TAMIMRO Mozartlaan-Verdilaan vastgesteld
Tekst van het document
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, MozartlaanVerdilaan ong., Heesch TOELICHTING 22 JANUARI 2026
Gemeente Bernheze
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Gegevens adviesbureau Naam Telefoonnummer Emailadres
: Pittiger in planologie : 06-19743337 : info@pittiger.com
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 2 van 88
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 3 van 88
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding en doel........................................................................................................................... 5 1.2 Locatie ............................................................................................................................................ 5 1.3 Leeswijzer ....................................................................................................................................... 6 Hoofdstuk 2 Huidige situatie .................................................................................................................. 7 2.1 Beschrijving van de omgeving van de locatie ................................................................................. 7 2.2 Beschrijving van de locatie.............................................................................................................. 8 Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie ....................................................................................................... 10 3.1 Planvoornemen .............................................................................................................................
10 3.2 Stedenbouwkundige karakteristiek en beeldkwaliteit .................................................................... 15 3.3 Functionele karakteristiek ............................................................................................................. 15 Hoofdstuk 4 Toetsing aan het omgevingsplan ................................................................................. 17 4.1 Omgevingsplan ............................................................................................................................. 17 4.2 Bruidsschat ................................................................................................................................... 18 4.3 Verordeningen die onderdeel uitmaken van het omgevingsplan van rechtswege ........................ 18 4.4 Wijze van toedeling functies omgevingsplan .................................................................................... 19 Hoofdstuk 5 Visie en beleid op de locatie .................................................................................................. 20 5.1 Rijksbeleid en instructieregels....................................................................................................... 20 5.2 Provinciaal beleid ..........................................................................................................................
31 5.3 Waterschap Aa en Maas ............................................................................................................... 34 5.4 Gemeentelijk beleid....................................................................................................................... 35 Hoofdstuk 6 Fysieke leefomgeving en milieu ...................................................................................... 50 6.1 Omgevingsveiligheid ..................................................................................................................... 50 6.2 Luchtkwaliteit ................................................................................................................................ 53 6.3 Gezondheid ................................................................................................................................... 57 6.4 Bedrijven en milieuzonering .......................................................................................................... 58 6.5 Geluid ............................................................................................................................................ 62 6.6 Archeologie en cultuurhistorie ......................................................................................................
66 6.7 Trillingen ....................................................................................................................................... 69 6.8 Bodem ........................................................................................................................................... 70 6.9 Natuur ........................................................................................................................................... 71 6.10 Toegankelijkheid van de openbare (buiten)ruimte ........................................................................ 73 6.11 Water............................................................................................................................................. 73 6.12 Geur .............................................................................................................................................. 78 6.13 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ...................................................................................................... 81 Hoofdstuk 7 Juridische opzet .............................................................................................................. 83 Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid ...............................................................................................................
84 8.1 Kostenverhaal en nadeelcompensatie .......................................................................................... 84 8.2 Procedure TAM-omgevingsplan.................................................................................................... 85 Hoofdstuk 9 Belangenafweging en conclusie............................................................................................. 86 9.1 Doelen van de wet (Omgevingswet artikel 1.3) ................................................................................ 86 9.2 Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) ........................................................ 86 9.3 Verwerken TAM-omgevingsplan ...................................................................................................... 87 Hoofdstuk 10 Bijlagen ........................................................................................................................... 88
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 4 van 88
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding en doel Deze motivering hoort bij het “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch” van de gemeente Bernheze. Deze wijziging van het omgevingsplan is aan de orde op de hoek van de Mozartlaan-Verdilaan in Heesch om een appartementencomplex en een parkeerterrein mogelijk te maken. In het omgevingsplan van rechtswege is de locatie waarover deze wijziging gaat bestemd als ‘Maatschappelijk’ en ‘Groen’, waarvoor de locatie in de huidige situatie ook in gebruik is. Er zijn nu een parkeerplaats ten behoeve van bassischool Emmaus en groenstroken aanwezig. Het planvoornemen past niet in het omgevingsplan van rechtswege, omdat het planvoornemen de functies ‘Wonen’ en ‘Verkeer’ bevat en deze functies niet zijn toegelaten. Daarnaast is het bouwplan niet passend binnen de vigerende bouwregels en het bestaande bouwvlak. Het plan past wel binnen het beleid van de gemeente. Om het planvoornemen mogelijk te maken is een wijziging van het omgevingsplan nodig, waarbij gemotiveerd moet worden dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daartoe strekt deze motivering. 1.2 Locatie De locatie is kadastraal bekend gemeente Heesch, sectie B, nummer 6429 gedeeltelijk, 7755 gedeeltelijk en 8018 gedeeltelijk. De locatie kent een gezamenlijke oppervlakte van circa 4.500 m2.
De locatie is hieronder met een gele omkadering op de luchtfoto met kadastrale ondergrond (huidige situatie) globaal aangegeven.
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 5 van 88
1.3
Leeswijzer
Via deze wijziging van het omgevingsplan worden meerdere activiteiten mogelijk gemaakt. Na dit inleidende hoofdstuk volgen de hoofdstukken met de verantwoording van die activiteiten. In hoofdstuk 2 staat een beschrijving en analyse van de huidige situatie waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gewenste situatie, de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt het planvoornemen getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. In hoofdstuk 5 vindt toetsing plaats aan de ruimtelijke beleidskaders; in welke mate sluit de voorgenomen wijziging aan op het beleid en aan de (omgevings)visie en programma’s van de gemeente Bernheze en hogere overheden. In hoofdstuk 6 vindt toetsing plaats aan regels en normen van omgevingsaspecten en milieu. In hoofdstuk 7 staat de juridische opzet van dit TAM-omgevingsplan toegelicht. Tot slot komt in hoofdstuk 8 de uitvoerbaarheid van het plan aan de orde. In hoofdstuk 9 leest u dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (conclusie) en hoofstuk 10 bevat een overzicht van de bijlagen.
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 6 van 88
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
2.1 Beschrijving van de omgeving van de locatie De locatie is gelegen in het zuidoostelijke gedeelte van de bebouwde kom van Heesch op de hoek Mozartlaan-Verdilaan. Op de afbeelding is deze ligging met een rode pin op de topografische kaart weergegeven.
