CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ongenummerd Heesch

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Afgeven verklaring van geen bedenkingen Osseweg ongenummerd, Heesch22.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het planvoornemen is geen bewustwordingsproject, maar draagt hier door de groene inrichting die bijdraagt aan o.a. de biodiversiteit, klimaatadaptatie en ontmoeten wel aan bij. De fietsstraat langs het plangebied en de aansluiting op voetgangersverbindingen maken het gemakkelijker om op de fiets of te voet naar het dorpscentrum te gaan en nodigt op die manier uit tot bewegen. 4. Een vitale en duurzame landbouw en economie Om een vitale en duurzame landbouw en economie te realiseren zijn de randvoorwaarden: gezondheid, meer kringloop-landbouw, schone energie en circulaire economie. De volgende ambities staan daarbij centraal: - Innovaties in voedsel- en grondstof-productie Bernheze blijft een innovatieve toplocatie voor (grootschalige) voedsel- en grondstofproductie. We zetten onze kennis en mensen in om koploper te blijven en te laten zien hoe we met technische innovaties en slimme bedrijfsvoering ook in de nieuwe opgaven kunnen voorzien. We zorgen dat het vestigingsklimaat uitstekend blijft.

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 27 van 62

Onderdeel van een aantrekkelijk vestigingsklimaat is goede huisvesting, het planvoornemen voorziet daarin. - Extensivering We geven graag ruimte aan innovatieve andere (meer extensieve) vormen van landbouw. Deze willen we graag concentreren in het Peelhorstgebied en het beekdallandschap van de Aa en Leijgraaf. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw. - Combineren van sterke landbouw met groen-blauwe functies Waar nog gezonde jonge bedrijven aanwezig zijn en ook groen-blauwe opgaven liggen, zoeken we naar maatwerk. De bedrijven blijven in hun huidige omvang ondernemen. Waar mogelijk ontwikkelen we nieuwe bossen of natuurlijke gebieden, bij voorkeur samen met de daar aanwezige boeren. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw. - We beperken overlast en zoneren zorgvuldig De landbouw gaat meer rekening houden met andere functies en wil de overlast en risico’s op gezondheidsschade beperken. Nabij de kernen gaan we ondernemers die willen groeien vragen of ze op een andere plek in het dekzandgebied verder willen boeren. Groei nabij de kernen van overlast gevende bedrijven vinden we niet meer passend. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw. Verderop in deze ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd dat de huidige landbouwbedrijven in en om de gemeente geen belemmering vormen voor het planvoornemen.

Andersom belemmert het planvoornemen huidige landbouwbedrijven niet. - Nieuwe verdienmodellen We zetten in op nieuwe verdienmodellen voor een vitale landbouwsector op het gebied van biobased grondstoffenteelt, natuur- en landschapsbeheer, energie, recreatie en toerisme etc. Daar moet dan wel een marktconforme vergoeding tegenover staan. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw en kan zolang er geen biobased grondstoffenteelt in de gemeente is afnemer zijn en een marktconforme vergoeding bieden. - Aandacht voor de menskant De transitie van de landbouw heeft ook een emotionele kant. We waarderen het initiatief van de landbouworganisaties om aandacht te geven aan de menskant van de ondernemer. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw. - Duurzame en toekomstbestendige economie De opgave om de stikstofuitstoot te verminderen, circulair, klimaatbestendig, natuurinclusief, energieneutraal te worden en social return uit te werken raakt ook het bedrijfsleven. Onze ondernemers vragen we hierin het voortouw te nemen. Het planvoornemen draagt bij aan diverse van deze doelen, denk aan klimaatbestendig en natuurinclusief. Hiervoor is dit reeds gemotiveerd, het komt ook tot uiting op andere plekken in deze ruimtelijke onderbouwing.

- Koesteren en stimuleren van lokale bedrijvigheid De lokale bedrijvigheid in Bernheze is sterk ontwikkeld en zorgt voor werkgelegenheid en levendige dorpskernen. Deze stimuleren we waar mogelijk. Regionale bedrijfsterreinen zijn na Heesch West niet meer wenselijk. Het planvoornemen bestaat niet uit de vestiging, uitbreiding of iets dergelijks van een onderneming. - Hernieuwbare energie en sterke elektriciteitsinfrastructuur Om aan de opgaven in de RES te voldoen zal Bernheze indien zonnedaken en -parken onvoldoende opleveren ook inzetten op windmolens aan de westgrens van de gemeente. Om de elektriciteitsvraag met hernieuwbare energie te kunnen bijbenen zijn forse investeringen nodig in de elektriciteitsinfrastructuur. Daarnaast juichen we experimenten toe om energie op te slaan. Voor energiecoöperaties of agrariërs liggen daar kansen. Het planvoornemen bevat zonnepanelen voor eigen gebruik. Zoveel mogelijk zal ervoor gezorgd worden om in de eigen energiebehoefte te voorzien.

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 28 van 62

5. Het behoud en verbetering van de kwaliteit van landschap en erfgoed Van belang is het versterken van de cultuurhistorie, beschermen en behouden van landschappelijke waarden, kwaliteit openbare ruimte. De volgende ambities zijn hiervoor richtinggevend: - Beschermen en herstellen van cultuurhistorische elementen en structuren Bernheze kent een rijke geschiedenis, waarbij in het landschap en in onze kernen cultuurhistorische elementen nog steeds zichtbaar zijn. Deze willen we behouden. Verderop in deze ruimtelijke onderbouwing is een paragraaf opgenomen over archeologie en cultuurhistorie. Hieruit blijkt dat in het plangebied geen sprake is van cultuurhistorische elementen en structuren of archeologische waarden. Door het planvoornemen is geen sprake van de aantasting van deze aspecten. - Toekomstige ontwikkelingen benutten de kenmerken van het landschap en het erfgoed Ons erfgoed en landschap zijn een inspiratiebron voor toekomstige ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Op deze manier blijft de geschiedenis leesbaar. Doordat voorafgaand aan de planvorming een analyse is gedaan van het plangebied, haar directe en wijdere omgeving is op basis van deze randvoorwaarde ontwikkeld. - Toegankelijk en beleefbaar erfgoed en landschap De kwaliteit van ons landschap en erfgoed zijn de herkomstwaarde van Bernheze.

