CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-Omgevingsplan De Bunders - TOE Bijlage 5 M.e.r.-beoordeling

Raadsvergadering 31 oktober 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen TAM-Omgevingsplan 'De Bunders, Heesch'12.835 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

25

Afbeelding 11

Plangebied

In het kader van de verschillende woningbouwontwikkelingen in het gebied, voert de gemeente op dit moment een overstijgende ontwerpstudie uit. In deze ontwerpstudie wordt met het oog op de verkeersveiligheid kritisch gekeken naar de aansluitingen van de nieuwe woningbouwontwikkelingen op de bestaande structuur en worden waar nodig snelheidremmende maatregelen voorgesteld. Vooruitlopend hierop wordt met onderliggend plan zowel het noordelijk deel van de Bunderstraa(tussen de Zoggelsestraat en de Bosschebaan) als het zuidelijk deel vanaf de Zoggelsestraat gecategoriseerd en ingericht als een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom met een snelheidsregime van 30 km/uur. Ook de voorgenomen fysieke knip voor doorgaand verkeer in de Zoggelsestraat tussen de Bunderstraat en de Kruishoekstraat vormt een onderdeel van onderliggend plan. Deze knip is een goede maatregel om het verkeer van en naar het plangebied zoveel mogelijk te spreiden over de verschillende ontsluitingswegen en om hiermee doorgaand sluipverkeer tegen te gaan Het langzaamverkeer kan gebruik blijven maken van deze verbinding. Om deze knip mogelijk te maken, dient nog een verkeersbesluit genomen te worden. In het verkeersmodel dat ten grondslag ligt aan de verkeerstoets en de uitgevoerde onderzoeken is deze fysieke knip in de Zoggelsestraat nog niet verwerkt.

Het effect van de knip op de omvang en routering van toekomstige verkeersstromen is daarom handmatig aan de omliggende wegen toebedeeld. Zie de verkeerstoets en uitgevoerde onderzoeken voor de gehanteerde uitgangspunten.

26

Ontsluiting langzaam verkeer Vrijwel alle nieuw aan te leggen wegen in het plangebied worden erftoegangswegen binnen de bebouwde kom met een snelheidsregime van 30 km/u. Het is daarbij gebruikelijk dat het gemotoriseerde verkeer de rijbaan deelt met het fietsverkeer. De deelgebieden 'Midden links' en 'Midden rechts' worden middels verschillende fietsers- en voetgangersverbindingen met elkaar verbonden. 'Midden links' wordt tevens via twee voetgangersverbindingen met deelgebied 'de Entree' verbonden. Zoals eerder benoemd wordt het voor het gemotoriseerde verkeer niet mogelijk om in deelgebied 'Zuid' tussen de Bunderstraat en de nieuw te ontwikkelen wijk te rijden. Voor het langzame verkeer is dit wel mogelijk. Er komen fietsers- en voetgangersverbindingen tussen de ontsluitingen. Ook worden de beoogde tiny houses (deelgebied Zuid) 'ontsloten' middels voetgangersverbindingen. Verkeersintensiteiten In de huidige situatie heeft het plangebied voornamelijk een agrarische functie met op enkele percelen een natuur/groen functie. Voor deze functies zijn geen kencijfers beschikbaar voor het bepalen van de verkeersgeneratie. De huidige verkeersgeneratie bestaat voornamelijk uit enkele agrarische voertuigen en is daardoor marginaal. In de toekomstige situatie is een woongebied beoogd met een mix van verschillende type woningen.

Voor deze woningtypes kent het CROW verschillende kencijfers om de verkeersgeneratie te berekenen. Onderstaande tabel toont de berekende verkeersgeneratie van het plangebied op basis van de CROW kencijfers. Met de kencijfers wordt het aantal verkeersbewegingen (heen en terug) op een gemiddelde weekdag berekend. Er is hier uitgegaan van gemiddelde kencijfers met een 'weinig stedelijke' stedelijkheidsgraad in de 'rest bebouwde kom'. Bij het beoordelen van de verkeersafwikkeling is de verkeersintensiteit op een gemiddelde werkdag bepalend. De weekdaggemiddeldes zijn daarom omgerekend naar werkdaggemiddeldes. Dit wordt gedaan de hand van de standaard CROW omrekenfactor 1,11 voor woonfuncties. Uit de tabel blijkt dat de beoogde ontwikkeling 2.235 mvt/etm extra motorvoertuigen per werkdagetmaal genereert.