Heesch Heesch is ontstaan als lintdorp langs de doorgaande weg tussen Grave en Den Bosch. In 1899 is er slechts in beperkte mate bebouwing aanwezig langs het lint. Er is nog geen sprake van een kern. In het noorden en oosten is het bos- en heiderijke Peelhorstgebied zichtbaar. In het zuiden en westen zijn duidelijk de rationele natte ontginningen herkenbaar. Het gebied rond de Hooge Wijst bestaat uit oude bouwlanden met kenmerkende onregelmatige blokverkaveling, gebogen straten en kleinschalige landschapselementen. In 1957 is de lintbebouwing toegenomen en is er iets van een dorpskern ontstaan. De typerende landschapsstructuur en het contrast tussen de hoge delen (akkerland) en de lage delen (rationeel ontgonnen grasland) is nog steeds goed herkenbaar ondanks de opvallende aanwezigheid van de wegen. In de huidige situatie is Heesch uitgegroeid tot een dorp met 12.000 inwoners. De zuidgrens van het dorp wordt gevormd door de Wijststraat die de grens tussen dekzandrug en dekzandvlakte markeert. Ten opzichte van vroeger zijn de landschappelijke onderlaag en de daarop gebaseerde dorpsontwikkeling nog maar beperkt herkenbaar. De lange smalle rationeel ontgonnen natte gronden zijn door ingrepen in de waterhuishouding en herverkaveling veranderd in grote blokverkavelingen. De kenmerkende houtwallen en boomsingels zijn verdwenen.
Ten zuiden van het oude dorpslint zijn diverse uitbreidingswijken gerealiseerd die eveneens geen binding meer hebben met de onderliggende landschapsstructuur. Functionele karakteristiek van de omgeving Binnen 200 meter rondom de locatie bestaat de functionele karakteristiek uit allerlei wijkgebonden functies, zoals de maatschappelijke functies ‘onderwijs’, ‘gezondheidszorg’ en een woonvoorziening. Verder is een sportvoorziening en een (lichte) horecavoorziening aanwezig. Overwegend is sprake van de functie ‘Wonen’.
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 7 van 88
2.2 Beschrijving van de locatie Ten noordwesten van de locatie zijn basisschool Emmaus en sporthal Lindershof gelegen. Ten oosten wordt de locatie begrensd door de Mozartlaan waaraan rij- en hoekwoningen zijn gelegen en waarop haaks diverse woonstraten zijn gesitueerd. De locatie wordt aan de zuidkant begrensd door de Verdilaan. De locatie is bestemd voor maatschappelijke functies en groen, waarvoor de locatie in de huidige situatie ook in gebruik is. Er zijn nu een parkeerplaats ten behoeve van bassischool Emmaus en groenstroken aanwezig. De foto’s hieronder geven een indruk van de huidige situatie ter plaatse.
Locatie waar het appartementencomplex wordt beoogd.
Locatie waar het appartementencomplex wordt beoogd.
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 8 van 88
Locatie waar het parkeerterrein is beoogd.
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 9 van 88
Hoofdstuk 3
Toekomstige situatie
3.1 Planvoornemen Brabant Wonen is voornemens om op een deel van de bestaande parkeerplaats op de hoek van de Verdilaan – Mozartlaan in Heesch een appartementencomplex te realiseren. Het gaat om een vierlaags gebouw waarin 25 sociale huurwoningen zijn voorzien van circa 66 m2 BVO per appartement en bergingen. Het overige deel van de parkeerplaats wordt gehandhaafd, maar opnieuw ingericht. In de nieuwe situatie komen hier 28 parkeerplaatsen. Ook is het de bedoeling om ten zuiden van het appartementencomplex aan de overzijde van de Verdilaan een nieuw parkeerterrein voor 41 parkeerplaatsen te realiseren, aanvullend op de hier al aanwezige zes parkeerplaatsen). In samenhang hiermee is het de bedoeling om de Verdilaan ter hoogte van huisnummers 94 t/m 112 aan te passen naar een langzaam verkeersverbinding. Voor dit laatste hoeft het omgevingsplan niet gewijzigd te worden (de vigerende regels laten dit toe), maar geldt dat een verkeersbesluit moet worden genomen. Hieronder is de situatieschets van de toekomstige situatie opgenomen.
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 10 van 88
Hieronder zijn enkele gevelbeelden van de nieuwbouw weergegeven.
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 11 van 88
Hieronder zijn de plattegronden behorende bij de toekomstige situatie opgenomen. Begane grond:
Eerste verdieping:
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 12 van 88
Tweede verdieping:
Derde verdieping:
Inrichting zuidelijk parkeerterrein Kenmerkend voor in de jaren ’70 gebouwde woonwijken is het groene karakter ervan. Onderdeel hiervan is ook de groene omgeving in het midden van de woonwijk, waarin het voorzieningencluster (gebied waar afwijkende gebouwen op staan zoals de school, zorgcomplexen, gymzaal etc.) en waarin het planvoornemen is gesitueerd. Voor o.a. het planvoornemen zijn nieuwe parkeerplaatsen nodig, door deze groen uit te voeren wordt passend bij het karakter van de wijk ontwikkeld. De illustratie hieronder geeft een impressie van deze groene parkeerplaats.
Dit zuidelijke parkeerterrein wordt voorafgaand aan de bouw aangelegd, zodat hier door het personeel en de bezoekers van de basisschool geparkeerd kan worden op het moment dat de parkeerplaats bij de TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 13 van 88
basisschool door de bouwwerkzaamheden niet meer gebruikt kan worden. In samenhang met de aanleg van deze parkeerplaats wordt ook de Verdilaan ter hoogte van huisnummers 94 t/m 112 aangepast naar een langzaam verkeersverbinding. De uitwerking hiervan loopt separaat aan deze omgevingsplanwijziging. Kwaliteitsimpuls openbare ruimte Onderdeel van het planvoornemen is nadrukkelijk ook het realiseren van een kwaliteitsimpuls van de openbare ruimte rondom de nieuwbouw. Het is de bedoeling de kwaliteitsimpuls te realiseren binnen de mogelijkheden die de vigerende planologische situatie biedt. Over de exacte uitvoering van de kwaliteitsimpuls heeft de initiatiefnemer de omgeving benaderd, samen met hen werkt de initiatiefnemer (onder toeziend oog van de gemeente) naar een plan dat gelijktijdig met de rest van het planvoornemen uitgevoerd kan worden. Om ervoor te zorgen dat voorgaande wordt uitgevoerd worden in het omgevingsplan regels opgenomen waaraan het Programma van Eisen is gekoppeld dat de gemeente voor de kwaliteitsimpuls heeft opgesteld.
