TOE Bijlage 9 Externe veiligheid
Tekst van het document
Bijlage 9 Quickscan externe veiligheid
749
Opdrachtgever: Projectnr: Datum:
Ruimte voor Ruimte RVR007-0001 21 december 2022
Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:
Ruimte voor Ruimte RVR007-0001 20221221-RVR007-RAP-EV 3.0 Definitief 21 december 2022
Opsteller: -+C0CBR+-
T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl
Verificatie: -+R0PC+-
Validatie: -+V0HVG+-
© 2022 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.
INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Inleiding ................................................................................................................................................................... 5 Wettelijk kader .......................................................................................................................................................... 5 Transport over waterwegen .......................................................................................................................................... 6 Transport over wegen.................................................................................................................................................. 6 Transport over het spoor .............................................................................................................................................. 8
3.1 3.2 3.3
Inleiding ................................................................................................................................................................... 9 Wettelijk kader .......................................................................................................................................................... 9 Inventarisatie lokale buisleidingen ................................................................................................................................. 9
4.1 4.2 4.3
Inleiding ................................................................................................................................................................. 10 Wettelijk kader ........................................................................................................................................................ 10 Inventarisatie relevante inrichtingen ............................................................................................................................. 10
3
1
INLEIDING In opdracht van Ruimte voor Ruimte is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van gebiedsontwikkeling ter plaatse van Heeswijk-Dinther, binnen de gemeente Bernheze. Het plan past niet binnen het huidige bestemmingsplan waardoor een ruimtelijke procedure doorlopen moet worden. In het kader van deze procedure is externe veiligheid een van de milieuaspecten die beschouwd moet worden. De globale ligging van het plangebied (rode arcering) is in de onderstaande afbeelding weergegeven.
Afbeelding 1
Globale ligging plangebied (bron: PDOK)
In het kader van het onderzoek naar het planvoornemen dienen de externe veiligheidsrisico’s ten gevolge van activiteiten in de directe omgeving te worden geïnventariseerd. Externe veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over transportroutes (weg, spoor en water) en het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen. In deze quickscan zijn de risicobronnen geïnventariseerd en is beoordeeld of de genoemde risicobronnen mogelijk een belemmering vormen voor de invulling van het plangebied. Indien risicobronnen een mogelijke belemmering vormen, is een vervolgonderzoek noodzakelijk.
4
2
TRANSPORTASSEN
2.1
Inleiding Eén van de aandachtspunten bij het ontwikkelen van een plan waar mensen verblijven, zoals de voorgenomen ontwikkeling, zijn de externe veiligheidsrisico’s vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Bepaald dient te worden of het vervoer van gevaarlijke stoffen consequenties kan hebben voor de gewenste ontwikkeling.
2.2
Wettelijk kader Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in de richtlijnen voor stationaire bronnen en transportassen. De regelgeving rond de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen volgt per 1 april 2015 uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs, Stb. 2013, nr. 307). De Wvgs vervangt de nota en de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (Rnvgs). In de Wvgs en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) worden normwaarden gegeven voor twee verschillende typen risico’s, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In de bijlagen van de Regeling basisnet is opgenomen voor welke transportroutes de externe veiligheidsrisico’s bepaald moeten worden. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is vastgelegd hoe de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen berekend en geanalyseerd moeten worden. Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer van gevaarlijke stoffen.
De hoogte van het GR representeert de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute in één keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de HART (paragraaf 2.1) hoeven geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Indien de risicobron op meer dan 200 meter afstand van het plangebied is gelegen, hoeft geen berekening plaats te vinden van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico. Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden. In de HART zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. De ligging van het invloedsgebied per modaliteit is in navolgende tabel 1 weergegeven.
5
Tabel 1
Invloedsgebied per stofcategorie Stofcategorie Weg, water Spoor LF1 LF2 C3 LT1 D3 LT2 LT3 D4 LT4 GF1 GF2 GF3 A GT2 GT3 B2 GT4 B3 GT5 B3
2.3
Invloedsgebied 1% letaliteitsafstand (m) Spoor Weg Water 45 35 35 45 35 375 730 600 880 880 >4.000 >4.000 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 40 n.v.t. 280 65 460 355 90 245 n.v.t. 995 560 1.070 >4.000 >4.000 n.v.t. >4.000 >4.000 n.v.t.
