CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c, Het Runneke Nistelrode - Stikstofdepositie-onderzoek

Raadsvergadering 8 mei 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c, Het Runneke Nistelrode *3.832 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

Gemeente Bernheze BEH026-0001 5 november 2024

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

Gemeente Bernheze BEH026-0001 20241105-BEH026-RAP-STD-3.0 Definitief 5 november 2024

Opsteller: CBR/SMA

-+C0CBR/SMA+-

Verificatie: JGE T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl

© 2024 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

-+R0JGE+-

Validatie: JGE

-+V0JGE+-

INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2

Algemeen ................................................................................................................................................................. 5 Situering Natura 2000-gebieden ................................................................................................................................... 6

3.1 3.2 3.3 3.4

Landelijke wet- en regelgeving ...................................................................................................................................... 8 Voortoets.................................................................................................................................................................. 8 Passende beoordeling ................................................................................................................................................. 8 Toetsingskader buurlanden........................................................................................................................................... 9

4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.4 4.4.1 4.4.2

Algemeen ............................................................................................................................................................... 10 Referentiesituatie ..................................................................................................................................................... 10 Gebruiksfase ........................................................................................................................................................... 10 Emissies bedrijventerrein............................................................................................................................................ 10 Verkeer .................................................................................................................................................................. 11 Aanlegfase.............................................................................................................................................................. 12 Mobiele werktuigen .................................................................................................................................................. 12 Bouwverkeer ........................................................................................................................................................... 13

BIJLAGEN B1.1 B1.2

Gebruiksfase Aanlegfase

3

1

INLEIDING In opdracht van Gemeente Bernheze is door Kragten een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd in verband met het plan ‘Het Runneke’ te Nistelrode. Ten behoeve van de juridisch-planologische verankering van het initiatief dient een TAM-IMRO procedure te worden doorlopen. Als onderdeel hiervan dient te worden bepaald of als gevolg van dit initiatief significant negatieve gevolgen op nabijgelegen Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Een van deze mogelijke beïnvloedingsfactoren is stikstofdepositie, waarvoor voorliggend onderzoek is uitgevoerd. Ten behoeve van een voortoets in het kader van de Omgevingswet is de gewenste situatie gemodelleerd op basis van de aangeleverde gegevens door de opdrachtgever. De stikstofdepositie is op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden berekend en getoetst of het plan (mogelijke) significant negatieve gevolgen veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voorliggende rapportage geeft een overzicht van de gehanteerde uitgangspunten en rekenmethodiek, de rekenresultaten en de bevindingen.

4

2

UITGANGSPUNTEN

2.1

Algemeen Het plangebied is gelegen aan Het Runneke te Nistelrode (gemeente Bernheze) en wordt globaal begrensd door de Noorderbaan in het noorden, de Kleinwijk in het oosten, de (woonkavels aan de) Kievitweg in het zuiden en de Heescheweg in het westen. In navolgende afbeelding is de ligging van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 1

Ligging plangebied (rood omlijnd)

De gemeente heeft het voornemen om het bestaande industrieterrein uit te breiden. Het plan behelst globaal de volgende onderdelen:    

verplaatsing van de doodlopende weg Het Runneke het verkrijgen uitbreidingsmogelijkheden van enkele bestaande bedrijfskavels het mogelijk maken van nieuwe bedrijfskavels aanleg wadi

Het gewenste gebruik van de bedrijfskavels is maximaal milieucategorie 3.1. Het begrip milieucategorie bestaat niet meer in de Omgevingswet, maar aangezien er nog geen omgevingswaarden zijn vastgesteld en geen nieuwe definitieve publicatie van het VNG is, is de oude systematiek nog toegepast, namelijk “Bedrijven en milieuzonering” (versie 2009), meer hierover in het onderzoek activiteiten en milieuzonering1. De nieuwe ontwikkelingen die voorzien zijn binnen het plangebied passen niet binnen het vigerende Omgevingsplan. In navolgende afbeelding is het inrichtingsplan weergegeven.