Afbeelding 12 Toekomstige verkeersgeneratie plangebied ‘De Bunders’

27

De totale ontwikkeling zorgt voor een maximale verkeerstoename van circa 2.235 motorvoertuigbewegingen per etmaal (mvt/etmaal) op een gemiddelde werkdag. Tevens is er de verkeersgeneratie voor ieder deelgebied berekend en is er op basis van expert-judgement bepaald hoe het verkeer zich verdeelt over de verschillende ontsluitingswegen. Onderstaande afbeelding geeft de verwachte verkeersverdeling weer. Verwacht wordt dat een groot gedeelte van het gemotoriseerde verkeer richting de A59 zal rijden. Ook zal er een gedeelte richting het centrum van Heesch rijden en in zuidelijke richting rijden. Onderstaande afbeelding geeft de verkeersafwikkeling weer per deelgebied. Deelgebied Zuid wordt middels twee verschillende wegen ontsloten. Deze zijn los van elkaar aangegeven. In de verkeersverdeling en verkeerstoename per wegvak is rekening gehouden met de beoogde knip op de Zoggelsestraat.

Afbeelding 13 Toekomstige situatie + verkeersverdeling Onderstaande afbeelding geeft de verkeersafwikkeling weer per deelgebied. Deelgebied Zuid wordt middels twee verschillende wegen ontsloten. Deze zijn los van elkaar aangegeven.

Afbeelding 14 Verkeersafwikkeling deelgebieden (motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm), werkdagintensiteiten)

28

2.5.5.2

Parkeren De parkeerbehoefte van het voorlopige woonprogramma van 305 woningen bedraagt op basis van de gemeentelijke parkeernorm 2024 (vastgesteld april 2024) totaal 436 parkeerplaatsen. Als rekening wordt gehouden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen tussen bewoners en bezoekers van de woningen, bedraagt de maatgevende parkeerbehoefte totaal 384 parkeerplaatsen (maatgevend = werkdagavond). In de principe-inrichting uit het stedenbouwkundig plan worden binnen de plangrenzen per deelgebied voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd om te voorzien in de berekende parkeerbehoefte. Daarmee wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm en worden als gevolg van het plan geen parkeerproblemen verwacht. Indien meer woningen worden gerealiseerd dan in deze parkeerplaats rekening mee is gehouden (tot maximaal 325 woningen), dienen conform de gemeentelijke parkeernorm voldoende parkeerplaatsen te worden gerealiseerd.

2.5.5.3

Conclusie  

De parkeerbehoefte van het beoogde woonprogramma wordt binnen de plangrenzen opgevangen. De parkeeroplossing voldoet aan het geldende gemeentelijke parkeernormenbeleid. Om een goede en veilige afwikkeling van het verkeer van en naar het plangebied te waarborgen, zijn de volgende verkeersmaatregelen gewenst: o Bunderstraat (tussen Bosschebaan en Zoggelsestraat): categorisering en weginrichting als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom (30 km/uur). o Bunderstraat (tussen Zoggelsestraat en Verbindingsweg): komgrens tussen de aansluiting deelgebied Zuid en het kruispunt met de Verbindingsweg. Wegvak tussen de komgrens en Zoggelsestraat categoriseren en inrichten als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom (30 km/uur). o Kruishoekstraat: heroverwegen huidige wegcategorisering en weginrichting. Deze aanbeveling geldt reeds voor de huidige situatie en is daarmee plan overstijgend. o Zoggelsestraat: aanbrengen fysieke knip tussen Bunderstraat en aansluitingen plangebied. Heroverwegen huidige wegcategorisering en weginrichting. Zoggelsestraat betrekken bij de bebouwde kom met categorisering en weginrichting als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom (30 km/uur).