Transport over waterwegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Op basis van de afstanden die in tabel 1 zijn genoemd, blijkt dat het maximale invloedsgebied van gevaarlijke stoffen die over water vervoerd worden, 1.070 meter bedraagt (GT3-stoffen). Binnen een straal van 1.070 meter zijn geen waterwegen aanwezig waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het plangebied ligt derhalve niet binnen het invloedsgebied van een waterweg. De risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over water vormen geen belemmeringen voor de planvorming, uit het oogpunt van externe veiligheid.
2.4
Transport over wegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg zijn uitsluitend de transportassen van belang waar structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In beginsel zijn dit A- en N-wegen. Op basis van de afstanden die in tabel 1 zijn genoemd, blijkt dat het maximale invloedsgebied van gevaarlijke stoffen die over weg vervoerd worden, 4 kilometer bedraagt. Binnen een straal van 4 kilometer is de A50 en de N279 relevant. In afbeelding 2 is de globale ligging van het plangebied ten opzichte van deze wegen weergegeven.
6
Afbeelding 2
Globale ligging plangebied ten opzichte van wegen (bron: PDOK)
A50 De rijksweg A50 (wegvak B87) ligt op een afstand van circa 2,4 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. Deze weg is opgenomen in het Basisnet weg. Deze weg heeft geen PR 10-6-risicocontour en ook geen plasbrandaandachtsgebied (PAG)1. Deze aspecten vormen derhalve geen aandachtspunt voor de planontwikkeling. Aangezien het plan op meer dan 200 meter van de voornoemde rijksweg is gelegen, is de hoogte van het groepsrisico geen aandachtspunt. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat (juni 2019) blijkt dat over de A50, ter hoogte van het plangebied LF1, LF2, LT2 en GF3-stoffen worden getransporteerd. Uit tabel 1 volgt dat het maximale invloedsgebied voor deze stoffen (LT2) 880 meter is. Het plangebied ligt daarmee niet binnen het invloedsgebied van de A50. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de A50 vormen geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. N279 De provinciale weg N279 (wegvak B74) ligt op een afstand van circa 1,7 kilometer ten zuiden van het plangebied. Deze weg is niet opgenomen in het Basisnet weg. Deze weg heeft geen PR 10-6-risicocontour en ook geen PAG. Deze aspecten vormen derhalve geen aandachtspunt voor de planontwikkeling. Aangezien het plan op meer dan 200 meter van de voornoemde provinciale weg is gelegen, is de hoogte van het groepsrisico geen aandachtspunt.
1
Het plasbrandaandachtsgebied is een gebied als bedoeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes. Dit is een gebied van 30 m parallel aan weerszijden van bepaalde transportroutes waarover grote hoeveelheden zeer brandbare vloeistoffen worden vervoerd.
7
Uit eerder onderzoek blijkt dat over de N279, ter hoogte van het plangebied LF1, LF2, LT1, LT2 en GF3-stoffen worden getransporteerd. Uit tabel 1 volgt dat het maximale invloedsgebied voor deze stoffen (LT2) 880 meter is. Het plangebied ligt daarmee niet binnen het invloedsgebied van de N279. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de N279 vormen geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde.
2.5
Transport over het spoor Ook ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan, binnen een straal van 4 km rondom het plangebied. Binnen een straal van 4 kilometer zijn geen spoorwegen aanwezig waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het plangebied ligt derhalve niet binnen het invloedsgebied van een spoorweg. De risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over spoor vormen geen belemmeringen voor de planvorming, uit het oogpunt van externe veiligheid.
8
3
BUISLEIDINGEN
3.1
Inleiding Bij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten dient tevens rekening te worden gehouden met het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen waarvoor bepaalde aan te houden risicoafstanden gelden. Deze afstanden zijn onder andere afhankelijk van de aard van de stof, de druk waaronder deze wordt getransporteerd, de diepteligging, diameter en wanddikte van de buisleiding. Ten aanzien van de externe veiligheid gaat het vooral om de risico’s in het geval iets fout gaat met een hogedruk aardgastransportleiding. Maar ook andere buisleidingen kunnen een aandachtsgebied voor externe veiligheid hebben dat tot over het plan reikt. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige buisleidingen consequenties kunnen hebben voor het plangebied.