1 Activiteiten en milieuzonering Het Runneke te Nistelrode d.d. 5 februari 2024, 20240205-BEH026-RAP-BMZ 2.0

5

Afbeelding 2

2.2

Inrichtingsplan

Situering Natura 2000-gebieden Ten behoeve van de stikstofdepositieberekeningen dient rekening gehouden te worden met de Natura 2000gebieden waar een relevante bijdrage vanwege het plan verwacht kan worden. Navolgend zijn de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden opgesomd en weergegeven in de navolgende verbeelding. Aerius Calculator bepaalt automatisch de van toepassing zijnde Natura 2000-gebieden met een relevant effect. -

Rijntakken Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

circa 16,3 km van plangebied circa 17,5 km van plangebied

Overige Natura 2000-gebieden zijn op grotere afstand gelegen, de locatie van het plangebied is in de verbeelding weergegeven. De opgesomde en grafisch weergegeven Natura 2000-gebieden zijn niet gelijk aan de Natura 2000-gebieden met een relevante bijdrage maar geven slechts een overzicht van de ligging van het plan ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

6

Afbeelding 3

Situering Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator)

7

3

WETTELIJK KADER

3.1

Landelijke wet- en regelgeving In het kader van de toets aan de Omgevingswet wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significante gevolgen veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen en projecten dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan of project mogelijk significante gevolgen kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden.

3.2

Voortoets Bij de voortoets in het kader van de Omgevingswet draait het om de vraag of sprake kan zijn van significante gevolgen. De significantie van de gevolgen voor een gebied als gevolg van een plan of project worden afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, die zijn neergelegd in het aanwijzingsbesluit en zijn uitgewerkt in het beheerplan voor dat gebied. Wanneer een plan of project gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen daarvan niet in gevaar brengt, zijn significante gevolgen uitgesloten. Bij deze toetsing wordt bekeken of de ontwikkeling afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben. In hoeverre stikstofdepositie voor significante gevolgen op Natura 2000gebieden kan zorgen, wordt in eerste instantie bepaald door te bezien of de ontwikkelingen die het plan of project mogelijk maakt tot een toename van stikstofdepositie leiden. Van ontwikkelingen die ten opzichte van de feitelijke situatie geen toename van de stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats waarvan de Kritische Depositie Waarde (KDW) wordt overschreden, zijn significante gevolgen met zekerheid uit te sluiten. In dit geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld.

Als uit de toets blijkt dat de realisatie van de in het plan opgenomen ontwikkelingsmogelijkheden wel leidt tot een toename van stikstofdepositie op één of meer in het kader van Natura 2000 beschermde stikstofgevoelige habitats waarvan de KDW al wordt overschreden of dreigt te worden overschreden door de toename van de stikstofdepositie. Waarbij tevens uit een ecologische toets blijkt dat significant negatieve gevolgen hierdoor niet kunnen worden uitgesloten, dan moet wel een passende beoordeling worden opgesteld. Ingeval een ontwikkeling een herhaling of voortzetting is van een plan of project waarvoor reeds eerder een passende beoordeling is gemaakt, kan ingevolge artikel 16.53c lid 2 van de Omgevingswet een nieuwe passende beoordeling achterwege blijven, voor zover deze redelijkerwijs geen nieuwe gegevens of inzichten kan opleveren omtrent de significante gevolgen ervan. De plan-m.e.r. die voor planologische procedures is gekoppeld aan het opstellen van een passende beoordeling is in een dergelijke situatie niet nodig. Feitelijk is er dan al een (nog steeds actuele) passende beoordeling aanwezig, die aantoont dat schadelijke gevolgen als gevolg van het plan zijn uitgesloten.

3.3

Passende beoordeling Wanneer een plan of project significante negatieve gevolgen kan hebben, moet het bestuursorgaan ingevolge de Omgevingswet een passende beoordeling opstellen vóórdat een plan kan worden vastgesteld. In geval van een project kan middels een vergunning in het kader van de Omgevingsvergunning de ontwikkeling worden vergund. Deze passende beoordeling moet de zekerheid geven dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast.