Met bovenstaande voorgestelde verkeersmaatregelen is in de toekomstige situatie, na planontwikkeling, een goede en veilige afwikkeling van het verkeer van en naar het plangebied geborgd. Vanuit het aspect verkeer en parkeren veroorzaakt het project geen aanzienlijke milieueffecten.

2.5.6

Luchtkwaliteit en stikstof

2.5.6.1

Stikstofdepositie Met behulp van het rekenprogramma Aerius Calculator is de depositiebijdrage vanwege de beoogde situatie berekend ter plaatse van nabijgelegen gevoelige habitattypen in de voor het plan relevante Natura 2000gebieden. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie geen relevante significante cumulatieve effecten zal veroorzaken ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de ontwikkeling.

29

2.5.6.2

Luchtkwaliteit Het Rijk toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in de zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10) dan verwacht mag worden. Soms worden hier de rijksomgevingswaarden overschreden of is de achtergrondconcentratie zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project een rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. Bij een aanvraag voor één of meerdere activiteiten in een aandachtsgebied, dient het effect van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit beoordeeld te worden. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5.51 van het Bkl. In Afdeling 2.2 van het Bkl zijn omgevingswaarden opgenomen voor stikstofoxiden, stikstof- dioxiden, fijnstof, benzeen, lood, koolmonoxide en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) mogelijk overschrijdingen verwacht.

Uit paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl volgt vervolgens dat wanneer een (wijziging van het) omgevingsplan activiteiten toestaat die leiden tot een verhoging van die concentratie stikstofdioxide dan wel fijnstof in de buitenlucht, de omgevingswaarden als genoemd in afdeling 2.2. in acht worden genomen in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Tabel 4

Omgevingswaarden

Categorie Jaargemiddelde grenswaarde NO2 Jaargemiddelde grenswaarde PM10 Daggemiddelde grenswaarde PM10

Norm 40 µg/m3 40 µg/m3 max. 35 dagen/jaar > 50 µg/m3

Ingangsdatum 1-1-2015 1-6-2011 1-6-2011

De monitoringstool die in het kader van het CIML (Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit) is opgesteld, geeft de volgende jaargemiddelden voor de relevante stoffen ter plaatse van het meest relevante meetpunt '50475266_222678; Bosschebaan, Bernheze'. Tabel 5

jaargemiddelde conform de monitoringstool

Categorie Jaargemiddelde grenswaarde NO2 Jaargemiddelde grenswaarde PM10 Daggemiddelde grenswaarde PM10

Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 max. 35 dagen/jaar > 50 µg/m3

2025 14,2 16,1 6,0

2030 12,0 15,0 6,0

Op grond van het bovenstaande kan samenvattend worden geconcludeerd dat vanuit het aspect luchtkwaliteit en stikstof geen belangrijke aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn.

2.5.7

Bedrijven en milieuzonering Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of:  de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen;  bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uit te voeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen. Omgevingstype Het omgevingstype van voorliggend plangebied is een rustige woonwijk. In de omgeving is slechts van beperkte functiemenging sprake en er is weinig verstorend verkeer.

30

Invloed plan op de omgeving Het plan betreft woningbouw. Er is daarom geen sprake van milieutechnische uitstraling van het plan op de omgeving. Invloed omliggende inrichtingen op plan Door de Omgevingsdienst Brabant Noord is een quickscan bedrijven en milieuzonering uitgevoerd. Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat de volgende richtafstanden gelden (waarbij is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden):

Afbeelding 15 Richtafstanden tabel conform onderzoek Omgevingsdienst Brabant Noord Het plangebied ligt binnen de richtafstanden behorende bij de feitelijke situatie. Er is niet per definitie sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Geluid Naar aanleiding van bovenstaande conclusies is voor het plangebied een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Dit onderzoek wordt nader toegelicht in paragraaf 2.5.9.3. Hieruit volgt dat er geen sprake is van een belemmering van de gevoelige objecten. Geur Naar aanleiding van bovenstaande conclusies is voor het plangebied een agrarisch geuronderzoek en industriële geurscan uitgevoerd. Deze onderzoek wordt nader toegelicht in paragraaf 2.5.10. Hieruit volgt dat er geen sprake is van een belemmering van de gevoelige objecten. Op grond van het bovenstaande kan samenvattend worden geconcludeerd dat vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn.

