TAM-Omgevingsplan De Bunders - TOE Bijlage 6 Quickscan milieuzonering
Tekst van het document
Victorialaan 1 | 5213 JG ’s-Hertogenbosch (088) 743 00 00 info@odbn.nl | www.odbn.nl
Gemeente Bernheze De heer L. Schwiebert Postbus 19 5384 ZG HEESCH
Datum 21 april 2022 Bijlage(n) -4-
Ons kenmerk Z/170409 Uw kenmerk
Telefoonnummer 088-7430 000 Registratienummer EEE
Contactpersoon de heer W. van der Velden Onderwerp Quickscan milieu ikv RO inzake ontwikkeling woningbouwlocatie; Bunderstraat ong en Zoggelsestraat ong Heesch
Geachte heer Schwiebert, Op 14 maart 2022 stuurde u ons een e-mail. U verzocht ons een quick scan milieu uit te voeren voor het woningbouwvoornemen aan de Bunderstraat/Zoggelsestraat te Heesch. In deze brief leest u het resultaat van onze quick scan waarin wij ingaan op de milieugerelateerde belemmeringen. Omdat nog niet duidelijk is of alle bedrijvigheid binnen het plangebied wordt gesaneerd, wordt ingegaan op de belemmeringen die zowel binnen als buiten het plangebied bestaan. 1. Wat is het plan? Ter plaatse van onderstaande gronden bestaat het voornemen om, na sloop van de aanwezige bebouwing, woningbouw te realiseren. Hiervoor is nog geen stedenbouwkundig plan beschikbaar.
2. Beoordeling (milieu)aspecten in het kader van de quick scan M.e.r.-beoordeling In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het plan planmerplichtig, projectmerplichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Het bevoegd gezag dient te beoordelen of een milieueffectrapport (MER) dan wel een m.e.r.beoordeling nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is, moet bepaald worden of de ontwikkeling een activiteit is die terug te vinden is in kolom 1 van lijst D van de bijlage behorende bij het Besluit m.e.r. Indien dit het geval is, moet worden beoordeeld of het plan de drempelwaarden uit de 2e kolom van de lijst D overschrijdt.
Als een plan een activiteit betreft die wordt gerealiseerd onder de gestelde drempelwaarden dan is er sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze (vormvrije) m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden aan de hand van de selectiecriteria als bedoeld in de bijlage III van de EEG richtlijn 2011/92/EU. Deze criteria zijn de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect. Het realiseren van woningen valt onder onderdeel D (stedelijk ontwikkelingsproject, categorie D.11.2). Vooralsnog wordt aangenomen dat het aantal woningen de drempelwaarde van 2.000 niet wordt overschreden zodat kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het anderzijds bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Dit wordt milieuzonering genoemd. Uitwaartse of inwaartse milieuzonering Ruimtelijke scheiding kan tot stand komen door uitwaartse of inwaartse milieuzonering. Bij uitwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieubelastende functies.
In een zone rondom de milieubelastende functies worden woningen geweerd. Bij inwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieugevoelige functies. In een zone rondom de milieugevoelige functies zijn bepaalde milieubelastende functies niet toelaatbaar. Omgevingstypen In de handreiking Bedrijven en milieuzonering worden twee omgevingstypen beschreven: Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer. ODBN, Kenmerk
21 april 2022 Z/170409
2
Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren ook tot het omgevingstype gemengd gebied. De beoogde woningen moeten worden beoordeeld als omgevingstype rustige woonwijk. Het plangebied vormt een woongebied waarin geen andere functies zijn gelegen. Er kan niet worden gesproken van een dusdanige bedrijvigheid dat er sprake is van een gemengd gebied. Wanneer woningen worden gerealiseerd direct aan de Bosschebaan, helemaal in het noorden van het plangebied, kunnen de eerstelijns woningen mogelijk worden gezien als gelegen in het omgevingstype ‘gemengd gebied’, vanwege de ligging direct aan de hoofdinfrastructuur (Bosschebaan). Bij nadere detaillering is dit een optie, maar met oog op een goede ruimtelijke ordening en een hoog beschermingsniveau wordt in deze quickscan uitgegaan van het omgevingstype rustige woonwijk voor het gehele plangebied. Richtafstanden Voor alle typen bedrijven zijn in bijlage 1 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering richtafstanden opgenomen.