Deze willen we omarmen en onderdeel maken van ons onderscheidend vermogen. Daarom kiezen we ervoor om de toegankelijkheid en beleefbaarheid van erfgoed en het landschap te vergroten. Door het planvoornemen wordt de beleefbaarheid van het landschap vergroot, omdat een groene openbare ruimte onderdeel uitmaakt van het planvoornemen. In de vigerende situatie is sprake van een afgesloten weiland. - Concrete projecten ondersteunen We geven het erfgoed een nieuwe toekomst door de totstandkoming van nieuwe projecten te ondersteunen. Je kunt dan denken aan de Bronsschat, het Geopark en monumentale gebouwen. Erfgoed is geen aspect dat in het plangebied extra aandacht behoeft. Uit voorgaande blijkt dat het planvoornemen bijdraagt aan de doelstellingen zoals in de Omgevingsvisie Bernheze 2040 voor de gemeente zijn geformuleerd. 3.3.2 Structuurvisie Bernheze De Structuurvisie Bernheze die op 11 februari 2010 door de gemeenteraad van Bernheze is vastgesteld geeft een samenhangend beeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de hele gemeente. De gemeente Bernheze bevat vijf dorpskernen: Heesch, Heeswijk-Dinther, Nistelrode, Vorstenbosch en Loosbroek. Bernheze wil een gemeente met een dorpse uitstraling blijven. Kleinschalige verstedelijking wil de gemeente niet uitsluiten, maar dient groen ingepast te zijn.

Voor mensen die in de directe omgeving werken is de landelijke uitstraling van de gemeente een reden om naar een dorp te verhuizen. Bijna elk dorp heeft zijn eigen voorzieningenaanbod waardoor de afzonderlijke dorpen als zelfstandig benoemd kunnen worden. Uitbreidingen hebben vooral plaatsgevonden rondom de bestaande dorpen. Deze zijn aan de kernranden opgerekt. De komende jaren wenst de gemeente de verstedelijking te concentreren in de gebieden rondom de dorpen en op de vrijkomende percelen in de dorpen zelf (inbreiding). Hierbij is het streven gericht op kwaliteit en in mindere mate op kwantiteit. Wat betreft dorpsontwikkeling wordt ingezet op het behoud van de diversiteit van de kernen en linten. Het afwisselende karakter van kleinschalige bedrijvigheid, agrarisch gebruik en woningbouw zorgt dat Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 29 van 62

het gebied dynamisch blijft. Om te voorkomen dat zowel senioren als jongeren de gemeente verlaten, wordt ingezet op kleinschalige woningbouw met passende woningtypen. Deze kwalitatieve woningbehoefte is leidend bij de locatiekeuze. Waardevolle doorzichten naar het buitengebied dienen behouden te blijven. In eventuele nieuwe uitbreidingen komt het onderliggende landschap terug in het stedenbouwkundig ontwerp. Dit alles vraagt grote aandacht voor stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteit. Plaatselijk kan ingezet worden op de realisatie van exclusieve woonbuurten. Ook hierbij wordt het onderliggende landschap als inspiratiebron gebruikt. Het landelijk wonen nabij een verstedelijkte omgeving is een kwaliteit van de gemeente. Wat grotere uitbreidingen zijn alleen gewenst aan de westzijde van de kern Heesch. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Heesch. In de omgeving van het plangebied zijn voornamelijk woningen gelegen. Het betreft een initiatief waarbij een deel van een landbouwperceel wordt getransformeerd naar een appartementencomplex bestaande uit 24 sociale huurappartementen. Daarnaast worden er parkeervoorzieningen en bergingen toegevoegd. Het appartementencomplex sluit ontwerptechnisch en functioneel goed aan bij het karakter van de omgeving. Gezien voorgaande is onderhavig plan in lijn met de Structuurvisie Bernheze.

3.3.2 Volkshuisvesting Woonvisie 2022 – 2026 In samenwerking met onder andere woningcorporaties, huurdersorganisaties, dorpsraden, zorg- en welzijnsinstellingen heeft de gemeente Bernheze een woonvisie opgesteld. Deze is op 2 november 2021 door de gemeenteraad van Bernheze vastgesteld. Met deze woonvisie wordt ingezet op betaalbaarheid, waarbij de aandacht hoofdzakelijk wordt gericht op de doelgroepen senioren, jongeren en jonge gezinnen. In 2021 zijn de woonwensen en -behoeften van de inwoners gepeild middels presentaties en bijeenkomsten. De uitkomsten van dit specifieke onderzoek, alsmede het gebruik van diverse algemene onderzoeken (Woonwensenonderzoek 2019 Bernheze, Woonwensen onderzoek 2019 van de regio Noordoost Brabant en de regionale woningmarktmonitor 2020), zijn gebruikt voor het opstellen van de nieuwe woonvisie. Deze spitst zich toe op vijf thema’s: 1. -

Voldoende woningen bouwen, snel en voortvarend In de periode tot en met 2026 worden er 1.160 woningen toegevoegd. Er wordt in ieder kern gebouwd. Er wordt ingezet op woningbouw op inbreidings- en op uitbreidingslocaties. Meer regie op de woningbouwproductie. De keten van idee naar uitvoering waar mogelijk versnellen. Voorrang aan grotere woningbouwplannen.

2. -

De juiste woningen op de juiste plek Focus op betaalbaarheid. Meer woningen voor jongeren en senioren. Meer variatie in het woningaanbod. Maatwerk per kern. Openstaan voor experimenten in woonvormen en gronduitgiften. Meerdere, uiteenlopende doelgroepen in één woningbouwontwikkeling. Een bij de behoefte passend woningbouwprogramma. Steviger regie voeren op de programmering en realisatie (in aantal en kwalitatief).

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 30 van 62

-

‘’Out of the box” denken voor aanvullend instrumentarium. Committeren aan de taakstelling voor vergunninghouders. RvR-woningen anders insteken: clusteren in kernrandzone, een gevarieerder programma dat voldoet aan de woonvisie, dus: meer betaalbaar, woonzorg en alternatieve woonvormen.