31

2.5.8

Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Ook wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Realisering van het voorgenomen project veroorzaakt geen nieuwe veiligheidsrisico’s voor de omgeving. Daarnaast is gekeken of er in de omgeving risicobronnen aanwezig zijn die uitstralen tot over het plangebied. Hierin is geconcludeerd dat het plangebied op circa 450 meter van de rijksweg A59 (wegvak B78) is gelegen. Hierdoor ligt het plangebied niet binnen het gifwolkaandachtsgebied (GAG) van deze weg. Aangezien het plan niet binnen het gifwolkaandachtsgebied van de rijksweg A59 is gelegen, vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de planvorming, waardoor nadere uitwerking van dit aspect niet noodzakelijk is. Rekening houdend met het bovenstaande worden vanuit het aspect Externe veiligheid, als onderdeel van het thema omgevingsveiligheid geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

2.5.9

Geluid Ter plaatse van het plangebied worden geen nieuwe geluid producerende activiteiten gerealiseerd. Wel wordt er een toename aan verkeer gerealiseerd als gevolg van het plan. In paragraaf 2.5.5.1 (afbeelding 12) is aangegeven dat nagenoeg alle verkeer van het noordelijke deelplan via de Bunderstraat Noord op de Bosschebaan wordt afgewikkeld. Het extra verkeer van het zuidelijke deelplan wordt voor een klein deel door De Erven afgewikkeld en voor een groter deel via de Bunderstraat Zuid. Langs de Bunderstraat Noord en Zuid zijn op dit moment geen of nauwelijks woningen aanwezig. Ter plaatse van de Bosschebaan gaat het extra verkeer op in het heersend verkeersbeeld. Ook langs de Bosschebaan zijn beperkt aantal woningen gelegen. Hier zal naar verwachting niet of nauwelijks sprake zijn van waarneembare akoestische effecten.

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Om de geluidbelasting ten gevolge van de zoneringsplichtige geluidsbronnen te onderzoeken is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat het geluid vanwege verkeer op de gemeentewegen voldoet op alle beoogde geluidgevoelig gebouwen aan de standaardwaarde. De hoogste waarde bedraagt 53 dB en treedt op ter plaatse van de westgevel van de appartementen in deelgebied Entree. Indirecte akoestische effecten De beoogde ontwikkeling zal leiden tot een toename van de verkeersintensiteit op de omliggende wegen, waarbij met name op de Bunderstraat, de Bosschebaan en de Zoggelsestraat vanuit geluidtechnisch oogpunt sprake kan zijn van een mogelijk relevante toename. Bunderstraat Op deze weg is sprake van een toename van de verkeersintensiteit (380 mvt/etm -> 2.150 mvt/etm) in combinatie met een verlaging van de snelheid (60 km/uur -> 30 km/uur). Het effect hiervan op de nabijgelegen geluidgevoelige gebouwen (woningen Bunderstraat 2 en Bosschebaan 27) is berekend. Hieruit volgt dat er geen sprake is van een toename van het geluid op deze woningen. Bosschebaan en Zoggelsestraat Op deze wegen is enkel sprake van een toename van de verkeersintensiteit. Deze bedraagt procentueel:  39% (4.350 mvt/etm -> 6.030 mvt/etm) op de Bosschebaan;  12% (850 mvt/etm -> 950 mvt/etm) op de Zoggelsestraat.

32

Vanaf een procentuele toename van 41% bedraagt de toename van het geluid van meer dan 1,5 dB. Op geen van de wegen is sprake van een dergelijke toename zodat het geluid door de wegen op geluidgevoelige gebouwen niet meer dan 1,5 dB toeneemt. Als gevolg van het voorgenomen project ontstaat enkel extra geluid, vanwege een toename van het gemotoriseerd verkeer. Het aantal woningen direct langs de belangrijke ontsluitingswegen is echter beperkt op basis waarvan samenvattend worden geconcludeerd dat er vanuit het aspect geluid geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn als gevolg van de realisering van het voorgenomen project.