Het betreft de richtafstanden voor de vier ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn onder andere de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. b. de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk en rustig buitengebied. Ten opzichte van een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (behalve voor het aspect gevaar). Dit is toegelicht in tabel 1. Tabel 1: Richtafstanden Milieucategorie
afstand tot rustige woonwijk / buitengebied
afstand tot gemengd gebied
1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Kaart richtafstanden Als bijlage bij dit advies zijn drie kaarten opgenomen: 1. Kaart met richtafstanden rondom milieubelastende functies binnen het plangebied. 2. Kaart met richtafstanden rondom milieubelastende functies buiten het plangebied. 3. Kaart met richtafstanden rondom alle milieubelastende functies (kaart 1 en 2 gecombineerd). ODBN, Kenmerk
21 april 2022 Z/170409
3
Tabel richtafstanden De richtafstanden op de bijgevoegde kaarten zijn toegelicht in tabel 2 (binnen plangebied) en tabel 3 (buiten plangebied). In alle gevallen is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Tabel 2. Richtafstanden milieubelastende functies binnen plangebied Inrichting, bestemming
SBI, omschrijving
Bosschebaan 23, tuincentrum en hoveniersbedrijf BP: tuincentrum en hoveniersbedrijf Bosschebaan 27, pluimveehouderij (leghennen) BP: intensieve veehouderij
SBI 016: Plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m² SBI 4752: Bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten SBI 0147: Fokken en houden van pluimvee: legkippen
Richtafstand (m) Rustige woonwijk Geur
Stof
Geluid
Gevaar
30
10
50
10
0
0
30
10
200
30
50
0
Tabel 3. Richtafstanden milieubelastende functies buiten plangebied Richtafstand (m) Rustige woonwijk
Inrichting, bestemming
SBI, omschrijving
Geur
Stof
Geluid
Gevaar
Bedrijventerrein Cereslaan, diverse bedrijven BP: diverse milieucategorieën
Maximaal milieucategorie: 2 3.1 3.2 4.1
30 50 100 200
30 50 100 200
30 50 100 200
30 50 100 200
SBI 011, 012, 013, 016: Akkerbouw
10
10
30
10
SBI 011, 012, 013, 016: Akkerbouw
10
10
30
10
10
30
50
10
30 50 100 200
30 50 100 200
30 50 100 200
30 50 100 200
0
0
30
10
0
0
30
10
0
0
30
10
0
0
30
0
0
30
100
0
0
0
50
30
Bunderstraat 2, agrarisch bouwvlak (waarschijnlijk geen bedrijfsmatige activiteit) BP: agrarisch (geen veehouderij) Zoggelsestraat 74, agrarisch bouwvlak (waarschijnlijk leegstaand) BP: agrarisch (geen veehouderij) Kruishoekstraat 13, aannemersbedrijf BP: aannemersbedrijf Bedrijventerrein De Beemd, diverse bedrijven BP: diverse milieucategorieën Kruishoekstraat ong., trafo BP: nutsvoorziening Nieuwstraat 42, bedrijfsverzamelgebouw BP: bedrijfsverzamelgebouw Nieuwe Erven 41, opslag stoffen en houtproducten en koeriersbedrijf BP: opslag stoffen en houtproducten en koeriersbedrijf Zoggelsestraat 69, timmerbedrijf BP: timmerbedrijf Zoggelsestraat 71, transportbedrijf BP: transportbedrijf
SBI 41, 42, 43: Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m² Maximaal milieucategorie: 2 3.1 3.2 4.1 SBI 35: Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: < 10 MVA SBI 52109: Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) SBI 52109: Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) SBI 531, 532: Post- en koeriersdiensten SBI 162: Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout SBI 494: Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m²
Bij het bepalen van de richtafstanden is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden per locatie. Daar waar richtafstanden overlappen met het plangebied kan nader worden onderzocht of er sprake is van kleinere richtafstanden op basis van de feitelijke bedrijvigheid. Als in de feitelijke situatie bedrijven van een lagere milieucategorie aanwezig zijn, dan zijn er twee mogelijkheden: ODBN, Kenmerk