3.

Toekomstbestendig en duurzaam Duurzame bestaande voorraad en nieuwbouw: Energieneutraal in 2050. Nieuwbouw BENG en gasloos. De hele woningvoorraad van het gas af in uiterlijk 2050. Op kortere termijn focus op no regret maatregelen. In 2030 heeft het woningbestand van iedere corporatie gemiddeld energielabel A en zijn alle sociale huurwoningen waar mogelijk voorzien van zonnepanelen.

-

4. -

Wonen en zorg: Alle inwoners leven in een veilige thuissituatie. Voldoende woonaanbod om mensen met en zonder zorgvraag zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen laten wonen. Samenwerking met betrokken partijen intensiveren.

5. -

Maatwerk voor onze kernen Voldoende en de juiste woningen bouwen in iedere kern. Werken aan een toekomstbestendige woonomgeving, fysiek en sociaal. Ontmoeten stimuleren. Samenwerken met Dorpsraden voortzetten.

6.

Samenwerken aan uitvoering In de woonvisie zijn per dorp ook accenten gelegd. Voor Heesch zijn dit, per thema, de volgende accenten. 1. Uitgangspunt op basis van notitie ‘Bouwen voor de Toekomst’: vergroten voorraad woningen met 580 woningen. 2. Gevarieerd programma conform differentiatie woningbouwprogramma. 3. Nieuwbouw van circa 175 sociale huurwoningen. 4. Project opzetten met mix voor jongeren en ouderen. 5. In totaal is 20 tot 25% van de nieuwe woningen levensloopbestendig en/of bestaat uit nieuwe woonzorgconcepten. 6. Kleinschalige collectieve woonzorgvormen en hofjeswoningen nabij bestaande zorglocaties en voorzieningen, en in woonboerderijen. 7. Langer thuis wonen mogelijk maken. 8. Huiskamers in de wijken (geclusterd wonen of ruimtes maken dan wel aanwijzen voor ontmoeten).

Het planvoornemen is passend in het gemeentelijke woningbouwprogramma. Dat betekent dat er in kwantitatieve zin ruimte is voor de te realiseren appartementen. De appartementen die zijn beoogd betreffen 24 sociale huurappartementen. Al deze appartementen zijn levensloopbestendig (bereikbaar per lift), waardoor de appartementen geschikt zijn voor zowel starters als ouderen, doelgroepen waarvoor een grote behoefte is. Onderhavig planvoornemen vindt aansluiting bij de woonvisie 2022 – 2026. Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 31 van 62

3.3.3

Welstandsbeleid

In de gemeente Bernheze zijn veel gebieden welstandsvrij. Voor enkele locaties blijft welstandstoezicht wel van toepassing. Dit geldt voor cultuurhistorische waardevolle gebieden die het bijzondere karakter van Bernheze bepalen. Er zijn in deze nota 15 gebieden aangewezen waar welstandseisen gelden. De welstandseisen zijn samengebracht in drie gebiedstypen: • • •

het agrarisch cluster; het historisch dorpscentrum; de woningbouw uit de wederopbouwperiode.

Het plangebied ligt niet in één van deze welstandsgebieden. Dit betekent dat de welstandscommissie de omgevingsvergunning niet toetst.

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 32 van 62

Hoofdstuk 4

Milieuhygiënische aspecten

4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan of ander ruimtelijk besluit in strijd met het vigerende bestemmingsplan aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan), zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan. 4.2 Akoestiek Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan (alsook een ruimtelijke onderbouwing), indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai.

Indien een nieuwe geluidbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidgevoelige objecten. Consequenties Wegverkeerslawaai Met het planvoornemen worden 24 nieuwe woningen gerealiseerd. Het plangebied ligt in geluidzones van geluidgezoneerde wegen en 30-km uur wegen. In dat kader is door Aelmans de geluidsbelasting ten gevolge van de omliggende wegen op de gevels van het appartementencomplex berekend. De rapportage van het uitgevoerde onderzoek is bijgevoegd als bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing. De conclusie van het onderzoek is hieronder opgenomen. “Wet geluidhinder Uit de toets in het kader van de Wet geluidhinder blijkt:

Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) of het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) om de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en financiële aard. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Cumulatie Wet geluidhinder

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 33 van 62

Ter bepaling van de gecumuleerde waarde dient de totale geluidbelasting (exclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder) te worden berekend van alle zoneplichtige (spoor)wegen, industrie en luchtvaart met een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde. In het onderhavige geval betreft dit de A59 en Osseweg. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatie bepaald inclusief alle gemodelleerde geluidbronnen. Ter bepaling van de milieukwaliteit in de omgeving is deze gecumuleerde waarde getoetst aan de ‘methode Miedema’. De maximale gecumuleerde waarde, welke voornamelijk wordt bepaald door de A59 en Osseweg, bedraagt 63 dB, waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie ‘tamelijk slecht’ en daarmee dient bezien te worden of maatregelen mogelijk zijn. Daar maatregelen aan de bron en overdrachtsmaatregelen op overwegende bezwaren stuiten, dient de oplossing gezocht te worden in geluidwerende maatregelen in de gevel. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Tevens beschikt het bouwplan over een geluidluwe gevel/buitenruimte. Het woon- en leefklimaat is daarom aanvaardbaar. Karakteristieke geluidwering van de gevel

Omdat de cumulatieve geluidbelasting hoger is dan 53 dB dient er een nader onderzoek te worden uitgevoerd ter bepaling van de geluidwering van de gevel. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform dat nader onderzoek) is een binnenniveau van 33 dB en daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd.” Voor het planvoornemen moet een hogere waarde worden verleend. De procedure hiervoor loopt gelijk op met de procedure waar deze ruimtelijke onderbouwing onderdeel van uitmaakt. Verder is een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevel uitgevoerd (bijlage 2). Het onderzoek toont aan dat sprake is van een aanvaardbaar binnengeluidsniveau van maximaal 33dB.Het onderzoek maakt onderdeel uit van de aanvraag omgevingsvergunning activiteit ‘Bouwen’. Rail of luchtverkeerlawaai Er is geen onderzoek naar rail- en luchtverkeerslawaai uitgevoerd, omdat het plangebied niet is gelegen in de geluidszone van een spoorweg of aanvliegroute van een vliegveld. Onderzoek hiernaar is derhalve niet nodig. Industrielawaai In de omgeving van het planbied zijn geen functies gelegen die voor wat betreft geluidshinder een belemmering vormen voor het planvoornemen of andersom het planvoornemen vormt geen belemmering voor omliggende functies. Dit is gemotiveerd in paragraaf 4.4 Bedrijven en milieuzonering van deze ruimtelijke onderbouwing.