8

Een plan of project dient rekening te houden met de in het aanwijzingsbesluit voor het betrokken gebied vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en de wijze waarop deze zijn uitgewerkt in het voor het gebied vastgestelde beheerplan. De aanwijzingsbesluiten worden vastgesteld door de Minister van Economische Zaken. De beheerplannen worden over het algemeen vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie waarin het gebied geheel of grotendeels is gelegen, behalve voor zover de verantwoordelijkheid voor het beheer bij het Rijk ligt. Als het bevoegd gezag op grond van de passende beoordeling niet de vereiste zekerheid heeft verkregen dat een plan of project de natuurlijke kenmerken niet zal aantasten, kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld of kan het project niet vergund worden. Dat is alleen anders als er geen alternatieve oplossingen beschikbaar zijn, sprake is van dwingende redenen van openbaar belang en compenserende maatregelen worden getroffen. In dat geval kan een plan toch worden vastgesteld c.q. een project worden vergund.

3.4

Toetsingskader buurlanden Nederland heeft met Duitsland en met België overlegd over de wijze waarop de bevoegde gezagen bij de beoordeling van aanvragen van toestemmingsbesluiten de gevolgen toetsen van activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken op buitenlandse Natura 2000-gebieden. Nederland zal voor de toetsing van activiteiten die in Nederland plaatsvinden met gevolgen voor Natura 2000-gebieden in Duitsland of België dezelfde toetsingskaders hanteren als Duitsland en België zelf. Voor de toetsing op Belgische Natura 2000-gebieden wordt aangesloten bij het Nederlands toetsingskader. Voor de toetsing op Duitse Natura 2000-gebieden geldt het volgende toetsingskader: 1. Wanneer een project of een handeling op Nederlands grondgebied op geen enkel Natura 2000gebied in Duitsland een toename van stikstofdepositie van meer dan 7,14 mol per hectare per jaar veroorzaakt, is er geen bezwaar tegen het verlenen van toestemming voor deze activiteit. Dit stikstofaspect staat een vergunningverlening door het Nederlandse bevoegde gezag dan niet in de weg. 2.

Wanneer een project of een handeling op Nederlands grondgebied op een Duits Natura 2000-gebied meer dan 7,14 mol per hectare per jaar aan stikstofdepositie veroorzaakt, maar minder dan 3% van de kritische depositiewaarde van een voor stikstof gevoelig habitattype of leefgebied waar de totale deposities hoger zijn dan de kritische depositiewaarde, verzoekt het Nederlandse bevoegd gezag aan het desbetreffende Duitse bevoegd gezag om vast te stellen of in cumulatie sprake kan zijn van significante gevolgen. Als het Duitse bevoegd gezag vaststelt dat daarvan geen sprake is, staat dit stikstofaspect vergunningverlening door het Nederlandse bevoegd gezag niet in de weg. 3. Wanneer een project of handeling op Nederlands grondgebied op een Duits Natura 2000-gebied aan stikstofdepositie meer veroorzaakt dan 3% van de kritische depositiewaarde van een voor stikstof gevoelig habitattype of leefgebied waarvan de totale deposities hoger zijn dan de kritische depositie waarde, heeft het desbetreffende Nederlandse bevoegd gezag overleg met het desbetreffende Duitse bevoegd gezag. Zij zullen gezamenlijk bezien of en zo ja onder welke voorwaarden toestemming mag worden verleend.

Ingeval het gaat om een project met mogelijk significante gevolgen als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn, stelt degene die voornemens is het project te realiseren, daartoe een passende beoordeling op.

