziet komen, is er een woonwerkontwikkelingsgebied opgenomen.
Dit gebied is op de verbeelding aangegeven met gebiedsaanduidingen hetgeen betekent dat hier met wijzigings‐ en afwijkingsbevoegdheden mogelijkheden en beperkingen zijn voor bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen. Deze mogelijkheden en beperkingen zijn in de planregels aangegeven.
5.4 Verbeelding De regels moeten worden gelezen in samenhang met de verbeelding. De verbeelding geeft op een zodanige wijze informatie dat hierop kan worden afgelezen waar en hoe er gebouwd kan worden. In de regels wordt deze informatie nader toegelicht, uitgewerkt en juridisch vastgelegd. Het laatste betekent dat de regels uiteindelijk bepalen op welke wijze de informatie op de verbeelding moet worden geïnterpreteerd. Het is dus altijd van belang om de regels te bekijken in samenhang met de verbeelding, als er daadwerkelijk gebouwd gaat worden, of als andere ontwikkelingen worden gepland. Bij het voorliggend bestemmingsplan hoort ook een verbeelding. Op deze verbeelding is het plangebied weergegeven.
59
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid 6.1 Kostenverhaal Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkeling is dat deze voor de overheid budgetneutraal wordt ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met artikel 6.12 lid 4 Wro is de gemeenteraad verplicht om de kosten te verhalen en een exploitatieplan vast te stellen gelijktijdig met het besluit waarop het exploitatieplan betrekking heeft. Niet in alle gevallen is de gemeenteraad verplicht een exploitatieplan vast te stellen. Op grond van artikel 6.12, lid 2 kan de gemeenteraad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen als aan de cumulatieve bepalingen van artikel 6.12, lid 2 sub a, b en c is voldaan. Met onderhavig plan wordt op het perceel Muggenhoek 1 is een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. De financiële kosten worden verzekerd door het het aangaan van een overeenkomst met de initiatiefnemer. Hiermee zijn de kosten anderszins verzekerd en is een exploitatieplan niet noodzakelijk
6.2 Financiële haalbaarheid Het plan wordt uitgevoerd en bekostigd door initiatiefnemer. De gemeente heeft geen kosten voor de realisatie van dit plan. Initiatiefnemer beschikt over voldoende middelen om de voorgestane ontwikkeling te kunnen realiseren. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten. Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
60
Hoofdstuk 7 Procedure 7.1 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Doordat voorliggend plan geen betrekking heeft op omliggende gemeenten, is overleg met omliggende gemeenten achterwege gebleven. 7.1.1 Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 7.1.2 Provincie Noord-Brabant Het voorontwerp bestemmingsplan is voorgelegd aan de provincie Noord-Brabant. De provincie is van mening dat het plan nog niet voldoet aan de Interim omgevingsverordening. Het gaat om de volgende onderdelen: 1.
2.
3.
4.
In de toelichting wordt gesproken over het uitbreiden van een agrarisch bedrijf. Momenteel is volgens de systematiek van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ één burgerwoning toegestaan. In het gehele buitengebied van de gemeente Bernheze wordt met een agrarische bestemming gewerkt en vervolgens wordt met de functieaanduiding aangegeven welke daadwerkelijke functie daar is toegestaan. Daarom is er sprake van de vestiging van een overig agrarisch bedrijf. In de omgeving zijn meerdere agrarische bedrijven toegestaan. De vestiging van een dergelijk bedrijf vinden wij dan ook niet vreemd. Echter mist deze conclusie ook in de toelichting. Wij vragen de gemeente om bovenstaande aan te passen in de toelichting. a. Deze reactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. In paragraaf 3.2.1 en 3.22 van de toelichting is de tekst gewijzigd. Er is sprak van de vestiging van een productiegerichte paardenhouderij i.p.v. de uitbreiding van een productiegerichte paardenhouderij. De ontwikkeling van de productiegerichte paardenhouderij is passend in de omgeving (er zijn meerdere agrarische bedrijven in de omgeving toegestaan). In de planregels in combinatie met de verbeelding wordt een ‘agrarisch bedrijf’ toegestaan. In dit plan is specifiek sprake van een ‘overig agrarisch bedrijf’ en meer specifiek ‘paardenfokkerij’.
