Toelichting
Tekst van het document
Onderzoek Het plangebied ligt op een afstand van 330 meter ten opzichte van het middelpunt van de molen. Volgens de bouwregels van de molenbiotoop mag de maximale bouwhoogte van de woning op die locatie dan 3 meter (hoogte onderste punt van de molenwiek) + 1/30e x 330 meter = totaal 14 meter bedragen. Dit is hoger dan de maximale bouwhoogte in de omgeving, welke 10 meter bedraagt. Daarom mag voor het plangebied worden uitgegaan van de maximale bouwhoogte van 10 meter.
5.1.13 Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen Handreiking veehouderij en volksgezondheid Door samenwerking van de omgevingsdiensten in Noord-Brabant en de GGD is 30 april 2018 de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 opgesteld. De Handreiking geeft een stappenplan om te beoordelen of een nadere advisering door de GGD wenselijk is. Over de risico’s van de aanwezigheid van veehouderijen op de volksgezondheid is in de afgelopen jaren op landelijk niveau onderzoek uitgevoerd, wat onder andere geresulteerd heeft in het rapport ‘Mogelijke effecten van intensieve veehouderij op de gezondheid van omwonenden’ d.d. 7 juni 2011 van IRAS, NIVEL
30
en RIVM (verder: het IRAS onderzoek). Als vervolg op dit onderzoek heeft in opdracht van de ministeries van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS), Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken (EZ) een uitgebreid onderzoek ‘Veehouderij en gezondheid omwonenden’ (VGO)1 plaatsgevonden in het oosten van Noord-Brabant en het noorden van Limburg. Onderzocht is of het wonen in de nabijheid van veehouderijen effect kan hebben op de gezondheid. In het onderzoek is gekeken naar de blootstellingseffecten en de gezondheidsrisico’s. Hieruit blijkt dat een aantal relaties met betrekking tot luchtwegaandoeningen en de dichtheid van veehouderijen in een gebied te leggen zijn. Op basis van het onderzoek is een stappenplan gegeven om te komen tot een overweging of er sprake is van een gewenst nader advies van de GGD. Het doorlopen van het stappenplan behorende bij de Handreiking levert het volgende: 1. Endotoxine; in de omgeving van de woning Kapelstraat 13 zijn geen veehouderijen gesitueerd, waarvan het plan binnen de richtafstand is gesitueerd; 2. Emissies; het plan leidt niet tot toename van emissie van geur, fijn stof of ammoniak; 3. Geur; er wordt voldaan aan de wettelijke geurafstanden.
Voor de gezondheidskundige advieswaarde voor de voorgrondgeurbelasting kan niet worden voldaan aan de waarden 2,0 ouE/m3, omdat in het geurbeleid van de gemeente Bernheze is opgenomen dat de voorgrondbelasting 3 ouE/m3 mag bedragen.
5.1.14
M.E.R. beoordeling
Op 16 mei 2017 is de Implementatiewet 'herziening m.e.r.richtlijn' in werking getreden. Met deze wet wordt de herziene Europese m.e.r.-richtlijn in Nederlandse wetgeving vertaald. Op basis deze wetgeving worden voor de vormvrije m.e.r.beoordeling enkele procedurele vereisten uit de Wet milieubeheer van toepassing. Dit betekent dat voortaan een melding gedaan moet worden van het voornemen om een activiteit uit te voeren die beneden de drempelwaarde van de D-lijst van het Besluit m.e.r. blijven. De wijziging van het Besluit m.e.r. is op 7 juli 2017 in werking getreden. Het realiseren van één woning valt onder onderdeel D (stedelijke ontwikkeling, categorie D.11.2) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Aangezien het gaat om het realiseren van één woning, wordt dit niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. en is een (vormvrije) aanmeldnotitie niet noodzakelijk.
5.1.15
Conclusie
Gezien de voorgaande paragrafen kan de conclusie worden getrokken dat er geen aspecten zijn die de ontwikkeling zouden kunnen belemmeren.
Formeel gezien is hier dus een advies noodzakelijk van de GGD. Het feit dat de woning wordt gerealiseerd tussen bestaande woningen, kan worden gesteld dat er in het kader van de ruimtelijke overwegingen de noodzaak hiervan twijfelachtig is.
31
Juridische aspecten 6.1.1 Planstukken Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP 2012 alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het bestemmingsplan ‘Kapelstraat 13 Vorstenbosch’ is vervat in een verbeelding (bestaande uit 1 analoog kaartblad), regels en toelichting.
