CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Laar 66

Raadsvergadering 12 december 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Afgeven verklaring van geen bedenkingen Laar 66, Nistelrode*17.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ‘Laar 66 Nistelrode’

18 OKTOBER 2024 STATUS: ONTWERP

Gemeente Bernheze Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

Gegevens opdrachtgever Naam

: Bakkerij Van Mook

Adres

: Laar 66 Nistelrode

Postcode

: 5388 HK

Plaats

: Nistelrode

Gegevens adviesbureau Naam

: Pittiger in planologie

Adres

: Verwestraat 32

Postcode

: 5491 BZ

Plaats

: Sint Oedenrode

Telefoon

: 06-19743337

Internet

: www.pittiger.com

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

2

Inhoudsopgave

1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding ................................................................................................................................ 4

1.2

Huidige situatie plangebied ..................................................................................................... 4

1.3

Ligging en begrenzing plangebied ........................................................................................... 5

1.4

Vigerend bestemmingsplan ..................................................................................................... 7

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................................ 8

2.

Planbeschrijving .......................................................................................................................... 9 2.1

Toekomstige situatie ................................................................................................................ 9

2.2

Stedenbouw ........................................................................................................................... 12

2.3

Verkeer en parkeren .............................................................................................................. 12

3.

Beleidskader ............................................................................................................................. 14 3.1

Rijksbeleid ............................................................................................................................. 15

3.2

Provinciaal beleid .................................................................................................................. 16

3.3

Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 19

4.

Milieuhygiënische aspecten ...................................................................................................... 25 4.1

Algemeen .............................................................................................................................. 26

4.2

Akoestiek ............................................................................................................................... 26

4.3

Archeologie en cultuurhistorie ............................................................................................... 27

4.4

Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 32

4.5

Bodem ................................................................................................................................... 33

4.6

Externe Veiligheid .................................................................................................................. 35

4.7

Natuur .................................................................................................................................... 41

4.8

Kabels en leidingen ............................................................................................................... 43

4.9

Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 43

4.10

Water ..................................................................................................................................... 46

4.11

Geur ....................................................................................................................................... 49

4.12

Milieueffectrapportage (M.e.r.) .............................................................................................. 52

4.13

Volksgezondheid ................................................................................................................... 52

4.14

Straling .................................................................................................................................. 54

5.

6.

Uitvoeringsaspecten.................................................................................................................. 55 5.1

Economische haalbaarheid ................................................................................................... 55

5.2

Overleg en maatschappelijke haalbaarheid .......................................................................... 55 Bijlagen ..................................................................................................................................... 56

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

3

1.

Inleiding

1.1 Aanleiding Ter plaatse van de locatie Laar 66 in Nistelrode is een bakkerij gevestigd. De eigenaar van de bakkerij is voornemens de bakkerij uit te breiden en op de verdieping drie appartementen te realiseren. Dit past niet in het vigerende bestemmingsplan. Met die reden is een principeverzoek opgesteld en voorgelegd aan het college van B&W. In maart 2022 heeft het college besloten, onder voorwaarden, in principe medewerking te willen verlenen aan het initiatief. Om het initiatief mogelijk te kunnen maken moet een ruimtelijke procedure worden doorlopen. Gekozen is voor een uitgebreide procedure omgevingsvergunning (activiteit ‘Handelen in strijd met R.O.’). Zo’n procedure maakt de afwijking van het bestemmingsplan mogelijk voor een specifiek bouwplan. Via een ruimtelijke onderbouwing – welke onderdeel uitmaakt van de aanvraag – moet worden onderbouwd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze onderbouwing strekt daartoe. 1.2 Huidige situatie plangebied De afbeelding hieronder laat de huidige situatie van het plangebied van bovenaf zien, zie ter hoogte van de pin en tekst ‘Van Mook de Echte Bakker Nistelrode.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

4

De foto’s hieronder geven de huidige situatie in het plangebied vanaf straatniveau weer.

1.3 Ligging en begrenzing plangebied Nistelrode Nistelrode ligt in het noordoosten van Noord-Brabant, grofweg gelegen tussen Oss en Uden in. Tot 1 januari 1994 was Nistelrode een zelfstandige gemeente. Deze gemeente besloeg een oppervlakte van 3.299 ha en telde twee kerkdorpen - Nistelrode en Vorstenbosch – en een gedeelte van Loosbroek. Nistelrode bestond uit de volgende wijken: Laar, Maxend, Menzel, Delst, Donzel, Kleinwijk, Weijen en Loo. Sinds 1 januari 1994 is Nistelrode één van de kernen in de landelijke gemeente Bernheze. Naast het dorp Nistelrode, bestaat de gemeente uit de dorpen Heesch, Vorstenbosch, Loosbroek en Heeswijk-Dinther. Van de circa 30.000 inwoners die de gemeente Bernheze telt, wonen er circa 6.000 mensen in Nistelrode.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

5

Nistelrode maakt deel uit van een reeks van oude ontginningen op de Peelhorst, die langs de Peelrandbreuk liggen. De ruimtelijke structuur van Nistelrode wordt bepaald door lintbebouwing in een noord-zuidrichting, evenwijdig aan de Peelrandbreuk. Nistelrode heeft een historisch centrum met karakteristieke driehoekige pleinen en historische bebouwing. De structuur van de uitbreidingen van Nistelrode loopt hoofdzakelijk evenwijdig aan de oude wegenstructuur. Kenmerkend voor de ruimtelijke structuur zijn de buurtschappen Menzel, Donzel, Kantje en Maxend, die met Nistelrode zijn verbonden door een aaneengesloten lint van voornamelijk agrarische bebouwing. Aan de noordzijde van de kern, tussen de woonbebouwing van de kern en de Noorderbaan (die aansluit op de A50), ligt het kleinschalige bedrijventerrein Kleinwijk. De oude wegen naar het centrum zijn voorzien van laanbeplanting, die veelal is onderbroken of versnipperd. Vanuit het buitengebied strekt het groen op een aantal locaties nog relatief ver door tot de kern. In één van deze groene lobben bevindt zich de molen. De randen van de kern hebben een verschillend karakter. In het noorden en oosten wordt het bebouwd gebied begrensd door de Noorderbaan en de A50. Het gebied tussen de kern en de A50 is ingevuld met een sportpark en agrarische percelen. De west- en zuidrand zijn over het algemeen zacht te noemen.

