TAM-Omgevingsplan De Bunders - TOE Bijlage 10 Industrieel geuronderzoek
Tekst van het document
Opdrachtgever: Projectnr: Datum:
Gemeente Bernheze BEH037 19 augustus 2024
Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:
Gemeente Bernheze BEH037 20240819-BEH037-RAP-GO 2.0 Definitief 19 augustus 2024
Opsteller: RVH
-+C0RVH+-
Verificatie: T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl
LSME Validatie: LSME
© 2024 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.
-+R0LSME+-
-+V0LSME+-
INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2
Ligging plangebied ..................................................................................................................................................... 5 Omschrijving plangebied .............................................................................................................................................. 6
3.1 3.2 3.3
Bedrijven en milieuzonering ......................................................................................................................................... 7 Omgevingstype en milieucategorie................................................................................................................................. 8 Richtafstanden........................................................................................................................................................... 9
4.1 4.2 4.3
Algemeen ............................................................................................................................................................... 10 Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................................................................... 10 Omgevingswet ........................................................................................................................................................ 11
5.1 5.2 5.3 5.4
Rekenmodel............................................................................................................................................................ 12 Terreinruwheid......................................................................................................................................................... 12 Immissiepunten ....................................................................................................................................................... 12 Geurbronnen ........................................................................................................................................................... 13
3
1
INLEIDING In opdracht van de gemeente Bernheze is door Kragten een geuronderzoek uitgevoerd. Aanleiding is de beoogde ontwikkeling van 325 woningen aan de Bunderstraat te Heesch (gemeente Bernheze). Centrale vraag in de procedure is of planologisch toegestane milieubelastende activiteiten op omliggende kavels worden beperkt door planrealisatie en of ter plaatse van de planlocatie sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Doel van het onderzoek is inzicht te geven in het lokale woon- en leefklimaat ten gevolge van bovengenoemde activiteiten. Hiertoe is de geurimmissie ter plaatse van de beoogde ontwikkeling ten gevolge van de planologisch maximaal toegestane activiteiten van de bedrijfspercelen bepaald. Voor onderhavig plangebied en de omgeving is momenteel sprake van een omgevingsplan van rechtswege (tijdelijke deel van het Omgevingsplan), waarbij voor geur geen normen zijn opgenomen op basis van § 5.1.4.6 het Besluit kwaliteit leefomgeving. Om die reden wordt aangesloten bij de systematiek van richtafstanden en richtwaarden uit de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”, versie 2009. In voorliggende rapportage is een overzicht gegeven van de gehanteerde uitgangspunten, het vigerende toetsingskader, de rekenresultaten en de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek.
4
2
UITGANGSPUNTEN
2.1
Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan de Bunderstraat te Heesch. In onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied globaal weergegeven.
Afbeelding 1
Globale ligging plangebied (bron: PDOK)
5
2.2
Omschrijving plangebied De beoogde ligging van de te realiseren woningen is in onderstaande afbeelding 2 weergegeven.
Afbeelding 2
Plattegrond plangebied (nieuwe situatie)
6
3
BEOORDELING
3.1
Bedrijven en milieuzonering De VNG-publicatie: “Bedrijven en milieuzonering” (versie 2009, verder te noemen: de VNG-publicatie), geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van diverse bedrijfsactiviteiten. Tevens geeft deze publicatie richtafstanden voor het ontwikkelen van bedrijfsactiviteiten in relatie tot het lokale omgevingstype. De publicatie is een hulpmiddel bij de ruimtelijke inpassing van plannen en vormt op basis van vaste jurisprudentie een goed vertrekpunt voor deze beoordeling. Voor de beoordeling van een goede inpassing wordt onderscheid gemaakt in twee omgevingstypes. De twee omgevingstypes die de VNG hanteert, zijn enerzijds “rustige woonwijk en rustig buitengebied” en anderzijds “gemengd gebied”. Voor beide omgevingstypen gelden verschillende richtafstanden. De te onderscheiden omgevingstypen worden onderstaand nader getypeerd. Rustige woonwijk en een rustig buitengebied “Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer.
Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stilte gebied of een natuurgebied.” Gemengd gebied “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” Het omgevingstype wordt bepaald door de omgeving waarin de planrealisatie plaatsvindt en niet door het plan zelf. Het vertrekpunt vormt in algemene zin de afstand behorend bij een rustige woonwijk en een rustig buitengebied. De richtafstanden die hierbij behoren, kunnen echter met één stap worden verkleind indien er sprake is van een gemengd gebied. In de tabel 1 zijn de richtafstanden opgenomen zoals deze in de VNG-publicatie worden geadviseerd. Tabel 1
Richtafstanden conform VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2
Richtafstand (in meters) rustige woonwijk / buitengebied 10 30 50 100 200 300
Richtafstand (in meters) gemengd gebied 0 10 30 50 100 200
De richtafstanden gelden voor verschillende aspecten die tot milieuhinder kunnen leiden. Daarbij is de grootste afstand behorend bij één van de milieuaspecten; geur, stof, geluid en gevaar, bepalend voor de te hanteren richtafstand. Met het respecteren van de grootste afstand behorend bij een bepaalde bedrijfscategorie, wordt zo veel mogelijk hinder bij omwonenden voorkomen en wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun bedrijfsactiviteiten op de betreffende locatie kunnen uitoefenen.
7
3.2
Omgevingstype en milieucategorie De beoogde ontwikkeling staat woningen toe. De voor het aspect geur meest relevante woningen liggen aan de noordzijde van het plangebied. Hier is sprake van bedrijfsbestemmingen en agrarische bestemmingen. Deze omgeving kan daarmee het best als een gemengd gebied worden getypeerd. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede uit het omgevingsplan van rechtswege met daarin opgenomen het noordelijk en zuidelijk deel van het plangebied.
A
B
A
Afbeelding 3
Uitsnede omgevingsplan met ingetekend plangebied (rood kader)
Het plangebied is deels in het BP Buitengebied Bernheze en deels in BP De Erven gelegen. Ten noorden en oosten van het plan liggen bedrijfsterreinen (BP Bedrijventerreinen Bernheze, A). Op dit bedrijventerrein zijn, afhankelijk van de locatie bedrijven t/m milieucategorie 2, 3.1, 3.2 of 4.1 toegelaten. Ten oosten van de planlocatie is een tuincentrum en hoveniersbedrijf toegelaten (B). De overige gronden in de omgeving vallen onder de bestemming agrarisch (daarvoor wordt naar het separate onderzoek agrarisch geur verwezen).
8
3.3
Richtafstanden Op omliggende percelen zijn diverse bedrijfsbestemmingen toegestaan. Voor een rustige woonwijk wordt rekening gehouden met de in tabel 1 genoemde richtafstanden. Afbeelding 3 geeft de richtafstanden van de bedrijfsbestemmingen.
bestaande woning
bestaande woning woningen plangebied Afbeelding 4
Ligging richtafstanden
Uit afbeelding 4 blijkt dat de richtafstand van de ten noorden van het plan liggende bedrijfsbestemmingen in milieucategorie 4.1 deels over de geprojecteerde woningen van het noordelijke deel van het plangebied ligt. Er is daarmee niet zonder meer sprake van een evenwichtige toedeling aan functies en een goed woon- en leefklimaat. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat bestaande woningen (agrarische bedrijfswoningen) binnen de richtafstand zijn gelegen. De richtafstanden van overige bestemmingen reiken niet tot aan het plangebied, waarmee het merendeel van de woningen dus buiten deze richtafstanden is gelegen. Dit geldt vanzelfsprekend ook voor de woningen in de zuidelijk deel van het plangebied.
9
4
TOETSINGSKADER
4.1
Algemeen Ten behoeve van de milieuhygiënische afweging wordt aansluiting gezocht bij het stappenplan uit de VNGpublicatie “Bedrijven en milieuzonering” uit 2009.
4.2
Bedrijven en milieuzonering Voor het aspect geur geeft de VNG-publicatie een stappenplan (bijlage B5.3). Dit stappenplan bestaat uit vier stappen waarbij de geurbelasting per stap hoger wordt en daarmee ook de onderzoeks- en motiveringsplicht. Deze publicatie maakt voor de planologische inpassing onderscheid tussen “rustige woonwijk” en “gemengd gebied”. De planlocatie is gelegen aan de rand van een woongebied waar in de directe omgeving diverse bedrijfspercelen zijn gelegen. Gelet op de omgeving van het plangebied is sprake van het omgevingstype gemengd gebied. Er is ten noorden van het plan een bedrijf vallend onder milieucategorie 4.1 toegestaan. stap 1 In stap 1 wordt onderzocht of het plangebied binnen de richtafstand van het bedrijf komt te liggen. Indien de richtafstand wordt gerespecteerd, kan verdere toetsing achterwege blijven en is inpassing mogelijk. De richtafstand voor geur bedraagt 100 meter in een gemengd gebied. Het plangebied ligt voor een beperkt deel binnen deze richtafstand. stap 2 In dit geval ligt het plangebied binnen de richtafstand, waarmee niet wordt voldaan aan stap 1. Vanaf stap 2 dient de geurbelasting berekend te worden. Voor het gebiedstype gemengd gebied geldt een maximale geurbelasting van 1 ouE/m3 als 98-percentiel1 en/of een geurbelasting met een hedonische waarde H = -1 of hoger op woningen en andere geurgevoelige bestemmingen.