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 14 van 88
3.2 Stedenbouwkundige karakteristiek en beeldkwaliteit De locatie bevindt zich op de hoek van de Mozartlaan-Verdilaan. De gebouwen tussen de Hoogstraat, Mozartlaan, Verdilaan en Dr. Saal van Zwanenberglaan gedragen zich als een enclave van grote korrels tussen een gebied wat voornamelijk bestaat uit seriematige woningbouw. Het gebrek aan massa ter plaatse van het parkeerterrein achter de Emmausschool geeft een incompleet beeld. Door op deze locatie een volume toe te voegen wordt het stedenbouwkundig ensemble gecompleteerd. De afbeeldingen hieronder illustreren deze tekst. Massastudie bestaande situatie:
Massastudie nieuwe situatie:
In de bouwhoogte wordt aansluiting gezocht bij het vierlaagse woonzorgcomplex Heelwijk, waardoor het appartementencomplex ook vierlaags uitgevoerd wordt. Om het nieuwe parkeerterrein zoveel mogelijk te omsluiten is gekozen voor een L-vormig volume, passend bij de gewenste galerijtypologie. Er ontstaat hierdoor een coherent beeld in straatgevels met het woonzorgcomplex, terwijl het zicht op de geparkeerde auto’s vanaf de straat zoveel mogelijk wordt beperkt. De leefruimten – woonkamer, eetkamer en keuken – van ieder appartement worden gesitueerd aan de Mozartlaan en Verdilaan. Door de semiinpandige balkons ontstaat een levendig beeld, de verspringing in de gevels correspondeert met de verspringing in de (platte) dakvlakken van de woningen aan de overzijde van de Mozartlaan. Het gebouw wordt uitgevoerd in metselwerk, waarbij de kleurstelling wordt afgestemd op de omliggende bebouwing. 3.3 Functionele karakteristiek Het planvoornemen betreft de functie Wonen op een inbreidingsplek in een bestaande woonwijk. De functionele karakteristiek van de omgeving is overwegend wonen met daarbinnen een gebied waarin TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 15 van 88
diverse wijkgebonden voorzieningen zijn geclusterd. Het planvoornemen ligt op een plek tussen dit cluster van wijkgebonden voorzieningen enerzijds en de eromheen gesitueerde woningen anderzijds. Daarmee vindt het planvoornemen qua functie aansluiting bij de bestaande functies in de omgeving en blijven de wijkgebonden voorzieningen geclusterd.
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 16 van 88
Hoofdstuk 4
Toetsing aan het omgevingsplan
4.1 Omgevingsplan Het planvoornemen is in strijd met het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Bernheze. De regels van het daarin opgegane bestemmingsplan ‘De Kommen van Bernheze’ staat wonen en parkeren ter plaatse van de locatie namelijk niet toe. Hier gelden de regels voor de bestemmingen ‘Maatschappelijk’ en ‘Groen’ (van toepassing zijnde bestemmingsvlakken). Verder geldt de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 4’ voor een gedeelte van de locatie. Daarmee kon voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet het bestemmingsplan door het college van B&W gewijzigd worden naar de bestemmingen ‘Groen’, ‘Tuin’, ‘Verkeer’ en ‘Wonen’. Tot slot zijn er maatvoeringseisen van toepassing. Deze maatvoeringseisen betreffen een maximum bebouwingspercentage van 80% en een maximum bouw- en goothoogte van 8 meter. Ook binnen deze regels is het planvoornemen niet passend.
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 17 van 88
4.2 Bruidsschat Om het planvoornemen mogelijk te maken is het nodig om grondwerkzaamheden uit te voeren. Op basis van artikel 22.22 gelden hiervoor beperkingen i.v.m. cultureel erfgoed, zoals vastgelegd in de regels van het voormalige bestemmingsplan ‘De kommen van Bernheze’ via de toekenning van de bestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. De regels van deze bestemming ziet op grondwerkzaamheden groter dan 2500 m2 en dieper dan 0,4 meter ten opzichte van het maaiveld. In geval men voornemens is om de bodem voor meer dan deze omvang te roeren moet eerst een archeologisch onderzoek worden overlegd en door de gemeentelijk archeoloog zijn beoordeeld dat door het planvoornemen geen archeologische resten worden verstoord. De grondwerkzaamheden die voor het planvoornemen nodig zijn overschrijden de ondergrenzen voor archeologisch onderzoek niet, sprake van strijdigheden is derhalve niet het geval. Voor de locatie heeft verkennend bodemonderzoek plaatsgehad, wat is beoordeeld door het bevoegd gezag. Geen sprake is van bodemverontreiniging die de nieuwe functies in de weg staat, waardoor geen strijdigheid aan de orde is met afdeling 22.3, paragraaf 22.3.7 Bodembeheer, subparagraaf 22.3.7.3 Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico. In paragraaf 6.7 van deze motivering wordt hierop nader ingegaan.