Ten noorden van de Noorderbaan liggen de bosgebieden van de Maashorst. In het westen en zuiden liggen agrarische gronden. De historische linten, die alle min of meer parallel aan de Peelrandbreuk lopen, hebben cultuurhistorische waarde. In de kern Nistelrode, is net als in Heesch en Heeswijk-Dinther, sprake van een centrumgebied waar voorzieningen zijn geclusterd. Nistelrode en de andere benoemde kernen zijn grotendeels zelfvoorzienend en hebben op gemeentelijk niveau een verzorgingsfunctie. Op korte afstand van de gemeentegrenzen zijn in de grotere kernen Oss, Uden en Veghel voorzieningen aanwezig die grootschaliger van aard zijn (breder en specialistisch winkelaanbod, bioscoop, theater etc.). In alle kernen van de gemeente is basisonderwijs aanwezig. Daarnaast zijn er twee scholen voor voortgezet onderwijs: het Hooghuis Lyceum in Heesch en gymnasium Bernrode in Heeswijk-Dinther. Het plangebied Het plangebied bevindt zich op de locatie Laar 66 in Nistelrode. De locatie is gelegen nabij het centrum van Nistelrode, waar het grenst aan de wegen ‘Laar’ en ‘Achterstraat’. Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Nistelrode, sectie B, nummer 2467 met een oppervlakte van 1.115 m2. Onderstaand is een uitsnede van de kadastrale kaart te zien, waarin het plangebied met een blauwe markering is aangegeven.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

6

1.4 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘De Kommen van Bernheze’, dat is vastgesteld op 1 juni 2011. Hieronder is een uitsnede van de verbeelding van dat bestemmingsplan ter hoogte van het plangebied weergegeven.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

7

In het plangebied zijn de gronden bestemd als ‘Detailhandel’. Op een gedeelte van het plangebied (onderstaand aangeduid met rode omlijning) is de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ van toepassing.

Daarnaast geldt voor het hele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’. Toetsing initiatief aan vigerend bestemmingsplan De uitbreiding van de bakkerij is in strijd met de bouwregels van het vigerende bestemmingsplan, daar hier gesteld wordt dat hoofdgebouwen alleen binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd. Ter plaatse van de uitbreiding is geen sprake van een bouwvlak. Daarnaast is wonen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan. De vigerende bestemming ter plaatse is ‘Detailhandel’ met de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’, waardoor het enige wonen dat is toegestaan in een bedrijfswoning (eentje) is toegestaan. Het initiatief bevat 3 burgerwoningen in de vorm van appartementen. De dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie – 2’ vormt geen belemmering voor het initiatief, omdat niet meer dat 250 m2 dieper dan 0,4 meter aan grond geroerd gaat worden. 1.5 Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing bevat 5 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk zal in hoofdstuk 2 de toekomstige situatie meer gedetailleerd uiteengezet worden. In de hoofdstukken 3 en 4 komen het beleid en de randvoorwaarden die in acht moeten worden genomen aan bod. Hoofdstuk 5 bevat de uitvoeringsaspecten.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

8

2.

Planbeschrijving

2.1 Toekomstige situatie Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande bakkerij uit te breiden en drie appartementen te realiseren op de verdieping. Hiertoe wordt nieuwe bebouwing toegevoegd die aansluit op de bestaande bebouwing. Hieronder is de situatieschets van de toekomstige situatie opgenomen, waarbij de donker gemarkeerde vlakken de nieuw te realiseren bebouwing aangeven.

Onderstaand zijn de plattegronden (begane grond en eerste verdieping) behorende bij de toekomstige situatie te zien.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

9

Begane grond – Bakkerij

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

10

Verdieping – Drie appartementen

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

11

2.2 Stedenbouw Voor de uitbreiding van de bakkerij met daarboven appartementen is gekozen om het ontwerp ca. 3m terug te laten springen van de bestaande bebouwing. Om de hoofdmassa van de uitbreiding vorm te geven zijn er sprongen in de gevel aangebracht met tweemaal een dwarskap en Franse balkons in de verblijfsruimtes. De gevel van de uitbreiding is geïnspireerd op het gebouw uit de tijd van de bakkerij zelf (1914) en sluit aan bij het dorpse karakter wat de opdrachtgever voor ogen heeft. In de kap van de appartementen zijn Franse balkons aangebracht om te voorzien in voldoende daglichttoetreding in de woningen. 2.3

Verkeer en parkeren

2.3.1

Verkeer

Het plangebied is direct gelegen aan de Achterstraat en aan de Laar, twee bestaande wegen. Er hoeven daarom geen nieuwe openbare wegen aangelegd te worden om het complex te kunnen ontsluiten. De ontsluiting van het plangebied is goed te noemen. Vanaf meerdere zijden, via de Achterstraat en de Laar, is het plangebied bereikbaar, wat als voordelig wordt beschouwd in geval van calamiteiten. Het beoogde initiatief heeft een effect op de verkeersbewegingen. Onderstaand is de verkeersgeneratie van de beoogde situatie ten opzichte van de huidige situatie toegelicht. Deze cijfers zijn verkregen via de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ van CROW en een realistische opgave van de initiatiefnemer. Huidige situatie De planlocatie gelegen in ‘schil van het centrum’, het is er ‘weinig stedelijk’. Functie

Gemiddelde verkeersgeneratie per etmaal per 100 m2 BVO

Totaal BVO

Gemiddelde verkeersgeneratie per etmaal totale oppervlakte

Bakkerij Buurt- en dorpscentrum

103,7

Ca. 85 m2

89 verkeersbewegingen

Ruimten ondergeschikt aan bakkerijfunctie – Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)

8,55

Ca. 590 m2

51 verkeersbewegingen

Totaal

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

140 verkeersbewegingen

12

Beoogde situatie De planlocatie gelegen in ‘schil van het centrum’, het is er ‘weinig stedelijk’. Functie

Gemiddelde verkeersgeneratie per etmaal (per 100 m2 BVO/per stuk)

Totaal BVO

Gemiddelde verkeersgeneratie per etmaal totale oppervlakte

Bakkerijactiviteiten

n.v.t., want via opgave initatiefnemer bepaald

n.v.t., want via opgave initatiefnemer bepaald

524 verkeersbewegingen

3 appartementen ca. 57 m2 per stuk Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)

4.1

n.v.t.