2.5.10

Geurhinder Het project omvat de realisatie van geurgevoelige objecten. Om het aspect geurinzichtelijk te maken is er een agrarisch geuronderzoek en een industriële geurscan uitgevoerd.

2.5.10.1

Agrarisch geur Voor het project is een agrarisch geuronderzoek uitgevoerd. Hieruit is geconcludeerd dat de planontwikkeling geen inbreuk maakt op de milieurechten en planologische geurruimte van omliggende veehouderijen. In aanvulling hierop is het woon en leefklimaat in beeld gebracht. De voorgrondgeurbelasting is te classificeren als ‘aanvaardbaar’ en de achtergrondbelasting is te classificeren als ‘aanvaardbaar’.

2.5.10.2

Industrieel geur Voor het project is een industriële geurscan uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat op basis van de uitgevoerde berekeningen blijkt dat de geurbelasting ter plaatse van het beoogde plangebied voldoet aan de richtwaarden uit de VNG-publicatie: “Bedrijven en milieuzonering”, versie 2009, zodat ten aanzien van het aspect geur sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Tevens vindt geen beperking plaats ten aanzien van de planologische mogelijkheden van het perceel en worden de mogelijke bedrijfsactiviteiten door de beoogde woningen niet beperkt in hun bedrijfsvoering. Op grond van het bovenstaande kan samenvattend worden geconcludeerd dat vanuit het aspect geurhinder geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn.

2.6

Volksgezondheid

2.6.1

Veehouderijen Bij het beoordelen van de effecten van veehouderijen op de volksgezondheid wordt onderscheid gemaakt in endotoxinen en geitenhouderijen. De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Dit stappenplan is voor het te realiseren plan doorlopen. 1. Edotoxine (varkens- / pluimveehouderijen) Op basis van het 'Endotoxine toetsingskader 1.0' kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het is van belang dat ter plaatse van de ontwikkeling sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. De dichtstbijzijnde varkenshouderij is gelegen aan de Vinkelsestraat 65 te Heesch. De afstand tot aan het plangebied bedraagt hemelsbreed 820 meter. Conform het onderzoek van Ogink et al. (2016) volgt dat voor individuele varkenshouderijen een overschrijding ten aanzien van fijnstof kan plaatsvinden tot op een afstand van circa 200 meter.

33

De dichtstbijzijnde pluimveehouderij is gelegen aan de Holtkampstraat 3 te Heesch. De afstand tot aan het plangebied bedraagt hemelsbreed 1.400 meter. Conform het onderzoek van Ogink et al. (2016) volgt dat voor pluimveehouderijen een overschrijding ten aanzien van fijnstof kan plaatsvinden tot op een afstand van circa 500 meter. Als gekeken wordt naar de afstanden dan ligt het plangebied buiten de endotoxine risicocontouren van pluimveeen varkenshouderijen.

2. Emissies Uit het VGO onderzoek komt naar voren dat diverse gezondheidseffecten gerelateerd lijken te zijn aan de blootstelling van omwonenden aan de emissie van fijnstof, micro-organismen en ammoniak (via de bijdrage aan secundair fijnstof) afkomstig van veehouderijen. Gekeken dient te worden of sprake is van een toename van deze emissies. Onderhavig plan voorziet in het oprichten van maximaal 325 woningen. Het oprichten van de woningen leidt niet tot een toename van emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak. 3. Wijze waarop met overbelasting geur wordt omgegaan 3a. Wettelijke uitgangspunten Op grond van de Wet geurhinder veehouderij kan bij een ontwikkeling sprake zijn en blijven van een overbelaste geursituatie. Het uitgangspunt hierbij is dat er geen sprake is of blijft van een overbelaste situatie voor geur (voorgrond of achtergrond). De ontwikkeling vindt niet plaats in een gebied met een overbelaste geursituatie. Met het initiatief is daarnaast geen sprake van een toename van geuremissie. 3b. Gezondheidskundige uitgangspunten Naast een toets op de wettelijke aspecten kan ook gekozen worden voor een gezondheidskundige beoordeling ten aanzien van het aspect geur. Toetsing vindt dan plaats aan de door de GGD gehanteerde gezondheidskundige advieswaarde. De GGD hanteert het standpunt dat het onderzoek van Geelen et al. (2015).