Geluid vormt – doordat een hogere waarde is verleend en via onderzoek is aangetoond dat de geluidwering van de gevel zorgt voor een aanvaardbaar binnengeluidsniveau van maximaal 33dB geen belemmering voor het planvoornemen.

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 34 van 62

4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie Beleidskader Het verdrag van Malta regelt de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Nederland heeft dit verdrag in 1992 ondertekend en in 1998 geratificeerd. Het Verdrag van Malta (ook wel Verdrag van Valletta genoemd) was geïmplementeerd in de Monumentenwet, tot deze wet op 1 juli 2016 vervangen werd door de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Een belangrijk doel is de bescherming van het archeologische materiaal in de bodem (in situ), omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Het is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen (alsook ruimtelijke onderbouwingen) rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologisch waarden. Dit was in de voorgaande periode reeds een gebruikelijke praktijk. Consequenties Volgens het vigerende bestemmingsplan (waarin de gemeentelijke archeologische beleidskaart is doorvertaald) gelden in het plangebied twee dubbelbestemmingen in het kader van de bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden.

Het gaat om de dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie 2 en Waarde – Archeologie 3. Dat betekent in onderhavige situatie dat een vergunning nodig is in geval bodemingrepen: - groter dan 250 m2 met een diepte van meer dan 0,4 meter, of; - groter dan 2500 m2 met een diepte van meer dan 0,4 meter; plaatsvinden. Hieronder is een uitsnede ter hoogte van het planvoornemen van de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2011 weergegeven. Het plangebied ligt ter hoogte van het rode kader.

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 35 van 62

Omdat meerdere ondergrenzen voor onderzoek van toepassing zijn wordt de meest beperkende voor het gehele plangebied gehanteerd. Onderzoek is – gezien een grotere oppervlakte dan 250 m2 dieper dan 0,4 meter geroerd gaat worden – nodig. Door KSP Archeologie is een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing (bijlage 3) en kent de navolgende samenvatting: “Op de gemeentelijke, archeologische verwachtingskaart is aan het zuiden van het plangebied een hoge archeologische verwachting toegekend en aan het noorden een middelhoge archeologische verwachting (Figuur 2). Naar aanleiding van de resultaten van het bureauonderzoek kan deze verwachting nader worden gespecificeerd per periode en naar beneden bijgesteld. Het landschap heeft met name voor de prehistorische mens een belangrijke rol gespeeld in de keuze voor een bewoningslocatie. Op basis van historisch kaartmateriaal liep van west naar oost centraal door het plangebied een dekzandrug met maaiveldhoogtes rond 10 m+NAP. De dekzandrug vormde een geschikte woon-akkergebied en zou voor de landbouwende samenlevingen uit de periode Neolithicum – _Volle Middeleeuwen (tot en met de 13e eeuw) een hoge verwachting gelden. Tegenwoordig ligt het plangebied met maaiveldhoogtes tussen 8,8 en 9,0 m +NAP echter op één van de laagste punten in het landschap.

Op basis van het beschikbare kaartmateriaal is de verwachting dat binnen het plangebied delfstofwinning (ontgrondingen) hebben plaatsgevonden, waarbij het potentiële archeologische is verdwenen. De archeologische onderzoeken die in dezelfde lager gelegen en/of ontgronde zone zijn uitgevoerd, bevestigen dat archeologische resten ontbreken en ontgrondingen hebben plaatsgevonden, maar het is niet altijd goed zichtbaar in de boringen. Bij diep omgewerkte gronden kenmerkt de bodemverstoring zich door een gevlekt uiterlijk en/of bepaalde insluitsels, maar bij ontgronde gebieden is dat niet of in mindere mate het geval. Als het humeuze dek (de zwarte grond) en de Chorizont (het gele zand) netjes gescheiden zijn tijdens de ontgronding en vervolgens de zwarte grond netjes is teruggeplaatst kan het lijken op een intacte bodem. Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. In geen van de boringen is een intact bodemprofiel waargenomen. De humeuze dekken met bijmengingen van geel zand waren wisselend van kleur en dikte (dikker dan 120, 150, 55, 100 en 90 cm) wat aansluit bij de vermoede ontgrondingen. Er worden geen archeologische resten meer verwacht. Daarom vormen de voorgenomen graafwerkzaamheden geen bedreiging voor het archeologische bodemarchief.

KSP Archeologie adviseert dan ook geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Dit selectieadvies betekent nog niet dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Bernheze), die vervolgens een selectiebesluit neemt.” Het bevoegd gezag heeft ingestemd met het uitgevoerde onderzoek en het voorgestelde selectieadvies overgenomen in een selectiebesluit. Archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen, omdat aannemelijk is gemaakt dat het planvoornemen geen archeologische waarden schaadt en hierover een selectiebesluit is genomen. Uiteraard geldt altijd een zorgplicht in geval toevalsvondsten worden gedaan. 4.3.2 Cultuurhistorie Beleidskader Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 36 van 62

Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De gemeente Bernheze heeft een eigen Cultuurhistoriekaart die in 2014 is vastgesteld waaraan het planvoornemen zal worden getoetst in deze paragraaf. Consequenties Het gebied waarop deze ruimtelijke onderbouwing betrekking heeft is getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is volgens de cultuurhistorische waardenkaart gelegen in de regio Peelrand. Zie de uitsnede van de kaart hieronder.