21 april 2022 Z/170409
4
-
-
Het plangebied ligt buiten de richtafstanden behorende bij de feitelijke situatie. Er is dan afgewogen dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Echter is bij woningbouw binnen de maximale planologische richtafstand wel sprake van een planologische belemmering voor het gebruik van de gronden, aangezien het oprichten van een bedrijf van een hogere milieucategorie moeilijker wordt. Het plangebied ligt binnen de richtafstanden behorende bij de feitelijke situatie. Er is dan niet per definitie sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit zou nader kunnen worden onderzocht (geuronderzoek, akoestisch onderzoek, etcetera). Uit het nader onderzoek dient te blijken of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of de feitelijk aanwezige bedrijvigheid wordt belemmerd. Echter is bij woningbouw binnen de maximale planologische richtafstand wel sprake van een planologische belemmering voor het gebruik van de gronden, aangezien het oprichten van een bedrijf van een hogere milieucategorie moeilijker wordt.
In dit verkennend stadium is nog geen onderzoek gedaan naar de feitelijk aanwezige bedrijvigheid. Luchtkwaliteit Het voornemen dient te worden getoetst aan de Regeling NIBM. De Regeling NIBM geeft invulling aan de categorieën woningbouw- en kantoorlocaties, aan een combinatie daarvan en aan inrichtingen (landbouwinrichtingen en spoorwegemplacementen). Voor een plan dat binnen deze categorieën valt, hoeven geen verdere berekeningen te worden uitgevoerd om aan te tonen dat sprake is van een NIBM situatie en hoeft er dus geen onderzoek gedaan te worden naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit. Voor plannen die niet binnen één van deze categorieën vallen, dient aan de hand van berekeningen of een kwalitatieve beschouwing aannemelijk te worden gemaakt dat de bijdrage NIBM is of voldoet aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Voor plannen waarbij alleen sprake is van een toename in verkeersbewegingen is een rekentool ontwikkeld: de NIBM-tool. Hiermee kan op eenvoudige manier worden bepaald of er sprake is van een NIBM bijdrage. Op basis van het voornemen tot woningbouw worden geen belemmeringen verwacht. Naast het effect van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit is het ook van belang de toestand van de luchtkwaliteit in de bestaande situatie te beschouwen. Er moet een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kunnen worden gegarandeerd. Hiertoe zijn de GCN-kaarten van het RIVM geraadpleegd.
Hieruit blijkt dat (ruim) voldaan wordt aan de gestelde grenswaarden: -
40 μg/m3 jaargemiddelde concentratie NO2 40 μg/m3 jaargemiddelde concentratie PM10 25 μg/m3 jaargemiddelde concentratie PM2,5 35 overschrijdingsdagen per jaar van de gemiddelde concentratie PM10
Een uitsnede van de GCN-kaart ter hoogte van het plangebied is hieronder opgenomen. Ook de norm van 31,2 μg/m3 voor PM10, zoals vastgelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, wordt niet overschreden in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is dan ook sprake van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit.
ODBN, Kenmerk
21 april 2022 Z/170409
5
Geurhinder In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om een milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten.
ODBN, Kenmerk
21 april 2022 Z/170409
6
Geurnormen en afstanden De standaardnormen uit de Wgv zijn in tabel 4 opgenomen. Tabel 4. Geurnormen en afstanden volgens de Wet geurhinder en veehouderij Norm Binnen bebouwde kom Buiten bebouwde kom Geurnorm* 3 ouE/m3 14 ouE/m3 Afstand 100 meter 50 meter * deze waarden gelden alleen voor concentratiegebieden, voor niet-concentratiegebieden bestaan andere waarden. De gemeente Bernheze ligt in een concentratiegebied.
