CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing, Kampstraat 3 te Heesch

Raadsvergadering 5 juni 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Afgeven verklaring van geen bedenkingen, nabij Kampstraat 3 te Heesch *11.313 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. Onderhavig initiatief past in de kaders die hierin zijn gesteld. Beschouwing risicobronnen Om te bepalen of er in de directe omgeving bedrijven zijn gelegen waarop het Bevi van toepassing is de risicokaart geraadpleegd.

39 ROC.P2023.584.RUON

Inrichting Binnen een straal van 500 meter van het plangebied is geen risico-object gelegen. Geconstateerd wordt dat industrieterrein ‘Vorstengrafdonk’ op korte afstand van het plangebied is gelegen. Op dit industrieterrein zijn Bevi inrichtingen aanwezig, t.w.; Movianto (Keltenweg 70 Oss) en Plus distributiecentrum BV (Keltenweg 30 Oss). De afstand tussen het projectgebied en de dichtstbijzijnde bevi inrichting bedraagt ca. 750m. Het invloedsgebied van deze inrichtingen reiken niet tot aan het plangebied. Het toevoegen van één enkele woning zal geen gevolgen voor het eventuele groepsrisico hebben. Buisleidingen Ten zuidoosten zijn, op een afstand van ca 400 m, buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen met een risicocontour aanwezig. De twee aardgastransportleidingen van de Gasunie hebben een invloedssfeer. Het gaat om de A-527-KR-017 en de A-643-KR-018 met een diameter van 48-inch. De ontwerpdruk van de A-527 bedraagt 66,2-bar, de A-643 heeft een ontwerpdruk van 79,9 bar. De letaliteitsgrenzen van de 1- en 100% liggen voor de A-527 op respectievelijk 540 en 210 meter. Voor de A-643 bedragen deze afstanden 580 en 220 meter. De PR 10-6 contour ligt bij beide leidingen op de leiding. Rijksweg A59/A50 Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de snelwegen A50/A59. Over de weg A59 worden ook gevaarlijke stoffen uit de stofcategorie GF3 vervoerd.

GF3 heeft een invloedsgebied van 355 meter. Het plangebied ligt op circa 340 meter en daarmee binnen het invloedsgebied van deze stof. Het maatgevende scenario voor deze stof is een BLEVE. 40 ROC.P2023.584.RUON

Spoortraject Het plangebied ligt op 3,6 kilometer afstand van het spoortraject ’s-HertogenboschNijmegen (trajectcode: 64B.1). Over dit traject worden onder andere gevaarlijke stoffen vervoerd uit de stofcategorie D4. D4 heeft een invloedsgebied van >4.000 meter. Omdat het plangebied niet binnen 200 meter van de transportroute ligt kan worden volstaan met een beperkte verantwoording voor het scenario toxisch. Een beperkte verantwoording van het groepsrisico gaat in op de zelfredzaamheid van personen en de mogelijkheden tot het bestrijden van de gevolgen van een calamiteit binnen het plangebied. Verantwoording groepsrisico Scenario fakkelbrand (buisleiding) Vanwege de ligging van het plan in het invloedsgebied van de ondergrondse buisleiding dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. De effecten van een fakkelbrand zijn maatgevend. Het groepsrisico neemt licht toe. Volgens het Bevt valt de toename van het groepsrisico in het criterium “toename lager dan 0,1 OW”. Dit betekent dat alleen hoeft worden ingegaan op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid wordt op twee aspecten beoordeeld: 1. Is het rampscenario te bestrijden? Gezien de afstand van het plangebied tot de buisleiding is een fakkelbrand het maatgevende scenario.

