CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

Commissie Maatschappij en Bestuur 3 februari 2026, gemeente BernhezeBij agendapunt: Evaluatie vergaderstelsel gemeenteraad en vaststellen Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 202617.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Registratienummer:

123047 / 127843

Raadsbesluit Datum vergadering: Agendapunt: Onderwerp:

26 februari 2026 12 Evaluatie vergaderstelsel gemeenteraad en vaststellen Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

De raad van de gemeente Bernheze besluit, op basis van het bijbehorende voorstel van het presidium van 20 januari 2026; gelet op artikel 16 en artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet; vast te stellen het:

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. Amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing. b. Burgerlid: een door de raad benoemd lid van de raadscommissies, niet zijnde een raadslid. c. Commissiegriffier: de griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger. d. Commissielid: raadslid of burgerlid die deelneemt aan een commissievergadering. e. Commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger. f. Fractie: een groep raads- en burgerleden van dezelfde politieke partij. g. Griffier: de griffier van de raad of diens plaatsvervanger. h. Initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel. i. Interpellatie: verzoek om tijdens een raadsvergadering over een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester te vragen. j. Motie: verklaring waarin een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken. k. Raad: de gemeenteraad van Bernheze. l. Raadscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet. m. Raadslid: een lid van de gemeenteraad. n. Subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement. o. Voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger. Artikel 2.

Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. De voorzitter fungeert als voorzitter van het presidium.

1

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

2. Bij afwezigheid van een fractievoorzitter wordt deze vervangen door een raadslid van zijn of haar fractie. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies, voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie. 5. De leden van het presidium hebben ieder één stem. Het presidium besluit bij gewone meerderheid. Ingeval de stemmen staken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Artikel 3. De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de voorzitter, de fractievoorzitters en de voorzitters van de raadscommissies. De voorzitter fungeert als voorzitter van de agendacommissie. 2. Bij afwezigheid van een fractievoorzitter wordt deze vervangen door een raadslid van zijn of haar fractie. Bij afwezigheid van de voorzitter van een raadscommissie, wordt deze vervangen door de plaatsvervangend voorzitter van de betreffende raadscommissie. 3. De agendacommissie heeft in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen; b. het beoordelen van agenderingsverzoeken voor themabijeenkomsten; c. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies; d.

het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Gemeentewet. 4. De leden van de agendacommissie hebben ieder één stem. De agendacommissie besluit bij gewone meerderheid. Ingeval de stemmen staken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend. 5. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen als bedoeld in het derde lid, onder c, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als tenminste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. Artikel 4. De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen, de vergaderingen van het presidium en de agendacommissie en kan aanwezig zijn in raadscommissievergaderingen. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.

Hoofdstuk 2. Toelating van nieuwe raadsleden; benoeming van burgerleden en wethouders; fracties Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven, toelating en beëdiging raadsleden 1. De raad stelt een commissie in bestaande uit drie raadsleden die de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde raadsleden onderzoekt. De raad kan een of meer plaatsvervangende leden voor de commissie benoemen. 2. De commissie brengt advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.

2

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 6. Onderzoek geloofsbrieven, benoeming en beëdiging burgerleden 1. De raad benoemt, op voordracht van de fractie, voor elke fractie maximaal vijf burgerleden. 2. Op een burgerlid zijn de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 3. De raad stelt een commissie in bestaande uit drie raadsleden die de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van kandidaat-burgerleden onderzoekt. De raad kan een of meer plaatsvervangende leden voor de commissie benoemen. 4. De commissie brengt advies uit aan de raad over de benoeming van de burgerleden. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 5. Alvorens zijn of haar functie als burgerlid te aanvaarden legt het burgerlid tijdens een raadsvergadering de eed of verklaring en belofte af. Artikel 7. Zittingsduur burgerleden 1.

De zittingsperiode van een burgerlid eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Een burgerlid houdt op lid te zijn als niet meer voldaan wordt aan de in artikel 6, tweede lid, gestelde eisen. 3. De raad kan een burgerlid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 4. Een burgerlid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. 5. Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van burgerleden, die op voordracht van die fractie zijn benoemd, van rechtswege. Artikel 8. Benoeming wethouders 1. De raad stelt een commissie in bestaande uit drie raadsleden die onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet. De raad kan een of meer plaatsvervangende leden voor de commissie benoemen. 2. De commissie brengt advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 3. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. Artikel 9. Fracties 1.

Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

3

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

Hoofdstuk 3. Vergadermodel Artikel 10. Beeldvorming, oordeelsvorming, besluitvorming, toezien en controleren (BOB-T) Bij de behandeling van een onderwerp hanteert de gemeenteraad het BOB-T-model en maakt daarbij onderscheid in beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming. De gemeenteraad ziet vervolgens toe op de uitvoering van besluiten. Artikel 11. Beeldvorming 1. In het kader van beeldvorming over een onderwerp kan er, op initiatief van de raad of het college, een themabijeenkomst worden georganiseerd voor raads- en burgerleden. 2. De agendacommissie beoordeelt de agenderingssverzoeken voor themabijeenkomsten. 3. De bijeenkomsten zijn openbaar toegankelijk, tenzij er een dringende reden is om in beslotenheid bijeen te komen. Artikel 12. Oordeelsvorming De oordeelsvormende behandeling over een onderwerp vindt plaats in een vergadering van een raadscommissie. Doel van de behandeling is de besluitvorming voor te bereiden door, na uitwisseling van argumenten en standpunten, te komen tot een advies aan de raad over een raadsvoorstel. Artikel 13. Besluitvorming De besluitvorming over een onderwerp vindt plaats in een raadsvergadering. Artikel 14. Toezien en controleren De gemeenteraad controleert of het college van burgemeester en wethouders zijn bestuurstaken goed uitvoert.

Hoofdstuk 4. Raadscommissies Paragraaf 1. Algemeen Artikel 15. Instelling raadscommissies Er is een: a. raadscommissie Maatschappij en Bestuur, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: • Gezonde zorgzame gemeente o Onderwijs o Gezondheid o Sport en bewegen o Vluchtelingen o Zorg en ondersteuning 0 tot 100+ jaar

4

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

•

•

•

•

o Participatie via werk en inkomen o Kunst en cultuur o Inclusieve samenleving Weerbare en veilige samenleving o Zorg en veiligheid o Openbare orde o Ondermijning Regie op integrale aanpak en samenwerking o Samenwerking in de regio o Inwonersparticipatie Dienstverlening en sterke organisatie o Kwaliteit van dienstverlening o Digitalisering van de organisatie Planning en control o Kadernota o Jaarrekening o Bestuursrapportages o Begroting o Nota reserves en voorzieningen

b. raadscommissie Ruimte en Leefbaarheid, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: • Leefbare kernen o Wonen o Openbare ruimte en groen o Recreatie o Voorzieningen op peil o Mobiliteit en verkeersveiligheid o Omgevingswet • Klimaatbestendig, biodivers en circulair o Klimaatbestendig o Energie- en klimaatneutraal o Aardgasvrij o Energiearmoede o Biodiversiteit • Duurzame Landbouw en Economie o Leefbaarheid en kwaliteit in het buitengebied o Vitale en duurzame economie en arbeidsmarkt Artikel 16. Taken Een raadscommissie: a. brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a; c. voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen bedoeld onder a. Artikel 17. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter 1. Een raadscommissie bestaat uit raads- en burgerleden. Elke fractie vaardigt minimaal één lid af. Aan de raadstafel zijn tenminste drie zitplaatsen per fractie beschikbaar. De bezetting kan per vergadering en gedurende de vergadering variëren.

5

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

2. De raad benoemt de commissievoorzitters en de plaatsvervangers uit zijn midden. De zittingsperiode van een voorzitter en de plaatsvervangers eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 3. De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. 4. De raad kan de commissievoorzitter ontslaan. 5. Een commissievoorzitter kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. 6. Het ontslag van de commissievoorzitter gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als zijn/haar opvolger is benoemd. 7. Als door overlijden of ontslag van de commissievoorzitter een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. Artikel 18. De commissiegriffier 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier. 2. Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen. 3. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar. 4. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.

Paragraaf 2. Voorbereiding commissievergadering Artikel 19. Oproep en agenda 1. De commissievoorzitter zendt tenminste vijf dagen voor een raads- of commissievergadering de raadsleden en burgerleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de commissievergadering wordt deze met de bijbehorende stukken aan de leden toegezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 20, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een commissievergadering door de commissie vastgesteld. Artikel 20. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de raads- en burgerleden en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn, worden op de website van de gemeente geplaatst. 3.

Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, wordt, in afwijking van het eerste en tweede lid, voor de raads- en burgerleden ter inzage gelegd bij de griffie. Artikel 21. Openbare kennisgeving

6

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

1. Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging op de gemeentepagina in een lokaal weekblad en op de website van de gemeente. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.

Paragraaf 2. Ter vergadering Artikel 22. Presentielijst 1. De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van commissievergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden en burgerleden de presentielijst. Aan het einde van elke commissievergadering wordt die lijst door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening vastgesteld. Artikel 23. Opening vergadering en quorum 1. Een vergadering wordt niet geopend voordat volgens de presentielijst meer dan de helft van het aantal fracties tegenwoordig is. 2. Als vanwege het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 3. Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal fracties tegenwoordig is. Artikel 24. Advies; geen stemmingen 1. Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. 2. In het advies worden de standpunten van alle fracties opgenomen. 3.

In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering over geheimhouding en met betrekking tot de orde. Artikel 25. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de commissie anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten. 3. Raadsleden en burgerleden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid of burgerlid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde of een interruptie. Artikel 26. Deelname aan de beraadslaging door anderen Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 27. Spreekrecht tijdens commissievergadering 1. Insprekers kunnen in een commissievergadering het woord voeren (spreekrecht) over onderwerpen die geagendeerd zijn. 2. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen een redelijke termijn voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn

7

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

3.

4. 5. 6.

naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden. Er is in totaal 30 minuten beschikbaar voor sprekers. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De spreker mag vervolgens tijdens de eerste termijn reageren op de beraadslagingen van de commissie. De spreker heeft geen spreekrecht in de tweede termijn.

Artikel 28. Handhaving orde en schorsing 1. De commissievoorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering. 2. De commissievoorzitter kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. 3. De commissievoorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. 4. De commissievoorzitter roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp. Artikel 29. Voorstellen van orde Raads- en burgerleden en de commissievoorzitter kunnen tijdens een commissievergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen.

De commissie beslist hier meteen over.

Paragraaf 3. Verslaglegging Artikel 30. Besluitenlijst en beeldopname commissievergadering 1. Een commissiegriffier draagt zorg voor de besluitenlijsten van de commissievergaderingen. Van elke commissievergadering wordt, indien mogelijk, een beeldopname gemaakt die op de website van de gemeente raadpleegbaar is. 2. Een besluitenlijst bevat in ieder geval: a. de namen van de commissievoorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de raads- en burgerleden, de burgemeester en de wethouders, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. een samenvatting van het advies aan de raad en de afwijkende (minderheids)standpunten; d. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van de personen die van het spreekrecht gebruik hebben gemaakt en die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 26 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen; e. de toezeggingen en afspraken.

8

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

3. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de commissievoorzitter en commissiegriffier. 4. De besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst.

Paragraaf 4. Besloten vergaderingen Artikel 31. Toepassing reglement op besloten commissievergaderingen Op besloten commissievergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 32. Besluitenlijst besloten commissievergadering 1. Conceptbesluitenlijsten van besloten commissievergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de commissiegriffier. 2. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten commissievergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de besluitenlijst. 3. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Artikel 33. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.

Paragraaf 5. Toehoorders en pers Artikel 34. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4. De commissievoorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. Artikel 35. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Hoofdstuk 5. Raadsvergaderingen Paragraaf 1. Voorbereiding raadsvergadering Artikel 36. Oproep en agenda 1. De voorzitter zendt tenminste vijf dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur

9

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de bijbehorende stukken aan de leden toegezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 37, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raad vastgesteld. Artikel 37. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn, worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, wordt, in afwijking van het eerste en tweede lid, voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffie. Artikel 38. Openbare kennisgeving 1. Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging op de gemeentepagina in een lokaal weekblad en op de website van de gemeente. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.

Paragraaf 2. Ter vergadering Artikel 39. Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel 40. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het spreken in de eerste termijn geschiedt in de volgorde van de trekking van het stemcijfer. 5. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over het door dat raadslid ingediende. 6. Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde of een interruptie. Artikel 41. Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet kan de raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 42.

Voorstellen van orde Raadsleden en de voorzitter kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier meteen over.

10

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

Paragraaf 3. Stemmingen Artikel 43. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten. Artikel 44. Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel 45. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 5.

Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezig raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel 46. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4.

Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel 47. Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter twee raadsleden tot stembureau.

11

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

2. Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blanco ingevuld stembriefje; b. een ondertekend stembriefje; c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; e. een stembriefje waarbij op een ander persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6.

In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.

Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken Artikel 48. Besluitenlijst en beeldopname raadsvergadering 1. De griffier draagt zorg voor de besluitenlijsten van raadsvergaderingen. Van elke raadsvergadering wordt, indien mogelijk, een beeldopname gemaakt die op de website van de gemeente raadpleegbaar is. 2. Een besluitenlijst bevat in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de raadsleden en de wethouders, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden tijdens de raadsvergadering afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, moties, amendementen en subamendementen; f. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 41 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3.

De raadsleden hebben het recht een voorstel tot wijziging aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot wijziging dient per e-mail bij de griffier te worden ingediend voor 12.00 uur op de maandag in de week voorafgaande aan de raadsvergadering. 4. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier.

12

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

5. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de website van de gemeente. Artikel 49. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst en digitaal aan de raadsleden beschikbaar gesteld. 2. De raad stelt de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. 3. De leden kunnen om behandeling van een ingekomen stuk in een commissie verzoeken. Het lid dat om doorverwijzing heeft verzocht, zorgt tijdig voor een schriftelijke onderbouwing van het verzoek voor behandeling in de commissie.

Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen Artikel 50. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 51. Besluitenlijst besloten vergadering 1. Conceptbesluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier. 2. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op van de vastgestelde besluitenlijst. 3. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 52. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Paragraaf 6. Toehoorders en pers Artikel 53. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. Artikel 54. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Hoofdstuk 6. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Artikel 55. Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de voorzitter. Dit gebeurt schriftelijk, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.

13

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 56. Motie 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over moties die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 57. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2. Het college kan binnen vier weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3.

Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is, wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. Artikel 58. Collegevoorstel 1. Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 59. Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Als het verzoek ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering is ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt over het verzoek tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd.

In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. Het verzoek wordt toegewezen als tenminste vijf raadsleden met het verzoek hebben ingestemd. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 60. Schriftelijke vragen

14

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester digitaal in bij de griffier. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn ingediend. 4. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier digitaal aan de vragensteller toegezonden. De antwoorden worden ook digitaal verstrekt aan de overige raadsleden. 5. De vragensteller kan in de raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel 61. Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet schriftelijk in bij de griffier . 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 30 dagen nadat het verzoek is ingediend. Artikel 62. Vragenuur 1. In de raadsvergadering is er een vragenuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend.

In bijzondere gevallen kan de agendacommissie bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt. 2. Raadsleden die tijdens het vragenuur vragen willen stellen, dienen de vragen bij de voorzitter in uiterlijk om 12.00 uur op de dag voorafgaande aan de raadsvergadering. 3. Vragen voor het vragenuur richten zich op de politieke actualiteit of betreffen zaken met een spoedeisend karakter. 4. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien: a. de vraag naar zijn oordeel niet aan de voorwaarde onder lid 3 voldoet; b. hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven; c. indien het onderwerp op de agenda staat van de betreffende raadsvergadering. 5. De ingediende vragen, die in het vragenuur aan de orde komen, worden uiterlijk om 18.00 uur op de dag voorafgaande aan de raadsvergadering digitaal beschikbaar gesteld aan de raadsleden. 6. Vragen kunnen worden gesteld aan het college en aan de burgemeester. 7. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. 8. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige raadsleden. 9.

Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 10. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 11. Vervolgens kan de voorzitter aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 12. Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

15

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen Artikel 63. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van het reglement, beslist de commissie dan wel de raad op voorstel van de commissievoorzitter dan wel de voorzitter van de raad. Artikel 64. Intrekking oude reglement van orde en commissieverordening 1. Het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Bernheze 2016 wordt ingetrokken. 2. De Verordening op de raadscommissie van de gemeente Bernheze 2016 wordt ingetrokken. Artikel 65. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026.

Vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze in zijn openbare vergadering van 26 februari 2026.