De op grond van het onderzoek van Geelen hierbij behorende geurbelasting is weliswaar niet juridisch houdbaar aangezien dit niet is opgekomen binnen het gemeentelijk beleid. De geurbelasting voldoet aan de gezondheidskundige advieswaarde. Een advies van de GGD is niet noodzakelijk. 4. De aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij De soort landbouwhuisdieren dat wordt gehouden en ook de combinatie van te houden dieren kan van invloed zijn op het eventuele risico voor de volksgezondheid. Dit heeft te maken met een mogelijk verhoogde infectiedruk en het risico van vermenging bacteriën of virussen. Indien er sprake is van het gecombineerd houden van varkens en pluimvee, of rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten) of kleine herkauwers onderling dan is advisering vanuit de GGD wenselijk in hoeverre dit voor wat betreft volksgezondheid verantwoord is. Er zijn geen veehouderijen in de buurt waar meer dan één diersoort wordt gehouden. Daarnaast zijn er geen varkens- en/ of pluimveebedrijven in de buurt waarvan de afstand tussen het plangebied en de inrichtingsgrenzen minder dan 100 meter bedraagt. 5. Veehouderijen 5a. Geitenbedrijven Uit recente bevindingen van het VGO-2 rapport (2017) blijkt dat er in een straal van 2 kilometer rondom geitenhouderijen een verhoogde incidentie op longontstekingen wordt gevonden.

Hierom bedraagt de minimale afstand tussen geitenhouderijen en gevoelige bestemmingen 2 kilometer.

34

Op de locatie Weerscheut 19 te Vinkel worden geiten gehouden. Deze locatie is gelegen op circa 3.200 meter van het plangebied. Gesteld kan worden dat er geitenhouderijen met een omvang van meer dan 50 geiten binnen 2 kilometer van het plangebied gesitueerd. Derhalve is een advies van de GGD niet noodzakelijk. 5b. Pluimveebedrijven Uit het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO), onderzoeksprogramma VGO-III (looptijd 2017-2024) bleek dat in de jaren 2009-2013 sprake was van een verhoogd voorkomen van longontstekingen onder omwonenden die binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij woonden. In de jaren daaropvolgend (2014-2016) werd dat verband niet meer gevonden. Elke drie jaar worden in het kader van het onderzoeksprogramma VGO-III de onderzoeksresultaten geactualiseerd. Voor de periode 2017 – 2019 geldt dat bovenstaand verband opnieuw werd gevonden voor een afstand van 500 meter. Tot het moment dat de herziene versie van de Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid wordt uitgegeven op basis van de meest recente onderzoeksresultaten, is besloten om een advies van de GGD te blijven vragen binnen een afstand van 500 meter van een pluimveehouderij. Uit stap 1 blijkt dat de dichtstbijzijnde pluimveehouderij (Holtkampstraat 3 te Heesch) gelegen is op circa 1.400 meter.

Geconcludeerd kan worden dat er geen pluimveehouderijen gelegen zijn binnen 500 meter van het plangebied. Derhalve is er geen advies van de GGD noodzakelijk. 5c. Overige veehouderijen Indien een overige veehouderij op kortere afstand ligt dan 250 meter van een bebouwde kom is het advies om een aanvullend risicobeoordeling uit te voeren. Op de locatie aan de Bunderstraat 2 is een overige veehouderij gesitueerd. De veehouderij is gelegen op circa 30 meter van het plangebied. Binnen 250 meter van het plangebied zijn dus (overige) veehouderijen gelegen. Er is sprake van een verhoogd risico. Derhalve is een advies van de GGD noodzakelijk. 6. De aanwezigheid van mestbe- of verwerking Bij een veehouderij kan mestbewerking als nevenactiviteit bij het houden van de dieren aan de orde zijn. Maar het kan ook een op zichzelf staande activiteit betreffen, waar mest van meerdere veehouderijen wordt bewerkt. Er is in de nabijheid van het plangebied geen mestbewerkings- of mestverwerkingsbedrijf aanwezig. 7. Ongerustheid bij omwonenden Indien er rond een veehouderij veel ongerustheid bestaat over het aspect volksgezondheid (gerelateerd aan de betreffende veehouderij of meerdere veehouderijen in de omgeving), dan is een advies vanuit de GGD wenselijk. Er is in de omgeving geen ongerustheid over de volksgezondheid bij omwonenden.