Onderdeel van het planvoornemen is de realisatie van nieuwe milieugevoelige functies. Bezien moet worden of deze niet belemmerd worden door een milieubelastende activiteit. Dit is beoordeeld en dit vormt geen belemmering. In de nabije omgeving is bijvoorbeeld geen sprake van milieubelastende activiteit die trillingen veroorzaakt of waarvan door het opslaan van vaste mest geur afkomstig is. Wel is sprake van een milieubelastende activiteit waarbij het aspect ‘geluid’ relevant is. Hiervoor is onderzoek uitgevoerd en maatregelen voorgesteld. In paragraaf 6.4 van deze motivering wordt hierop ingegaan. 4.3 Verordeningen die onderdeel uitmaken van het omgevingsplan van rechtswege Indien in een gemeente een hemelwaterverordening, erfgoedverordening en/of geurverordening aanwezig was voor inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn deze verordeningen onderdeel gaan uitmaken van het Omgevingsplan van rechtswege en moet een planvoornemen hieraan worden getoetst. TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 18 van 88
De gemeenteraad van Bernheze heeft voor inwerkingtreding van de Omgevingswet de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Bernheze 2021 2 vastgesteld. In deze verordening zijn regels opgenomen over onder andere hemelwater, erfgoed en geur. Hemelwater De regels over hemelwater zijn onderdeel van hoofdstuk 3 dat gaat over bodem, milieu en natuur. In paragraaf 3.4 zijn de regels over hemelwater en grondwater opgenomen. UIt artikel 3.4.2 Reikwijdte van deze paragraaf blijkt dat de hemelwaterverordening op het planvoornemen van toepassing is. Omdat, nieuwe bouwwerken en verharde oppervlakken onderdeel uitmaken van het planvoornemen. Dit houdt in dat de regels over hemelwater van toepassing zijn en alle nieuwe bouwwerken en verharde oppervlakken gecompenseerd moeten worden. In paragraaf 6.11 van deze motivering wordt nader op het aspect hemelwater ingegaan. Erfgoed Geen sprake is van strijdigheden met de in de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) 2021 2 opgenomen regels over erfgoed, doordat aan de regels voor de bestemming ‘Waarde – archeologie 3’ zoals opgenomen in het omgevingsplan van rechtswege wordt voldaan. Verder is op de locatie geen (potentieel) monument gelegen en is de locatie en omgeving niet aangeduid als beschermd stads- en dorpsgezicht. In paragraaf 6.5 van deze motivering wordt nader op het aspect erfgoed ingegaan.
Geur Eveneens is geen sprake van strijdigheden met de in de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) 2021 2 opgenomen regels over geur, namelijk het nieuwe geurgevoelige gebouw dat onderdeel uitmaakt van het planvoornemen voldoet aan de geurnormen, ligt niet in een vaste in acht te nemen afstand vanaf een veehouderij en belemmert veehouderijen niet. In paragraaf 6.12 van deze motivering wordt nader op het aspect geur ingegaan. 4.4 Wijze van toedeling functies omgevingsplan Uit voorgaande paragrafen blijkt dat het planvoornemen strijdig is met het omgevingsplan van rechtswege en dat het om het planvoornemen mogelijk te maken nodig is om het omgevingsplan te wijzigen. Met dit TAM-IMRO omgevingsplan krijgen de gronden, die voorheen deel uitmaakten van het bestemmingsplan “De Kommen van Bernheze”, de functionele gebiedsaanwijzingen ‘Wonen’, ‘Groen’, ‘Verkeer – 1’ en ‘Verkeer – 2’. Hierdoor wordt gegarandeerd dat de gronden uitsluitend voor de in hoofdstuk 3 beschreven doeleinden worden gebruikt.
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 19 van 88
Hoofdstuk 5 Visie en beleid op de locatie In dit hoofdstuk wordt het beleid dat relevant is voor deze ontwikkeling en dit plan, toegelicht en getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het beleid van het Rijk, provincie, waterschap en gemeente. Beleid dat niet relevant is voor het planvoornemen is niet in dit hoofdstuk meegenomen. 5.1 Rijksbeleid en instructieregels 5.1.3
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Het planvoornemen heeft geen directe betrekking op de nationaal geformuleerde belangen in de Nationale Omgevingsvisie. Het draagt wel bij aan de maatschappelijke opgaven waaraan de NOVI richting geeft. Zo levert het planvoornemen een bijdrage aan het oplossen van het nationale woningtekort, waarbij rekening wordt gehouden met een klimaatbestendige inrichting en een duurzame energievoorziening. Het planvoornemen geeft invulling aan de opgaven zoals geformuleerd in de NOVI en draagt bij aan de realisatie van de geformuleerde speerpunten. 5.1.4
Instructieregels (AMvB’s)
De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): 1. 2. 3. 4.
het Omgevingsbesluit (Ob); het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
In deze AMvB’s staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Hieronder wordt op deze AMvB’s en de Omgevingsregeling die hieruit voortvloeit ingegaan. Vervolgens wordt specifiek aandacht besteed aan
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 20 van 88
de regels die in het Bkl en de Omgevingsregeling zijn gesteld over het behoud van ruimte voor toekomstige functies en huidige staat van werken. 5.1.5.1 Omgevingsbesluit Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen, adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage. Concreet bevat het Omgevingsbesluit bepalingen over de volgende onderwerpen: Bevoegdheden, handhaving en beheer Procedurele regels Projectprocedure Milieueffectrapportage Financiële bepalingen Digitale voorzieningen Voor het planvoornemen wordt de procedure voor wijziging van het omgevingsplan doorlopen. Het kan nodig zijn om tegelijkertijd ook een milieueffectrapportage op te stellen. Voor het planvoornemen is een milieueffectrapportage echter niet nodig, de procedure hiervoor hoeft daarom niet doorlopen te worden. De financiële bepalingen waarop het Omgevingsbesluit ziet zijn gekoppeld aan een omgevingsvergunning voor een activiteit.
Dit is pas aan de orde als de wijzigingsprocedure voor het omgevingsplan is doorlopen en op basis van de inwerking getreden wijziging een omgevingsvergunning moet worden verleend. 5.1.5.2 Besluit kwaliteit leefomgeving Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Bkl is opgebouwd uit de volgende onderwerpen: - In de instructieregels staan onder andere de normen en regels die gelden voor omgevingsplannen, omgevingsverordeningen en waterschapsverordeningen. - In de omgevingswaarden van het Rijk staan in het Bkl, zoals luchtkwaliteit en de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en zwemwater. - Het Bkl bevat de regels voor het toetsen en verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning. - En regels over monitoring en gegevensverzameling. Deze regels hebben betrekking op de onderdelen waterkwaliteit, externe veiligheid, luchtkwaliteit en het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder wordt getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, de toetsing aan de overige aspecten uit het Bkl komen aan de orde in hoofdstuk 6. Ladder voor duurzame verstedelijking De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand.