Wij vragen de gemeente dit meer specifiek op te nemen in het bestemmingsplan. a. Deze reactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. In artikel 3.1 van de regels is opgenomen dat een productiegerichte paardenhouderij voor maximaal 30 paarden, uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding 'paardenfokkerij'. Op de verbeelding van het bestemmingsplan is de functieaanduiding 'paardenfokkerij' toegevoegd. Kwaliteitsverbetering van het landschap, berekening. Doordat er sprake is van een vestiging van een overig agrarisch bedrijf is deze ontwikkeling ook een zogenaamde categorie 3 ontwikkeling volgens het regionale afsprakenkader. Hiervoor moet een berekening worden opgesteld. Deze berekening ontbreekt. a. De berekening is toegevoegd als bijlage 7 bij deze toelichting. Kwaliteitsverbetering van het landschap, Landschappelijke inpassing. In het plan is alleen een landschappelijke inpassing opgenomen. Wij missen hierbij de landschapsanalyse waaruit blijkt dat de voorgestelde inpassing passend is in het gebied. Dit geldt in bijzonder voor de voorgestelde wadi. De voorgestelde inpassing voorziet daarnaast vooral in erfinrichting. Voor de goede orde delen wij in dat kader mede dat erfinrichting geen onderdeel uit maakt van de op regionaal niveau afgesproken kwaliteitsverbetering van het landschap.
61
a.
Deze reactie geeft aanleiding om de landschappelijke inpassing aan te passen. Bij het opstellen van de landschappelijke inpassing is gebruikt gemaakt van de ‘Visie en landschapsanalyse Heeswijk-Dinther’. Deze kaart is toegevoegd aan de landschappelijke inpassing. Deze analyse heeft geleid tot de volgende uitgangspunten voor de landschappelijke inpassing: i. Het versterken van ecologische verbindingen van de Leijgraafbeek door aanleg van een ecologisch waardevolle poel in de noordoosthoek van het perceel; ii. Aanplant van diverse inheemse bomen verbetert en versterkt de landschappelijke kwaliteit van de dorpsrand van Heeswijk-Dinther; iii. Het doorzetten van de laanbeplanting Muggenhoek versterkt de bestaande laanstructuur. De uitgangspunten zijn vertaald naar een landschappelijke inpassing op perceel niveau. De landschappelijke inpassing is hiermee verankerd in zijn omgeving en zorgt daarmee voor een kwaliteitsverbetering van het landschap.
7.1.3 Waterschap De gemeente heeft het plan voorgelegd aan het waterschap. Het waterschap heeft medio november 2023 gereageerd op het plan en heeft een aantal opmerkingen en vragen. 1.
2.
3.
Langs de A- watergang loopt een beschermingszone voor beheer en onderhoud van 5 meter aan weerszijden vanaf de insteek; ter plaatse van duikers 2,5 meter vanaf het hart van de duiker, waardoor de A-watergang stroomt. De beschermingszones zijn opgenomen in het vigerend bestemmingsplan Buitengebied en onze legger; nota bene deze lopen niet geheel gelijk (voor het waterschap is de legger leidend). Ruimtelijk relevant is dat hier geen obstakels mogen worden geplaatst, zoals bouwwerken en beplanting. a. We verzoeken de beschermingszone te benoemen in de waterparagraaf, en te bevestigen dat het nieuwe gebouw [als wij het goed zien op het inrichtingsplan], buiten de beschermingszone aan de oostkant van het bouwperceel is geprojecteerd. Op de concept-plankaart is namelijk alléén de noordelijke beschermingszone van de Awatergang weergegeven; de beschermingszone aan de oostkant over de duiker (die onder de toegangsweg van het perceel noord-zuid doorloopt) ontbreekt. b. We verzoeken de beschermingszone aan de oostkant van het plangebied op de plankaart toe te voegen. c. We geven in overweging de uitbreiding van het nieuwe bouwvlak, buiten de beschermingszone te leggen. Op het Landschappelijk inpassingsplan (LIP) zijn aan de oostkant bestaande bomen te zien in de beschermingszone van de duiker.
Deze bomen vallen onder onze regels onder overgangsrecht, NB verandering of eventuele nieuwe aanplant daar is watervergunningplichtig. Aanplant van de eiken aan de noordzijde, in de beschermingszone aan de noordkant van de A-watergang, is watervergunningplichtig; tenzij deze worden beschouwd als aankleding van de openbare weg. De waterparagraaf geeft aan dat er sprake is van netto toename van 1200 m2 verhard oppervlak (bebouwd en erfverharding). Hierop is onze Algemene regel 15 van toepassing. De wateropgave bedraagt hier dan 0,06 maal 1200m2 =72 m3 hemelwaterberging. De plantoelichting geeft alleen aan, dat de wadi in oppervlakte 90 m2 groot wordt, hetgeen neer zou komen op te weinig bergingscapaciteit.
Beantwoording opmerkingen en vragen waterschap: 1. a. in paragraaf 4.6.3 van de toelichting staat de volgende omschrijving: De bestaande watergang rondom het plangebied is in dit bestemmingsplan voorzien van een dubbelbestemming 'Waterstaat - Beschermingszone watergang'. De voor 'Waterstaat Beschermingszone watergang' aangewezen gronden zijn bestemd voor de bescherming en het onderhoud van de in deze zone gelegen dan wel daaraan grenzende watergang.
62
2.
3.