13 verkeersbewegingen

Totaal

537 verkeersbewegingen

Door het planvoornemen is sprake van een toename van 397 verkeersbewegingen per etmaal. De reeds aanwezige infrastructuur kan dit prima afwikkelen. Het wegprofiel is afdoende. De toename is verwaarloosbaar. 2.3.2

Parkeren

Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid (9 juli 2015) en de daarbij behorende parkeernormen geldt voor onderhavig initiatief een parkeernorm zoals onderstaand is genoteerd. -

-

-

3 appartementen: (Eenpersoonswoning met een oppervlakte minder dan 60 m2) 1,3 parkeerplaatsen = (1,3 x 3) 3,9 parkeerplaatsen Bakkerij: (Food winkels Nistelrode) 3 parkeerplaatsen per 100 m2 BVO = (3 x 85 m2 BVO) 2,6 parkeerplaatsen Ruimten ondergeschikt aan de bakkerij: (Industrie, werkplaats) 2,5 parkeerplaatsen per 100 m2 BVO = (2,5 x 750 m2 BVO) 15 parkeerplaatsen

In totaal betekent dit dat er 22 parkeerplaatsen voor het initiatief aanwezig moeten zijn. In de huidige situatie zijn drie parkeerplaatsen in openbaar gebied gelegen. Het uitgangspunt is dat deze parkeerplaatsen bij de beoogde situatie eveneens ingezet kunnen worden voor bezoekers van de bakkerij. Er dienen dus nog 19 parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd. De afbeelding hieronder geeft deze situering van de parkeerplaatsen weer. Hierbij zijn tevens de parkeerplaatsen in openbaar gebied aan de voorzijde van het gebouw weergegeven.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

13

De maatvoering van de parkeerplaatsen is conform NEN2443. Voldaan wordt aan het gemeentelijke parkeerbeleid. Voor fietsparkeren bij woningen geldt een specifieke norm van 1 fietsparkeerplaats per kamer. Hiervoor is voldoende ruimte in het trappenhuis. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat voor zowel auto- als fietsparkeren voldaan wordt aan het gemeentelijk parkeerbeleid.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

14

3.

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

De Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Onderhavig initiatief past binnen de kaders van de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken moeten worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, de laddertoets. De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Voor dergelijke ontwikkelingen moet beoordeeld worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Vervolgens moet de behoefte aan de ontwikkeling worden gemotiveerd. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

15

sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Hierover is allerlei jurisprudentie voor handen. Bij onderhavig initiatief moet er met betrekking tot de ladder voor duurzame verstedelijking gekeken worden naar twee functies, namelijk: de winkel (in de vorm van een bakkerij) en wonen. Winkel – Bakkerij In de bestaande situatie is reeds een bakkerij aanwezig op de planlocatie. Deze bakkerij heeft een oppervlakte van ca. 675 m2. De bakkerij wordt vergroot naar een totale oppervlakte van ca. 835 m2. Per saldo wordt er dus 160 m2 toegevoegd. In het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking blijkt uit jurisprudentie dat een dergelijke functie aangeduid wordt als stedelijke ontwikkeling wanneer er een oppervlakte van ca. 500 m2 of meer wordt toegevoegd. De toe te voegen oppervlakte blijft hier ruimschoots onder en de ladder voor duurzame verstedelijking is dus niet van toepassing op dit onderdeel. Woningen Voor woningbouwlocaties geldt o.b.v. jurisprudentie dat vanaf 12 nieuwe woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In onderhavige situatie gaat het om het planologisch mogelijk maken van drie nieuwe woningen. Het planvoornemen betreft geen stedelijke ontwikkeling zoals is bedoeld in het Bro.

Om die reden hoeft de behoefte en invulling ervan – in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking - niet nader gemotiveerd te worden. De functies samen zijn eveneens niet als een stedelijke ontwikkeling aan te merken, omdat ook de ontwikkeling in zijn totaliteit bezien ruim onder de omvang blijft die in jurisprudentie de ‘maatstaf’ is. Zo is de omvang van het totaalinitiatief niet meer dan 500 m2 en is het totaalinitiatief kleiner van omvang dan 12 woningen. De ladder voor duurzame verstedelijking is op onderhavig initiatief niet van toepassing en behoeft daarom niet verder doorlopen te worden. 3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.

Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

16

Onderhavig initiatief is niet in strijd met de Omgevingsvisie Noord-Brabant. De beleidsdoelstellingen vanuit de Omgevingsvisie Noord-Brabant zijn nader uitgewerkt in een provinciale ruimtelijke verordening die instructieregels voor gemeenten bevat. Op 1 januari 2023 zal die verordening tegelijkertijd met de Omgevingsvisie in werking treden. Tot die tijd geldt de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 en de daaruit voortgevloeide Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant waaraan gemeenten zich moeten houden. Hieronder wordt op beide instrumenten nader ingegaan. 3.2.2

Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben in hun vergadering van 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie RO 2010 vastgesteld. De provincie geeft in de structuurvisie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Deze partiële herziening richt zich alleen op het verwerken van besluitvorming die op provinciaal niveau al heeft plaatsgehad. De grootste wijzigingen ten opzichte van de vigerende provinciale structuurvisie hebben te maken met ‘De transitie van stad en platteland, een nieuwe koers’ en met ‘Brabant als onderdeel van de top van de Europese kennis- en innovatieregio’. De provincie wil, meer dan voorheen, het denken en handelen van burgers en ondernemers vertrekpunt laten zijn voor ontwikkelingen. De overheid stuurt daarbij vanuit een heldere visie op randvoorwaarden, die burgers, ondernemers en hun organisaties invullen en realiseren. Maatschappelijke participatie wordt de focus, de overheid neemt het oplossen van maatschappelijke problemen niet over, maar ondersteunt deze. De provincie daagt burgers en ondernemers uit om bij te dragen aan een vitaal Brabant. Een onderdeel hiervan is de transitie naar een zorgvuldige veehouderij.