Het plangebied ligt in een gebied waarvoor de gemeente Bernheze in haar ‘Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Bernheze 2021’ een aangepaste geurnorm van 8,0 ouE/m3 en een aangepaste afstandseis van 50 meter heeft vastgesteld. Gezien de omvang van het plangebied moet voor de invulling daarvan uitgegaan worden van een bebouwde kom. Met oog op het woon- en leefklimaat is het beter om aan te sluiten bij de geurnorm van 3,0 ouE/m3 zoals ook is vastgesteld voor de bestaande bebouwde kom van Heesch. Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder gemeente Bernheze 2013 De gemeente Bernheze heeft voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat ten aanzien van de achtergrondbelasting de toetswaarden zoals opgenomen in tabel 5 vastgesteld. Tabel 5. Toetswaarden achtergrondbelasting Bebouwde kom, woonkernen, nieuwe woongebieden 0 - 13 ouE/m3 > 13 ouE/m3
Voldoende Onvoldoende
Bedrijventerreinen, buitengebied 0 – 20 ouE/m3 > 20 ouE/m3
Beoordeling Op afbeelding 1 zijn de veehouderijen in de omgeving met de bijbehorende totale geuremissies aangegeven.
Afbeelding 1. Veehouderijen en geuremissies
ODBN, Kenmerk
21 april 2022 Z/170409
7
De veehouderij aan Bosschebaan 27 ligt binnen het plangebied. Wanneer geurgevoelige objecten binnen het plangebied worden gerealiseerd, moet worden uitgezocht of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of deze veehouderij in haar belangen wordt geschaad. Mogelijk is het beëindigen van deze veehouderij onderdeel van het plan. In dat geval zal geurhinder van veehouderijen waarschijnlijk geen belemmering vormen. Gezien de omvang van de overige veehouderijen in de omgeving en de afstand tot het plangebied zal de geurnorm (uitgaande van 3,0 ouE/m3) waarschijnlijk niet worden overschreden. De belangen van die veehouderijen worden waarschijnlijk niet geschaad, aangezien er bestaande geurgevoelige objecten tussen het plangebied en de veehouderijen liggen. Bij verdere planvorming moet dit wel rekenkundig worden aangetoond (V-Stacks-berekeningen). Op afbeelding 2 is een uitsnede uit de geurkaart van Bernheze (2021) weergegeven.
Afbeelding 2. Geurkaart van Bernheze (2021)
De veehouderij aan Bosschebaan 27 zorgt voor een relevante bijdrage aan de achtergrondbelasting binnen het plangebied. Bij verdere planvorming moet dit nader worden uitgezocht. Zonder de veehouderij aan Bosschebaan 27 bedraagt de achtergrondbelasting 0 tot 5 ouE/m3. Met deze waarden wordt voldaan aan de toetswaarden uit de Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder gemeente Bernheze 2013. Zonder de veehouderij aan Bosschebaan 27 wordt ook voldaan aan de milieukundige en gezondheidskundige advieswaarden voor de achtergrondbelasting uit stap 3a en 3b van de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0. Waarschijnlijk wordt ook voldaan aan de milieukundige en gezondheidskundige advieswaarden voor de voorgrondbelasting. Bij verdere planvorming moet dit wel rekenkundig worden aangetoond (V-Stacks-berekeningen). Externe veiligheid Het plangebied ligt op korte afstand van de snelweg A59 knooppunt Hintham-Paalgraven, (wegvak B78). Over deze transportweg worden onder andere gevaarlijke stoffen vervoerd uit de stofcategorieën LT1 en LT2. LT1 heeft een invloedsgebied van 730 meter en LT2 heeft een ODBN, Kenmerk
21 april 2022 Z/170409
8
invloedsgebied van 880 meter. Omdat het plangebied niet binnen 200 meter van de transportweg ligt kan er, conform art 7 Bevt, worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico voor het scenario toxisch. In samenwerking met de Veiligheidsregio Brabant-Noord is een standaard verantwoording groepsrisico (beperkt) toxisch opgesteld. Deze is toegevoegd als bijlage 1 en kan te zijner tijd worden overgenomen in het bestemmingsplan om het scenario toxisch te verantwoorden. Het plangebied ligt op circa 2,7 km afstand van spoortraject ‘s-Hertogenbosch-Nijmegen. Over deze transportroute worden onder andere gevaarlijke stoffen uit de stofcategorie LT3 vervoerd. LT3 heeft een invloedsgebied van > 4.000 meter. Omdat het plangebied niet binnen 200 meter van de transportweg ligt kan er, conform art 7 Bevt, worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico voor het scenario toxisch. De standaard verantwoording die is bijgevoegd voor de snelweg volstaat ook voor deze weg. Benoem te zijner tijd het spoortraject als risicobron in het bestemmingsplan. Geluid Wet geluidhinder De Wet geluidhinder (Wgh) is alleen van toepassing als de planlocatie is gelegen binnen de wettelijk vastgestelde zone van een weg. Geluidzones langs wegen zijn geregeld in artikelen 74 en 75 Wgh.