De bestrijdbaarheid van een fakkelbrand bij de ondergrondse buisleiding is per definitie slecht. De brandweer is in staat om binnen het voor haar veilige werkgebied (vanaf ca.180 meter van de gasleiding) effectief en efficiënt hulp te verlenen. Binnen deze afstand kan de brandweer pas optreden nadat de gasleiding afgesloten is en de brand gedoofd is. Tot die tijd zijn in het gebied aanwezige personen op zichzelf aangewezen en kunnen secundaire branden niet geblust worden. Indien het plangebied ingericht wordt conform de landelijke richtlijnen bluswater en bereikbaarheid kunnen secundaire branden effectief worden bestreden. De Veiligheidsregio adviseert in dergelijke situaties als volgt: om potentiële bewoners actief te informeren over het aanwezige risico en handelingsperspectief. Deze informatie kan door potentiële bewoners worden meegewogen in het besluit om zich op deze locatie te vestigen. Op deze manier wordt in optimale vorm invulling gegeven aan het risicobewustzijn van de burger. Voor de werkzaamheden boven en in de directe omgeving van de gasleiding geldt een vergunningstelsel. Voer desalniettemin een strakke regie tijdens

41 ROC.P2023.584.RUON

graafwerkzaamheden aan of in de directe omgeving van de gasleiding. Hierdoor wordt het risico op graafschade sterk beperkt. 2. Is de omgeving voldoende ingericht om bestrijding te faciliteren? Rond het plangebied zijn voldoende aan- en afvoerroutes beschikbaar voor de inzet van hulpdiensten. Scenario (beperkt) toxisch (transportroute) Het relevante scenario voor het plangebied i.r.t. het transport van gevaarlijke stoffen is het overdrijven van een toxische wolk. Door bijvoorbeeld een incident tijdens de verlading of door een mechanische impact op de tank ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreid. De kans op een dergelijk ongeval is bijzonder klein. De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof. Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld.

Scenario (beperkt) BLEVE (transportroute) Vanwege de ligging van de planlocatie in het invloedsgebied van een risicobron waarvan een BLEVE ( "boiling liquid expanding vapour explosion" (kokendevloeistof-gasexpansieexplosie)) het maatgevende scenario is, dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Een BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de tank doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tank. Propaan komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Het plangebied ligt op circa 340 Meter. Het invloedsgebied strekt zich uit tot 355 meter voor GF3. De ernst van de effecten van een BLEVE nemen bij een afstand van >200 meter sterk af en blijven beperkt tot herstelbare schade en niet levensbedreigende verwondingen. Vanwege deze reden kan volstaan worden met deze standaard verantwoording van het groepsrisico: Algemeen Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit De bestrijdbaarheid van een BLEVE of fakkelbrand is slecht. Propaan wordt vervoerd in niet geïsoleerde tankwagens. Als gevolg van externe hittestraling kan deze na ca. 12 minuten ontploffen. De brandweer is bij een buisleiding in staat om binnen het voor haar veilige werkgebied (vanaf ca.180 meter van de gasleiding) effectief en efficiënt hulp te verlenen. 42 ROC.P2023.584.RUON

Binnen deze afstand kan de brandweer pas optreden nadat de gasleiding afgesloten is en de brand gedoofd is. De brandweer zal om deze reden defensief optreden en zich richten op het ontruimen van de omgeving. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als slecht beoordeeld. Bij een toxische wolk is schuilen het beste handelingsperspectief. Een gebouw (i.c. woning) is als gevolg van de eisen in het Bouwbesluit goed geïsoleerd en beschikt doorgaans over uitschakelbare mechanische ventilatie. Het schuilen kan hierdoor effectief plaatsvinden. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied. Mogelijkheden zelfredzaamheid Voor de scenario BLEVE/fakkelbrand is vluchten het beste handelingsperspectief. Dit betekent dat aanwezigen op tijd gealarmeerd en geïnstrueerd moeten worden en er voldoende vluchtwegen van de risicobron aflopend aanwezig moeten zijn. Nabij het plangebied kan van de risicobron af gevlucht worden. Schuilen in de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit met het scenario toxische wolk te overleven.

Schuilen voor een toxische wolk is mogelijk binnen de bebouwing op de planlocatie. Om veilig schuilen binnen de bebouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen te voldoen. De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Conclusie De Veiligheidsregio adviseert om de initiatiefnemers c.q. de toekomstige bewoners actief te informeren over het aanwezige risico en handelingsperspectief.