9

4

BEREKENINGSSYSTEMATIEK

4.1

Algemeen Ten behoeve van de berekening van de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden is een rekenmodel opgesteld met behulp van AERIUS Calculator, versie 2024.0.12. AERIUS Calculator rekent op basis van het Operationele Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM en de Standaardrekenmethode 2 (SRM-2) uit artikel 8.10 van de Omgevingsregeling. In het kader van een voortoets dient beschouwd te worden of het plan afzonderlijk – of in combinatie met andere plannen – significante gevolgen ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000-gebieden heeft.

Referentiesituatie Bij een voortoets moeten de gevolgen van het plan worden bezien in relatie tot de referentiesituatie. Ingevolge de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt als referentiesituatie bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan ter vervanging van het geldende bestemmingsplan: de huidige – legale – feitelijke situatie ten tijde van de vaststelling van het nieuwe plan.

Beoogde situatie (gebruiksfase & aanlegfase) Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet zowel bij de voortoets als in de passende beoordeling van een bestemmingsplan worden uitgegaan van de representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden die een plan biedt, en niet van een inschatting van wat er in werkelijkheid zal gaan gebeuren of wat er wordt beoogd. De achterliggende gedachte is dat alle mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt in de praktijk kunnen worden benut en dat de plantoets dus moet uitwijzen of ook in dat geval negatieve gevolgen voor een Natura 2000-gebied zijn uit te sluiten.

4.2

Referentiesituatie Ter plaatse van het plangebied is sprake van aanwezige bedrijvigheid. Ten behoeve het onderhavig onderzoek is er worst-case vanuit gegaan dat er geen relevante stikstofemissie naar de lucht plaatsvinden ter plaatse van het plangebied.

4.3

Gebruiksfase De voor stikstofdepositie relevante bronnen betreffen de verkeersbewegingen ten gevolge van het plan en de stikstofemissies ten gevolge van stookinstallaties van de te realiseren bedrijfsactiviteiten. Voor de berekening is uitgegaan van het rekenjaar 2024. De uitgangspunten zijn in navolgende paragrafen beschreven. Bijlage B1.1 geeft een weergave van de invoergegevens.

4.3.1

Emissies bedrijventerrein De bijdrage aan de stikstofdepositie is modelmatig berekend, op basis van emissiekengetallen per milieucategorie voor een (algemeen) bedrijventerrein. Het doel is immers om het bedrijventerrein te voorzien van een bedrijfsbestemming die het mogelijk maakt om bedrijvigheid tot en met categorie 3.1 mogelijk te maken. De emissiekengetallen per milieucategorie zijn gebaseerd op de gemiddelde emissies van stikstofoxiden en (zeer)fijn stof emissies. Deze cijfers zijn gebaseerd op destijds actuele cijfers van het CBS. In november 2006 is door Arcadis een luchtkwaliteit onderzoek3 uitgevoerd voor het Regionaal Bedrijventerrein Twente te Almelo. Middels genoemd onderzoek is het effect vanwege het gehele bedrijventerrein op de luchtkwaliteit in de omgeving van het bedrijventerrein inzichtelijk gemaakt. De emissiekengetallen per milieucategorie in het betreffende rapport zijn

2 https://calculator.aerius.nl/calculator/ 3

Luchtkwaliteit onderzoek Regionaal Bedrijventerrein Twente te Almelo d.d. 20 november 2006, 110623/CE6/ 262/000556

10

bedrijfsgebonden emissies zoals gepubliceerd door het CBS. Deze door Arcadis gehanteerde methode voor het Regionale Bedrijventerrein Almelo, om de luchtkwaliteit op toekomstige bedrijventerreinen te bepalen, is door de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) goedgekeurd. Derhalve is deze methode eveneens toegepast ter bepaling van de stikstofemissiefactoren per milieucategorie. De gehanteerde emissiekengetallen op basis van CBS gegevens zijn geactualiseerd en gehanteerd zoals opgenomen in Luchtkwaliteit onderzoek Bedrijventerrein Distriport4 evenals de ammoniak emissies (NH3) overeenkomstig het stikstofdepositie onderzoek5 voor Omgevingsplan Hoefweg Zuid Oost. Voor het betreffende bedrijventerrein is uitgegaan van de emissiecijfers voor milieucategorieën zoals weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 1

