Status van partnervisie leefomgeving.docx
Tekst van het document
Status van de partnervisie leefomgeving Aan de hand van een aantal discussiepunten vraagt het college van B&W aan uw raad een mening te geven. Van de 80% versie van het inhoudelijke deel van de partnervisie heeft het college kennis genomen. Deze is tot stand gekomen in dialoog met vele partners, waaronder de gemeente. Na het ontvangen van de opinie van de raad gaat het college de volledige ontwerp-partnervisie ontwikkelen en deze aan uw raad ter vaststelling voorleggen. Status van de partnervisie De partners in de gemeente Bernheze hebben samen de voorliggende partnervisie gemaakt voor de leefomgeving van Bernheze 2040. Het college van B&W heeft dit proces gefaciliteerd. Omgevingsvisie Het college legt de partnervisie leefomgeving voor aan de gemeenteraad om deze als omgevingsvisie vast te stellen conform de Omgevingswet art. 3.1 en 3.2. 1 Omgevingsconvenant Tegelijkertijd wil het college van B&W met de partners een omgevingsconvenant afsluiten, waarbij ook de partners instemmen met de partnervisie en toezeggen zich te zullen inspannen om de partnervisie te realiseren. Het college komt dan met de partners tot een beschrijving van een heldere rolverdeling. Immers voor het tot stand brengen van diverse onderdelen van de visie ligt het voortouw bij andere partners.
Verhouding partnervisie met andere beleidsdocumenten en -plannen In de partnervisie leggen de gemeente en partners hun ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. De partnervisie bevat dus het strategische, integrale, langetermijnbeleid voor de fysieke leefomgeving. De gemeente en haar partners voegen het beleid op de verschillende terreinen van de fysieke leefomgeving niet alleen samen in deze visie, maar verbinden dit ook met elkaar. De gemeente en haar partners maken dus één samenhangende visie. Deze visie komt in de plaats van al beleidsvisies met betrekking tot de fysieke leefomgeving, zoals • gebiedsdekkende structuurvisies • verkeers- en vervoersvisies • groen-, natuur- en milieubeleidsvisies Het samenvoegen van al het beleid op de fysieke leefomgeving in één omgevingsvisie is een omvangrijk proces. We hanteren een groeimodel, waarbij we de komende jaren stapsgewijs het beleid dat nu nog niet is verwerkt in de omgevingsvisie hieraan toevoegen. Daar waar de partnervisie, vastgesteld als omgevingsvisie door de gemeenteraad, nog niet of niet 1 AFDELING 3.1 OMGEVINGSVISIES
Artikel 3.1 (vaststellen omgevingsvisie) 1. De gemeenteraad stelt een gemeentelijke omgevingsvisie vast. Artikel 3.2 (inhoud omgevingsvisie) Een omgevingsvisie bevat, mede voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid: a. een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, b. de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, c. de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid.
compleet het bestaande beleid heeft betrokken, blijft dus het vigerende gemeentelijke beleid gelden. De integrale door de raad vastgestelde omgevingsvisie gaat echter altijd voor op sectorale beleidsvisies, zolang beiden geldend zijn. Bij strijdig beleid is de omgevingsvisie/partnervisie leidend. In de komende jaren gaan we de omgevingsvisie verder aanvullen met nu nog ontbrekende delen van beleidsterreinen en zo steeds meer compleet worden. Afwijken van de omgevingsvisie De partnervisie, als omgevingsvisie door de raad vastgesteld, is bindend voor de gemeente. De gemeente gebruikt deze omgevingsvisie dus om te toetsen of initiatieven wenselijk zijn, omdat ze passen in het toekomstbeeld of passend gemaakt worden. Het college en de raad kunnen gemotiveerd afwijken van de visie, waarbij zij het in de partnervisie beschreven toekomstbeeld op een andere gelijkwaardige manier tot stand brengen. Je kunt dan denken aan bijvoorbeeld het veranderen van de exacte ligging van een Groene Gezonde Structuur (GGS) op de kaart van de omgevingsvisie. Indien bepaalde functies, zoals wonen en infrastructuur, het nodig maken de GGS gelijkwaardig, maar op een andere plek te realiseren dan kunnen het college en de raad daartoe besluiten.