43 ROC.P2023.584.RUON

4.8 Bedrijven en milieuzonering Algemeen Indien door middel van een plan of project nieuwe milieuhindergevoelige functies mogelijk worden gemaakt, zoals woningen, moet worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen milieuhindergevoelige functies in en in de directe omgeving van de ontwikkelingslocatie niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkelingen die met een plan mogelijk worden gemaakt. Beleidskader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende milieubelastende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. In de VNG-handreiking worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk ‘rustige woonwijk’ / ’rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. De indicatieve afstanden uit de bedrijvenlijst zijn de afstanden die moeten worden aangehouden tot de gevels van woningen in een ‘rustige woonwijk’.

Voor woningen in een ‘gemengd gebied’ mag deze afstand worden gecorrigeerd en kan de indicatieve afstand met één trede worden verlaagd. Een correctie is alleen mogelijk voor de aspecten geluid, geur en stof. Voor het aspect gevaar is verlaging van de indicatieve afstand niet mogelijk. Onderzoek Binnen het vigerende bestemmingsplan ‘De Hoef, fase3’ (11-12-2014) is de omgeving geraadpleegd op relevante bedrijvigheid. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden opgenomen tot deze bedrijvigheid en is de werkelijke afstand tot aan het bestemmingsvlak van het project weergegeven: 1. Kampstraat 1A (kantoor)

Uit de bovenstaande tabel blijkt dat wordt voldaan aan richtwaarde. 44 ROC.P2023.584.RUON

Conclusie Praktisch gezien worden omliggende bedrijven niet beperkt in hun bedrijfsvoering, op basis van de richtwaarden in bovenstaande tabel.

4.9 Geurhinder De gemeenteraad heeft de Verordening Fysieke Leefomgeving (hierna: VFL) vastgesteld. Hierin staan de regels die in Bernheze gelden voor bouwen, wonen, natuur, erfgoed, milieu, wegen en water. De VFL is een samenvoeging van een reeks bestaande verordeningen en een aantal regels uit de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV). Hiermee zijn alle regels voor ruimtelijke ontwikkeling in één verordening terug te vinden. De regels zijn niet gewijzigd, wel beter op elkaar afgestemd en vereenvoudigd. Er geldt een geurnorm van 3 oue/m³ voor bestaande woongebieden. De gemeenteraad heeft een geurnorm van 8 oue/m³ vastgesteld voor bestaande bedrijventerreinen in de bebouwde kom, extensiveringsgebieden rondom kernen, extensiveringsgebieden natuur en woonwerkontwikkelingsgebieden. Voor overige gebieden geldt een geurnorm van 10 oue/m³ lucht. In artikel 4 is een vaste afstand opgenomen die in acht moet worden genomen van 50 meter binnen de bebouwde kom respectievelijk 25 meter buiten de bebouwde kom. Ter plaatse van het plangebied geldt derhalve een geurnorm van 3 oue/m³ en een vaste afstand van 50 meter. Achtergrondbelasting De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting bepaalt het leefklimaat op een locatie.

Bij de ontwikkeling van nieuwe woningen mag de achtergrondbelasting niet slecht zijn. Volgens de atlas van de ODZOB is de kwaliteit van de leefomgeving ter plaatse van het project ‘goed’. In de volgende afbeelding is een fragment uit de atlas weergegeven.

45 ROC.P2023.584.RUON

Uit het voorgaande blijkt dat veehouderijen niet worden gehinderd in hun bedrijfsvoering vanwege het feit dat andere geurgevoelige objecten, die dichterbij zijn gelegen, maatgevend zijn. Conclusie Het project vormt geen belemmering voor agrarische bedrijven. Het aspect geur vormt geen belemmering voor het project.

4.10 Volksgezondheid De verschillende GGD’s hebben een portaal ontwikkeld om de bewoners van Brabant door gezondheidsbescherming en -bevordering vroeg in de ruimtelijke ontwikkeling (vergunningverlening) een plek te geven. Het projectgebied valt binnen het thema ‘wonen, waarbij het binnen de invloedsfeer van de snelweg ligt. In bijlage 1 van de bij deze onderbouwing gevoegde haalbaarheidsrapportage, is het standaardadvies omtrent luchtkwaliteit en geluid & trillingen opgenomen. Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen knelpunt voor dit project.