Overzicht gehanteerde emissiekengetallen

Categorie

NOx [kg/ha/jaar]

NH 3 [kg/ha/jaar]

98 131 1031

0 5 21

1-2 3 4-5

De bestemming ‘Bedrijventerrein’ binnen het plangebied heeft een oppervlakte van 19.050 m² van maximaal milieucategorie 3. Een volledige berekening van de emissies per bedrijfskavel is weergegeven in bijlage B1. Navolgende tabel geeft een weergave van de gehanteerde emissie. Tabel 2

Gehanteerde emissie

Milieucategorie

Oppervlakte [hectare]

NOx [kg/jaar]

NH 3 [kg/jaar]

Categorie 3

1,91

249,6

9,5

Ten aanzien van de emissiehoogte en de spreiding is rekening gehouden met 50% van de maximale bouwhoogte zijnde 5,5 meter.

4.3.2

Verkeer Ten gevolge van de te realiseren bedrijfsactiviteiten vindt een verkeer aantrekkende werking plaats. In de bepaling van de stikstofdepositie is rekening gehouden met het arriverend en vertrekkend verkeer binnen het plan. De verkeersgeneratie is worstcase bepaald met behulp van de CROW Publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Hierbij is aangesloten bij de verkeersgeneratie voor werkgebieden zoals opgenomen in tabel 5 en 6 van de onderhavige publicatie. Navolgende tabel geeft een weergave van de gehanteerde verkeersgeneratie kentallen. Tabel 3

Kentallen verkeersgeneratie

Categorie CROW

Licht verkeer [bewegingen/ha]

Middelzwaar verkeer [bewegingen/ha]

Zwaar verkeer [bewegingen/ha]

Gemengd terrein

128

12,3

17,7

Op basis van de bovenstaande uitgangspunten is in navolgende tabel de verkeersgeneratie bepaald voor het totale plangebied. Tabel 4

Gehanteerde verkeersgeneratie

Oppervlakte [hectare]

Licht verkeer [bewegingen/etm]

Middelzwaar verkeer [bewegingen/etm]

Zwaar verkeer [bewegingen/etm]

1,91

243,8

23,4

33,7

Het verkeer is gemodelleerd binnen het plangebied en meegenomen tot aan de A50. Hierna is het verkeer ruimschoots opgenomen in het heersend verkeersbeeld. De verkeersgeneratie is gemodelleerd middels het itemtype ‘wegverkeer – binnen bebouwde kom’. 4 5

Luchtkwaliteit onderzoek Bedrijventerrein Distriport, Grontmij, 24 augustus 2009, (RvS uitspraak 01004316/1/R1, 4 april 2012) Stikstofdepositie-onderzoek in het kader van het omgevingsplan, Omgevingsplan Hoefweg Zuid (2016) Oost, Antea group, projectnummer 403968, definitief revisie 02, 28 maart 2018

11

Uit onderzoek van TNO6 is gebleken dat de emissie van wegverkeer kort na het starten met een koude motor, veel hoger is dan de emissie tijdens het rijden. Dit wordt de ‘koude start’ genoemd. Volgens een eerder TNO rapport7 kunnen koude start emissies gekoppeld worden aan de locaties waar verkeer langer dan twee uur geparkeerd staat. Het vrachtverkeer zal echter maar enkele minuten geparkeerd staan. Voor de gebruiksfase geldt dat de koude start emissies dus enkel voor het licht verkeer van toepassing zijn. Het aantal koude starten is toegevoegd onder sector “Koude start: Overig”. Navolgende verbeelding geeft een weergave van de gehanteerde bronnen in de gebruiksfase.