2.6.2

Boom- en fruitteelt Bij boom- en fruitteelt worden vaak gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Deze middelen kunnen een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Als gevolg van de wind kunnen gewasbeschermingsmiddelen verwaaien. Dit wordt drift genoemd. Om te voorkomen dat derden als gevolg van drift in aanraking komen met gewasbeschermingsmiddelen wordt een spuitzone van 50 meter gehanteerd. Het plan leidt tot het toevoegen van woningen of andere functies waar personen gedurende langere tijd verblijven. Omdat direct ten noorden, ten westen en ten zuiden van het plangebied agrarische/bedrijfsmatige percelen aanwezig zijn, kan er sprake zijn van een 'spuitzone' waarvoor een afstandsgrens van 50 meter wordt gehanteerd zoals aan de orde geweest in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 oktober 2022 (Asdockterrein, ECLI:NL:RVS:2022:3023).

35

Middels voorliggend planvoornemen zal er op de aangrenzende agrarische/bedrijfsmatige percelen een spuitvrije zone, gemeten vanaf de rand van het nieuwe gevoelige bouwvlak (wonen), worden opgenomen. Deze spuitvrije zone is juridisch geborgd in de regels van onderliggen “TAM-Omgevingsplan De Bunders, Heesch”.

2.6.3

Hoogspanningsverbindingen De magnetische velden in de buurt van hoogspanningsverbindingen kunnen invloed hebben op de gezondheid. Het beleid van de Rijksoverheid is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rondom bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Het plan leidt tot het toevoegen van woningen of andere functies waar kinderen gedurende langere tijd verblijven. Desalniettemin wordt opgemerkt dat er sprake is van een zeer grote afstand tot bovengrondse hoogspanningsverbindingen, namelijk ruim 4.250 meter, en dat het schadelijke magneetveld zich tot maximaal enkele honderden meters van de hoogspanningsverbinding uitstrekt. Er is geen nader onderzoek nodig.

2.6.4

Explosieven De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft voor Nederland een landelijk overzicht op een kleine schaal van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed. Binnen het plangebied kunnen resten worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen. Op grond van het bovenstaande dient in de regels van het “TAM-Omgevingsplan De Bunders, Heesch” een spuitvrije zone opgenomen te worden. Door het opnemen van de spuitvrije zone kan worden geconcludeerd dat vanuit het aspect volksgezondheid geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. De beëindiging van de pluimveehouderij aan de Bosschebaan 27 zorgt voor een aanzienlijke verbetering van de volksgezondheid (geen kans meer op verspreiding van endotoxines).

36

3

PLAATS VAN HET PROJECT

3.1

Bestaand grondgebruik In afbeelding 13 is het bestaand grondgebruik weergegeven. Het plangebied kent in de huidige situatie een divers gebruik. Zo wordt in het noorden van het plangebied de grond gebruikt ten behoeve van een bomenkwekerij behorende bij het naastgelegen tuincentrum. Voor het overgrote deel kent het plangebied echter een agrarisch gebruik. Verspreid tussen deze gronden zijn enkele woningen gesitueerd. In het plangebied is één grootschalig agrarisch bedrijf (pluimveehouderij) gesitueerd (Bosschebaan 27). Dit agrarische bedrijf (aan de noordzijde van het plangebied) betreft een smalle strook (breedte van circa 55 meter) parallel aan de Bunderstraat, met een diepte van circa 250 meter. De bebouwing van het agrarische bedrijf bestaat uit één bedrijfswoning en een tweetal agrarische opstallen. Deze agrarische opstallen zullen worden gesloopt ten behoeve van het planvoornemen (zie ook paragraf 2.6.1). De gronden in het midden- als zuidelijke gebied hebben in de huidige situatie een hoofdzakelijk agrarische functie (voornamelijk grasland en akkerbouw).