De motivering bij een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het omgevingsplan die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Artikel 5.129 g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een nieuwe stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van de ontwikkeling in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. In artikel 5.129 g Bkl is geen ondergrens vastgelegd. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel ‘in beginsel’ grenzen. Bij woningen ligt de ondergrens bij maximaal 11 woningen, bij nieuwbouw en uitbreiding van overige stedelijke functies ligt de ondergrens in beginsel bij een ruimtebeslag van 500 m2 (per functie). TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 21 van 88
Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen zoals maatschappelijke functies, cultuur, leisure of recreatie. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit zijn ontwikkelingen die een nieuw of groter planologisch beslag op de ruimte leggen dan het geldende omgevingsplan toestaat. Of, als er alleen een wijziging van de gebruiksfunctie is, op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten hebben. Het is niet relevant of de locatie binnen of buiten het stedelijk gebied ligt. In beide gevallen moet rekening worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Deze wijziging van het omgevingsplan maakt de nieuwbouw van 25 appartementen mogelijk. Gezien het planvoornemen meer dan 12 woningen omvat, is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die getoetst moet worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Behoefte De behoefte van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient kwantitatief én kwalitatief te worden onderbouwd. Wanneer de regionale ruimtevraag in beeld is, kan worden beoordeeld of een voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte.
Kwantitatieve behoefte Aan de hand van de provinciale 'Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant, Actualisering 2020' heeft de gemeente in afstemming met de regio (regionale afspraken) haar specifieke ontwikkelingsopgave bepaald. In de Woonvisie Bernheze 2022 - 2026 (nader toegelicht in paragraaf 3.3.2) is een ontwikkelingsopgave per kern opgenomen voor de behoefte op de korte termijn (periode van 5 jaar). In de periode 2022 - 2026 worden in Bernheze maximaal 1.160 woningen toegevoegd aan de voorraad. Bij de verdeling van de bouwopgave is rekening gehouden met de identiteit van alle kernen in de gemeente. Heesch is een landelijke kern waar men goed en ruim kan wonen. Van de totale bouwopgave tot 2026 zijn derhalve 580 woningen toebedeeld aan Heesch, dit is 50% van het totaal in de gemeente. Het planvoornemen maakt de bouw van 25 woningen mogelijk. Deze woningen worden niet gefaseerd gerealiseerd, waardoor al deze woningen voorzien in de behoefte tot en met 2026. Onderstaande tabel geeft de feitelijke woningvoorraad en de harde plancapaciteit weer. Hieruit blijkt dat er ruimte is voor de 25 op de locatie toe te voegen woningen en met het planvoornemen invulling wordt gegeven aan de kwantitatief aanwezige behoefte in de gemeente en specifiek in het dorp Heesch.
Kwalitatieve behoefte Naast de kwantitatieve behoefte vraagt de ladder ook een beschouwing van de kwalitatieve behoefte waarin een planvoornemen voorziet. Aangaande woningbouw betreft dit voornamelijk type woningen voor een bepaalde doelgroep of het ontwikkelen van onderscheidende woonmilieus. In de Woonvisie 2022 – 2026 is specifiek gekeken naar de kwalitatieve opgave per kern. Hiertoe is in de woonvisie een nieuwbouwprogramma opgenomen, dat onderstaand is weergegeven.
Niet ieder planvoornemen kan volledig voldoen aan de verdeling zoals in de woonvisie is weergegeven. Van belang is dat in zijn totaliteit (meerdere planvoornemens samen) aan de verdeling zoals opgenomen in de woonvisie invulling wordt gegeven.
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 22 van 88
Voor de kernen Heesch, Heeswijk-Dinther en Nistelrode is aangegeven dat hier een grote opgave ligt voor het realiseren van sociale huurwoningen. Specifiek voor Heesch wordt beoogd circa 175 sociale huurwoningen toe te voegen. Het planvoornemen gaat uit van 25 sociale huurwoningen. Dit programma sluit niet aan bij de verdeling waarvan het woningbouwprogramma zoals opgenomen in de Woonvisie uitgaat, maar wel bij de grote behoefte aan de sociale huurwoningen in de kern Heesch. Omdat plannen tot 4 woningen niet worden getoetst aan de woonvisie en die vaak bestaan uit woningen in het duurdere segment, is het om de sociale woningbouwopgave te realiseren over het totaal genomen passend om dit planvoornemen dat alleen uit sociale huurwoningen bestaat te ontwikkelen. De appartementen zijn allemaal levensloopbestendig en dus geschikt voor zowel starters als ouderen. Uit bovenstaande blijkt dat het planvoornemen aansluit bij de kwalitatieve woningbouwbehoefte in Heesch. Aan de eis om de behoefte aan te tonen wordt voldaan. Bestaand stedelijk gebied Ook dient te worden gemotiveerd of de beoogde ontwikkeling plaats kan vinden binnen het bestaand stedelijk gebied. In het kader van duurzaam ruimtegebruik wordt de ruimtelijke ontwikkeling bij voorkeur opgevangen in het bestaand stedelijk gebied.
Dit kan door op lege plekken de ruimte ‘in te vullen’, een andere bestemming te geven aan een gebied, door herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden. De locatie is gelegen in de kern van Heesch te midden van een gebied met woningen en dorpse voorzieningen. In de huidige situatie is op de locatie sprake van een parkeerplaats ten behoeve van onder andere de naastgelegen basisschool. Het planvoornemen voorziet in het toevoegen van een appartementencomplex op een deel van deze parkeerplaats. Bovendien is de locatie gelegen in de bebouwde kom alsook in het door de provincie aangeduide ‘bestaand stedelijk gebied’. De ontwikkeling vindt dus plaats binnen het bestaand stedelijk gebied. Conclusie Met het planvoornemen wordt een appartementencomplex gerealiseerd op een deel van een bestaande parkeerplaats in het bestaand stedelijk gebied. Het planvoornemen draagt bij aan het realiseren van de kwantitatieve gemeentelijke woningbouwopgave, waarbij er wordt voorzien in de behoefte aan sociale huurwoningen. Door de ligging van de locatie en de toelichting dat het planvoornemen voorziet in de woningbehoefte wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 5.1.5.3 Besluit activiteiten leefomgeving In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan rijksregels voor burgers en bedrijven.