Voor een top kennis- en innovatieregio op Europees niveau is onder andere een sterke agglomeratiekracht nodig. De provincie wil zich daarom meer gaan richten op het versterken van het stedelijk netwerk in Brabant (samen met alle overige betrokken partijen). Verder bevat de nieuwe structuurvisie zaken die de voormalige structuurvisie ook al bevatte. Zo geeft de provincie NoordBrabant in haar structuurvisie nog steeds de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid weer, is de visie bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie en biedt het een basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt. De visie geeft een ruimtelijke vertaling van de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Er wordt aandacht besteed aan zaken zoals concentratie van verstedelijking, zuinig ruimtegebruik, verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en aaneengeschakelde natuurgebieden en de concentratiegebieden voor glastuinbouw en intensieve veehouderijen. Het voorgenomen initiatief draagt bij aan het aspect ‘concentratie van verstedelijking’ en ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ doordat binnenstedelijk wordt ontwikkeld in plaats van buitenstedelijk.

De beleidsdoelstellingen vanuit de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 zijn nader uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierin zijn regels gesteld waaraan gemeenten zich moeten houden bij het opstellen van bestemmingsplannen. In de paragraaf hierna wordt onderhavig initiatief aan de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant getoetst. 3.2.3

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant regelt diverse ruimtelijke onderwerpen, welke op perceelniveau per onderwerp zijn begrensd en visueel op een kaart met verschillende kaartlagen zijn Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

17

weergegeven. Hierdoor is voor ieder gebied in Noord-Brabant duidelijk welke regels er wat betreft provinciaal ruimtelijk beleid gelden. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waar ze aan toe zijn. Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de instructieregels voor gemeenten voor de ‘Landelijke kern’. Zie de uitsnede van de kaart van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter hoogte van het plangebied (rode pijltje) hieronder.

Het initiatief waar het hier om gaat betreft het uitbreiden van een bestaand pand, waarbij een bestaande bakkerij op de begane grond wordt vergroot en op de verdieping drie appartementen worden toegevoegd. Op onderhavig initiatief is artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van toepassing. In dit artikel is geregeld dat ontwikkelingen die voorzien in de functie ‘Wonen, werken of voorzieningen’ binnen het stedelijk gebied moeten zijn gelegen. Onderhavig initiatief, stedelijk van aard als het gaat om de provinciale definiëring van stedelijke ontwikkeling - ligt in het bestaand stedelijk gebied. Ook moet de ontwikkeling passen in de regionale afspraken. Het college van B&W van de gemeente Bernheze heeft op 13 oktober 2015 besloten om op basis van een aantal voorwaarden ruimte te bieden aan particuliere woningbouwinitiatieven. De ruimte inclusief de voorwaarden die de gemeente hiermee aan particulieren biedt is passend binnen de afspraken die de gemeente in het RRO heeft gemaakt. Verder geldt dat het initiatief een duurzame stedelijke ontwikkeling moet zijn.

Hiervoor gelden diverse criteria, namelijk: • bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; • bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; • geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

18

• houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; • geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; • draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Het initiatief geeft hieraan invulling, omdat het de uitbreiding/ herontwikkeling van een bestaande binnenstedelijke locatie betreft met een programma waaraan behoefte is (zorgvuldig ruimtegebruik). De functies die van toepassing zijn passen in het centrum dat bij uitstek een locatie is voor onderhavig initiatief. Daarbij geldt dat de omgeving niet hinderend is voor het initiatief of andersom (veilige en gezonde leefomgeving). De ligging van het initiatief maakt het gebruik van duurzame energie goed mogelijk, omdat het in het bestaand stedelijk gebied is gelegen dat op het net is aangesloten en ook als eerste aangesloten zal blijven. Hemelwaterberging en -infiltratie is onderdeel van het initiatief (voldoende ruimte voor opvang water). De ligging van het initiatief is dichtbij OV-routes, waardoor invulling wordt gegeven aan het aspect duurzame mobiliteit. Verder draagt het initiatief bij aan een duurzame concurrerende economie, een bestaande bedrijfsfunctie wordt uitgebreid om te kunnen blijven zorgen voor een goede exploitatie van het bedrijf op de langere termijn.

Verder is paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing. Het gaat in onderhavige situatie dan vooral om de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en voor zover het het landelijk gebied betreft ook kwaliteitsverbetering van het landschap. Met dit plan wordt - met uitzondering van kwaliteitsverbetering van het landschap, omdat het een binnenstedelijke ontwikkeling betreft - hieraan invulling gegeven. Het plan is gelegen in de bebouwde kom van Nistelrode. Door een bestaande bakkerij uit te breiden en drie woningen toe te voegen is dergelijk ruimtebeslag niet op een uitbreidingslocatie benodigd. Het plangebied is gelegen nabij het centrum en daardoor aan alle zijden reeds ingekapseld door bestaande bebouwing. Het initiatief wordt gerealiseerd in bestaande bebouwing, welke deels uitgebreid wordt. Doordat sprake is van hergebruik kan gesproken worden over een duurzame ontwikkeling. Qua architectuur, vorm, massa en materiaalgebruik is de bestaande situatie zoveel mogelijk uitgangspunt. Door dit te hanteren en de nieuw te realiseren bebouwing hierbij aan te sluiten is het initiatief passend in het landschap en de omgeving. Zie ook paragraaf 2.2 ‘Stedenbouw’. Onder paragraaf 3.1 ‘Rijksbeleid’ is nader ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking.

Verder wordt rekening gehouden met alle van toepassing zijnde milieuaspecten, waarop in het volgende hoofdstuk nader ingegaan wordt. Op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is er in verband met het voorgenomen initiatief geen sprake van strijdigheden. Voldaan wordt aan de Interim omgevingsverordening NoordBrabant. 3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Bernheze

De Structuurvisie Bernheze die op 11 februari 2010 door de gemeenteraad van Bernheze is vastgesteld geeft een samenhangend beeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de hele gemeente tot het jaar 2015 dan wel totdat de visie is ingetrokken. De gemeente Bernheze bevat vijf dorpskernen: Heesch, Heeswijk-Dinther, Nistelrode, Vorstenbosch en Loosbroek. Bernheze wil een gemeente met een dorpse uitstraling blijven. Kleinschalige verstedelijking wil de gemeente niet uitsluiten, maar dient groen ingepast te zijn. Voor mensen die in de directe omgeving werken is de landelijke uitstraling van de gemeente een reden om naar een dorp Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