Voor deze situatie hebben de omliggende wegen een geluidzone van 200 meter met uitzondering van de Rijksweg A59. De Rijksweg A59 heeft een geluidzone van 400 meter. Als de planlocatie is gelegen binnen de geluidzone van een weg dan dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidbelasting op de binnen de zone gelegen woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De planlocatie is gelegen binnen de zone van de volgende wegen: -
Bosschebaan Cereslaan/Kruisbroekstraat Bunderstraat Zoggelsestraat Nieuwe Erven
De geluidemissie afkomstig van bovengenoemde wegen moeten worden getoetst aan de geluidgrenswaarden uit de Wet geluidhinder. Als de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden, dient beoordeeld te worden of maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Als maatregelen niet mogelijk, kan een hogere waarde worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Een hogere waarde kan worden vastgesteld tot aan de maximale ontheffingswaarde. De maximale ontheffingswaarde is voor deze locatie 63 dB. Goede ruimtelijke ordening Een weg waar de maximale snelheid 30 km/uur bedraagt, is in de zin van de Wet geluidhinder niet gezoneerd. In het kader van de Wet geluidhinder hoeven deze wegen niet worden onderzocht. Echter, uit jurisprudentie blijkt dat, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, wel moet worden onderzocht of vanwege het geluid van 30 km/uur wegen er nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit moet 'deugdelijk’ worden gemotiveerd bij het vaststellen van een bestemmingsplan.
ODBN, Kenmerk
21 april 2022 Z/170409
9
Voor dit plan geldt dat de geluidemissie van de volgende 30 km/uur wegen moeten worden beschouwd: -
Runstraat Cereslaan (deel 30 km/uur) Voorste Groes Middelste Groes
Daarnaast is het van belang om de geluidemissie van de nieuwe wegen binnen de planlocatie te beschouwen. Deze wegen krijgen een snelheid mee van 30 km/uur en moeten in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook worden beschouwd. Soortenbescherming De gemeente kan een plan enkel vaststellen indien op voorhand in redelijkheid kan worden ingezien dat een eventuele ontheffing Wet natuurbescherming de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat. Om inzichtelijk te maken of er sprake is van een ontheffingsplicht, en zo ja, of deze verleend kan worden, dient een quickscan flora en fauna uitgevoerd te worden. Op basis van luchtfoto’s en omgevingsfoto’s kan niet op voorhand uitgesloten worden dat het plangebied en in het bijzonder de aanwezige bebouwing geschikte verblijfplaatsen biedt aan beschermde soorten. Mogelijk biedt bebouwing beschermde verblijfplaatsen aan vleermuizen of vogels met een jaarrond beschermd nest (bijvoorbeeld huismus, gierzwaluw of steenuil). Het voornemen kan daarmee leiden tot een ontheffingsplicht. In de meeste gevallen zal een ontheffing verleend kunnen worden, mits er voldoende maatregelen getroffen worden. Gebiedsbescherming/stikstofdepositie De gemeente stelt een plan enkel vast indien zeker is dat het plan geen significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. Het toetsingskader voor een plan is anders dan voor een project.