Afbeelding 16 bestaand grondgebruik

37

3.2

Rijkdom aan kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen Niet van toepassing. Er zijn geen specifieke natuurlijke hulpbronnen in het plangebied aanwezig. Realisering van de voorgenomen activiteiten zal derhalve geen invloed hebben op de rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied.

3.3

Opnamevermogen van het natuurlijk milieu a)

Wetlands In de omgeving van het plangebied komen geen wetlands voor. De voorgenomen activiteit zal hierop geen invloed hebben.

b)

Kustgebieden De afstand van het plangebied tot de kustgebieden is dermate groot dat beïnvloeding hiervan op voorhand kan worden uitgesloten.

c)

Berg- en bosgebieden. In de omgeving van het plangebied zijn geen berggebieden gelegen. Ten noorden en westen van het plangebied ligt een bosgebied dat onderdeel uitmaakt van het Natuur Netwerk Brabant. Zoals in paragraaf 2.5.4 is aangegeven, worden als gevolg van het voorgenomen project geen negatieve effecten op dit bosgebied verwacht.

d)

Reservaten en natuurparken. Er zijn geen reservaten of natuurparken gelegen in de omgeving van het plangebied.

e)

Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden. Het plangebied is niet gelegen binnen een Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het ‘Rijntakken’ ligt op circa 12 km van het plangebied en het Natura 2000 gebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ ligt op circa 14,4 km van het plangebied. De instandhoudingsdoelen van deze Natura 2000-gebieden worden niet beïnvloed als gevolg van de realisering van de voorgenomen activiteiten (zie hiervoor ook paragraaf 2.5.4.1).

f)

Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden. In de omgeving van het plangebied zijn geen gebieden bekend waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit worden overschreden. Het plangebied is zoals hierboven gesteld niet gelegen binnen een Vogel- of Habtitatrichtlijngebied. Ook vanuit de Kaderrichtlijn Water ligt er op dit moment geen opgave voor dit plangebied.

g)

Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid. Het plangebied is gelegen in of in de nabijheid van een gebied met een relatief hoge bevolkingsdichtheid (Nederland gemiddeld 517 inwoners/ km2). Het plan is gelegen aan de westzijde van de kern Heesch, gemeente Bernheze. Heesch heeft circa 13.800 inwoners, hetgeen neerkomt op 719 inwoners per km.

h)

Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Zoals in het voorgaande reeds is aangegeven, is het plangebied niet gelegen in een landschap van historisch, cultureel of landschappelijk belang. In paragraaf 2.5.3 is aangegeven dat het archeologisch onderzoek nog niet is afgerond. Tot die tijd blijft de bestaande dubbelbestemming uit het vigerende omgevingsplan gehandhaafd.

38

4

KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT

4.1

Bereik van het effect (geografische zone en grootte getroffen bevolking) Zoals in de vorige hoofdstukken is aangegeven, is de omvang van de effecten als gevolg van de realisering van de voorgenomen activiteiten zeer beperkt .

4.2

Grensoverschrijdend karakter Er worden geen grensoverschrijdende effecten verwacht.

4.3

Orde van grootte en complexiteit effect Niet van toepassing. Zie paragraaf 2.5.

4.4

Waarschijnlijkheid effect Niet van toepassing. Zie paragraaf 2.5.

4.5

Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect Niet van toepassing. Zie paragraaf 2.5.

39

5

CONCLUSIE Gelet op het voorgaande is de initiatiefnemer van oordeel dat de aard van de effecten die gekoppeld zijn aan de realisering van de voorgenomen woningbouwontwikkeling ‘De Bunders’ in voldoende mate in beeld zijn gebracht en dat er geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die leiden tot dermate aanzienlijke milieueffecten dat het maken van een milieueffectrapport een toegevoegde waarde zou hebben. Op grond hiervan verzoekt de initiatiefnemer aan het bevoegd gezag te besluiten dat een verdere mer-procedure niet aan de orde is.

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=3fd62980-d0fa-4cb9-9ef6-947fe2088845