19

te verhuizen. Bijna elk dorp heeft zijn eigen voorzieningenaanbod waardoor de afzonderlijke dorpen als zelfstandig benoemd kunnen worden. Uitbreidingen hebben vooral plaatsgevonden rondom de bestaande dorpen. Deze zijn aan de kernranden opgerekt. De komende jaren wenst de gemeente de verstedelijking te concentreren in de gebieden rondom de dorpen en op de vrijkomende percelen in de dorpen zelf (inbreiding). Hierbij is het streven gericht op kwaliteit en in mindere mate op kwantiteit. Wat betreft dorpsontwikkeling wordt ingezet op het behoud van de diversiteit van de kernen en linten. Het afwisselende karakter van kleinschalige bedrijvigheid, agrarisch gebruik en woningbouw zorgt dat het gebied dynamisch blijft. Om te voorkomen dat zowel senioren als jongeren de gemeente verlaten, wordt ingezet op kleinschalige woningbouw met passende woningtypen. Deze kwalitatieve woningbehoefte is leidend bij de locatiekeuze. Waardevolle doorzichten naar het buitengebied dienen behouden te blijven. In eventuele nieuwe uitbreidingen komt het onderliggende landschap terug in het stedenbouwkundig ontwerp. Dit alles vraagt grote aandacht voor stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteit. Plaatselijk kan ingezet worden op de realisatie van exclusieve woonbuurten. Ook hierbij wordt het onderliggende landschap als inspiratiebron gebruikt.

Het landelijk wonen nabij een verstedelijkte omgeving is een kwaliteit van de gemeente. Wat grotere uitbreidingen zijn alleen gewenst aan de westzijde van de kern Heesch. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Nistelrode en heeft een kleinschalig karakter. Het betreft een initiatief waarbij de bestaande bebouwing wordt vergroot ten behoeve van de uitbreiding van een bestaande bakkerij en de realisatie van drie appartementen op de verdieping. Gezien bovenstaande is onderhavig plan in lijn met de Structuurvisie Bernheze. 3.3.2

Volkshuisvesting

Woonvisie 2022 – 2026 In samenwerking met onder andere woningcorporaties, huurdersorganisaties, dorpsraden, zorg- en welzijnsinstellingen heeft de gemeente Bernheze een woonvisie opgesteld. Deze is op 2 november 2021 door de gemeenteraad van Bernheze vastgesteld. Met deze woonvisie wordt ingezet op betaalbaarheid, waarbij de aandacht hoofdzakelijk wordt gericht op de doelgroepen senioren, jongeren en jonge gezinnen. In 2021 zijn de woonwensen en -behoeften van de inwoners gepeild middels presentaties en bijeenkomsten. De uitkomsten van dit specifieke onderzoek, alsmede het gebruik van diverse algemene onderzoeken (Woonwensenonderzoek 2019 Bernheze, Woonwensen onderzoek 2019 van de regio Noordoost Brabant en de regionale woningmarktmonitor 2020), zijn gebruikt voor het opstellen van de nieuwe woonvisie. Deze spitst zich toe op vijf thema’s: 1. -

Voldoende woningen bouwen, snel en voortvarend In de periode tot en met 2026 worden er 1.160 woningen toegevoegd. Er wordt in ieder kern gebouwd. Er wordt ingezet op woningbouw op inbreidings- en op uitbreidingslocaties. Meer regie op de woningbouwproductie. De keten van idee naar uitvoering waar mogelijk versnellen. Voorrang aan grotere woningbouwplannen.

2. -

De juiste woningen op de juiste plek Focus op betaalbaarheid. Meer woningen voor jongeren en senioren.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

20

-

Meer variatie in het woningaanbod. Maatwerk per kern. Openstaan voor experimenten in woonvormen en gronduitgiften. Meerdere, uiteenlopende doelgroepen in één woningbouwontwikkeling. Een bij de behoefte passend woningbouwprogramma. Steviger regie voeren op de programmering en realisatie (in aantal en kwalitatief). ‘’Out of the box” denken voor aanvullend instrumentarium. Committeren aan de taakstelling voor vergunninghouders. RvR-woningen anders insteken: clusteren in kernrandzone, een gevarieerder programma dat voldoet aan de woonvisie, dus: meer betaalbaar, woonzorg en alternatieve woonvormen.

3.

Toekomstbestendig en duurzaam Duurzame bestaande voorraad en nieuwbouw:

-

Energieneutraal in 2050. Nieuwbouw BENG en gasloos. De hele woningvoorraad van het gas af in uiterlijk 2050. Op kortere termijn focus op no regret maatregelen. In 2030 heeft het woningbestand van iedere corporatie gemiddeld energielabel A en zijn alle sociale huurwoningen waar mogelijk voorzien van zonnepanelen. Wonen en zorg:

-

Alle inwoners leven in een veilige thuissituatie. Voldoende woonaanbod om mensen met en zonder zorgvraag zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen laten wonen. Samenwerking met betrokken partijen intensiveren.

4.

Maatwerk voor onze kernen

-

Voldoende en de juiste woningen bouwen in iedere kern. Werken aan een toekomstbestendige woonomgeving, fysiek en sociaal. Ontmoeten stimuleren. Samenwerken met Dorpsraden voortzetten.

5.

Samenwerken aan uitvoering

In deze woonvisie zijn per dorp ook accenten gelegd. Voor Nistelrode zijn dit, per thema, de volgende accenten. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Uitgangspunt op basis van notitie ‘Bouwen voor de Toekomst’: vergroten voorraad woningen met 232 woningen. Planvoorraad niet voldoende, zoekopgave voor extra nieuwbouw. Circa 70 sociale huurwoningen toevoegen. In totaal 20-25% van de nieuwe woningen levensloopbestendig en nieuwe woonzorgconcepten. Woningen voor ouderen: CPO, patiowoningen, hofjeswoningen - dichtbij voorzieningen situeren gezamenlijke openbare ruimte. Gevarieerd programma conform differentiatie woningbouwprogramma, waaronder woningen voor jongeren (goedkope koopwoningen). Project starterswoningen opzetten.

Onderhavig initiatief is passend in het gemeentelijke woningbouwprogramma. Dat betekent dat er in kwantitatieve zin ruimte is voor de drie te realiseren woningen. Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

21

De woningen die worden beoogd zijn appartementen in de categorie ‘middeldure huur’, geschikt voor onder andere starters die dicht bij alle voorzieningen in het centrum willen wonen. Onderhavig initiatief vindt aansluiting bij de woonvisie 2022 – 2026.