Leandra Kilian griffier

Mark de Man voorzitter

16

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

Toelichting Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 9 van de Gemeentewet schrijft dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is het oudste lid in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder meer voor de handhaving van de orde in de vergadering. Artikel 2. Het presidium Het presidium heeft voornamelijk een algemeen adviserende rol (waaronder aanbevelingen over de organisatie en het functioneren van de raad). Diverse gemeenten hebben dit takenpakket uitgebreid met meer inhoudelijke taken. De VNG is van mening dat het presidium voor wat betreft de inhoudelijke aspecten van het raadswerk een ondergeschikte rol dient te vervullen omdat anders het gevaar bestaat dat er binnen de raad een nieuw bestuursorgaan wordt gecreëerd, hetgeen niet strookt met de Grondwet, die het primaat immers expliciet bij de raad legt (artikel 125, eerste lid, van de Grondwet).

Het presidium als zodanig kan niet ook optreden als werkgeverscommissie. De werkgeverscommissie, ingesteld op basis van artikel 83 van de Gemeentewet, bestaat immers enkel uit raadsleden (dus zonder de voorzitter van de raad). Het presidium heeft voornamelijk een procedurele rol zoals hierboven aangegeven. In de handreiking ‘De (rechts)positie van de griffie(r) in het decentrale bestuur’ is een modelbesluit voor het instellen van een werkgeverscommissie opgenomen. Het is wel mogelijk om de raadsleden van het presidium te benoemen in de werkgeverscommissie en de vergaderingen van deze commissie te laten aansluiten op de vergaderingen van het presidium, zodat er, indien nodig, snel overlegd kan worden. Men zou er voor kunnen kiezen de regie van enkele interne/organisatorische kwesties bij het presidium neer te leggen. In artikel 2 is als aanvullende taak opgenomen dat het presidium aanbevelingen doet aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad en zijn commissies. Hieronder vallen taken als: het initiëren van een aanpassing van het reglement van orde, het instrueren van de griffier en het bespreken van agenda-technische zaken. Het is van belang dat in het presidium elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt.

Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten. De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig (artikel 4, eerste lid), omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden. De aanwezigheid van de secretaris kan ook gewenst zijn, omdat de secretaris aandacht moet kunnen vragen voor of een toelichting kan geven op onderwerpen die worden voorbereid door de ambtelijke organisatie. Overeenkomstig het derde lid kan de secretaris worden uitgenodigd.

17

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

Artikel 3. De agendacommissie en het vaststellen van de vergaderingen De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken in de raadscommissies en in de raad. De agendacommissie heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de raad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. In veel gemeenten wordt gewerkt met jaaroverzichten waarbij specifieke vergaderingen lang van te voren bekend zijn. Denk hierbij aan de begroting en jaarrekening. In het geval een gemeente deelneemt in een gemeenschappelijke regeling zal in deze regeling zijn opgenomen hoe de raad geïnformeerd wordt door de vertegenwoordiger van de gemeente in de gemeenschappelijke regeling (artikelen 16 en 18 van de Wet gemeenschappelijke regelingen). Van belang is dat de agendacommissie de vergadercyclus van deze besturen kent. Het kan nodig zijn dat de raad voorafgaand aan een vergadering van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de gemeentelijke vertegenwoordiger informatie of opvattingen wil meegeven. Ook de begrotingscyclus van de gemeenschappelijke regeling is relevant voor de agendacommissie zodat de raad tijdig noodzakelijke informatie kan leveren. Naast gemeenschappelijke regelingen kan een gemeenten ook vertegenwoordigd zijn in ander organisaties (zoals stichtingen en vennootschappen).

Ook deze vergadercycli kunnen voor een agendacommissie aanleiding zijn om deze te agenderen voor een raads- of commissievergadering zodat er informatie uitgewisseld kan worden tussen de vertegenwoordiger van de gemeente en de raad. Het is aan de agendacommissie om de planning in te vullen maar ook om deze te bewaken. De commissie stelt de agenda's van de raadscommissies en de raad voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van een raadscommissie en van de raad geschiedt bij de aanvang van de betreffende vergadering. De agendacommissie beoordeelt aan de hand van een agenderingsverzoek voor een themabijeenkomst of een de bijeenkomst qua onderwerp, opzet en inhoud aansluit bij de behoefte van de raad en/of raadscommissie en of deze past in de agenda van de raad. Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. Het derde lid brengt tot uitdrukking dat de voorzitter in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg pleegt met de agendacommissie. Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij vergaderingen, die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering.

Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie. Artikel 4. De griffier De raad is verplicht een griffier aan te wijzen (artikelen 100 en 107 van de Gemeentewet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). Daarom is in het tweede lid een bepaling over vervanging opgenomen. In verband met artikel 22 van de Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging.