4.11 Spuitzones gewasbescherming Er zijn in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld, zoals fruitbomen, en nabij gelegen woningen. Als richtwaarde wordt 50 meter aangehouden. Binnen 50 m zijn geen gronden aanwezig, waar spuitzones voor gewassen van toepassing zijn. Er is dus geen aanleiding om niet uit te gaan van een aanvaardbaar gezondheidsrisico. 46 ROC.P2023.584.RUON

Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect spuitzones gewasbescherming geen belemmering vormt voor dit plan.

4.12 Hoogspanningslijnen Sinds 2005 hanteert de Nederlandse overheid een aanvullend advies voor bovengrondse hoogspanningslijnen. Bij de planning van nieuwe hoogspanningslijnen adviseert de overheid om, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen dat kinderen langdurig blootgesteld worden aan magneetvelden die gemiddeld over een jaar sterker zijn dan 0,4 microtesla. Hetzelfde geldt voor de planning van nieuwe woningen, scholen en kinderopvangplaatsen bij bestaande hoogspanningslijnen. De aanleiding hiervoor is dat in wetenschappelijk onderzoek aanwijzingen zijn gevonden dat er rond bovengrondse hoogspanningslijnen mogelijk een verhoogde kans op kinderleukemie is als de blootstelling over langere tijd gemiddeld boven de 0,4 microtesla uitkomt. In april 2018 gaf de Gezondheidsraad de staatsecretaris in overweging om het voorzorgbeleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uit te breiden naar ondergrondse kabels en andere bronnen van langdurige blootstelling aan magneetvelden uit het elektriciteitsnetwerk. In een kabinetsreactie op deze overweging werd aangekondigd dat het huidige voorzorgbeleid voor hoogspanningslijnen zal worden geëvalueerd. Ook zullen de betrokken ministeries gaan verkennen welke maatregelen denkbaar zijn voor een verbreding van het voorzorgbeleid en welke maatschappelijke en ruimtelijke gevolgen dit kan hebben.

In onderstaande figuur is het verloop van de veldsterkte te zien in de buurt van drie verschillende hoogspanningslijnen.

47 ROC.P2023.584.RUON

Verloop van de veldsterkte in de buurt van drie verschillende hoogspanningslijnen (RIVM)

In de omgeving van het plangebied bevinden zich hoogspanningslijnen. Gezien de afstand tot het plangebied (ca. 1,5 km) heeft dit geen invloed op de ontwikkeling en leidt niet tot een belemmering. Conclusie Er zal weinig tot geen invloed zijn van magnetische velden van de hoogspanningsleiding naar het plangebied.

4.13 Explosieven Enkele jaren geleden zijn tijdens de bouwwerkzaamheden voor het realiseren woonwijk ‘De Hoef 1’ meerdere conventionele explosieven aangetroffen. Naar aanleiding van de vondst van deze explosieven heeft de gemeente een probleeminventarisatie en probleemanalyse laten uitvoeren. Uit de resultaten van de analyse volgt dat er binnen meerdere delen van het gebied De Hoef een verhoogd risico aanwezig is op het aantreffen van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. In 2010 is besloten om ook ‘De Hoef 2, fase 3’ te onderzoeken op de aanwezigheid van explosieven. Op basis van het onderzoek5 zijn een aantal terreindelen binnen het bestemmingsplan vrijgegeven. Deze zijn weergegeven op de volgende afbeelding.

Voor de realisatie van de uitweg en de huisaansluiting van het riool zal nader explosievenonderzoek nodig zijn, omdat de stook langs de noordelijke en oosteljike 48 ROC.P2023.584.RUON

perceelsgrens tot 50cm-mv is vrijgegeven. Het projectgebied is niet onderzocht, maar dit wel wenselijk omdat in 2014 aan de oostelijke perceelgrens een schokbuis is aangetroffen (en vernietigd). In het vigerende bestemmingsplan is langs de noordelijke en oostelijk perceelgrens de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - munitie' opgenomen. In dit gebied is het verboden om op of in de gronden een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag werkzaamheden uit te voeren. Voor de realisatie van de woning (of bijgebouw), maar na de sloop van de bebouwing, dient een aanvullend detectieonderzoek naar NGE plaats te vinden. Dit moet als voorwaarde aan de vergunning worden verbonden. Conclusie Er is geen sprake van een belemmering voor de ruimtelijke procedure van het perceeldeel, indien aan bovenstaande wordt voldaan.