De regels gelden voor bijvoorbeeld milieubelastende activiteiten, activiteiten in een beperkingengebied of activiteiten met gevolgen voor de natuur. Het Bal bevat algemene regels, meldingsplichten, vergunningplichten, maatwerkmogelijkheden en specifieke zorgplichten, om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen en cultureel erfgoed te beschermen. Wanneer het noodzakelijk is dat het bevoegd gezag een activiteit voorafgaand beoordeelt, voorschriften daarvoor opstelt en expliciet instemt met de uitvoering daarvan, is een omgevingsvergunning vereist. Doorgaans gaat het om complexere activiteiten met potentieel grote gevolgen. Het planvoornemen bevat geen complexe milieubelastende activiteiten en er zijn in de omgeving ook geen complexe milieubelastende activiteiten gelegen die de nieuwe milieugevoelige functies op de locatie belemmeren of andersom die de complexe milieubelastende activiteiten belemmeren. Hierdoor zijn de regels die hiervoor gelden voor het planvoornemen niet relevant. Verder bevindt de locatie zich niet rond de Noordzee of Rijkswegen. En, is de locatie ook niet nabij een spoorweg gelegen waardoor het niet in een bijbehorend beperkingengebied is gelegen.
Relevant is verder hoofdstuk 11 waarin regels zijn opgenomen over activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden of bijzondere nationale natuurgebieden, met betrekking tot dieren of planten in het wild en die houtopstanden, hout en TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 23 van 88
houtproductie betreffen. In paragraaf 6.9 is getoetst of dit aan de orde is. Hieruit blijkt dat dit niet het geval is. Dit betekent i.h.k.v. het Bal dat geen sprake is van een ‘Natura-2000 activiteit’ of een 'Activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten'. Landinrichtingsactiviteiten maken geen onderdeel uit van het planvoornemen. Omdat Rijksmonumenten en werelderfgoed geen onderdeel uitmaken van het planvoornemen zijn de regels hierover in het Bal niet aan de orde. Verder ziet het plan niet op het bieden van gelegenheid tot zwemmen en baden, zijn grondwateronttrekkingen en ontgrondingen op land en in regionale wateren bij het planvoornemen niet aan de orde en zijn de regels over afval van schepen in binnenwateren voor het planvoornemen niet relevant. 5.1.5.4 Besluit bouwwerken leefomgeving In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan rijksregels voor burgers en bedrijven. Het zijn allemaal regels die met bouwwerken te maken hebben. Ofwel het bouwen, in stand houden, gebruiken of slopen van bouwwerken. De regels gaan over onderwerpen als veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid. Het Bbl bevat: -
algemene regels, meldingsplichten, vergunningplichten, maatwerkmogelijkheden, specifieke zorgplichten.
Nieuwbouw maakt onderdeel uit van het planvoornemen. De regels zoals opgenomen in het Bbl zijn hierop van toepassing en worden te zijner tijd wanneer de bouw concreet wordt nageleefd. Eventuele belemmeringen ten aanzien hiervan worden niet voorzien. 5.1.5.5 Omgevingsregeling In de Omgevingsregeling heeft het Rijk alle technische details van de andere regelgeving uitgewerkt. Denk aan aanvraagvereisten voor omgevingsvergunningen en rekenregels voor geluid. Deze regels zijn van toepassing voor zover een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, een geluidsonderzoek wordt uitgevoerd et cetera. Zodra dit voor het planvoornemen aan de orde is zal hieraan moeten worden voldaan. 5.1.5.6 Behoud van ruimte voor toekomstige functies en huidige staat van werken De volgende Rijksbelangen kunnen relevant zijn voor omgevingsplannen in de gemeente Bernheze: Defensie Hoofdwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland De regels in het Bkl en de Omgevingsregeling zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor.
Bij het opstellen van omgevingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Bkl en de Or. In de bijlagen van de Omgevingsregeling worden de Rijksbelangen geografisch begrensd. Voor de gemeente Bernheze zijn met name de paragrafen met betrekking tot defensie (rechtstreeks) en buisleidingen van belang. In deze paragraaf wordt concreet ingegaan op deze Rijksbelangen en wordt concreet aangegeven of deze relevant zijn voor de gemeente Bernheze. Auto- en snelwegen In artikel 5.133 van het BKL is opgenomen dat er reserveringsgebieden voor de uitbreiding of aanleg van een auto- en snelweg bij ministeriële regeling kunnen worden aangewezen. Als er reserveringsgebieden TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 24 van 88
zijn aangewezen, dan geldt er een aan beide zijden van de auto- en snelweg een zone waarbinnen geen bouwactiviteiten zijn toegestaan. De geometrische begrenzing van de reserveringsgebieden voor autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen staat in artikel 2.25 en bijlage III van de Omgevingsregeling. Binnen de gemeente Bernheze zijn geen Reserveringsgebieden auto- en snelwegen aangewezen. Zie de volgende kaart.
Buisleidingen De regels voor buisleidingen zin opgenomen in artikel 5.135 e.v. van het BKL. Op basis van artikel 5.136 kunnen er reserveringsgebieden voor buisleidingen van nationaal belang worden aangewezen door de minister. Deze aanwijzing heeft plaatsgevonden in artikel 2.32 lid 1 de Omgevingsregeling. In de gemeente Bernheze ligt een door de Minister aangewezen buisleiding, die door Heesch loopt. Zie de ingevoegde kaart.
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 25 van 88
Op basis van lid 2 van artikel 5.136 BKL ligt er aan weerszijden van een reserveringsgebied een zoekgebied voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang met een breedte van 250 m, gemeten vanaf de buitenste begrenzing van het reserveringsgebied. Dit zoekgebied is in artikel 2.32 lid 2 Or geconcretiseerd op de kaart.
Artikel 5.138 BKL schrijft voor dat een omgevingsplan, van toepassing op een reserveringsgebied voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang geen activiteiten toelaat die een belemmering kunnen vormen voor de aanleg van een buisleiding van nationaal belang. Als belemmeringen worden in ieder geval aangemerkt: a. bouwactiviteiten, met uitzondering van het bouwen van een bouwwerk dat noodzakelijk is voor de aanleg, het onderhoud of de instandhouding van de buisleiding van nationaal belang; b. de aanleg van een verharde weg of een verhard pad of een spoorweg in de lengterichting van het reserveringsgebied; c. de aanleg van een watergang in de lengterichting van het reserveringsgebied; d. de aanleg van een waterkering of een daaraan grenzend gebied waar ter bescherming van de kering regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor die kering in de lengterichting van het reserveringsgebied; e. de aanleg van een buisleiding, anders dan een buisleiding van nationaal belang, of een f. ondergrondse hoogspanningsverbinding of een ondergronds leidingstelsel in de lengterichting van het reserveringsgebied; g. het bebossen; en h. het gebruik als stortplaats voor afvalstoffen of permanente opslag van grond of andere stoffen of zaken. Het planvoornemen is niet gelegen in een reserveringsgebied of een zoekgebied voor de aanleg van buisleidingen.