Indien hieraan wordt voldaan is buitenplanse inpassing mogelijk. stap 3 Indien stap 2 niet toereikend is (er kan niet worden voldaan aan de maximale geurbelasting), dan dient stap 3 en eventueel stap 4 te worden toegepast. Bij een geurbelasting van 1,5 ouE/m3 als 98-percentiel en/of een geurbelasting met een hedonische waarde van H = -2 of hoger op woningen en andere geurgevoelige bestemmingen in gebiedstype gemengd gebied is buitenplanse inpassing mogelijk. Indien over gegaan wordt tot stap 3 dient het bevoegd gezag echter te motiveren waarom het deze geurbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige bedrijven moet worden beschouwd. stap 4 Bij een hogere geurbelasting dan aangegeven in stap 3 zal buitenplanse inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan dient men dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren waarbij tevens de cumulatie met de eventueel reeds aanwezige geurbelasting moet worden betrokken.
1
Bij een geurbelasting van bijvoorbeeld 1 ouE/m3 als 98-percentiel is gedurende 2% van de tijd sprake van een overschrijding van de geurconcentratie van 1 ouE/m3, dus minder dan 176 uur per jaar.
10
4.3
Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt een aantal regels op rijksniveau. Deze regels verhuizen naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente (Bruidsschat omgevingsplan). Ten aanzien van het aspect geur voor milieubelastende activiteiten (niet zijnde agrarische bedrijven en bedrijven voor de behandeling van stedelijk afvalwater) is artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit milieubeheer zoals reeds aangegeven komen te vervallen. Voornoemd artikel is in de bruidsschatregels ondergebracht onder het specifieke zorgplichtartikel (artikel 22.44 van de Bruidsschat omgevingsplan) en artikel 2.2 lid 1 onder c.5o (oogmerken). De Handleiding geur2 (verder te noemen: de Handleiding) geeft een toelichting op de geurvoorschriften van het Activiteitenbesluit. Een belangrijk onderdeel hiervan is hoe het bevoegd gezag het aanvaardbaar hinderniveau bepaalt. Bij het bestrijden van geurhinder moet het bedrijf de Beste Beschikbare Technieken (BBT) toepassen. Dit is nodig om een hoog beschermingsniveau te bereiken3. Het begrip hoog beschermingsniveau is voor geurhinder het aanvaardbaar hinderniveau. De Handleiding geeft een systematiek om geurhinder te toetsen en geeft achtergrondinformatie daarbij. In de Europese norm NEN-EN 13725 is de detectiegrens of geurdrempel4 gedefinieerd als zijnde een geurconcentratie van 1 ouE/m³.
Voor dit initiatief wordt aangesloten bij de richtwaarde zoals gehanteerd door de VNG (0,5 ouE/m3 als 98-percentiel). Door aan te sluiten bij deze richtwaarde, de helft van de norm zoals gesteld in de NEN-EN 13725, zal de kans op geurhinder tot een minimum worden beperkt. Een eventueel te vestigen bedrijf valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Hierin zijn voor een bedrijf geen specifieke eisen opgenomen ten aanzien van geur, noch zijn er voor het bedrijf maatwerkvoorschriften van toepassing ten aanzien van geur en/of is er in het verleden een geuronderzoek uitgevoerd.
2
https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/lucht/geur/handleiding-geur/ artikel 5.4 Besluit omgevingsrecht 4 Een geurconcentratie van 1 ou /m3 (= geurdrempel) is gedefinieerd als de geurconcentratie waarbij van een groep mensen E met een gemiddeld reukvermogen de helft de geur nog net kan onderscheiden van geurvrije lucht. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt naar de herkomst van de geur (hedonische waarde). 3
11
5
BEREKENING GEURIMMISSIE
5.1
Rekenmodel Ten behoeve van de berekening van de geurimmissie vanwege het perceel van het betreffende categorie 4.1perceel (zie afbeelding 4) in de omgeving is een rekenmodel opgesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van de meest recente versie van het programma “Geomilieu” versie 2023.3 (module “Stacks-G”). Deze rekenmodule rekent volgens het Nieuw Nationaal Model. Deze rekenmethode is in onderhavige situatie, rekening houdend met alle onzekerheden en onnauwkeurigheden die het toepassingsgebied van het rekenmodel kent, de best beschikbare techniek om een voorspelling te doen van de geurbelasting ter plaatse van zowel de bestaande woonbebouwing die op zeer dichte afstand van het bedrijf is gelegen als ter plaatse van het beoogde plan. Voor het opgestelde model van de locatie zijn de door de opdrachtgever en de via het kadaster5 verkregen tekeningen gebruikt.