3.3.3

Bedrijfsvoering

Economische visie Bernheze 2021 – 2026 Bernheze streeft naar een vitale duurzame economie en arbeidsmarkt voor al haar ondernemers en inwoners. Om dit te kunnen verwezenlijken hebben zij de beleidsnota ‘Economische visie Bernheze 2021 – 2026’ opgesteld, die op 5 januari 2021 is vastgesteld. Met betrekking tot het economisch beleid zijn zes speerpunten van belang, waarbinnen eveneens actielijnen geformuleerd zijn: 1. Kernen en centra: Benutten (maatschappelijk) vastgoed/openbare ruimte in en rond centra o Tegengaan van leegstand van commerciële ruimtes door functieverbreding, herbestemming, concentratie van winkels in centra en revitalisering van centra en openbare ruimte. o Stimuleren werk- en ontmoetingsruimtes. o Versterken van het aantrekkelijk en gezond verblijfsklimaat in de openbare ruimte en creëren van reuring. Cross-overs kernen en buitengebied o Stimuleren van de agrarische identiteit in centra door relaties te leggen met buitengebied. o Uitdragen identiteit in centra. o Creëren en profileren van infrastructurele verbindingen om zo functionele samenhang tussen kernen en buitengebied te versterken. Wonen o Onderzoeken woningbouw op bedrijfslocaties. o Woningbouw voor draagvlak voorzieningen. o Woningbouwprogrammering voor aantrekken en behouden van talent en jongeren door het woningbouwbeleid af te stemmen op deze doelgroep.

Samenwerken in centra o Overleg met ondernemersorganisaties. Kennisontwikkeling o Investeren in kennisontwikkeling binnen de gemeente op gebied van centrumontwikkelingen en detailhandel door middel van opleidingen en excursie. 2. Buitengebied Vinden van nieuwe economische dragers Versterking van de landbouw o Innovaties/experimenten aanjagen en stimuleren. o Ontwikkelen en toepassen van droogteresistente gewassen i.v.m. toenemende verdroging. o Inspelen op ruimtebehoefte. o Stimuleren lokaal gebruik streekproducten. Cross-overs buitengebied en kernen o Fysieke verbindingen o Streekproducten o Attracties Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

22

3.

4.

5.

6.

o Ruimte bieden voor verduurzaming Bedrijventerreinen o Voorzien in ruimtebehoefte. o Passende en eigentijdse werklocaties. o Ontwikkelingsperspectieven voor bedrijventerreinen. o Juiste bedrijf op de juiste plek. o Toekomstbestendige aantrekkelijkheid bedrijventerreinen. o Regionale samenwerking bedrijventerreinen. Arbeidsmarkt o Inclusieve arbeidsmarkt. o Aandacht voor inclusief ondernemen. o Aantrekken en behouden van talent en jongeren door middel van het woningbouwbeleid mede af te stemmen op deze doelgroep. o Kwalificaties verbeteren en mensen in beweging brengen. o Benutten kansen in sectoren en bij gebiedsontwikkelingen. o Netwerken verbeteren. Toekomstbestendigheid – Kwaliteit en duurzaamheid o Klimaatmitigatie. o Klimaatadaptatie. o Revitalisering. o Aandacht voor social return en verduurzaming bij ondernemers. Dienstverlening, verbinden en aanjagen o Onderhouden van korte lijnen met ondernemers(organisaties). o Aansluiten bij het keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) voor bedrijventerreinen en winkelgebied. o Verbinden van partijen. o Inzetten op een open, persoonlijke en proactieve houding en het bieden van maatwerk. o De dienstverlening wordt meetbaar gehouden d.m.v. deelname aan de enquête ‘MKB-vriendelijkste gemeente’ en we gaan in overleg over de aanbevelingen. o Doorgaan met initiatieven voor het begeleiden en stimuleren van jonge en startende ondernemers.

o Zorgdragen dat lokale partijen, m.n. klein- en middenbedrijf uit Bernheze, voldoende kans maken op gunning. o Inzetten op marketing. o Corona ondersteuningen.

In het plangebied is een bakkerij aanwezig. Onderdeel van onderhavig initiatief is het uitbreiden van de aanwezige bakkerij op de begane grond en het toevoegen van drie appartementen op de verdieping. De locatie is gelegen nabij het centrum, wat past bij de visie van de gemeente om winkels in en om het centrum te concentreren. De doelgroep waarvoor de appartementen zijn beoogd is ‘starters’. Voor de toekomstige bewoners zijn alle voorzieningen in het centrum op loopafstand gelegen. Het planvoornemen is niet in strijd met de ‘Economische visie Bernheze 2021 – 2026’. 3.3.4

Welstandsbeleid

In de gemeente Berheze zijn veel gebieden welstandsvrij. Voor enkele locaties blijft welstandstoezicht wel van toepassing. Dit geldt voor cultuurhistorische waardevolle gebieden die het bijzondere karakter van Bernheze bepalen. Er zijn in deze nota 15 gebieden aangewezen waar welstandseisen gelden. De welstandseisen zijn samengebracht in drie gebiedstypen: • het agrarisch cluster; Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

23

• •

het historisch dorpscentrum; de woningbouw uit de wederopbouwperiode.

Op de afbeelding hieronder (locatie is aangeduid met een rode pin) is zichtbaar dat het initiatief in het welstandsgebied ‘historisch dorpscentrum – Nistelrode Centrum’ ligt.

Dit betekent dat de welstandscommissie de omgevingsvergunning toetst. De historische centrumfunctie van het Raadhuisplein en de omringende straten is herkenbaar aan de diversiteit aan historische bebouwingstypologieën. De gebouwen dateren zowel uit de 19e als uit de 20e eeuw. Over het algemeen zijn de gebouwen gaaf behouden of is historische karakteristiek nog duidelijk herkenbaar gebleven. De gebouwen zijn nagenoeg alle vrijstaand en dicht op de straat geplaatst en hebben een bescheiden kavel. Enkele kenmerkende objecten zoals een kiosk en een waterpomp zijn nog aanwezig. Voor het historische dorpscentrum gelden verschillende welstandscriteria als het gaat om type bebouwing, plaatsing, situering, oriëntatie, gevelopbouw, materiaalgebruik, en kleurgebruik. Met de realisatie van het initiatief blijft de bestaande voorgevel compleet gehandhaafd, waardoor alle karakteristieke, beeldbepalende elementen intact blijven. De bebouwing die wordt toegevoegd zorgt voor een kwaliteitsverbetering, doordat de karakteristieke elementen uit de bestaande voorgevel terugkomen in de nieuw te realiseren gevelaanzichten. Onderstaand zijn hiervan impressies te zien.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

24

Bestaande situatie

Nieuwe situatie

Het planvoornemen is nog niet door de welstandscommissie beoordeeld. Dit gebeurt als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning activiteit ‘Bouwen’.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

25

4.