3.2
Wettelijk kader Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Dit besluit sluit aan bij de risiconormering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Dat betekent dat de toetsings- en bebouwingsafstand worden vervangen door een afstand voor het plaatsgebonden risico (PR) en een afstand voor het invloedsgebied van het groepsrisico (GR). Voor het PR geldt dat binnen de 10-6-risicocontour geen kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Voor het GR geldt, indien objecten binnen het invloedsgebied liggen, een verantwoordingsplicht.
3.3
Inventarisatie lokale buisleidingen Eventuele risico’s van buisleidingen zijn pas relevant indien de effecten van een ongeval het plangebied kan overschrijden. Om inzicht te krijgen in de bandbreedte van het invloedsgebied van buisleidingen is het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen-Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen (geactualiseerde versie 2016) geraadpleegd, waarin uit tabel 5.1 1%-letaliteitsgrens bij hogedrukaardgastransportleidingen blijkt dat de grootst mogelijke 1%-letaliteitsafstand van een buisleiding 580 meter bedraagt. Op basis van de signaleringskaart is geconstateerd dat in de omgeving van het plangebied geen buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen binnen een afstand van 580 meter is gelegen. Het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormt geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.
9
4
EXTERNE VEILIGHEID INRICHTINGEN
4.1
Inleiding Naast het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes en door buisleidingen, dient bij de realisatie van het plan ook rekening te worden gehouden met de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen waarvoor ook aan te houden risicoafstanden gelden. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige risicovolle inrichtingen belemmeringen kunnen vormen voor de planrealisatie.
4.2
Wettelijk kader Voor risicovolle activiteiten en/of risicovolle installaties bij inrichtingen worden ten aanzien van het milieuhygiënische aspect externe veiligheid regels gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt aangesloten op de van toepassing zijnde publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Daarnaast is een aantal rechtstreeks geldende besluiten van belang waarin te respecteren veiligheidsafstanden en/of risicocontouren zijn opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo 2015), het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en het Vuurwerkbesluit.
Voor zover het Bevi, Brzo 2015 en de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik niet van toepassing is, vallen activiteiten met gevaarlijke stoffen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Indien de drempelwaarden uit bijlage 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet worden overschreden, vallen activiteiten met de opslag van ontplofbare stoffen zoals genoemd in het Vuurwerkbesluit eveneens onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. In specifieke gevallen kunnen aanvullende voorschriften zijn opgenomen in een individuele milieuvergunning. De effecten met betrekking tot externe veiligheid worden uitgedrukt in te respecteren veiligheidsafstanden, plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
4.3
Inventarisatie relevante inrichtingen Met behulp van de signaleringskaart is bepaald of het plangebied binnen de plaatsgebonden risicocontouren, dan wel invloedsgebieden van omliggende risicovolle inrichtingen is gelegen. In de uitsnede in navolgende afbeelding is de ligging van relevante inrichtingen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.
10
Afbeelding 3
Ligging plangebied t.o.v. inrichtingen (bron: Signaleringskaart)
Uit bovenstaande afbeelding is af te lezen dat het plangebied niet binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de nabijheid is gelegen. Geconcludeerd kan worden dat de risico’s als gevolg van inrichtingen geen belemmering vormen voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.
11
5
CONCLUSIE In opdracht van Ruimte voor Ruimte is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van gebiedsontwikkeling ter plaatse van Heeswijk-Dinther, binnen de gemeente Bernheze. Het plan past niet binnen het huidige bestemmingsplan waardoor een ruimtelijke procedure doorlopen moet worden. In het kader van deze procedure is externe veiligheid een van de milieuaspecten die beschouwd moet worden. Transport over water, spoor en weg Het plangebied ligt niet binnen een invloedsgebied van een water-, spoor- en autoweg waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over water, spoor en weg vormen geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is voor deze aspecten niet aan de orde. Buisleidingen Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een buisleiding, waardoor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleiding geen belemmering vormt voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Inrichtingen Het plangebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving. De risico’s als gevolg van inrichtingen vormen geen aandachtspunt voor de planvorming waardoor een verantwoordingsplicht niet aan de orde is.
12