5.2
Terreinruwheid De terreinruwheid, symbool z0 [m], is een effectieve maat voor de hoeveelheid en hoogte van obstakels ten opzichte van de grond. De aanwezigheid van vegetatie, gebouwen en andere structuren is een belangrijke factor voor de verspreiding van stoffen in de atmosfeer: een ruw oppervlak veroorzaakt afremming van de wind aan de grond, waardoor een zekere mate van (mechanische) turbulentie wordt gegenereerd en zich een hoogteafhankelijk windprofiel instelt. Andere benamingen voor ruwheidslengte zijn ruwheid, terreinruwheid, ruwheidshoogte en oppervlakteruwheid. In een aantal gevallen is het nodig om af te wijken van de door het rekenmodel (en de PreSRM) automatisch gegenereerde waarde. In de Handreiking Nieuw Nationaal Model6 is een aantal specifieke situaties beschreven waarbij het aan te bevelen is om af te wijken van de standaard gegenereerde ruwheidslengte. Indien de ruwheidslengte automatisch wordt bepaald door het rekenmodel, wordt voor het onderhavige modelgebied een ruwheidsfactor van 0,35 m bepaald. Tevens zijn in het rekenmodel gebouwen/objecten ingevoerd. Deze zijn gemodelleerd op basis van Basisregistratie Grootschalige Topografie in combinatie met bewerkte AHN-gegevens waaruit de (mediane) hoogte van gebouwen wordt berekend.
5.3
Immissiepunten Conform de Bruidsschat omgevingsplan wordt de geurimmissie bepaald ter plaatse van geurgevoelige objecten. Een geurgevoelig object is gedefinieerd als “gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt”. In onderhavige situatie zijn in de directe omgeving woningen beoogd. De geurimmissie zal ter plaatse van de woningen in het beoogde plangebied worden berekend (immissiepunten 02 en 03). Navolgende afbeelding geeft een overzicht van de situering van de in het rekenmodel opgenomen immissiepunten. Bijlage B1 geeft de invoergegevens uit het rekenmodel.
5 https://pdokviewer.pdok.nl/
6
https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/regelgeving/wetmilieubeheer/beoordelen/koppeling/nieuw-nationaal/handreiking-nieuw/handreiking-nieuw-0/10-3-invoer/2-3-2-invoer/
12
Afbeelding 5
5.4
Ligging rekenpunten
Geurbronnen Overeenkomstig de VNG-publicatie: “Bedrijven en milieuzonering” bedraagt de geurbelasting vanwege een bedrijf met milieucategorie 4.1, ongeacht het omgevingstype 0,5 ouE/m3 als 98-percentiel op een (richt)afstand van 200 meter, gemeten vanaf elk willekeurig punt vanaf de grens van het bestemde perceel. Een rekenmodel is opgesteld waarmee een maximale emissie is bepaald teneinde een geurbelasting te berekenen van 0,5 ouE/m3 als 98-percentiel ter plaatse van de richtafstand (immissiepunt 01), waarmee de maximaal toegestane planologische emissie wordt gesimuleerd. Met deze bepaalde maximale toegestane planologische emissie is vervolgens de geurbelasting bepaald ter plaatse van de beoogde woningen binnen het plangebied (immissiepunt 02 en 03).
13
6
REKENRESULTATEN Op basis van de voornoemde uitgangspunten is de geurimmissie ter plaatse van de woningen in het plangebied berekend. Deze geurimmissie bedraagt 1,0 ouE/m3 als 98-percentiel (bijlage B2 geeft de resultaten uit het rekenmodel). Hiermee wordt voldaan aan stap 2. Geuremissie vanwege andere dan de beschouwde bedrijfskavel, zal relevant minder bedragen, waardoor geen sprake zal zijn van relevante geurcumulatie. Uit het bovenstaande volgt dat sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, waarbij de bedrijvigheden ten noorden van het plangebied niet worden beperkt door planrealisatie.