Er dient voor het plan een effectbeoordeling van de maximale planologische mogelijkheden die het plan biedt te worden gemaakt, eventueel afgezet tegen de effecten op de Natura 2000-gebieden in de bestaande planologische legale situatie direct voorafgaande aan de vaststelling van het bestemmingsplan (= referentiesituatie). - Met maximale planologische mogelijkheden wordt bedoeld dat in deze beoordeling niet alleen moet worden gekeken naar hetgeen rechtens is toegestaan, maar ook naar het gebruik dat op grond van de flexibiliteitsbepalingen (op grond van uitwerkingsplichten, wijzigingsbevoegdheden en binnenplanse afwijkingsbevoegdheden) is toegelaten. - Bij het bepalen van de referentiesituatie is niet van belang of het feitelijk planologische legale gebruik direct voorafgaande aan de vaststelling van het bestemmingsplan ook milieurechtelijk legaal was. Evenmin is van belang of voor dit gebruik een omgevingsvergunning bouwen is verleend. De effecten van gestaakt gebruik alsmede gesloopte objecten maken geen onderdeel uit van de referentiesituatie. Bodemkwaliteit Het plangebied is weergegeven in onderstaande afbeelding en is op te delen in een noordelijk en zuidelijk deel. Het zuidelijk deel betreft een gebied tussen de Verbindingsweg en Zoggelsestraat. Hier liggen enkele woonerven. Perceel F748 is in gebruik als bos.
Daarnaast is een groot deel van het gebied in gebruik ODBN, Kenmerk
21 april 2022 Z/170409
10
als landbouwgrond of weiland. Het noordelijk deel ligt tussen de Zoggelstraat en Bosschebaan. Hier bevindt zich agrarische bedrijvigheid en een tuincentrum. Een deel van dit gebied is in gebruik als landbouwgrond of weiland. Ook bevinden zich hier enkele sloten.
Inventarisatie verdachte aspecten Om een idee te krijgen welke verdachte aspecten aanwezig zijn binnen het plangebied, is gebruik gemaakt van luchtfoto’s beschikbaar bij de ODBN, historische kaarten (topotijdreis.nl) en het bodeminformatiesysteem Squit Ibis. Onderstaand is een samenvatting hiervan weergegeven. Bosschebaan 23 Aan de Bosschebaan 23 is een tuincentrum aanwezig. De locatie is sinds eind jaren ’80 bebouwd. Op de locatie is (half)verharding aanwezig. Daarnaast is op de locatie mogelijk een brandstoftank aanwezig (geweest). Mogelijk is er ook sprake (geweest) van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Bosschebaan 27 Aan de Bosschebaan 27 is agrarische bedrijvigheid aanwezig. De locatie is sinds eind jaren ’70 bebouwd. Uit recente luchtfoto’s blijkt dat de huidige dakbedekking (golfplaten) niet asbesthoudend is. Echter uit oudere luchtfoto’s blijkt dat tot omstreeks 2018 de dakbedekking wel uit asbesthoudende golfplaten bestaat. De stallen zijn niet voorzien van een dakgoot. Daarnaast is op de locatie mogelijk een brandstoftank aanwezig (geweest). Zoggelsestraat 53 Zoggelsestraat 53 is pas sinds 2018 bebouwd met een woonhuis. Voor de bouw van de woning is destijds een verkennend onderzoek uitgevoerd door Aeres Milieu (kenmerk: AM16478). Uit de resultaten van het bodemonderzoek komen geen bijzonderheden naar voren.