6.1.2 Toelichting op de verbeelding De analoge verbeelding is getekend op een actuele en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1000. Op de analoge verbeelding wordt door middel van matrices binnen de bestemming specifieke informatie weergegeven, zoals de maximale goot- en bouwhoogte. Binnen het bestemmingsvlak van de bestemming ‘wonen’ is een bouwvlak opgenomen die de bouw van één woning met bijbehorende bebouwing en bouwwerken mogelijk maakt. Verder is aan de voorzijde van het perceel de enkelbestemming ‘Tuin-2’ van toepassing, waar geen bouwwerken mogen worden opgericht. Naast de enkelbestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin-2’ is de dubbelbestemmingen ‘Waarde-Archeologie-3’ en de gebiedsaanduiding ‘Vrijwaringszone-molenbiotoop’ op de verbeelding opgenomen.
-
Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hierin worden de regels voor de op de verbeelding opgenomen bestemmingen gegeven; Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels en algemene wijzigingsregels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de verschillende bestemmingen aan te geven.
6.1.4 Inleidende regels Begrippen (art. 1) In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Voor het gemak zijn enkele begrippen uit de Woningwet/ Bouwverordening/ Wabo overgenomen. Verder zijn enkele begrippen afkomstig van de SVBP 2012. Wijze van meten (art. 2) Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/ percelen gemeten moeten worden. Bij de wijze van meten zijn de bindende regels uit het SVBP 2012 overgenomen, aangevuld met een aanvullende wijze van meten.
6.1.3 Toelichting op de regels Bij het opstellen van de regels is uitgegaan van de landelijke norm Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en het vigerende bestemmingsplan ‘De Kommen van Bernheze’ uit 2011. De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten:
32
6.1.5 Bestemmingsregels Bestemmingen De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: 1. Bestemmingsomschrijving; 2. Bouwregels; 3. Nadere eisen; 4. Afwijken van de bouwregels; 5. Specifieke gebruiksregels; 6. Afwijken van de gebruiksregels; 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 8. Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; 9. Wijzigingsbevoegdheid. Duidelijk zal zijn dat een bestemming niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie aangegeven. Indien nodig worden vervolgens de andere aan de grond toegekende functies genoemd. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waardoor de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen aanmerkelijk vereenvoudigd en inzichtelijker is. In het navolgende worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. nieuwe woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’, met inachtneming van dat maximumaantal; b. aan huis verbonden beroepen, met dien verstande dat per woning maximaal 40% van de vloeroppervlakte mag worden gebruikt voor het aan huis verbonden beroep tot een maximum van 50 m2; Tuin-2 De voor 'Tuin-2' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Waarde-archeologie-3 De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Binnen de bestemming zijn vervolgens de bouwregels opgenomen.
6.1.6 Algemene regels In artikel 6, de Anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk. In de artikelen 7 tot en met 10 zijn achtereenvolgens de algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels en algemene afwijkingsregels opgenomen. Deze verschaffen het bevoegd gezag de gewenste beleidsruimte om bij de uitvoering van het plan te kunnen inspelen op gegevens of situaties die vooraf niet bekend kunnen zijn.
33
In artikel 11 is met een dynamische verwijzing naar de Parkeernormennota gemeente Bernheze bepaald dat een omgevingsvergunning voor bouwen of gebruik in afwijking van het bestemmingsplan slechts kan worden verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
6.1.7 Overgangs- en slotregels In de bepaling Overgangsrecht (artikel 2 is geregeld in hoeverre en onder welke voorwaarden bestaande gebouwen en het bestaand gebruik van gronden en bouwwerken mogen afwijken van het plan. In de Slotregel (artikel 13) is aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
34
Uitvoerbaarheid 7.1.1 Economische uitvoerbaarheid
inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Wanneer met een ruimtelijk plan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In voorliggend geval wordt het kostenverhaal vastgelegd door middel van een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemers. Hierin worden onder andere afspraken vastgelegd over plankosten en het risico op planschade. Hierdoor kan het opstellen van een exploitatieplan achterwege blijven. Ook dient een planschade-risicoanalyse worden opgesteld. De gemeente Bernheze heeft aangegeven dat de lichtmast op gemeentegrond staat en dient te blijven voor de gelijkmatige openbare verlichting.
7.1.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het ontwerpbestemmingsplan moet conform afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. In bijlage 7 is de nota van zienswijzen opgenomen. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de
35
Bijlagen
36
Bijlage 1 : Bodemonderzoek volgens NEN 5740
37
Bijlage 2 : Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
38
Bijlage 3 : Akoestisch onderzoek industrielawaai
39
Bijlage 4 : Quick scan flora en fauna
40
Bijlage 5 : Bepaling stikstofdepositie
41
Bijlage 6 : Akoestisch onderzoek industrielawaai Kapelstraat 11
42
Bijlage 6a : Akoestisch onderzoek (klimaat tuin)
43
Bijlage 7 : nota van zienswijzen
44