Regio Peelrand De regio Peelrand is een zwak golvend dekzandlandschap dat als een hoefijzer rond het voormalige veengebied van de Peel ligt. Door het westelijk gedeelte loopt de Peelrandbreuk, die de Centrale Slenk en de Peelhorst van elkaar scheidt. Langs de breuk vindt nog steeds beweging plaats. Aan het aardoppervlak is de breuklijn hier en daar te zien als een trede in het terrein met een hoogteverschil van enkele meters. Langs de breuklijn komt kwel aan de oppervlakte (wijst). Deze natte delen vormen het brongebied van de bovenlopen van de Aa. De oostzijde van de Peelhorst wordt eveneens door een breuk begrensd. Het noordelijke gedeelte van de Peelhorst is een vlak gebied met plaatselijk dekzandruggen en bevat een gradiëntrijke overgang naar de regio Maaskant waar kwel aan de oppervlakte komt. Het westelijke gedeelte van de Peelrand bestaat uit het open beeklandschap van de Aa.De Peelrand is een overwegend oud en gevarieerd zandlandschap met een kralensnoer van agrarische nederzettingen, akkercomplexen, weilanden en bossen. De oude dorpen liggen in een wijde boog rond het voormalige hoogveengebied. Het oude zandlandschap rond Stiphout met bolle akkers, beemden, hakhoutbosjes en -wallen is een voorbeeld van dergelijke oude ontginningen. Op verschillende plaatsen zijn in de beekdalen restanten van vloeisystemen aangetroffen.

De boeren gebruikten de randen van de Peel om hun vee te weiden, om strooisel te winnen voor de potstallen en om, op bescheiden schaal, turf te steken. In de loop van de afgelopen 1000 jaar werd er vanuit deze dorpen steeds verder geknabbeld aan de randen van het veen. Karakteristiek zijn de vele kloostercomplexen, kerken en processieparken. Tussen de oude dorpen en het Peelgebied liggen jonge ontginningen en boscomplexen uit de negentiende en twintigste eeuw. In deze randzone

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 37 van 62

ontstonden nieuwe dorpen als Odiliapeel en Venhorst. Met het in cultuur nemen van deze 'woeste gronden' werd ook de waterhuishouding steeds verder gereguleerd. Bestaande beken werden rechtgetrokken en stroomopwaarts verlengd en er zijn tal van nieuwe waterlopen gegraven. Bij Mill ligt een deel van de Peel-Raamstelling, bestaande uit het Defensiekanaal, inundatieterreinen en diverse kazematten. Het westelijke gedeelte van de Peelrand is na de Tweede Wereldoorlog sterk verstedelijkt. Hier liggen grote plaatsen als Helmond, Deurne, Uden, Oss, Someren, Gemert en Heesch. Het oostelijk gedeelte van de Peelrand wordt gekenmerkt door kleine dorpen als Schaijk, Mill, Sint Anthonis en Overloon. De infrastructuur wordt hier bepaald door enkele regionale wegen. Cultuurhistorisch belang De Peelrand bestaat uit een ring van middeleeuwse dorpen op enige afstand van het voormalige veengebied van De Peel. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Enkele kastelen, diverse kloosters en de Peel-Raamstelling verlenen het gebied extra cultuurhistorische betekenis.

Essentiële aspecten In de regio ligt het volgende cultuurhistorische landschap van provinciaal belang: - Oud zandlandschap bij Stiphout; Dragende structuren in de regio zijn: - De oude zandontginningen met akkercomplexen, beemden, broekgebieden; - De jonge heideontginningen; - De Zuid-Willemsvaart en het dal van de Aa; - De Peel-Raamstelling met Defensiekanaal; - De kloosters Ontwikkelingsstrategie 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; 2. De cultuurhistorische waarden van de Peelrand in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor het cultuurhistorisch landschap: ”Oud zandlandschap bij Stiphout” (ook deels in gebiedspaspoort Kempen); 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: “Peelhorst Oost” en “Dekzandeiland Asten-Deurne”; 4. Aandacht voor behoud en herstel van het voor Brabant unieke verschijnsel wijst. Dit kan door bij de inrichting en het beheer in het buitengebied rekening te houden met het aspect wijst en met de zichtbaarheid in het landschap. Het plangebied is gelegen in de regio Peelrand.

Het planvoornemen tast de dragende structuren ervan niet aan, is niet gelegen in een cultuurhistorisch landschap van provinciaal belang en staat de ontwikkelingsstrategie voor de regio waarin het is gelegen niet in de weg. In het plangebied zelf liggen verder geen rijksmonumenten en komen geen bouwkundige punten, lijnen of vlakken van enige waarde voor. Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart 2014 van de gemeente Bernheze is zichtbaar dat het plangebied is gelegen ter hoogte van een oude akker (esdek). En dat het plangebied is gelegen Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 38 van 62

aan een oud wegtracé met redelijk hoge waarde. Zie de uitsnede van de kaart hieronder, waarop de ligging van het plangebied met een rode cirkel is aangegeven, waarop het esdek met bruin is weergegeven en het oude wegtracé de gele lijn betreft.

Met het planvoornemen wordt een appartementencomplex toegevoegd op een plek die nu nog in gebruik is voor agrarische doeleinden. Verder worden er parkeerplaatsen, bergingen en beplanting toegevoegd. Het planvoornemen wordt ontsloten op de Osseweg (het oude wegtracé). Andere wijzigingen zijn niet aan de orde. Er is geen sprake van wijzigingen die zorgen voor aantasting van de cultuurhistorische waarden in en nabij het plangebied. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 4.4 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: • ter plaatse van de woning(en) een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Consequenties Het betreft hier de ontwikkeling van 24 milieugevoelige objecten. Op basis van de in de omgeving aanwezige functies zoals deze zijn opgenomen in de ter plaatse geldende bestemmingsplannen, is volgens de omgevingstypering van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering sprake van een gemengd gebied: direct naast woningen komen winkels, horeca en (kleine) bedrijven voor.

Daarnaast ligt het plangebied nabij een rijksweg (A59) en provinciale weg (N-weg Osseweg).