Zoggelsestraat 55, 57, 59, Bunderstraat 1 en Verbindingsweg 4 De Zoggelsestraat 55, 57, 59, Bunderstraat 1 en Verbindingsweg 4 zijn bebouwd en momenteel in gebruik voor woondoeleinden. In het verleden zijn deze locaties in gebruik geweest voor agrarische doeleinden met erf. Op de locaties zijn door de jaren heen ook opstallen gebouwd, verbouwd en gesloopt. Ook zijn op deze locaties verhardingen aanwezig.
ODBN, Kenmerk
21 april 2022 Z/170409
11
Overig Ter plaatse van het overig terrein (in gebruik zijnde als landbouwgrond, weiland of bos) zijn geen bijzonderheden op te merken. Wat is het advies? Gezien de ontwikkelingen op de locatie (woningbouw) is een volwaardig bodemonderzoek noodzakelijk. Er zullen namelijk werkzaamheden in de grond en grondverzet plaatsvinden. Ook wordt de locatie bestemd voor wonen met tuin. Inzicht in de milieuhygiënische bodemkwaliteit is dan ook noodzakelijk. Voorafgaand aan het bodemonderzoek, wordt geadviseerd om eerst een volwaardig vooronderzoek conform de NEN 5725 te laten verrichten, door een bodemkundig bureau. Gegevens uit deze quickscan kunnen als input dienen voor het vooronderzoek. Hierbij dient ondermeer rekening te worden gehouden met de in dit document vermelde verdachte aspecten: - (Erf)verhardingen en de kans op het aantreffen van puin of puinhoudende grond onder deze verhardingen. Puin of puinhoudende grond dient als verdacht te worden beschouwd op de aanwezigheid van PAK, zware metalen en asbest. - Bedrijvigheid van het tuincentrum en het agrarisch erf (Bosschebaan 23 en 27) en nagaan of hier bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden (naast de reeds benoemde aspecten als mogelijke opslag van brandstof). - Indrupzones ter plaatse van het agrarisch erf (Bosschebaan 27).
De toplaag (tot 10 cm) van de indrupzones is verdacht op de aanwezigheid van asbest en PCB’s, als gevolg van verwering van asbesthoudende golfplaten. Daarnaast dient er tijdens het vooronderzoek uiteraard aandacht te zijn voor overige verdachte aspecten waardoor een potentiële bodemverontreiniging kan zijn ontstaan. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek kan vervolgens een goede indicatie worden gemaakt over de werkzaamheden die nodig zijn voor de uitvoering van een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740 en NEN 5707. Indien er sloten worden gedempt, zal ook een waterbodemonderzoek volgens de NEN 5720 noodzakelijk zijn. Gelet op het toekomstig grondverzet en de grootte van het plangebied wordt aanbevolen om tijdens het verkennend bodemonderzoek direct analyses op PFAS mee te nemen. Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden om te bepalen of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde woningbouwontwikkeling. Onderstaand is het plangebied te zien en het plangebied met de directe omgeving.
Er zijn enkele veehouderijen waarvoor getoetst dient te worden aan het voornoemde stappenplan. Mogelijk wordt geconcludeerd dat advies dient te worden ingewonnen bij de GGD. Maar het voornemen is zeer waarschijnlijk niet onderhevig aan dusdanige risico’s voor de volksgezondheid (weinig veehouderijen in de omgeving) dat dit een belemmering vormt voor het voornemen.
ODBN, Kenmerk
21 april 2022 Z/170409
12
Plangebied
Plangebied en omgeving
Spuitzones Hoewel in geen enkele wettelijke regeling in acht te nemen afstanden zijn opgenomen voor spuitzones tussen gevoelige bestemmingen en percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, dient op basis van het criterium goede ruimtelijke ordening (artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening) wel te worden beoordeeld of het gebruik van die middelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een afstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. Kortere afstanden zijn ook mogelijk, indien dat blijkt uit een locatiespecifiek onderzoek. In het noorden van het plangebied is een tuincentrum met bijbehorende boomkwekerij gelegen. Ten behoeve van een goede productie en bescherming van de gewassen kunnen bespuitingen met gewasbeschermingsmiddelen plaatsvinden. Om de invloed op het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied te bepalen dient een spuitzone-onderzoek te worden uitgevoerd als het tuincentrum behouden blijft (ten behoeve van het bestemmingsplan “Woningbouw De Erven” is hiertoe in 2017 een onderzoek uitgevoerd). Ter hoogte van de T-splitsing Bunderstraat/Nieuwstraat lijkt eveneens een boomkwekerij aanwezig te zijn.