Afbeelding 4

4.4

Grafische weergave gehanteerde bronnen gebruiksfase

Aanlegfase Aanvullend is een berekening uitgevoerd naar de aanlegfase. Navolgend worden de uitgangspunten voor de berekening naar de aanlegfase beschreven. Bijlage B1.2 geeft een weergave van de invoergegevens.

4.4.1

Mobiele werktuigen Ten behoeve van de aanlegfase van het project zal gebruik worden gemaakt van mobiele werktuigen. Om de NOx- en NH3-emissie van de mobiele werktuigen te bepalen wordt gebruik gemaakt van de draaiuren van de mobiele werktuigen. De emissie is berekend overeenkomstig de AERIUS methodiek zoals geactualiseerd door TNO in 20218. De TNO methodiek maakt gebruik van de invoer van; het vermogen (kW), de belasting (%) en de motortechnologie (STAGE-klasse) om het brandstofverbruik te bepalen. Vervolgens worden aan de hand van de NOx- en NH3-emissiefactoren voor brandstofverbruik de NOx- en NH3-emissie per werktuig berekend. De exacte uitvoeringswijze is ten tijde van uitvoeren van dit onderzoek nog niet bekend. De gehanteerde uitgangspunten zijn op basis van expert judgement bepaald.

6 Emissiefactoren wegverkeer 2024, TNO 2024 R11049, d.d. 4 juni 2024 7 Emissiefactoren wegverkeer 2023 TNO 2023 R11202 d.d. 22 juni 2023 8 TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot

van mobiele werktuigen, 13 december 2021

12

Bijlage B2 geeft een volledige weergave van de gehanteerde uitgangspunten en de berekende emissie.

4.4.2

Bouwverkeer Op basis van de expert judgement is op basis van de oppervlakte een inschatting gemaakt van het benodigde bouwverkeer. De exacte uitvoeringswijze is ten tijde van uitvoeren van dit onderzoek nog niet bekend. In de navolgende berekening is ervan uitgegaan dat ten behoeve van de aanleg 1000 voertuigen (2000 bewegingen) zwaar vrachtverkeer per hectare nodig zijn ten behoeve van de aan- en afvoer van bouwmateriaal. Voor de aan- en afvoer van het personeel is rekening gehouden met 60 voertuigen (120 bewegingen) licht verkeer per etmaal. Het verkeer is gemodelleerd binnen het plangebied en meegenomen tot aan de A50. Hierna is het verkeer ruimschoots opgenomen in het heersend verkeersbeeld. De verkeersgeneratie is gemodelleerd middels het itemtype ‘wegverkeer – binnen bebouwde kom’. Daarnaast is rekening gehouden met de aanvullende emissies ten gevolge van de koude start. Het vrachtverkeer voor de aan- en afvoer van bouwmateriaal zal echter maar enkele minuten geparkeerd staan. Voor de aanleg gelden de koude start emissies dus enkel voor de uitvoerders en het ondersteunend personeel. Het aantal koude starten is toegevoegd onder sector “Koude start: Overig”. Navolgende verbeelding geeft een weergave van de gehanteerde bronnen in de aanlegfase.

Afbeelding 5

Grafische weergave gehanteerde bronnen aanlegfase

13

5

REKENRESULTATEN EN BEOORDELING Met behulp van het rekenprogramma Aerius Calculator is de stikstofdepositiebijdrage vanwege de gebruiks- en aanlegfase berekend ter plaatse van nabijgelegen gevoelige habitattypen in de voor het plan relevante Natura 2000-gebieden. In bijlage B1.1 en B1.2 zijn voor zowel de uitgevoerde berekening naar gebruiksfase als de aanlegfase weergegeven middels de Aerius PDF-export. Uit de uitgevoerde berekeningen naar de gebruiksfase en de aanlegfase blijkt dat de stikstofdepositie in beide situatie niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve gevolgen derhalve worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling evenals een vergunningplicht Natura 2000-activiteit niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan.