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 39 van 62

In onderstaande tabel zijn de bedrijven opgenomen welke in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn en ook hetgeen er planologisch mag worden gevestigd. Hierbij zijn de richtafstanden en de werkelijke afstand vermeld.

Adres en bedrijf

Osseweg 8 Heesch | Pannenkoekenrestaurant Heesch en middelzware horeca (café, dansschool, bezorg- en afhaalrestaurant, shoarma/grillroom en naar aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven) Osseweg 5-7 Heesch | Bouwbedrijf Berghege en bedrijvigheid in categorie 1 en 2

SBIgevestigd bedrijf 556, 561

Afstand conform VNG-Brochure uitgaande van gemengd gebied

Werkelijke afstand totaan plangrens

Pannenkoekenrestaurant Heesch: categorie 1. Richtafstand in gemengd gebied: 0 meter.

ca. 70 meter

Planologisch toegelaten: middelzware horeca = categorie 1. Richtafstand in gemengd gebied 0 meter.

45, 41, 42, 43

Bouwbedrijf Berghege (bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m2): categorie 3.2 bedrijvigheid. Richtafstand in gemengd gebied 50 meter.

ca. 92 meter

Planologisch toegelaten: categorie 3.1. Richtafstand in gemengd gebied 30 meter.

Osseweg 3 Heesch | Hoppenbrouwers Techniek Heesch en bedrijvigheid in categorie 1 en 2

45, 41, 42, 43

Hoppenbrouwers Techniek Heesch: categorie 3.1. Richtafstand in gemengd gebied 30 meter.

Agrarisch perceel 7244

Geen

Planologisch toegelaten: - detailhandel volumineus (geen categorie aan toegekend in de regels, beoordeeld als categorie 2: VNG-bedrijfstype ‘bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten’). Richtafstand in gemengd gebied 10 meter; - specifieke vorm van bedrijf – installatiebedrijf: categorie 3.1. Richtafstand in gemengd gebied: 30 meter. In gebruik als tuin bij een woning. Ter plaatse is agrarisch grondgebruik toegestaan: de aanwending van open grond ten behoeve van een agrarisch bedrijf. Dit betekent dat ter plaatse dieren kunnen worden

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

ca. 170 meter

Ca. 14 meter (totaan bebouwing circa 39 meter)

Pagina 40 van 62

Agrarisch perceel 7245

Agrarisch perceel 7045

Geen

Geen

gehouden (niet intensief waardoor geen richtafstand geldt) en gewassen kunnen worden geteeld (en gespoten kan worden, waarvoor ingevolge jurisprudentie van de Raad van State de vuistregel dat 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen wordt gehanteerd). Hobbymatig agrarisch in gebruik. Ter plaatse is agrarisch grondgebruik toegestaan: de aanwending van open grond ten behoeve van een agrarisch bedrijf. Dit betekent dat ter plaatse dieren kunnen worden gehouden (niet intensief waardoor geen richtafstand geldt) en gewassen kunnen worden geteeld (en gespoten kan worden, waarvoor ingevolge jurisprudentie van de Raad van State de vuistregel dat 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen wordt gehanteerd). In gebruik als onderdeel van agrarische bedrijfsvoering: akkerbouw. Ter plaatse is agrarisch grondgebruik toegestaan: de aanwending van open grond ten behoeve van een agrarisch bedrijf.

Dit betekent dat ter plaatse dieren kunnen worden gehouden (niet intensief waardoor geen richtafstand geldt) en gewassen kunnen worden geteeld (en gespoten kan worden, waarvoor ingevolge jurisprudentie van de Raad van State de vuistregel dat 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen wordt gehanteerd).

Ca. 0 meter (totaan bebouwing circa 25 meter)

Ca. 30 meter (tot aan bebouwing circa 44 meter).

Uit bovenstaande tabel blijkt dat in alle gevallen aan de richtafstanden, behalve voor de agrarisch bestemde percelen rondom het plangebied, kan worden voldaan. Alle in de tabel opgenomen agrarisch bestemde percelen liggen op minder dan 50 meter afstand van het plangebied. De percelen liggen ook op minder dan 50 meter afstand van de primaire woonfunctie. Voor de percelen 7244 en 7245 geldt dat de percelen niet bedrijfsmatig in gebruik zijn voor agrarische doeleinden. De percelen zijn beide onderdeel van woonpercelen en enerzijds in gebruik als tuin en anderzijds meer hobbymatig agrarisch in gebruik. De percelen zijn te klein voor doelmatige agrarische bedrijfsvoering, ook ingeval ze onderdeel zijn van een groter agrarisch bedrijf. Daarnaast zijn de percelen niet of nauwelijks bereikbaar met groot spuitmaterieel. Perceel 7045 kan wel doelmatig bedrijfsmatig geëxploiteerd worden en is ook als zodanig in gebruik. Dit perceel ligt ten oosten van het planvoornemen en op 44 meter van de meest nabijgelegen primaire woonfunctie in het plangebied. Gezien de ligging van het agrarische perceel ten opzichte van het plangebied i.r.t. de meest voorkomende windrichting in Nederland, zuidwest, de tussen de nieuwe woonfunctie en het agrarische perceel gelegen beplanting

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 41 van 62

en de afstand van bijna 50 meter ligt belemmering van het woon- en leefklimaat door spuitdrift niet in de reden. Hiervan zal namelijk nauwelijks sprake zijn. Gezien voorgaande vormt bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor het planvoornemen, er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Andersom vormt het planvoornemen ook geen belemmering voor omliggende bedrijvigheid. 4.5 Bodem Beleidskader Vastgelegd is dat in bestemmingsplannen (alsook ruimtelijke onderbouwingen) moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Voor het betrekken van bodeminformatie bij het opstellen van bestemmingsplannen (alsook ruimtelijke onderbouwingen) zijn enkele vragen relevant: • is er bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; • zijn er gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies; • wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers. Consequenties Ter plaatse van de ontwikkeling is door Van Oort Bodemonderzoek een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 4 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Hieruit blijkt de navolgende samenvatting en advies: “Kadastraal staat de locatie bekend als; gemeente Heesch, sectie A, nummer 6339. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 7.717 m2.

Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er met betrekking tot de bodemkwaliteit bezwaren zijn tegen een bestemming wonen en het verlenen van een omgevingsvergunning voor nieuwbouw. Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 en NEN 5740. De strategie van het onderzoek is afgestemd op het vooronderzoek (historie). Gebruik is gemaakt van de onderzoeksopzet voor een onverdachte locatie (ONV-NL en ONV-L). Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000. De analyses (AS3000) zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics BV uit Rotterdam. Op een enkele boring ná zijn zintuiglijk tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen, bijmengingen of andere bijzonderheden waargenomen. De aangetroffen resten baksteen in de bovengrond zijn beoordeeld als niet-asbestverdacht. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat de boven- en ondergrond niet verontreinigd zijn (Aw). Het grondwater is niet tot licht verontreinigd met zink (>Sw). De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. Op basis van het totaal aan onderzoeksgegevens behoeft de bodemkwaliteit naar ons inziens geen belemmering te vormen voor een woonbestemming en latere nieuwbouw. Geadviseerd wordt de resultaten van het bodemonderzoek voor te leggen aan de gemeente Bernheze.

Als onderzoeksbureau hebben we een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaald of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is. In dat kader wordt tevens opgemerkt dat vanaf 1 januari 2024 de Omgevingswet van toepassing is met een gewijzigd toetsingskader.” Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 42 van 62

De gemeente Bernheze is bevoegd gezag, het onderzoeksbureau heeft slechts een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaalt dan ook of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Het bevoegd gezag heeft het uitgevoerde verkennende bodemonderzoek beoordeeld en heeft hiermee ingestemd. Sprake is van een voor de toekomstige functie geschikte bodemkwaliteit. Bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Bodem vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. 4.6 Externe veiligheid Beleidskader Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risico-ontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Risico-ontvangers Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten.

Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Daarnaast wordt over een kwetsbaar object gesproken wanneer er meer dan 2 woningen per hectare zijn gesitueerd. Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan. Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest. Risicobronnen Binnen de beleidskaders voor de drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit.

Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 43 van 62

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht.

Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb) Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)

Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enz.. Consequenties De ontwikkeling betreft de realisatie van 24 nieuwe woningen. Een nieuwe woning is een kwetsbaar object (risico-ontvanger). Het plangebied bevindt zich in de nabijheid van externe veiligheidsrisico’s, zie de uitsnede van de signaleringskaart externe veiligheid hieronder, waarop het plangebied met een rood vlak is aangeduid.

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 44 van 62

Uit de signaleringskaart blijkt dat het plangebied is gelegen: - in de nabijheid van een opslagslagtank en vulpunt van een LPG-tankstation en nabij de Rijksweg A59 waarvan het plangebied ten zuiden ligt. Dit goed zichtbaar op onderstaande afbeelding.

Voor het LPG-tankstation en vulpunt moet het groepsrisico worden beschouwd en voor de Rijksweg A59 is een beperkte verantwoording van het groepsrisico nodig. Door Antea Group is hieraan via een rapportage invulling gegeven. De rapportage is als bijlage 5 bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd, hieronder wordt er nader op ingegaan.

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 45 van 62

-

-

op circa 2,7 kilometer van het spoortraject ’s-Hertogenbosch-Nijmegen (trajectcode 64.B1). Over dit traject worden onder andere gevaarlijke stoffen vervoerd uit de stofcategorie D42. D4 heeft een invloedsgebied van >4.000 meter3. Omdat het plangebied niet binnen 200 meter van de transportroute ligt kan worden volstaan met een beperkte verantwoording voor het scenario toxisch. Een beperkte verantwoording van het groepsrisico gaat in op de zelfredzaamheid van personen en de mogelijkheden tot het bestrijden van de gevolgen van een calamiteit binnen het plangebied. De beperkte verantwoording van het groepsisico welke Antea Group heeft opgesteld (bijlage 5 bij deze ruimtelijke onderbouwing) voor de A59 volstaat ook voor het spoortraject ’sHertogenbosch-Nijmegen (trajectcode 64.B1); op circa 3 kilometer afstand van de snelweg A50 (wegvak B80, knooppunt Paalgraven-Zeeland). Over deze transprotweg worden onder andere gevaarlijke stoffen vervoerd uit de stofcategorie GT44. GT4 heeft een invloedsgebied van >4.000 meter5. Omdat het plangebied niet binnen 200 meter van de transportroute ligt kan worden volstaan met een beperkte verantwoording voor het scenario toxisch. De beperkte verantwoording van het groepsisico welke Antea Group heeft opgesteld (bijlage 5 bij deze ruimtelijke onderbouwing) voor de A59 volstaat ook voor het snelweg A50 (wegvak B80, knooppunt Paalgraven-Zeeland).

Hieronder is ingegaan op de conclusies van het onderzoek van Antea Group. “Risicobeschouwing LPG-tankstation Van Kessel Tankservice B.V. - Het plangebied ligt buiten PR 10-6-contouren van het LPG-tankstation. Het plaatsgebonden risico van het LPG-tankstation is geen belemmering van de ontwikkeling van het plangebied; - Het plangebied ligt niet binnen 60 meter van het vulpunt, waardoor binnen deze zone geen kwetsbaar object wordt gerealiseerd. In het plangebied, dat zich wel binnen 160 meter van het vulpunt bevindt, wordt geen zeer kwetsbaar object gerealiseerd. Er wordt voldaan aan deze punten van de circulaire LPG-tankstations; - De hoogte van het groepsrisico van het LPG-tankstation bevindt zich in zowel de huidige als de toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie beperkt toe, maar blijft onder de 10% van de oriëntatiewaarde; - Verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen verplicht. Rijksweg A59 - De weg heeft geen 10-6per jaar plaatsgebonden risicocontour. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico; - De weg heeft een plasbrandaandachtsgebied. Het PAG reikt niet tot het plangebied; - Het groepsrisico van de weg ligt onder 0,1 keer de oriëntatiewaarde.

