CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c, Het Runneke Nistelrode - Landschappelijke analyse

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 15 april 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c, Het Runneke Nistelrode1.014 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

LANDSCHAPSANALYSE COMPENSATIEPERCEEL ’T RUNNEKE NISTERODE

Het compensatieperceel ligt zuidelijk van Nistelrode nabij het voormalige buitenzwembad van Nistelrode. Kadastraal nr. NTR-00-K-129.

GEOMORFOLOGIE

Figuur 1: Geomorfologie. Het compensatieperceel ligt aan de westzijde van het grote plateau tussen het stroomgebied van de Maas en het stroomgebied van de Aa en Dommel. De afwatering is gericht op het stroomdal van de Aa en Dommel. Het perceel ligt op een redelijk vlak gebied ontstaan door eolische processen. Aan de westzijde bevindt zich een relatief korte zone bestaande uit geïsoleerde heuvels en heuvelruggen aan de rand van het plateau. Noordelijk van het compensatieperceel liggen heuvels, heuvelruggen met maximale hoogteverschillen van 1,5-5m1. Ten noorden van het voormalige zwembad ligt een geïsoleerde heuvelrug met een maximale hoogte van 5-12,5m1.

BODEM

Figuur 2: Bodem Vanuit de geomorfologische basis ontwikkelde zich heide- en moerasgebieden die door de in gebruik name door de mens landbouwkundig ontwikkeld werden, Dit leidde tot een bodemlaag met een matig voedselrijke bovenlaag, de Veldpodzolgronden en op de hogere zandige gronden (heuvels en heuvelruggen) ontwikkelde deze zich tot Gooreerdgronden.

HOOGTELIGGING Op een overzichtskaart van de omgeving zijn de geomorfologische kenmerken nog duidelijk waarneembaar. Aan de noordzijde is de geïsoleerde hoge heuvelrug duidelijk terug te vinden. Aan de oostzijde is de smalle heuvelrand grenzend aan het plateau in het hoogteverschil terug te vinden. Daarnaast is de afwatering richting het stroomdal van de Aa en Dommel in hoogtes te zien.

Figuur 3: Hoogtekaart omgeving compensatieperceel. Het compensatieperceel ligt meer in het vlakke gedeelte dat door eolische processen ontwikkeld is. Desondanks zijn er minimale hoogteverschillen in het compensatieperceel waarneembaar. Op ongeveer 2/3 deel van het compensatieperceel bevindt zich een ietwat leger gedeelte. Deze is tijdens nattere periodes ook waarneembaar door nattere delen in het perceel.

Het westelijke gelegen perceel is recentelijk aangeplant en vertoond een hoger deel aan de zuidzijde. De wegenstructuur ligt verhoogd in het gebied vooral de oude veldweg (noord-zuid gericht) ligt ongeveer 0,50-0.70m1 verhoogd in het gebied.

Figuur 4: Hoogtekaart compensatieperceel.

CULTUURHISTORISCHE ONTWIKKELING

Figuur 5: Gebied rond 1840. Rond 1840 bestond het gebied rondom het compensatieperceel nog uit “woeste gronden”, zoals heidevelden en kleinere vennetjes. Op de hogere zandige gronden is de agrarische ontwikkeling als begonnen met kleinschalige ontginningen. De kleine percelen werden allemaal omringd door een singelbeplanting die naast de scheiding ook voor het geriefhout zorgden. Duidelijk waarneembaar is de hoge geïsoleerde heuvelrug noordelijk van het compensatieperceel waar aan de voet van de heuvelrug een waterloop ontspringt ( Menzelsche Loop). Nabij het compensatieperceel stroomt de Kraaijenloop die in zestiger jaren als de Venloop vernoemd wordt.

Figuur 6: Gebied rond 1905. Rond 1905 zijn al grote delen van de “woeste gronden” ontgonnen in kleinschalige percelen omringd met houtsingels. Op de hogere zandige heuvelruggen op uitzondering van de niet ontgonnen delen bossen aangeplant. De perceelindeling is in de nattere zone hoofdzakelijk oost-west gericht gelijk aan de stroomrichting van de Kraaijenloop. De Kraaijenloop ligt op de grens van de ontginning en de bosaanplant op de zandige heuvelruggen. Dit

beeld zal de komend zes tot zeven decennia ’s nagenoeg niet veranderen. De niet ontgonnen percelen worden verder ontgonnen of met bos aangeplant (gemengd bos).