14

6

CONCLUSIE In opdracht van Gemeente Bernheze is door Kragten een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd in verband met het plan ‘Het Runneke’ te Nistelrode. Ten behoeve van de juridisch-planologische verankering van het initiatief dient een TAM-IMRO procedure te worden doorlopen. Als onderdeel hiervan dient te worden bepaald of als gevolg van dit initiatief significant negatieve gevolgen op nabijgelegen Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Een van deze mogelijke beïnvloedingsfactoren is stikstofdepositie, waarvoor voorliggend onderzoek is uitgevoerd. Uit de uitgevoerde berekeningen naar de gebruiksfase en de aanlegfase blijkt dat de stikstofdepositie in beide situatie niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve gevolgen derhalve worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling evenals een vergunningplicht Natura 2000-activiteit niet aan de orde is. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan.

15

BIJLAGEN

B1 AERIUS B1.1 Gebruiksfase

B1-1

B1.2 Aanlegfase

B1-2

B2 EMISSIEBEPALING

B2-1

Emissiebepaling aanleg Rekenjaar Projectnummer

2024 BEH026

Mobiele Werktuigen per hectare

Naam Graafmachine (grondwerk bouw) Heimachine (fundering bouw) Trilplaat (fundering bouw) Hijskraan (fundering bouw) Verreiker (gevel en dak) Bouwlift (gevel en dak) Verreiker (afbouw)

Werktuig

STAGE Klasse Type werktuigcategorie Aerius

graafmachines 100 kW mobiele kranen 125 kW trilplaten 10 kW hijskranen 200 kW verreikers 70 kW betonstorters 200 kW verreikers 70 kW

STAGE IV STAGE IV STAGE V STAGE V STAGE IV STAGE IV STAGE IV

graafmachines 100 kW, bouwjaar vanaf 2015 mobiele kranen 125 kW, bouwjaar vanaf 2015 trilplaten 10 kW, bouwjaar vanaf 2019 hijskranen 200 kW, bouwjaar vanaf 2019 verreikers 70 kW, bouwjaar vanaf 2015 betonstorters 200 kW, bouwjaar vanaf 2014 verreikers 70 kW, bouwjaar vanaf 2015

Vermogen Classificatie MotorBouwjaar [kW] tabel TNO efficientie

2018 2018 2021 2021 2018 2018 2018

100 125 10 200 70 200 70

D D A D D D D

0,9227447 0,9227447 0,8953383 0,8953383 0,9227447 0,9227447 0,9227447

Belasting [%]

36,8000% 36,8000% 36,8000% 36,8000% 36,8000% 36,8000% 36,8000%

Dieselkental Bedrijfsduur [L/uur] [uren]

10,25 12,68 1,59 19,40 7,34 19,97 7,34

250 200 75 350 700 400 700

Dieselverbruik [L]

AdBlue verbruik [L]

2563,2 153,8 2536,7 152,2 119,3 0 6789,8 407,4 5135,6 308,1 7989,7 479,4 5135,6 308,1 Totaal (inlcusief 25% marge):

NOxemissie [kg]

NH3emissie [kg]

15,09 14,70 2,76 38,41 31,23 45,14 31,23 223,22

0,62 0,61 0,00 1,63 1,23 1,92 1,23 9,05

Bouwverkeer Categorie Lichtverkeer Middel zwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer

Aantal hectare:

Voertuigen Bewegingen per dag per dag 60

120 0 0

Voertuigen per hectare

Bewegingen per hectare

1000

0,0 0,0 2000

1,91 Totaal

Mobiele werktuigen:

Bouwverkeer:

Uitvoeringsduur:

1

jaar

Per jaar 426,3 kg NOx 17,3 kg NH3

43.800,0 bewegingen licht verkeer 0,0 bewegingen middelzwaar 3.820,0 bewegingen zwaar

426,3 kg NOx 17,3 kg NH3 43.800,0 bewegingen licht verkeer 0,0 bewegingen middelzwaar 3.820,0 bewegingen zwaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=0ef48a71-7823-49b0-9ff1-5e2d975705a7