18

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

Hoofdstuk 2. Toelating van nieuwe raadsleden; benoeming van burgerleden en wethouders; fracties Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven, toelating en beëdiging raadsleden Vooraf Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde geeft schriftelijk aan of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden aan de raad stukken overlegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en (indien nietNederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet) betrokken worden. De commissie welke de geloofsbrieven onderzoekt, brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk.

Eerste en tweede lid De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Derde lid Het onderzoek van het proces-verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad, vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten. Dit lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (is deze juist vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad moet op basis van dit advies een besluit nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang om dat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus.

Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad tot een dergelijk besluit over gaat. Het feit dat een fractie een klein aantal (bijv. 3) stemmen te weinig heeft om een extra zetel te behalen is geen valide motivering om tot hertelling over te gaan. Een proces-verbaal waaruit blijkt dat kiezers bezwaar hebben gemaakt over de onzorgvuldige wijze waarop het stembureau na sluiting de stemmen heeft geteld, kan dit wel zijn. Vierde en vijfde lid Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Er bestaat een verschil tussen: - Situatie na gemeenteraadsverkiezingen: leden leggen de eed of de verklaring en belofte af in de eerste vergadering van de nieuwe raad;

19

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

-

Tussentijdse vacature: eed of verklaring en belofte direct na het raadsbesluit over de toelating. De tekst van de eed of verklaring en belofte staat in artikel 14 van de Gemeentewet. Artikel 6. Onderzoek geloofsbrieven, benoeming en beëdiging burgerleden De burgerleden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fracties. Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is enkel mogelijk – overeenkomstig het tweede lid zelfs verplicht - de benoeming van een voorgedragen lid te weigeren als het betreffende “burgerlid” niet voldoet aan de vereisten van de Gemeentewet (zie verder de toelichting op het tweede lid). Op grond van het tweede lid moeten burgerleden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken en geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen. Om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van de Gemeentewet, ligt het voor de hand om gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. Het verdient aanbeveling dit onderzoek uit te laten voeren door de commissie die ook het geloofsbrievenonderzoek voor raadsleden en wethouders uitvoert.

De vereisten die onderzocht moeten worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de burgerleden benoemd worden. Artikel 7. Zittingsduur burgerleden De zittingsperiode van burgerleden is even lang als de zittingsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan. Het lidmaatschap van een burgerlid eindigt eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 6, tweede lid, gestelde eisen en indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die niet meer vertegenwoordigd is in de raad (vijfde lid). Artikel 8. Benoeming wethouders Dit artikel geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (Gemeentewet artikelen 36a, 36b, 41b en 41c). Voor wethouders is er de aanvullende verplichting om een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) te kunnen overleggen (artikel 36a, tweede lid, van de wet).

De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. Dit artikel is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd, de incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden. Bij de benoeming van een wethouder kan een integriteitstoets plaatsvinden. De gedragscode politieke ambtsdragers speelt hierbij een rol. De burgemeester krijgt zicht op de volledige rapportage van de risicoanalyse. Zo heeft hij een goed beeld van de kandidaat en kan hij met de kandidaat een gesprek voeren over de uitkomsten. De burgemeester kan ten aanzien van de risicoanalyse en de conclusies geheimhouding opleggen aan de raad. Met de wet bevordering

20

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026

integriteit en functioneren decentraal bestuur (artikel 87 van de Gemeentewet) is de burgemeester hier expliciet bevoegd gemaakt. Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de Gemeentewet). In het geval de coalitie in de raad een meerderheid heeft van één stem kan het verstandig zijn eerst als raadslid ontslag te nemen en een nieuw raadslid te benoemen. Het vooraf ontslag nemen als raadslid is een risico. Het kan immers gebeuren dat deze persoon of niet tot wethouder wordt benoemd of dat de geloofsbrieven niet worden goedgekeurd. Artikel 9. Fracties Eerste en tweede lid De Kieswet en de Gemeentewet kennen het begrip fractie niet. In de Gemeentewet in artikel 33, tweede lid, wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (zoals in het kader van fractieondersteuning). Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan.

Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee. Vierde lid In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere (tijdelijke) wisseling in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid. Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd (dit laatste door de voorzitter van het stembureau). Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de Gemeentewet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=8c6a6293-ee16-4eb8-aeaf-843647053a0d