Het groepsrisico van de wegneemt beperkt toe ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, maar zal niet boven 0,1 keer de oriëntatiewaarde uitkomen; - Verantwoording van het groepsrisico is conform artikel 7 en 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Verantwoording groepsrisico

Regeling Basisnet, bijlage II RIVM (2017), Handreiking risicoanalyse transport. P.19 tabel 4-2 4 Rijkswaterstaat (2019) Lijst wegvakken data tellingen & basisnet 2 3

5

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 46 van 62

Verantwoording van het groepsrisico is voor het LPG-tankstation en de Rijksweg A59 verplicht. In deze rapportage is een aanzet gedaan voor de verantwoording van het groepsrisico. Het bevoegd gezag, de gemeente Bernheze, kan deze elementen betrekken bij de besluitvorming ten aanzien van de ruimtelijke procedure. Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico stelt de gemeente Bernheze in het kader van de ruimtelijke procedure de Veiligheidsregio Brabant-Noord in de gelegenheid advies uit te brengen.” De Veiligheidsregio Brabant Noord is conform artikel 9 van het Bevt om advies gevraagd. Hun advies is als volgt. In de risicobeschouwing van Antea wordt ingegaan op het aspect externe veiligheid. De veiligheidsregio onderschrijft grotendeels de beoordeling van Antea. De enige opmerking die de Veiligheidsregio wil maken is over het BLEVE-scenario. Er vindt over de A59 ook vervoer plaats van bijvoorbeeld propaan. Hierbij kan een BLEVE al binnen 15 minuten plaatsvinden omdat deze transporten niet onder de Safety Deal vallen. Hierdoor kan de brandweer dus niet effectief de tank koelen. Hiervoor is het relevant dat mensen het plangebied effectief kunnen ontvluchten. In figuur 4.1 wordt een globale indicatie gegeven van de vluchtroutes. Met name de vluchtroute naar de Maasstraat is noodzakelijk om van de risicobron af te kunnen vluchten.

Echter lijkt op figuur 3-3 deze vluchtroute niet fysiek aanwezig te zijn. Geadviseerd wordt om deze vluchtroute te realiseren en voor de toekomst te borgen dat deze vluchtroute blijft bestaan. Verder adviseert de Veiligheidsregio Brabant Noord om de toekomstige bewoners actief over het aanwezige risico en handelingsperspectief te informeren. Deze informatie kan worden meegenomen in het besluit om zich op deze locatie te vestigen. Hiermee wordt zo goed als mogelijk ingezet op het verhogen van het risicobewustzijn van de burger en het nemen van eigen verantwoordelijkheid door de burger. Deze informatie zorgt er ook voor dat de bewoners op het moment dat er een incident gebeurt meteen weten hoe ze moeten handelen. Dit heeft een positieve invloed op de mate van zelfredzaamheid. Het advies van de Veiligheidsregio wordt ter harte genomen. De vluchtroute richting de Maasstraat is in het plan geborgd en de toekomstige bewoners zullen door de initiatiefnemer/ diens opvolger op de hoogte worden gebracht van de veiligheidsrisico’s in het plangebied. Vanuit externe veiligheidswetgeving e.d. kan geconcludeerd worden dat er geen wettelijke beperkingen zijn voor het planvoornemen, mits het bevoegd gezag in haar besluitvorming ten aanzien van de ruimtelijke procedure de verantwoording van het groepsrisico betrekt.

4.7 Natuur Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd. De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 47 van 62

mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. De wet regelt ook de jacht in ons land. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtsgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied. Voor dergelijke schadelijke activiteiten kan alleen een vergunning worden verleend als er geen alternatief is en als het gaat om een dwingende reden van groot openbaar belang. De kokkelvisserij in de Waddenzee is nu bijvoorbeeld verboden. Er kon namelijk niet worden aangetoond dat er géén schade zou ontstaan aan de natuur, en er was geen van de andere redenen aanwezig om toch een vergunning te verlenen. De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen voor het natuurnetwerk Nederland en verleent hen de bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen. De Minister van Economische Zaken kan daarnaast op grond van de wet nationale parken aanwijzen die vooral een educatieve en communicatieve functie hebben.

De voormalige beschermde natuurmonumenten zijn met bijbehorende doelen opgeheven met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming. Consequenties Soortenbescherming Door Brabant Eco is een ecologische quickscan uitgevoerd. De rapportage van het onderzoek is bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing (bijlage 6) en kent de navolgende resultaten en advies: “Resultaten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er mogelijk beschermde fauna in het plangebied voor komen. De habitat van de mogelijk voorkomende soorten, met name marterachtigen, zal behouden blijven. Met de bouw van de woningen gaat geen leefgebied van beschermde soorten verloren. Daardoor zijn er geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Het grasland is begroeid met Engels raaigras en enkele algemene kruidensoorten. Er is geen bebouwingaanwezig, noch zijn er bomen of struiken. Hierdoor is het plangebied volledig ongeschikt als nest-of verblijfplaats van gebouw bewonende beschermde dier soorten. Door het aanleggen van tuinen rondom en natuurinclusief te bouwen zal het leefgebied van genoemde soorten worden verbeterd Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora en fauna worden uitgesloten.

Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren. Wet natuurbescherming - De ingreep zal naar verwachting niet leiden tot verlies van leefgebied van beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk.

Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

Pagina 48 van 62

-

-

-

Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten, vaste rust-of verblijfsplaatsen of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden (15 maart - 15 juli). Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor. Het is met de voorgenomen werkzaamheden echter niet uit te sluiten dat deze leiden tot een verhoging van stikstofdepositie op een Natura 2.000 gebied. Voor de ingreep dient daarom een Aerius berekening te worden uitgevoerd. In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

Aanbevelingen Bij onvoorziene omstandigheden zoals bijvoorbeeld indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: - Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels). - Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. - Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. - Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen).

Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken (www.checklistgroenbouwen.nl). Daarnaast zijn er op de website www.bouwnatuurinclusief.nl veel tips om natuurinclusief te bouwen. Voor de ontwikkeling van het plangebied raden wij de volgende natuurinclusieve maatregelen aan: - Bij de aanleg van groenstructuren in het plangebied worden bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of Ruimtelijke onderbouwing Osseweg ong. Heesch

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=c59c07db-bc62-493b-a9b9-4d648077bfd4