Het planvoornemen heeft daardoor geen gevolgen voor buisleidingen en voor de reserveringsgebieden hierbij. Landelijke fiets- en wandelroutes In artikel 5.161b van het BKL is opgenomen dat het belang van de instandhouding van fiets- en wandelroutes, opgenomen in bijlage XVI van het BKL, bij het omgevingsplan wordt betrokken. De instructieregel voor landelijke fiets- en wandelroutes heeft tot doel deze wandel- en fietsroutes in stand te houden. Bij nieuwe ontwikkelingen die deze routes doorsnijden moeten gemeenten, provincies en waterschappen het belang van de instandhouding betrekken bij de totale belangenafweging. Bijlage XVI van het Bkl geeft aan om welke landelijke fiets- en wandelroutes het gaat. Dit zijn bepaalde langeafstandswandelpaden en streekpaden (wandelnet) en langeafstands fietroutes (fietsplatform). Wandelroutes
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 26 van 88
De langeafstandswandelpaden zijn opgenomen op de volgende website: https://www.wandelnet.nl/langeafstand-wandelpaden. In Bernheze liggen geen langeafstandswandelpaden, zie de overzichtskaart van langeafstandswandelpaden hieronder.
Fietsroutes De langeafstandsfietsroutes zijn te vinden in de routedatabank van het fietsplatform: Routedatabank Fietsplatform. In Bernheze liggen geen langeafstandsfietsroutes. Zie hiervoor de volgende kaart.
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 27 van 88
Het planvoornemen is niet gelegen ter plaatse van of nabij langeafstandswandel- en/of fietspaden. Militaire gebieden (o.a. radar, laagvlieggebieden, schiet- en oefengebied) Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: Radarverstoringsgebieden; Obstakelbeheergebieden; Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. In paragraaf 5.1.7.2 van het Bkl zijn de regels opgenomen voor militaire terreinen. Artikel 5.150 lid 1 Bkl wijst militaire terreinen en terreinen met een militair object aan in bijlage XIV, onder A. De begrenzing is opgenomen in artikel 2.41 van de Omgevingsregeling. Er zijn in Bernheze geen militaire terreinen en terreinen met een militair object aanwezig. Artikel 5.150 lid 2 Bkl wijst onveilige gebieden bij militaire schietbanen aan in bijlage XIV, onder B. De begrenzing is opgenomen in artikel 2.41 van de Omgevingsregeling Er zijn in Bernheze geen onveilige gebieden bij militaire schietbanen aangewezen. Artikel 5.150 lid 3 Bkl wijst gebieden aan waar bouwwerken een militaire zend- en ontvangstinstallatie kunnen verstoren in bijlage XIV, onder C. De begrenzing is opgenomen in artikel 2.41 van de Omgevingsregeling. Er zijn in Bernheze geen gebieden aangewezen op basis van dit artikel.
De beperking van de hoogte van bouwwerken uit artikel 5.153 BKL is dan ook niet van toepassing. Artikel 5.150 lid 4 Bkl wijst gebieden aan waar zich een militaire laagvliegroute voor jacht- en transportvliegtuigen bevindt in bijlage XIV, onder D. De begrenzing is opgenomen in artikel 2.41 van de Omgevingsregeling. Er zijn in Bernheze geen gebieden aangewezen voor jacht en transportvliegtuigen op grond van dit artikel. De beperking van de hoogte van bouwweken uit artikel 5.154 BKL is dan ook niet van toepassing. Artikel 5.150 lid 5 wijst gebieden aan waar bouwwerken het radarbeeld kunnen verstoren, zijnde locaties binnen een straal van 75 km rondom de radarstations, genoemd in bijlage XIV, onder E. De begrenzing is opgenomen in artikel 2.41 van de Omgevingsregeling. In lid 5 van 2.41 is de geometrische begrenzing opgenomen van gebieden waar bouwwerken, niet zijnde windturbines, het radarbeeld kunnen verstoren als bedoeld in artikel 5.150, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III. In lid 6 van 2.41 is de geometrische begrenzing van gebieden opgenomen waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren als bedoeld in artikel 5.150, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.
In artikel 5.155 Bkl zijn maximale hoogtes opgenomen voor bouwwerken binnen een straal van 15 km en binnen straal van 75 km vanaf de radar. De maximale hoogten zijn opgenomen in bijlage XIV, onder E, Bkl. De radar van de vliegbasis Volkel is aangewezen op de kaart behorende bij artikel 2.41 lid 5 Or. Zie de kaart hieronder. Gemeente Bernheze ligt helemaal in de 75 km zone rond deze radar en gedeeltelijk (o.a. de locatie voor het planvoornemen), voor binnen de 15 km zone. De maximale bouwhoogtes in deze gebieden zijn opgenomen in bijlage XIV, onder E. Kaart bij lid 5 van 2.41 Or:
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 28 van 88
Maximale bouwhoogtes voor de gebieden waar bouwwerken het radarbeeld kunnen verstoren:
De locatie ligt in een gebied waar bouwwerken het radarbeeld kunnen verstoren. Het gaat om de radar van Volkel. De locatie ligt op circa 10,31 meter + NAP. Het planvoornemen bevat een nieuw gebouw bestaande uit 4 bouwlagen en bereikt daardoor de 41 meter + NAP zeker niet. Het planvoornemen heeft daardoor geen gevolgen voor militaire gebieden in het bijzonder de radar van Volkel. Binnen de gemeente Bernheze is geen laagvlieggebied aangewezen voor helikopters, waardoor dit geen gevolgen heeft voor het planvoornemen. Elektriciteitsvoorziening (netwerk, grootschalige opwek, hoogspanningsleidingen, hoogspanningsverbinding 150 kV) In artikel 5.156 e.v. Bkl zijn regels opgenomen voor locaties voor elektriciteitsvoorziening. Locaties voor grootschalige elektriciteitsopwekking
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 29 van 88
Deze locaties zijn aangewezen in bijlage XV, onder A, van het Bkl waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd. Er zijn in Bernheze geen locaties voor grootschalige energieopwekking. Locaties voor kernenergie Locaties voor een kernenergiecentrale zijn de locaties, genoemd in bijlage XV, onder B. Er is in de gemeente Bernheze geen locatie voor kernenergie aangewezen. Locaties voor hoogspanningsverbinding Locaties voor een hoogspanningsverbinding met een spanning van ten minste 220 kV zijn de tracés tussen de locaties, genoemd in bijlage XV, onder C, waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd en de tracés tussen een locatie voor grootschalige elektriciteitsopwekking en het hoogspanningsnet met een spanning van ten minste 220 kV. In bijlage c is de lijn Boxmeer – Uden – ’s Hertogenbosch aangewezen. Maar in arrtikel; 2.36 lid 4 Omgevingssregeling en de bijbehorende kaart komt deze hoogspaningsverbinding niet voor. Er zijn in de gemeente Bernheze geen hoogspanningsverbindingen waarop het BKL van toepassing is.