Milieuhygiënische aspecten

4.1

Algemeen

Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan, zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan. 4.2

Akoestiek

Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Woningen worden als geluidgevoelige objecten aangemerkt. Consequenties Wegverkeerslawaai Binnen het plangebied wordt een complex met op de begane grond een bakkerij en op de verdieping drie appartementen opgericht. Het plangebied is gelegen in een 30-km/ uur zone. Voor wegen die gelegen zijn binnen een woonerf en voor 30 km-wegen gelden geen geluidszones. Deze vrijstelling wordt gemotiveerd door het feit dat deze wegen meestal geen geluidsbelastingen veroorzaken boven de voorkeursgrenswaarde. In het kader van een goed woon- en leefklimaat is door NIPA Milieutechniek de geluidsbelasting ten gevolge van de omliggende wegen op de gevels van het complex berekend.

De rapportage van het uitgevoerde onderzoek is bijgevoegd als bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Conclusies van het onderzoek zijn hieronder opgenomen. “Omdat de maatgevende geluidbelasting van wegverkeerslawaai ten hoogste 59 dB bedraagt is het woon- en leefklimaat in de nieuwe woningen zonder onderzoek naar gevelmaatregelen niet gewaarborgd. De vereiste geluidwering is ten hoogste 26 dB.” Uit het onderzoek naar de geluidwering van de gevel, eveneens uitgevoerd door Nipa Milieutechniek (bijlage 6 bij bijlage 1,) blijkt dat: “de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de woonfuncties, met de bouwkundige materialen, opbouwen en voorzieningen volgens hoofdstuk 4, voldoet aan de nieuwbouweisen volgens het Bouwbesluit 2012. Daarmee wordt tevens een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de verblijfsruimten van de woonfuncties gewaarborgd.” Wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het initiatief. Uit het geluidonderzoek naar de geluidwering van de gevel blijkt namelijk dat het maximaal toelaatbare binnengeluidniveau niet wordt overschreden. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Industrielawaai Binnen het plangebied wordt een bestaande geluidsbron aangepast en worden gevoelige objecten (drie appartementen) ontwikkeld.

Tegen die achtergrond is door NIPA Milieutechniek een onderzoek uitgevoerd naar het aspect ‘industrielawaai’. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 1 bij deze Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

26

ruimtelijke onderbouwing. Conclusies van het onderzoek zijn hieronder opgenomen. “Milieuspoor Samenvattend is in het kader van het milieuspoor met het akoestisch onderzoek aangetoond dat de geluidniveaus berekend in de representatieve bedrijfssituatie voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidniveau (Lmax) ter plaatse van de meest kritisch gelegen be-staande en nieuwe woonfuncties van derden ten opzichte van het bedrijf kunnen voldoen aan de geluidvoorschriften van het Activiteitenbesluit.” “Ruimtelijk spoor Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus In het kader van het ruimtelijk spoor blijkt dat in de representatieve bedrijfssituatie (voor industrielawaai) bij nieuwe en bestaande woonfuncties wordt voldaan aan de toetsingswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau conform Bedrijven en Milieuzonering (B&MZ). Uit het onderzoek blijkt in de regelmatige afwijking van de RBS in de rekenpunten 13 en 14 een overschrijding van ten hoogste 4 dB van de toetsingswaarde in de dagperiode in stap 2 van B&MZ voor de optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus van 50 dB(A) voor industrielawaai overeenkomstig hoofdstuk 2. Dit is toelaatbaar omdat uit dit onderzoek blijkt dat het woon- en leefklimaat van de betreffende woningen, ook in de regelmatige afwijking is gewaarborgd.

Maximale geluidniveaus Bij de nieuwe en bestaande woonfuncties wordt ten aanzien van het maximale geluidniveau in de RBS en de afwijking niet voldaan aan de toetsingswaarden van B&MZ. Voor de beschikbare akoestische maatregelen en de onderbouwing voor afwijkende waarden wordt verwezen naar paragraaf (4.3). Er is aangetoond dat het woon- en leefklimaat van bestaande en geprojecteerde woningen is gewaarborgd.” Uit het onderzoek blijkt dat met maatregelen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor gevoelige objecten kan worden gegarandeerd, waardoor de beoogde bedrijfsvoering ter plaatse kan worden gerealiseerd. In paragraaf 4.4 Bedrijven en milieuzonering van deze ruimtelijke onderbouwing is ingegaan op de bedrijven die rondom het plangebied zijn gelegen in relatie tot de nieuwe gevoelige objecten in het plangebied (drie appartementen). Hieruit blijkt geen sprake te zijn van belemmeringen voor het woonen leefklimaat ter hoogte van de nieuwe appartementen of de bedrijfsvoering van de omliggende bedrijvigheid. Voor de motivatie hiervan wordt verwezen naar paragraaf 4.4. Mits de voorgestelde maatregelen worden toegepast vormt industrielawaai geen belemmering voor het initiatief en is zowel in als rondom het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd. Omliggende bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd.

Rail of luchtverkeerlawaai Er is geen onderzoek naar rail- en luchtverkeerslawaai uitgevoerd, omdat het initiatief niet is gelegen in de geluidszone van een spoorweg of aanvliegroute van een vliegveld. Onderzoek hiernaar is derhalve niet nodig. Geluid vormt geen belemmering voor het initiatief. 4.3

Archeologie en cultuurhistorie

4.3.1

Archeologie

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

27

Beleidskader Sinds 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht. In deze herziening van de Monumentenwet van 1988 zijn de uitgangspunten van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992) voor Nederland nader uitgewerkt. De belangrijkste veranderingen betreffen: • het streven naar behoud en bescherming van archeologische waarden in de bodem; • de kosten van archeologische werkzaamheden komen in principe voor rekening van de initiatiefnemer van bodemverstorende activiteiten (veroorzakerprincipe); • de archeologische monumentenzorg wordt een geïntegreerd onderdeel van het ruimtelijke ordeningsproces. De gemeente Bernheze heeft ervoor gekozen om in het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz, 2007) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008) een eigen gemeentelijk archeologiebeleid te formuleren. Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de "Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze" en de "Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze". Op basis van deze documenten implementeert de gemeente Bernheze haar archeologiebeleid waarbij zij rekening houdt met de juiste balans tussen een goede omgang met het archeologisch erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen.