Figuur 7: Gebied rond 1925.

Figuur 8: Gebied rond 1965

Figuur 9: Gebied rond 1975. In de zeventiger jaren onder invloed van de ruilverkaveling verandert het beeld van de kleinschalige perceelstructuur met de singelbeplanting naar een grootschaligere open structuur. Voor een optimalere bedrijfsvoering moesten de percelen vergroot worden. De kavelstructuur veranderde van een oost-westelijke oriëntering naar een noordzuidelijke oriëntering. Ondanks deze veranderingen houdt de oude noord-zuid gerichte veldweg met zijn begeleidende singelbeplanting (houtwal) stand. De singelbeplanting rond de percelen is dan wel grotendeels verdwenen maar de houtsingels langs de veldwegen en wegen zijn grotendeels in stand gebleven. Rond 1968 is ten noorden van het compensatieperceel het zwembad “Achter de Berg” aangelegd. Dit zwembad heeft tot 1982 bestaan.

Figuur 10: Gebied rond 1995.

Figuur 11: Gebied rond 2010.

Figuur 12: Gebied rond 2020. De veranderingen van de laatste twintig jaar bestaan in hoofdzaak uit veranderingen in grondgebruik. Waren de gronden in de nattere delen van oudsher in gebruik als graslanden is dat de laatste jaren meer verschoven naar bouwlanden (mais). Westelijke van het compensatieperceel is rond 2010 een perceel ingericht met natuurlijke bosaanplant met een oost-westelijke oriëntatie.

Figuur 13: Luchtfoto rond 2020. Op de luchtfoto is duidelijk de oost-westelijke oriëntatie van de nieuwe aanplant westelijk van het compensatieperceel te zien.

BELEVING GEBIED

Figuur 14: Ruimte- massa kaart omgeving compensatieperceel. Op de ruimte-massakaart van de omgeving is te zien hoe de open structuren ontstaan door de aanwezigheid va de bossen op de heuvelruggen en de singelbeplanting langs de bestaande wegstructuur. Hierdoor ontstaat een redelijk besloten gebied die qua beeld ligt tussen echt kleinschalige oude landbouwgebieden en de grootschalige ontginningsgebieden. Inzoomend op het compensatieperceel is deze aan de west- en noordzijde omsloten door beplanting (resp. houtsingel en gemengd bos). Aan de westzijde is de nieuwe structuur van de bosaanplant zichtbaar die vooral oost-westelijk gericht is. Dit komt overeen met de eerste structuren van de ontginning. Kleine niveauverschillen in het compensatieperceel zijn nauwelijks zichtbaar, maar tijdens een nattere periode worden deze door plaatselijk wateroverlast duidelijk zichtbaar. Afhankelijk van het seizoen is dit ook terug te zien in achterstand in de ontwikkeling van de geteelde gewassen.

Figuur 15: Ruimte-massakaart compensatieperceel.

ONTWERP

Figuur 16: Schetsontwerp inrichting compensatieperceel. Op grond van bovenstaande analyse en het verkennend flora- en fauna onderzoek is voor de inrichting van het compensatieperceel gezocht naar het versterken van de oude structuren, rekening houdend met de verplichting van de boscompensatie van 7.500m2. Om het kleinschalige beeld van graslandpercelen die door houtsingels omringd waren te behouden is gekozen om de boscompensatie als twee separate boscomplexen te ontwikkelen. Voor de verhoging van de biodiversiteit (flora en fauna) worden de randen van deze boscomplexen en de rand van het bestaande boscomplex ontwikkeld als struweelbeplanting. De tussenliggende open stroken worden ontwikkeld en beheerd als graslanden met het natuurdoeltype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Incidenteel worden solitaire bomen aangeplant voor de ontwikkeling van de plaatselijke fauna te stimuleren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=05b223f5-aa10-47d3-998f-6c5f55d3d38d