Hoogspanningsverbinding 150 kV: Er ligt in Bernheze wel een hoogspanningsverbinding van 150 kV. Deze verbinding is niet in het Bkl opgenomen. Bij projecten moet wel rekening worden gehouden met deze hoogspanningsverbinding. Dit ‘rekening houden met’ heeft echter geen betrekking op het vrijhouden van ruimte ten behoeve van toekomstige uitbreiding, maar met veiligheids- en gezondheidsafstanden. Omdat in de nabijheid van het planvoornemen geen sprake is van een dergelijke hoogspanningsverbinding is dit onderdeel niet belemmerend voor het planvoornemen, bovendien wordt geen nieuwe functie voor langdurig verblijf gerealiseerd. 5.1.6
Conclusie
Het planvoornemen is niet in strijd met nationale wet- en regelgeving.
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 30 van 88
5.2
Provinciaal beleid
5.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaatproof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.
Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Het planvoornemen geeft invulling aan de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Het planvoornemen dat uitgaat van de realisatie van 25 sociale huurwoningen sluit aan bij de provinciale behoefteprognoses en de regionaal gemaakte afspraken. Verder wordt ontwikkeld in bestaand stedelijk gebied (inbreiding), waardoor nabij de voorzieningen nieuwe woningen worden mogelijk gemaakt. Duurzame verstedelijking is aan de orde door het zorgvuldige gebruik van ruimte. 5.2.2
Verstedelijkingstrategie en ontwikkelperspectief stedelijk Brabant
Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten hebben in de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 drie hoofdopgaven benoemd voor de verstedelijkingsopgave tot 2040: 1. Nieuw stedelijk Brabant; 2. Nieuwe relaties tussen stad en land; 3. Een strategie om de nieuwe opgaven op te kunnen pakken. Deze zijn in de verstedelijkingsstrategie uitgewerkt en onderzocht in relatie tot de demografische ontwikkelingen, de verwachte ontwikkelingen in ons mobiliteitssysteem de opgaven voor klimaatadaptatie, energietransitie, stikstofreductie, versnelling van de transitie naar een circulaire economie etc. Stedelijk Brabant is het tweede grote verstedelijkte gebied van Nederland met een forse bouwtransformatie- en herstructureringsopgave. Kenmerkend voor stedelijk Brabant is de nabijheid en de sterke verwevenheid met het omliggende landelijke gebied. Dit is een belangrijke kracht van Brabant. Natuur en landelijk gebied liggen op maximaal 10 minuten fietsafstand. Stedelijk Brabant is een sterk samenhangend stedelijk netwerk, met daarbinnen vier stedelijke regio’s die bestaan uit een netwerk van centrumsteden, middelgrote steden en vitale dorpen. Met het Ontwikkelperspectief stedelijk Brabant zetten we in op vernieuwing en verduurzaming in het hele stedelijke netwerk van Brabant. Zo leveren wij onze bijdrage aan de ambities in de NOVI/NOVEX.
De vijf ontwikkelprincipes die we in de verstedelijkingsstrategie voor stedelijk Brabant hebben opgesteld helpen ons bij het vertalen van bovenstaand ontwikkelperspectief naar een concrete aanpak: 1. Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking; 2. Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking; 3. Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp; 4. Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp; 5. Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie.
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch
Pagina 31 van 88
De principes werken we uit in afspraken op het schaalniveau van stedelijk Brabant en de stedelijke regio’s. Het planvoornemen geeft invulling aan de verstedelijkingsstrategie, omdat het nieuwe woningen toevoegt op een plek waar het bodem- en watersysteem daarvoor geschikt is. Bovendien vindt de toevoeging plaats middenin in bestaand stedelijk gebied nabij voorzieningen en draagt het programma in het betaalbare segment (sociale huur) bij aan de woningdifferentiatie van het dorp. 5.2.4
Instructieregels uit verordening
In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen In april 2022 is de Interim Verordening Noord-Brabant gewijzigd. Het ging om wijzigingen vooruitlopend op de inwerkingtreding van de provinciale Omgevingsverordening tegelijkertijd met de Omgevingswet. Voordat de Omgevingswet in werking is getreden heeft de provincie op 5 december 2023 de definitieve omgevingsverordening vastgesteld: TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant welke per 1 januari 2024 onherroepelijk in werking is getreden. In de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: - Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten.
Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. - Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het omgevingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Ter plaatse van de locatie gelden conform de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant de rechtstreeks werkende regels voor milieubeschermingsgebieden, natuur, water en wegen (kaart 1) op basis waarvan voor het omgevingsplan regels voor ‘Diep grondwaterlichaam’ en ‘Geen attentiezone waterhuishouding’ aan de orde zijn. Is de locatie op basis van de Basiskaart Stedelijk gebied, landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant aangewezen als ‘Stedelijk gebied’. En gelden instructieregels voor gemeenten voor ‘Beperking grootschalige logistiek (kaart 5) en ‘Stalderingsgebied’ (kaart 6). De afbeelding hieronder toont dit.