7
CONCLUSIE In opdracht van de gemeente Bernheze is door Kragten een geuronderzoek uitgevoerd. Aanleiding is de beoogde ontwikkeling van 325 woningen aan de Bunderstraat te Heesch (gemeente Bernheze). Centrale vraag in de procedure is of planologisch toegestane milieubelastende activiteiten op omliggende kavels worden beperkt door planrealisatie en of ter plaatse van de planlocatie sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Doel van het onderzoek is inzicht te geven in het lokale woon- en leefklimaat ten gevolge van bovengenoemde activiteiten. Hiertoe is de geurimmissie ter plaatse van de beoogde ontwikkeling ten gevolge van de planologisch maximaal toegestane activiteiten van de bedrijfspercelen bepaald. Op basis van de uitgevoerde berekeningen blijkt dat de geurbelasting ter plaatse van het beoogde plangebied voldoet aan de richtwaarden uit de VNG-publicatie: “Bedrijven en milieuzonering”, versie 2009, zodat ten aanzien van het aspect geur sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Tevens vindt geen beperking plaats ten aanzien van de planologische mogelijkheden van het perceel en worden de mogelijke bedrijfsactiviteiten door de beoogde woningen niet beperkt in hun bedrijfsvoering.
BIJLAGEN
B1 INVOERGEGEVENS REKENMODEL
B1-1
Kragten BV invoergegevens rekenmodel Rapport: Model:
bijlage 1
Lijst van model eigenschappen geur
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
geur rvh #2|Luchtkwaliteit|STACKS-G|
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
rvh op 6-2-2024 rvh op 9-2-2024 Geomilieu V2023.3
GCN referentiepunt Rekenperiode Terreinruwheid Custom meteo Store journal files Custom emission file Calculation type Improved Low wind speed calculation
X: 163222.65 Y: 415623.77 1-1-2005 tot 31-12-2014 0.35 Nee Nee Nee Uurgemiddeld Nee
Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Kragten BV
9-2-2024 07:48:22
Kragten BV invoergegevens rekenmodel
bijlage 1
Commentaar
Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Kragten BV
9-2-2024 07:48:22
Kragten BV invoergegevens rekenmodel Model: Groep: Naam 01
bijlage 1
geur (hoofdgroep) Lijst van Oppervlaktebronnen, voor rekenmethode Luchtkwaliteit - STACKS-G Omschr. perceel 4.1
Hoogte 1,50
Geur 3300,00
Inert gas 0,00000000
Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Kragten BV
Bedr. uren 8760,00
00-01 False
01-02 False
02-03 False
03-04 False
04-05 False
05-06 False
06-07 True
07-08 True
08-09 True
09-10 True
10-11 True
11-12 True
12-13 True
13-14 True
14-15 True
9-2-2024 07:49:37
Kragten BV invoergegevens rekenmodel Model: Groep: Naam 01
bijlage 1
geur (hoofdgroep) Lijst van Oppervlaktebronnen, voor rekenmethode Luchtkwaliteit - STACKS-G 15-16 True
16-17 True
17-18 True
18-19 False
19-20 False
20-21 False
21-22 False
22-23 False
Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Kragten BV
23-24 False
Ma True
Di True
Wo True
Do True
Vr True
Za False
Zo False
Jan True
Feb True
Maa True
April True
Mei True
Juni True
Juli True
Aug True
Sep True
Okt True
Nov True
9-2-2024 07:49:37
Kragten BV invoergegevens rekenmodel Model: Groep: Naam 01
bijlage 1
geur (hoofdgroep) Lijst van Oppervlaktebronnen, voor rekenmethode Luchtkwaliteit - STACKS-G Dec True
Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Kragten BV
9-2-2024 07:49:37
Kragten BV invoergegevens rekenmodel Model: Groep: Naam 01 02 03
bijlage 1
geur (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Luchtkwaliteit - STACKS-G Omschr. punt op 200m woning plangebied woning plangebied
X 163025,99 163037,97 163057,38
Y 415764,85 415874,88 415875,20
Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Kragten BV
9-2-2024 07:50:06
B2 REKENRESULTATEN
2
Kragten BV rekenresultaten Rapport: Model: Resultaten voor model: Naam 01 02 03
bijlage 2 Resultatentabel geur geur
Omschrijving punt op 200m woning plangebied woning plangebied
X coördinaat 163025,99 163037,97 163057,38
Y coördinaat 415764,85 415874,88 415875,20
98% [OU/m³] 0,5 1,0 1,0
Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Kragten BV
9-2-2024 07:51:21