Op de voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. De waterparagraaf hoeft op dit onderdeel niet aangepast te worden. b. De beschermingszone aan de oostkant van het plangebied staat op de verbeelding, deze is alleen niet goed zichtbaar op de pdf omdat het maar een breedte van 60 cm betreft. Het bouwvlak loopt exact gelijk met de grens van de beschermingszone, het bouwvlak ligt daarmee buiten de beschermingszone. De verbeelding blijft ongewijzigd. c. Het bouwvlak loopt exact gelijk met de grens van de beschermingszone, het bouwvlak ligt daarmee buiten de beschermingszone. De verbeelding blijft ongewijzigd. De waterparagraaf wordt hierop aangepast. Artikel 21 (Werken en bomen ten behoeve van openbare wegen langs a-wateren) lid 2 (voorschriften) uit de Algemene regels Waterschap Aa en Maas is opgenomen onder paragraaf 4.6.1 beleidskader. Onder paragraaf 4.6.2 is de verantwoording opgenomen. Het plan is hierop aangepast. In het weiland, ten noorden van de inrit en langs de parkeervakken, wordt een wadi voorziening gerealiseerd met een bergingscapaciteit van tenminste 72 m3. In artikel 3.5.4 is een voorwaardelijk verplichting opgenomen voor de hemelwatervoorziening en de waterberging.
63
7.2 Inspraak De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in de Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Gezien de geringe wijziging die met dit plan wordt bewerkstelligd wordt dit wijzigingsplan niet als voorontwerp ter inzage gelegd. Er wordt geen mogelijkheid geboden voor het indienen van inspraakreacties. Wel doorloopt het plan de wettelijke procedure voor het vooroverleg met de relevante overlegpartners. Omgevingsdialoog De omwonenden van het plangebied zijn door de initiatiefnemer geïnformeerd over de voorgenomen plannen van de initiatiefnemer. Geen van de omwonenden hebben bezwaar tegen de voorgenomen ontwikkeling.
64
7.3 Ontwerp en zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan Muggenhoek 1 Heeswijk-Dinther heeft van 21 december 2023 voor zes weken ter inzage gelegen. Er is in deze periode één zienswijze ingediend door de provincie NoordBrabant. Zienswijze Naar aanleiding van het vooroverleg is het plan aangepast. Het plan botst op één onderdeel nog met het provinciaal beleid. Het betreft de kwaliteitsverbetering van het landschap: 1. Berekening Doordat er sprake is van een vestiging van een overig agrarisch bedrijf is deze ontwikkeling ook een zogenaamde categorie 3 ontwikkeling volgens het Brabant brede afsprakenkader. Hiervoor moet een berekening worden opgesteld. Dit berekening is in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. In de berekening worden gronden afgewaardeerd naar een groenbestemming. Deze groenbestemming is echter niet op de verbeelding geborgd. Daarnaast wordt er een onderscheid gemaakt in agrarisch bebouwd en agrarisch onbebouwd binnen het bouwvlak. Het bouwvlak mag geheel worden bebouwd, dus dit onderscheid kan niet gemaakt worden. Ook zijn plankosten en beheerskosten voor 10 jaar opgenomen. Plankosten zien wij niet als kwaliteitsverbetering en de beheerskosten mogen voor maximaal 6 jaar worden opgenomen. Wij verzoeken de gemeente de berekening aan te passen conform bovenstaande punten. 2.
Landschappelijke inpassing In het plan is een landschappelijke inpassing opgenomen met een minimale landschapsanalyse. Hierdoor is de Wadi onvoldoende onderbouwd. De voorgestelde inpassing voorziet daarnaast nog steeds vooral in erfinrichting. Erfinrichting zien wij niet als kwaliteitsverbetering van het landschap volgens de Brabant brede afgesproken kwaliteitsverbetering van het landschap. Wij vragen de gemeente de inpassing aan te passen en te voorzien in maatregelen die de landschappelijke kwaliteit ter plaatse verbetert. Reactie op zienswijze Deze zienswijze wordt gedeeld. De berekening kwaliteitsverbetering is op onderdelen aangepast en is nu in overeenstemming met het beleidskader van de provincie. De landschappelijke inpassing is aangepast. Er is een analysekaart met toelichting opgenomen voor het perceel en de omgeving en er is een extra onderbouwing gegeven voor de landschapspoel.
65
7.4 Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden, niet belanghebbenden die kunnen aantonen dat zij niet in de gelegenheid waren een zienswijze naar voren te brengen en niet belanghebbenden die tegen een eventuele wijziging van het bestemmingsplan zijn t.o.v. het ontwerpwijzigingsplan tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
66
67
Bijlagen bij deze toelichting Bijlage 1 Landschappelijke inpassing Bijlage 2 Quickscan Natuur Bijlage 3 Stikstofberekening Bijlage 4 Stalling overzicht Stal van den Berg Bijlage 5 Stappenplan Handreiking veehouderij en volksgezondheid Bijlage 6 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling Bijlage 7 Berekening kwaliteitsverbetering
68