De afstand tot het plangebied is echter ruim boven de vuistregel van 50 meter. ODBN, Kenmerk
21 april 2022 Z/170409
13
Te zijner tijd dienen alle percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt in kaart te worden gebracht en dient te worden bepaald of dit aspect invloed heeft op het woningbouwplan/programma. Hoogspanningslijnen In de ruime omgeving van het plangebied zijn geen hoogspanningsverbindingen aanwezig. Het aspect hoogspanningsverbindingen vormt geen belemmering voor het plan. 3. Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met de heer W. van der Velden van het team Advies en Specialisten. Bereikbaar op telefoonnummer 088-7430 000. U kunt ook mailen naar wvandervelden@odbn.nl.
Met vriendelijke groet, Namens het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Brabant Noord,
De heer J.A.J. Lenssen, Directeur Omgevingsdienst Brabant Noord
Bijlage(n)
1. Verantwoording groepsrisico (beperkt) toxisch 2. Kaart 1. Richtafstanden plangebied 3. Kaart 2. Richtafstanden omgeving 4. Kaart 3. Richtafstanden gecombineerd
In afschrift aan
ODBN, Kenmerk
Gemeente Bernheze (per e-mail)
21 april 2022 Z/170409
14
Bijlage 1 Verantwoording groepsrisico (beperkt) toxisch Vanwege de ligging van de planlocatie in het invloedsgebied van een risicobron waarvan een toxische wolk het maatgevende scenario is, dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij is de Veiligheidsregio om advies gevraagd. Het advies is verwerkt in de verantwoording. Scenario(‘s) Het relevante scenario voor het plangebied i.r.t. het transport van gevaarlijke stoffen is het overdrijven van een toxische wolk. Door bijvoorbeeld een incident tijdens de verlading of door een mechanische impact op de tank ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreidt. De kans op een dergelijk ongeval is bijzonder klein. De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof. Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar.
Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied. Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren? Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaatsvinden. Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang, dat het plangebied: - goed te alarmeren is; - goed te schuilen is; - goed te ontvluchten is. Alarmering In geval van een calamiteit zal NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen.
ODBN, Kenmerk
21 april 2022 Z/170409
15
Schuilmogelijkheden Schuilen in de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit met het scenario toxische wolk te overleven. Schuilen voor een toxische wolk is mogelijk binnen de bebouwing op de planlocatie. Om veilig schuilen binnen de bebouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen te voldoen. Als gevolg van energieprestatie-eisen zijn nieuwe woningen goed geïsoleerd en bieden daarom een goede bescherming. Eventuele aanwezige ventilatieopeningen moeten afgesloten kunnen worden. Vluchtmogelijkheden Mocht vluchten noodzakelijk zijn, dan is het plangebied naar meerdere zijden te ontvluchten. Ontvluchten kan in alle gevallen van de risicobron af. Conclusie Er bestaat vanuit extern veiligheidsoogpunt geen bezwaar tegen de gewenste ontwikkeling. Er is geen reden voor nader advies. De veiligheidsregio ziet geen reden tot het geven van een nader advies ten aanzien van de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid van een ramp op de wegen.
ODBN, Kenmerk
21 april 2022 Z/170409
16
Bijlage 2 Kaart 1. Richtafstanden plangebied
ODBN, Kenmerk
21 april 2022 Z/170409
17
Bijlage 3 Kaart 2. Richtafstanden omgeving
ODBN, Kenmerk
21 april 2022 Z/170409
18
Bijlage 4 Kaart 3. Richtafstanden gecombineerd
ODBN, Kenmerk
21 april 2022 Z/170409
19