4.14 M.e.r.-beoordeling De ontwikkeling is getoetst aan het Besluit Mer. Het oprichting van een woning, valt mogelijk onder categorie D.11.2 (stedelijk ontwikkelingsproject) van de bijlage onder D van het Besluit mer. De m.e.r.-beoordelingsplicht is van toepassing is zodra: 1. De activiteit onder één van de categorieën van activiteiten in kolom 1 valt (ongeacht de omvang van die activiteit) én 2. Sprake is van een aangewezen besluit in kolom 4, veelal een bestemmingsplan of uitgebreide omgevingsvergunning ex artikel 2.12 lid 1 onder a ten derde Wabo. Het realiseren van slechts 12 woningen wordt in de regel, op basis van jurisprudentie echter niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van slechts 1 woning. Om die reden is er geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r. Hiermee valt de gewenste ontwikkeling niet onder een van de categorieën zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. en is het Besluit m.e.r. hierdoor niet van toepassing. Conclusie Het toevoegen van een nieuwe woningen wordt op basis van de jurisprudentie niet beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r.. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan daarmee achterwege blijven.

49 ROC.P2023.584.RUON

HOOFDSTUK 5 UITVOERBAARHEID 5.1 Economische uitvoerbaarheid Het verhaal van plankosten via een exploitatieplan is uitgangspunt in de Wet ruimtelijke ordening. In de wet is ook bepaald dat van een exploitatieplan kan worden afgezien als het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. De initiatiefnemers zijn zich ervan bewust dat alle kosten die gemaakt worden in of ten behoeve van de procedure en de uitvoering voor rekening van de initiatiefnemers komen. Dit betreft onder meer de kosten voor de benodigde onderzoeken en de kosten voor het opstellen van de ruimtelijke onderbouwing Ook eventuele kosten die (door de gemeente) gemaakt (zouden) moeten worden in het openbaar gebied komen voor rekening van initiatiefnemer. Kosten worden gedekt via de leges of via een anterieure overeenkomst. Met de initiatiefnemers zal bovendien een planschadeverhaalsovereenkomst worden gesloten. Kostenverhaal is dus anderszins verzekerd als gevolg waarvan geen exploitatieplan behoeft te worden opgesteld. Conclusie Het initiatief is financieel uitvoerbaar.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op basis van de door het bevoegd gezag aangegeven (rand)voorwaarden is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. In deze ruimtelijke onderbouwing is ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders. Om een zo compleet mogelijk planologisch beeld te geven, is tevens aandacht besteed aan de ruimtelijke en milieuhygiënische (deel)aspecten. Er is inzicht gegeven in zowel de fysieke als functionele aspecten van de initiatieflocatie in relatie tot de omgeving c.q. het grotere geheel. Tevens vindt een beschrijving plaats van alle aspecten die direct met het plan te maken hebben. Omgevingsdialoog Voor dit initiatief heeft initiatiefnemer een omgevingsdialoog gevoerd. Initiatiefnemer is hiervoor bij direct omwonenden ‘langs de deur gegaan’. Op onderstaande afbeelding is het ‘verspreidingsgebied’ aangegeven: 50 ROC.P2023.584.RUON

Tijdens deze gesprekken is het plan toegelicht, waarna er gelegenheid is geweest voor het stellen van vragen. Ook is gelegenheid geboden om na het gesprek nog schriftelijk te reageren. Daar heeft niemand gebruik van gemaakt. Geen van de betrokkenen heeft bezwaren geuit op de plannen. Het Verslag Omgevingsdialoog is als bijlage 6 bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd.

51 ROC.P2023.584.RUON

HOOFDSTUK 6 ALGEHELE CONCLUSIE Er kan geconcludeerd worden dat met het initiatief sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Burgemeester en wethouders kunnen om die reden een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van het toevoegen van een extra woning op het perceel gelegen aan de Kampstraat 3 in Heesch.

52 ROC.P2023.584.RUON

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=5eea2e59-f9b9-42fc-9ff5-90f75ec99007