Consequenties Volgens het archeologiebeleid van de gemeente Bernheze geldt op onderhavige locatie een hoge archeologische waarde. Hierbij is archeologisch onderzoek vereist als dieper dan 0,40 meter en meer dan 250 m2 aan verstoringsoppervlakte geldt. Zie de volgende uitsneden uit dit archeologiebeleid.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

28

Omdat ter plaatse van onderhavig plangebied niet meer geroerd gaat worden dan 250 m2 is een archeologisch onderzoek niet benodigd. Wel geldt te allen tijde een zorgplicht. Mochten archeologische vondsten worden gedaan, dan moet het bevoegd gezag hiervan op de hoogte worden gebracht. Archeologie vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief. 4.3.2

Cultuurhistorie

Beleidskader Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De gemeente Bernheze heeft een eigen Cultuurhistoriekaart die in 2014 is vastgesteld waaraan het planvoornemen zal worden getoetst in deze paragraaf. Consequenties Het gebied waarop deze ruimtelijke onderbouwing betrekking heeft is getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is volgens de cultuurhistorische waardenkaart gelegen in de regio Peelrand. Zie de uitsnede van de kaart hieronder.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

29

Regio Peelrand De regio Peelrand is een zwak golvend dekzandlandschap dat als een hoefijzer rond het voormalige veengebied van de Peel ligt. Door het westelijk gedeelte loopt de Peelrandbreuk, die de Centrale Slenk en de Peelhorst van elkaar scheidt. Langs de breuk vindt nog steeds beweging plaats. Aan het aardoppervlak is de breuklijn hier en daar te zien als een trede in het terrein met een hoogteverschil van enkele meters. Langs de breuklijn komt kwel aan de oppervlakte (wijst). Deze natte delen vormen het brongebied van de bovenlopen van de Aa. De oostzijde van de Peelhorst wordt eveneens door een breuk begrensd. Het noordelijke gedeelte van de Peelhorst is een vlak gebied met plaatselijk dekzandruggen en bevat een gradiëntrijke overgang naar de regio Maaskant waar kwel aan de oppervlakte komt. Het westelijke gedeelte van de Peelrand bestaat uit het open beeklandschap van de Aa.De Peelrand is een overwegend oud en gevarieerd zandlandschap met een kralensnoer van agrarische nederzettingen, akkercomplexen, weilanden en bossen. De oude dorpen liggen in een wijde boog rond het voormalige hoogveengebied. Het oude zandlandschap rond Stiphout met bolle akkers, beemden, hakhoutbosjes en -wallen is een voorbeeld van dergelijke oude ontginningen. Op verschillende plaatsen zijn in de beekdalen restanten van vloeisystemen aangetroffen.

De boeren gebruikten de randen van de Peel om hun vee te weiden, om strooisel te winnen voor de potstallen en om, op bescheiden schaal, turf te steken. In de loop van de afgelopen 1000 jaar werd er vanuit deze dorpen steeds verder geknabbeld aan de randen van het veen. Karakteristiek zijn de vele kloostercomplexen, kerken en processieparken. Tussen de oude dorpen en het Peelgebied liggen jonge ontginningen en boscomplexen uit de negentiende en twintigste eeuw. In deze randzone ontstonden nieuwe dorpen als Odiliapeel en Venhorst. Met het in cultuur nemen van deze 'woeste gronden' werd ook de waterhuishouding steeds verder gereguleerd. Bestaande beken werden rechtgetrokken en stroomopwaarts verlengd en er zijn tal van nieuwe waterlopen gegraven. Bij Mill ligt een deel van de Peel-Raamstelling, bestaande uit het Defensiekanaal, inundatieterreinen en diverse kazematten. Het westelijke gedeelte van de Peelrand is na de Tweede Wereldoorlog sterk verstedelijkt. Hier liggen grote plaatsen als Helmond, Deurne, Uden, Oss, Someren, Gemert en Heesch. Het oostelijk gedeelte van de Peelrand wordt gekenmerkt door kleine dorpen als Schaijk, Mill, Sint Anthonis en Overloon. De infrastructuur wordt hier bepaald door enkele regionale wegen. Cultuurhistorisch belang De Peelrand bestaat uit een ring van middeleeuwse dorpen op enige afstand van het voormalige veengebied van De Peel.

Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Enkele kastelen, diverse kloosters en de Peel-Raamstelling verlenen het gebied extra cultuurhistorische betekenis. Essentiële aspecten In de regio ligt het volgende cultuurhistorische landschap van provinciaal belang: - Oud zandlandschap bij Stiphout; Dragende structuren in de regio zijn: - De oude zandontginningen met akkercomplexen, beemden, broekgebieden; - De jonge heideontginningen; - De Zuid-Willemsvaart en het dal van de Aa; - De Peel-Raamstelling met Defensiekanaal; - De kloosters Ontwikkelingsstrategie 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio;

Ruimtelijke onderbouwing ‘Laar 66 Nistelrode’

30

2. De cultuurhistorische waarden van de Peelrand in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor het cultuurhistorisch landschap: ”Oud zandlandschap bij Stiphout” (ook deels in gebiedspaspoort Kempen); 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: “Peelhorst Oost” en “Dekzandeiland Asten-Deurne”; 4. Aandacht voor behoud en herstel van het voor Brabant unieke verschijnsel wijst. Dit kan door bij de inrichting en het beheer in het buitengebied rekening te houden met het aspect wijst en met de zichtbaarheid in het landschap. Onderhavig initiatief is gelegen in de regio Peelrand, maar tast de dragende structuren niet aan, is niet gelegen in een cultuurhistorisch landschap van provinciaal belang en staat de ontwikkelingsstrategie voor de regio waarin het is gelegen niet in de weg. In het plangebied zelf liggen verder geen rijksmonumenten en komen geen bouwkundige punten, lijnen of vlakken van enige waarde voor. Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart 2014 van de gemeente Bernheze is zichtbaar dat het plangebied is gelegen langs een oud wegtracé met redelijk hoge waarde en in een gebied dat een redelijk hoge historische stedenbouwwaardering kent.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=529eb04f-b1b2-4a7f-b93b-df46de5309da